Regeling van de Minister van Economische Zaken van 20 augustus 2003, nr. WJZ/03/02550, houdende vaststelling van de aanvraag- en veilingprocedure voor vergunningen voor WLL (Regeling aanvraagprocedure en veiling gebruiksrecht frequentieruimte voor WLL)
- BWB-id
- BWBR0015491
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 2006-11-02 t/m 2013-03-14
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0015491
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2003/regeling-aanvraagprocedure-en-veiling-gebruiksrecht-frequent
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2003/regeling-aanvraagprocedure-en-veiling-gebruiksrecht-frequent/2006-11-02
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0015491&g=2006-11-02
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0015491&z=2026-06-06&g=2006-11-02
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0015491/2006-11-02
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2003/regeling-aanvraagprocedure-en-veiling-gebruiksrecht-frequent
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. minister: Minister van Economische Zaken; b. WLL: digitale radiosystemen gebaseerd op multipoint technologie, zoals beschreven in de door het Europese Telecommunicatie Standaardisatie Instituut (ETSI) opgestelde geharmoniseerde norm, waarmee radioverbindingen in duplex gerealiseerd kunnen worden tussen een vast centraal punt en meerdere vast opgestelde aansluitpunten; c. artikel 5, eerste lid, van het Frequentiebesluit aanvraagdocument: document als bedoeld inten behoeve van de verdeling van frequentieruimte voor WLL; d. aanvrager: degene die een aanvraag voor een vergunning voor WLL doet; e. deelnemer: aanvrager die gerechtigd is een bod uit te brengen; f. kavel: aantal opeenvolgende frequenties dat ter beschikking is voor de exploitatie van een vergunning voor WLL. 2003 162 25-08-2003 20-08-2003 WJZ/03/02550 2003 162 25-08-2003 20-08-2003 WJZ/03/02550 27-08-2003
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Ingevolge het besluit van de minister van 20 augustus 2003 (Stcrt. 2003, 162) zijn voor WLL de volgende twee vergunningen beschikbaar die door middel van een veiling zullen worden verleend: a. een vergunning in de 3,5 GHz band, met frequentiebereik 3500–3580 MHz; en b. een vergunning in de 2,6 GHz band, met frequentiebereik 2523–2667 MHz. 2003 162 25-08-2003 20-08-2003 WJZ/03/02550 2003 162 25-08-2003 20-08-2003 WJZ/03/02550 27-08-2003
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 artikel 2 De radiofrequenties, bedoeld in, worden ten behoeve van de veiling verdeeld in de volgende kavels: a. artikel 2, onder a de radiofrequenties, bedoeld in, in kavel A; b. artikel 2, onder b de radiofrequenties, bedoeld in, in kavel B. 2003 162 25-08-2003 20-08-2003 WJZ/03/02550 2003 162 25-08-2003 20-08-2003 WJZ/03/02550 27-08-2003
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Degene die in aanmerking wil komen voor een vergunning voor WLL verzoekt de minister per brief of per elektronische post om het beschikbaar stellen van een aanvraagdocument. Het aanvraagdocument kan worden opgevraagd met ingang van 1 september 2003, 09.00 uur. Het aanvraagdocument kan worden afgehaald op het in het vierde lid genoemde adres, of wordt, indien daar in de brief om is verzocht, toegezonden. 2 Het verzoek wordt als volgt geadresseerd: De Minister van Economische Zaken p/a mr. C.A. de Zeeuw, notaris Pels Rijcken & Drooglever Fortuijn Postbus 11756 2502 AT Den Haag e-mail: [email protected] 3 Voor de beschikbaarstelling van het aanvraagdocument is een bedrag van € 250,– verschuldigd. Het bedrag kan worden voldaan door middel van contante betaling bij het afhalen van het aanvraagdocument dan wel door middel van overboeking onder vermelding van ‘aanvraagdocument vergunningen WLL’ naar het volgende bankrekeningnummer: 21.30.13.495, Fortis bank Nederland N.V., Den Haag, t.n.v. Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn, inzake derdengelden notariaat. 4 Beschikbaarstelling van het aanvraagdocument door overhandiging bij het afhalen dan wel door toezending geschiedt nadat het in het derde lid genoemde bedrag is voldaan. Het afhalen geschiedt op het volgende adres: De Minister van Economische Zaken p/a mr. C.A. de Zeeuw, notaris Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn Koningin Julianaplein 30 Gebouw Babylon Kantoren A, 5e verdieping Den Haag 5 Het bedrag, genoemd in het derde lid, wordt niet geretourneerd. 6 De identiteit van degene die in aanmerking wenst te komen voor een vergunning is tot het moment dat de aanvraag is ingediend alleen aan de notaris bekend. 2003 162 25-08-2003 20-08-2003 WJZ/03/02550 2003 162 25-08-2003 20-08-2003 WJZ/03/02550 27-08-2003
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 4 Eenieder aan wie overeenkomstigeen aanvraagdocument is verstrekt, kan met betrekking tot dat document per brief of per elektronische post en per brief vragen stellen aan de minister. 2 artikel 4, tweede lid artikel 4, vierde lid De vragen worden in de Nederlandse taal gesteld en zodanig geformuleerd dat deze niet tot de identiteit van de vragensteller herleidbaar zijn. De brieven worden geadresseerd op de wijze, genoemd in, of afgeleverd op het adres, genoemd in. 3 artikel 4, tweede of vierde lid De vragen, bedoeld in het eerste lid, worden uiterlijk op 17 september 2003 om 14.00 uur per brief op het adres genoemd in, ingediend. 4 Uiterlijk op 29 september 2003 zendt de minister aan eenieder aan wie een aanvraagdocument is verstrekt schriftelijk antwoord op de vragen die voldoen aan de eisen, bedoeld in het eerste tot en met het derde lid. 2003 162 25-08-2003 20-08-2003 WJZ/03/02550 2003 162 25-08-2003 20-08-2003 WJZ/03/02550 27-08-2003
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 bijlage 1 De aanvraag bevat de gegevens en bescheiden, bedoeld in de bij deze regeling behorende, en wordt overeenkomstig die bijlage ingedeeld. 2 artikel 7 De aanvraag bevat tevens de gegevens, bedoeld in. 3 De aanvraag is in de Nederlandse taal gesteld en aangeduid als het originele exemplaar. Dit exemplaar wordt door de aanvrager ondertekend. 4 De aanvraag gaat vergezeld van drie als zodanig aangeduide afschriften.Indien er verschillen bestaan tussen het originele exemplaar en de afschriften, is het originele exemplaar bepalend. 5 artikel 4, tweede lid De aanvrager informeert de minister per brief die wordt geadresseerd op de in, genoemde wijze onverwijld over wijzigingen met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde gegevens en bescheiden. 2003 162 25-08-2003 20-08-2003 WJZ/03/02550 2003 162 25-08-2003 20-08-2003 WJZ/03/02550 27-08-2003
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 artikel 3 De aanvrager geeft in de aanvraag aan op welke kavel of kavels als bedoeld inde aanvraag betrekking heeft, alsmede hoeveel vergunningen hij maximaal wil verwerven. Indien de aanvraag betrekking heeft op beide kavels, maar de aanvrager maximaal één vergunning wenst te verwerven, geeft de aanvrager tevens aan welke kavel zijn voorkeur heeft. 2003 162 25-08-2003 20-08-2003 WJZ/03/02550 2003 162 25-08-2003 20-08-2003 WJZ/03/02550 27-08-2003
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 4, tweede respectievelijk vierde lid De aanvraag wordt uiterlijk op 3 november 2003 om 14.00 uur per post dan wel door middel van persoonlijke overhandiging ingediend bij het adres, genoemd in. 2 De minister bevestigt onverwijld schriftelijk de ontvangst van de aanvraag. 2003 204 22-10-2003 17-10-2003 WJZ3060052 2003 204 22-10-2003 17-10-2003 WJZ3060052 24-10-2003
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 artikel 4, derde lid Als bijdrage in de kosten van de bemoeiingen van de overheid met betrekking tot de aanvraagprocedure wordt, onder vermelding van ‘aanvraagprocedure WLL’ uiterlijk op 3 november 2003 om 14.00 uur, een bedrag van € 1.000,– van de aanvrager ontvangen op het bankrekeningnummer, genoemd in. 2003 204 22-10-2003 17-10-2003 WJZ3060052 2003 204 22-10-2003 17-10-2003 WJZ3060052 24-10-2003
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 artikel 8, eerste lid Indien de aanvrager niet heeft voldaan aan de in, gestelde eisen, wordt de aanvraag niet in behandeling genomen. 2 artikel 9 Indien de aanvraag op grond van het eerste lid niet in behandeling wordt genomen, wordt het op grond vanbetaalde bedrag aan de aanvrager geretourneerd. 2003 162 25-08-2003 20-08-2003 WJZ/03/02550 2003 162 25-08-2003 20-08-2003 WJZ/03/02550 27-08-2003
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikelen 4, eerste lid, eerste volzin, en derde lid 6 7 9 Indien de aanvrager niet heeft voldaan aan de in de,,ofgestelde eisen, stelt de minister de aanvrager gedurende vijf werkdagen in de gelegenheid dit verzuim te herstellen. 2 artikelen 4, eerste lid, eerste volzin, en derde lid 6 7 9 Indien het verzuim, bedoeld in het eerste lid, binnen de termijn, genoemd in het eerste lid, niet is hersteld of de aanvraag na herstel niet voldoet aan de in de,,ofgestelde eisen, wordt de aanvraag niet in behandeling genomen. 2003 162 25-08-2003 20-08-2003 WJZ/03/02550 2003 162 25-08-2003 20-08-2003 WJZ/03/02550 27-08-2003
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 artikel 8, eerste lid De minister deelt de aanvrager binnen drie weken na de datum, genoemd in, schriftelijk mee of zijn aanvraag in behandeling wordt genomen. 2 artikelen 4, eerste lid, eerste volzin, en derde lid 6 7 8 9 artikel 13 Indien is voldaan aan de in de,,,engestelde eisen, wordt de aanvrager getoetst aan de eisen, bedoeld in. 2003 162 25-08-2003 20-08-2003 WJZ/03/02550 2003 162 25-08-2003 20-08-2003 WJZ/03/02550 27-08-2003
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Een aanvrager voldoet aan de volgende eisen: a. de aanvrager is een rechtspersoon, opgericht in overeenstemming met het recht van een van de lidstaten van de Europese Unie of een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en heeft zijn statutaire zetel, zijn hoofdbestuur of zijn hoofdvestiging binnen de Europese Economische Ruimte; b. wat betreft de financiële positie van de aanvrager: 1°. de aanvrager verkeert niet in staat van faillissement, noch is een verzoek tot faillietverklaring van de aanvrager ingediend, 2°. de aanvrager is geen surcéance van betaling verleend, noch is ten aanzien van de aanvrager surcéance van betaling aangevraagd, en 3°. geen substantieel beslag is gelegd op bedrijfsmiddelen van de aanvrager. 2003 162 25-08-2003 20-08-2003 WJZ/03/02550 2003 162 25-08-2003 20-08-2003 WJZ/03/02550 27-08-2003
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 artikel 8, eerste lid artikel 13 De minister stelt binnen vier weken na de datum, genoemd in, vast of de aanvrager voldoet aan de eisen, bedoeld in. 2 artikel 13 Indien uit de aanvraag niet blijkt dat aan de eisen, bedoeld inis voldaan, wijst de minister de aanvraag af. De minister stelt de desbetreffende aanvrager schriftelijk op de hoogte van zijn besluit. 2003 162 25-08-2003 20-08-2003 WJZ/03/02550 2003 162 25-08-2003 20-08-2003 WJZ/03/02550 27-08-2003
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 artikel 14, eerste lid artikel 7 artikel 13 artikel 7 van het Frequentiebesluit Na de vaststelling, bedoeld in, stelt de minister aan de hand van de opgaven, bedoeld in, van de aanvragers die aan de eisen, bedoeld in, voldoen, vast of de voor WLL beschikbare vergunningen op de inbedoelde wijze kunnen worden verleend. 2 artikel 7 van het Frequentiebesluit Een vergunning wordt slechts op de inbedoelde wijze verleend indien: a. artikel 13 in het totaal slechts één aanvrager die aan de eisen, bedoeld in, voldoet, een aanvraag heeft ingediend; b. artikel 13 artikel 3 een aanvrager die aan de eisen, bedoeld in, voldoet, als enige aanvrager een aanvraag voor een van de kavels als bedoeld inheeft ingediend en enkel een aanvraag voor die kavel heeft ingediend; c. artikel 13 artikel 3 een aanvrager die aan de eisen, bedoeld in, voldoet, een aanvraag voor beide kavels als bedoeld inheeft ingediend en: 1°. artikel 3 heeft aangegeven maximaal één kavel te willen verwerven, als enige aanvrager de voorkeur voor een van de kavels als bedoeld inheeft opgegeven en er verder geen enkele aanvraag voor die kavel is ingediend; of 2°. artikel 3 heeft aangegeven twee kavels te willen verwerven en als enige aanvrager een aanvraag voor een van de kavels als bedoeld inheeft ingediend; of d. artikel 13 artikel 3 twee aanvragers die aan de eisen, bedoeld in, voldoen, allebei een aanvraag voor beide kavels als bedoeld inhebben ingediend, beiden maximaal één kavel willen verwerven en allebei een andere voorkeur hebben. 2003 162 25-08-2003 20-08-2003 WJZ/03/02550 2003 162 25-08-2003 20-08-2003 WJZ/03/02550 27-08-2003
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 artikel 13 artikel 15 artikel 3 artikel 7 van het Frequentiebesluit Indien uit de aanvraag blijkt dat is voldaan aan de eisen, bedoeld in, en na toepassing vanis gebleken dat de vergunningen niet op de inbedoelde wijze kunnen worden verleend, stelt de minister de aanvrager hiervan schriftelijk in kennis. De minister deelt de aanvrager hierbij tevens mede op welke kavel of kavels als bedoeld inhij gerechtigd is een bod uit te brengen. 2 Bij de kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, wordt aan de aanvrager met betrekking tot de kavel of kavels waarop hij gerechtigd is een bod uit te brengen, tevens bekend gemaakt hoeveel aanvragers er met betrekking tot die kavel of kavels gerechtigd zijn een bod uit te brengen. 3 In afwijking van het tweede lid wordt, indien in het totaal slechts twee aanvragers gerechtigd zijn een bod uit te brengen die elk voor beide kavels een aanvraag hebben ingediend, beiden hebben aangegeven maximaal één kavel te willen verwerven en allebei dezelfde voorkeur hebben, naast het aantal aanvragers dat gerechtigd is een bod uit te brengen tevens bekend gemaakt dat de twee aanvragers ieder een aanvraag hebben ingediend voor beide kavels en beiden slechts één kavel wensen te verwerven. 4 In afwijking van het tweede lid wordt, indien in het totaal slechts twee aanvragers gerechtigd zijn een bod uit te brengen, waarvan de ene aanvrager slechts een aanvraag voor één kavel heeft ingediend, en de andere aanvrager voor beide kavels een aanvraag heeft ingediend, maar heeft aangegeven maximaal één kavel te willen verwerven en de voorkeur heeft opgegeven voor de kavel waarvoor de eerstgenoemde aanvrager ook een aanvraag heeft ingediend, aan de eerstgenoemde aanvrager naast het aantal aanvragers dat gerechtigd is een bod uit te brengen tevens bekend gemaakt dat de tweede aanvrager tevens als enige aanvrager de andere kavel heeft aangevraagd en slechts één kavel wenst te verwerven. 2003 162 25-08-2003 20-08-2003 WJZ/03/02550 2003 162 25-08-2003 20-08-2003 WJZ/03/02550 27-08-2003
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 artikel 15 artikel 7 van het Frequentiebesluit Voor het geval na toepassing vanis gebleken dat de vergunningen niet op de inbedoelde wijze kunnen worden verleend, wijst de minister een veilingmeester en een notaris aan. 2 De veilingmeester leidt de veiling en draagt zorg voor een goed en ordelijk verloop van de veiling. 3 De veilingmeester handelt bij de uitoefening van zijn taak in overeenstemming met de minister. 4 De notaris heeft tijdens de veilingprocedure een controlerende taak ten behoeve van een ordelijk verloop van de veiling. 2003 162 25-08-2003 20-08-2003 WJZ/03/02550 2003 162 25-08-2003 20-08-2003 WJZ/03/02550 27-08-2003
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 Een deelnemer onthoudt zich voorafgaand aan en gedurende de veilingprocedure van afspraken of onderling afgestemde feitelijke gedragingen die afbreuk doen aan de tot stand te brengen mededinging in de veilingprocedure. 2 De minister kan een deelnemer die handelt in strijd met het eerste lid van deelname aan de veiling uitsluiten. 3 Een tijdens de veiling uitgebracht bod door een van deelname aan de veiling uitgesloten deelnemer is ongeldig. 2003 162 25-08-2003 20-08-2003 WJZ/03/02550 2003 162 25-08-2003 20-08-2003 WJZ/03/02550 27-08-2003
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 De minister kan de veiling opschorten. 2 artikel 18, eerste lid De minister kan onder meer tot opschorting van de veiling overgaan indien naar zijn oordeel sprake is van afspraken of gedragingen in strijd met. 2003 162 25-08-2003 20-08-2003 WJZ/03/02550 2003 162 25-08-2003 20-08-2003 WJZ/03/02550 27-08-2003
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 De kavels worden via een veiling met gesloten bod geveild. 2 Een veiling met gesloten bod omvat één veilingronde. 3 De kavels worden gelijktijdig geveild. 4 artikel 16, eerste lid De deelnemers kunnen een bod uitbrengen op de kavel of kavels die zijn aangegeven in de kennisgeving, bedoeld in. 2003 162 25-08-2003 20-08-2003 WJZ/03/02550 2003 162 25-08-2003 20-08-2003 WJZ/03/02550 27-08-2003
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 artikel 18, tweede lid Een deelnemer is vanaf het moment dat hij een bod heeft uitgebracht tot en met het tijdstip waarop de veiling is afgerond onvoorwaardelijk en onherroepelijk aan zijn bod gebonden, tenzij hij op grond van, wordt uitgesloten van verdere deelname aan de veiling. 2003 162 25-08-2003 20-08-2003 WJZ/03/02550 2003 162 25-08-2003 20-08-2003 WJZ/03/02550 27-08-2003
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 artikel 16, eerste lid bijlage 2 Tegelijk met de kennisgeving, bedoeld in, wordt aan iedere deelnemer een biedkaart verstrekt. Het model van deze biedkaart is alsbij deze regeling gevoegd. 2 Bij het verstrekken van de biedkaart wordt tevens vermeld: a. vanaf welk tijdstip de biedkaart kan worden ingediend; b. op welk tijdstip de biedkaart uiterlijk moet zijn ingediend; c. op welk adres de biedkaart per post dan wel door middel van persoonlijke overhandiging moet worden ingediend. 3 Een bod wordt uitsluitend uitgebracht door middel van de in het eerste lid bedoelde biedkaart op het in het tweede lid, onder c, bedoelde adres. 4 De biedkaart wordt in de Nederlandse taal ingevuld. 5 Het bedrag van het bod wordt in letters geschreven en wordt vermeld in hele euro’s. 6 artikel 4, derde lid bijlage 3 artikel 4, vierde lid De deelnemer aan de veiling die een bod uitbrengt, voldoet een bedrag ter hoogte van zijn bod tot zekerheid van de gestanddoening van zijn bod. Het bedrag dient mede ter zekerheid van al hetgeen de deelnemer overigens in verband met de veiling verschuldigd is. Uiterlijk op het in het tweede lid, onder b, bedoelde tijdstip, is het bedoelde bedrag, onder vermelding van ‘zekerheidstelling WLL’ ontvangen op het bankrekeningnummer, genoemd in, of is voor het bedoelde bedrag ter zekerheidstelling een bankgarantie volgens het model dat alsbij deze regeling is gevoegd, overgelegd aan de notaris op het in, genoemde adres. 2003 162 25-08-2003 20-08-2003 WJZ/03/02550 2003 162 25-08-2003 20-08-2003 WJZ/03/02550 27-08-2003
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 Een bod wordt uitgebracht op een biedkaart die: a. artikel 22, tweede lid, onder a artikel 22, tweede lid, onder b niet eerder dan het in, bedoelde tijdstip en niet later dan het in, bedoelde tijdstip wordt ingediend; b. volledig en op de juiste wijze is ingevuld en ondertekend. 2 De notaris stelt vast of de biedkaart niet eerder, onderscheidenlijk niet later dan de in het eerste lid, onder a, bedoelde tijdstippen is ingediend. 2003 162 25-08-2003 20-08-2003 WJZ/03/02550 2003 162 25-08-2003 20-08-2003 WJZ/03/02550 27-08-2003
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 De veilingmeester beslist omtrent de geldigheid van een uitgebracht bod. 2 artikelen 22, derde, vierde, vijfde of zesde lid 23, eerste lid, onder b Indien een bod niet voldoet aan de, of, wordt de deelnemer op aanwijzing van de veilingmeester door tussenkomst van de notaris in de gelegenheid gesteld alsnog aan genoemde bepalingen te voldoen binnen een door de veilingmeester te stellen termijn. 3 Een bod is ongeldig indien: a. artikel 23, eerste lid, onder a het niet voldoet aan; b. na toepassing van het tweede lid nog niet is voldaan aan de daarin genoemde bepalingen. 4 De deelnemer van wie de veilingmeester heeft vastgesteld dat deze een ongeldig bod als bedoeld in het derde lid heeft uitgebracht, wordt hiervan door de notaris afzonderlijk op de hoogte gesteld. 2003 162 25-08-2003 20-08-2003 WJZ/03/02550 2003 162 25-08-2003 20-08-2003 WJZ/03/02550 27-08-2003
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 De veilingmeester stelt na de veilingronde vast welke verdeling van geldige biedingen de hoogste totaalopbrengst geeft. 2 In geval twee of meer verdelingen van geldige biedingen dezelfde hoogste totaalopbrengst geven, stelt de veilingmeester aan de hand van het volgende vast welke verdeling wordt aangemerkt als de verdeling met de hoogste totaalopbrengst: a. indien er een enkele verdeling is die leidt tot toewijzing aan twee verschillende deelnemers, wordt die verdeling aangemerkt als verdeling met de hoogste totaalopbrengst; b. indien er twee of meer verdelingen zijn die leiden tot toewijzing aan twee verschillende deelnemers, stelt de veilingmeester, na loting door de notaris, vast welke verdeling wordt aangemerkt als verdeling met de hoogste totaalopbrengst; c. indien er geen enkele verdeling is die leidt tot toewijzing aan twee verschillende deelnemers, stelt de veilingmeester, na loting door de notaris, vast welke verdeling wordt aangemerkt als verdeling met de hoogste totaalopbrengst. 2003 162 25-08-2003 20-08-2003 WJZ/03/02550 2003 162 25-08-2003 20-08-2003 WJZ/03/02550 27-08-2003
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 artikel 25 Na de vaststelling, bedoeld in, deelt de veilingmeester aan de deelnemers de uitslag van de veiling mee, alsmede aan elke deelnemer aan wie een kavel is toegewezen, welke kavel aan hem is toegewezen. Hiermee is de veiling geëindigd. 2003 162 25-08-2003 20-08-2003 WJZ/03/02550 2003 162 25-08-2003 20-08-2003 WJZ/03/02550 27-08-2003
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 1 artikel 26 Na het einde van de veiling verleent de minister onverwijld aan de deelnemer, bedoeld in, de vergunning voor de betreffende kavel. 2 artikel 4, derde lid bijlage 3 De deelnemer, bedoeld in het eerste lid, die ter voldoening van het bedrag ter zekerheidstelling een bankgarantie heeft overgelegd, betaalt het door hem verschuldigde bedrag ter hoogte van zijn bod binnen twee weken volgend op het tijdstip waarop de veiling is geëindigd op het bankrekeningnummer, genoemd in, onder vermelding van ‘WLL-veilingbod’. Zodra het verschuldigde bedrag is ontvangen wordt de bankgarantie teruggegeven aan de bank die deze bankgarantie heeft afgegeven door middel van de procedure zoals beschreven in het alsbij deze regeling opgenomen model van de bankgarantie. De Minister van Economische Zaken stelt de vergunninghouder onverwijld op de hoogte van het teruggeven van de bankgarantie. 3 Indien de deelnemer, bedoeld in het eerste lid, niet aan zijn betalingsverplichting als bedoeld in het tweede lid voldoet, wordt de door hem overgelegde bankgarantie voor de betaling aangewend. 4 Indien de deelnemer, bedoeld in het eerste lid, ter voldoening van het bedrag ter zekerheidstelling een waarborgsom heeft gestort, wordt de door hem gestorte waarborgsom voor de betaling van het door hem verschuldigde bedrag ter hoogte van zijn bod aangewend. 5 artikel 4, derde lid bijlage 3 De minister betaalt de deelnemer aan wie geen kavel is toegewezen, en die ter voldoening van het bedrag ter zekerheidstelling, een waarborgsom heeft gestort, deze waarborgsom vermeerderd met de rente van een éénmaandsdeposito van de bank, bedoeld in, terug of geeft, indien de deelnemer ter voldoening van het bedrag ter zekerheidstelling een bankgarantie heeft overgelegd, deze bankgarantie terug aan de bank die deze bankgarantie heeft afgegeven door middel van de procedure zoals beschreven in het alsbij deze regeling opgenomen model van de bankgarantie. De Minister van Economische Zaken stelt de vergunninghouder onverwijld op de hoogte van het teruggeven van de bankgarantie. 2003 162 25-08-2003 20-08-2003 WJZ/03/02550 2003 162 25-08-2003 20-08-2003 WJZ/03/02550 27-08-2003
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 2003 162 25-08-2003 20-08-2003 WJZ/03/02550 2003 162 25-08-2003 20-08-2003 WJZ/03/02550 27-08-2003
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanvraagprocedure en veiling gebruiksrecht frequentieruimte voor WLL. 2003 162 25-08-2003 20-08-2003 WJZ/03/02550 2003 162 25-08-2003 20-08-2003 WJZ/03/02550 27-08-2003
Artikel 3#
artikel 3 van de Regeling aanvraagprocedure en veiling gebruiksrecht frequentieruimte voor WLL