Regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 22 november 2002, nr. MJZ2002 085861 tot vaststelling van nadere voorschriften voor bouwwerken
- BWB-id
- BWBR0014319
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- 2011-04-01 t/m 2012-03-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0014319
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2003/regeling-bouwbesluit-2003
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2003/regeling-bouwbesluit-2003/2011-04-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0014319&g=2011-04-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0014319&z=2026-06-06&g=2011-04-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0014319/2011-04-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2003/regeling-bouwbesluit-2003
Artikel 1.1 — Artikel 1.1#
Artikel 1.1 In deze regeling wordt verstaan onder: asbest: stoffen of producten, die een of meer van de volgende vezelachtige silicaten bevatten: actinoliet (Cas-nummer 77536-66-4); amosiet (Cas-nummer 12172-73-5); anthofylliet (Cas-nummer 77536-67-5); chrysotiel (Cas-nummer 12001-29-5); crocidoliet (Cas-nummer 12001-28-4); tremoliet (Cas-nummer 77536-68-6). besluit: Bouwbesluit 2003 ; CE-markering: CE-markering als bedoeld in artikel 4 van de richtlijn bouwproducten; conformiteitscertificaat: verklaring als bedoeld in artikel 13 in verbinding met artikel 14, eerste lid, onderdeel b, en tweede lid, van de richtlijn bouwproducten; conformiteitsverklaring: verklaring als bedoeld in artikel 13 in verbinding met artikel 14, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid, van de richtlijn bouwproducten; Europese technische goedkeuring: Europese technische goedkeuring als bedoeld in hoofdstuk III van de richtlijn bouwproducten; geharmoniseerde norm: richtlijn nr. 98/34/EG richtlijn nr. 98/48/EG Europese norm of geharmoniseerd document als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de richtlijn bouwproducten, hetwelk door CEN of CENELEC in opdracht van de Commissie van de Europese gemeenschappen is aangenomen overeenkomstig devan de Raad van de Europese gemeenschappen van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij (PbEG L 204), zoals gewijzigd bijvan 20 juni 1998 (PbEG L 217); giftige stoffen: stoffen of preparaten waarvan reeds een geringe hoeveelheid bij inademing of opneming via de mond of via de huid acute of chronische aandoeningen of de dood kan veroorzaken; hoge spanning: hoge spanning als bedoeld in NEN 1041 en V 1041; hoofdweg: Tracéwet hoofdweg als bedoeld in de; hoofdvaarweg: Tracéwet hoofdvaarweg als bedoeld in de; lage spanning: lage spanning als bedoeld in NEN 1010; landelijke spoorweg: Tracéwet landelijke spoorweg als bedoeld in de; minister: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer; nationale technische specificatie: technische specificatie als bedoeld in artikel 4, derde lid, van de richtlijn bouwproducten en vastgesteld overeenkomstig de in dat lid en in artikel 5, tweede lid, van die richtlijn beschreven procedure; rijbaan: rijbaan als bedoeld in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; rijbaanvloer: voor een rijbaan bestemd gedeelte van een vloer van een wegtunnelbuis; tunnelbuislengte: lengte van het omsloten gedeelte van een tunnelbuis; V: door de Hoofdcommissie voor de Normalisatie (een voorloper van de Stichting Nederlands Normalisatie-Instituut) uitgegeven leidraad; ve: vezelequivalent is een maat voor de carcinogene potentie van de soorten asbest en de vezellengte, waarbij geldt: a. chrysotiele vezel met een lengte van meer dan 5 micrometer: equivalentiefactor 1, b. chrysotiele vezel met een lengte van ten hoogste 5 micrometer: equivalentiefactor 0,1, c. amfibole vezel met een lengte van meer dan 5 micrometer: equivalentiefactor 10, en d. amfibole vezel met een lengte van ten hoogste 5 micrometer: equivalentiefactor 1; wegtunnelbuis: gedeelte van een wegtunnel voor een rijbaan; zeer giftige stoffen: stoffen of preparaten waarvan reeds een zeer geringe hoeveelheid bij inademing of opneming via de mond of via de huid acute of chronische aandoeningen of de dood kan veroorzaken. 2011 2999 22-02-2011 07-02-2011 BJZ2011036072 2011 2999 22-02-2011 07-02-2011 BJZ2011036072 01-04-2011
Artikel 1a — Artikel 1a#
Artikel 1a artikel 4.4, eerste lid, van het Besluit omgevingsrecht Deze regeling berust mede op. 2010 7184 18-05-2010 12-05-2010 BJZ2010011775 2010 231 22-06-2010 10-06-2010 01-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 2.1 van de
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in werking
treedt.
Artikel 1.2 — Artikel 1.2#
Artikel 1.2 1 hoofdstuk 2 van de Regeling omgevingsrecht bijlage I Waar bij het besluit,of deze regeling is verwezen naar een NEN, NEN-EN, of V, is inbepaald welke uitgave daarvan van toepassing is. 2 bijlage I afdeling 1.3 hoofdstuk 2 van de Regeling omgevingsrecht Van de in het eerste lid bedoelde normen met een verwijzing naar een andere norm of een onderdeel van een andere norm zijn de verwijzingen van toepassing voor zover ze betrekking hebben op normen die inzijn genoemd. In afwijking hiervan zijn van de inaangewezen normen en van de inaangewezen normen, met uitzondering van NEN 2768, alle verwijzingen van toepassing. 3 In afwijking van het gestelde in het eerste en tweede lid kan, waar bij of krachtens het besluit in voorschriften omtrent het bouwen van een bouwwerk is verwezen naar NEN 6064, NEN 6065, NEN 1775, of NEN 6066, NEN-EN 13501-1 worden toegepast, waarbij de in het besluit opgenomen brand- en rookklassen worden omgezet volgens tabel 1.1. Tabel 1.1 Nederlandse brand- en rookklassen Euroklassen NEN 6064 NEN 1775 NEN 6065 NEN 6066 NEN-EN 13501-1 Onbrandbaarheid Brandklasse (bijdrage tot brandvoortplanting) Rookklasse Brandklasse (materiaalgedrag bij brand) Rookklasse materialen constructieonderdelen materialen constructieonderdelen constructieonderdelen beloopbaar vlak (bovenzijde van vloer, hellingbaan of trap) niet-beloopbaar vlak (niet zijnde bovenzijde van vloer, hellingbaan of trap) onbrandbaar fl A1 of A1 T1 -1 10 men lager fl C fl s1 T2 -1 10 men lager fl C fl s1 T3 -1 10 men lager fl D fl s1 Niet-besloten vluchtroute 1 – B – 2 – C – Alle andere toepassingen 1 -1 10 men lager B s2 2 -1 10 men lager B s2 3 -1 10 men lager C s2 4 -1 10 men lager D s2 2010 7184 18-05-2010 12-05-2010 BJZ2010011775 2010 231 22-06-2010 10-06-2010 01-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 2.1 van de
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in werking
treedt.
Artikel 1.3 — Artikel 1.3#
Artikel 1.3 1 artikel 2.49 van het besluit Een voorziening voor elektriciteit of noodstroom als bedoeld involdoet voor lage spanning aan NEN 1010. Voor hoge spanning voldoet een voorziening voor elektriciteit of noodstroom tevens aan NEN 1041. 2 artikel 2.48 van het besluit Een bouwwerk heeft voor een leiding van het distributienet die voert naar een aansluitmogelijkheid als bedoeld in, leidingdoorvoeren en een mantelbuis die voldoen aan NEN 2768. 2009 91 19-05-2009 29-04-2009 BJZ2009030903 2009 91 19-05-2009 29-04-2009 BJZ2009030903 21-05-2009
Artikel 1.4 — Artikel 1.4#
Artikel 1.4 artikel 2.55 van het besluit Een voorziening voor elektriciteit of noodstroom als bedoeld involdoet voor lage spanning aan NEN 1010 en voor hoge spanning aan V 1041. 2009 91 19-05-2009 29-04-2009 BJZ2009030903 2009 91 19-05-2009 29-04-2009 BJZ2009030903 21-05-2009
Artikel 1.5 — Artikel 1.5#
Artikel 1.5 Vervallen 2009 91 19-05-2009 29-04-2009 BJZ2009030903 2009 91 19-05-2009 29-04-2009 BJZ2009030903 21-05-2009
Artikel 1.6 — Artikel 1.6#
Artikel 1.6 1 artikel 2.71 van het besluit Een voorziening voor gas als bedoeld in, met een nominale werkdruk tot 40 bar, voldoet aan NEN 2078. 2 Een voorziening voor gas met een nominale werkdruk tot en met 0,5 bar voldoet, in afwijking van het eerste lid, aan NEN 1078. 3 artikel 2.70 van het besluit Een bouwwerk heeft voor een leiding van het distributienet die voert naar een aansluitmogelijkheid als bedoeld in, leidingdoorvoeren en een mantelbuis die voldoen aan NEN 2768. 2005 163 24-08-2005 11-07-2005 DJZ2005163532 2005 163 24-08-2005 11-07-2005 DJZ2005163532 01-09-2005
Artikel 1.7 — Artikel 1.7#
Artikel 1.7 1 artikel 2.74 van het besluit Een voorziening voor gas als bedoeld in, met een nominale werkdruk tot 40 bar, voldoet aan NEN 2078. 2 artikel 2.74 van het besluit Een voorziening voor gas als bedoeld in, met een nominale werkdruk tot 100 mbar, voldoet in afwijking van het eerste lid aan NEN 8078. 2005 249 22-12-2005 19-12-2005 DJZ2005218222 2005 249 22-12-2005 19-12-2005 DJZ2005218222 01-01-2006 De wijzigingsopdracht is niet geheel juist.
Artikel 1.8 — Artikel 1.8#
Artikel 1.8 artikelen 3.122 3.130 van het besluit Een voorziening voor drinkwater of warmwater als bedoeld in deenvoldoet aan NEN 1006. 2002 241 13-12-2002 22-11-2002 MJZ2002085861 2002 241 13-12-2002 22-11-2002 MJZ2002085861 01-01-2003
Artikel 1.9 — Artikel 1.9#
Artikel 1.9 artikelen 3.126 3.132 van het besluit Een voorziening voor drinkwater of warmwater als bedoeld in deenvoldoet aan NEN 1006. 2005 249 22-12-2005 19-12-2005 DJZ2005218222 2005 249 22-12-2005 19-12-2005 DJZ2005218222 01-01-2006
Artikel 1.10 — Artikel 1.10#
Artikel 1.10 1 De minister draagt zorg voor publicatie in de Staatscourant van de referenties van: a. geharmoniseerde normen, voorzover die niet overeenkomstig de daarvoor krachtens de richtlijn bouwproducten geldende procedure in Nederlandse normen zijn getransponeerd; b. Nederlandse normen waarin de op die normen betrekking hebbende geharmoniseerde normen zijn getransponeerd; c. goedkeuringsrichtlijnen voor Europese technische goedkeuringen als bedoeld in artikel 11, derde lid, van de richtlijn bouwproducten; d. overeenkomstig artikel 4, derde lid, en artikel 5, tweede lid, van de richtlijn bouwproducten aan Nederland gezonden nationale technische specificaties. 2 De publicatie geschiedt: a. voor de in het eerste lid, onder a, b en d, bedoelde referenties: zo spoedig mogelijk na publicatie door de Europese Commissie van de referenties van de geharmoniseerde normen en nationale technische specificaties in het Publicatieblad van de Europese gemeenschappen; b. voor de in het eerste lid, onder c, bedoelde referenties: binnen een redelijke termijn nadat de Europese Commissie de desbetreffende definitieve goedkeuringsrichtlijnen aan de lidstaten heeft bekendgemaakt. 2002 241 13-12-2002 22-11-2002 MJZ2002085861 2002 241 13-12-2002 22-11-2002 MJZ2002085861 01-01-2003
Artikel 1.11 — Artikel 1.11#
Artikel 1.11 1 artikel 1.10, eerste lid, onder a, b of d Een bouwproduct dat in overeenstemming is met een geharmoniseerde of Nederlandse norm of een nationale technische specificatie, als bedoeld in, is met ingang van de datum, die daartoe is aangegeven in het Publicatieblad van de Europese gemeenschappen, overeenkomstig de daarop betrekking hebbende voorschriften van de richtlijn bouwproducten voorzien van de CE-markering en de daarbij behorende opschriften die op dat product betrekking hebben. 2 artikel 1.10, tweede lid, onder a De fabrikant van een bouwproduct of zijn in een lidstaat gevestigde gemachtigde is bevoegd na een publicatie, als bedoeld in, de CE-markering en de daarbij behorende opschriften die op dat product betrekking hebben, overeenkomstig de daarop betrekking hebbende voorschriften van de richtlijn bouwproducten aan te brengen op een bouwproduct, op een aan het product bevestigd label, op de verpakking ervan of op een begeleidend handelsdocument, indien het product: a. in overeenstemming is met op dat product betrekking hebbende Nederlandse normen waarin de daarop betrekking hebbende geharmoniseerde normen zijn getransponeerd, b. in overeenstemming is met een op dat product betrekking hebbende nationale technische specificatie of c. anderszins in overeenstemming is met geharmoniseerde normen. 3 artikel 1.10, tweede lid, onder b De fabrikant van een bouwproduct of zijn in een lidstaat gevestigde gemachtigde is bevoegd na een bekendmaking als bedoeld in, de CE-markering en de daarbij behorende opschriften die op dat product betrekking hebben, overeenkomstig de daarop betrekking hebbende voorschriften van de richtlijn bouwproducten aan te brengen op een bouwproduct, op een aan het product bevestigd label, op de verpakking ervan of op een begeleidend handelsdocument, indien het product in overeenstemming is met een voor dat product verleende Europese technische goedkeuring. 4 Indien voor een bouwproduct overeenkomstig hoofdstuk V van de richtlijn bouwproducten een conformiteitsverklaring dan wel een conformiteitscertificaat is afgegeven wordt dat product geacht in overeenstemming te zijn met: a. artikel 1.10, eerste lid, onder a of b een norm als bedoeld in; b. artikel 1.10, eerste lid, onder c een technische goedkeuring als bedoeld in; c. een technische goedkeuring als bedoeld in artikel 9, tweede lid, van de richtlijn bouwproducten, of; d. artikel 1.10, eerste lid, onder d een technische specificatie als bedoeld in. 2005 163 24-08-2005 11-07-2005 DJZ2005163532 2005 163 24-08-2005 11-07-2005 DJZ2005163532 01-09-2005
Artikel 1.12 — Artikel 1.12#
Artikel 1.12 1 De minister wijst certificatie- en inspectie-instellingen en testlaboratoria aan, die de taken, bedoeld in artikel 16 onderscheidenlijk artikel 18 van de richtlijn bouwproducten, uitvoeren. 2 De minister kan aan een aanwijzing voorschriften verbinden. 3 De minister kan maximum tarieven vaststellen voor de taken, die de op grond van het eerste lid aangewezen instellingen ter uitvoering van de artikelen 16 en 18 van de richtlijn verrichten. 4 artikel 1.13, tweede en derde lid De minister kan de aanwijzing intrekken, indien de desbetreffende instelling de aan de aanwijzing verbonden voorschriften als bedoeld in het tweede lid niet naleeft, en indien hij van oordeel is dat de desbetreffende instelling niet meer voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in. 2002 241 13-12-2002 22-11-2002 MJZ2002085861 2002 241 13-12-2002 22-11-2002 MJZ2002085861 01-01-2003
Artikel 1.13 — Artikel 1.13#
Artikel 1.13 1 artikel 1.12, eerste lid Een instelling als bedoeld in, wordt door de minister aangewezen, indien zij: a. rechtspersoonlijkheid bezit, b. een vestiging in Nederland heeft, c. beschikt over bekwaam personeel, d. beschikt over doeltreffende voorzieningen, e. onpartijdig is, f. beschikt over een kwaliteitssysteem dat op schrift is gesteld, g. zorgvuldig is, h. verzekerd is voor beroepsaansprakelijkheid, en i. geen nevenactiviteiten verricht die het vertrouwen in de instelling kunnen schaden. 2 bijlage II Of een instelling aan de in het eerste lid, onder c, d, e, f en g, genoemde eisen voldoet, wordt beoordeeld volgens de voorwaarden die zijn opgenomen inbij deze regeling. 3 bijlage III Uitbesteding van werkzaamheden in het kader van artikel 16 of 18 van de richtlijn is toegestaan, indien wordt voldaan aan de voorwaarden die zijn opgenomen inbij deze regeling. 2005 163 24-08-2005 11-07-2005 DJZ2005163532 2005 163 24-08-2005 11-07-2005 DJZ2005163532 01-09-2005
Artikel 1.14 — Artikel 1.14#
Artikel 1.14 1 artikel 1.12, eerste lid De op grond van, aangewezen instelling vrijwaart de minister van enige aansprakelijkheid, voortvloeiend uit de taken die zij verricht ter uitvoering van artikel 16 of 18 van de richtlijn bouwproducten. 2 artikel 1.12, eerste lid Een op grond van, aangewezen instelling verstrekt desgevraagd aan de minister de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen. 3 artikel 1.12, eerste lid Een op grond van, aangewezen instelling stelt jaarlijks voor 1 juli een verslag op van de werkzaamheden die in het daaraan voorafgaande kalenderjaar ter uitvoering van artikel 16 of artikel 18 van de richtlijn bouwproducten zijn verricht. Het verslag wordt gezonden aan de minister en in afschrift aan de VROM inspectie en algemeen verkrijgbaar gesteld. 2002 241 13-12-2002 22-11-2002 MJZ2002085861 2002 241 13-12-2002 22-11-2002 MJZ2002085861 01-01-2003
Artikel 1.15 — Artikel 1.15#
Artikel 1.15 De minister kan ten aanzien van bouwproducten als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de richtlijn bouwproducten, die niet vallen onder artikel 4, tweede lid, van die richtlijn, toestemming verlenen voor het in de handel brengen daarvan. 2002 241 13-12-2002 22-11-2002 MJZ2002085861 2002 241 13-12-2002 22-11-2002 MJZ2002085861 01-01-2003
Artikel 1.16 — Artikel 1.16#
Artikel 1.16 1 artikel 1.12, eerste lid De minister maakt eenmaal per kalenderjaar in de Staatscourant een overzicht bekend van de in, genoemde instellingen. 2 artikel 1.15 De minister draagt zorg voor de opstelling en bekendmaking van een overzicht, alsmede van wijzigingen van dat overzicht van bouwproducten als bedoeld in. Dit overzicht bevat tevens bouwproducten als bedoeld in artikel 4, vijfde lid, van de richtlijn bouwproducten. 2005 163 24-08-2005 11-07-2005 DJZ2005163532 2005 163 24-08-2005 11-07-2005 DJZ2005163532 01-09-2006 Treedt in werking met ingang van de eerste dag van de tweede kalendermaand na de dagtekening van de Staatscourant waarin een overeenkomst tussen de minister en de bij de herziening van het stelsel van de erkende kwaliteitsverklaringen, bedoeld in de artikelen 1.16, derde lid, 1.18 en 1.19, betrokken partijen bekend wordt gemaakt.
Artikel 1.17 — Artikel 1.17#
Artikel 1.17 artikel 1, eerste lid, onderdeel i, van de Woningwet Een instelling die overeenkomstig artikel 16 van de richtlijn bouwproducten door de lidstaat van oorsprong is erkend met het oog op het afgeven van kwaliteitsverklaringen voor andere lidstaten, wordt gelijkgesteld met een door de minister aangewezen onafhankelijk deskundig instituut als bedoeld in. 2010 7184 18-05-2010 12-05-2010 BJZ2010011775 2010 231 22-06-2010 10-06-2010 01-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 2.1 van de
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in werking
treedt.
Artikel 1.18 — Artikel 1.18#
Artikel 1.18 1 artikel 1, eerste lid, onderdeel i, van de Woningwet Kwaliteitsverklaringen als bedoeld in, worden afgegeven op basis van een door de minister erkend stelsel van kwaliteitsverklaringen voor de bouw. 2 De voorwaarden waaronder kwaliteitsverklaringen binnen het stelsel, bedoeld in het eerste lid, worden afgegeven, worden vastgelegd in een overeenkomst tussen de bij het stelsel betrokken partijen. De minister maakt deze overeenkomst in de Staatscourant bekend. 2010 7184 18-05-2010 12-05-2010 BJZ2010011775 2010 231 22-06-2010 10-06-2010 01-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 2.1 van de
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in werking
treedt.
Artikel 1.19 — Artikel 1.19#
Artikel 1.19 artikel 1.18 dat artikel De minister wijst een instelling aan die het inbedoelde stelsel coördineert en zorgdraagt voor de bekendmaking van de inbedoelde kwaliteitsverklaringen. 2005 163 24-08-2005 11-07-2005 DJZ2005163532 2005 163 24-08-2005 11-07-2005 DJZ2005163532 01-09-2006 Treedt in werking met ingang van de eerste dag van de tweede kalendermaand na de dagtekening van de Staatscourant waarin een overeenkomst tussen de minister en de bij de herziening van het stelsel van de erkende kwaliteitsverklaringen, bedoeld in de artikelen 1.16, derde lid, 1.18 en 1.19, betrokken partijen bekend wordt gemaakt.
Artikel 2.1 — Artikel 2.1#
Artikel 2.1 Vervallen 2009 91 19-05-2009 29-04-2009 BJZ2009030903 2009 91 19-05-2009 29-04-2009 BJZ2009030903 21-05-2009
Artikel 2.2 — Artikel 2.2#
Artikel 2.2 De getalswaarde van de stijging van de concentratie van formaldehyde in de binnenlucht van een verblijfsgebied ten opzichte van de concentratie van formaldehyde in de buitenlucht, uitgedrukt in μg/m³, mag, voorzover deze concentratie afkomstig is uit een of meer constructie-onderdelen die dat verblijfsgebied begrenzen, dan wel uit een of meer in dat verblijfsgebied gelegen constructie-onderdelen, niet groter zijn dan: -6 4 -3 -3 2 + 3,17 • 10• t• R + 0,86 • 10• A • t • R + 1,5 • 10• R² waarin: t is de getalswaarde van de luchttemperatuur in het te meten gebied onderscheidenlijk de te meten woonwagen, uitgedrukt in °C; R is de getalswaarde van de relatieve luchtvochtigheid in het te meten gebied onderscheidenlijk de te meten woonwagen, uitgedrukt in %; en A is de getalswaarde, uitgedrukt in m², van de verticale doorsnede van: a. de constructie-onderdelen, geen bouwconstructie zijnde, gelegen in het verblijfsgebied; onderscheidenlijk b. de constructie-onderdelen, gelegen in de woonwagen, zij het dat geen grotere waarde mag zijn aangehouden dan 20. 2002 241 13-12-2002 22-11-2002 MJZ2002085861 2002 241 13-12-2002 22-11-2002 MJZ2002085861 01-01-2003
Artikel 2.3 — Artikel 2.3#
Artikel 2.3 1 De toename van de concentratie van formaldehyde in de binnenlucht moet zijn bepaald aan de hand van de concentraties van formaldehyde, bepaald door onderzoek van een monster van de binnenlucht en de buitenlucht. 2 In het te meten verblijfsgebied moet gedurende ten minste drie aaneengesloten uren, voorafgaand aan de bepaling, de luchttemperatuur, de relatieve luchtvochtigheid, alsmede de met behulp van een ventilator en een deur- of raamschot tot stand gebrachte toevoer van verse lucht en afvoer van binnenlucht constant zijn gehouden, met: a. een variatie in de luchttemperatuur van ten hoogste 0,5°C; b. een variatie in de relatieve luchtvochtigheid van ten hoogste 5%; en c. een variatie in de toevoer van verse lucht en afvoer van binnenlucht van ten hoogste 10%. 3 De concentratie van formaldehyde in het te meten verblijfsgebied moet worden bepaald bij: a. een luchttemperatuur in het verblijfsgebied tussen 18 °C en 25 °C; b. een relatieve luchtvochtigheid in het verblijfsgebied tussen 25% en 75%, en c. -3 -3 een toevoer van verse lucht in en een afvoer van binnenlucht uit het verblijfsgebied met een capaciteit van 0,15 • 10m³/s per m² vloeroppervlakte van het te meten verblijfsgebied met een afwijking van ten hoogste 0,01 • 10m³/s per m² vloeroppervlakte. 4 Gedurende de drie uren bedoeld in het tweede lid, alsmede gedurende de bepaling, bedoeld in het derde lid, moeten de aanwezige voorzieningen voor de toevoer van verse lucht en afvoer van binnenlucht, alsmede de beweegbare constructie-onderdelen in de scheidingsconstructie die het verblijfsgebied begrenzen, zijn gesloten en moeten de beweegbare constructie-onderdelen binnen het verblijfsgebied onderscheidenlijk de woonwagen zijn geopend. 5 Gedurende de drie aaneengesloten uren, voorafgaande aan de bepaling, bedoeld in het tweede lid, alsmede gedurende de bepaling, bedoeld in het derde lid, mogen zich geen personen in het te meten verblijfsgebied bevinden. 2002 241 13-12-2002 22-11-2002 MJZ2002085861 2002 241 13-12-2002 22-11-2002 MJZ2002085861 01-01-2003
Artikel 2.4 — Artikel 2.4#
Artikel 2.4 1 artikel 2.3 De toevoer van verse lucht en afvoer van binnenlucht, bedoeld in, moet tot stand zijn gebracht door middel van: a. -3 een ventilator met een capaciteit van ten minste 0,15 • 10m³/s per m² vloeroppervlakte van het te meten verblijfsgebied, en b. een deur- of raamschot, waardoor lucht van buiten naar binnen wordt gevoerd. 2 artikel 2.3 De omstandigheden, bedoeld in, moeten zijn bepaald met behulp van: a. een, in combinatie met bijbehorende registratie-apparatuur, geijkte luchttemperatuurmeter met een meetgebied tussen 15 °C en 30 °C en met een meetonnauwkeurigheid van ten hoogste 0,5 °C van de meetwaarde; b. een, in combinatie met bijbehorende registratie-apparatuur, geijkte luchtvochtigheidsmeter met een meetgebied tussen 15% en 90% en met een meetonnauwkeurigheid van ten hoogste 5% van de meetwaarde, en c. een, in combinatie met bijbehorende registratie-apparatuur, geijkte luchtvolumestroommeter die een meetgebied heeft dat is afgestemd op de te meten voorziening, en met een meetonnauwkeurigheid van ten hoogste 10% van de meetwaarde. 2002 241 13-12-2002 22-11-2002 MJZ2002085861 2002 241 13-12-2002 22-11-2002 MJZ2002085861 01-01-2003
Artikel 2.5 — Artikel 2.5#
Artikel 2.5 1 artikel 3.107 van het besluit 3 In een te bouwen bouwwerk is, gelet op, de getalwaarde van het verschil tussen de concentratie van asbestvezels in de buitenlucht en de concentratie van asbestvezels in de binnenlucht van een voor mensen toegankelijke ruimte, voorzover deze concentratie afkomstig is uit een of meer constructie-onderdelen die die ruimte begrenzen dan wel uit een of meer in die ruimte aanwezige constructie-onderdelen, niet groter dan 1.000 ve/m. 2 artikel 3.109b van het besluit 3 In een bestaand bouwwerk is, gelet op, de getalwaarde van het verschil tussen de concentratie van asbestvezels in de buitenlucht en de concentratie van asbestvezels in de binnenlucht van een voor mensen toegankelijke ruimte, voorzover deze concentratie afkomstig is uit een of meer constructie-onderdelen die die ruimte begrenzen dan wel uit een of meer in die ruimte aanwezige constructie-onderdelen, niet groter dan 100.000 ve/m. 2005 163 24-08-2005 11-07-2005 DJZ2005163532 2005 163 24-08-2005 11-07-2005 DJZ2005163532 01-09-2005
Artikel 3.1 — Artikel 3.1#
Artikel 3.1 Een ruimte waardoor een rookvrije vluchtroute voert heeft afhankelijk van de oppervlakte van de daarop aangewezen ruimten en van de bezettingsgraadklasse van die ruimten een zodanige opvang- en doorstroomcapaciteit dat in geval van brand snel en veilig kan worden gevlucht. Daarbij kan rekening worden gehouden met gefaseerde ontruiming. 2002 241 13-12-2002 22-11-2002 MJZ2002085861 2002 241 13-12-2002 22-11-2002 MJZ2002085861 01-01-2003
Artikel 4.1 — Artikel 4.1 NEN 1010#
Artikel 4.1 NEN 1010 Bij de toepassing van NEN 1010 geldt het volgende: a. De volgende onderdelen blijven buiten toepassing: – 132.2.5: speciale aansluitvoorwaarden van de netbeheerder; – 134.1.1: vakmanschap bij uitvoering van elektrische installatiewerkzaamheden; – 134.2: eerste inspectie; – 313.2: aanwezigheid van installaties voor veiligheidsdoeleinden; – 340.1: raadplegen toekomstige gebruiker; – 412.2.1.1: toegepast elektrisch materieel; – 422.3.5: leidingen die niet geheel zijn ondergebracht in niet-brandbaar materiaal; – 422.3.7: eisen aan verwarmings- en ventilatiesystemen; – 422.3.8: eisen aan motoren; – 422.3.9: eisen aan verlichtingsarmaturen; – 422.3.17: eisen aan verwarmingstoestellen; – 422.3.18: eisen aan verwarmingstoestellen; – 422.3.19: eisen aan verwarmingstoestellen; – 424.1.1: eisen aan verwarmings- en ventilatiesystemen; – 424.1.2: eisen aan verwarmingselementen; – 424.2: eisen aan toestellen; – 511.2: speciale overeenkomst tussen degene die de installatie specificeert en de installateur: – 514.5.1: aanwezigheid van schema’s en tekeningen; – 527: keuze en installatie van maatregelen ter beperking van brandverspreiding; – 529.1: kennis en ervaring van het personeel; – 551: laagspanningsopwekeenheden; – 56.5.1: elektrische voedingsbronnen voor veiligheidsvoorzieningen; – 56.6.2: veiligheidsvoorzieningen, anders dan een brandweerlift; – 56.6.3: veiligheidsvoorzieningen, anders dan een brandweerlift; – 56.6.4: veiligheidsvoorzieningen, anders dan een brandweerlift; – 56.6.6: veiligheidsvoorzieningen, anders dan een brandweerlift; – 56.6.7: veiligheidsvoorzieningen, anders dan een brandweerlift; – 56.6.8: veiligheidsvoorzieningen, anders dan een brandweerlift; – 56.6.9: veiligheidsvoorzieningen, anders dan een brandweerlift; – 56.7.3: verwijzing naar Bouwbesluit 2003; – deel 6: inspectie; – 704: elektrische installaties op bouw- en sloopterreinen; – 705: elektrische installaties op bedrijfsterreinen voor landbouw, tuinbouw en vee teelt; – 708: elektrische installaties op campings en vergelijkbare terreinen; – 709: elektrische installaties in jachthavens en op vergelijkbare terreinen; – 710.514.5: schema’s, documentatie en bedieningsinstructies; – 710.56.5.3: gedetailleerde eisen voor veiligheidsdoeleinden; – 710.56.7: stroomketens voor noodverlichting; – 710.56.8: overige voorzieningen; – 710.6: inspectie van elektrische installaties in medisch gebruikte ruimten; – 711.6: inspectie elektrische installaties van tentoonstellingen, shows en stands; – 713: elektrische installaties in meubilair; – 717: elektrische installaties voor verrijdbare of verplaatsbare eenheden; – 718.55.3: noodverlichting in bijeenkomst-, sport- en stationsgebouwen; – 718.56.7.7: veiligheidsvoorzieningen voor de voeding van noodverlichting; – 718.56.7.9: verlichting aanduiding uitgang; – 721: elektrische installaties in toercaravans en campers; – 722.55.2: verplaatsbare voedingsbronnen; – 724.55.2: verplaatsbare toestellen; – 725.56.7: stroomketens voor noodverlichting; – 740: tijdelijke elektrische installaties voor constructies, toestellen en kramen op kermissen, in atractieparken en circussen; – 753: systemen voor vloer- en plafondverwarming; – 754.55: overig materieel; – 761: kabels in de grond; – 763: grond- wegdek- en vloerverwarming anders dan voor ruimteverwarming; – 773: voeding van neoninstallaties en neontoestellen; – 781: lasinstallaties – lascabines; – 783: brandpreventieve en repressieve installaties, anders dan een brandweerlift. b. In onderdeel 710.55.6.1 wordt na punt b. een punt toegevoegd, luidende: c. beveiligd door aardlekschakelaars met een nominale aanspreekstroom van ten hoogste 10 mA type B. c. In onderdeel 714.1.1 is de bepaling dat rubriek 714 niet geldt voor openbare verlichting als bedoeld onder 1) van dat onderdeel, niet van toepassing. 2011 2999 22-02-2011 07-02-2011 BJZ2011036072 2011 2999 22-02-2011 07-02-2011 BJZ2011036072 01-04-2011
Artikel 4.1a — Artikel 4.1a NEN 1087#
Artikel 4.1a NEN 1087 artikel 3.81, eerste en tweede lid, van het besluit Waar inwordt verwezen naar NEN 1087 is bedoeld onderdeel 5.1 en onderdeel 5.3 van die norm. 2005 163 24-08-2005 11-07-2005 DJZ2005163532 2005 163 24-08-2005 11-07-2005 DJZ2005163532 01-09-2005 Voorheen art. 4.1.
Artikel 4.2 — Artikel 4.2 NEN 1594#
Artikel 4.2 NEN 1594 artikel 2.193, eerste lid, van het besluit Waar inwordt verwezen naar NEN 1594 is bedoeld onderdeel 4.2 van die norm. 2002 241 13-12-2002 22-11-2002 MJZ2002085861 2002 241 13-12-2002 22-11-2002 MJZ2002085861 01-01-2003
Artikel 4.3 — Artikel 4.3 NEN 2057#
Artikel 4.3 NEN 2057 Bij de toepassing van NEN 2057 geldt het volgende: Onderdeel 6.1 wordt gelezen als: Projecteer de delen van de daglichtopening loodrecht op het projectievlak. 2002 241 13-12-2002 22-11-2002 MJZ2002085861 2002 241 13-12-2002 22-11-2002 MJZ2002085861 01-01-2003
Artikel 4.3a — Artikel 4.3a NEN 2555#
Artikel 4.3a NEN 2555 Vervallen 2009 91 19-05-2009 29-04-2009 BJZ2009030903 2009 91 19-05-2009 29-04-2009 BJZ2009030903 21-05-2009
Artikel 4.4 — Artikel 4.4 NEN 2916#
Artikel 4.4 NEN 2916 Bij de toepassing van NEN 2916 geldt het volgende: a. C i EPC; voor de in onderdeel 5.2.2 opgenomen formule gelden de volgende waarden voor de correctiefactor: Gebruiksfunctie Correctie- factor 1°. bijeenkomstfunctie 1,17 2°. celfunctie 1,06 3°. Gezondheidszorgfunctie a. voor aan bed gebonden patiënten 0,87 b. andere 1,11 4°. kantoorfunctie 0,96 5°. logiesfunctie 1,00 6°. onderwijsfunctie 1,19 7°. sportfunctie 0,99 8°. winkelfunctie 1,10 b. Y Y V verlies voor de in onderdeel 5.2.2 opgenomen formule gelden voor de correctiefactorenende volgende waarden: Y V -= 1,25 Y verlies -= 1,2 c. Y koel voor de in onderdeel 5.2.4 opgenomen formule geldt:= 3 2005 249 22-12-2005 19-12-2005 DJZ2005218222 2005 249 22-12-2005 19-12-2005 DJZ2005218222 01-01-2006
Artikel 4.5 — Artikel 4.5 NEN 5077#
Artikel 4.5 NEN 5077 artikelen 3.1 tot en met 3.5 van het besluit artikelen 4.6 tot en met 4.11 Bij toepassing van NEN 5077 in deworden dein acht genomen. 2005 163 24-08-2005 11-07-2005 DJZ2005163532 2005 163 24-08-2005 11-07-2005 DJZ2005163532 01-09-2005
Artikel 4.6 — Artikel 4.6#
Artikel 4.6 1 artikel 3.4, derde en vierde lid, van het besluit artikel 4.7 artikel 4.8 De bepaling van de karakteristieke geluidwering van een scheidingsconstructie als bedoeld in, vindt plaats door middel van metingen volgens NEN 5077 met in achtneming van, dan wel door middel van berekeningen als bedoeld in. 2 artikel 3.3, derde tot en met vijfde lid, van het besluit artikel 3.4, vierde lid, van het besluit artikel 4.11 De karakteristieke geluidwering van een scheidingsconstructie als bedoeld in, en de karakteristieke geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie, bedoeld in, wordt bepaald op grond van de geluidwering zoals aangegeven in. 2002 241 13-12-2002 22-11-2002 MJZ2002085861 2002 241 13-12-2002 22-11-2002 MJZ2002085861 01-01-2003
Artikel 4.7 — Artikel 4.7#
Artikel 4.7 1 artikelen 3.3, eerste, vierde en vijfde lid 3.4, derde lid, van het besluit C k L; artikel 4.9, eerste, tweede en derde lid Bij de meting van de karakteristieke geluidwering van een scheidingsconstructie als bedoeld in de, en, wordt een herleidingstermvoor de variatiein geluidbelasting toegepast, zoals aangegeven in. 2 artikel 3.3, derde, vierde en vijfde lid artikel 3.4, vierde lid, van het besluit C k i L; artikel 4.9, vierde en vijfde lid artikel 4.10 Bij de meting van de karakteristieke geluidwering van een scheidingsconstructie als bedoeld in, van het besluit en de karakteristieke geluidwering van een scheidingsconstructie als bedoeld in, worden een herleidingstermvoor de variatie in geluidbelasting toegepast zoals aangegeven in, en herleidingswaarden Cvoor het geluidspectrum, zoals aangegeven in. 2002 241 13-12-2002 22-11-2002 MJZ2002085861 2002 241 13-12-2002 22-11-2002 MJZ2002085861 01-01-2003
Artikel 4.8 — Artikel 4.8#
Artikel 4.8 1 artikel 3.4, derde lid, van het besluit Bij de berekening van de karakteristieke geluidwering van een scheidingsconstructie als bedoeld inworden herleidingswaarden voor het geluidspectrum toegepast overeenkomstig tabel 6 van NEN 5077. 2 artikel 3.4, derde lid, van het besluit C k L; artikel 4.9, eerste, derde en vierde lid Bij de berekening van de karakteristieke geluidwering van een scheidingsconstructie als bedoeld in, wordt een herleidingstermvoor de variatie in geluidbelasting toegepast, zoals aangegeven in. 3 artikel 3.4, vierde lid, van het besluit C k i L; artikel 4.9 Bij de berekening van de karakteristieke geluidwering van een scheidingsconstructie als bedoeld in, worden een herleidingstermvoor de variatie in geluidbelasting gehanteerd, zoals aangegeven inen herleidingswaarden Cvoor het geluidspectrum, zoals aangegeven in artikel 4.10. 4 Berekeningen van de geluidwering vinden plaats voor de octaafbanden met de middenfrequenties 125 Hz, 250 Hz, 500 Hz, 1000 Hz en 2000 Hz. 5 A i i 2m;nT; De geluidwering (G) wordt berekend uit het genormeerd geluiddrukniveauverschil van de gevel (D) in octaafbanden met de herleidingswaarden Cvolgens de formule: C i Hierbij worden de herleidingswaardenbepaald op grond van het eerste of derde lid. 6 2m;nT; 2m;nT; L; i i k k k Het genormeerd geluiddrukniveauverschil van de gevel (D) wordt bepaald uit het genormeerd geluiddrukniveauverschil (D;) per constructie-onderdeel en de herleidingsterm voor de variatie in geluidbelasting (C) voor het betreffende constructie-onderdeelvolgens de formule: C k L; waarinvolgt uit het bepaalde in het tweede of derde lid. 7 2m;nT; fs i k k L Het genormeerd geluiddrukniveauverschil (D;) wordt per constructie-onderdeelberekend volgens NEN-EN 12354-3, waarbij de invulling van de rekenmethode die in de annexes B en D van die norm wordt gegeven als een integraal onderdeel van de methode wordt beschouwd en ∆= 0 dB wordt gesteld. 8 R D ne Ten aanzien van de te hanteren invoergegevens voor de berekeningen zijn de aanwijzingen in NEN-EN 12354-3 annex B van toepassing. Als invoergegeven voor elementen waarvan de akoestische prestatie is gebaseerd op laboratoriummetingen, zoals de luchtgeluidisolatievan bouwelementen en het genormeerd geluidniveauverschilvan ventilatievoorzieningen, wordt het meetresultaat met 2 dB verminderd. 9 artikelen 3.3, eerste, vierde en vijfde lid 3.4, derde lid, van het besluit De karakteristieke geluidwering van een scheidingsconstructie in relatie tot de, enwordt bepaald uit de geluidwering van de scheidingsconstructie volgens onderdeel 5.3.6 van NEN 5077. 2002 241 13-12-2002 22-11-2002 MJZ2002085861 2002 241 13-12-2002 22-11-2002 MJZ2002085861 01-01-2003
Artikel 4.9 — Artikel 4.9#
Artikel 4.9 1 C k L; artikel 4.8, zesde lid Indien bij twee of meer geluidbelaste constructie-onderdelen van de uitwendige scheidingsconstructie deze onderdelen niet gelijktijdig door een vliegtuig direct aangestraald kunnen worden, worden voor de herleidingstermals bedoeld in NEN 5077, onderdeel 5.3.4, en in, de volgende waarden gehanteerd: a. C k k L; = 0 dB voor de constructie-onderdelenwaarvoor de hoek tussen de verbindingslijn geluidsbron en het onderdeel en de normaal op het onderdeel niet groter is dan 70°; b. C k k L; = 3 dB voor de constructie-onderdelenwaarvoor de hoek tussen de verbindingslijn geluidsbron en het onderdeel en de normaal op het onderdeel groter is dan 70° en niet groter dan 90°, en c. C k k L; = 8 dB voor de constructie-onderdelenwaarvoor de hoek tussen de verbindingslijn geluidsbron en het onderdeel en de normaal op het onderdeel groter is dan 90°. 2 G A De geluidweringvan de uitwendige scheidingsconstructie is de laagste van de bepaalde geluidweringen bij mogelijke combinaties van direct en niet direct aangestraalde onderdelen van de uitwendige scheidingsconstructie. 3 k C k L; Voor het constructie-onderdeelvan de uitwendige scheidingsconstructie dat het verst van het gemiddelde grondpad is verwijderd, wordt= 8 dB gehanteerd, indien de hoek tussen het onderdeel van de uitwendige scheidingsconstructie en het gemiddelde grondpad kleiner is dan 30°. 4 φαβm L; φαβm φαβm C k α β α k β In verband met de hoekafhankelijkheid van de geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructiewordt een herleidingstermtoegepast als bedoeld in NEN 5077, onderdeel 5.3.4.is afhankelijk van de momentane vliegtuigpositie die wordt beschreven door de hoekenen. De horizontale hoekis gedefinieerd als de hoek tussen de normaal op het constructie-onderdeelvan de uitwendige scheidingsconstructie en de verbindingslijn tussen het middelpunt van het constructie-onderdeel van de uitwendige scheidingsconstructie in het referentievlak en de projectie van de vliegtuigpositie op het referentievlak. De verticale hoekis gedefinieerd als de hoek tussen de verbindingslijn tussen het middelpunt van het constructie-onderdeel van de uitwendige scheidingsconstructie in het referentievlak en de vliegtuigpositie en de verbindingslijn tussen het middelpunt van het constructie-onderdeel van de uitwendige scheidingsconstructie in het referentievlak en de projectie van de vliegtuigpositie op het referentievlak.wordt op grond van metingen of berekeningen per luchtvaartterrein vastgesteld. 5 C k k L; De herleidingstermbedoeld in het vierde lid, wordt per constructie-onderdeelvan de uitwendige scheidingsconstructie per procedure m bepaald uit: C L L L Aeq Aeq (1) (2) =- waarbij : L L m Aeq Aeq (1) artikel 4.11, tweede lid = degeluidsbelasting in dB(A), als bedoeld in, voor procedure; L L φ m k Aeq Aeq αβm (2) Regeling berekening nachtelijke geluidsbelasting = degeluidsbelasting in dB(A), berekend overeenkomstig de, met mede-integratie van de hoekafhankelijke geluidwering, voor procedureen constructie-onderdeel. 2002 241 13-12-2002 22-11-2002 MJZ2002085861 2002 241 13-12-2002 22-11-2002 MJZ2002085861 01-01-2003
Artikel 4.10 — Artikel 4.10#
Artikel 4.10 C i Bij de bepaling van de geluidwering ten gevolge van nachtelijk vliegverkeer wordt onderscheid gemaakt in de geluidwering voor startend en landend vliegverkeer. Hierbij wordt uitgegaan van de herleidingswaardenvolgens het spectrum voor startend en landend vliegverkeer, zoals opgenomen in tabel 4.1. Tabel 4.1 - Herleidingswaarden i C () voor specifiek soorten buitengeluid C i in dB voor octaafband met middenfrequentie in Hz 125 i =1 250 i =2 500 i =3 1000 i =4 2000 i =5 Luchtverkeer op Schiphol, starten -15,3 -7,6 -6,8 -4,4 -6,5 Luchtverkeer op Schiphol, landen -18,8 -11,9 -7,1 -5,9 -3,2 Luchtverkeer op Maastricht, starten -12,6 -6,0 -5,7 -4,8 -10,8 Luchtverkeer op Maastricht, landen -17,2 -10,5 -6,9 -6,1 -3,6 2002 241 13-12-2002 22-11-2002 MJZ2002085861 2002 241 13-12-2002 22-11-2002 MJZ2002085861 01-01-2003
Artikel 4.11 — Artikel 4.11#
Artikel 4.11 1 G A De geluidweringvan de uitwendige scheidingsconstructie bij nachtelijk vliegverkeer wordt als volgt berekend: L L L Aeq;buiten;starten/10 Aeq;buiten;landen/10 Aeq;binnen = {10 log {10+ 10} - L L Aeq Aeq;binnen Hierbij wordt degeluidsbelasting in dB(A) binnen een ruimte (), als volgt berekend: L L L Aeq;binnen Aeq;binnen;starten/10 Aeq;binnen;landen/10 = 10 log {10+ 10} L L G Aeq;binnen;starten Aeq;buiten,starten A;starten =- L L G Aeq;binnen;landen Aeq;buiten;landen A;landen =- waarin: L L Aeq;binnen;starten Aeq = degeluidsbelasting in dB(A) binnen een ruimte ten gevolge van startend vliegverkeer; L L Aeq;buiten;starten Aeq = degeluidsbelasting in dB(A) buiten de woonfunctie of de gezondheidszorgfunctie ten gevolge van startend vliegverkeer als bedoeld in het tweede lid; G A;starten = de geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie in dB(A) bij startend vliegverkeer; L L Aeq;binnen;landen Aeq = degeluidsbelasting in dB(A) binnen een ruimte ten gevolge van landend vliegverkeer; L L Aeq;buiten;landen Aeq = degeluidsbelasting in dB(A) buiten de woonfunctie of de gezondheidszorgfunctie ten gevolge van landend vliegverkeer als bedoeld in het tweede lid; G A;landen = de geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie in dB(A) bij landend vliegverkeer 2 L L Aeq gevel;m' Degeluidsbelasting in dB(A) buiten de woonfunctie of de gezondheidszorgfunctie voor startend en landend vliegverkeer wordt berekend overeenkomstig de Regeling berekening nachtelijke geluidsbelasting, waarbij de geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie onderscheiden naar startend en landend vliegverkeer,, gelijk wordt gesteld aan 0 dB(A). 2002 241 13-12-2002 22-11-2002 MJZ2002085861 2002 241 13-12-2002 22-11-2002 MJZ2002085861 01-01-2003
Artikel 4.12 — Artikel 4.12 NEN 5078#
Artikel 4.12 NEN 5078 artikel 3.16 van het besluit Waar inwordt verwezen naar NEN 5078, is bedoeld: NEN-EN 12354-6. 2005 163 24-08-2005 11-07-2005 DJZ2005163532 2005 163 24-08-2005 11-07-2005 DJZ2005163532 01-09-2005
Artikel 4.13 — Artikel 4.13 NEN 5128#
Artikel 4.13 NEN 5128 C EPC Bij toepassing van de norm geldt, dat de in onderdeel 5.2.1 van die norm bedoelde waarde voor de correctie ten opzichte van de vorige norm,1,12 is. 2005 249 22-12-2005 19-12-2005 DJZ2005218222 2005 249 22-12-2005 19-12-2005 DJZ2005218222 01-01-2006
Artikel 4.14 — Artikel 4.14 NEN 6090#
Artikel 4.14 NEN 6090 artikel 1.1, tweede lid, van het besluit Waar inwordt verwezen naar NEN 6090, is bedoeld: a. in relatie tot de permanente vuurbelasting onderdeel 3.3.1 van die norm, en b. in relatie tot de vuurbelasting, zijnde de som van de permanente vuurbelasting en de variabele vuurbelasting, onderdeel 3.3 van die norm. 2009 91 19-05-2009 29-04-2009 BJZ2009030903 2009 91 19-05-2009 29-04-2009 BJZ2009030903 21-05-2009
Artikel 4.14a — Artikel 4.14a NEN 6700#
Artikel 4.14a NEN 6700 artikel 2.4a van het besluit Bij verbouw van een bouwwerk geen gebouw zijnde als bedoeld in, geldt het volgende: a. Onderdeel 5.2.2 wordt als volgt gelezen: Als referentieperiode voor de bepaling van zowel de grootte van de belastingen als de sterkte geldt voor veiligheidsklasse 1 en 2 ten minste een referentieperiode van 15 jaar en voor veiligheidsklasse 3 een referentieperiode van 25 jaar. b. Tabel 1, behorende bij onderdeel 5.3.4, wordt als volgt gelezen: Tabel 1 Veiligheidsklassen voor bouwconstructies met betrekking tot bezwijken 2011 2999 22-02-2011 07-02-2011 BJZ2011036072 2011 2999 22-02-2011 07-02-2011 BJZ2011036072 01-04-2011
Artikel 4.15 — Artikel 4.15 NEN 6702#
Artikel 4.15 NEN 6702 1 Bij de toepassing van NEN 6702 geldt het volgende: a. artikel 2.2, tweede lid, van het besluit Waar in, wordt verwezen naar bijzondere belastingscombinaties als bedoeld in NEN 6702, is bedoeld: onderdeel 6.2.2 in verbinding met de onderdelen 9.5 en 9.6 van die norm. b. artikel 2.3, eerste lid, van het besluit Waar in, wordt verwezen naar bijzondere belastingscombinaties als bedoeld in NEN 6702, is bedoeld: onderdeel 6.2.2 in verbinding met de onderdelen 9.3, 9.4 en 9.7 van die norm. c. artikel 2.3, tweede lid, van het besluit Waar in, wordt verwezen naar bijzondere belastingscombinaties als bedoeld in NEN 6702, is bedoeld: onderdeel 6.2.2 in verbinding met onderdeel 9.1 van die norm. d. 2 in de onderdelen 5.1.2 en 5.1.3 wordt de tekst na de eerste gedachtenstreep als volgt gelezen: Het gewicht is minder dan 1 kN of het gewicht per oppervlakte is minder dan 0,15 kN/m. 2 artikel 2.4a van het besluit In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, geldt bij verbouw van een bouwwerk geen gebouw zijnde als bedoeld in, het volgende: a. Tabel 2, behorende bij onderdeel 5.2.1 van deze norm, wordt als volgt gelezen: Tabel 2 Belastingsfactoren uiterste grenstoestand b. Bijzondere belastingen behoeven niet hoger te worden gekozen dan die welke bij het oorspronkelijke ontwerp van het bouwwerk geen gebouw zijnde in de beschouwing zijn betrokken. 2011 2999 22-02-2011 07-02-2011 BJZ2011036072 2011 2999 22-02-2011 07-02-2011 BJZ2011036072 01-04-2011
Artikel 4.16 — Artikel 4.16 NEN-EN 81-72#
Artikel 4.16 NEN-EN 81-72 Bij de toepassing van NEN-EN 81-72 geldt het volgende: a. bij onderdeel 5.1.1 geldt het volgende: Zie bijlage B en bijlage E. De liftschacht van een brandweerlift heeft een volgens NEN 6068 bepaalde weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag naar een verblijfsgebied, een toiletruimte, een badruimte, een meterruimte en een technische ruimte van ten minste 60 minuten. 1. afdeling 2.16 van het besluit ‘een tegen brand beschermde hal’ wordt telkens gelezen als: verkeersruimte, die al dan niet tezamen met de liftschacht een rookcompartiment als bedoeld inis. 2. ‘Zie bijlage B en bijlage E’ wordt gelezen als: b. in onderdeel 5.2.3 geldt voor de vrije doorgang van de toegang van de liftschacht een minimum breedte van 85 cm. c. artikel 4.1 voor de in onderdeel 5.9.1 genoemde primaire en secundaire voorziening voor elektriciteit isvan deze regeling van toepassing. 2005 163 24-08-2005 11-07-2005 DJZ2005163532 2005 163 24-08-2005 11-07-2005 DJZ2005163532 01-09-2005
Artikel 4.17 — Artikel 4.17 NEN 2057#
Artikel 4.17 NEN 2057 Bij de toepassing van NEN 2057 geldt het volgende: Onderdeel 6.1 wordt gelezen als: Projecteer de delen van de daglichtopening loodrecht op het projectievlak. 2002 241 13-12-2002 22-11-2002 MJZ2002085861 2002 241 13-12-2002 22-11-2002 MJZ2002085861 01-01-2003
Artikel 4.18 — Artikel 4.18 NEN 2608#
Artikel 4.18 NEN 2608 artikelen 4.24 4,27 4,29 4.30 Bij de verwijzing in onderdeel 4.3.3 van NEN 2608 naar NEN 6700, NEN 6710, NEN 6760 en NEN 6770, zijn de,,respectievelijkvan toepassing. 2002 241 13-12-2002 22-11-2002 MJZ2002085861 2002 241 13-12-2002 22-11-2002 MJZ2002085861 01-01-2003
Artikel 4.19 — Artikel 4.19 NEN 2757#
Artikel 4.19 NEN 2757 paragraaf 3.14.2 van het besluit Waar inwordt verwezen naar NEN 2757, is bedoeld: NEN 8757. 2005 163 24-08-2005 11-07-2005 DJZ2005163532 2005 163 24-08-2005 11-07-2005 DJZ2005163532 01-09-2005
Artikel 4.20 — Artikel 4.20 NEN 3859#
Artikel 4.20 NEN 3859 Bij de toepassing van NEN 3859 geldt het volgende: a. artikelen 4.27 4.28 4.29 4.30 bij de verwijzing in de onderdelen 5.2.1 en 9.1 van deze norm naar NEN 6710, NEN 6720, NEN 6760 en NEN 6770 zijn de,,respectievelijkvan deze regeling van toepassing; b. in onderdeel 5.2.1 vervalt de zinsnede `- 6.1 van NEN 6740:1991 voor funderingsconstructies;' c. onderdeel 5.2.2 wordt gelezen als volgt: In afwijking van het gestelde in 5.2.1 moet: bij de rekenmethode de rekenwaarden van de belastingen zijn ontleend aan de voorgeschreven fundamentele belastingscombinaties; bij de rekenmethode de rekenwaarden van de materiaalgrootheden zijn ontleend aan hoofdstuk 9; d. onderdeel 5.2.3 wordt gelezen als volgt: In aanvulling op het gestelde in 5.2.1, mogen de hier gegeven bepalingsmethoden slechts zijn toegepast mits daarbij ten minste aan de voorwaarden in de onderdelen 7.4, 11.2 en 11.3 is voldaan; e. artikel 4.24 bij de verwijzing in onderdeel 5.3 van deze norm naar NEN 6700 isvan deze regeling van toepassing; f. de onderdelen 7.1, 7.2, 7.3 en 7.5 blijven buiten beschouwing; g. f;w f in onderdeel 8.1 wordt voor Υen voor Υde waarde 1 aangehouden; h. bij de verwijzing in de onderdelen 8.3, 8.4, 8.5, 8.8.2 en 8.8.3 van deze norm naar NEN 6702 is artikel 4.25 van deze regeling van toepassing; i. p sn;q;k in onderdeel 8.4 is voorde waarde 130 N/m² aangehouden; j. in de onderdelen 8.5.1.a) en 8.5.1.c) wordt de tweede volzin telkens als volgt gelezen: De belasting door installaties die permanent aanwezig kunnen zijn moet bepaald zijn op grond van de werkelijk optredende belastingen.; k. in onderdeel 8.5.2.a) worden de eerste twee volzinnen vervangen door: De geconcentreerde belasting moet bepaald zijn op grond van de werkelijk optredende belasting.; l. onderdeel 8.6.1 wordt gelezen als volgt: Indien een kasconstructie wordt belast door gewassen en de media waarop deze groeien, dan moet met het eigen gewicht van deze gewassen en de media rekening zijn gehouden; m. de onderdelen 8.6.2 en 8.6.3 blijven buiten toepassing; n. tabel 2 van onderdeel 8.8.2 wordt gelezen als volgt: Tabel 2: Extreme waarden van de stuwdrukken door wind eff *) Voor tussenliggende waarden moet lineair zijn geïnterpoleerd. h m w P N/m² 0,5 -2 293 2,5 329 3 359 3,5 386 4 410 5 450 6 484 7 514 8 539 9 562 10 584 >10 Conform NEN 6702 windgebied II, onbebouwd, rekening houdend met de reductiefactor volgens 5.5.2 van die norm o. de onderdelen 11.1, 11.4 en hoofdstuk 12 blijven buiten toepassing. 2002 241 13-12-2002 22-11-2002 MJZ2002085861 2002 241 13-12-2002 22-11-2002 MJZ2002085861 01-01-2003
Artikel 4.21 — Artikel 4.21 NEN 6068#
Artikel 4.21 NEN 6068 Bij de toepassing van NEN 6068 geldt het volgende: in de onderdelen 6.3, 6.4, 7.1.1, 7.2.1 en 7.2.2 blijven de verwijzingen naar de normen NEN 6071, NEN 6072 en NEN 6073, buiten toepassing. 2005 249 22-12-2005 19-12-2005 DJZ2005218222 2005 249 22-12-2005 19-12-2005 DJZ2005218222 01-01-2006
Artikel 4.22 — Artikel 4.22 NEN 6069#
Artikel 4.22 NEN 6069 artikelen 4.24 4.27 4.28 4.29 4.30 4.31 Bij toepassing van NEN 6069 zijn bij de verwijzing in de onderdelen A.A.1.1, A.A.1.2 en A.A.2.1 van deze norm naar NEN 6700, NEN 6710, NEN 6720, NEN 6760, NEN 6770 en NEN 6790 de,,,,respectievelijkvan deze regeling van toepassing. 2005 249 22-12-2005 19-12-2005 DJZ2005218222 2005 249 22-12-2005 19-12-2005 DJZ2005218222 01-01-2006
Artikel 4.23 — Artikel 4.23 NEN 6090#
Artikel 4.23 NEN 6090 artikel 1.1, tweede lid, van het besluit Waar inis verwezen naar NEN 6090, is bedoeld: a. in relatie tot de permanente vuurbelasting onderdeel 3.5 van die norm, en b. in relatie tot de vuurbelasting, zijnde de som van de permanente vuurbelasting en de variabele vuurbelasting, onderdeel 3.1 van die norm. 2002 241 13-12-2002 22-11-2002 MJZ2002085861 2002 241 13-12-2002 22-11-2002 MJZ2002085861 01-01-2003
Artikel 4.24 — Artikel 4.24 NEN 6700#
Artikel 4.24 NEN 6700 1 Bij de toepassing van NEN 6700 geldt het volgende: a. hoofdstuk 3 artikel 4.25 ten aanzien van de verwijzing innaar NEN 6702 isvan deze regeling van toepassing; b. onderdeel 5.2.2 wordt als volgt gelezen: 5.2.2. De referentieperiode voor een bouwconstructie is ten minste een jaar, met dien verstande dat voor de bepaling van de belastingen de referentieperiode voor veiligheidsklassen 2 en 3 ten minste 15 jaar is; c. onderdeel 5.3.3 wordt als volgt gelezen: 5.3.3 Bouwconstructies moeten zodanig zijn ontworpen dat het bezwijken van een onderdeel ten gevolge van brand niet tot onevenredig grote schade leidt; d. tabel 1, behorende bij onderdeel 5.3.4, wordt als volgt gelezen: Tabel 1. Veiligheidsklassen voor bouwconstructies met betrekking tot de gevolgen van bezwijken Veiligheids-klasse Gevolgen van bezwijken ß Betrouwbaarheidsindex Uiterste grenstoestand Kans op levensgevaar Kans op economische schade Indien wind maatgevend Overige belastingen maatgevend 1 Verwaarloos-baar klein Klein 1,3 1,7 2 Klein Groot 2,2 2,2 3 Groot Groot 2,9 2,9 e. in onderdeel 6.1.1 blijft de laatste volzin buiten toepassing; f. onderdeel 6.1.2 blijft buiten toepassing; g. onderdeel 8.3.1 wordt als volgt gelezen: 8.3.1 Bij de beoordeling moet zijn uitgegaan van de feitelijke geometrie van de bouwconstructie; h. onderdeel 8.3.2 blijft buiten toepassing; i. in onderdeel 9.1.2 vervalt het laatste aandachtspunt; j. onderdeel 9.3.1.6 blijft buiten toepassing, en k. onderdeel 9.4 blijft buiten toepassing. 2 artikel 2.4a van het besluit artikel 4.14a Bij verbouw van een bouwwerk geen gebouw zijnde als bedoeld in, isvan toepassing. 2011 2999 22-02-2011 07-02-2011 BJZ2011036072 2011 2999 22-02-2011 07-02-2011 BJZ2011036072 01-04-2011
Artikel 4.25 — Artikel 4.25 NEN 6702#
Artikel 4.25 NEN 6702 1 Bij de toepassing van NEN 6702 geldt het volgende: a. artikel 4.24 ten aanzien van de verwijzingen in de onderdelen 5.1, 6.3.1, 8.3.1.1 en 8.3.1.2 naar NEN 6700 isvan deze regeling van toepassing; b. tabel 1 behorende bij onderdeel 5.1 van die norm wordt als volgt gelezen: a Indien een bouwconstructie ten dienste staat van twee of meer gebruiksfuncties, zoals bijvoorbeeld een funderingsconstructie van een combinatiegebouw, moet die combinatie van veiligheidsklasse en referentieperiode worden beschouwd die leidt tot bouwkundig zwaarste oplossing. b Bij de toepassing van de tabel blijven niet-gemeenschappelijke ruimten van een gebruiksfunctie, gelegen binnen de omhullende van een andere gebruiksfunctie, die bijdraagt aan het functioneren van de beschouwde gebruiksfunctie, buiten beschouwing. a b Aanduiding van de gebruiksfunctie Veiligheidsklasse Referentieperiode Bouwwerken, geen gebouw zijnde, ten behoeve van een primaire nutsvoorziening, of bouwwerken met een primaire maatschappelijke of culturele functie (energie centrale, schouwburg, bruggen, tunnels, e.d.) 3 1 Bijeenkomstfunctie, gezondheidszorgfunctie, onderwijsfunctie, sportfunctie, overige gebruiksfunctie voor het personen vervoer, winkelfunctie, kantoorfunctie, 3 1 Logiesgebouw, woongebouw, cellengebouw, 3 1 Alle gebouwen ten behoeve van een primaire nutsvoorziening, of bouwwerken met een primaire maatschappelijke of culturele functie 3 1 Alle gebouwen met meer dan twee bouwlagen met uitzondering van: niet in woongebouwen gelegen woonfuncties, woonfunctie van een woonwagen, niet in logiesgebouwen gelegen logiesfuncties 3 1 Alle bouwwerken waarin een gedeelte mede is bestemd voor bezoekers 3 1 Niet in een logiesgebouw gelegen logiesfunctie 2 1 Niet in een woongebouw gelegen woonfunctie, niet zijnde de woonfunctie van een woonwagen 2 1 Celfunctie, niet gelegen in een cellengebouw 2 1 Bouwwerken, geen gebouw zijnde 2 1 Woonfunctie van een woonwagen (woonwagen zelf) 2 1 Industriefunctie, met ten hoogste 2 bouwlagen, niet zijnde een lichte industriefunctie 2 1 Lichte industriefunctie 1 1 Overige bouwwerken, geen gebouw zijnde, van geringe betekenis 1 1 c. tabel 2, behorende bij onderdeel 5.2.1 van deze norm, wordt als volgt gelezen: a De fundamentele belastingcombinaties voor ‘alleen permanente belasting’ hoeft voor bestaande bouw niet te worden gecontroleerd, omdat deze impliciet reeds door de overige combinaties worden afgedekt. b De partiële factoren voor bijzondere belastingen hebben in het geval van de beoordeling van bestaande constructies uitsluitend betrekking op brand. Tabel 2. Belastingsfactoren uiterste grenstoestand Veiligheids- klasse Belastingcombinaties γ γ f;g;u f;p;u () γ f;q;u γ f;q;u γ f;a;u Normaal (ongunstig) Gunstig Wind Overig a Fundamentele combinaties 1 1 1 0,9 1 1 – 2 1 1,15 0,9 1,3 1,05 – 3 1 1,2 0,9 1,5 1,1 – b Bijzondere combinaties 1-2-3 3 1 1 1 1 1 d. onderdeel 5.5.1 wordt als volgt gelezen: 5.5.1 Voor de beoordeling van de constructieve veiligheid van bestaande bouwwerken bedraagt de referentieperiode 1 jaar; e. in onderdeel 5.5.2 wordt voor 't' gelezen: t is de referentieperiode voor de bepaling van de reductiefactor voor de gelijkmatig verdeelde belasting in jaren volgens 5.5.1, waarbij voor bouwwerken behorende tot veiligheidsklasse 2 of 3 voor de bepaling van de correctie ten minste wordt uitgegaan van t = 15 jaren. f. in onderdeel 6.1.1 van deze norm wordt bij het laatste aandachtstreepje gelezen: bijzondere belastingen moeten zijn ontleend aan 9.2; g. onderdeel 6.3.2, eerste volzin, laatste aandachtspunt, blijft buiten toepassing; h. artikelen 4.27 4.28 4.29 4.30 ten aanzien van de verwijzing in de onderdelen 6.3.3.3 naar NEN 6710, NEN 6720, NEN 6760 en NEN 6770 zijn de,,respectievelijkvan toepassing; i. onderdeel 7.1.2.1 wordt als volgt gelezen: 7.1.2.1 Het gewicht van bouwwerken moet zijn berekend op grond van de werkelijke afmetingen en het gemiddelde gewicht per volume van het materiaal; j. onderdeel 7.1.3.2 wordt als volgt gelezen: 7.1.3.2 Niet-dragende binnenwanden moeten in rekening zijn gebracht als lijnlast; k. artikel 4.28 ten aanzien van de verwijzing in onderdeel 7.3 naar NEN 6720 isvan toepassing; l. onderdeel 8.2.5.3 van deze norm blijft buiten toepassing; m. onderdeel 8.3.2.1 van deze norm wordt als volgt gelezen: 8.3.2.1 Voor de bepaling van de belasting door goederen en transportmiddelen moet zijn uitgegaan van de ten tijde van de verlening van de bouwvergunning of de omgevingsvergunning berekende vloerbelasting in relatie tot de oorspronkelijke bestemming van die vloer; n. in onderdeel 8.5.2: 1º. de eerste volzin van de tweede alinea wordt als volgt gelezen: Afhankelijk van het beladen gewicht van de voertuigen, waarvan bij de verlening van de bouwvergunning of de omgevingsvergunning is uitgegaan, moet voor deze belastingen zijn aangehouden, en 2º. de eerste volzin van het derde aandachtstreepje wordt als volgt gelezen: De belasting moet zijn bepaald op basis van het zwaarst mogelijke voertuig dat van de garage gebruik maakt, en o. γ γ m m In onderdeel 8.7.1.4 van deze norm wordt= 1,3 gelezen als= 1,1 ingeval de hoogteligging van het dak, en de afmetingen en de hoogteligging van de noodafvoeren als beschreven in onderdeel 8.7.1.3 in-situ zijn gemeten; p. in onderdeel 8.8.2 van deze norm wordt de eerste volzin als volgt gelezen: De belastingen die optreden als gevolg van temperatuurvariaties moeten zijn gebaseerd op de grootte van de optredende temperatuurvariaties, zij het dat ten minste moet zijn gerekend op temperaturen volgens tabel 12. 2 artikel 2.4a van het besluit artikel 4.15, tweede lid Bij verbouw van een bouwwerk geen gebouw zijnde als bedoeld in, is, van toepassing. 2011 2999 22-02-2011 07-02-2011 BJZ2011036072 2011 2999 22-02-2011 07-02-2011 BJZ2011036072 01-04-2011
Artikel 4.26 — Artikel 4.26 NEN 6707#
Artikel 4.26 NEN 6707 Bij de toepassing van NEN 6707 geldt het volgende: a. artikel 4.24 ten aanzien van de verwijzing in onderdeel 5.2 alsmede bijlage C.3 naar NEN 6700 isvan toepassing; b. in onderdeel 5.2 wordt in de voorlaatste alinea na NEN 6700 gelezen: , rekening houdend met een referentieperiode van 1 jaar,; c. in hoofdstuk 7 vervallen de derde tot en met zevende alinea; d. artikel 4.25 ten aanzien van de verwijzing in onderdeel 9.1 alsmede de onderdelen 11.1, 11.2 en bijlage A.4 naar NEN 6702 isvan toepassing. 2002 241 13-12-2002 22-11-2002 MJZ2002085861 2002 241 13-12-2002 22-11-2002 MJZ2002085861 01-01-2003
Artikel 4.27 — Artikel 4.27 NEN 6710#
Artikel 4.27 NEN 6710 Bij de toepassing van NEN 6710 geldt het volgende: a. artikel 4.24 ten aanzien van de verwijzing in onderdeel 5.2 alsmede onderdeel 5.2.0 naar NEN 6700 isvan toepassing; b. artikel 4.30 ten aanzien van de verwijzing in onderdeel 5.2 alsmede hoofdstuk 12 naar NEN 6770 isvan toepassing; c. onderdeel 7.1.3.1 blijft buiten toepassing; d. in de onderdelen 7.1.3.2 en 7.1.4 blijft telkens de eerste volzin buiten toepassing; e. onderdeel 7.2 blijft buiten toepassing; f. onderdeel 9.3.2.1 wordt als volgt aangevuld: Indien het toegepaste lasproces niet bekend is, moeten de waarden voor TIG van tabel 8 zijn aangehouden.; g. onderdeel 9.3.2.2 wordt als volgt aangevuld: Indien het gebruikte toevoegmateriaal niet bekend is, moeten de laagste waarden van tabel 9 zijn aangehouden; h. onderdeel 10.3 wordt als volgt gelezen: De toetsing of de uiterste grenstoestanden niet zijn overschreden dient te zijn uitgevoerd volgens de rekenregels gegeven in 10.3.1.; i. onderdeel 10.3.2 blijft buiten toepassing; j. in de onderdelen 13.2.2, 13.2.3.1, 13.2.3.3 en 13.3.1 blijft telkens de eerste volzin buiten toepassing; k. onderdeel 13.2.3.5 blijft buiten toepassing; l. in onderdeel 13.3.2.1 blijft de tweede volzin buiten toepassing; m. in onderdeel 13.3.3.2b blijft de alinea die begint met de zinsnede 'Indien volgens het lasproces, als bedoeld in 7.2.2' en eindigt met de zinsnede 'uit de resultaten van de kwalificatieproeven te bepalen', buiten toepassing, en n. onderdeel 13.4.1 blijft buiten toepassing. 2002 241 13-12-2002 22-11-2002 MJZ2002085861 2002 241 13-12-2002 22-11-2002 MJZ2002085861 01-01-2003
Artikel 4.28 — Artikel 4.28 NEN 6720#
Artikel 4.28 NEN 6720 Bij de toepassing van NEN 6720 geldt het volgende: a. artikel 4.24 ten aanzien van de verwijzing in onderdeel 4.1.2.0 en 4.1.2.2 naar NEN 6700 isvan toepassing; b. onderdeel 4.3 blijft buiten toepassing; c. de onderdelen 5.1.1.2 tot en met 5.1.1.4, 5.1.2 tot en met 5.1.5, alsmede 5.2 blijven buiten toepassing; d. f ck in onderdeel 6.1.1 wordt de definitie van'als volgt gelezen: f ck 'is de korteduur karakteristieke kubusdruksterkte (kubusribbe 150 mm), waarvoor moet worden aangehouden de ondergrens van het eenzijdige overdekkingsinterval voor een fractie γ = 0,95 en een onbetrouwbaarheidsdrempel α = 0,4, bepaald door middel van onderzoek aan de constructie; e. in onderdeel 6.1.2 wordt de eerste volzin als volgt gelezen: Treksterkte b De rekenwaarde van de treksterkte ƒmoet zijn bepaald uit: waarin: a. f brep is de laagste waarde van: 1º de waarde van de karakteristieke korteduur splijttreksterkte (kubusribbe 150 mm), bepaald door middel van onderzoek aan de constructie, of 2º f f brep ck = 1,05 + 0,05', in N/mm², en b. m γis 1,4.; f. onderdeel 6.1.3 wordt als volgt gelezen: b De representatieve waarde en de rekenwaarde van de elasticiteitsmodulus E'is de laagste waarde van: a. 0,9 van de waarde van de elasticiteitsmodulus in de oorsprong van de spanning-rekrelatie, bepaald door middel van onderzoek aan de constructie, of b. E f b ck '= (22250 + 250'), in N/mm²; g. d onderdeel 6.1.5 de definitie van kwordt als volgt gelezen: d c kis de factor, afhankelijk van de ouderdom tvan het beton, op het tijdstip van belasten zoals aangegeven in tabel 5 voor sterkteklasse 32,5 en 32,5R; h. ten aanzien van de verwijzing in onderdeel 6.4 alsmede 9.16.2 naar NEN 6770 is artikel 4.30 van toepassing; i. in onderdeel 7.3.1 wordt de eerste volzin als volgt gelezen: Voor het bepalen van de krachtsverdeling in een constructie moet zijn uitgegaan van de schematisering van de constructie volgens 7.1 en een van de theorieën genoemd in 7.2; j. M d in onderdeel 8.1.1 wordt de definitie vanals volgt gelezen: M d is de rekenwaarde van het maximale buigend moment; k. de onderdelen 8.1.7 en 8.6 blijven buiten toepassing; l. onderdeel 8.7 wordt als volgt gelezen: Duurzaamheid Vermindering van de sterkte van de constructie door corrosie van de wapening dient in rekening te zijn gebracht. Deze eis betreft zowel de sterktevermindering die is opgetreden voor het moment van beoordelen als de te verwachten sterktevermindering binnen één jaar, gerekend vanaf het moment van beoordelen.; m. onderdeel 9.1 blijft buiten toepassing; n. in onderdeel 9.2.a wordt de tweede volzin als volgt gelezen: De van toepassing zijnde milieuklasse is milieuklasse 1; o. de onderdelen 9.2.e en 9.4 blijven buiten toepassing, en p. artikel 4.30 ten aanzien van de verwijzing in onderdeel 9.14.3 naar NEN 6790 isvan toepassing. 2002 241 13-12-2002 22-11-2002 MJZ2002085861 2002 241 13-12-2002 22-11-2002 MJZ2002085861 01-01-2003
Artikel 4.29 — Artikel 4.29 NEN 6760#
Artikel 4.29 NEN 6760 Bij de toepassing van NEN 6760 geldt het volgende: a. artikel 4.24 ten aanzien van de verwijzing in onderdeel 5.2.1 alsmede onderdeel 5.3 naar NEN 6700 isvan toepassing; b. de onderdelen 7.3.1, 7.4.2, 7.5 tot en met 7.7, alsmede onderdeel 7.8.2 blijven buiten toepassing; c. de eerste zinsnede tot de dubbele punt van onderdeel 7.3.2 wordt als volgt gelezen: Voor gevingerlast hout geldt dat de rekenmethode volgens 5.2 alleen mag worden toegepast indien aan de volgende voorwaarde is voldaan; d. aan slot van onderdeel 7.4.1 wordt toegevoegd: waarbij de onderdelen die betrekking hebben op het vaststellen van de eigenschappen van een partij buiten toepassing blijven. e. onderdeel 7.8.2 wordt als volgt gelezen: Om de bepalingsmethoden te mogen toepassen moeten de houtconstructies zijn vervaardigd van hout dat geen actieve aantasting bevat. Voor berekeningen moet de niet-aangetaste doorsnede zijn aangehouden.; f. onderdeel 9.1.4 wordt als volgt gelezen: 9.1.4 Voor de representatieve waarden van de materiaaleigenschappen van vuren en grenen moet de kwaliteitsklasse worden bepaald volgens NEN 5466. Indien het hout kan worden ingedeeld in kwaliteitsklasse A of B moet voor de representatieve waarden worden uitgegaan van sterkteklasse C24. Indien het hout kan worden ingedeeld in kwaliteitsklasse C moet voor de representatieve waarden worden uitgegaan van sterkteklasse C18. Voor de representatieve waarden van de materiaaleigenschappen van azobé dient te worden uitgegaan van sterkteklasse D70, waarvoor de volgende waarden gelden: f m;0;rep = 70 N/mm² rep ρ = 900 kg/m³ E 0;ser;rep = 20.000 N/mm² f t;0;rep = 42 N/mm² f t;90;rep = 0,9 N/mm² c;0;rep f = 45 N/mm² f c;90;rep = 13,5 N/mm² f v;0;rep = 7 N/mm² E 0;u;rep = 16.700 N/mm² E 0;ser;rep = 1.330 N/mm² G ser;rep = 1.250 N/mm²; g. in onderdeel 9.1.5 wordt na `van gelamineerd hout' gelezen: , ontleend aan de te beoordelen constructie, ; h. onderdeel 12.2.9 blijft buiten toepassing; i. in onderdeel 12.2.13 blijft de alinea beginnend met de zinsnede 'Afhankelijk van het soort verbindingsmiddel' buiten toepassing; j. onderdeel 12.3.1 blijft buiten toepassing; k. onderdeel 12.3.5 wordt als volgt gelezen: Voor de bepaling van de representatieve waarde van de schuifweerstand volgens 12.3.4 dient de volgende waarde voor de stuiksterkte in rekening te zijn gebracht: waarbij: f i i emb;rep;i is de getalswaarde van de stuiksterkte van onderdeelmet= 1, 2 of 3 in N/mm²; rep ρis de getalswaarde van de representatieve volumieke massa volgens 9.1.2 in kg/m³; en d nom is de getalswaarde voor de nominale middellijn van het verbindingsmiddel in mm.; l. onderdeel 12.4.1 blijft buiten toepassing; m. onderdeel 12.4.5 wordt als volgt gelezen: Voor de bepaling van de representatieve waarde van de schuifweerstand volgens 12.3.4 dient de volgende waarde voor de stuiksterkte in rekening te zijn gebracht: waarbij: f i i i emb;rep; is de getalswaarde van de stuiksterkte van onderdeelmet= 1, 2 of 3 in N/mm²; rep ρis de getalswaarde van de representatieve volumieke massa volgens 9.1.2 in kg/m³; en d nom is de getalswaarde voor de nominale middellijn van het verbindingsmiddel in mm.; n. de onderdelen 12.5.1, 12.6.1 en 12.7.1 blijven buiten toepassing, en o. in onderdeel 12.5.3 blijft de tweede volzin buiten toepassing. 2002 241 13-12-2002 22-11-2002 MJZ2002085861 2002 241 13-12-2002 22-11-2002 MJZ2002085861 01-01-2003
Artikel 4.30 — Artikel 4.30 NEN 6770#
Artikel 4.30 NEN 6770 Bij de toepassing van NEN 6770 geldt het volgende: a. artikel 4.24 ten aanzien van de verwijzing in onderdeel 5.2.0 alsmede onderdeel 5.3 naar NEN 6700 isvan toepassing; b. ten aanzien van de verwijzingen vanuit NEN 6771 tot en met NEN 6773, naar welke normbladen vanuit NEN 6770 is verwezen, naar NEN 6770 is telkens dit artikel van toepassing; c. onderdeel 5.2.4 blijft buiten toepassing; d. in onderdeel 7.1.4.1 blijft de eerste volzin buiten toepassing; e. in onderdeel 7.1.4.1 wordt de laatste alinea als volgt gelezen: Voor staal bedoeld in 7.1.3 moet op overeenkomstige wijze de beproeving worden uitgevoerd. f. de onderdelen 7.2 tot en met 7.6 blijven buiten toepassing; g. in de onderdelen 9.1.2.1.3 en 13.4.1.1.5 blijft telkens de tweede volzin buiten toepassing; h. in de onderdelen 13.4.1.1.4 en 13.4.1.2.1 blijft telkens de derde alinea buiten toepassing, i. onderdeel 13.4.1.3.1 blijft buiten toepassing. 2002 241 13-12-2002 22-11-2002 MJZ2002085861 2002 241 13-12-2002 22-11-2002 MJZ2002085861 01-01-2003
Artikel 4.31 — Artikel 4.31 NEN 6790#
Artikel 4.31 NEN 6790 Bij de toepassing van NEN 6790 geldt het volgende: a. artikel 4.24 ten aanzien van de verwijzing in onderdeel 5.2.1 en onderdeel 5.3 naar NEN 6700 isvan toepassing; b. onderdeel 7.1 en onderdeel 7.3 blijven buiten toepassing; c. onderdeel 7.2 wordt als volgt gelezen: De rekenregels in deze norm zijn niet van toepassing op metselwerk van cellenbeton dat op enigerlei wijze in contact komt met grondwater; d. de onderdelen 9.1.4 en 9.2.2 blijven buiten toepassing; e. in onderdeel 12.2: 1º. de zin na het eerste aandachtstreepje wordt als volgt gelezen: krachten voortkomend uit een scheefstand van 1/300 van de hoogte of de feitelijke scheefstand, indien deze groter is dan 1/300 van de hoogte, die voor ten minste vier naast elkaar gelegen rijen kolommen of wanden van elke verdieping in dezelfde richting moet worden aangenomen (zie fig. 14); en 2º. de zin na het tweede aandachtstreepje wordt als volgt gelezen: krachten voortkomend uit windbelasting; f. onderdeel 12.3 blijft buiten toepassing, en g. in Bijlage A: 1º in onderdeel A.1 blijft de verwijzing in de tweede alinea naar onderdeel A.2 van bijlage A buiten toepassing; 2º onderdeel A.2 blijft buiten toepassing; 3º in onderdeel A.3 wordt het opschrift als volgt gelezen: Proefstukken 4º onderdeel A.3.1 wordt als volgt gelezen: Afmetingen De proefstukken moeten aan de ter beoordeling staande constructie zijn ontleend en moeten de volgende afmetingen hebben: de dikte dient gelijk te zijn aan de bouwdeeldikte met een maximum van 300 mm; de breedte dient gelijk te zijn aan de dikte; en de hoogte moet gelijk zijn aan 5 maal de dikte.; 5º. onderdeel A.3.2 wordt als volgt gelezen: Aantal proefstukken Er moeten ten minste 6 proefstukken zijn vervaardigd, en 6º. onderdeel A.3.3 blijft buiten toepassing. 2002 241 13-12-2002 22-11-2002 MJZ2002085861 2002 241 13-12-2002 22-11-2002 MJZ2002085861 01-01-2003
Artikel 4.32 — Artikel 4.32 NEN 8087#
Artikel 4.32 NEN 8087 artikel 3.89 van het besluit Waar inis verwezen naar NEN 8087, is bedoeld onderdeel 4.1 of 4.3 van die norm. 2002 241 13-12-2002 22-11-2002 MJZ2002085861 2002 241 13-12-2002 22-11-2002 MJZ2002085861 01-01-2003
Artikel 4.33 — Artikel 4.33 NEN-EN 81-1#
Artikel 4.33 NEN-EN 81-1 Vervallen 2005 163 24-08-2005 11-07-2005 DJZ2005163532 2005 163 24-08-2005 11-07-2005 DJZ2005163532 01-09-2005
Artikel 4.34 — Artikel 4.34 NEN-EN 81-2#
Artikel 4.34 NEN-EN 81-2 Vervallen 2005 163 24-08-2005 11-07-2005 DJZ2005163532 2005 163 24-08-2005 11-07-2005 DJZ2005163532 01-09-2005
Artikel 5.1 — Artikel 5.1#
Artikel 5.1 artikel 2.9, zevende lid, van het besluit Voor een te bouwen wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m is aanvoldaan, indien een uiterste grenstoestand van een hoofddraagconstructie van een wegtunnelbuis gedurende 60 minuten, en voorzover deze onder open water ligt 120 minuten, niet wordt overschreden bij de volgens NEN 6702 bepaalde bijzondere belastingscombinaties die kunnen optreden bij brand. 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 29-06-2006
Artikel 5.2 — Artikel 5.2#
Artikel 5.2 artikel 2.12, vijfde lid, van het besluit Voor een bestaande wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m is aanvoldaan, indien een uiterste grenstoestand van een hoofddraagconstructie van een wegtunnelbuis gedurende 30 minuten, en voorzover deze onder open water ligt 60 minuten, niet wordt overschreden bij de volgens NEN 6702 bepaalde bijzondere belastingscombinaties die kunnen optreden bij brand. 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 29-06-2006
Artikel 5.3 — Artikel 5.3#
Artikel 5.3 artikel 2.24, tweede lid, van het besluit Voor een te bouwen wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m is aanvoldaan, indien: a. een hoogteverschil tussen vloeren waarover een rookvrije vluchtroute voert of tussen een van die vloeren en het aansluitende terrein, dat groter is dan 0,21 m wordt overbrugd door een vaste trap of een vaste hellingbaan, behalve voorzover de rookvrije vluchtroute door een wegtunnelbuis voert; b. artikel 5.25, onderdeel 2 een hoogteverschil tussen vloeren waarover een route voert als bedoeld in, dat groter is dan 0,3 m wordt overbrugd door een vaste trap of een vaste hellingbaan. 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 29-06-2006
Artikel 5.4 — Artikel 5.4#
Artikel 5.4 artikel 2.26, tweede lid, van het besluit Voor een bestaande wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m is aanvoldaan, indien: a. een hoogteverschil tussen vloeren waarover een rookvrije vluchtroute voert of tussen een van die vloeren en het aansluitende terrein, dat groter is dan 0,22 m wordt overbrugd door een vaste trap of een vaste hellingbaan, behalve voorzover de rookvrije vluchtroute door een wegtunnelbuis voert; b. artikel 5.27, onderdeel 1 een hoogteverschil tussen vloeren waarover een route voert als bedoeld in, dat groter is dan 0,3 m wordt overbrugd door een vaste trap of een vaste hellingbaan. 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 29-06-2006
Artikel 5.5 — Artikel 5.5#
Artikel 5.5 artikel 2.27, tweede lid, van het besluit eerste lid van dat artikel artikelen 2.28, vijfde lid 2.29, eerste lid 2.30, eerste en tweede lid 2.31 van het besluit Voor een te bouwen wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m is in afwijking vanaan hetvoldaan door toepassing van de,,, en. 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 29-06-2006
Artikel 5.6 — Artikel 5.6#
Artikel 5.6 artikel 2.46, tweede lid, van het besluit eerste lid van dat artikel artikelen 2.47 2.48 2.49 2.50 van het besluit Voor een te bouwen wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m is in afwijking vanaan hetvoldaan door toepassing van de,,en. 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 29-06-2006
Artikel 5.7 — Artikel 5.7#
Artikel 5.7 artikel 2.52, tweede lid, van het besluit eerste lid van dat artikel artikelen 2.53 2.54 2.55 van het besluit Voor een bestaande wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m is in afwijking vanaan hetvoldaan door toepassing van de,en. 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 29-06-2006
Artikel 5.8 — Artikel 5.8#
Artikel 5.8 artikel 2.56, tweede lid, van het besluit eerste lid van dat artikel artikelen 2.58 2.59, derde en vierde lid 2.60 2.61, tweede lid, van het besluit artikel 5.9 Voor een te bouwen wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m is in afwijking vanaan hetvoldaan door toepassing van de,,enen van. 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 29-06-2006
Artikel 5.9 — Artikel 5.9#
Artikel 5.9 Een wegtunnel heeft een verlichtingsinstallatie die een vloer, een trap en een hellingbaan kan verlichten met een verlichtingssterkte van ten minste 10 lux. 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 29-06-2006
Artikel 5.10 — Artikel 5.10#
Artikel 5.10 artikel 2.59, derde lid, van het besluit artikel 2.47, tweede lid, van het besluit artikel 5.9 Voor een wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m is aanvoldaan, indien een verlichtingsinstallatie als bedoeld inis aangesloten op een voorziening voor noodstroom als bedoeld in. 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 29-06-2006
Artikel 5.11 — Artikel 5.11#
Artikel 5.11 artikel 2.63, tweede lid, van het besluit eerste lid van dat artikel artikelen 2.65 2.66, derde en vierde lid 2.67 van het besluit artikel 5.12 Voor een bestaande wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m is in afwijking vanaan hetvoldaan door toepassing van de,, enen van. 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 29-06-2006
Artikel 5.12 — Artikel 5.12#
Artikel 5.12 Een wegtunnel heeft een verlichtingsinstallatie die een vloer, een trap en een hellingbaan kan verlichten met een verlichtingssterkte van ten minste 10 lux. 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 29-06-2006
Artikel 5.13 — Artikel 5.13#
Artikel 5.13 artikel 2.66, derde lid, van het besluit artikel 2.53, tweede lid, van het besluit artikel 5.12 Voor een wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m is aanvoldaan, indien een verlichtingsinstallatie als bedoeld inis aangesloten op een voorziening voor noodstroom als bedoeld in. 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 29-06-2006
Artikel 5.14 — Artikel 5.14#
Artikel 5.14 artikel 2.103, tweede lid, van het besluit eerste lid van dat artikel artikelen 2.104, eerste en derde lid 2.105, eerste en achtste lid 2.106, eerste en vijfde lid 2.107 van het besluit artikel 5.17 Voor een te bouwen wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m is in afwijking vanaan hetvoldaan door toepassing van de,,,en van. 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 29-06-2006
Artikel 5.15 — Artikel 5.15#
Artikel 5.15 artikel 2.104, eerste lid, van het besluit Voor een wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m wordt de eerste volzin vanals volgt gelezen: Een besloten ruimte en een wegtunnelbuis met een tunnelbuislengte van meer dan 250 m liggen in een brandcompartiment. 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 29-06-2006
Artikel 5.16 — Artikel 5.16#
Artikel 5.16 artikel 2.105, achtste lid, van het besluit Voor een wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m wordtals volgt gelezen: 8. Een brandcompartiment strekt zich uit over niet meer dan een wegtunnelbuis. 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 29-06-2006
Artikel 5.17 — Artikel 5.17#
Artikel 5.17 Een wegtunnelbuis met een lengte van meer dan 250 m heeft ter beperking van uitbreiding van brand door verspreiding van brandbare vloeistoffen en ter beperking van verspreiding van giftige vloeistoffen, ten minste iedere 20 m gemeten in de lengterichting roosters of andere voorzieningen die deze stoffen voldoende kunnen afvoeren. 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 29-06-2006
Artikel 5.18 — Artikel 5.18#
Artikel 5.18 artikel 2.110, tweede lid, van het besluit eerste lid van dat artikel artikelen 2.111, eerste en derde lid 2.112, eerste en zevende lid 2.113 2.114 van het besluit artikel 5.21 Voor een bestaande wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m is in afwijking vanaan hetvoldaan door toepassing van de,,enen van. 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 29-06-2006
Artikel 5.19 — Artikel 5.19#
Artikel 5.19 artikel 2.111, eerste lid, van het besluit Voor een wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m wordt de eerste volzin vanals volgt gelezen: Een besloten ruimte en een wegtunnelbuis met een tunnelbuislengte van meer dan 250 m liggen in een brandcompartiment. 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 29-06-2006
Artikel 5.20 — Artikel 5.20#
Artikel 5.20 artikel 2.112, zevende lid, van het besluit Voor een wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m wordtals volgt gelezen: 7. Een brandcompartiment strekt zich uit over niet meer dan een wegtunnelbuis. 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 29-06-2006
Artikel 5.21 — Artikel 5.21#
Artikel 5.21 Een wegtunnelbuis met een lengte van meer dan 250 m heeft ter beperking van uitbreiding van brand door verspreiding van brandbare vloeistoffen en ter beperking van verspreiding van giftige vloeistoffen op een afvoervoorziening aangesloten voorzieningen die deze stoffen voldoende kunnen afvoeren. 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 29-06-2006
Artikel 5.22 — Artikel 5.22#
Artikel 5.22 artikel 2.134, tweede lid, van het besluit eerste lid van dat artikel artikelen 2.135, eerste lid 2.137 2.138 van het besluit Voor een te bouwen wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m is in afwijking vanaan hetvoldaan door toepassing van de,en. 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 29-06-2006
Artikel 5.23 — Artikel 5.23#
Artikel 5.23 artikel 2.140, tweede lid, van het besluit eerste lid van dat artikel artikelen 2.141 2.143 2.144 van het besluit Voor een bestaande wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m is in afwijking vanaan hetvoldaan door toepassing van de,en. 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 29-06-2006
Artikel 5.24 — Artikel 5.24#
Artikel 5.24 artikel 2.145, tweede lid, van het besluit eerste lid van dat artikel artikelen 2.148, tweede tot en met vierde lid, van het besluit artikel 5.25 Voor een te bouwen wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m is in afwijking vanaan hetvoldaan door toepassing van deen van. 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 29-06-2006
Artikel 5.25 — Artikel 5.25#
Artikel 5.25 tweede tot en met vierde lid van artikel 2.148 van het besluit Voor een wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m, worden hetals volgt gelezen: 2. De loopafstand tussen een punt op de rijbaanvloer en ten minste een toegang van het rookcompartiment is ten hoogste 150 m. Deze afstand wordt gemeten over een route die uitsluitend voert over vloeren, trappen of hellingbanen zonder dat deuren worden gepasseerd die met een sleutel moeten worden geopend. Deze route heeft een vrije doorgang met een breedte van ten minste 0,85 m en een hoogte van ten minste 2.1 m. De breedte geldt niet voorzover deze route over een trap voert. De afstand tussen twee toegangen is ten hoogste 250 m. 3. Een toegang van een rookcompartiment heeft een vrije doorgang met een breedte van ten minste 0,85 m en een hoogte van ten minste 2.1 m. 4. Een deur van een toegang van een rookcompartiment draait bij het openen niet tegen de vluchtrichting in. 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 29-06-2006
Artikel 5.26 — Artikel 5.26#
Artikel 5.26 artikel 2.150, tweede lid, van het besluit eerste lid van dat artikel artikelen 2.152, eerste tot en met derde lid, van het besluit artikel 5.27 Voor een bestaande wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m is in afwijking vanaan hetvoldaan door toepassing van deen. 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 29-06-2006
Artikel 5.27 — Artikel 5.27#
Artikel 5.27 eerste tot en met derde lid van artikel 2.152 van het besluit Voor een wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m worden hetals volgt gelezen: 1. De loopafstand tussen een punt op de rijbaanvloer en ten minste een toegang van het rookcompartiment is ten hoogste 150 m. Deze afstand wordt gemeten over een route die uitsluitend voert over vloeren, trappen of hellingbanen zonder dat deuren worden gepasseerd die met een sleutel moeten worden geopend. Deze route heeft een vrije doorgang met een breedte van ten minste 0,7 m en een hoogte van ten minste 1,9 m. De afstand tussen twee toegangen is ten hoogste 250 m. 2. Een toegang van een rookcompartiment heeft een vrije doorgang met een breedte van ten minste 0,7 m en een hoogte van ten minste 1,9 m. 3. Een deur van een toegang van een rookcompartiment draait bij het openen niet tegen de vluchtrichting in. 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 29-06-2006
Artikel 5.28 — Artikel 5.28#
Artikel 5.28 artikel 2.153, tweede lid, van het besluit eerste lid van dat artikel artikelen 2.154, eerste lid 2.156, eerste lid, van het besluit Voor een te bouwen wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m is in afwijking vanaan hetvoldaan door toepassing van deen. 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 29-06-2006
Artikel 5.29 — Artikel 5.29#
Artikel 5.29 artikel 2.156, eerste lid, van het besluit Voor een wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m, wordtals volgt gelezen: 1. Ter plaatse van een toegang van een rookcompartiment begint een rookvrije vluchtroute. 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 29-06-2006
Artikel 5.30 — Artikel 5.30#
Artikel 5.30 artikel 2.160, tweede lid, van het besluit eerste lid van dat artikel artikelen 2.161, eerste lid 2.163, eerste lid van het besluit Voor een bestaande wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m is in afwijking vanaan hetvoldaan door toepassing van de, en. 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 29-06-2006
Artikel 5.31 — Artikel 5.31#
Artikel 5.31 artikel 2.163, eerste lid, van het besluit Voor een wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m, wordtals volgt gelezen: 1. Ter plaatse van een toegang van een rookcompartiment begint een rookvrije vluchtroute. 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 29-06-2006
Artikel 5.32 — Artikel 5.32#
Artikel 5.32 artikel 2.166, tweede lid, van het besluit eerste lid van dat artikel artikelen 2.167, eerste en tweede lid 2.168 2.169 2.170, eerste lid 2.171, eerste lid 2.173 2.174, van het besluit Voor een te bouwen wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m is in afwijking vanaan hetvoldaan door toepassing van de,,,,,en. 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 29-06-2006
Artikel 5.33 — Artikel 5.33#
Artikel 5.33 eerste en tweede lid van artikel 2.167 van het besluit Voor een wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m worden hetals volgt gelezen: 1. Een toegang waardoor een rookvrije vluchtroute voert heeft een vrije doorgang met een breedte van ten minste 0,85 m en een hoogte van ten minste 2,1 m. 2. Een rookvrije vluchtroute heeft een vrije doorgang met een breedte van ten minste 1,2 m en een hoogte van ten minste 2,1 m. De breedte geldt niet voor een verkeersroute voorzover deze over een trap voert en niet voor een toegang. 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 29-06-2006
Artikel 5.34 — Artikel 5.34#
Artikel 5.34 artikel 2.171, eerste lid, van het besluit Voor een wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m wordtals volgt gelezen: 1. Een deur die in een rookvrije vluchtroute ligt draait bij het openen niet tegen de vluchtrichting in. 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 29-06-2006
Artikel 5.35 — Artikel 5.35#
Artikel 5.35 artikel 2.176, tweede lid, van het besluit eerste lid van dat artikel artikelen 2.176, eerste en tweede lid 2.177 2.178 2.179 2.180, eerste lid 2.182 van het besluit Voor een bestaande wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m is in afwijking vanaan hetvoldaan door toepassing van de,,,,, en. 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 29-06-2006
Artikel 5.36 — Artikel 5.36#
Artikel 5.36 eerste en tweede lid van artikel 2.176 van het besluit Voor een wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m worden hetals volgt gelezen: 1. Een toegang waardoor een rookvrije vluchtroute voert heeft een vrije doorgang met een breedte van ten minste 0,7 m en een hoogte van ten minste 1,9 m. 2. Een rookvrije vluchtroute heeft een vrije doorgang met een breedte van ten minste 0,7 m en een hoogte van ten minste 1,9 m. 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 29-06-2006
Artikel 5.37 — Artikel 5.37#
Artikel 5.37 artikel 2.180, eerste lid, van het besluit Voor een wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m wordtals volgt gelezen: 1. Een deur die in een rookvrije vluchtroute ligt, draait bij het openen niet tegen de vluchtrichting in. 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 29-06-2006
Artikel 5.38 — Artikel 5.38#
Artikel 5.38 artikel 2.183, tweede lid, van het besluit eerste lid van dat artikel artikel 2.186, tweede lid, van het besluit artikel 5.39 Voor een te bouwen wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m is in afwijking vanaan hetvoldaan door toepassing vanen van. 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 29-06-2006
Artikel 5.39 — Artikel 5.39#
Artikel 5.39 Een wegtunnelbuis met een lengte van meer dan 250 m heeft een zodanig aantal hulpposten dat de loopafstand tussen een punt op de rijbaanvloer en ten minste een hulppost niet groter is dan 75 m. Deze afstand wordt gemeten over een route die uitsluitend voert over vloeren, trappen of hellingbanen zonder dat deuren worden gepasseerd die met een sleutel moeten worden geopend. De afstand tussen twee opeenvolgende hulpposten is ten hoogste 100 m. 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 29-06-2006
Artikel 5.40 — Artikel 5.40#
Artikel 5.40 artikel 2.188, tweede lid, van het besluit eerste lid van dat artikel artikelen 2.189 van het besluit artikel 5.41 Voor een bestaande wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m is in afwijking vanaan hetvoldaan door toepassing van deen van. 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 29-06-2006
Artikel 5.41 — Artikel 5.41#
Artikel 5.41 Een wegtunnelbuis met een lengte van meer dan 250 m heeft een zodanig aantal hulpposten dat de loopafstand tussen een punt op de rijbaanvloer en ten minste een hulppost niet groter is dan 75 m. Deze afstand wordt gemeten over een route die uitsluitend voert over vloeren, trappen of hellingbanen zonder dat deuren worden gepasseerd die met een sleutel moeten worden geopend. De afstand tussen twee opeenvolgende hulpposten is ten hoogste 100 m. 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 29-06-2006
Artikel 5.42 — Artikel 5.42#
Artikel 5.42 artikel 2.190, tweede lid, van het besluit eerste lid van dat artikel artikelen 2.191, eerste lid 2.192, eerste lid 2.193, eerste lid, van het besluit Voor een te bouwen wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m is in afwijking vanaan hetvoldaan door toepassing van de,, en. 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 29-06-2006
Artikel 5.43 — Artikel 5.43#
Artikel 5.43 artikel 2.191, eerste lid, van het besluit Voor een wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m is aanvoldaan, indien een wegtunnelbuis een blusleiding heeft. 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 29-06-2006
Artikel 5.44 — Artikel 5.44#
Artikel 5.44 artikel 2.192, eerste lid, van het besluit Voor een wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m wordtals volgt gelezen: artikel 2.191 van het besluit artikel 5.39 1. Een inbedoelde blusleiding heeft een brandslangaansluiting in een hulppost als bedoeld in. 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 29-06-2006
Artikel 5.45 — Artikel 5.45#
Artikel 5.45 artikel 2.196, tweede lid, van het besluit eerste lid van dat artikel artikelen 2.197, tweede lid 2.198 2.199 van het besluit Voor een bestaande wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m is in afwijking vanaan hetvoldaan door toepassing van de,en. 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 29-06-2006
Artikel 5.46 — Artikel 5.46#
Artikel 5.46 artikel 2.197, tweede lid, van het besluit Voor een wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m is aanvoldaan, indien een wegtunnelbuis een blusleiding heeft. 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 29-06-2006
Artikel 5.47 — Artikel 5.47#
Artikel 5.47 artikel 2.198 van het besluit Voor een wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m wordtals volgt gelezen: Artikel 2.198 artikel 2.197 van het besluit artikel 5.41 Een inbedoelde blusleiding heeft een brandslangaansluiting in een hulppost als bedoeld in. 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 29-06-2006
Artikel 5.48 — Artikel 5.48#
Artikel 5.48 artikel 3.67, tweede lid, van het besluit eerste lid van dat artikel artikelen 3.68, vijfde lid 3.69, vijfde lid, van het besluit artikelen 5.49 5.50 Voor een te bouwen wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m is in afwijking vanaan hetvoldaan door toepassing van de, enen van deen. 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 29-06-2006
Artikel 5.49 — Artikel 5.49#
Artikel 5.49 artikel 3.68, vijfde lid, van het besluit Bij een wegtunnelbuis met een tunnelbuislengte van meer dan 500 m is de component voor afvoer van lucht als bedoeld in de inbedoelde voorziening voor luchtverversing mechanisch. 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 29-06-2006
Artikel 5.50 — Artikel 5.50#
Artikel 5.50 artikel 3.68, vijfde lid, van het besluit Bij een wegtunnelbuis met een tunnelbuislengte van meer dan 250 m vindt de toevoer van verse lucht als bedoeld inrechtstreeks van buiten plaats. Afvoer van binnenlucht vindt rechtstreeks naar buiten plaats. 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 29-06-2006
Artikel 5.51 — Artikel 5.51#
Artikel 5.51 artikel 3.74, tweede lid, van het besluit eerste lid van dat artikel artikelen 3.75, vijfde lid 3.76, vijfde lid, van het besluit artikelen 5.52 5.53 Voor een bestaande wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m is in afwijking vanaan hetvoldaan door toepassing van de, enen van deen. 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 29-06-2006
Artikel 5.52 — Artikel 5.52#
Artikel 5.52 artikel 3.75, vijfde lid, van het besluit Bij een tunnelbuislengte van meer dan 500 m is de component voor afvoer van lucht als bedoeld in de inbedoelde voorziening voor luchtverversing mechanisch. 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 29-06-2006
Artikel 5.53 — Artikel 5.53#
Artikel 5.53 artikel 3.75, vijfde lid, van het besluit Bij een wegtunnelbuis met een tunnelbuislengte van meer dan 250 m vindt de toevoer van verse lucht als bedoeld inrechtstreeks van buiten plaats. Afvoer van binnenlucht vindt rechtstreeks naar buiten plaats. 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 29-06-2006
Artikel 5.54 — Artikel 5.54#
Artikel 5.54 artikel 4.65, tweede lid, van het besluit eerste lid van dat artikel artikelen 4.66, eerste lid 4.67, derde lid 4.69 van het besluit Voor een te bouwen wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m is in afwijking vanaan hetvoldaan door toepassing van de,, en. 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 29-06-2006
Artikel 5.55 — Artikel 5.55#
Artikel 5.55 Een buiten de bebouwde kom gelegen te bouwen wegtunnel voor twee rijrichtingen met een tunnellengte van meer dan 250 m heeft ten minste twee wegtunnelbuizen. 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 29-06-2006
Artikel 5.56 — Artikel 5.56#
Artikel 5.56 Een te bouwen wegtunnelbuis met een tunnellengte van meer dan 250 m heeft een rijbaanvloer met een helling van ten hoogste 1 : 20. 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 29-06-2006
Artikel 5.57 — Artikel 5.57#
Artikel 5.57 Een te bouwen wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m heeft een voorziening die een uit oogpunt van verkeersveiligheid voldoende geleidelijke overgang van daglicht naar kunstlicht waarborgt. 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 29-06-2006
Artikel 5.58 — Artikel 5.58#
Artikel 5.58 Een te bouwen wegtunnelbuis met een tunnellengte van meer dan 250 m heeft, voor een doelmatige doorgang voor wegvoertuigen, een vloer met een breedte van ten minste 7 m en een hoogte boven die breedte van ten minste 4,2 m. 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 29-06-2006
Artikel 5.59 — Artikel 5.59#
Artikel 5.59 Een buiten de bebouwde kom gelegen bestaande wegtunnel voor twee rijrichtingen met een tunnellengte van meer dan 250 m heeft ten minste twee wegtunnelbuizen. 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 29-06-2006
Artikel 5.60 — Artikel 5.60#
Artikel 5.60 Een buiten de bebouwde kom gelegen bestaande wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m heeft een voorziening die een uit oogpunt van verkeersveiligheid voldoende geleidelijke overgang van daglicht naar kunstlicht waarborgt. 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 29-06-2006
Artikel 6.1 — Artikel 6.1#
Artikel 6.1 Regeling Bouwbesluit aansluitvoorwaarden De Regeling Bouwbesluit nieuwbouw 1998, de Regeling Bouwbesluit bestaande bouw 1998, de Regeling Bouwbesluit materialen 1998, deen de Regeling Bouwbesluit CE-markeringen en erkende kwaliteitsverklaringen worden ingetrokken. 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 29-06-2006 Voorheen art. 5.1.
Artikel 6.2 — Artikel 6.2#
Artikel 6.2 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2003. 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 29-06-2006 Voorheen art. 5.2.
Artikel 6.3 — Artikel 6.3#
Artikel 6.3 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling Bouwbesluit 2003 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 2006 122 27-06-2006 23-06-2006 DJZ2006277421 29-06-2006 Voorheen art. 5.3.
Artikel 1.2#
artikel 1.2, eerste lid
Artikel 1.13#
artikel 1.13, tweede lid
Artikel 1.13#
artikel 1.13, eerste lid, onder c
Artikel 1.13#
artikel 1.13, eerste lid, onder d
Artikel 1.13#
artikel 1.13
Artikel 1.13#
artikel 1.13, eerste lid, onder f
Artikel 1.13#
artikel 1.13, eerste lid, onder g
Artikel 1.13#
artikel 1.13, derde lid