Regeling IKAP medewerkers EZ
- BWB-id
- BWBR0014713
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 2003-02-19 t/m 2003-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0014713
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2003/regeling-ikap-medewerkers-ez
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2003/regeling-ikap-medewerkers-ez/2003-02-19
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0014713&g=2003-02-19
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0014713&z=2026-06-06&g=2003-02-19
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0014713/2003-02-19
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2003/regeling-ikap-medewerkers-ez
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. ARAR: Algemeen Rijksambtenarenreglement het; b. BBRA 1984: Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 het; c. Regeling bestedingsmogelijkheden: Regeling bestedingsmogelijkheden ambtenaren voor fiscaal gefacilieerde doelen AD2001/U73347 devan 7 juni 2001, nr.; d. ministerie: het Ministerie van Economische Zaken; e. medewerker: de medewerker van het ministerie; f. hoofd van dienst: hetgeen daaronder wordt verstaan in het Besluit mandaat, volmacht en machtiging EZ; g. indiensttreding: de aanvang van het dienstverband met of van de tewerkstelling bij het ministerie; h. ontslag: de beëindiging van het dienstverband met of van de tewerkstelling bij het ministerie; i. IKAP: de individuele keuze in het arbeidsvoorwaardenpakket; j. aanvraag: artikelen 21c 21d 21h van het ARAR de aanvraag bedoeld in de,en; k. bron: artikel 21h, eerste lid, van het ARAR artikel 21d, derde lid, van het ARAR één van de ingenoemde aanspraken van de medewerker, alsmede de inhouding op salaris, genoemd in; l. doel: artikel 21d, eerste lid, van het ARAR artikel 21h, eerste lid, onderdelen a en b, van het ARAR één van de in artikel 1 van de Regeling bestedingsmogelijkheden genoemde bestedingsmogelijkheden, alsmede minder uren werken bedoeld in, en uitbetaling van de vergoedingen bedoeld in. 2003 33 17-02-2003 13-02-2003 POI/A&R/03005554 2003 33 17-02-2003 13-02-2003 POI/A&R/03005554 19-02-2003 01-01-2003
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Een medewerker kan eenmaal per jaar in de periode van 1 januari tot en met 30 september een aanvraag indienen bij het hoofd van dienst. 2 Een aanvraag bevat in ieder geval een keuze uit een bron en een doel. 3 artikel 21h, eerste lid, onderdelen a en b, van het ARAR artikel 21d, eerste lid, van het ARAR De bronnen bedoeld inworden niet gecombineerd met het doel, bedoeld in. 4 artikel 21c, eerste lid, van het ARAR artikel 21d, eerste lid, van het ARAR De medewerker die kiest voor meer werken als bedoeld in, dan wel voor minder werken als bedoeld in, geeft in zijn aanvraag het aantal uren aan dat en de wijze waarop hij deze wenst te realiseren. 5 artikel 21h, eerste lid, onderdelen c en h, van het ARAR De aanspraken bedoeld inworden volledig ingezet. 6 De waarden van een gekozen bron en doel bedraagt minimaal € 50,00. 7 De waarden van de gekozen bronnen en doelen komen zoveel mogelijk overeen. Een aanvraag wordt afgewezen indien het verschil tussen de waarde van de bronnen en de doelen meer dan 5% bedraagt. 8 Voor de bestedingsmogelijkheid bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Regeling bestedingsmogelijkheden kunnen, in afwijking van het vorige lid, aanspraken op bronnen die in de twee kalenderjaren volgende op het jaar van de aanvraag zullen ontstaan worden ingezet. 9 artikel 22a artikel 22c van het BBRA artikel 23 van het BBRA In afwijking van het eerste lid kan de medewerker, aan wie een toeslag op grond vanof1984 of een vergoeding op grond van1984 is toegekend, binnen twee weken na ontvangst van het besluit een extra aanvraag indienen om deze aanspraken in te zetten voor een nieuw doel. 2003 33 17-02-2003 13-02-2003 POI/A&R/03005554 2003 33 17-02-2003 13-02-2003 POI/A&R/03005554 19-02-2003 01-01-2003
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 2, eerste lid Het hoofd van dienst beslist op een aanvraag, bedoeld in, binnen vier weken na ontvangst van de aanvraag. 2 artikel 21e, vierde lid artikel 22, dertiende lid, van het ARAR Op aanvragen betreffende meer of minder uren werken of afkoop vakantie-uren die zijn ingediend voor 1 februari beslist het hoofd van dienst binnen vier weken na die datum en op aanvragen die zijn ingediend na 1 februari telkens binnen vier weken na afloop van de kalendermaand van indiening, met inachtneming van, respectievelijk. 3 artikel 2, negende lid Het hoofd van dienst beslist op een aanvraag bedoeld in, binnen twee weken na de datum van het indienen van de aanvraag. 4 Indien het hoofd van dienst voornemens is een aanvraag geheel of gedeeltelijk af te wijzen, vindt hierover overleg plaats met de medewerker. 2003 33 17-02-2003 13-02-2003 POI/A&R/03005554 2003 33 17-02-2003 13-02-2003 POI/A&R/03005554 19-02-2003 01-01-2003
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 21h, eerste lid, onderdelen a en b, van het ARAR artikel 21d, derde lid, van het ARAR De vergoedingen bedoeld in, alsmede de inhouding, bedoeld in, worden gebaseerd op het salaris per uur dat de medewerker geniet op de datum van het indienen van de aanvraag. 2 Wijzigingen van het salaris gedurende het kalenderjaar leiden niet tot aanpassing van de vergoeding of inhouding. 2003 33 17-02-2003 13-02-2003 POI/A&R/03005554 2003 33 17-02-2003 13-02-2003 POI/A&R/03005554 19-02-2003 01-01-2003
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 21h, eerste lid, onderdelen a en b, van het ARAR De uitbetaling van de vergoedingen bedoeld invindt plaats in de maand na de goedkeuring van de aanvraag. 2 artikel 21d, derde lid, van het ARAR De inhouding, bedoeld in, vindt maandelijks plaats in gelijke delen over de nog resterende periode van het betrokken kalenderjaar. 2003 33 17-02-2003 13-02-2003 POI/A&R/03005554 2003 33 17-02-2003 13-02-2003 POI/A&R/03005554 19-02-2003 01-01-2003
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Voor zover in specifieke regelingen niet anders is bepaald, dienen de in de aanvraag opgenomen doelen voor 1 december van het betrokken kalenderjaar te zijn gerealiseerd door inlevering van de desbetreffende betalingsbewijzen bij de daarvoor aangewezen functionarissen. 2003 33 17-02-2003 13-02-2003 POI/A&R/03005554 2003 33 17-02-2003 13-02-2003 POI/A&R/03005554 19-02-2003 01-01-2003
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Aan het eind van een kalenderjaar vindt per medewerker een eindafrekening plaats, waarbij een verschil in waarde van de ingezette bronnen en de gerealiseerde doelen wordt verrekend met het salaris van de medewerker. 2 In afwijking van het eerste lid wordt in het geval dat een medewerker wegens ziekte niet staat is geweest om in het betrokken kalenderjaar meer uren werken zoals op grond van de aanvraag is overeengekomen, de niet gerealiseerde meer uren werken in de eerste maand van ziekte beschouwd alsof zij wel zijn gerealiseerd. 3 In afwijking van het eerste lid vindt bij ontslag van de medewerker de eindafrekening plaats per de datum van ontslag. 4 In afwijking van het eerste lid vindt bij overlijden van de medewerker de eindafrekening plaats per de datum van overlijden, waarbij terugvordering van te veel betaalde vergoedingen achterwege blijft. 2003 33 17-02-2003 13-02-2003 POI/A&R/03005554 2003 33 17-02-2003 13-02-2003 POI/A&R/03005554 19-02-2003 01-01-2003
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Indien de belastinginspecteur bij controle van oordeel is dat er een bedrag ten onrechte belastingvrij is uitbetaald, wordt de ter zake verschuldigde loonheffing alsnog op de medewerker verhaald en verrekend met een eerstvolgende salarisbetaling. 2003 33 17-02-2003 13-02-2003 POI/A&R/03005554 2003 33 17-02-2003 13-02-2003 POI/A&R/03005554 19-02-2003 01-01-2003
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Ingeval deze regeling in een individueel geval niet of niet naar redelijkheid voorziet kan, voor zover nodig, het hoofd van dienst bij de beslissing op een aanvraag daarvan afwijken, met instemming van de directeur Personeel, Organisatie en Informatiemanagement. 2003 33 17-02-2003 13-02-2003 POI/A&R/03005554 2003 33 17-02-2003 13-02-2003 POI/A&R/03005554 19-02-2003 01-01-2003
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Beleidsregels IKAP EZ 2002 Deworden ingetrokken. 2003 33 17-02-2003 13-02-2003 POI/A&R/03005554 2003 33 17-02-2003 13-02-2003 POI/A&R/03005554 19-02-2003 01-01-2003
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot 1 januari 2003. 2003 33 17-02-2003 13-02-2003 POI/A&R/03005554 2003 33 17-02-2003 13-02-2003 POI/A&R/03005554 19-02-2003 01-01-2003
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling IKAP medewerkers EZ. 2003 33 17-02-2003 13-02-2003 POI/A&R/03005554 2003 33 17-02-2003 13-02-2003 POI/A&R/03005554 19-02-2003 01-01-2003