Regeling van de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie van 13 maart 2003, nr. 5213867/03/6, ter uitvoering van het Besluit verkrijging en verlies Nederlanderschap, het Besluit optie- en naturalisatiegelden 2002 en het Besluit bewijs omtrent toelating
- BWB-id
- BWBR0013506
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2010-10-10
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0013506
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2003/regeling-verkrijging-en-verlies-nederlanderschap
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2003/regeling-verkrijging-en-verlies-nederlanderschap/2010-10-10
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0013506&g=2010-10-10
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0013506&z=2026-06-06&g=2010-10-10
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0013506/2010-10-10
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2003/regeling-verkrijging-en-verlies-nederlanderschap
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. Rijkswet: Rijkswet op het Nederlanderschap de; b. De Minister: de Minister van Justitie; c. Uitvoeringsautoriteit: artikel 2 van het Besluit verkrijging en verlies Nederlanderschap de ingenoemde autoriteit of ambtenaar; d. Handleiding: Rijkswet op het Nederlanderschap Handleiding voor de toepassing van de, die van kracht is in het desbetreffende Rijksdeel. 2009 17664 20-11-2009 05-11-2009 5618363/09 2009 17664 20-11-2009 05-11-2009 5618363/09 01-01-2010
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Besluit verkrijging en verlies Nederlanderschap Besluit optie- en naturalisatiegelden 2002 Besluit bericht omtrent toelating Tenzij in deze regeling anders is bepaald, oefent de uitvoeringsautoriteit de hem in het, heten hetopgedragen werkzaamheden uit in overeenstemming met de Handleiding, alsmede met de nadere instructies terzake die in het betreffende Rijksdeel gelden. Hoofden van diplomatieke en consulaire posten oefenen deze werkzaamheden uit in overeenstemming met de Handleiding en de nadere instructies, die in Nederland van kracht zijn, met inachtneming van de bijzondere regels die de Minister van Buitenlandse Zaken daarbij heeft vastgesteld. 2003 54 18-03-2003 13-03-2002 5213867/03/6 2003 54 18-03-2003 13-03-2002 5213867/03/6 01-04-2003
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 eerste lid van artikel 12 artikel 24 artikel 30 van het Besluit verkrijging en verlies Nederlanderschap artikel 29, derde lid artikel 60a Besluit verkrijging en verlies Nederlanderschap De uitvoeringsautoriteit zendt de in het, respectievelijk vanengenoemde afschriften van de door hem ontvangen optieverklaringen, van de in deze artikelen genoemde documenten en van de bevestigingen van de verkrijging van het Nederlanderschap aan de Minister op de door het hoofd van de Immigratie- en Naturalisatiedienst aan te geven wijze. Op het afschrift van de bevestiging van de verkrijging van het Nederlanderschap vermeldt de uitvoeringsautoriteit de datum waarop de bevestiging ingevolgedan welis bekendgemaakt. 2 De uitvoeringsautoriteiten gevestigd op Aruba, Curaçao of Sint Maarten zenden tevens onverwijld afschriften van de optieverklaringen en de bevestigingen van de verkrijging van het Nederlanderschap aan de Minister van Justitie van Aruba, de Minister van Justitie van Curaçao of de Minister van Justitie van Sint Maarten op de door deze aan te geven wijze. 3 eerste lid van artikel 37 van het Besluit verkrijging en verlies Nederlanderschap De burgemeesters zenden de naturalisatieadviezen bedoeld in hetalsmede van de daarbij behorende documenten aan de Minister op de door het hoofd van de Immigratie- en Naturalisatiedienst aan te geven wijze. 4 artikel 49 van het Besluit verkrijging en verlies Nederlanderschap De uitvoeringsautoriteiten gevestigd op Aruba, Curaçao of Sint Maarten zenden de naturalisatieadviezen bedoeld in het eerste lid vanalsmede van de daarbij behorende documenten aan de Minister van Justitie van Aruba, de Minister van Justitie van Curaçao of de Minister van Justitie van Sint Maarten. 5 Het hoofd van de Immigratie- en Naturalisatiedienst onderzoekt regelmatig de wijze van afdoening van de optieverklaringen. De uitvoeringsautoriteiten verlenen daaraan medewerking. 2010 15215 30-09-2010 21-09-2010 5666917/10 2010 388 01-10-2010 30-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Rijkswet aanpassing rijkswetten aan de oprichting van de nieuwe landen in werking treedt. Treedt in werking om 00:00 uur in Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba en
om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 2, onder c, van het Besluit verkrijging en verlies Nederlanderschap De uitvoeringsautoriteit bedoeld in, bij wie een optieverklaring wordt ingediend, reikt binnen gerede tijd de bevestiging van de optieverklaring aan de optant uit of verzenden deze binnen gerede tijd per post aan de optant. 2 artikel 2, onder b, van het Besluit verkrijging en verlies Nederlanderschap artikel 60a Besluit verkrijging en verlies Nederlanderschap De gezaghebber van het openbaar lichaam bedoeld inreikt binnen gerede tijd de bevestiging van de optieverklaring aan de optant uit of verzendt deze binnen gerede tijd per post aan de optant. Hij stuurt een afschrift van de bevestiging van de verkrijging van het Nederlanderschap aan de Minister op de door het hoofd van de Immigratie- en Naturalisatiedienst aan te geven wijze. Op het afschrift van de bevestiging van de verkrijging van het Nederlanderschap vermeldt de gezaghebber de datum waarop de bevestiging ingevolgeis bekendgemaakt. Tevens vermeldt de gezaghebber ingevolge artikel 60a, twaalfde lid, van het Besluit verkrijging en verlies Nederlanderschap of en op welke wijze de verklaring van verbondenheid is afgelegd. 3 artikel 60a Besluit verkrijging en verlies Nederlanderschap De bevestigingen van optieverklaringen namens een minderjarige door zijn wettelijke vertegenwoordiger afgelegd, worden verzonden naar het adres van deze vertegenwoordiger, tenzij sprake is van een uitreiking op grond van. 4 artikel 2 Besluit verkrijging en verlies Nederlanderschap Gehele of gedeeltelijke weigering van de optieverklaring maakt de uitvoeringsautoriteit bedoeld inbekend door uitreiking in persoon van het besluit of door toezending daarvan per aangetekende post. 5 De bevestiging wordt opgesteld overeenkomstig het daarvoor vastgestelde modelformulier en de overige daarvoor door de Minister gestelde regels betreffende de vormgeving van dit formulier. 2010 15215 30-09-2010 21-09-2010 5666917/10 2010 388 01-10-2010 30-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Rijkswet aanpassing rijkswetten aan de oprichting van de nieuwe landen in werking treedt. Treedt in werking om 00:00 uur in Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba en
om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 2, onder a of c, van het Besluit verkrijging en verlies Nederlanderschap artikelen 60a 60b Besluit verkrijging en verlies Nederlanderschap De uitvoeringsautoriteit bedoeld indie een optieverklaring heeft bevestigd aan de persoon, die bij hem een optieverklaring heeft afgelegd, of aan wie de verlening van het Nederlanderschap aan een persoon, die door zijn tussenkomst is genaturaliseerd, is medegedeeld, nodigt de betrokken persoon uit voor een bijeenkomst waarin deze verkrijging of verlening op ceremoniële wijze wordt gevierd en waarbij de optiebevestiging of het uittreksel van het besluit tot verlening van het Nederlanderschap wordt uitgereikt op de in deenvoorgeschreven wijze. Uitgenodigd voor de ceremonie wordt in ieder geval de persoon aan wie een besluit tot verkrijging of verlening dan wel een besluit tot medeverlening moet worden uitgereikt. 2 artikelen 60a 60b Besluit verkrijging en verlies Nederlanderschap De gezaghebber van het openbaar lichaamnodigt de betrokken persoon uit voor een bijeenkomst waarin de verkrijging of verlening van het Nederlanderschap op ceremoniële wijze wordt gevierd en waarbij de optiebevestiging of het uittreksel van het besluit tot verlening van het Nederlanderschap wordt uitgereikt op de in deofvoorgeschreven wijze. Uitgenodigd voor de ceremonie wordt in ieder geval de persoon aan wie een besluit tot verkrijging of verlening dan wel een besluit tot medeverlening moet worden uitgereikt. 3 De in het vorige lid bedoelde ceremoniële bijeenkomst wordt ten minste op 15 december gehouden. Indien 15 december op een zaterdag of een zondag valt, vindt de bijeenkomst plaats op de eerstvolgende werkdag. 4 Burgemeesters van naburige gemeenten kunnen tot een gemeenschappelijke bijeenkomst beslissen. 5 a. artikel 2, onder d Besluit verkrijging en verlies Nederlanderschap artikelen 60a 60b Besluit verkrijging en verlies Nederlanderschap De uitvoeringsautoriteit bedoeld indie een optieverklaring heeft bevestigd aan de persoon, die bij hem een optieverklaring heeft afgelegd, of aan wie de verlening van het Nederlanderschap aan een persoon, die door zijn tussenkomst is genaturaliseerd, is medegedeeld, nodigt in beginsel de betrokken persoon uit voor een bijeenkomst waarin deze verkrijging of verlening op ceremoniële wijze wordt gevierd en waarbij de optiebevestiging of het uittreksel van het besluit tot verlening van het Nederlanderschap wordt uitgereikt op de in deenvoorgeschreven wijze. b. Uitgenodigd voor de ceremonie wordt in ieder geval de persoon aan wie een besluit tot verkrijging of verlening dan wel een besluit tot medeverlening moet worden uitgereikt. c. Indien om zwaarwegende redenen van een voor uitreiking op te roepen of reeds opgeroepen persoon niet kan worden verwacht dat deze de bevestiging van de verkrijging van het Nederlanderschap dan wel het uittreksel uit het naturalisatiebesluit in persoon wordt uitgereikt, kan een andere wijze van bekendmaking worden gekozen. Onder zwaarwegende redenen wordt in ieder geval gerekend de fysieke of psychische onmogelijkheid te verschijnen; alsmede een voor de op te roepen persoon af te leggen reisafstand, die in redelijkheid niet van hem kan worden verlangd. d. Wegens bijzondere aan de personele omvang van de diplomatieke of consulaire post gerelateerde omstandigheden kan het hoofd komen tot een andere wijze van bekendmaking dan uitreiking in persoon. e. Een bekendmaking per post geschiedt in beginsel onmiddellijk na de vaststelling van de optiebevestiging dan wel onmiddellijk na de ontvangst van het uittreksel van het naturalisatiebesluit doch uiterlijk binnen één week daarna. 6 a. artikel 60b, achtste lid, Besluit verkrijging en verlies Nederlanderschap Van een ingevolgevervallen besluit tot verlening van het Nederlanderschap zendt de uitvoeringsautoriteit het uittreksel van het besluit aan het hoofd van de Immigratie- en Naturalisatiedienst, met de vermelding dat het besluit niet inwerking is getreden. b. De uitvoeringsautoriteit laat de onder a. bedoelde inzending achterwege tot het moment dat over het besluit omtrent de wijze van bekendmaking van het besluit tot verlening van het Nederlanderschap onherroepelijk in bezwaar of beroep is beslist. 7 artikel 60b, elfde lid, Besluit verkrijging en verlies Nederlanderschap Van een ingevolgevervallen besluit tot verlening van het Nederlanderschap zendt de gezaghebber van het openbaar lichaam het uittreksel van het besluit aan de Minister, met de vermelding dat het besluit niet inwerking is getreden. 8 De gezaghebber van het openbaar lichaam laat de in het zevende lid bedoelde inzending achterwege tot het moment dat over het besluit omtrent de wijze van bekendmaking van het besluit tot verlening van het Nederlanderschap onherroepelijk in bezwaar of beroep is beslist. 2010 15215 30-09-2010 21-09-2010 5666917/10 2010 388 01-10-2010 30-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Rijkswet aanpassing rijkswetten aan de oprichting van de nieuwe landen in werking treedt. Treedt in werking om 00:00 uur in Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba en
om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 9, eerste lid, aanhef en onder b, van de Rijkswet artikel 9, derde lid Het doen van afstand als bedoeld inzal met inachtneming van, niet worden verlangd, indien: a. de verzoeker de nationaliteit bezit van een Staat in wiens wetgeving de verkrijging van het Nederlanderschap leidt tot het verlies van die nationaliteit, b. de verzoeker de nationaliteit bezit van een Staat wiens wetgeving of rechtspraktijk geen afstand van nationaliteit toestaat, c. de verzoeker eerst na de verkrijging van het Nederlanderschap afstand kan doen, d. de verzoeker aantoont, dat hij voor het doen van afstand een betaling moet doen van zodanige hoogte dat hij daardoor een substantieel financieel nadeel zal lijden, e. de verzoeker aantoont, dat hij door het doen van afstand zodanige vermogensrechtelijke rechten, waaronder erfrechtelijke aanspraken, die hij thans in het land van oorsprong bezit, zal verliezen dat hij daardoor een substantieel financieel nadeel zal lijden, f. de verzoeker aantoont, dat hij slechts afstand van zijn oorspronkelijke nationaliteit zal kunnen doen nadat hij aldaar zijn militaire dienstplicht heeft vervuld of deze heeft afgekocht, g. van de verzoeker niet verlangd kan worden dat hij contact opneemt met de autoriteiten van de Staat waarvan hij de nationaliteit bezit, h. de verzoeker onderdaan is van een Staat die door Nederland niet wordt erkend. 2 Indien de verzoeker aantoont, dat hij andere bijzondere en objectief waardeerbare redenen heeft om geen afstand te doen van zijn oorspronkelijke nationaliteit, dan legt na ontvangst van het naturalisatieverzoek het hoofd van de Immigratie- en Naturalisatiedienst die redenen aan de Minister ter beoordeling voor. 3 Bij de bepaling dat een Staat een wetgeving of rechtspraktijk heeft als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a, b en c, wordt gebruik gemaakt van de in de Handleiding en nadere instructies gegeven landeninformatie terzake. 4 Indien het betreft een geval als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder c, dient de verzoeker zich bij zijn verzoek tot naturalisatie bereid te verklaren om na de totstandkoming van de naturalisatie het mogelijke te zullen doen om zijn andere nationaliteit of nationaliteiten te verliezen, tenzij op hem een der andere in het eerste lid genoemde gevallen van toepassing is. 2006 167 29-08-2006 16-08-2006 5434284 2006 167 29-08-2006 16-08-2006 5434284 01-10-2006
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 14, tweede lid, van de Rijkswet Het voornemen tot een besluit tot intrekking van het Nederlanderschap als bedoeld inwordt ter beoordeling voorgelegd door het hoofd van de Immigratie- en Naturalisatiedienst aan de Minister. 2 artikel 66, vijfde lid, Besluit verkrijging en verlies Nederlanderschap Onder rechtstreeks betrokken persoon als bedoeld inwordt eveneens verstaan, voor zover zij daarbij een rechtstreeks belang hebben, degene die met de persoon op wie het voornemen tot intrekking rechtstreeks betrekking heeft, een duurzame relatie heeft en bij hem duurzaam inwonend is, als ook de bij deze persoon inwonende minderjarige stiefkinderen. 2010 15215 30-09-2010 21-09-2010 5666917/10 2010 15215 30-09-2010 21-09-2010 5666917/10 01-10-2010
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikelen 2 3 4 5 6 van het Besluit optie- en naturalisatiegelden 2002 De uitvoeringsautoriteiten bij wie een optieverklaring of naturalisatieverzoek wordt ingediend, zijn gemandateerd om, voor zover een wettelijk voorschrift of de aard van de bevoegdheid zich daartegen niet verzet, namens de Minister alle beslissingen te nemen, stukken af te doen en brieven te tekenen ten aanzien van de aangelegenheden voortvloeiend uit de,,,en. Tot deze aangelegenheden wordt tevens gerekend de buitenbehandelingstelling van een optieverklaring of naturalisatieverzoek wegens de niet-betaling van de verschuldigde gelden. 2 De uitvoeringsautoriteiten houden aantekening van de gevallen waarin ontheffing is verleend. 2003 54 18-03-2003 13-03-2002 5213867/03/6 2003 54 18-03-2003 13-03-2002 5213867/03/6 01-04-2003
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 voorgaande artikel De uitvoeringsautoriteit kan van de in hetbedoelde bevoegdheden ondermandaat verlenen aan onder hem ressorterende functionarissen, voor zover dat in overeenstemming is met de aard van de werkzaamheden van die functionarissen en de aard van de bevoegdheid zich daartegen niet verzet. 2003 54 18-03-2003 13-03-2002 5213867/03/6 2003 54 18-03-2003 13-03-2002 5213867/03/6 01-04-2003
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Vervallen 2009 17664 20-11-2009 05-11-2009 5618363/09 2009 17664 20-11-2009 05-11-2009 5618363/09 01-01-2010
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Vervallen 2009 17664 20-11-2009 05-11-2009 5618363/09 2009 17664 20-11-2009 05-11-2009 5618363/09 01-01-2010
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Vervallen 2009 17664 20-11-2009 05-11-2009 5618363/09 2009 17664 20-11-2009 05-11-2009 5618363/09 01-01-2010
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 artikel 8, eerste lid, van het Besluit optie- en naturalisatiegelden 2002 Met uitzondering van de hoofden van de diplomatieke en consulaire posten dragen de uitvoeringsautoriteiten de inbedoelde geldbedragen uiterlijk op de eerste werkdag van de tweede maand na de dag van inning af door overboeking op een door het hoofd van de Immigratie- en Naturalisatiedienst aan te geven bankrekening. Hij meldt de afdrachtplichtige de ontvangst en geeft, na controle van de juistheid van deze bedragen, daarvan kwijting. 2 artikel 8, eerste lid, van het Besluit optie- en naturalisatiegelden 2002 De hoofden van de diplomatieke en consulaire posten dragen de inbedoelde geldbedragen uiterlijk op de eerste werkdag van de tweede maand na de dag van inning af aan de Minister van Buitenlandse Zaken ter overboeking op een door het hoofd van de Immigratie- en Naturalisatiedienst aan te geven bankrekening. 3 Het hoofd van de Immigratie- en Naturalisatiedienst kan op verzoek van een uitvoeringsautoriteit met hem andere tijdstippen en perioden van afdracht overeenkomen. 2003 54 18-03-2003 13-03-2002 5213867/03/6 2003 54 18-03-2003 13-03-2002 5213867/03/6 01-04-2003
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 Tot het afgeven van berichten omtrent toelating is in het Europese deel van Nederland alsmede in de openbare lichamen bevoegd het hoofd van de Immigratie- en Naturalisatiedienst. 2 Tot het afgeven van berichten omtrent toelating is in Aruba, Curaçao of Sint Maarten bevoegd de directeur van de met de uitvoering van de Landsverordening toelating en uitzetting belaste dienst. 3 Een tijdvak van toelating in de Nederlandse Antillen, gelegen voor inwerkingtreding van de Rijkswet aanpassing rijkswetten aan de oprichting van de nieuwe landen, wordt in aanmerking genomen als ware het toelating in Curaçao, Sint Maarten of de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba. 2010 15215 30-09-2010 21-09-2010 5666917/10 2010 388 01-10-2010 30-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Rijkswet aanpassing rijkswetten aan de oprichting van de nieuwe landen in werking treedt. Treedt in werking om 00:00 uur in Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba en
om 06.00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 De uitvoeringautoriteiten dienen verzoeken om een bericht omtrent toelating in met gebruikmaking van de modelformulieren die daarvoor in de bijlage bij de Handleiding zijn gegeven. 2003 54 18-03-2003 13-03-2002 5213867/03/6 2003 54 18-03-2003 13-03-2002 5213867/03/6 01-04-2003
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Machtigingsregeling naturalisatie en naturalisatiegelden 1998 Devervalt. 2003 54 18-03-2003 13-03-2002 5213867/03/6 2003 54 18-03-2003 13-03-2002 5213867/03/6 01-04-2003
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 Deze regeling wordt met de toelichting in de Staatscourant, het Publicatieblad van de Nederlandse Antillen en het Afkondigingsblad van Aruba geplaatst. 2 artikel 12 artikel 14, derde lid artikel 6 Deze regeling treedt, met uitzondering vanen, in werking met ingang van 1 april 2003;is slechts van toepassing op Nederland en de Nederlandse Antillen. 3 Deze regeling wordt aangehaald als Regeling verkrijging en verlies Nederlanderschap. 2003 54 18-03-2003 13-03-2002 5213867/03/6 2003 54 18-03-2003 13-03-2002 5213867/03/6 01-04-2003