Regeling vrijstelling II gewasbeschermingsmiddelen teeltseizoen 2003
- BWB-id
- BWBR0014963
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 2003-04-16 t/m 2003-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0014963
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2003/regeling-vrijstelling-ii-gewasbeschermingsmiddelen-teeltseiz
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2003/regeling-vrijstelling-ii-gewasbeschermingsmiddelen-teeltseiz/2003-04-16
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0014963&g=2003-04-16
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0014963&z=2026-06-06&g=2003-04-16
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0014963/2003-04-16
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2003/regeling-vrijstelling-ii-gewasbeschermingsmiddelen-teeltseiz
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder `wet': Bestrijdingsmiddelenwet 1962 2003 74 15-04-2003 11-04-2003 TRCJZ/2003/2503 2003 74 15-04-2003 11-04-2003 TRCJZ/2003/2503 16-04-2003
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 bijlage Van het verbod van artikel 10, eerste lid, van de wet wordt voor het voorhanden of in voorraad hebben en het gebruiken van gewasbeschermingsmiddelen die één of meer van de in debij deze regeling vermelde werkzame stoffen bevatten, vrijstelling verleend aan degenen die gedurende het teeltseizoen 2003: a. beroeps- of bedrijfsmatig werkzaam zijn in de teelt waarvoor het betrokken middel ingevolge deze regeling is vrijgesteld, of b. ten behoeve van een onder a bedoeld persoon ter uitoefening van een beroep of bedrijf werkzaamheden met het betrokken gewasbeschermingsmiddel verrichten. 2003 74 15-04-2003 11-04-2003 TRCJZ/2003/2503 2003 74 15-04-2003 11-04-2003 TRCJZ/2003/2503 16-04-2003
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 artikel 2 deel I bijlage De inbedoelde vrijstelling is slechts van toepassing op de gewasbeschermingsmiddelen die voor de betrokken werkzame stof invan debij deze regeling staan vermeld, en voor zover het afleveren, het voorhanden of in voorraad hebben, het binnen Nederland brengen of het gebruiken van die gewasbeschermingsmiddelen plaats vindt ten behoeve van de bestrijding van de ziekte of plaag in de teelt waarvoor het betrokken middel ingevolge deze regeling is vrijgesteld. 2003 74 15-04-2003 11-04-2003 TRCJZ/2003/2503 2003 74 15-04-2003 11-04-2003 TRCJZ/2003/2503 16-04-2003
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 2 deel I bijlage deel II bijlage De inbedoelde vrijstelling is voorts slechts van toepassing, voor zover het middel wordt gebruikt overeenkomstig de gebruiksvoorschriften, zoals die voor de betrokken werkzame stof zijn opgenomen invan debij deze regeling, en de overige voorschriften invan debij deze regeling worden nageleefd. 2003 74 15-04-2003 11-04-2003 TRCJZ/2003/2503 2003 74 15-04-2003 11-04-2003 TRCJZ/2003/2503 16-04-2003
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Wijzigt de Regeling vrijstelling I gewasbeschermingsmiddelen teeltseizoen 2003. 2003 74 15-04-2003 11-04-2003 TRCJZ/2003/2503 2003 74 15-04-2003 11-04-2003 TRCJZ/2003/2503 16-04-2003
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vrijstelling II gewasbeschermingsmiddelen teeltseizoen 2003. 2003 74 15-04-2003 11-04-2003 TRCJZ/2003/2503 2003 74 15-04-2003 11-04-2003 TRCJZ/2003/2503 16-04-2003
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Deze regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2004. 2003 74 15-04-2003 11-04-2003 TRCJZ/2003/2503 2003 74 15-04-2003 11-04-2003 TRCJZ/2003/2503 16-04-2003
Artikel 8 — Inhoudsopgave:#
Inhoudsopgave: Deel I Voorschriften per werkzame stof voor de gewasbeschermingsmiddelen, bedoeld in artikel 2 (middelen die zijn toegelaten voor andere doeleinden) I.A haloxyfop-P-methyl I.B hexythiazox I.C propyzamide I.D pyridaben I.E thiram I.F tolylfluanide I.G triazamaat I.H triflusulfuron-methyl I.I trinexapac-ethyl I.J zwavel
Artikel 9 — Naam en laatstelijke toelatingsnummer van de vrijgestelde gewasbeschermingsmiddelen:#
Naam en laatstelijke toelatingsnummer van de vrijgestelde gewasbeschermingsmiddelen: Gallant 2000 (toegelaten onder 11592 N) GEBRUIKSVOORSCHRIFTEN Toegestaan is uitsluitend het gebruik als onkruidbestrijdingsmiddel, met maximaal 1 toepassing per teelt of teeltseizoen en met dien verstande dat het niet handmatig toegepast mag worden en dat er neerwaarts gespoten dient te worden in de kruidenteelt van Digitalis in de vollegrond, mits bestemd voor medicinale doeleinden. Vermijd blootstelling van niet-doelwit arthropoden. Het is verboden dit middel te gebruiken in grondwaterbeschermingsgebieden als bedoeld in de Wet Milieubeheer, daaronder niet begrepen de gebieden waarbinnen uitsluitend fysische bodemaantastingen zoals grondboringen zijn verboden. Dit middel is Irriterend voor ogen. Het volgende moet daarom in acht worden genomen: GEBRUIKSAANWIJZING Algemeen Gallant 2000 is een systemisch werkend bladherbicide en bestrijdt kweekgras, eenjarige grassen, opslag van granen en straatgras. Op het moment van spuiten moeten de grassen goed aan de groei zijn en voldoende bladmassa hebben om het herbicide op te nemen (3-5 bladstadium tot begin uitstoeling). Wacht met toepassen niet zo lang dat het cultuurgewas het onkruid grotendeels bedekt. Toepassen bij droog en groeizaam weer, als geen regen wordt verwacht binnen 1 uur na toepassing. De groei van de onkruiden stopt binnen enkele dagen na de bespuiting; afhankelijk van de weersomstandigheden en de onkruiden is de werking zichtbaar 1 tot 2 weken na de toepassing en is volledig na 3 tot 4 weken. Groeizaam weer bevordert de snelheid van de werking. Gallant 2000 bevat een uitvloeier. De toevoeging van een extra hulpstof is dus niet nodig. Niet mengen met groeistoffen. Toepassingen Digitalis, ter bestrijding van grassen. Toepassen in de kruidenteelt van Digitalis (vingerhoedskruid), bestemd voor medicinale doeleinden. De toepassing kan na opkomst van het gewas plaatsvinden. Dosering: De dosering is afhankelijk van de onkruidsoort. OPMERKINGEN: Cultuurgrassen (behalve roodzwenk en hardzwenk), granen en maïs zijn uiterst gevoelig voor dit middel. Buiten bereik van kinderen bewaren. Verwijderd houden van eet- en drinkwaren en van diervoeder. Niet eten, drinken of roken tijdens gebruik. Spuitnevel niet inademen. Draag geschikte beschermende kleding, handschoenen en een beschermingsmiddel voor het gezicht. Bij aanraking met de ogen onmiddellijk met overvloedig water afspoelen en deskundig medisch advies inwinnen. Tijdens de bespuiting een geschikte adembescherming dragen. onkruidsoort dosering per ha tijdstip van toepassen - Hanepoot - Duist - Windhalm - Wilde haver - Opslag van granen 0,5 l als het betreffende onkruid 2-3 bladeren heeft tot uiterlijk begin doorschieten. - Stuifdek van gerst - Opslag van raaigras - Kweekgras 1 l bij 15-25 cm hoogte (4-6 bladstadium) - Straatgras 1 - 1,5 l op jong straatgras voor de bloei geeft 1 l ha al voldoende werking.
Artikel 10 — Naam en laatstelijke toelatingsnummer van de vrijgestelde gewasbeschermingsmiddelen:#
Naam en laatstelijke toelatingsnummer van de vrijgestelde gewasbeschermingsmiddelen: • Nissorun Spuitpoeder (toegelaten onder 9704 N) • Nissorun Vloeibaar (toegelaten onder 10379 N) GEBRUIKSVOORSCHRIFTEN Toegestaan is uitsluitend het gebruik als mijtenbestrijdingsmiddel, met dien verstande dat het niet handmatig toegepast mag worden en dat er neerwaarts gespoten dient te worden in de teelt van Dahlia, met maximaal 2 toepassingen per teelt of teeltseizoen. Het volgende moet in acht worden genomen: GEBRUIKSAANWIJZING Algemeen: Het middel is werkzaam tegen eieren en alle larvenstadia van spintmijten. De werking tegen volwassen spintmijten is beperkt. Het middel heeft een trage aanvangswerking. Om de kans op ontwikkeling van resistentie te verkleinen heeft het de voorkeur dat het middel wordt afgewisseld met andere daarvoor toegelaten middelen met een ander werkingsmechanisme of gecombineerd met deze middelen wordt toegepast. Het middel toepassen met voldoende water om optimale bevochtiging te bereiken van zowel de bovenkant als de onderkant van de bladeren. Toepassingen: Dahlia, Tetranchidae ter bestrijding van spint (). Een bespuiting uitvoeren zodra een beginnende aantasting wordt waargenomen. Dosering: Nissorun Spuitpoeder: 0,05% (50 gram per 100 liter water). Nissorun Vloeibaar: 0, 02% (20 ml per 100 liter water) Om zichtbaar residu te voorkomen desgewenst een uitvloeier toevoegen. Het verdient aanbeveling middels een proefbespuiting vast te stellen of het gewas de behandeling verdraagt. Buiten bereik van kinderen bewaren. Verwijderd houden van eet- en drinkwaren en van diervoeder. Niet eten, drinken of roken tijdens gebruik. Stof en spuitnevel niet inademen. Aanraking met de ogen vermijden. Bij aanraking met de ogen onmiddellijk met overvloedig water afspoelen en deskundig medisch advies inwinnen. Draag geschikte handschoenen en beschermende kleding.
Artikel 11 — Naam en laatstelijke toelatingsnummer van de vrijgestelde gewasbeschermingsmiddelen:#
Naam en laatstelijke toelatingsnummer van de vrijgestelde gewasbeschermingsmiddelen: Rokade (toegelaten onder 11129 N) GEBRUIKSVOORSCHRIFTEN Toegestaan is uitsluitend het gebruik als onkruidbestrijdingsmiddel, met maximaal 1 toepassing per teelt of teeltseizoen en uitsluitend toegepast met een machinale granulaatstrooier in de teelt van: Morsen van het granulaat te allen tijde voorkomen en indien gemorst altijd het granulaat verwijderen. Het is verboden dit middel te gebruiken in grondwaterbeschermingsgebieden als bedoeld in de Wet milieubeheer, daaronder niet begrepen de gebieden waarbinnen uitsluitend fysische bodemaantastingen zoals grondboringen zijn verboden. Het middel zodanig toepassen dat het granulaat niet in oppervlaktewater terechtkomt. Voorkom afspoeling van granulaten naar oppervlaktewater. Het volgende moet in acht worden genomen: GEBRUIKSAANWIJZING Rokade is een selectief onkruidbestrijdingsmiddel in granulaatvorm. Het middel is met name effectief tegen éénjarige onkruiden. Composieten, zoals kamille, klein kruiskruid, paardebloem, distels en ook klaver, bereklauw en haagwinde zijn ongevoelig. Rokade is een bodemherbicide met een lange werkingsduur. Het middel moet door de wortels van kiemende of uitlopende onkruiden worden opgenomen. Toepassing op een vochtige grond en veel neerslag na toepassing zijn daarom gunstig voor een goed resultaat. Rokade heeft geen contactwerking. Rokade werkt het beste bij lage temperaturen (<10oC). Daarom wordt aanbevolen het middel toe te passen in de koude periode van het jaar. Met name voor een goede bestrijding van kweekgras is dit erg belangrijk. Toepassingen Boomkwekerijgewassen in containers, ter bestrijding van met name éénjarige onkruiden Kort na planten toepassen, op nog onkruidvrije grond. Vochtige grond bevordert een goede werking. Dosering: 40-60 kg /ha. Vaste planten, ter bestrijding van met name éénjarige onkruiden Kort na planten toepassen, op nog onkruidvrije grond. Vochtige grond bevordert een goede werking. Dosering: 40-60 kg /ha. De dosering is afhankelijk van de gevoeligheid van het geteelde soort en de grondsoort. Op lichte gronden moet de laagste dosering worden gebruikt. Op de grondsoorten met meer dan 25% slib of meer dan 5% organische stof kan afhankelijk van de gevoeligheid van de soort 40-60 kg worden gebruikt. Het middel is veilig gebleken in een ruim sortiment boomkwekerijgewassen en vaste planten in de vollegrond, echter op het gebied van de containerteelt is beperkte ervaring opgedaan. Het sortiment is bijzonder groot en de gevoeligheid kan zelfs binnen een soort variabel zijn. Indien nog geen ervaring werd opgedaan met Rokade op een bepaalde soort en/of in een teeltwijze moet eerst een proefbehandeling op een klein oppervlak worden uitgevoerd om een eventueel effect op de gewassen te kunnen inschatten. Rokade lijkt veilig toepasbaar in de vollegrondsteelt van de vaste planten: Scabiosa, Aster, Echinops, Achillea en Solidago. De toepassing kan over het gewas plaatsvinden. Niet toepassen in o.a.: Delphinium, Veronica, Phlox en Aconitum. Het middel heeft een lange verblijfsduur in de grond zodat rekening moet worden gehouden met kans op schade aan eventuele volgteelten. a. boomkwekerijgewassen in containers, b. vaste planten. Buiten bereik van kinderen bewaren. Verwijderd houden van eet- en drinkwaren en van diervoeder. Niet eten, drinken of roken tijdens gebruik. Stof niet inademen. Draag geschikte handschoenen en beschermende kleding.
Artikel 12 — Naam en laatstelijke toelatingsnummer van de vrijgestelde gewasbeschermingsmiddelen:#
Naam en laatstelijke toelatingsnummer van de vrijgestelde gewasbeschermingsmiddelen: Aseptacarex (toegelaten onder 11101 N) GEBRUIKSVOORSCHRIFTEN Toegestaan is uitsluitend het gebruik als insekten- en mijtenbestrijdingsmiddel in de bedekte teelt van Spaanse pepers en okra, met maximaal 3 toepassingen per teelt. Dit middel is gevaarlijk voor bijen en hommels. Niet toegestaan is toepassing in bloeiende gewassen of in niet-bloeiende gewassen wanneer deze actief bezocht worden door bijen en hommels. Niet toegestaan is toepassing wanneer bloeiende onkruiden aanwezig zijn. Bijen kunnen actief vliegen op niet-bloeiende gewassen, bijvoorbeeld om honingdauw te verzamelen die door luizen is afgescheiden. Dit middel is ontvlambaar en bijtend, schade bij opname door de mond en irriterend voor de ademhalingswegen en huid, veroorzaakt brandwonden en levert gevaar op voor ernstig oogletsel. Het volgende moet daarom in acht worden genomen: Veiligheidstermijnen: De termijn tussen de laatste toepassing en de oogst mag niet korter zijn dan: 3 dagen Spaanse peper okra vooren GEBRUIKSAANWIJZING Toepassingen Bedekte teelt van Spaanse pepers en okra, Tetranychus urticae ter bestrijding van bonespintmijt (). Een behandeling uitvoeren zodra de eerste aantasting wordt waargenomen. Dosering: 0,07% (70 ml per 100 liter water). Achter slot en buiten bereik van kinderen bewaren. Verwijderd houden van eet- en drinkwaren en van diervoeder. Niet eten, drinken of roken tijdens gebruik. Spuitnevel niet inademen. Bij aanraking met de ogen onmiddellijk met overvloedig water afspoelen en deskundig medisch advies inwinnen. Verontreinigde kleding onmiddellijk uittrekken. Na aanraking met de huid onmiddellijk wassen met veel water. Draag geschikte beschermende kleding, handschoenen en een beschermingsmiddel voor het gezicht. Indien men zich onwel voelt een arts raadplegen (indien mogelijk hem dit etiket tonen). Tijdens de bespuiting een geschikte adembescherming dragen.
Artikel 13 — Naam en laatstelijke toelatingsnummer van de vrijgestelde gewasbeschermingsmiddelen:#
Naam en laatstelijke toelatingsnummer van de vrijgestelde gewasbeschermingsmiddelen: • Hermosan 80 WG (toegelaten onder 11609 N) • Thiram Granuflo (toegelaten onder 10172 N) GEBRUIKSVOORSCHRIFTEN Toegestaan is uitsluitend het gebruik als schimmelbestrijdingsmiddel, met maximaal 3 toepassingen per teelt of teeltseizoen: a. in de teelt van blauwe bessen. Veiligheidstermijnen: De termijn tussen de laatste toepassing en de oogst mag niet korter zijn dan: 4 weken voor blauwe bessen Dit middel is irriterend voor de ogen en de huid. Het volgende moet daarom in acht worden genomen: GEBRUIKSAANWIJZING Toepassingen: Blauwe bessen, Colletotrichum gloeosporiodes tegen Antracnose-vruchtrot (). Toepassen met een interval van een week, vanaf het begin van de bloei tot aan de oogst met een maximum van 3 toepassingen per teelt of teeltseizoen. Dosering: 0,2% (200 gram per 100 liter water) Buiten bereik van kinderen bewaren. Verwijderd houden van eet- en drinkwaren en van diervoeder. Niet eten, drinken of roken tijdens gebruik. Draag geschikte handschoenen. Aanraking met de ogen vermijden. Gebruik geen alcoholische dranken op de dag van toepassing
Artikel 14 — Naam en laatstelijke toelatingsnummer van de vrijgestelde gewasbeschermingsmiddelen:#
Naam en laatstelijke toelatingsnummer van de vrijgestelde gewasbeschermingsmiddelen: Eupareen Multi (toegelaten onder 10023 N) GEBRUIKSVOORSCHRIFTEN Toegestaan is uitsluitend het gebruik als schimmelbestrijdingsmiddel in de bedekte teelt van Spaanse pepers, met maximaal 3 toepassingen per teelt. Dit middel is gevaarlijk voor niet-doelwit arthropoden (roofmijten). Dit middel kan overgevoeligheid veroorzaken bij contact met de huid en kan mogelijk gevaar opleveren voor beschadiging van het ongeboren kind. Aangezien het middel toxisch is, moet het volgende in acht worden genomen: Veiligheidstermijnen: De termijn tussen de laatste toepassing en de oogst mag niet korter zijn dan: 3 dagen Spaanse peper voor GEBRUIKSAANWIJZING Toepassingen Bedekte teelt van Spaanse pepers, Leveillula taurica ter bestrijding van meeldauw (). Vanaf begin optreden van aantasting regelmatig bespuitingen uitvoeren, met een maximum van 3 X per teelt. Dosering: 0,15% (150 ml per 100 liter water). Achter slot en buiten bereik van kinderen bewaren. Verwijderd houden van eet- en drinkwaren en van diervoeder. Niet eten, drinken of roken tijdens gebruik. Draag geschikte beschermende kleding en handschoenen.
Artikel 15 — Naam en laatstelijke toelatingsnummer van de vrijgestelde gewasbeschermingsmiddelen:#
Naam en laatstelijke toelatingsnummer van de vrijgestelde gewasbeschermingsmiddelen: Aztec (toegelaten onder 11789 N) GEBRUIKSVOORSCHRIFTEN Toegestaan is uitsluitend het gebruik als insectenbestrijdingsmiddel, mits neerwaarts gespoten en met gebruikmaking van driftreducerende doppen van 90%, in de teelt van boomkwekerijgewassen tot een gewashoogte van 50 cm, met maximaal 2 toepassingen per teelt of teeltseizoen. Dit middel is schadelijk bij opname door de mond en kan overgevoeligheid veroorzaken bij contact met de huid. Het volgende moet daarom in acht worden genomen: GEBRUIKSAANWIJZING Algemeen: Het middel wordt via het blad door de plant opgenomen, daarna wordt het middel door de gehele plant verspreid. Het middel heeft contactwerking en is tevens werkzaam na opname via de plant. Het middel is niet gevaarlijk voor bijen en hommels. Het middel wordt vooralsnog als schadelijk beschouwd voor de sluipwesp. Resultaten van onderzoek kunnen in de gebruiksaanwijzing van een volgend jaar verwerkt worden. Toepassingen: Boomkwekerijgewassen tot een gewashoogte van 50 cm, Aphis gossypii Aphis fabae ter bestrijding van diverse luizensoorten, zoals katoenluis () en zwarte bonenluis (). Zodra aantasting wordt waargenomen een bespuiting uitvoeren. De behandeling herhalen, wanneer luizen in toenemende mate weer voorkomen. Maximaal 2 x toepassen per teelt of teeltseizoen. Dosering: 0,1% (100 ml per 100 liter water). Zorg voor een goede bevochtiging van het gewas en spuit bij een hoge relatieve vochtigheid. Het verdient aanbeveling middels een proefbespuiting vast te stellen of het gewas de behandeling verdraagt. Buiten bereik van kinderen bewaren. Verwijderd houden van eet- en drinkwaren en van diervoeder. Niet eten, drinken of roken tijdens gebruik. Spuitnevel niet inademen. Draag geschikte handschoenen en beschermende kleding.
Artikel 16 — Naam en laatstelijke toelatingsnummer van de vrijgestelde gewasbeschermingsmiddelen:#
Naam en laatstelijke toelatingsnummer van de vrijgestelde gewasbeschermingsmiddelen: Safari (toegelaten onder 11754 N) GEBRUIKSVOORSCHRIFTEN Toegestaan is uitsluitend het gebruik als onkruidbestrijdingsmiddel in de pennenteelt en zaadteelt van witlof en cichorei, met maximaal 60 gram middel per ha per teelt of teeltseizoen. Vermijd blootstelling van niet-doelwit arthropoden. Het is verboden dit middel te gebruiken in grondwaterbeschermingsgebieden als bedoeld in de Wet milieubeheer, daaronder niet begrepen de gebieden waarbinnen uitsluitend fysische bodemaantastingen zoals grondboringen zijn verboden. Het volgende moet in acht worden genomen: GEBRUIKSAANWIJZING Algemeen SAFARI is een systemisch bladherbicide ter bestrijding van tweezaadlobbige onkruiden na opkomst van het gewas. Het middel wordt hoofdzakelijk via het blad opgenomen, maar ook gedeeltelijk via de wortels. Het middel wordt vervolgens getransporteerd naar de groeipunten. De groei van de onkruiden wordt snel gestopt, maar de snelheid van afsterven is afhankelijk van de soort, leeftijd en groeiomstandigheden en kan enkele weken duren. De soorten vogelmuur, varkensgras, melganzevoet en zwaluwtong zijn minder gevoelig. Het middel bij voorkeur spuiten bij groeizaam weer. Niet toepassen wanneer grote schommelingen tussen dag- en nachttemperatuur (b.v. nachtvorst) worden verwacht of wanneer temperaturen hoger dan 25°C worden verwacht. Het middel niet toepassen als het gewas beschadigd is door bv. bladluizen of hagel. Na toepassing is een droge periode van 4 uur noodzakelijk, zodat het middel goed door het onkruid kan worden opgenomen. Hoeveelheid spuitvloeistof 150-300 l/ha. Opmerkingen. Onder stresscondities kunnen enkele dagen na toepassing gele vlekjes op het blad verschijnen die echter weer snel verdwijnen. De toepassing van SAFARI in de juiste periode heeft geen invloed op een volggewas in en normale rotatie. Desalniettemin wordt, bij gebrek aan informatie, het afgeraden bloemen, sierplanten, heesters of boomkwekerijgewassen te planten na witlof of cichorei behandeld met SAFARI in een periode van 12 maanden na toepassing. ATTENTIE Direct na de behandeling dient de apparatuur uiterst zorgvuldig te worden schoongemaakt met ammonia of chloorbleekloog, daar een residu van het middel aan veel gewassen grote schade kan veroorzaken. Toepassingen Pennenteelt en zaadteelt van witlof en cichorei, steeds toepassen op zeer jonge onkruiden, kiemblad- tot 2 bladstadium. Om een goede werking te verkrijgen dient het middel herhaaldelijk te worden toegepast op zeer jonge onkruiden (bij voorkeur in het kiemlobstadium). De eerste behandeling niet eerder uitvoeren dan wanneer 70% van de planten opgekomen is. Vervolgbespuitingen uitvoeren bij nieuwe opkomst van onkruiden. Na behandeling kan 1-2 weken groeivertraging optreden. In proeven heeft dit nooit tot duidelijke invloed gehad op de opbrengst of kwaliteit van het gewas. Vervolgbespuitingen dienen bij voorkeur te worden uitgesteld wanneer het gewas nog een reactie laat zien van de eerdere bespuiting(en). Overlap voorkomen, omdat dit bij ongunstige omstandigheden opbrengstderving kan veroorzaken. Om het werkingsspectrum te verbreden kan Safari worden gemengd met andere in de teelt toegelaten herbiciden. Dosering: Maximaal 30 gram middel per toepassing, in totaal mag maximaal 60 gram middel per ha per teelt of teeltseizoen worden toegepast. Gewasmislukking In geval van mislukking van het gewas, kunnen alleen bieten, zomergerst en olievlas worden geteeld. Indien een kerende grondbewerking wordt uitgevoerd kan ook maïs worden geteeld. Gereedmaken spuitvloeistof 1 4 Eerst de tank met/deel vullen met water, vervolgens onder voortdurend roeren het middel toevoegen en de tank verder met water vullen. Ook tijdens het spuiten dient de spuitvloeistof in beweging te worden gehouden. Buiten bereik van kinderen bewaren. Verwijderd houden van eet- en drinkwaren en van diervoeder. Niet eten, drinken of roken tijdens gebruik.
Artikel 17 — Naam en laatstelijke toelatingsnummer van de vrijgestelde gewasbeschermingsmiddelen:#
Naam en laatstelijke toelatingsnummer van de vrijgestelde gewasbeschermingsmiddelen: Moddus 250 EC (toegelaten onder 12063 N) GEBRUIKSVOORSCHRIFTEN Toegestaan is uitsluitend het gebruik als groeiregulator in de teelt van grassen (m.u.v. raaigrassen), bestemd voor de zaadwinning, met maximaal één toepassing per teelt of teeltseizoen en met dien verstande dat er geen beweiding of vervoedering van het graszaadstro mag plaatsvinden. Dit middel kan overgevoeligheid veroorzaken bij contact met de huid. Het volgende moet daarom in acht worden genomen: GEBRUIKSAANWIJZING Algemeen Het middel wordt met name door bladeren en stengel opgenomen. Door de anti-gibberelline werking wordt de celstrekking geremd en worden de celwanden verdikt. De stengel wordt hierdoor korter en steviger, waardoor minder snel legering optreedt. Toepassen voor of tot maximaal het stadium 39 (vlagblad volledig aanwezig), niet meer toepassen als delen van de aar of pluim zichtbaar zijn. Opmerkingen Moddus 250 EC dient niet te worden gebruikt als binnen 2 uur regen wordt verwacht, bij grote temperatuursverschillen, bij vorst of wanneer het gewas te lijden heeft van droogte. Toepassingen Grassen (bestemd voor de zaadwinning), ter vertraging van de legering van het gewas Toepassen in de periode tussen begin van de stengelstrekking en het voelbaar worden van de eerste knoop (DC 30-31). Dosering: 0.8 l per ha. Buiten bereik van kinderen bewaren. Verwijderd houden van eet- en drinkwaren en van diervoeder. Niet eten, drinken of roken tijdens gebruik. Aanraking met de huid vermijden. Draag geschikte handschoenen.
Artikel 18 — Naam en laatstelijke toelatingsnummer van de vrijgestelde gewasbeschermingsmiddelen:#
Naam en laatstelijke toelatingsnummer van de vrijgestelde gewasbeschermingsmiddelen: • Brabant spuitzwavel (toegelaten onder 10123 N) • Kumulus S (toegelaten onder 6147 N) • Thiovit jet (toegelaten onder 5395 N) • Luxan Spuitzwavel (toegelaten onder 4960 N) GEBRUIKSVOORSCHRIFTEN Toegestaan is uitsluitend het gebruik als schimmel- en mijtenbestrijdingsmiddel, met maximaal 4 toepassingen per teeltseizoen in de teelt van peer. Dit middel is in droge toestand brandgevaarlijk en kan overgevoeligheid veroorzaken bij aanraking met de huid. Het volgende moet daarom in acht worden genomen: GEBRUIKSAANWIJZING Toepassingen Peer, Venturia pirina ter bestrijding van schurft (). a. Vóór de bloei Een bespuiting voor de bloei uitvoeren. Dosering: 0,6% (600 gram per 100 liter water) b. Tijdens en na de bloei Dosering: 0,4% (400 gram per 100 liter water) of 0,25% (250 gram per 100 liter water bij wekelijkse bespuitingen met maximaal 4 toepassingen) Peer, Epitrimerus pyri Phytoptus pyri ter bestrijding van roestmijt () en de perepokziekte veroorzaakt door de peregalmijt () In het voorjaar tijdens het uitlopen van de knoppen een bespuiting uitvoeren. Indien nodig een tweede bespuiting uitvoeren vlak voor de bloei. Dosering: 0,6% (600 ml per 100 liter water) ATTENTIE o Daar spuitzwavelpreparaten bij hogere temperaturen kans op schade geven is het gewenst bij warm weer (25C en hoger) - in de fruitteelt mede in verband met het optreden van zonnebrand op de vruchten - voorzichtig te zijn. Het verdient dan aanbeveling 's avonds te spuiten. Menging: Menging met insecticiden is alléén mogelijk als het spuitpoeders betreft. Niet mengen met oliehoudende preparaten. Achter slot en buiten bereik van kinderen bewaren. Verwijderd houden van eet- en drinkwaren en van diervoeder. Niet eten, drinken of roken tijdens gebruik. Aanraking met de huid vermijden. Draag geschikte handschoenen en beschermende kleding.