Stimuleringsregeling opleiden in de school in het voortgezet onderwijs 2003-2004
- BWB-id
- BWBR0015378
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- 2003-08-01 t/m 2004-07-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0015378
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2003/stimuleringsregeling-opleiden-in-de-school-in-het-voortgezet
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2003/stimuleringsregeling-opleiden-in-de-school-in-het-voortgezet/2003-08-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0015378&g=2003-08-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0015378&z=2026-06-06&g=2003-08-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0015378/2003-08-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2003/stimuleringsregeling-opleiden-in-de-school-in-het-voortgezet
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepaling#
Artikel 1 Begripsbepaling In deze regeling wordt verstaan onder: a. minister: de minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen; b. school: een uit 's Rijks kas bekostigde school als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs; c. bevoegd gezag: het bevoegd gezag van een school; d. aanvrager: het bevoegd gezag dat de subsidie aanvraagt; e. regionaal opleidingencentrum: regionaal opleidingencentrum als bedoeld in de Wet Educatie en Beroepsonderwijs; f. project: project opleiden in de school; g. projectplan: projectplan als beschreven in artikel 4.1; h. netwerk opleiden in de school VO: het op initiatief van het ministerie van OCenW ingestelde landelijke netwerk van scholen voor voortgezet onderwijs en lerarenopleidingen die actief zijn met de ontwikkeling van opleiden in de school. 2003 18 30-07-2003 12-07-2003 VO/OI-2003/31386 2003 18 30-07-2003 12-07-2003 VO/OI-2003/31386 01-08-2003
Artikel 2 — Artikel 2 Doelomschrijving#
Artikel 2 Doelomschrijving Deze regeling heeft als doel subsidie te verlenen aan (groepen van) scholen bij het opzetten en uitvoeren van projecten, gericht op het inrichten van een opleidingsinfrastructuur in de school en het ontwikkelen van een visie op opleiden in de school als onderdeel van het integraal personeelsbeleid. Het project beoogt dat de school/scholen in samenwerking met (een) lerarenopleiding(en) of een regionaal opleidingscentrum of een begeleidingsinstelling, (mede)-opleider is van nieuw onderwijspersoneel ('opleiden in de school'). 2003 18 30-07-2003 12-07-2003 VO/OI-2003/31386 2003 18 30-07-2003 12-07-2003 VO/OI-2003/31386 01-08-2003
Artikel 3 — Artikel 3 Subsidieaanvraag project#
Artikel 3 Subsidieaanvraag project Het bevoegd gezag dient een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 2 in bij het Programma Arbeidsmarkt- en Personeelsbeleid, t.a.v. AP/OKP, Postbus 25000, 2700 LZ Zoetermeer onder vermelding van 'Projectaanvraag Opleiden in de school Voortgezet Onderwijs'. Afschrift van de aanvraag wordt tegelijk gezonden aan het 'Netwerk opleiden in de school VO', per adres: Rengerslaan 10, 8917 DD Leeuwarden. 2003 18 30-07-2003 12-07-2003 VO/OI-2003/31386 2003 18 30-07-2003 12-07-2003 VO/OI-2003/31386 01-08-2003
Artikel 4 — Artikel 4 Subsidievoorwaarden en vereisten subsidieaanvraag#
Artikel 4 Subsidievoorwaarden en vereisten subsidieaanvraag 1 Om voor een subsidie in aanmerking te kunnen komen, moet de aanvrager een projectplan indienen, dat ten minste de volgende elementen bevat: • de projectopzet waarin de verantwoordelijkheidsverdeling tussen de verschillende deelnemers aan het project wordt beschreven; • een activiteitenplan; • de inbedding: de wijze waarop het project aansluit bij de reeds in gang gezette ontwikkelingen op het gebied van personeelsbeleid binnen de school; • de overdrachtsactiviteiten die het bevoegd gezag binnen eigen kring en daarbuiten denkt te ondernemen; • planning van het project; • begroting van het project. 2 Bij het opzetten en uitvoeren van een project werken één of meer scholen samen met één of meer lerarenopleidingen of met één of meer regionaal opleidingencentrum en is de school opleider of medeopleider van onderwijspersoneel. Per school wordt tenminste één persoon opgeleid als opleider in de school. 3 • De aanvraag bevat in ieder geval: • naam, adres, bevoegd gezag-nummer van de aanvrager; • naam, adres en brinnummer van de deelnemende VO-scholen; • naam en adres van deelnemende lerarenopleidingen, regionale opleidingencentra en begeleidingsinstellingen; • een projectplan; • een schriftelijk bewijs van samenwerking tussen de verschillende deelnemers aan het project. 4 Door het indienen van de aanvraag verklaart de aanvrager zich bereid de opbrengsten van het project over te dragen, in elk geval door deelname aan de bijeenkomsten van het 'Netwerk opleiden in de school VO'. 5 De subsidie betreft geen volledige vergoeding, maar een bijdrage in de kosten. 2003 18 30-07-2003 12-07-2003 VO/OI-2003/31386 2003 18 30-07-2003 12-07-2003 VO/OI-2003/31386 01-08-2003
Artikel 5 — Artikel 5 Termijn indiening#
Artikel 5 Termijn indiening Aanvragen kunnen tot en met 15 oktober 2003 worden ingediend. 2003 18 30-07-2003 12-07-2003 VO/OI-2003/31386 2003 18 30-07-2003 12-07-2003 VO/OI-2003/31386 01-08-2003
Artikel 6 — Artikel 6 Deelname aan het project#
Artikel 6 Deelname aan het project Aanvragers ontvangen uiterlijk december 2003 een beschikking over al dan niet toekenning van subsidie. 2003 18 30-07-2003 12-07-2003 VO/OI-2003/31386 2003 18 30-07-2003 12-07-2003 VO/OI-2003/31386 01-08-2003
Artikel 7 — Artikel 7 Subsidie per project#
Artikel 7 Subsidie per project 1 De hoogte van de bijdrage is gerelateerd aan het totale aantal leerlingen van de bij het project betrokken VO-scholen op 1 oktober 2002 en bedraagt 20 euro per leerling per deelnemende school, met dien verstande dat de maximale bijdrage per deelnemende school 20.000 euro bedraagt. 2 Per project bedraagt de maximale bijdrage 100.000 euro. 3 Wanneer, blijkend uit de aanvraag, ten minste vijf scholen van twee of meer verschillende bevoegde gezagsorganen samenwerken bij de vormgeving en uitvoering van het project, wordt € 10.000,- extra beschikbaar gesteld voor het opleiden van opleidingsdocenten. 4 De subsidie voor het project wordt betaald aan de aanvrager. De aanvrager draagt zorg voor de onderlinge verrekening. 2003 18 30-07-2003 12-07-2003 VO/OI-2003/31386 2003 18 30-07-2003 12-07-2003 VO/OI-2003/31386 01-08-2003
Artikel 8 — Artikel 8 Criteria voor subsidieverlening / advies voorafgaand aan subsidieverlening#
Artikel 8 Criteria voor subsidieverlening / advies voorafgaand aan subsidieverlening 1 De minister neemt een besluit over de toekenning van subsidie aan de verschillende projecten na een kwalitatief totaaladvies over alle projecten te hebben ingewonnen van het "Netwerk opleiden in de school VO". Dit totaaladvies richt zich op de kwaliteit en een evenwichtige spreiding van de projecten (zowel regionaal als wat betreft de grootte van de scholen). 2 Bepalend voor het besluit over toekenning van subsidies zijn de kwaliteit van de aanvraag en het projectplan als beschreven in artikel 4.1. 3 Bij de toekenning van de subsidies wordt rekening gehouden met een evenwichtige spreiding van de projecten zowel regionaal als wat betreft de grootte van de scholen en in hoeverre de deelnemende scholen voor subsidietoekenningen in de jaren 2000, 2001 en 2002 voor opleiden in de school in aanmerking zijn gekomen. 4 Een bevoegd gezag kan slechts éénmaal in het kader van deze regeling voor subsidie in aanmerking komen. 5 Aanvragen die na 15 oktober 2003 zijn binnengekomen, worden afgewezen. In het geval dat de aanvrager - krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht - de aanvraag dient aan te vullen, geldt de dag waarop de aanvraag is aangevuld als datum van ontvangst. 2003 18 30-07-2003 12-07-2003 VO/OI-2003/31386 2003 18 30-07-2003 12-07-2003 VO/OI-2003/31386 01-08-2003
Artikel 9 — Artikel 9 Tijdvak subsidieverlening#
Artikel 9 Tijdvak subsidieverlening Subsidie wordt verleend voor het tijdvak van 1 augustus 2003 tot en met 31 juli 2004. 2003 18 30-07-2003 12-07-2003 VO/OI-2003/31386 2003 18 30-07-2003 12-07-2003 VO/OI-2003/31386 01-08-2003
Artikel 10 — Artikel 10 Betaling van de subsidie#
Artikel 10 Betaling van de subsidie Het bevoegd gezag ontvangt in december 2003 40 % van het toegekende bedrag en in februari 2004 de resterende 60% van het toegekende bedrag. 2003 18 30-07-2003 12-07-2003 VO/OI-2003/31386 2003 18 30-07-2003 12-07-2003 VO/OI-2003/31386 01-08-2003
Artikel 11 — Artikel 11 Informatieplicht#
Artikel 11 Informatieplicht 1 Het bevoegd gezag is verplicht de minister en de door hem aangewezen ambtenaren desgevraagd alle inlichtingen te geven die deze in verband met deze subsidie verlangen. Het bevoegd gezag geeft desgewenst aan voornoemde ambtenaren de boeken en bescheiden ter inzage. 2003 18 30-07-2003 12-07-2003 VO/OI-2003/31386 2003 18 30-07-2003 12-07-2003 VO/OI-2003/31386 01-08-2003
Artikel 12 — Artikel 12 Verantwoording#
Artikel 12 Verantwoording 1 De subsidie wordt uitsluitend aangewend voor het doel waarvoor zij is verstrekt. 2 Het toegekende subsidiebedrag kan (deels) teruggevorderd worden indien in strijd wordt gehandeld met de subsidievoorwaarden. 3 De verklaring van de accountant bij de jaarrekening van de aanvrager omvat tevens een oordeel over de rechtmatige besteding van deze subsidie. In de jaarrekeningen van de overige deelnemende bevoegde gezagen aan het project wordt naar de verklaring van de aanvrager verwezen. 4 De subsidie wordt verantwoord in de jaarrekening van de aanvrager. 2003 18 30-07-2003 12-07-2003 VO/OI-2003/31386 2003 18 30-07-2003 12-07-2003 VO/OI-2003/31386 01-08-2003
Artikel 13 — Artikel 13 Subsidieplafond#
Artikel 13 Subsidieplafond Voor subsidieverlening is een bedrag van € 3.176.000,- beschikbaar. Wanneer het totaal van de aanvragen - dat aan de voorwaarden voldoet - het beschikbare bedrag te boven gaat, zal voorrang worden gegeven aan aanvragers die voor dit doel nog niet eerder (in de jaren 2000, 2001 en 2002) subsidie ontvingen. Aanvullend hierop geldt zonodig als criterium de volgorde van binnenkomst. 2003 18 30-07-2003 12-07-2003 VO/OI-2003/31386 2003 18 30-07-2003 12-07-2003 VO/OI-2003/31386 01-08-2003
Artikel 14 — Artikel 14 Begrotingsvoorwaarde#
Artikel 14 Begrotingsvoorwaarde Subsidie ten laste van de begroting van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen die nog niet is vastgesteld, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld. 2003 18 30-07-2003 12-07-2003 VO/OI-2003/31386 2003 18 30-07-2003 12-07-2003 VO/OI-2003/31386 01-08-2003
Artikel 15 — Artikel 15 Bekendmaking#
Artikel 15 Bekendmaking Deze regeling zal met toelichting in Uitleg OCenWRegelingen worden geplaatst. Van deze plaatsing zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant. 2003 18 30-07-2003 12-07-2003 VO/OI-2003/31386 2003 18 30-07-2003 12-07-2003 VO/OI-2003/31386 01-08-2003
Artikel 16 — Artikel 16 Inwerkingtreding#
Artikel 16 Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking per 1 augustus 2003 en vervalt per 1 augustus 2004. 2003 18 30-07-2003 12-07-2003 VO/OI-2003/31386 2003 18 30-07-2003 12-07-2003 VO/OI-2003/31386 01-08-2003
Artikel 17 — Artikel 17 Citeerartikel#
Artikel 17 Citeerartikel Deze regeling wordt aangehaald als: Stimuleringsregeling opleiden in de school in het voortgezet onderwijs 2003-2004. 2003 18 30-07-2003 12-07-2003 VO/OI-2003/31386 2003 18 30-07-2003 12-07-2003 VO/OI-2003/31386 01-08-2003