Regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid houdende regels met betrekking tot de verstrekking van regelingen het kader van het programma technologie en samenleving, reïntegratie in arbeid en preventie van arbeidsuitval 2003
- BWB-id
- BWBR0014811
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Geldigheid
- 2003-11-16 t/m 2003-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0014811
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2003/szw-subsidieregeling-preventie-van-arbeidsuitval-2003
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2003/szw-subsidieregeling-preventie-van-arbeidsuitval-2003/2003-11-16
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0014811&g=2003-11-16
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0014811&z=2026-06-06&g=2003-11-16
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0014811/2003-11-16
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2003/szw-subsidieregeling-preventie-van-arbeidsuitval-2003
Artikel 1 — Artikel 1 begripsbepalingen#
Artikel 1 begripsbepalingen 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. de minister: de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; b. project: bijlage 1 een samenhangend geheel van activiteiten, gericht op haalbaarheid, onderzoek of ontwikkeling, in combinatie met het voor de eerste maal demonstreren van producten of diensten die met gebruikmaking van technologie een voor Nederland vernieuwende bijdrage kunnen leveren aan de oplossing van een maatschappelijk vraagstuk op het gebied van reïntegratie in arbeid of preventie van arbeidsuitval, bedoeld inbehorende bij deze regeling; c. samenwerkingsverband: een geen rechtspersoonlijkheid bezittend verband, bestaande uit ten minste twee natuurlijke personen of rechtspersonen; d. groep: een economische eenheid, waarin organisatorisch zijn verbonden: 1°. natuurlijke personen of privaatrechtelijke rechtspersonen, die direct of indirect: - meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft aan, - volledig aansprakelijk vennoot is van, of - overwegende zeggenschap heeft over een of meer rechtspersonen of vennootschappen, en 2°. rechtspersonen of vennootschappen. 2003 53 17-03-2003 14-03-2003 A&G/W&P/2003/20908 2003 53 17-03-2003 14-03-2003 A&G/W&P/2003/20908 19-03-2003
Artikel 2 — Artikel 2 subsidie voor projectkosten#
Artikel 2 subsidie voor projectkosten 1 artikelen 3 4 De minister kan, met inachtneming van deenop aanvraag subsidie verstrekken voor projectkosten aan: a. de persoon die voor eigen rekening en risico een project uitvoert, of b. een samenwerkingsverband dat voor gezamenlijke rekening en risico een project uitvoert. 2 Indien de aanvragers deelnemers in een samenwerkingsverband zijn, wordt de subsidie verstrekt aan de deelnemers gezamenlijk en betaald aan de deelnemer die als indiener van de aanvraag is opgetreden. 2003 53 17-03-2003 14-03-2003 A&G/W&P/2003/20908 2003 53 17-03-2003 14-03-2003 A&G/W&P/2003/20908 19-03-2003
Artikel 3 — Artikel 3 subsidiabele activiteiten#
Artikel 3 subsidiabele activiteiten 1 Als projectkosten worden uitsluitend in aanmerking genomen: a. de volgende kosten, die na de indiening van de aanvraag zijn gemaakt en betaald en rechtstreeks aan het project zijn toe te rekenen: 1°. loonkosten, met dien verstande dat wordt uitgegaan van een uurloon, berekend op basis van het bruto jaarloon bij een volledige dienstbetrekking volgens de kolommen 3 en 4 van de loonstaat van het betrokken directe personeel en, tot een maximum van 10 procent van de totale loonkosten, van het met projectmanagement belaste personeel, exclusief volledig winstafhankelijke uitkeringen, verhoogd met de wettelijke dan wel de op grond van een individuele of collectieve arbeidsovereenkomst verschuldigde opslagen voor sociale lasten, en van 1600 productieve uren per jaar; 2°. kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen, gebaseerd op historische aanschafprijzen, exclusief winstopslagen bij transacties binnen een groep; 3°. de kosten van aangeschafte machines en apparatuur, met dien verstande dat wordt uitgegaan van de aan het project toe te rekenen leasetermijnen, met uitzondering van financieringskosten, of afschrijvingstermijnen, berekend op basis van de historische aanschafwaarde exclusief winstopslagen bij transacties binnen een groep, tot een maximum van 25 procent van de totale projectkosten; 4°. aan derden verschuldigde kosten, exclusief winstopslagen bij transacties binnen een groep; b. een opslag voor algemene kosten, groot 25 procent van de in onderdeel a, aanhef en onder 1° bedoelde loonkosten. 2 De kosten worden in aanmerking genomen met inbegrip van omzetbelasting, indien de subsidieontvanger die de kosten heeft gemaakt, omzetbelasting niet in aftrek kan brengen. 2003 53 17-03-2003 14-03-2003 A&G/W&P/2003/20908 2003 53 17-03-2003 14-03-2003 A&G/W&P/2003/20908 19-03-2003
Artikel 4 — Artikel 4 aanvullende weigeringsgronden#
Artikel 4 aanvullende weigeringsgronden artikel 6, tweede lid, van de Algemene regeling SZW-subsidies In aanvulling opwordt de subsidie in ieder geval geweigerd: a. artikel 3, eerste lid Subsidieregeling arbeidsomstandigheden Subsidieregeling convenanten arbeidsomstandigheden indien de activiteiten, bedoeld in, op grond van deof dezijn of kunnen worden gesubsidieerd; b. Indien onaannemelijk wordt geacht dat het project binnen twee jaren kan worden uitgevoerd. 2003 53 17-03-2003 14-03-2003 A&G/W&P/2003/20908 2003 53 17-03-2003 14-03-2003 A&G/W&P/2003/20908 19-03-2003
Artikel 5 — Artikel 5 hoogte subsidiebedrag#
Artikel 5 hoogte subsidiebedrag Het subsidiebedrag bedraagt 50% van de projectkosten, doch ten hoogste € 95000. 2003 53 17-03-2003 14-03-2003 A&G/W&P/2003/20908 2003 53 17-03-2003 14-03-2003 A&G/W&P/2003/20908 19-03-2003
Artikel 6 — Artikel 6 subsidieaanvraag#
Artikel 6 subsidieaanvraag 1 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier, dat ter inzage ligt bij het agentschap Senter. 2 Indien de aanvraag een project betreft dat wordt uitgevoerd door een samenwerkingsverband dient een deelnemer de aanvraag mede namens de andere deelnemers in. 3 artikel 5, vierde lid, van de Algemene regeling SZW-subsidies In afwijking vanworden subsidieaanvragen zodanig gerangschikt dat een project hoger gerangschikt wordt naarmate: a. de toepassing van technologie in het project meer vernieuwend is; b. het project meer maatschappelijk voordeel oplevert met betrekking tot reïntegratie in arbeid en preventie van arbeidsuitval; c. het project een groter economisch voordeel oplevert voor de betrokken ondernemers of de overheid; met dien verstande dat aan elk van deze criteria een gelijk gewicht wordt toegekend. 2003 53 17-03-2003 14-03-2003 A&G/W&P/2003/20908 2003 53 17-03-2003 14-03-2003 A&G/W&P/2003/20908 19-03-2003
Artikel 7 — Artikel 7 projectgroep#
Artikel 7 projectgroep 1 Er is een projectgroep die tot taak heeft de minister op zijn verzoek te adviseren omtrent aanvragen om subsidie op grond van deze regeling. 2 artikel 6, derde lid De projectgroep rangschikt, naar de mate waarin naar haar oordeel aan de criteria, bedoeld in, wordt voldaan, de aanvragen waaromtrent zij positief adviseert. 3 De projectgroep bestaat uit een voorzitter en ten minste vier en ten hoogste acht leden. 4 De voorzitter en de leden worden door de minister voor een termijn van ten hoogste twee jaar benoemd. Zij zijn te allen tijde opnieuw benoembaar. 5 De projectgroep stelt haar werkwijze vast. 6 De minister kan waarnemers aanwijzen, die het recht hebben de vergaderingen van de projectgroep bij te wonen. 7 De minister voegt aan de projectgroep voldoende, adequate secretariële ondersteuning toe. 8 De minister draagt er zorg voor dat de projectgroep over alle stukken die zij in verband met de uitoefening van haar taken nodig acht, kan beschikken. 9 De bescheiden betreffende de werkzaamheden van de projectgroep worden na beëindiging van de werkzaamheden van de projectgroep bewaard in het archief van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. 2003 53 17-03-2003 14-03-2003 A&G/W&P/2003/20908 2003 53 17-03-2003 14-03-2003 A&G/W&P/2003/20908 19-03-2003
Artikel 8 — Artikel 8 beslistermijn#
Artikel 8 beslistermijn De minister geeft een beschikking binnen vier maanden na ontvangst van de aanvraag. Indien de beschikking niet binnen vier maanden kan worden gegeven, stelt de minister de aanvrager daarvan in kennis en noemt hij daarbij een redelijke termijn waarbinnen de beschikking tegemoet kan worden gezien. 2003 53 17-03-2003 14-03-2003 A&G/W&P/2003/20908 2003 53 17-03-2003 14-03-2003 A&G/W&P/2003/20908 19-03-2003
Artikel 9 — Artikel 9 aanvullende verplichtingen#
Artikel 9 aanvullende verplichtingen paragraaf 3 van de Algemene Regeling SZW-subsidies De subsidieontvanger is, in aanvulling op de verplichtingen, bedoeld in, verplicht: a. het project uit te voeren voor het bij de subsidieverlening bepaalde tijdstip, behoudens voorafgaande schriftelijke toestemming van de minister voor het vertragen, het essentieel wijzigen, of het stopzetten van het project; b. het project in Nederland uit te voeren, behoudens voorafgaande schriftelijke toestemming van de minister voor gedeeltelijke uitvoering buiten Nederland; c. steeds na afloop van een periode van zes maanden aan de minister schriftelijk verslag uit te brengen omtrent de uitvoering van het project, met inbegrip van een vergelijking van die uitvoering met het projectplan, de effecten van de uitvoering op het eindresultaat en de bij de subsidieverlening vermelde raming van de projectkosten. 2003 53 17-03-2003 14-03-2003 A&G/W&P/2003/20908 2003 53 17-03-2003 14-03-2003 A&G/W&P/2003/20908 19-03-2003
Artikel 10 — Artikel 10 voorschotten#
Artikel 10 voorschotten 1 Een voorschot wordt slechts verstrekt, indien het voorschotbedrag ten minste € 4500 bedraagt. 2 artikel 9, onder c bijlage 3 Een aanvraag voor een voorschot wordt gelijktijdig ingediend met het verslag, bedoeld in, met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier, dat opgenomen is in de bij deze regeling behorende. 3 Een voorschot wordt berekend naar rato van de gemaakte en betaalde projectkosten, voor zover deze nog niet eerder bij de verstrekking van een voorschot in aanmerking zijn genomen. 4 Indien de aanvraag een project betreft dat wordt uitgevoerd door een samenwerkingsverband, dient de deelnemer in het samenwerkingsverband die als indiener van de aanvraag om subsidie is opgetreden, de aanvraag in mede namens de andere deelnemers en gaat de aanvraag, indien het een eerste voorschot betreft, vergezeld van een verklaring van de indiener van de aanvraag waarin hij zich aansprakelijk stelt voor terugbetaling van de subsidie, voorzover de subsidieontvangers daartoe verplicht zijn. 2003 53 17-03-2003 14-03-2003 A&G/W&P/2003/20908 2003 53 17-03-2003 14-03-2003 A&G/W&P/2003/20908 19-03-2003
Artikel 11 — Artikel 11 aanvraag subsidievaststelling#
Artikel 11 aanvraag subsidievaststelling artikel 14, eerste lid, van de Algemene regeling SZW-subsidies bijlage 4 In aanvulling opmaakt de subsidieontvanger die een aanvraag tot subsidievaststelling indient gebruik van het origineel van een ondertekend formulier, dat opgenomen is in de bij deze regeling behorende. 2003 53 17-03-2003 14-03-2003 A&G/W&P/2003/20908 2003 53 17-03-2003 14-03-2003 A&G/W&P/2003/20908 19-03-2003
Artikel 12 — Artikel 12 subsidieplafond#
Artikel 12 subsidieplafond 1 De minister stelt jaarlijks voor de aanvang van een kalenderjaar een subsidieplafond vast voor het verlenen van subsidies, ter uitvoering van deze regeling, op in een periode ontvangen aanvragen. 2 Voor de toepassing van deze regeling is in het kalenderjaar 2003 ten hoogste € 1.100.000,– beschikbaar. Dit bedrag is verdeeld over twee perioden, waarbij voor de eerste periode ten hoogste € 450.000,– beschikbaar is en voor de tweede periode ten hoogste € 650.000,–. 2003 221 14-11-2003 10-11-2003 A&G/W&P/2003/84263 2003 221 14-11-2003 10-11-2003 A&G/W&P/2003/84263 16-11-2003
Artikel 13 — Artikel 13 slotbepaling#
Artikel 13 slotbepaling 1 De minister stelt jaarlijks voor de aanvang van een kalenderjaar perioden vast, na afloop waarvan de aanvragen op grond van deze regeling die in die periode zijn ontvangen worden behandeld. 2 In 2003 worden twee perioden vastgesteld, de eerste periode wordt vastgesteld op 17 maart 2003 tot en met 28 april 2003. De tweede periode wordt vastgesteld op 18 augustus 2003 tot en met 29 september 2003. 2003 53 17-03-2003 14-03-2003 A&G/W&P/2003/20908 2003 53 17-03-2003 14-03-2003 A&G/W&P/2003/20908 19-03-2003
Artikel 14 — Artikel 14 citeertitel#
Artikel 14 citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: SZW-Subsidieregeling preventie van arbeidsuitval 2003. 2003 53 17-03-2003 14-03-2003 A&G/W&P/2003/20908 2003 53 17-03-2003 14-03-2003 A&G/W&P/2003/20908 19-03-2003
Artikel 15 — Artikel 15 inwerkingtreding#
Artikel 15 inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2004. 2003 53 17-03-2003 14-03-2003 A&G/W&P/2003/20908 2003 53 17-03-2003 14-03-2003 A&G/W&P/2003/20908 19-03-2003