Tijdelijke regeling taken en bevoegdheden plaatsvervangend secretaris-generaal VROM ten behoeve van het reorganisatietraject ZEUS
- BWB-id
- BWBR0015697
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2003-12-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0015697
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2003/tijdelijke-regeling-taken-en-bevoegdheden-plaatsvervangend-s
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2003/tijdelijke-regeling-taken-en-bevoegdheden-plaatsvervangend-s/2003-12-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0015697&g=2003-12-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0015697&z=2026-06-06&g=2003-12-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0015697/2003-12-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2003/tijdelijke-regeling-taken-en-bevoegdheden-plaatsvervangend-s
Artikel 1 — Artikel 1 Definities#
Artikel 1 Definities In deze regeling wordt verstaan onder: a. Minister: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer; b. Ministerie: Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer; c. Diensten: het Directoraat-Generaal Milieubeheer, het Directoraat-Generaal Wonen, Directoraat-Generaal Ruimte en het Inspectoraat Generaal VROM; d. artikel 4 van de Beschikking Organisatie Centrale Sector VROM Centrale Sector: de organisatieonderdelen, vermeld in; e. De hoofden van de diensten: de directeuren-generaal Milieubeheer, Wonen en Ruimte, de plaatsvervangend secretaris-generaal ten behoeve van de Centrale Sector en de inspecteur-generaal VROM; f. Mandaat: de bevoegdheid om in naam van de minister of de staatssecretaris besluiten te nemen of beleidsregels vast te stellen; g. Volmacht: de bevoegdheid om namens de Staat in naam van de minister of de staatssecretaris privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten; h. Machtiging: de bevoegdheid om in naam van de minister of de staatssecretaris handelingen te verrichten die noch besluiten noch privaatrechtelijke rechtshandelingen zijn; i. ZEUS: het reorganisatietraject ‘Zeer Excellente Uitvoering Secundaire Processen’; j. ZEUS Centraal: de invulling van de nieuw te vormen gemeenschappelijke dienst vanuit de Centrale Sector en de bedrijfsvoeringsonderdelen van DG Milieu, DG Wonen, DG Ruimte en het Inspectoraat Generaal VROM en de invulling van de nieuw te vormen Concernstaf; k. ZEUS Decentraal: de aanpassing van de organisaties en inrichting van een minimaal in te vullen bedrijfsvoeringsfunctie door DG Milieu, DG Wonen, DG Ruimte en de VROM Inspectie. 2003 210 30-10-2003 07-10-2003 DPO2003102007 2003 210 30-10-2003 07-10-2003 DPO2003102007 01-12-2003
Artikel 2 — Artikel 2 Eén reorganisatie#
Artikel 2 Eén reorganisatie De reorganisaties van ZEUS Centraal en ZEUS Decentraal worden aangemerkt als één reorganisatie, waarbij de plaatsvervangend secretaris-generaal voor het gehele reorganisatietraject wordt aangewezen als bevoegd gezag, als bedoel in artikel 1 van het Besluit Reorganisaties VROM 2001. 2003 210 30-10-2003 07-10-2003 DPO2003102007 2003 210 30-10-2003 07-10-2003 DPO2003102007 01-12-2003
Artikel 3 — Artikel 3 Taken en bevoegdheden van de plaatsvervangend secretaris-generaal in het kader van ZEUS#
Artikel 3 Taken en bevoegdheden van de plaatsvervangend secretaris-generaal in het kader van ZEUS 1 De plaatsvervangend secretaris-generaal heeft tot taak het verrichten van alle werkzaamheden die noodzakelijk zijn in verband met de inrichting van de Gemeenschappelijke Dienst, de Concernstaf en de bedrijfsvoeringsonderdelen bij DG Milieu, DG Wonen, DG Ruimte en het Inspectoraat Generaal VROM. Daartoe worden met dit besluit: a. artikelen 5 tot en met 8 van de Regeling Taken en Bevoegdheden VROM 2002 de voor dit doel noodzakelijk geachte taken en bevoegdheden, zoals bedoeld in de, zoals deze thans door de secretaris-generaal zijn toegekend aan de hoofden van dienst ingetrokken, met uitzondering van de taken en bevoegdheden die in dit kader aan de plaatsvervangend secretaris - generaal zijn overgedragen en voor zover deze betrekking hebben op ZEUS Centraal en ZEUS Decentraal; b. de taken en bevoegdheden, zoals bedoeld onder a, aan de plaatsvervangend secretaris-generaal toegekend; c. artikelen twee tot en met vier van de Regeling taken en bevoegdheden VROM 2002 de taken en bevoegdheden, zoals bedoeld in detoegekend aan de plaatsvervangend –secretaris-generaal. Dit voor zover deze betrekking hebben op ZEUS Centraal en ZEUS Decentraal. 2003 210 30-10-2003 07-10-2003 DPO2003102007 2003 210 30-10-2003 07-10-2003 DPO2003102007 01-12-2003
Artikel 4 — Artikel 4 Volmacht en machtiging#
Artikel 4 Volmacht en machtiging 1 artikel 3 Aan de plaatsvervangend secretaris-generaal wordt volmacht en machtiging verleend voor het verrichten van (rechts-)handelingen, voor zover het aangelegenheden betreft die verband houden met de taken, bedoeld invan deze regeling, waarvan het naar zijn oordeel en te zijner verantwoording niet noodzakelijk is dat de minister of staatssecretaris deze verricht; 2 De plaatsvervangend secretaris-generaal wordt toegestaan het hem verleende mandaat, de hem verleende volmacht of de hem verleende machtiging door te geven aan onder hem ressorterende functionarissen. 2003 210 30-10-2003 07-10-2003 DPO2003102007 2003 210 30-10-2003 07-10-2003 DPO2003102007 01-12-2003
Artikel 5 — Artikel 5 Ondertekening#
Artikel 5 Ondertekening 1 Ingeval van schriftelijke vastlegging van een handeling van de plaatsvervangend secretaris-generaal, luidt de ondertekening: ‘De minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, voor deze: de plaatsvervangend secretaris generaal’ 2 Indien het een handeling van een onder de plaatsvervangend secretaris-generaal ressorterende daartoe bevoegde functionaris betreft, luidt de ondertekening: ‘De minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu voor deze: de plaatsvervangend secretaris-generaal 2003 210 30-10-2003 07-10-2003 DPO2003102007 2003 210 30-10-2003 07-10-2003 DPO2003102007 01-12-2003