Tijdelijke Regeling zeedagen 2003
- BWB-id
- BWBR0014541
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 2003-01-01 t/m 2003-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0014541
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2003/tijdelijke-regeling-zeedagen-2003
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2003/tijdelijke-regeling-zeedagen-2003/2003-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0014541&g=2003-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0014541&z=2026-06-06&g=2003-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0014541/2003-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2003/tijdelijke-regeling-zeedagen-2003
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. vissersvaartuig: vaartuig waarvoor een licentie als bedoeld in de Regeling visserijlicentie is toegekend; b. ondernemer: degene te wiens naam het vissersvaartuig in het visserijregister, bedoeld in het Besluit registratie vissersvaartuigen 1998, is geregistreerd; c. zeedag: al dan niet aaneengesloten tijdvak van in totaal 24 uur, waarin een vissersvaartuig niet in een Nederlandse haven ligt; d. minister: Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij; e. motorvermogen: motorvermogen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Regeling visserijlicentie; f. groep: groep als bedoeld in artikel 16 van de Regeling contingentering zeevis; g. verordening nr. 2091/98 : verordening (EG) nr. 2091/98 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 30 september 1998 betreffende de indeling van de communautaire vissersvloot en de visserij-inspanning in segmenten ten behoeve van de meerjarige oriëntatieprogramma's (PbEG L266); h. inspanningsquote: verordening nr. 2091/98 per segment als bedoeld in tabel 1 van bijlage I van dein de desbetreffende groep gemaakte som van de uitkomsten van de per vissersvaartuig toegepaste vermenigvuldiging van het aantal zeedagen waarop de individuele ondernemer op grond van artikel 3 aanspraak kan maken met het motorvermogen en de tonnage. 2 Voor de toepassing van deze regeling vindt het aanlanden plaats op het tijdstip waarop het vissersvaartuig direct of indirect verbinding met de wal heeft gekregen. 2002 249 31-12-2002 24-12-2002 TRCJZ/2002/12940 2002 249 31-12-2002 24-12-2002 TRCJZ/2002/12940 01-01-2003
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikel 3 Het is verboden in het tijdvak van 1 tot en met 31 januari 2003 onderscheidenlijk de periode van 1 januari 2003 tot en met 17 maart 2003 met een vissersvaartuig uit te varen, de visserij uit te oefenen of vis aan te landen indien het voor het desbetreffende vissersvaartuig overeenkomstigvoor dat tijdvak onderscheidenlijk die periode geldende aantal zeedagen is bereikt. 2 artikel 5, eerste lid Het is verboden met een vissersvaartuig waarvan de ondernemer deelneemt aan een groepscontingent, uit te varen, de visserij uit te oefenen of vis aan te landen indien de in, bedoelde inspanningsquote is bereikt. 2002 249 31-12-2002 24-12-2002 TRCJZ/2002/12940 2002 249 31-12-2002 24-12-2002 TRCJZ/2002/12940 01-01-2003
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 In de periode van 1 tot en met 31 januari 2003 gelden voor een vissersvaartuig 17 zeedagen. 2 Indien voor een vissersvaartuig op grond van artikel 10 van de Regeling contingentering zeevis een contingent makreel is toegekend gelden voor dat vissersvaartuig in het tijdvak van 1 januari tot en met 17 maart 2003: 55 zeedagen. 3 In afwijking van het eerste en tweede lid stelt de minister voor vaartuigen waarvoor in de periode onderscheidenlijk het tijdvak, bedoeld in het eerste lid onderscheidenlijk het tweede lid, voor het eerst: a. een licentie als bedoeld in de Regeling visserijlicentie wordt toegekend, een aantal zeedagen vast naar evenredigheid van het tijdstip waarop de licentie is toegekend; b. contingenten kabeljauw en wijting als bedoeld in de Regeling contingentering zeevis zijn uitgereikt, een aantal zeedagen vast naar evenredigheid van het tijdstip waarop de contingenten kabeljauw en wijting zijn uitgereikt. 2002 249 31-12-2002 24-12-2002 TRCJZ/2002/12940 2002 249 31-12-2002 24-12-2002 TRCJZ/2002/12940 01-01-2003
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 1, eerste lid, onderdeel c In afwijking van, wordt elke periode waarin een vissersvaartuig niet in een Nederlandse haven ligt niet als een of meer zeedagen onderscheidenlijk als deel van een zeedag aangemerkt, indien de minister voor het desbetreffende vissersvaartuig een ontheffing als bedoeld in artikel 2, zesde lid, van de Regeling vangstbeperking heeft verleend. 2 artikel 1, eerste lid, onderdeel c In afwijking van, wordt elke periode waarin een vissersvaartuig in een buitenlandse haven ligt, niet als een of meer zeedagen onderscheidenlijk als deel van een zeedag aangemerkt, indien de ondernemer een door de havenautoriteiten van het desbetreffende land getekende verklaring overlegt waarin ten minste is aangegeven: a. de naam van de ondernemer; b. de lettertekens en het nummer van het vissersvaartuig; c. de plaats en het land van de haven; d. de datum en het tijdstip van aanlanding in de haven en het aantal dagen dat het vissersvaartuig direct daaropvolgend in de haven heeft gelegen, en e. de datum en het tijdstip van vertrek uit de haven. 3 artikel 1, eerste lid, onderdeel c In afwijking van, wordt niet als zeedag onderscheidenlijk als deel daarvan aangemerkt de periode waarin een vissersvaartuig niet in een Nederlandse haven ligt indien: a. wordt uitgevaren anders dan voor het uitoefenen van de visserij of het aanlanden van vis; b. op dezelfde dag als de dag van vertrek uit een Nederlandse haven wordt aangeland in een haven, en c. de ondernemer onverwijld voor vertrek en na aanlanding met gebruik van de VHF-band of op andere wijze een telefaxbericht heeft verzonden aan de meldkamer van de Algemene Inspectiedienst van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij te Kerkrade, telefax 045-5461011, waarin ten minste is aangegeven: 1º de naam van de ondernemer; 2º de lettertekens en het nummer van het vissersvaartuig; 3º de plaats en het land van de haven; 4º de datum en het tijdstip van vertrek of aanlanding in een haven, en 5º het tijdstip van verzending van het telefaxbericht. 2002 249 31-12-2002 24-12-2002 TRCJZ/2002/12940 2002 249 31-12-2002 24-12-2002 TRCJZ/2002/12940 01-01-2003
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 3 verordening nr. 2091/98 In afwijking vanstelt de minister op basis van een visplan als bedoeld in artikel 16 van de Regeling contingentering zeevis, de inspanningsquote vast voor de vissersvaartuigen in een groep, waarbij de segmenten, bedoeld in tabel 1 van bijlage I bijgelden. 2 De inspanningsquote, bedoeld in het eerste lid, wordt ten behoeve van de vissersvaartuigen aan het groepsbestuur toegekend dat met het beheer van het groepscontingent is belast. 2002 249 31-12-2002 24-12-2002 TRCJZ/2002/12940 2002 249 31-12-2002 24-12-2002 TRCJZ/2002/12940 01-01-2003
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 artikel 3 Indien een deelnemer aan een groepscontingent in de periode van 1 tot en met 31 januari 2003 onderscheidenlijk het tijdvak van 1 januari 2003 tot en met 17 maart 2003 op grond van artikel 22 van de Regeling contingentering zeevis van deelname wordt uitgesloten, kent de minister de uitgesloten ondernemer voor zijn vissersvaartuig een aantal zeedagen toe dat gelijk is aan het op grond vantoegekende totale aantal zeedagen verminderd met de tot de datum van uitsluiting met dat vissersvaartuig benutte zeedagen. 2002 249 31-12-2002 24-12-2002 TRCJZ/2002/12940 2002 249 31-12-2002 24-12-2002 TRCJZ/2002/12940 01-01-2003
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 De Zeedagenregeling 2002 wordt ingetrokken. 2002 249 31-12-2002 24-12-2002 TRCJZ/2002/12940 2002 249 31-12-2002 24-12-2002 TRCJZ/2002/12940 01-01-2003
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2003. 2002 249 31-12-2002 24-12-2002 TRCJZ/2002/12940 2002 249 31-12-2002 24-12-2002 TRCJZ/2002/12940 01-01-2003
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke Regeling zeedagen 2003. 2002 249 31-12-2002 24-12-2002 TRCJZ/2002/12940 2002 249 31-12-2002 24-12-2002 TRCJZ/2002/12940 01-01-2003