Regeling houdende de mogelijkheid van verstrekking van een specifieke uitkering aan bepaalde gemeenten ten behoeve van aanvullende financiering van indicatieorganen
- BWB-id
- BWBR0015233
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Geldigheid
- 2003-06-22 t/m 2004-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0015233
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2003/tijdelijke-rio-regeling
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2003/tijdelijke-rio-regeling/2003-06-22
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0015233&g=2003-06-22
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0015233&z=2026-06-06&g=2003-06-22
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0015233/2003-06-22
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2003/tijdelijke-rio-regeling
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. indicatiebesluit: artikel 9b, eerste lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten een besluit als bedoeld in; b. indicatieorgaan: artikel 9a van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten een indicatieorgaan als bedoeld in; c. de Minister: de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport; d. uitkering: artikel 2 een uitkering als bedoeld in; e. zorgvrager: degene ten behoeve van wie een indicatiebesluit is aangevraagd. 2003 116 20-06-2003 15-06-2003 AWBZ-2387293 2003 116 20-06-2003 15-06-2003 AWBZ-2387293 22-06-2003
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 bijlage 1 De Minister kan een ingenoemde gemeente voor de periode van 1 april 2003 tot en met 31 december 2003 een uitkering verstrekken ten behoeve van aanvullende financiering van het indicatieorgaan in wiens werkgebied zij ligt. 2 De uitkering wordt verstrekt voor de volgende activiteiten van het indicatieorgaan: a. het door middel van inzet van extra personeel of apparatuur voorkomen dat de invoering van indicatie naar functiegerichte zorgaanspraken tot langere wachtlijsten of langere beslistermijnen leidt; b. het indiceren van personen met een psychiatrische aandoening. 3 Voor de in het tweede lid, onderdeel a, bedoelde activiteiten wordt een uitkering verstrekt van ten hoogste het in bijlage 1 bij deze regeling voor de betrokken gemeente in de tweede kolom bepaalde bedrag. 4 Voor de in het tweede lid, onderdeel b, bedoelde activiteiten wordt per gegeven indicatiebesluit een van de volgende bedragen uitgekeerd: a. artikel 9, eerste lid, van het Zorgindicatiebesluit artikel 9a van het Zorgindicatiebesluit indien de aanvraag conformdoor een team van deskundigen is onderzocht maar geen advies is gegeven door de rechtspersoon, bedoeld in: € 373; b. indien de zorgvrager of zijn wettelijk vertegenwoordiger voor een persoonlijk vraaggesprek moest worden bezocht, maar de aanvraag niet door een team van deskundigen hoefde te worden onderzocht: € 125; c. artikel 9a van het Zorgindicatiebesluit indien na het in behandeling nemen van de aanvraag informatie van derden, niet zijnde de zorgvrager, zijn wettelijke vertegenwoordiger of de rechtspersoon, bedoeld in, over de zorgvrager moest worden bestudeerd, maar noch een bezoek aan hem of zijn wettelijk vertegenwoordiger noodzakelijk was, noch een onderzoek door een team van deskundigen: € 75; d. in alle andere gevallen: € 30. 5 artikel 9a van het Zorgindicatiebesluit In afwijking van het vierde lid wordt geen bedrag verstrekt, indien het indicatieorgaan het nemen van het indicatiebesluit heeft gemandateerd aan de rechtspersoon, bedoeld in. 6 In afwijking van het eerste en tweede lid wordt de uitkering mede verstrekt voor door het indicatieorgaan in het eerste kwartaal van 2003 onder eigen verantwoordelijkheid gegeven indicatieadviezen met betrekking tot langdurig zorgafhankelijken in de geestelijke gezondheidszorg. Het vijfde lid is van overeenkomstige toepassing. 2003 116 20-06-2003 15-06-2003 AWBZ-2387293 2003 116 20-06-2003 15-06-2003 AWBZ-2387293 22-06-2003
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De uitkering wordt slechts verstrekt indien de gemeente deze voor 15 juli 2003 bij de Minister heeft aangevraagd. 2 bijlage 1 Aan een gemeente die de uitkering tijdig heeft aangevraagd, verstrekt de Minister voor 1 augustus 2003 een voorschot ter hoogte van de som van de in, tweede en derde kolom, achter de desbetreffende gemeente genoemde bedragen. 3 De Minister geeft uiterlijk 15 augustus 2003 een beschikking omtrent verlening van de uitkering. 2003 116 20-06-2003 15-06-2003 AWBZ-2387293 2003 116 20-06-2003 15-06-2003 AWBZ-2387293 22-06-2003
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 2, vierde lid, onderdelen a, b, c respectievelijk d Uiterlijk 1 september 2003 rapporteert een gemeente waaraan een uitkering is verleend de Minister hoeveel indicatiebesluiten als bedoeld in, in de periode van 1 januari 2003 tot en met 1 augustus 2003 gegeven zijn. 2 artikel 2, tweede lid, onderdeel b Indien de in het eerste lid bedoelde rapportage daartoe aanleiding geeft, verstrekt de Minister voor 1 oktober 2003 aan gemeenten die hieraan naar verwachting behoefte zullen hebben, een tweede voorschot voor de kosten, bedoeld in. 2003 116 20-06-2003 15-06-2003 AWBZ-2387293 2003 116 20-06-2003 15-06-2003 AWBZ-2387293 22-06-2003
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Voor 1 maart 2004 legt een gemeente waaraan een uitkering is verleend, de Minister een verantwoording over waaruit blijkt: a. artikel 2, tweede lid, onderdeel a in hoeverre de uitkering, bedoeld in, tot en met 31 december 2003 is besteed aan de activiteiten waarvoor deze is bestemd; b. artikel 2, vierde lid, onderdelen a, b, c respectievelijk d hoeveel indicatiebesluiten als bedoeld in, in de periode van 1 januari 2003 tot en met 31 december 2003 gegeven zijn en welke bedragen dientengevolge aan het indicatieorgaan betaald zijn of nog betaald zullen worden. 2 artikel 2, tweede lid, onderdeel a De verantwoording gaat vergezeld van een verslag waarin inzicht wordt gegeven in de aard, duur en omvang van de activiteiten, bedoeld in. 3 Indien de gemeente vaststelling van een uitkering van meer dan € 125 000 wenst, is de verantwoording voorzien van een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. 4 De Minister kan voorwaarden stellen aan de inrichting van de verantwoording, het verslag en de verklaring. 2003 116 20-06-2003 15-06-2003 AWBZ-2387293 2003 116 20-06-2003 15-06-2003 AWBZ-2387293 22-06-2003
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 9a, eerste lid, van het Zorgindicatiebesluit Een gemeente kan de bevoegdheid tot het verstrekken van uitkeringen aan indicatieorganen mandateren aan de rechtspersoon, bedoeld in. 2 artikel 4 artikel 5 artikel 9a, eerste lid, van het Zorgindicatiebesluit Een gemeente kan het opstellen van de rapportage, bedoeld in, en van de verantwoording en het verslag, bedoeld in, opdragen aan de rechtspersoon, bedoeld in. 2003 116 20-06-2003 15-06-2003 AWBZ-2387293 2003 116 20-06-2003 15-06-2003 AWBZ-2387293 22-06-2003
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 De Minister stelt de uitkering vast binnen vier maanden na ontvangst van de verantwoording, doch voor 1 juli 2004. 2 Artikel 4:49 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing. 3 artikel 2, derde en vierde lid De uitkering wordt vastgesteld overeenkomstig. 4 De uitkering kan in afwijking van het tweede lid lager worden vastgesteld indien: a. niet is voldaan aan de aan de uitkering verbonden verplichtingen of voorwaarden; b. artikel 2 de uitkering niet of niet geheel is besteed aan de activiteiten, bedoeld in; c. onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking zou hebben geleid. 5 Indien de verantwoording niet tijdig wordt ingediend, wordt de uitkering ambtshalve vastgesteld. 6 Te veel verstrekte voorschotten worden teruggevorderd. 2003 116 20-06-2003 15-06-2003 AWBZ-2387293 2003 116 20-06-2003 15-06-2003 AWBZ-2387293 22-06-2003
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 De gemeente waaraan een uitkering of een voorschot is verstrekt, verstrekt aan de door de Minister aangewezen ambtenaren of andere personen op hun verzoek alle bescheiden en inlichtingen die noodzakelijk zijn voor de vervulling van hun taak. 2 Ook anderszins wordt zoveel mogelijk medewerking verleend teneinde de door Onze Minister aangewezen ambtenaren of andere personen in staat te stellen hun taak op een juiste wijze te vervullen. 3 De gemeente waaraan een uitkering of een voorschot is verstrekt, deelt de Minister omstandigheden die van belang kunnen zijn voor een beschikking met betrekking tot de uitkering onverwijld mede. 2003 116 20-06-2003 15-06-2003 AWBZ-2387293 2003 116 20-06-2003 15-06-2003 AWBZ-2387293 22-06-2003
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 De regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2005, met dien verstande dat de regeling van toepassing blijft op grond van deze regeling verstrekte uitkeringen of voorschotten. 2003 116 20-06-2003 15-06-2003 AWBZ-2387293 2003 116 20-06-2003 15-06-2003 AWBZ-2387293 22-06-2003
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Tijdelijke rio-regeling De regeling kan worden aangehaald als de. 2003 116 20-06-2003 15-06-2003 AWBZ-2387293 2003 116 20-06-2003 15-06-2003 AWBZ-2387293 22-06-2003