Besluit van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, M. Rutte, van 29 april 2003, nr. BOB/2003/20087 houdende/tot tot het verstrekken van subsidie teneinde een intensivering van de opsporing en controle in het kader van de Algemene bijstandswet en aanverwante wetten te bewerkstelligen (Tijdelijke stimuleringsregeling intensivering opsporing en controle Abw)
- BWB-id
- BWBR0015024
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Geldigheid
- 2006-01-29 t/m 2007-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0015024
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2003/tijdelijke-stimuleringsregeling-intensivering-opsporing-en-c
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2003/tijdelijke-stimuleringsregeling-intensivering-opsporing-en-c/2006-01-29
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0015024&g=2006-01-29
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0015024&z=2026-06-06&g=2006-01-29
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0015024/2006-01-29
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2003/tijdelijke-stimuleringsregeling-intensivering-opsporing-en-c
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: a. Algemene bijstandswet Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen Wet inkomensvoorziening kunstenaars artikel 142 van het Wetboek van Strafvordering opsporing: de opsporing van misbruik in het kader van de, de, deof de, door ambtenaren in dienst van een gemeente, die op grond vanmet de opsporing van strafbare feiten zijn belast; b. opsporingssamenwerkingsverband: een organisatorisch verband waarin colleges van burgemeester en wethouders van twee of meer gemeenten op het terrein van de opsporing samenwerken op basis van een daartoe strekkende overeenkomst; c. intentieverklaring: een verklaring waaruit blijkt dat colleges van burgemeester en wethouders van twee of meer gemeenten voornemens zijn om een opsporingssamenwerkingsverband tot stand te brengen, dan wel een bestaand opsporingssamenwerkingsverband uit te breiden; d. overeenkomst: een geschrift waaruit blijkt dat tussen colleges van burgemeester en wethouders van twee of meer gemeenten overeenstemming bestaat dat een opsporingssamenwerkingsverband tot stand wordt gebracht, dan wel dat een bestaand opsporingssamenwerkingsverband wordt uitgebreid; e. kosten opsporingssamenwerkingsverband: de eenmalige kosten die in de periode voorafgaande aan de operationele start van het opsporingssamenwerkingsverband worden gemaakt, alsmede de eenmalige kosten voor uitbreiding van een bestaand opsporingssamenwerkingsverband, welke kosten niet terugkomen in de jaarlijkse exploitatie van het opsporingssamenwerkingsverband; f. Algemene bijstandswet Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen Wet inkomensvoorziening kunstenaars controle: via huisbezoeken of bezoeken aan bedrijven verifiëren van de voor het recht op uitkering op grond van de, de, deof devan belang zijnde gegevens; g. fte: arbeidsplaats op basis van een volledige werkweek; h. Algemene bijstandswet Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen Wet inkomensvoorziening kunstenaars aantal uitkeringen: het totaal aantal uitkeringen dat op 31 december 2002 op grond van de, de, deen detezamen, wordt verstrekt in de gemeente van de subsidieaanvrager, dan wel binnen het opsporingssamenwerkingsverband dat de subsidieaanvrager vertegenwoordigt; i. uitbreiding van de gemeentelijke personele formatie op onderscheidenlijk het gebied van de opsporing en de controle: de toename van de gemeentelijke personele formatie op onderscheidenlijk het gebied van de opsporing en de controle met een of meer fte's ten opzichte van de gemeentelijke formatie op onderscheidenlijk het gebied van de opsporing en de controle, zoals die op 31 december 2002 formeel bestond; j. de Minister: de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. 2006 20 27-01-2006 20-01-2006 W&B/URP/06/576 2006 20 27-01-2006 20-01-2006 W&B/URP/06/576 29-01-2006 01-01-2005
Artikel 1a — Artikel 1a#
Artikel 1a 1 Abw WWB Algemene bijstandswet Wet werk en bijstand Voor de uitvoering van deze regeling wordt voor zover de regeling betrekking heeft op de periode na 1 januari 2004 met ingang van die datum in plaats van ‘’ gelezen:, en in plaats van ‘’ gelezen:. 2 Wet inkomensvoorziening kunstenaars Wet werk en inkomen kunstenaars Voor de uitvoering van deze regeling wordt voor zover de regeling betrekking heeft op de periode na 1 januari 2005 met ingang van die datum in plaats van ‘’ gelezen:. 2006 20 27-01-2006 20-01-2006 W&B/URP/06/576 2006 20 27-01-2006 20-01-2006 W&B/URP/06/576 29-01-2006 01-01-2005
Artikel 2 — Artikel 2 Subsidie intensivering opsporing en controle#
Artikel 2 Subsidie intensivering opsporing en controle De Minister kan op aanvraag subsidie verstrekken ter stimulering van: a. de uitbreiding van de gemeentelijke personele formatie op onderscheidenlijk het gebied van de opsporing en de controle, of b. de totstandkoming of de uitbreiding van een opsporingssamenwerkingsverband. 2003 83 01-05-2003 29-04-2003 BOB/2003/20087 2003 83 01-05-2003 29-04-2003 BOB/2003/20087 03-05-2003
Artikel 3 — Artikel 3 Subsidieplafond#
Artikel 3 Subsidieplafond 1 Het subsidieplafond voor het verlenen van subsidie ten behoeve van de uitbreiding van de gemeentelijke personele formatie op het gebied van opsporing bedraagt: a. voor het kalenderjaar 2003, € 500.000,-; b. voor het kalenderjaar 2004, € 1.000.000,-; c. voor het kalenderjaar 2005, € 1.600.000,-; d. voor het kalenderjaar 2006, € 2.000.000,-. 2 Het subsidieplafond voor verlenen van subsidie ten behoeve van de uitbreiding van de gemeentelijke personele formatie op het gebied van controle bedraagt: a. voor het kalenderjaar 2003, € 1.000.000,-; b. voor het kalenderjaar 2004, € 3.100.000,-; c. voor het kalenderjaar 2005, € 5.100.000,-; d. voor het kalenderjaar 2006, € 7.600.000,-. 3 Het subsidieplafond voor het in het kalenderjaar 2003 verlenen van subsidie ten behoeve van de totstandkoming of de uitbreiding van een opsporingssamenwerkingsverband bedraagt € 6.697.000,-. 4 Indien toekenning van een subsidieaanvraag in een kalenderjaar zou leiden tot overschrijding van het voor het desbetreffende kalenderjaar of enig daarop volgend kalenderjaar vastgestelde subsidieplafond, wordt de subsidie geweigerd en de subsidieaanvraag, voorzover die betrekking heeft op de uitbreiding van de gemeentelijke personele formatie op onderscheidenlijk het gebied van de opsporing en de controle, in het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin de overschrijding van het subsidieplafond zich zou voordoen, bij voorrang in behandeling genomen. 2003 83 01-05-2003 29-04-2003 BOB/2003/20087 2003 83 01-05-2003 29-04-2003 BOB/2003/20087 03-05-2003
Artikel 4 — Artikel 4 Subsidieaanvrager#
Artikel 4 Subsidieaanvrager 1 De subsidie wordt aangevraagd door het college van burgemeester en wethouders van een gemeente, dan wel, indien de subsidie wordt aangevraagd ten behoeve van een opsporingssamenwerkingsverband, door het college van burgemeester en wethouders, dat daartoe door de colleges van burgemeester en wethouders die betrokken zijn bij de intentieverklaring of de overeenkomst, is aangewezen. 2 De subsidie wordt verstrekt aan de subsidieaanvrager. 2003 83 01-05-2003 29-04-2003 BOB/2003/20087 2003 83 01-05-2003 29-04-2003 BOB/2003/20087 03-05-2003
Artikel 5 — Artikel 5 Subsidieaanvraag#
Artikel 5 Subsidieaanvraag 1 bijlage 1 De subsidieaanvrager maakt bij de indiening van de aanvraag gebruik van het daarvoor door de Minister verstrekte formulier, dat is ingericht overeenkomstig het model vanvan deze regeling. 2 Bij de aanvraag met betrekking tot de uitbreiding van de gemeentelijke personele formatie op onderscheidenlijk het gebied van de opsporing en de controle wordt overgelegd: a. een opgave van de brutosalariskosten per kalenderjaar die voor subsidie in aanmerking worden gebracht, en b. gegevens met betrekking tot de omvang van de gemeentelijke personele formatie op onderscheidenlijk het gebied van de opsporing of de controle, zoals die op 31 december 2002 formeel bestond. 3 Indien de aanvraag, bedoeld in het tweede lid, wordt gedaan ten behoeve van een opsporingssamenwerkingsverband, wordt bij de aanvraag tevens overgelegd de bescheiden, bedoeld in het vierde lid. 4 Bij de aanvraag met betrekking tot de totstandkoming of de uitbreiding van een opsporingssamenwerkingsverband wordt overgelegd: a. een door de colleges van burgemeester en wethouders die betrokken zijn bij de intentieverklaring of de overeenkomst ondertekend document, waaruit blijkt dat het college van burgemeester en wethouders dat de subsidie aanvraagt, daartoe door hen is aangewezen, en b. een afschrift van de intentieverklaring of de overeenkomst. 5 De Minister ontvangt de aanvraag, bedoeld in het tweede lid, uiterlijk 1 juli 2006, en de aanvraag, bedoeld in het vierde lid, uiterlijk 1 augustus 2003. 6 Indien de aanvraag betrekking heeft op de totstandkoming of de uitbreiding van een opsporingssamenwerkingsverband ontvangt de minister uiterlijk zes maanden nadat de bescheiden, bedoeld in het vierde lid, zijn overgelegd van de subsidieaanvrager: a. een plan van aanpak en een daarbij behorende begroting van de kosten opsporingssamenwerkingsverband die voor subsidie in aanmerking worden gebracht, b. b een beschrijving van de werkwijze van het opsporingssamenwerkingsverband, en c. indien niet eerder overgelegd, een afschrift van de overeenkomst. 2003 246 19-12-2003 11-12-2003 BOB/2003/92426 2003 246 19-12-2003 11-12-2003 BOB/2003/92426 21-12-2003 01-12-2003
Artikel 6 — Artikel 6 Subsidiabele kosten#
Artikel 6 Subsidiabele kosten 1 Met betrekking tot de uitbreiding van de gemeentelijke personele formatie op het gebied van opsporing kunnen voor subsidie in aanmerking worden gebracht de per kalenderjaar te onderscheiden, vanaf het tijdstip van de aanvraag tot en met 31 december 2006 te maken, brutosalariskosten verbonden aan maximaal één extra fte. 2 Met betrekking tot de uitbreiding van de gemeentelijke personele formatie op het gebied van controle kunnen voor subsidie in aanmerking worden gebracht de per kalenderjaar te onderscheiden, vanaf het tijdstip van de aanvraag tot en met 31 december 2006 te maken, brutosalariskosten verbonden aan maximaal: a. één extra fte, indien het aantal uitkeringen minder dan 2000 bedraagt; b. twee extra fte's, indien het aantal uitkeringen tenminste 2000, maar minder dan 5000 bedraagt; c. drie extra fte's, indien het aantal uitkeringen tenminste 5000, maar minder dan 20.000 bedraagt; d. vijf extra fte's, indien het aantal uitkeringen tenminste 20.000 bedraagt. 3 Subsidie met betrekking tot de uitbreiding van de gemeentelijke personele formatie op onderscheidenlijk het gebied van de opsporing en de controle wordt geweigerd, indien het aantal uitkeringen minder dan 100 bedraagt. 4 artikel 4, eerste lid, van de Regeling administratieve uitvoeringsvoorschriften Wik De omvang van het aantal uitkeringen, bedoeld in het tweede en derde lid, wordt vastgesteld op grond van de kwartaaldeclaratie, bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de Regeling financiering en verantwoording Abw, IOAW en IOAZ enover het vierde kwartaal van 2002. 5 Met betrekking tot de kosten opsporingssamenwerkingsverband kunnen voor subsidie in aanmerking worden gebracht: a. kosten met betrekking tot het opstellen van een plan van aanpak met betrekking tot het totstandbrengen of uitbreiden van een opsporingssamenwerkingsverband; b. verhuiskosten in verband met het overbrengen van opsporingsactiviteiten naar een centrale locatie; c. inrichtingskosten van de gezamenlijke huisvesting; d. kosten voor aanpassing van de automatisering; e. kosten verbonden aan de aanpassing van de werkprocessen. 6 Kosten als bedoeld in het vijfde lid komen slechts voor subsidie in aanmerking voor zover deze kosten noodzakelijk zijn en betrekking hebben op: a. de totstandbrenging van een opsporingssamenwerkingsverband met een gezamenlijke gemeentelijke personele formatie van tenminste vijf fte's op het gebied van opsporing, dan wel b. de uitbreiding van een bestaand opsporingssamenwerkingsverband met een gezamenlijke gemeentelijke personele formatie van tenminste vijf fte's, maar minder dan tien fte's op het gebied van opsporing, tot een opsporingssamenwerkingsverband met een gezamenlijke gemeentelijke personele formatie van tenminste tien fte's op het gebied van opsporing. 2006 20 27-01-2006 20-01-2006 W&B/URP/06/576 2006 20 27-01-2006 20-01-2006 W&B/URP/06/576 29-01-2006 01-01-2005 De wijzigingsopdracht is niet geheel juist.
Artikel 7 — Artikel 7 Omvang subsidie#
Artikel 7 Omvang subsidie 1 artikel 3, eerste lid, van de Algemene Regeling SZW-subsidies artikel 6, vijfde lid, onderdeel a In afwijking vanbedraagt de subsidie voor de kosten, bedoeld in, € 20.000,-. 2 artikel 6, eerste, tweede, en vijfde lid, onderdelen b tot en met e De subsidie voor de kosten bedoeld in, bedraagt 100% van de werkelijk gemaakte, ten laste van de subsidieaanvrager gebleven kosten, voortvloeiend uit de subsidiabele activiteiten, tot een maximum van: a. € 55.000, - per kalenderjaar voor de brutosalariskosten verbonden aan de uitbreiding van de gemeentelijke personele formatie met één extra fte op het gebied van opsporing; b. € 45.000,- per kalenderjaar en per extra fte voor de brutosalariskosten verbonden aan de uitbreiding van de gemeentelijke personele formatie op het gebied van controle; c. artikel 6, zesde lid, onderdeel a € 170.000,- voor de totstandbrenging van een opsporingssamenwerkingsverband, overeenkomstig; d. artikel 6, zesde lid, onderdeel b € 170.000,- voor de uitbreiding van een bestaand opsporingssamenwerkingsverband, overeenkomstig. 3 Indien het tot stand te brengen opsporingssamenwerkingsverband uitsluitend gemeenten omvat die tot hetzelfde arrondissement behoren wordt de subsidie eenmalig verhoogd met € 45.000,-. 2003 83 01-05-2003 29-04-2003 BOB/2003/20087 2003 83 01-05-2003 29-04-2003 BOB/2003/20087 03-05-2003
Artikel 8 — Artikel 8 Subsidievaststelling, subsidieverlening#
Artikel 8 Subsidievaststelling, subsidieverlening 1 artikel 5, vierde lid artikel 6, vijfde lid, onderdeel a Na ontvangst van de aanvraag en de bescheiden, bedoeld in, stelt de minister de subsidie voor de kosten, bedoeld in, vast. 2 artikel 5, tweede en derde lid artikel 5, zesde lid, onderdelen a tot en met c artikel 6, eerste, tweede en vijfde lid, onderdelen b tot en met e artikel 6, eerste en tweede lid Na ontvangst van de aanvraag en de bescheiden, bedoeld in, en de bescheiden, bedoeld in, zendt de minister met betrekking tot de kosten, bedoeld in, aan de subsidieaanvrager een beschikking tot subsidieverlening met een voorschotverlening van 80% van de subsidiabele kosten. Het voorschot met betrekking tot de kosten, bedoeld in, wordt in termijnen met de duur van een kalenderjaar betaalbaar gesteld. 2003 83 01-05-2003 29-04-2003 BOB/2003/20087 2003 83 01-05-2003 29-04-2003 BOB/2003/20087 03-05-2003
Artikel 9 — Artikel 9 Verantwoording#
Artikel 9 Verantwoording 1 artikel 6, vijfde lid, onderdelen b tot en met e artikel 6, eerste en tweede lid De Minister ontvangt van de subsidieontvanger uiterlijk 1 juli 2005 een verantwoording met betrekking tot de kosten, bedoeld in. Met betrekking tot de kosten, bedoeld in, ontvangt de Minister telkens uiterlijk 1 juli van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin feitelijk een voorschot is betaald, een verantwoording. Bij de verantwoording wordt een declaratie ingediend. 2 artikel 16 van de Algemene Regeling SZW-subsidies bijlagen 2 3 bijlage 4 De declaratie en indien vereist de verklaring van een accountant, bedoeld in, zijn ingericht overeenkomstig de modellen vanenvan deze regeling. De verklaring van een accountant is gebaseerd op een controle die is uitgevoerd overeenkomstig het invan deze regeling voorgeschreven controle- en rapportageproctocol. 2003 83 01-05-2003 29-04-2003 BOB/2003/20087 2003 83 01-05-2003 29-04-2003 BOB/2003/20087 03-05-2003
Artikel 10 — Artikel 10 Intrekken van Tijdelijke Stimuleringsregeling opsporingssamenwerkingsverbanden#
Artikel 10 Intrekken van Tijdelijke Stimuleringsregeling opsporingssamenwerkingsverbanden 1 De Tijdelijke Stimuleringsregeling opsporingssamenwerkingsverbanden wordt ingetrokken. 2 De Tijdelijke Stimuleringsregeling opsporingssamenwerkingsverbanden blijft van toepassing op de financiële afwikkeling van de subsidie van de minister aan de subsidieontvanger. 2003 83 01-05-2003 29-04-2003 BOB/2003/20087 2003 83 01-05-2003 29-04-2003 BOB/2003/20087 03-05-2003
Artikel 11 — Artikel 11 Inwerkingtreding#
Artikel 11 Inwerkingtreding 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2008. 2 De regeling, zoals die onmiddellijk voor de datum waarop deze vervalt geldt, blijft van toepassing op de financiële afwikkeling van de subsidie van de Minister aan de subsidieontvanger. 2003 83 01-05-2003 29-04-2003 BOB/2003/20087 2003 83 01-05-2003 29-04-2003 BOB/2003/20087 03-05-2003
Artikel 12 — Artikel 12 Citeertitel#
Artikel 12 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke stimuleringsregeling intensivering opsporing en controle Abw. 2003 83 01-05-2003 29-04-2003 BOB/2003/20087 2003 83 01-05-2003 29-04-2003 BOB/2003/20087 03-05-2003