Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003
- BWB-id
- BWBR0014506
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Financiën
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0014506
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2003/uitvoeringsregeling-belastingdienst-2003
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2003/uitvoeringsregeling-belastingdienst-2003/2026-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0014506&g=2026-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0014506&z=2026-06-06&g=2026-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0014506/2026-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2003/uitvoeringsregeling-belastingdienst-2003
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 artikelen 2, derde lid, onderdeel b, en vierde lid 3, tweede lid 39 56 84 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen artikelen 2, eerste lid, onderdeel i 5, tweede lid 63a van de Invorderingswet 1990 artikel 34a, tweede lid, van de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen artikel 1, onderdelen h en i, van het Besluit tegemoetkoming specifieke zorgkosten artikel 19 van de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten artikel 1, onderdeel t, van de Wet financiering sociale verzekeringen artikel 1, onderdeel g, van de Invoeringswet Wet financiering sociale verzekeringen artikel 1.1, onderdeel j, van de Wet tegemoetkomingen loondomein artikel 252a, tweede lid, onderdeel e, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek artikelen 1.3, onderdelen k en l 8.1 van de Belastingwet BES Deze regeling berust op de,,,en, de,, en,,,,,,,en de, en. 2021 12238 29-04-2021 26-04-2021 2020-0000019688 2021 12238 29-04-2021 26-04-2021 2020-0000019688 30-04-2021 01-01-2021
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Er is een rijksbelastingdienst onder de naam Belastingdienst. De Belastingdienst bestaat uit het directoraat-generaal Belastingdienst, het directoraat-generaal Douane en het directoraat-generaal Toeslagen. De Belastingdienst is belast met de heffing en invordering van rijksbelastingen en andere bij of krachtens de wet opgedragen taken. 2 De Belastingdienst staat onder het gezag van de Minister van Financiën. 2021 12238 29-04-2021 26-04-2021 2020-0000019688 2021 12238 29-04-2021 26-04-2021 2020-0000019688 30-04-2021 01-01-2021
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Het directoraat-generaal Belastingdienst bestaat uit de volgende onderdelen: a. – Belastingdienst/Particulieren; – Belastingdienst/Midden- en kleinbedrijf; – Belastingdienst/Grote ondernemingen; b. – Belastingdienst/Caribisch Nederland; c. – Belastingdienst/Centrale administratieve processen (B/CAP); d. – Belastingdienst/Fiscale inlichtingen- en opsporingsdienst (FIOD); e. – Belastingdienst/Informatievoorziening (B/IV); – Belastingdienst/Klantinteractie en Services (B/KI&S); – Belastingdienst/Central Liaison Office (B/CLO). 2 Het directoraat-generaal Douane bestaat uit de volgende onderdelen: a. – Directie Strategie, Beleid & Internationaal; – Directie Operaties; – Directie Mensen & Middelen; – Directie Informatietechnologie; – Directie Finance & Control; – Bureau Juridische Zaken; b. Douaneregio’s: – Douane Amsterdam; – Douane Arnhem; – Douane Breda; – Douane Eindhoven; – Douane Groningen; – Douane Rotterdam Haven; – Douane Schiphol Cargo; – Douane Schiphol Passagiers; c. – Douane Landelijk Tactisch Centrum (DLTC); – Douane Diensten Centrum (DDC); d. – Centrale dienst voor in- en uitvoer (CDIU); – Douane informatiecentrum (DIC); – Douane Laboratorium. 3 artikel 11 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen Het directoraat-generaal Toeslagen omvat de Dienst Toeslagen bedoeld in, en bestaat uit de volgende onderdelen: a. Directie Toeslagen; b. Tijdelijke directie Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen. 4 2 2 De organisatieonderdelen, genoemd in het eerste lid, onderdelen a en b, zijn belast met de heffing en invordering van rijksbelastingen, andere dan bedoeld in het vijfde lid en andere dan de motorrijtuigenbelasting, de belasting zware motorrijtuigen, de minimum CO-prijs elektriciteitsopwekking en de CO-heffing industrie, doch met dien verstande dat deze onderdelen wel mede zijn belast met de invordering van de motorrijtuigenbelasting en de belasting zware motorrijtuigen. Deze onderdelen zijn mede belast met de uitvoering van de basisregistratie inkomen. 5 De organisatieonderdelen, genoemd in het eerste lid, onderdeel b, en het tweede lid, onderdelen a en b, zijn belast met de heffing en invordering van: a. de rechten bij invoer en de rechten bij uitvoer; b. de accijnzen; c. artikel 23 van de Wet op de omzetbelasting 1968 de omzetbelasting bij invoer, tenzijtoepassing vindt, alsmede de algemene bestedingsbelasting; d. de verbruiksbelastingen van alcoholvrije dranken en van pruimtabak en snuiftabak; e. artikelen 32, eerste lid, onderdeel m 35 van de Wet belastingen op milieugrondslag de kolenbelasting, voor zover deze wordt geheven ter zake van de invoer, bedoeld in de, en. 6 2 2 De B/CAP is belast met de heffing en invordering van de motorrijtuigenbelasting en de belasting zware motorrijtuigen en is mede belast met de heffing en invordering van overige rijksbelastingen, andere dan de minimum CO-prijs elektriciteitsopwekking en de CO-heffing industrie. De B/CAP is mede belast met de uitvoering van de basisregistratie inkomen. 7 De Dienst Toeslagen is belast met het toekennen, uitbetalen en terugvorderen van: a. Wet op het kindgebonden budget het kindgebonden budget, bedoeld in de; b. Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen de kinderopvangtoeslag, bedoeld in de; c. Wet op de zorgtoeslag de zorgtoeslag, bedoeld in de; d. Wet op de huurtoeslag de huurtoeslag, bedoeld in de. 8 De organisatieonderdelen, genoemd in het eerste lid, onderdeel b, en het tweede lid, zijn mede belast met de handhaving van verboden en beperkingen met betrekking tot het goederenverkeer. 2025 42873 24-12-2025 24-12-2025 2025-0000592934 2025 42873 24-12-2025 24-12-2025 2025-0000592934 01-01-2026
Artikel 3a — Artikel 3a#
Artikel 3a 1 artikel 3, tweede lid, onderdelen a en b De in, genoemde organisatieonderdelen zijn mede belast met de heffing en invordering van de belasting van personenauto’s en motorrijwielen, tenzij: a. artikel 8 van de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992 de belasting wordt voldaan door de vergunninghouder, bedoeld in, of b. teruggaaf op verzoek wordt verleend. 2 artikel 3, tweede lid, onderdelen a en b artikel 7, zesde lid artikel 17h, tweede of derde lid, van de Wet op de omzetbelasting 1968 De in, genoemde organisatieonderdelen zijn mede belast met de heffing en invordering van de omzetbelasting, indien, oftoepassing vindt. 2021 12238 29-04-2021 26-04-2021 2020-0000019688 2021 12238 29-04-2021 26-04-2021 2020-0000019688 30-04-2021 01-01-2021
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Het directoraat-generaal Belastingdienst staat onder leiding van de directeur-generaal Belastingdienst, bijgestaan door een bestuursteam (het bestuursteam Belastingdienst). 2 Het directoraat-generaal Douane staat onder leiding van de directeur-generaal Douane. 3 Het directoraat-generaal Toeslagen staat onder leiding van de directeur-generaal Toeslagen. 4 artikel 3, eerste lid, onderdelen a, c, d, e De organisatieonderdelen, genoemd in, en artikel 3, derde lid, onderdeel a staan, met uitzondering van de B/CLO, elk onder leiding van een algemeen directeur. De organisatieonderdelen, genoemd in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, en artikel 3, derde lid, onderdeel b, staat onder leiding van een directeur. 2025 42873 24-12-2025 24-12-2025 2025-0000592934 2025 42873 24-12-2025 24-12-2025 2025-0000592934 01-01-2026
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 3, eerste lid, onderdelen a en c artikel 2, derde lid, onderdeel b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 2, eerste lid, onderdeel i, van de Invorderingswet 1990 artikel 1.3, onderdeel k, van de Belastingwet BES De algemeen directeuren van de organisatieonderdelen, genoemd in, de directeur van het organisatieonderdeel, genoemd in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, en de directeur-generaal Douane zijn inspecteur en ontvanger als bedoeld in,en. 2 artikel 2, derde lid, onderdeel b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 2, eerste lid, onderdeel i, van de Invorderingswet 1990 De directeur-generaal Belastingdienst is inspecteur en ontvanger als bedoeld inen invoorzover het de belastingaangelegenheden betreft die verband houden met het Koninklijk Huis. 2021 12238 29-04-2021 26-04-2021 2020-0000019688 2021 12238 29-04-2021 26-04-2021 2020-0000019688 30-04-2021 01-01-2021
Artikel 5a — Artikel 5a#
Artikel 5a 1 artikel 3, eerste lid, onderdelen a en c artikel 1, onderdeel t, van de Wet financiering sociale verzekeringen artikel 1, onderdeel g, van de Invoeringswet Wet financiering sociale verzekeringen De algemeen directeuren van de organisatieonderdelen, genoemd in, de directeur van het organisatieonderdeel, genoemd in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, en de directeur-generaal Douane zijn inspecteur als bedoeld inen. 2 artikel 3, eerste lid, onderdelen a en c artikel 1, onderdeel h onderscheidenlijk onderdeel i, van het Besluit tegemoetkoming specifieke zorgkosten De algemeen directeuren van de organisatieonderdelen, genoemd in, en de directeur van het organisatieonderdeel, genoemd in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, zijn inspecteur en ontvanger als bedoeld in. 3 artikel 3, eerste lid, onderdeel c artikel 252a, tweede lid, onderdeel e, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek De algemeen directeur van het in, genoemde organisatieonderdeel is inspecteur als bedoeld in. 4 artikel 3, eerste lid, onderdelen a en c artikel 1.1, onderdeel j, van de Wet tegemoetkomingen loondomein De algemeen directeuren van de organisatieonderdelen, genoemd in, zijn inspecteur en ontvanger als bedoeld in. 2021 12238 29-04-2021 26-04-2021 2020-0000019688 2021 12238 29-04-2021 26-04-2021 2020-0000019688 30-04-2021 01-01-2021
Artikel 5b — Artikel 5b#
Artikel 5b artikel 3, eerste lid, onderdeel b artikel 1.3, onderdeel l, van de Belastingwet BES De directeur van het organisatieonderdeel, genoemd in, is belastingdeurwaarder als bedoeld in. 2021 12238 29-04-2021 26-04-2021 2020-0000019688 2021 12238 29-04-2021 26-04-2021 2020-0000019688 30-04-2021 01-01-2021
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 artikel 54, onderdelen f en g, van de Mijnbouwwet De algemeen directeur van de Belastingdienst/Grote ondernemingen is inspecteur en ontvanger als bedoeld in. 2018 72059 31-12-2018 31-12-2018 IZV2018-0000208765 2018 72059 31-12-2018 31-12-2018 IZV2018-0000208765 01-01-2019
Artikel 6a — Artikel 6a#
Artikel 6a Vervallen 2017 72735 28-12-2017 28-12-2017 2017-0000235515 2017 72735 28-12-2017 28-12-2017 2017-0000235515 01-01-2018 01-01-2016
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 artikel 2, derde lid, onderdeel b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 2, eerste lid, onderdeel i, van de Invorderingswet 1990 De algemeen directeur Belastingdienst/Particulieren is directeur als bedoeld inen. 2018 72059 31-12-2018 31-12-2018 IZV2018-0000208765 2018 72059 31-12-2018 31-12-2018 IZV2018-0000208765 01-01-2019
Artikel 7a — Artikel 7a#
Artikel 7a 1 artikelen 5 7 artikel 2, derde lid, onderdeel b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 2, eerste lid, onderdeel i, van de Invorderingswet 1990 2 2 In afwijking van deenis het hoofd van de afdeling Serviceverlening & Organisatie van de Dienst Nederlandse Emissieautoriteit directeur, inspecteur en ontvanger als bedoeld inenvoor de toepassing van de CO-heffing industrie en de minimum CO-prijs elektriciteitsopwekking. 2 2 2 artikel 2, eerste lid, onderdeel j, van de Invorderingswet 1990 Voor de toepassing van de minimum CO-prijs elektriciteitsopwekking en de CO-heffing industrie is het hoofd van de afdeling Serviceverlening & Organisatie van de Dienst Nederlandse Emissieautoriteit belastingdeurwaarder als bedoeld in. 2022 33377 27-12-2022 02-12-2022 2022-0000289823 2022 33377 27-12-2022 02-12-2022 2022-0000289823 01-01-2023
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 artikel 3, eerste lid, onderdelen a, c en d De algemeen directeuren van de organisatieonderdelen, genoemd in, de directeur van het organisatieonderdeel, genoemd in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, en de directeur-generaal Douane oefenen het bestuur van ’s Rijks belastingen uit. De directeur-generaal Douane, de algemeen directeuren en de directeur kunnen ambtenaren aanwijzen die namens hen de bevoegdheden van het bestuur van ’s Rijks belastingen uitoefenen. 2021 12238 29-04-2021 26-04-2021 2020-0000019688 2021 12238 29-04-2021 26-04-2021 2020-0000019688 30-04-2021 01-01-2021
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikel 3, eerste lid, onderdelen a en c artikel 84 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen De algemeen directeuren van de organisatieonderdelen, genoemd in, de directeur van het organisatieonderdeel, genoemd in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, en de directeur-generaal Douane zijn ambtenaar als bedoeld in. 2 artikel 76, eerste lid, tweede volzin, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 84 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen Als functionarissen als bedoeld inworden aangewezen de ambtenaren van de Belastingdienst (contactambtenaren) die door de in het eerste lid aangewezen ambtenaren zijn aangewezen om namens hen de bevoegdheid, bedoeld in, uit te oefenen. 2021 12238 29-04-2021 26-04-2021 2020-0000019688 2021 12238 29-04-2021 26-04-2021 2020-0000019688 30-04-2021 01-01-2021
Artikel 9a — Artikel 9a#
Artikel 9a artikel 94 van de Wet op het notarisambt De ambtenaren van de Belastingdienst die daartoe door de directeur-generaal Belastingdienst zijn aangewezen, zijn inspecteur als bedoeld in. 2017 35122 30-06-2017 30-06-2017 2017-0000117104 2017 35122 30-06-2017 30-06-2017 2017-0000117104 01-07-2017
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 artikelen 47 47a 48 49 50 53 55 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen artikelen 58 59 60 62 van de Invorderingswet 1990 artikelen 8.83 8.84 8.85 8.87 8.91 van de Belastingwet BES De verplichtingen die ingevolge de,,,,,en, de,,enen de,,,enbestaan jegens de inspecteur en de ontvanger, gelden mede jegens de algemeen directeur van de FIOD alsmede jegens de door deze algemeen directeur aangewezen ambtenaren van de Belastingdienst. 2021 12238 29-04-2021 26-04-2021 2020-0000019688 2021 12238 29-04-2021 26-04-2021 2020-0000019688 30-04-2021 01-01-2021
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 Natuurlijk personen, lichamen en entiteiten ressorteren: a. met inachtneming van de woonplaats van een natuurlijk persoon dan wel de vestigingsplaats van een lichaam of entiteit, voor de heffing en invordering, bedoeld in: 1°. artikel 3, vierde lid : onder de algemeen directeuren van de organisatieonderdelen, genoemd in artikel 3, eerste lid, onderdeel a; 2°. artikel 3, vijfde lid : onder de directeur-generaal Douane en onder een van de douaneregio's; b. artikel 3, zesde lid voor de heffing en invordering, bedoeld in, en voor de uitvoering van de basisregistratie inkomen: onder de directeur van de B/CAP; tenzij in dit hoofdstuk dan wel op grond van het derde lid anders is bepaald. 2 artikel 3, eerste lid, onderdeel a De algemeen directeuren van de organisatieonderdelen, genoemd in, de directeur van het organisatieonderdeel, genoemd in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, en de directeur-generaal Douane kunnen voor de toepassing van deze regeling bepalen dat een natuurlijk persoon of een lichaam al dan niet tezamen met een of meer daarmee direct of indirect in bestuurlijk, financieel, administratief of maatschappelijk opzicht verbonden natuurlijke personen of lichamen als een entiteit wordt beschouwd. 3 artikel 3, eerste lid, onderdelen a en c De algemeen directeuren van de organisatieonderdelen, genoemd in, en de directeur-generaal Douane kunnen nadere richtlijnen geven omtrent het bepaalde in dit hoofdstuk en kunnen afwijken van de bepalingen van dit hoofdstuk. 4 De woonplaats van een natuurlijk persoon en de vestigingsplaats van een lichaam of een entiteit worden naar de omstandigheden beoordeeld. 5 Belastingwet BES Douane- en Accijnswet BES In afwijking in zoverre van dit hoofdstuk, ressorteert een natuurlijk persoon die, een lichaam dat of een entiteit die belasting- of inhoudingsplichtig is op grond van deof deonder de directeur van de Belastingdienst/Caribisch Nederland. 2021 12238 29-04-2021 26-04-2021 2020-0000019688 2021 12238 29-04-2021 26-04-2021 2020-0000019688 30-04-2021 01-01-2021
Artikel 11a — Artikel 11a#
Artikel 11a Vervallen 2013 6465 11-03-2013 07-03-2012 DB2013/104M 2013 6465 11-03-2013 07-03-2012 DB2013/104M 12-03-2013 01-01-2013
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Vervallen 2013 6465 11-03-2013 07-03-2012 DB2013/104M 2013 6465 11-03-2013 07-03-2012 DB2013/104M 12-03-2013 01-01-2013
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Vervallen 2013 6465 11-03-2013 07-03-2012 DB2013/104M 2013 6465 11-03-2013 07-03-2012 DB2013/104M 12-03-2013 01-01-2013
Artikel 13a — Artikel 13a#
Artikel 13a Vervallen 2013 6465 11-03-2013 07-03-2012 DB2013/104M 2013 6465 11-03-2013 07-03-2012 DB2013/104M 12-03-2013 01-01-2013
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Vervallen 2013 6465 11-03-2013 07-03-2012 DB2013/104M 2013 6465 11-03-2013 07-03-2012 DB2013/104M 12-03-2013 01-01-2013
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Vervallen 2013 6465 11-03-2013 07-03-2012 DB2013/104M 2013 6465 11-03-2013 07-03-2012 DB2013/104M 12-03-2013 01-01-2013
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Vervallen 2013 6465 11-03-2013 07-03-2012 DB2013/104M 2013 6465 11-03-2013 07-03-2012 DB2013/104M 12-03-2013 01-01-2013
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Vervallen 2013 6465 11-03-2013 07-03-2012 DB2013/104M 2013 6465 11-03-2013 07-03-2012 DB2013/104M 12-03-2013 01-01-2013
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 artikel 53, tweede en derde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 35a van de Wet op de belastingen van personenauto’s en motorrijwielen 1992 artikel 8, vierde lid, van de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen Met betrekking tot de uitvoering van,, zoals dat artikel luidde op 31 december 2002, en, ressorteert de natuurlijk persoon, het lichaam, de entiteit of de administratieplichtige onder de directeur van de B/CAP. 2018 72059 31-12-2018 31-12-2018 IZV2018-0000208765 2018 72059 31-12-2018 31-12-2018 IZV2018-0000208765 01-01-2019
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 De onder de NAVO vallende organisaties, met uitzondering van het NATO CI Agency te Den Haag, alsmede de in Nederland gestationeerde buitenlandse NAVO-militairen, ressorteren onder: a. de algemeen directeur van de Belastingdienst/Particulieren (kantoor Den Haag): met betrekking tot de directe belastingen; en b. onder de directeur-generaal Douane: met betrekking tot alle andere rijksbelastingen. 2 artikel 1.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.150 van de Wet inkomstenbelasting 2001 Onder de algemeen directeur, genoemd in het eerste lid, onderdeel a, en de directeur-generaal Douane ressorteren de personeelsleden van de daar genoemde organisaties en hun partners als bedoeld in, kinderen en andere inwonende gezinsleden van deze personeelsleden, alsmede gewezen personeelsleden van deze organisaties, of hun nagelaten betrekkingen die van de desbetreffende organisatie een pensioen ontvangen en gewezen personeelsleden van deze organisaties die van de desbetreffende organisatie geen pensioen ontvangen, indien en zolang een tijdens de actieve periode ontstaan verlies als bedoeld inniet is verrekend. 2025 42873 24-12-2025 24-12-2025 2025-0000592934 2025 42873 24-12-2025 24-12-2025 2025-0000592934 01-01-2026
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 De volgende instellingen of personen die op grond van internationaal recht geheel of gedeeltelijk zijn vrijgesteld van belasting, ressorteren onder de algemeen directeur van de Belastingdienst/Particulieren (kantoor Den Haag): a. United Nations: 1°. International Residual Mechanism for Criminal Tribunals (IRMCT); 2°. International Court of Justice (ICJ); 3°. Maastricht Economic and social Research and training centre on Innovation and Technology (UNU-MERIT); 4°. Special Tribunal for Lebanon; 5°. Residual Special Court for Sierra Leone, ’s-Gravenhage; 6°. Interregional Crime and Justice Research Institute – Centre for Artificial Intelligence and Robotics (UNICRI); 7°. Office for the Coordination of Humanitarian Affairs (OCHA); 8°. United Nations High Commissioner for Refugees (UNHCR); 9°. United Nations Development Programme (UNDP); b. International Criminal Court (ICC); c. Permanent Court of Arbitration (PCA); d. Hague Conference on Private International Law (HCCH); e. NATO CI Agency; f. European Union: 1°. Vertegenwoordiging van de Europese Commissie; 2°. Voorlichtingsbureau van het Europese Parlement; 3°. European Police Office (Europol); 4°. European Union’s Judicial Cooperation Unit (Eurojust); 5°. European Commission Joint Research Centre Petten; 6° Europees Geneesmiddelenbureau (EMA); 7°. Kosovo Specialist Chambers and Specialist Prosecutors Office; 8°. Galileo Reference Centre (GRC); 9°. Europese Investeringsbank (EIB); g. Office of the High Commissioner on National Minorities of the Organisation for Security and Cooperation in Europe (HCNM/OSCE); h. European Organisation for the Safety of Air Navigation (Eurocontrol); i. European Space Agency / European Space Research and Technology Center (ESA/ESTEC); j. European Patent Organisation (EPO); k. Iran-United States Claims Tribunal; l. International Organisation for Migration (IOM); m. Common Fund for Commodities (CFC); n. Organisation for the Prohibition of Chemical Weapons (OPCW); o. het Kabinet van de Gevolmachtigde Minister van Aruba; p. het Kabinet van de Gevolmachtigde Minister van Curaçao; q. het Kabinet van de Gevolmachtigde Minister van Sint Maarten; r. diplomatieke en consulaire vertegenwoordigingen; s. International Development Law Organization (IDLO); t. International Institute for Democracy and Electoral Assistance (International IDEA); u. International Commission on Missing Persons (ICMP); v. de general manager, diens plaatsvervanger, administratief en technisch personeel en dienstpersoneel alsmede hun gezinsleden die deel uitmaken van de huishoudens van die personen, bedoeld in paragraaf 2 van de Notawisseling houdende een verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Noord Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO) betreffende de privileges en immuniteiten van het personeel van het NATO Airborne Early Warning and Contol Programme Manegement Agency (NAPMA) en hun gezinsleden van 29 september 2006; w. het register van schade veroorzaakt door de agressie van de Russische Federatie tegen Oekraïne. 2 De volgende instellingen ressorteren voor de heffing en invordering van omzetbelasting onder de algemeen directeur van de Belastingdienst/Particulieren (kantoor Den Haag): a. de Nederlandse Taalunie; b. Benelux Office for Intellectual Property; c. de Volksbund Deutsche Kriegsgräber Fürsorge; d. de Amerikaanse Militaire Begraafplaats te Margraten; e. Commonwealth War Graves Commission te Ieper; f. Joint Institute for Very Long Baseline Interferometry - European Research Infrastructure Consortium (JIV-ERIC); g. Common Language Resources and Technology Infrastructure - European Research Infrastructure Consortium (CLARIN ERIC); h. The European Advanced Translational Research Infrastructure in Medicine - European Research Infrastructure Consortium (EATRIS-ERIC); i. e-Science and Technology European Infrastructure for Biodiversity and Ecosystem Research - European Research Infrastructure Consortium (LifeWatch ERIC); j. European Holocaust Research Infrastructure – European Research Infrastructure Consortium (EHRI-ERIC). 3 artikel 3, vijfde lid De volgende instellingen ressorteren voor de heffing en invordering van omzetbelasting en van de in, bedoelde rijksbelastingen onder de algemeen directeur van de Belastingdienst/Particulieren (kantoor Den Haag): a. internationale organisaties en NAVO-onderdelen gevestigd, dan wel gelegerd in andere lidstaten van de Europese Unie, alsmede de daaraan verbonden personeelsleden; b. internationale organisaties gevestigd buiten het grondgebied van de Europese Unie. 4 artikel 1.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 Onder de algemeen directeur, genoemd in het eerste en derde lid, ressorteren de personeelsleden van de daar genoemde organisaties en hun partners als bedoeld in, kinderen en andere inwonende gezinsleden van deze personeelsleden, alsmede gewezen personeelsleden van deze organisaties, of hun nagelaten betrekkingen die van de desbetreffende organisatie een pensioen ontvangen en personeelsleden van in Nederland gevestigde diplomatieke en consulaire vertegenwoordigingen, met uitzondering van honoraire consuls, alsmede personeelsleden van de in het tweede lid genoemde instellingen voorzover zij in aanmerking komen voor diplomatieke vrijstellingen van belastingen. 5 artikel 1.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 Onder de algemeen directeur, genoemd in het eerste lid, ressorteren de Nederlandse leden van het Europees Parlement en hun partners als bedoeld in. 2025 42873 24-12-2025 24-12-2025 2025-0000592934 2025 42873 24-12-2025 24-12-2025 2025-0000592934 01-01-2026
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 Vervallen 2013 6465 11-03-2013 07-03-2012 DB2013/104M 2013 6465 11-03-2013 07-03-2012 DB2013/104M 12-03-2013 01-01-2013
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Vervallen 2013 6465 11-03-2013 07-03-2012 DB2013/104M 2013 6465 11-03-2013 07-03-2012 DB2013/104M 12-03-2013 01-01-2013
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 Vervallen 2013 6465 11-03-2013 07-03-2012 DB2013/104M 2013 6465 11-03-2013 07-03-2012 DB2013/104M 12-03-2013 01-01-2013
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 Vervallen 2012 12776 28-06-2012 26-06-2012 DB2012/237M 2012 12776 28-06-2012 26-06-2012 DB2012/237M 01-01-2013
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 Vervallen 2008 145 30-07-2008 14-07-2008 DV2008-520M 2008 286 22-07-2008 05-07-2008 01-08-2008 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Algemene douanewet in werking treedt.
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 Uitvoeringsregeling Belastingdienst Dewordt ingetrokken. 2002 247 23-12-2002 19-12-2002 WDB2002/835 M 2002 247 23-12-2002 19-12-2002 WDB2002/835 M 01-01-2003
Artikel 26a — Artikel 26a#
Artikel 26a Vervallen 2021 12238 29-04-2021 26-04-2021 2020-0000019688 2021 12238 29-04-2021 26-04-2021 2020-0000019688 30-04-2021 01-01-2021
Artikel 26b — Artikel 26b#
Artikel 26b Vervallen 2013 36216 30-12-2013 30-12-2013 DB2013/599M 2013 36216 30-12-2013 30-12-2013 DB2013/599M 01-01-2014
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 1 artikel 3, derde lid Een functionaris die na inwerkingtreding of wijziging van deze regeling is aangewezen als directeur, inspecteur of ontvanger, treedt in de plaats van de functionaris die als zodanig vóór inwerkingtreding of wijziging van deze regeling was aangewezen of zonder inwerkingtreding of wijziging van deze regeling aangewezen zou zijn geweest. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot een ambtenaar die is aangewezen om het bestuur van ‘s Rijks belastingen uit te oefenen, alsmede met betrekking tot een functionaris die na inwerkingtreding of wijziging van deze regeling is belast met de leiding van de Dienst Toeslagen, bedoeld in. Onder functionaris of ambtenaar wordt mede verstaan een groep van functionarissen of ambtenaren. 2 Beslissingen die zijn of worden genomen door de directeur, inspecteur of ontvanger die als zodanig vóór inwerkingtreding dan wel wijziging van deze regeling bevoegd was dan wel zonder inwerkingtreding of wijziging van deze regeling bevoegd zou zijn geweest, worden geacht te zijn genomen door de directeur, inspecteur of ontvanger die als zodanig op grond van deze regeling bevoegd is. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot beslissingen van een ambtenaar die vóór inwerkingtreding dan wel wijziging van deze regeling bevoegd was dan wel zonder inwerkingtreding van deze regeling bevoegd zou zijn geweest om het bestuur van ‘s Rijks belastingen uit te oefenen. 3 Verplichtingen die na inwerkingtreding of wijziging van deze regeling jegens een andere functionaris gelden dan vóór inwerkingtreding dan wel wijziging van deze regeling, gelden mede jegens de functionaris jegens wie de verplichtingen golden tot inwerkingtreding of wijziging van deze regeling alsmede jegens de door die functionaris aangewezen ambtenaren van de Belastingdienst. 2023 34571 29-12-2023 15-12-2023 2023-0000275008 2023 34571 29-12-2023 15-12-2023 2023-0000275008 01-01-2024
Artikel 27a — Artikel 27a#
Artikel 27a Artikel 6a, aanhef en onderdeel a artikel 4l van de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen , zoals dat artikel op 31 december 2015 luidde, is van overeenkomstige toepassing op een verzoek als bedoeld in, zoals dat artikel op 31 december 2015 luidde, in verband met rentebetalingen die zijn gedaan na 31 december 2015. 2017 72735 28-12-2017 28-12-2017 2017-0000235515 2017 72735 28-12-2017 28-12-2017 2017-0000235515 01-01-2018 01-01-2016
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2003. 2002 247 23-12-2002 19-12-2002 WDB2002/835 M 2002 247 23-12-2002 19-12-2002 WDB2002/835 M 01-01-2003
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003. 2002 247 23-12-2002 19-12-2002 WDB2002/835 M 2002 247 23-12-2002 19-12-2002 WDB2002/835 M 01-01-2003