Uitvoeringsregeling E.G.-verordening gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten
- BWB-id
- BWBR0015527
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 2004-12-08 t/m 2005-09-06
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0015527
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2003/uitvoeringsregeling-e-g-verordening-gezondheidsvoorschriften
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2003/uitvoeringsregeling-e-g-verordening-gezondheidsvoorschriften/2004-12-08
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0015527&g=2004-12-08
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0015527&z=2026-06-06&g=2004-12-08
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0015527/2004-12-08
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2003/uitvoeringsregeling-e-g-verordening-gezondheidsvoorschriften
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. verordening (EG) nr. 1774/2002 verordening (EG) nr. 1774/2002 :van het Europees Parlement en de Raad van 3 oktober 2002 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten (PbEG L 273); b. verordening nr. (EG) 809/2003 verordening (EG) nr. 809/2003 Verordening (EG) nr. 1774/2002 :van de Commissie van 12 mei 2003 inzake overgangsmaatregelen krachtensvan het Europees Parlement en de Raad wat betreft de verwerkingsnormen voor categorie 3-materiaal en mest, gebruikt in composteerinstallaties (PbEG L 117); c. verordening (EG) nr. 810/2003 verordening (EG) nr. 810/2003 Verordening (EG) nr. 1774/2002 ;van de Commissie van 12 mei 2003 inzake overgangsmaatregelen krachtensvan het Europees Parlement en de Raad wat betreft de verwerkingsnormen voor categorie 3-materiaal en mest gebruikt in biogasinstallaties (PbEG L 117); d. verordening (EG) nr. 811/2003 verordening (EG) nr. 811/2003 verordening (EG) nr. 1774/2002 ;van de Commissie van 12 mei 2003 ter uitvoering vanvan het Europees Parlement en de Raad wat betreft het verbod op hergebruik binnen dezelfde soort voor vis, de begraving en verbranding van dierlijke bijproducten en bepaalde overgangsmaatregelen (PbEG L 117); e. verordening (EG) nr. 999/2001 verordening (EG) nr. 999/2001 :van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001, houdende vaststelling van voorschriften inzake preventie, bestrijding en uitroeiing van bepaalde overdraagbare spongiforme encefalopathieën (PbEG L 147); f. richtlijn nr. 2000/76/EG richtlijn nr. 2000/76 :van het Europees Parlement en de Raad van 4 december 2000 betreffende de verbranding van afval (PbEG L 332); g. Verordening (EG) nr. 1774/2002 beschikking nr. 2003/326: beschikking nr. 2003/326 van de Commissie van 12 mei 2003 inzake overgangsmaatregelen krachtensvan het Europees Parlement en de Raad wat betreft de scheiding van categorie 2- en categorie 3-oleochemische bedrijven (PbEG L 117); h. Verordening (EG) nr. 1774/2002 beschikking nr. 2003/329: beschikking nr. 2003/329 van de Commissie van 12 mei 2003 inzake overgangsmaatregelen krachtenswat betreft de warmtebehandeling van mest (PbEG L 117); i. Verordening (EG) nr. 1774/2002 beschikking nr. 2004/407: beschikking nr. 2004/407/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 26 april 2004 inzake overgangsbepalingen op het gebied van hygiëne en certificatie krachtensvan het Europees Parlement en de Raad wat betreft de invoer van fotografische gelatine uit bepaalde derde landen (PbEG L208); j. overlaadstation: intermediair categorie 1- of categorie 2-bedrijf waarin niet verwerkt categorie 1- of categorie 2-materiaal wordt gehanteerd of tijdelijk opgeslagen met het oog op verder vervoer naar een categorie 1- of 2-verwerkingsbedrijf en waarin uitsluitend voorbereidende activiteiten plaatsvinden die verband houden met het vervoer van dat materiaal; k. artikel 12, eerste lid, van de Destructiewet verordening (EG) nr. 1774/2002 aangifteplichtige: eigenaar of houder als bedoeld in, niet zijnde een natuurlijke of rechtspersoon die, onderscheidenlijk dat, een bedrijf of installatie exploiteert waar categorie 1-materiaal of categorie 2-materiaal overeenkomstigwordt gehanteerd, opgeslagen of verwerkt; l. de Minister: de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit; m. VWA: Voedsel en Waren Autoriteit, ingesteld bij besluit van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 8 juli 2002 (Stcrt. 127); n. verordening (EG) nr. 1774/2002 bijlage: bijlage bij. 2 verordening (EG) nr. 1774/2002 verordening (EG) nr. 999/2001 Voor de toepassing van deze regeling gelden de definities, bedoeld in artikel 2 van, met dien verstande dat onder gespecificeerd risicomateriaal wordt verstaan: gespecificeerd risicomateriaal genoemd in bijlage XI, hoofdstuk A, punt 1, onder a, punt i en ii, van. 2004 235 06-12-2004 02-12-2004 TRCJZ/2004/6115 2004 235 06-12-2004 02-12-2004 TRCJZ/2004/6115 08-12-2004
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 De Minister is de bevoegde autoriteit, bedoeld in: a. verordening (EG) nr. 1774/2002 de artikelen 5, tweede lid, onderdeel e, 10, eerste lid, 11, eerste lid, 12, tweede en derde lid, 13, eerste lid, 14, eerste lid, 15, eerste lid, 17, eerste lid, en 18, eerste lid, van; b. bijlage II, hoofdstuk III en hoofdstuk VIII, eerste zin, bijlage V, hoofdstuk III, bijlage VI, hoofdstuk II, bijlage VII, hoofdstuk I en hoofdstuk II, punt 13, en bijlage VIII, hoofdstuk III. 2003 171 05-09-2003 29-08-2003 TRCJZ/2003/6890 2003 171 05-09-2003 29-08-2003 TRCJZ/2003/6890 07-09-2003
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 De ambtenaren van de VWA zijn de bevoegde autoriteit, bedoeld in: a. verordening (EG) nr. 1774/2002 de artikelen 8, vierde en vijfde lid, 10, tweede lid, onderdeel d, 10, derde lid, onderdeel d, 11, tweede lid, onderdeel b, 13, tweede lid, onderdeel, c, 13, tweede lid, onderdeel e, 14, tweede lid, onderdeel c, 14, tweede lid, onderdeel d, 15, tweede lid, onderdeel c, 17, tweede lid, onderdeel c, 17, tweede lid, onderdeel e, 18, tweede lid, 25 en 26 van; b. bijlage II, hoofdstuk V, bijlage II, hoofdstuk VIII, tweede zin, bijlage III, hoofdstuk II, bijlage IV, hoofdstuk VII, bijlage V, hoofdstuk IV, bijlage V, hoofdstuk V, en bijlage VII, hoofdstuk II, punten 10, 11 en 12. 2003 171 05-09-2003 29-08-2003 TRCJZ/2003/6890 2003 171 05-09-2003 29-08-2003 TRCJZ/2003/6890 07-09-2003
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 verordening (EG) nr. 1774/2002 Onverminderd het tweede lid, is het verboden in strijd te handelen met artikel 4, tweede en derde lid, van, met dien verstande dat bij verwerking van categorie 1-materiaal overeenkomstig artikel 4, tweede lid, aanhef en onderdeel b, van de verordening de Minister kan bepalen dat uitsluitend verwerkingsmethode 1 wordt toegepast. 2 verordening (EG) nr. 1774/2002 Het is uitsluitend toegestaan categorie 1-materiaal overeenkomstig artikel 4, tweede lid, onderdelen a, c en e, vante verwerken of te verwijderen indien daarvoor toestemming is verleend door de Minister. 3 verordening (EG) nr. 1774/2002 De in het tweede lid bedoelde toestemming is niet vereist voor de verwijdering van kadavers van gezelschapsdieren overeenkomstig artikel 4, tweede lid, onderdeel a, van. 2004 17 27-01-2004 12-01-2004 TRCJZ/2003/10794 2004 17 27-01-2004 12-01-2004 TRCJZ/2003/10794 29-01-2004
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 verordening (EG) nr. 1774/2002 Onverminderd het tweede lid, is het verboden in strijd te handelen met artikel 5, tweede en derde lid, van, met dien verstande dat bij verwerking van categorie 2-materiaal overeenkomstig artikel 5, tweede lid, aanhef en onderdeel b, van de verordening de Minister kan bepalen dat uitsluitend verwerkingsmethode 1 wordt toegepast. 2 verordening (EG) nr. 1774/2002 verordening (EG) nr. 811/2003 Het is uitsluitend toegestaan categorie 2-materiaal overeenkomstig artikel 5, tweede lid, onderdelen a, c, subonderdeel iii, d, f en g, van, of, voor zover van toepassing, overeenkomstig artikel 8 van, te verwerken of te verwijderen indien daarvoor toestemming is verleend door de Minister. 3 De Minister kan de in bijlage VI, hoofdstuk I, in punt 2 bedoelde toestemming verlenen. 2003 171 05-09-2003 29-08-2003 TRCJZ/2003/6890 2003 171 05-09-2003 29-08-2003 TRCJZ/2003/6890 07-09-2003
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Het is verboden in strijd te handelen met: a. verordening (EG) nr. 1774/2002 artikel 6, tweede lid, van; b. verordening (EG) nr. 1774/2002 artikel 6, derde lid, van; c. artikelen 3 en 4 van verordening (EG) nr. 811/2003. 2004 17 27-01-2004 12-01-2004 TRCJZ/2003/10794 2004 17 27-01-2004 12-01-2004 TRCJZ/2003/10794 29-01-2004
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Het is verboden in strijd te handelen met: a. verordening (EG) nr. 1774/2002 artikel 7, eerste lid, van; b. verordening (EG) nr. 1774/2002 artikel 7, tweede lid, van; c. verordening (EG) nr. 1774/2002 artikel 7, vijfde lid, van. 2 Het verbod, gesteld in het eerste lid, geldt niet ter zake van het verzamelen en vervoeren van onverwerkte mest: a. die rechtstreeks wordt vervoerd tussen twee punten op dezelfde boerderij, voor zover deze zich in Nederland bevinden; b. Besluit administratieve verplichtingen Meststoffenwet die via een intermediaire onderneming als bedoeld in hetwordt vervoerd tussen boerderijen en gebruikers, voor zover deze zich in Nederland bevinden, met dien verstande dat bijlage II, hoofdstuk II, op dat vervoer van toepassing is. 2003 171 05-09-2003 29-08-2003 TRCJZ/2003/6890 2003 171 05-09-2003 29-08-2003 TRCJZ/2003/6890 07-09-2003
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 verordening (EG) nr. 1774/2002 Het is verboden dierlijke bijproducten en verwerkte producten in strijd met artikel 8, eerste tot en met derde lid, van: a. naar andere lidstaten te zenden; b. uit lidstaten in Nederland te brengen. 2 Voorafgaand aan de zending, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a: 1°. verordening (EG) nr. 1774/2002 bevestigt de afzender aan de VWA dat de in artikel 8, tweede lid, eerste zin, vanbedoelde toestemming door de lidstaat van bestemming is verleend, en 2°. zendt de afzender aan de VWA een kopie van het handelsdocument. 3 verordening (EG) nr. 1774/2002 De in het artikel 8, tweede lid, eerste zin, vanbedoelde toestemming, voor zover het betreft het brengen in Nederland van dierlijke bijproducten en verwerkte producten, kan door de Minister worden verleend, met dien verstande deze toestemming niet is vereist voor het brengen in Nederland van: a. verwerkte dierlijke eiwitten; b. verwerkte mest en overige verwerkte producten die afgeleid zijn van categorie 2-materiaal die verwerkingsmethode 1 hebben ondergaan. 4 artikel 2.2a artikel 2.8b van de Regeling keuring en handel dierlijke producten Het eerste en derde lid is niet van toepassing op onverwerkte mest, mits is voldaan aan, voor zover van toepassing,of. 5 Het is verboden categorie 1- of categorie 2-materiaal alsmede daarvan afgeleide producten, niet zijnde in bijlage VII of VIII genoemde producten, uit Nederland naar een derde land uit te voeren, via Nederland vanuit een derde land in de Gemeenschap in te voeren of via Nederland door te voeren. 6 Het is verboden categorie 3-materiaal via Nederland vanuit een derde land in de Gemeenschap in te voeren, tenzij voldaan is aan bijlage XI, hoofdstuk A, punt 15, van verordening (EG) nr. 999/2001. 2004 68 07-04-2004 29-03-2004 TRCJZ/1682004/168 2004 68 07-04-2004 29-03-2004 TRCJZ/1682004/168 09-04-2004
Artikel 8a — Artikel 8a#
Artikel 8a 1 artikel 8, vijfde lid Het verbod, bedoeld in, geldt niet ten aanzien van de invoer van de in artikel 1 van beschikking nr. 2004/407 genoemde fotografische gelatine vanuit de in bijlage I bij deze beschikking genoemde derde landen, mits: a. de fotografische gelatine vergezeld gaat van het in bijlage III, van beschikking nr. 2004/407 bedoelde gezondheidscertificaat; b. de fotografische gelatine afkomstig is van de in bijlage I, van beschikking nr. 2004/407 genoemde bedrijven van oorsprong; c. de fotografische gelatine via de in bijlage I, van beschikking nr. 2004/407 genoemde grensinspectieposten wordt ingevoerd, d. de fotografische gelatine bestemd is voor de in bijlage I, van beschikking nr. 2004/407 genoemde en door de Minister erkende fotografische fabrieken. 2 In afwijking van het eerste lid, onderdeel c, kan in door de Minister te bepalen bijzondere gevallen de fotografische gelatine via een andere grensinspectiepost worden ingevoerd. 3 Het is uitsluitend toegestaan fotografische gelatine te gebruiken voor de vervaardiging van fotografische producten, in fotografische fabrieken als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d. 4 De exploitant van een fotografische fabriek als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, voldoet aan artikel 3, eerste lid, van beschikking nr. 2004/407. 5 Een fotografische fabriek als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, wordt door de Minister erkend indien het een administratie bijhoudt als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van beschikking nr. 2004/407 en deze gedurende twee jaar bewaart. 6 De erkenning, bedoeld in het vijfde lid, wordt door de Minister ingetrokken, indien naar het oordeel van de Minister blijkt dat een fotografische fabriek als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, niet voldoet aan het vierde en het vijfde lid. 7 Fotografische gelatine wordt in voertuigen, waarin niet tegelijkertijd voor levensmiddelen of diervoeders bestemde producten worden vervoerd, met inbegrip van gelatine bestemd voor andere doeleinden dan gebruik in de fotografische industrie, rechtstreeks van de grensinspectieposten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, vervoerd naar de fotografische fabrieken, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d. 8 Tijdens het vervoer, bedoeld in het zevende lid, gaat de fotografische gelatine vergezeld van het in bijlage III, van beschikking nr. 2004/407 bedoelde gezondheidscertificaat. 2004 167 01-09-2004 27-08-2004 TRCJZ/2004/5145 2004 167 01-09-2004 27-08-2004 TRCJZ/2004/5145 03-09-2004
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 verordening (EG) nr. 1774/2002 Het is verboden in strijd te handelen met artikel 9, eerste lid, van. 2003 171 05-09-2003 29-08-2003 TRCJZ/2003/6890 2003 171 05-09-2003 29-08-2003 TRCJZ/2003/6890 07-09-2003
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 verordening (EG) nr. 1774/2002 Het is verboden in strijd te handelen met artikel 22, eerste lid, van. 2 Het verbod, gesteld in het eerste lid, geldt niet ter zake van het voederen van vismeel aan vissen. 3 Het is de eigenaar of de houder van ander vee dan pelsdieren verboden keukenafval en etensresten of voedermiddelen die keukenafval en etensresten bevatten of daarvan afkomstig zijn voorhanden te hebben. 4 Het verbod, gesteld in het derde lid, geldt niet ter zake van het voorhanden hebben van keukenafval en etensresten die zijn ontstaan in de eigen huishouding van de eigenaar of houder van ander vee dan pelsdieren, indien deze uitsluitend verpakt voorhanden worden gehouden in afwachting van afvoer, op zodanige wijze dat zij onbereikbaar zijn voor het vee. 5 Het is verboden keukenafval en etensresten of voedermiddelen die keukenafval en etensresten bevatten of daarvan afkomstig zijn te vervoeren naar plaatsen waar ander vee dan pelsdieren wordt gehouden of af te leveren aan eigenaren of houders van ander vee dan pelsdieren. 6 Onverminderd de leden één tot en met vijf is het verboden dieren, ongeacht het gebruiksdoel of de leefomgevingomgeving van deze dieren te voederen met keukenafval en etensresten of voedermiddelen die keukenafval en etensresten bevatten of daarvan afkomstig te zijn. 2004 132 14-07-2004 08-07-2004 TRCJZ/2004/4539 2004 132 14-07-2004 08-07-2004 TRCJZ/2004/4539 16-07-2004
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 verordening (EG) nr. 1774/2002 Het is verboden de in artikel 23, eerste lid, vangenoemde activiteiten te verrichten, tenzij daarvoor toestemming is verleend door de Minister. 2 verordening (EG) nr. 1774/2002 Het is verboden de in artikel 23, tweede lid, vangenoemde activiteiten te verrichten, tenzij daarvoor toestemming is verleend door de Minister. 3 artikelen 4, tweede lid 5, tweede lid 8, derde lid 12, eerste lid De in het eerste en tweede lid bedoelde toestemming, alsmede de toestemming, bedoeld in de,,, en, wordt aangevraagd bij de VWA. 4 artikel 13, tweede lid, van de Destructiewet artikel 50, eerste lid, onderdeel c, van de Vleeskeuringswet Het verbod, gesteld in het eerste lid, geldt tot 1 mei 2004 niet voor het gebruik van dierlijke bijproducten voor diagnose, onderwijs en onderzoek, mits daarvoor op grond vanvoor de inwerkingtreding van deze regeling een ontheffing is verleend dan wel op grond vaneen aanwijzing is verricht, en de ontheffing, onderscheidenlijk de aanwijzing, op het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling geldig is en de toegestane activiteiten overeenkomstig de bij de ontheffing, onderscheidenlijk de aanwijzing, gestelde voorschriften worden verricht. 5 verordening (EG) nr. 1774/2002 Het verbod, gesteld in het tweede lid, geldt tot 1 mei 2004 niet voor het gebruik van het in artikel 23, tweede lid, onderdeel b, onder ii, vangenoemde materiaal voor het voederen aan edelpelsdieren, mits de houder of eigenaar van die dieren: a. artikel 13, vierde lid, aanhef en onderdeel a, van de Destructiewet op het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling in bezit is van een op dat tijdstip geldige door de Minister, op grond van, verleende ontheffing; b. voor zover van toepassing, de eisen van bijlage IX naleeft. 2003 171 05-09-2003 29-08-2003 TRCJZ/2003/6890 2003 171 05-09-2003 29-08-2003 TRCJZ/2003/6890 07-09-2003
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 verordening (EG) nr. 1774/2002 verordening (EG) nr. 811/2003 De verwijdering van dierlijke bijproducten, bedoeld in artikel 24 van, geschiedt niet zonder toestemming van de Minister en geschiedt, voor zover van toepassing, met inachtneming van de artikelen 6, 7 en 9 van. 2 De in het eerste lid bedoelde toestemming is niet vereist voor het begraven van kadavers van gezelschapsdieren, mits de kadavers rechtstreeks als afval worden verwijderd door begraving op een terrein dat ter beschikking staat van de eigenaar of houder van desbetreffende dode dieren, dan wel op een plaats die ingevolge een besluit van het gemeentebestuur daarvoor is toegelaten. 2003 171 05-09-2003 29-08-2003 TRCJZ/2003/6890 2003 171 05-09-2003 29-08-2003 TRCJZ/2003/6890 07-09-2003
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 verordening (EG) nr. 1774/2002 Het is verboden in strijd te handelen met artikel 25 van. 2003 171 05-09-2003 29-08-2003 TRCJZ/2003/6890 2003 171 05-09-2003 29-08-2003 TRCJZ/2003/6890 07-09-2003
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 verordening (EG) nr. 1774/2002 verordening (EG) nr. 999/2001 Het merken, bedoeld in de artikelen 4, tweede lid, onderdelen b en c, en 5, tweede lid, onderdelen b en c, van, bijlage VI, hoofdstuk I, onder C, en in bijlage XI, hoofdstuk A, punt 11, bijgeschiedt door middel van kleuring met de kleurstoffen methyleen blauw, patent-blauw E 131, brillant-blauw E133, pistache-groen E102 of pistache-groen E131 of door middel van een andere door de toezichthoudende ambtenaar goedgekeurde methode. 2004 17 27-01-2004 12-01-2004 TRCJZ/2003/10794 2004 17 27-01-2004 12-01-2004 TRCJZ/2003/10794 29-01-2004
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 verordening (EG) nr. 999/2001 Het is verboden in strijd te handelen met bijlage XI, hoofdstuk A, punt 5, bij. 2003 171 05-09-2003 29-08-2003 TRCJZ/2003/6890 2003 171 05-09-2003 29-08-2003 TRCJZ/2003/6890 07-09-2003
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 Het is verboden zonder erkenning: a. verordening (EG) nr. 1774/2002 als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van, een intermediair categorie 1-bedrijf, een intermediair categorie 2-bedrijf of een intermediair categorie 3-bedrijf in werking te hebben, uit te breiden of te wijzigen; b. verordening (EG) nr. 1774/2002 als bedoeld in artikel 11, eerste lid, van, een opslagbedrijf in werking te hebben, uit te breiden of te wijzigen; c. verordening (EG) nr. 1774/2002 verordening (EG) nr. 1774/2002 als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van, een verbrandingsinstallatie als bedoeld in artikel 12, tweede of derde lid, vanin werking te hebben, uit te breiden of te wijzigen; d. verordening (EG) nr. 1774/2002 als bedoeld in artikel 13, eerste lid, van, een categorie 1-verwerkingsbedrijf of een categorie 2-verwerkingsbedrijf in werking te hebben, uit te breiden of te wijzigen; e. verordening (EG) nr. 1774/2002 als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van, een categorie 2-oleochemisch bedrijf of een categorie 3-oleochemisch bedrijf in werking te hebben, uit te breiden of te wijzigen; f. verordening (EG) nr. 1774/2002 als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van, een biogasinstallatie of een composteerinstallatie in werking te hebben, uit te breiden of te wijzigen; g. verordening (EG) nr. 1774/2002 als bedoeld in artikel 17, eerste lid, van, een categorie 3-verwerkingsbedrijf in werking te hebben, uit te breiden of te wijzigen; h. verordening (EG) nr. 1774/2002 als bedoeld in artikel 18, eerste lid, van, een bedrijf voor de productie van voeder voor gezelschapsdieren in werking te hebben, uit te breiden of te wijzigen; i. verordening (EG) nr. 1774/2002 als bedoeld in artikel 18, eerste lid, van, een technisch bedrijf in werking te hebben, uit te breiden of te wijzigen. 2 De in het eerste lid, aanhef en onderdeel i, bedoelde erkenning wordt verleend voor behandeling of productie van een of meer van de in bijlage VIII genoemde technische producten of voor niet in die bijlage genoemde technische producten. 3 De in het eerste lid bedoelde erkenning wordt aangevraagd bij de VWA. 2003 171 05-09-2003 29-08-2003 TRCJZ/2003/6890 2003 171 05-09-2003 29-08-2003 TRCJZ/2003/6890 07-09-2003
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 artikel 16, eerste lid, aanhef en onderdeel d artikel 5, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Destructiewet Tot 1 mei 2004 wordt met een erkenning voor een categorie 1-verwerkingsbedrijf of een categorie 2-verwerkingsbedrijf als bedoeld in, gelijkgesteld een vóór de inwerkingtreding van deze regeling op grond vanverleende vergunning voor een verwerkingsbedrijf voor hoog risico-materiaal onderscheidenlijk gespecificeerd hoog-risico-materiaal, waarvan de geldigheid op het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling niet is verstreken. 2 artikel 16, eerste lid, aanhef en onderdeel g Tot 1 mei 2004 wordt met een erkenning als bedoeld in, gelijkgesteld: a. artikel 5, eerste lid, aanhef en onderdeel b,van de Destructiewet een vóór de inwerkingtreding van deze regeling op grond vanverleende vergunning waarvan de geldigheid op het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling niet is verstreken; b. artikel 11.6 van de Regeling keuring en handel dierlijke producten een vóór de inwerkingtreding van deze regeling op grond vanverrichte registratie, mits de registratie op het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling niet is doorgehaald en de registratie betrekking heeft op één of meer van de in bijlage VII genoemde producten. 3 artikel 16, eerste lid, aanhef en onderdeel h Tot 1 mei 2004 wordt met een erkenning als bedoeld in, gelijkgesteld: a. artikel 5, tweede lid, van de Destructiewet een vóór de inwerkingtreding van deze regeling op grond vanverrichte registratie voor een verwerkingsbedrijf dat laag-risico-materiaal gebruikt voor de bereiding van voeder voor gezelschapsdieren, mits de registratie op het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling niet is doorgehaald; b. artikel 11.6 van de Regeling keuring en handel dierlijke producten een vóór de inwerkingtreding van deze regeling op grond vanverrichte registratie, mits de registratie op het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling niet is doorgehaald en de registratie betrekking heeft op één of meer van de in bijlage VIII, hoofdstuk II, genoemde producten. 4 artikel 16, eerste lid, aanhef en onderdeel i artikel 11.6 van de Regeling keuring en handel dierlijke producten Tot 1 mei 2004 wordt met een erkenning als bedoeld, voor de vervaardiging van een technisch product, gelijkgesteld een vóór de inwerkingtreding van de regeling op grond vanverrichte registratie voor desbetreffend technisch product, mits de registratie op het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling niet is doorgehaald. 5 artikel 18, eerste lid Het vierde lid is niet van toepassing op een technisch bedrijf als bedoeld in. 6 artikel 13 van het Destructiebesluit 1996 Een overlaadstation als bedoeld indat overeenkomstig dat artikel op het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling in werking is, is door de Minister tot 1 mei 2004 erkend als intermediair categorie 1- of categorie 2-bedrijf, met dien verstande dat in dat bedrijf uitsluitend voorbereidende activiteiten worden verricht die verband houden met het verdere vervoer van categorie 1- of categorie 2-materiaal. 7 artikel 30, eerste lid, onderdeel b, van het Destructiebesluit 1996 verordening (EG) nr. 1774/2002 Een crematorium als bedoeld indat overeenkomstig dat artikellid op het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling in werking is, is door de Minister tot 1 mei 2004 erkend als een verbrandingsinstallatie als bedoeld in artikel 12, derde lid, van. 2003 171 05-09-2003 29-08-2003 TRCJZ/2003/6890 2003 171 05-09-2003 29-08-2003 TRCJZ/2003/6890 07-09-2003
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 Artikel 16 is niet van toepassing op: a. een biogasinstallatie of composteerinstallatie waarin uitsluitend mest of categorie 3-materiaal als grondstof wordt verwerkt; b. een oleochemisch bedrijf dat zowel van categorie 2-materiaal als van categorie 3-materiaal verkregen vet verwerkt; c. een technisch bedrijf voor vervaardiging van verwerkte mest, mits de installatie of het bedrijf door de Minister is erkend en de installatie of het bedrijf sinds 1 november 2002 overeenkomstig de in het tweede lid genoemde voorwaarden in gebruik is. 2 Indien: a. verordening (EG) nr. 810/2003 het een biogasinstallatie betreft, is voldaan aan bijlage VI, hoofdstuk II, onder B, is de installatie uitgerust overeenkomstig artikel 1, tweede lid, vanen is voldaan aan artikel 1, derde lid, van die verordening; b. verordening (EG) nr. 809/2003 het een composteerinstallatie betreft, is voldaan aan bijlage VI, hoofdstuk II, onder B, is de installatie uitgerust overeenkomstig artikel 1, tweede lid, vanen is voldaan aan artikel 1, derde lid, van die verordening; c. het een oleochemisch bedrijf betreft, wordt in het bedrijf een methode toegepast voor monitoring en controle op kritische controlepunten op basis van het gebruikte procédé en wordt overeenkomstig artikel 1, tweede lid, van beschikking (EG) nr. 2003/326 gehandeld; d. , artikel 11.6 van de Regeling keuring en handel dierlijke producten het een technisch bedrijf betreftis het bedrijf sinds 1 november 2002 tot de inwerkingtreding van deze regeling op grond vangeregistreerd en is voldaan aan bijlage VIII, hoofdstuk III, punt 5, met dien verstande dat onderdeel b van punt 5 niet van toepassing is. 3 artikel 17, zesde en zevende lid De in het eerste lid bedoelde erkenning alsmede de in, bedoelde erkenning, vervalt indien de installatie of het bedrijf wordt uitgebreid of de werkzaamheden worden gewijzigd. 4 Het eerste lid is van toepassing tot: a. 1 januari 2005, voor zover het een biogas- of composteerinstallatie of een technisch bedrijf betreft; b. 1 november 2005, voor zover het een oleochemisch bedrijf betreft. 5 De in het eerste lid bedoelde erkenning wordt binnen 1 maand na de inwerkingtreding van deze regeling aangevraagd bij de VWA. 6 artikel 11.6 van de Regeling keuring en handel dierlijke producten Met de erkenning, bedoeld in het eerste lid, wordt gelijkgesteld, indien het een technisch bedrijf betreft, een vóór de inwerkingtreding van de regeling op grond vanverrichte registratie voor desbetreffend technisch product, mits de registratie op het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling niet is doorgehaald. 7 In zoverre in afwijking van het eerste lid is het vanaf de inwerkingtreding van deze regeling voor een tijdvak van 3 maanden toegestaan een biogasinstallatie, composteerinstallatie of oleochemisch bedrijf als bedoeld in dat lid in werking te hebben zonder dat daarvoor een erkenning als bedoeld in het eerste lid is verleend. 2003 171 05-09-2003 29-08-2003 TRCJZ/2003/6890 2003 171 05-09-2003 29-08-2003 TRCJZ/2003/6890 07-09-2003
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 artikel 16 Het is, voor zover van toepassing, verboden een overeenkomstig: a. erkend intermediair categorie 1-bedrijf of intermediair categorie 2-bedrijf in werking te hebben in strijd met de eisen van bijlage III, hoofdstuk I en hoofdstuk II, onderdeel B; b. erkend intermediair categorie 3-bedrijf in werking te hebben in strijd met de eisen van bijlage III, hoofdstuk I en hoofdstuk II, onderdeel A; c. erkend opslagbedrijf in werking te hebben in strijd met de eisen van bijlage III, hoofdstuk III; d. richtlijn nr. 2000/76/EG verordening (EG) nr. 1774/2002 erkende verbrandingsinstallatie of een erkende meeverbrandingsinstallatie waaropniet van toepassing is in werking te hebben in strijd met artikel 12, derde lid, onderdelen a en b, vanen met de eisen van bijlage IV; e. erkend categorie 1-verwerkingsbedrijf of categorie 2-verwerkingsbedrijf in werking te hebben in strijd met de eisen van bijlage V, hoofdstukken I en II, en bijlage VI, hoofdstuk I; f. verordening (EG) nr. 1774/2002 erkend categorie 2-oleochemisch bedrijf of categorie 3-oleochemisch bedrijf in werking te hebben in strijd met artikel 14, tweede lid, onderdelen c en d, vanen met de eisen van bijlage VI, hoofdstuk III; g. verordening (EG) nr. 1774/2002 erkende biogasinstallatie of composteerinstallatie in werking te hebben in strijd met artikel 15, tweede lid, onderdelen d en e, vanen met de eisen van bijlage VI, hoofdstuk II; h. erkend categorie 3-verwerkingsbedrijf in werking te hebben in strijd met de eisen van bijlage V, hoofdstukken I en II, bijlage VII en, indien het een verzamelcentrum is, bijlage IX, of, voor zover van toepassing, in strijd met de artikelen 3 en 4 van verordening (EG) nr. 811/2003; i. verordening (EG) nr. 1774/2002 erkend bedrijf voor de vervaardiging van voeder voor gezelschapsdieren in werking te hebben in strijd met artikel 18, tweede lid, vanen met de eisen van bijlage VIII; j. verordening (EG) nr. 1774/2002 erkend technisch bedrijf in werking te hebben in strijd met artikel 18, tweede lid, vanen met de eisen van bijlage VIII. 2 artikel 18, eerste lid artikel 18, tweede lid Het is verboden een op grond van, erkende biogasinstallatie of composteerinstallatie of een op grond van dat artikellid erkend oleochemisch of technisch bedrijf in werking te hebben in strijd met. 2004 17 27-01-2004 12-01-2004 TRCJZ/2003/10794 2004 17 27-01-2004 12-01-2004 TRCJZ/2003/10794 29-01-2004
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 verordening (EG) nr. 1774/2002 Ter uitvoering vanis het bepaalde in: niet van toepassing. a. artikelen 3 4, tweede en derde lid 4a, derde tot met vijfde lid 4b 4c 4d 5 5a 6 8 9 11 13, tweede, derde en vierde lid 15 van de Destructiewet de,,,,,,,,,,,,, en; b. artikel 12, eerste lid, van de Destructiewet , voor zover het de aan de eigenaar of houder van hoog- of gespecificeerd hoog-risico-materiaal oplegde verplichting betreft het materiaal overeenkomstig door Onze Minister te stellen regelen te administreren; c. artikel 12, tweede lid, van de Destructiewet , voor zover het de aan de ondernemer opgelegde verplichting betreft hoog- of gespecificeerd hoog-risico-materiaal overeenkomstig de bij of krachtens de wet gegeven regelen te vervoeren; d. artikel 12, derde lid, van de Destructiewet , voor zover het de aan de eigenaar of houder van laag-risico-materiaal opgelegde verplichting betreft zorg te dragen dat het materiaal overeenkomstig Onze Minister te stellen regelen te verpakken en te etiketteren; e. artikelen 1 tot en met 15 17 tot en met 28 29, eerste lid 30, eerste, tweede, derde en vijfde lid, van het Destructiebesluit 1996 de,,, en; f. artikel 16, eerste lid, van het Destructiebesluit 1996 , voor zover het de aan de ondernemer opgelegde verplichting betreft hoog-risico-materiaal of gespecificeerd hoog-risico-materiaal te vervoeren; g. artikel 30, vierde lid, van het Destructiebesluit 1996 , voor zover het de verplichting van de beheerder van een crematorium voor dode paarden betreft dode paarden naar het crematorium te vervoeren, 2003 171 05-09-2003 29-08-2003 TRCJZ/2003/6890 2003 171 05-09-2003 29-08-2003 TRCJZ/2003/6890 07-09-2003
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 Ingetrokken worden: a. Regeling aanwijzing hoog-risico-materiaal de; b. Regeling aanwijzing gespecificeerd hoog-risico-materiaal 2000 de; c. Regeling onschadelijk maken gespecificeerd hoog-risico-materiaal de; d. Regeling warmtebehandelingssystemen en eindproducten de; e. Regeling eisen eigenaar of houder van destructiemateriaal de; f. Regeling ophalen hoog- of gespecificeerd hoog-risico-materiaal op gezette tijden de; g. de Regeling verbod gebruik keukenafval en etensresten in diervoeder. 2003 171 05-09-2003 29-08-2003 TRCJZ/2003/6890 2003 171 05-09-2003 29-08-2003 TRCJZ/2003/6890 07-09-2003
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 artikel 1 van de Destructiewet verordening (EG) nr. 1774/2002 artikel 4, eerste lid, van die wet In zoverre in afwijking vanwordt, ter uitvoering van, voor de toepassing vanverstaan onder: a. destructiemateriaal: categorie 1-materiaal, categorie 2-materiaal of categorie 3-materiaal; b. verordening (EG) nr. 1774/2002 verwerking: het onschadelijk maken van categorie 1-materiaal, categorie 2-materiaal of categorie 3-materiaal door het overeenkomstigte verwerken of te verwijderen. 2003 171 05-09-2003 29-08-2003 TRCJZ/2003/6890 2003 171 05-09-2003 29-08-2003 TRCJZ/2003/6890 07-09-2003
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 artikel 1 van de Destructiewet verordening (EG) nr. 1774/2002 artikel 4a, eerste lid, van die wet artikel 2, eerste lid, onder a tot en met e, en tweede lid In zoverre in afwijking vanwordt, ter uitvoering van, voor de toepassing vanverstaan onder hoog- of gespecificeerd hoog-risicomateriaal als bedoeld in: a. categorie 1-materiaal, met uitzondering van: 1. verordening (EG) nr. 1774/2002 keukenafval en etensresten als bedoeld in artikel 4, eerste lid, punt e, van; 2. kadavers van gezelschapsdieren. b. categorie 2-materiaal als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdelen b, c, d, e, f en g, van verordening (EG) nr. 1774/2002, met uitzondering van: 1. verordening (EG) nr. 1774/2002 kadavers van paarden, mits het kadavers betreft die overeenkomstig artikel 5, tweede lid, onderdeel a, vanworden verwerkt in een op grond van artikel 12, tweede lid, van die verordening erkende verbrandingsinstallatie; 2. kadavers van pelsdieren, mits het kadavers betreft die overeenkomstig artikel 5, derde lid, van verordening (EG) nr. 1774/2002 worden onthuid in een op grond van artikel 10, eerste lid, van die verordening erkend intermediair categorie 2-bedrijf. 2004 17 27-01-2004 12-01-2004 TRCJZ/2003/10794 2004 17 27-01-2004 12-01-2004 TRCJZ/2003/10794 29-01-2004
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 artikel 6a van de Destructiewet verordening (EG) nr. 1774/2002 artikel 23 van de Destructiewet Voor de toepassing vanwordt, ter uitvoering van, voor ‘vergunningen krachtens de artikelen 5, 5a en 6’ gelezen: erkenningen krachtens. 2003 171 05-09-2003 29-08-2003 TRCJZ/2003/6890 2003 171 05-09-2003 29-08-2003 TRCJZ/2003/6890 07-09-2003
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 artikel 1 van de Destructiewet verordening (EG) nr. 1774/2002 artikel 7 van die wet In zoverre in afwijking vanwordt, ter uitvoering van, voor de toepassing vanverstaan onder: a. destructiemateriaal: categorie 1- of categorie 2-materiaal; b. verordening (EG) nr. 1774/2002 ondernemer: natuurlijke of rechtspersoon, aan wie of aan welke door de Minister een erkenning als bedoeld in artikel 13, eerste lid, vanis verleend. 2003 171 05-09-2003 29-08-2003 TRCJZ/2003/6890 2003 171 05-09-2003 29-08-2003 TRCJZ/2003/6890 07-09-2003
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 artikel 1 van de Destructiewet verordening (EG) nr. 1774/2002 artikel 10 van die wet In zoverre in afwijking vanwordt, ter uitvoering van, voor de toepassing vanverstaan onder: a. verordening (EG) nr. 1774/2002 ondernemer: natuurlijke of rechtspersoon, aan wie of aan welke door de Minister een erkenning als bedoeld in artikel 13, eerste lid, vanis verleend; b. verordening (EG) nr. 1774/2002 verordening (EG) nr. 1774/2002 verwerking: het onschadelijk maken van categorie 1- of categorie 2-materiaal door het overeenkomstig artikel 4, tweede lid, onderdeel b, en artikel 5, tweede lid, onderdelen b en c, vante verwerken of te verwijderen, door of onder verantwoordelijkheid van een op grond van artikel 13 vanerkend verwerkingsbedrijf; c. hoog- of gespecificeerd hoog-risico-materiaal: categorie 1- of categorie 2-materiaal; d. verordening (EG) nr. 1774/2002 verwerkingsbedrijf: op grond van artikel 13 vanerkend verwerkingsbedrijf. 2003 171 05-09-2003 29-08-2003 TRCJZ/2003/6890 2003 171 05-09-2003 29-08-2003 TRCJZ/2003/6890 07-09-2003
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 artikel 1 van de Destructiewet verordening (EG) nr. 1774/2002 artikel 12 van die wet In zoverre in afwijking vanwordt, ter uitvoering van, voor de toepassing vanverstaan onder: a. hoog- of gespecificeerd-hoog-risico-materiaal: categorie 1-materiaal en categorie 2-materiaal, met uitzondering van: 1. verordening (EG) nr. 1774/2002 keukenafval en etensresten als bedoeld in artikel 4, eerste lid, punt e, van; 2. verordening (EG) nr. 1774/2002 kadavers van gezelschapsdieren, mits de kadavers rechtstreeks als afval worden verwijderd door begraving op een terrein dat ter beschikking staat van de eigenaar of houder van desbetreffende dode dieren, dan wel op een plaats die ingevolge een besluit van het gemeentebestuur voor dat doel is toegelaten of overeenkomstig artikel 4, tweede lid, onderdeel a, vanworden verbrand in een op grond van artikel 12, tweede of derde lid, van die verordening erkende verbrandingsinstallatie; 3. verordening (EG) nr. 1774/2002 kadavers van paarden, mits de kadavers overeenkomstig artikel 5, tweede lid, onderdeel a, vanworden verwerkt in een op grond van artikel 12, tweede lid, van die verordening erkende verbrandingsinstallatie; 4. mest en de van het maagdarmkanaal gescheiden inhoud van het maagdarmkanaal; 5. kadavers van pelsdieren, mits het kadavers betreft die overeenkomstig artikel 5, derde lid, van verordening (EG) nr. 1774/2002, worden onthuid in een op grond van artikel 10, eerste lid, van die verordening erkend intermediair categorie 2-bedrijf; 6. artikel 11, eerste en tweede lid dierlijke bijproducten als bedoeld in artikel 23, eerste en tweede lid, van verordening (EG) nr. 1774/2002, mits ten aanzien van deze dierlijke bijproducten toestemming is verleend voor de in voornoemd artikellid genoemde activiteiten overeenkomstig. b. laag-risico-materiaal: categorie 3-materiaal; c. verordening (EG) nr. 1774/2002 ondernemer: natuurlijke of rechtspersoon, aan wie of aan welke door de Minister een erkenning als bedoeld in artikel 13, eerste lid, vanis verleend. 2004 167 01-09-2004 27-08-2004 TRCJZ/2004/5145 2004 167 01-09-2004 27-08-2004 TRCJZ/2004/5145 03-09-2004
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 artikel 1 van de Destructiewet verordening (EG) nr. 1774/2002 artikel 13 van die wet In zoverre in afwijking vanwordt, ter uitvoering van, voor de toepassing vanverstaan onder hoog- of gespecificeerd hoog-risico-materiaal: categorie 1- of categorie 2-materiaal. 2003 171 05-09-2003 29-08-2003 TRCJZ/2003/6890 2003 171 05-09-2003 29-08-2003 TRCJZ/2003/6890 07-09-2003
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 artikel 1 van de Destructiewet verordening (EG) nr. 1774/2002 artikel 14 van die wet In zoverre in afwijking vanwordt, ter uitvoering van, voor de toepassing vanverstaan onder: a. destructiemateriaal: categorie 1- of categorie 2-materiaal; b. verordening (EG) nr. 1774/2002 ondernemer: natuurlijke of rechtspersoon, aan wie of aan welke door de Minister een erkenning als bedoeld in artikel 13, eerste lid, vanis verleend. 2003 171 05-09-2003 29-08-2003 TRCJZ/2003/6890 2003 171 05-09-2003 29-08-2003 TRCJZ/2003/6890 07-09-2003
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 artikel 1 van de Destructiewet verordening (EG) nr. 1774/2002 artikel 17 van die wet In zoverre in afwijking vanwordt, ter uitvoering van, voor de toepassing vanverstaan onder: a. artikel 2, eerste lid, onder g hoog-risico-materiaal als bedoeld in: gezelschapsdieren; b. verordening (EG) nr. 1774/2002 ondernemer: natuurlijke of rechtspersoon, aan wie of aan welke door de Minister een erkenning als bedoeld in artikel 13, eerste lid, vanis verleend. 2003 171 05-09-2003 29-08-2003 TRCJZ/2003/6890 2003 171 05-09-2003 29-08-2003 TRCJZ/2003/6890 07-09-2003
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 artikel 1 van de Destructiewet verordening (EG) nr. 1774/2002 artikel 20 van die wet In zoverre in afwijking vanwordt, ter uitvoering van, voor de toepassing vanverstaan onder: a. hoog- of gespecificeerd hoog-risico-materiaal: categorie 1- of categorie 2-materiaal; b. verordening (EG) nr. 1774/2002 ondernemer: natuurlijke of rechtspersoon, aan wie of aan welke door de Minister een erkenning als bedoeld in artikel 13, eerste lid, vanis verleend. 2003 171 05-09-2003 29-08-2003 TRCJZ/2003/6890 2003 171 05-09-2003 29-08-2003 TRCJZ/2003/6890 07-09-2003
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 artikel 1 van de Destructiewet verordening (EG) nr. 1774/2002 artikel 21 van die wet In zoverre in afwijking vanwordt, ter uitvoering van, voor de toepassing vanverstaan onder: a. verordening (EG) nr. 1774/2002 ondernemer: natuurlijke of rechtspersoon, aan wie of aan welke door de Minister een erkenning als bedoeld in artikel 13, eerste lid, vanis verleend; b. verordening (EG) nr. 1774/2002 gespecificeerd hoog-risico-materiaal als bedoeld in artikel 2, zevende, achtste of negende lid: categorie 1-materiaal of categorie 2-materiaal als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdelen b tot en met f, van. 2003 171 05-09-2003 29-08-2003 TRCJZ/2003/6890 2003 171 05-09-2003 29-08-2003 TRCJZ/2003/6890 07-09-2003
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 artikel 1 van de Destructiewet verordening (EG) nr. 1774/2002 artikel 16, eerste lid, van het Destructiebesluit 1996 In zoverre in afwijking vanwordt, ter uitvoering van, voor de toepassing vanverstaan onder: a. hoog-risico-materiaal onderscheidenlijk gespecificeerd hoog-risico-materiaal: categorie 1- onderscheidenlijk categorie 2-materiaal; b. verordening (EG) nr. 1774/2002 ondernemer: natuurlijke of rechtspersoon, aan wie of aan welke door de Minister een erkenning als bedoeld in artikel 13, eerste lid, vanis verleend. 2003 171 05-09-2003 29-08-2003 TRCJZ/2003/6890 2003 171 05-09-2003 29-08-2003 TRCJZ/2003/6890 07-09-2003
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 verordening (EG) nr. 1774/2002 Ter uitvoering vanwordt voor de toepassing van: a. artikel 29, tweede en derde lid, van het Destructiebesluit 1996 verstaan onder de beheerder: de natuurlijke of rechtspersoon die een categorie 1-, 2- of 3-verwerkingsbedrijf in stand houdt; b. artikel 30, vierde lid, van het Destructiebesluit 1996 verordening (EG) nr. 1774/2002 verstaan onder crematorium: een door de Minister op grond van artikel 12, tweede lid, vanerkende verbrandingsinstallatie. 2003 171 05-09-2003 29-08-2003 TRCJZ/2003/6890 2003 171 05-09-2003 29-08-2003 TRCJZ/2003/6890 07-09-2003
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 1 artikel 12 van de Destructiewet verordening (EG) nr. 1774/2002 De aangifteplichtige doet van categorie 1-materiaal of categorie 2-materiaal als bedoeld inzo spoedig mogelijk doch uiterlijk op de eerste werkdag, volgende op de dag dat waarop dit materiaal is ontstaan, aangifte bij het op grond van artikel 13 vandoor de Minister erkende categorie 1-verwerkingsbedrijf onderscheidenlijk erkende categorie 2-verwerkingsbedrijf in wiens gebied het materiaal zich bevindt. De aangifte geschiedt telefonisch onder opgave van de soort en de hoeveelheid van het materiaal alsmede van de plaats waar het zich bevindt. 2 In zoverre in afwijking van de eerste zin van het eerste lid geschiedt de aangifte, indien het materiaal betreft dat op een vaste dag wordt opgehaald, uiterlijk op de werkdag voorafgaand aan de dag dat het materiaal wordt opgehaald. 3 artikel 38, eerste lid Na aangifte wordt in de daaropvolgende week in ieder geval eenmaal het in, bedoelde materiaal opgehaald. 2003 171 05-09-2003 29-08-2003 TRCJZ/2003/6890 2003 171 05-09-2003 29-08-2003 TRCJZ/2003/6890 07-09-2003
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 1 artikel 12 van de Destructiewet De aangifteplichtige deponeert categorie 1-materiaal of categorie 2-materiaal als bedoeld inop de dag dat het door het verwerkingsbedrijf wordt opgehaald op een zodanige plaats dat het vanaf de verharde openbare weg binnen het vrij bereik ligt van de laadkraan van het vervoermiddel waarmee het materiaal wordt opgehaald. Indien door plaatselijke omstandigheden de fysieke mogelijkheid hiertoe ontbreekt, wordt tussen de aangifteplichtige en het verwerkingsbedrijf schriftelijk een andere plaats van deponering afgesproken, waarbij uitgangspunt is dat het vervoermiddel niet verder dan één wagenlengte op het erf behoeft te komen. Bij geschillen tussen de aangifteplichtige en het verwerkingsbedrijf over de plaats van deponering, zal, met inachtneming van hetgeen hiervoor is gesteld, de plaats worden bepaald door de Minister. 2 Het eerste lid is niet van toepassing indien tussen de aangifteplichtige en het verwerkingsbedrijf een overeenkomst is gesloten strekkende tot het deponeren van het materiaal op een andere plaats. Het materiaal wordt dan telkens op die plaats gedeponeerd. 2003 171 05-09-2003 29-08-2003 TRCJZ/2003/6890 2003 171 05-09-2003 29-08-2003 TRCJZ/2003/6890 07-09-2003
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 1 De aangifteplichtige draagt er zorg voor dat categorie 1-, categorie 2- of categorie 3-materiaal tot het moment waarop het wordt opgehaald: a. op een zodanige manier wordt bewaard dat het materiaal niet vrij toegankelijk is voor anderen dan de aangifteplichtige en het bedrijf dat het materiaal ophaalt; b. voor zover het kadavers betreft, dat materiaal op een zodanig manier is afgedekt dat het is onttrokken aan het oog van passanten en niet vrij toegankelijk is voor vogels, knaagdieren, honden en katten en de afdekking door het bedrijf dat het materiaal ophaalt makkelijk verwijderbaar is. 2 artikel 35, tweede lid In gevallen als bedoeld in, wordt het materiaal in vaten passend in de laadinrichting van het bedrijf dat het materiaal ophaalt aangeboden. De aangifteplichtige draagt er zorg voor dat op de vaten duidelijk is aangegeven welk type materiaal zij bevatten. 3 De aangifteplichtige draagt er zorg voor dat categorie 1- en categorie 2-materiaal op een zodanige plaats wordt aangeboden dat: a. het duidelijk van elkaar gescheiden is en herkenbaar is van ander materiaal; b. het categorie 1-materiaal onderscheidenlijk categorie 2-materiaal door het bedrijf dat het materiaal ophaalt apart kan worden geladen. 2003 171 05-09-2003 29-08-2003 TRCJZ/2003/6890 2003 171 05-09-2003 29-08-2003 TRCJZ/2003/6890 07-09-2003
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 1 De aangifteplichtige draagt er zorg voor dat: a. verordening (EG) nr. 1774/2002 kadavers van vee als bedoeld in artikel 2 vantot een gewicht van 40 kg, met uitzondering van kadavers van kalveren, tot het moment waarop dit materiaal wordt opgehaald, worden bewaard bij een omgevingstemperatuur van ten hoogste 10°C; b. artikel 12 van de Destructiewet het inbedoelde categorie 1 of categorie 2-materiaal, met uitzondering van kadavers of bloed, tot het moment waarop dit materiaal wordt opgehaald, wordt bewaard bij een omgevingstemperatuur van ten hoogste 10°C of een inwendige temperatuur van ten hoogste 15°C; c. bloed, voor zover het categorie 1- of categorie 2-materiaal betreft, wordt bewaard bij een inwendige temperatuur van ten hoogste 15°C. 2 verordening (EG) nr. 1774/2002 Het eerste lid is niet van toepassing op materiaal dat ontstaat op slachterijen, mits dit materiaal op dezelfde dag waarop het als zodanig is ontstaan, wordt opgehaald, met dien verstande dat materiaal dat overeenkomstig artikel 23, tweede lid, vanis bestemd voor gebruik voor het voederen van de in dat artikel genoemde dieren binnen twaalf uur na het ontstaan wordt opgehaald. 2003 171 05-09-2003 29-08-2003 TRCJZ/2003/6890 2003 171 05-09-2003 29-08-2003 TRCJZ/2003/6890 07-09-2003
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 De overdracht van categorie 1- of categorie 2-materiaal door de aangifteplichtige aan het verwerkingsbedrijf geschiedt door overlading van dat materiaal in het daarvoor bestemde vervoermiddel. 2003 171 05-09-2003 29-08-2003 TRCJZ/2003/6890 2003 171 05-09-2003 29-08-2003 TRCJZ/2003/6890 07-09-2003
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 verordening (EG) nr. 1774/2002 De eigenaar of houder van categorie 3-materiaal draagt er zorg voor dat dat materiaal wordt bewaard bij een omgevingstemperatuur van ten hoogste 10°C, tenzij het materiaal binnen twaalf uur na het ontstaan wordt opgehaald om overeenkomstig artikel 6, tweede lid, vante worden verwerkt of verwijderd. 2003 171 05-09-2003 29-08-2003 TRCJZ/2003/6890 2003 171 05-09-2003 29-08-2003 TRCJZ/2003/6890 07-09-2003
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 7 september 2005. 2004 167 01-09-2004 27-08-2004 TRCJZ/2004/5145 2004 167 01-09-2004 27-08-2004 TRCJZ/2004/5145 03-09-2004
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling E.G.-verordening gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten. 2003 171 05-09-2003 29-08-2003 TRCJZ/2003/6890 2003 171 05-09-2003 29-08-2003 TRCJZ/2003/6890 07-09-2003