Regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 15 juli 2003, nr. MJZ2003071600, Centrale Directie Juridische Zaken Afdeling Wetgeving, houdende aanpassing en samenvoeging van ministeriële regelingen als gevolg van de invoering van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte (Uitvoeringsregeling huurprijzen woonruimte)
- BWB-id
- BWBR0015386
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0015386
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2003/uitvoeringsregeling-huurprijzen-woonruimte
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2003/uitvoeringsregeling-huurprijzen-woonruimte/2026-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0015386&g=2026-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0015386&z=2026-06-06&g=2026-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0015386/2026-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2003/uitvoeringsregeling-huurprijzen-woonruimte
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. bestuur: artikel 3a, tweede lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte bestuur van de huurcommissie als bedoeld in; b. minister: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; c. openbaar register: artikel 3i van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte openbaar register als bedoeld in; d. toetsingsinkomen: artikel 8 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen toetsingsinkomen als bedoeld in, waarvan bij het geven van de beschikking is uitgegaan; e. voorzitter, plaatsvervangend voorzitter, zittingsvoorzitters en zittingsleden: artikel 3a, tweede lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte voorzitter, plaatsvervangend voorzitter, zittingsvoorzitters en zittingsleden als bedoeld in; f. vrijstelling: artikelen 7, achtste lid 7a, derde lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte vrijstelling van de aan de Staat verschuldigde vergoeding als bedoeld in de, en. 2017 23637 26-04-2017 18-04-2017 2017-0000166074 2017 23637 26-04-2017 18-04-2017 2017-0000166074 01-07-2017
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 artikel 1, tweede lid, van het Besluit huurprijzen woonruimte bijlage I De maximale huurprijsgrenzen voor woonruimten welke een zelfstandige woning vormen als bedoeld inzijn de bedragen, genoemd in. 2025 38156 19-11-2025 17-11-2025 2025-0000627046 2025 38156 19-11-2025 17-11-2025 2025-0000627046 01-01-2026
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 artikel 1, derde lid, van het Besluit huurprijzen woonruimte bijlage II De maximale huurprijsgrenzen voor woonruimten welke niet een zelfstandige woning vormen als bedoeld inzijn de bedragen, genoemd in. 2025 38156 19-11-2025 17-11-2025 2025-0000627046 2025 38156 19-11-2025 17-11-2025 2025-0000627046 01-01-2026
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 7:235 van het Burgerlijk Wetboek bijlage III De maximale huurprijsgrenzen voor woonwagens als bedoeld inzijn de bedragen, genoemd in. 2025 38156 19-11-2025 17-11-2025 2025-0000627046 2025 38156 19-11-2025 17-11-2025 2025-0000627046 01-01-2026
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 artikel 7:236 van het Burgerlijk Wetboek bijlage IV De maximale huurprijsgrenzen voor standplaatsen als bedoeld inzijn de bedragen, genoemd in. 2025 38156 19-11-2025 17-11-2025 2025-0000627046 2025 38156 19-11-2025 17-11-2025 2025-0000627046 01-01-2026
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 bijlagen V VI van deze regeling De huurcommissie beoordeelt de redelijkheid van de huurprijs van woonruimte dan wel een daarin voorgestelde wijziging met inachtneming van de in deenvervatte schema’s. 2016 33114 27-06-2016 22-06-2016 2016-0000350615 2016 33114 27-06-2016 22-06-2016 2016-0000350615 01-07-2016
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 De voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter en de zittingsvoorzitters genieten een bezoldiging overeenkomstig een van de salarisschalen van. 2 Het salaris wordt naar rato van de arbeidsduur bepaald. 3 artikel 5, derde lid, van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 De salarisschaal welke voor de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter en de zittingsvoorzitters geldt, wordt door de minister bepaald met inachtneming van de aard en het niveau van zijn functie aan de hand van het door of in overeenstemming met de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vastgestelde normeringsstelsel, bedoeld in. 4 artikelen 6, eerste en tweede lid 7, eerste tot en met zesde lid 8, eerste tot en met derde lid, van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 De,, enzijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat onder ‘bevoegd gezag’ wordt verstaan: a. de minister, voor zover het de voorzitter of de plaatsvervangend voorzitter betreft, en b. de voorzitter, voor zover het de zittingsvoorzitters betreft. 5 Artikel 102 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement is van overeenkomstige toepassing in geval van overlijden van de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter of een zittingsvoorzitter. 6 artikel 102b van het Algemeen Rijksambtenarenreglement Indien het overlijden van de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter of een zittingsvoorzitter het gevolg is van een dienstongeval of beroepsziekte, isvan overeenkomstige toepassing. 2010 4919 31-03-2010 26-03-2010 BJZ2010008982 2010 133 30-03-2010 19-03-2010 01-04-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte (instelling landelijke huurcommissie) in werking treedt.
Artikel 7a — Artikel 7a#
Artikel 7a Vervallen 2019 58723 28-10-2019 16-10-2019 2019-0000508235 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 7b — Artikel 7b#
Artikel 7b Vervallen 2019 58723 28-10-2019 16-10-2019 2019-0000508235 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 7c — Artikel 7c#
Artikel 7c artikel 14 van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 Indien de plaatsvervangend voorzitter de functie van voorzitter waarneemt, kan hem een waarnemingstoelage worden toegekend overeenkomstig. 2010 4919 31-03-2010 26-03-2010 BJZ2010008982 2010 133 30-03-2010 19-03-2010 01-04-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte (instelling landelijke huurcommissie) in werking treedt.
Artikel 7d — Artikel 7d#
Artikel 7d artikel 79, eerste lid, van het Algemeen Rijksambtenarenregelement Op het ambtsjubileum van de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter en de zittingsvoorzitters isvan overeenkomstige toepassing 2010 4919 31-03-2010 26-03-2010 BJZ2010008982 2010 133 30-03-2010 19-03-2010 01-04-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte (instelling landelijke huurcommissie) in werking treedt.
Artikel 7e — Artikel 7e#
Artikel 7e 1 artikel 22a van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 Op eenmalige of periodieke toeslagen van de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter en de zittingsvoorzitters isvan overeenkomstige toepassing. 2 De voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter en de zittingsvoorzitters hebben recht op het Individueel Keuzebudget en op de mogelijkheid om betaald meer uren te werken overeenkomstig hetgeen daarover is overeengekomen in hoofdstuk 9 van de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn. 2019 58723 28-10-2019 16-10-2019 2019-0000508235 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 7f — Artikel 7f#
Artikel 7f 1 Reisbesluit binnenland Reisbesluit buitenland Reisregeling binnenland De voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter en de zittingsvoorzitters genieten een vergoeding voor reis- en verblijfkosten ter zake van dienstreizen overeenkomstig het, heten de. 2 hoofdstuk IV van het Verplaatsingskostenbesluit 1989 De voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter hebben recht op een vergoeding van verplaatsingskosten overeenkomstig. 3 artikel 68a, derde lid, onderdeel b, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement De voorzitter heeft recht op een vergoeding van representatiekosten overeenkomstig. De plaatsvervangend voorzitter en de zittingsvoorzitters hebben recht op een vergoeding van representatiekosten overeenkomstig artikel 68a, derde lid, onderdeel c, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement. 2013 35443 17-12-2013 12-12-2013 2013-0000747706 2013 35443 17-12-2013 12-12-2013 2013-0000747706 01-01-2014
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 21 van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte De zittingsleden genieten een vergoeding ten bedrage van € 392 per zitting van de zittingscommissie, bedoeld in, en per vergadering van de huurcommissie. Het bedrag van de vergoeding wordt jaarlijks per 1 april gewijzigd met het onmiddellijk daaraan voorafgaande in januari in de Staatscourant bekendgemaakte percentage, waarmee de consumentenprijzen (alle huishoudens) ten opzichte van het aan die bekendmaking voorafgaande jaar zijn gewijzigd. 2 Reisbesluit binnenland Reisregeling binnenland De zittingsleden genieten een vergoeding voor reis- en verblijfkosten ter zake van dienstreizen ten behoeve van de huurcommissie gedaan, overeenkomstig heten de. 2023 32441 01-12-2023 21-11-2023 2023 32441 01-12-2023 21-11-2023 01-01-2024
Artikel 8a — Artikel 8a#
Artikel 8a 1 artikel 3g van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte De leden van de Raad van Advies, bedoeld in, genieten een vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen en het geven van adviezen uit hoofde van hun functie als bedoeld in dat artikel ten bedrage van € 400 per maand. Het lid van de Raad dat tevens telkenmale die vergaderingen voorzit, geniet een vergoeding van € 520 per maand. De bedragen van de vergoeding worden jaarlijks per 1 april gewijzigd met het onmiddellijk daaraan voorafgaande in januari in de Staatscourant bekendgemaakte percentage, waarmee de consumentenprijzen (alle huishoudens) ten opzichte van het aan die bekendmaking voorafgaande jaar zijn gewijzigd. 2 artikel 3g van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte De leden van de Raad van Advies, bedoeld in, genieten een vergoeding voor reis- en verblijfkosten ter zake van reizen ten behoeve van de huurcommissie gedaan, overeenkomstig hetgeen is overeengekomen over binnenlandse dienstreizen in de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn. 2019 58723 28-10-2019 16-10-2019 2019-0000508235 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 Het openbaar register bevat uitspraken die in de laatste vijf jaren zijn gedaan. 2 De in het eerste lid bedoelde uitspraken dienen te worden opgeslagen in de desbetreffende dossiers, en bevatten alleen gegevens die openbaar kunnen zijn. 2024 20539 28-06-2024 24-06-2024 2024 20539 28-06-2024 24-06-2024 01-07-2024
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 artikel 7:252a, zesde lid, onderdeel a, van het Burgerlijk Wetboek De groep, bedoeld in, bestaat uit huishoudens waarbij: a. artikel 2.1 van het Besluit zorgverzekering artikel 2.10 van dat besluit de huurder of een ander lid van dat huishouden op grond vanvoor een periode van ten minste een jaar en ten minste 10 uur per week verpleging of verzorging als bedoeld inontvangt; b. artikel 2.1.6 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 aan de huurder of een ander lid van dat huishouden een blijk van waardering voor mantelzorgers is verstrekt als bedoeld inen waarbij die mantelzorg is verleend aan een ander lid van datzelfde huishouden; c. artikel 1.1.1 van de Wet langdurige zorg artikel 3.1.1, eerste lid, onderdeel a, van die wet artikel 10.1.4 van die wet de huurder of een ander lid van dat huishouden in het bezit is van een indicatiebesluit als bedoeld invoor verblijf als bedoeld inof voor direct oproepbare assistentie bij algemene dagelijkse levensverrichtingen als bedoeld in; d. artikel 1, eerste lid, onderdeel c, van de Wet voorzieningen gehandicapten artikel 1, eerste lid, onderdeel g, onder 6, van de Wet maatschappelijke ondersteuning artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 aan de huurder of aan een ander lid van dat huishouden een beschikking is verstrekt ten behoeve van voorzieningen aan de betreffende woonruimte op grond vanof, of ten behoeve van een woningaanpassing als bedoeld in, of e. de huurder of een ander lid van dat huishouden met een verklaring van de huisarts kan aantonen dat hij blind is. 2 Tot de groep, bedoeld in het eerste lid, behoren eveneens de huishoudens, bedoeld in dat lid, die beschikken over een geldend indicatiebesluit als genoemd in artikel 10, onderdelen a, b, c respectievelijk d, van de Uitvoeringsregeling huurprijzen woonruimte, zoals dat artikel luidde op 31 december 2014. 2015 9756 10-04-2015 27-03-2015 2015-0000118448 2015 9756 10-04-2015 27-03-2015 2015-0000118448 11-04-2015
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikel 7, vierde of zevende lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte artikel 8, eerste lid, van de Wet op het overleg huurders verhuurder Een verzoek om vrijstelling wordt uiterlijk binnen vier weken na de datum van verzending van het bericht, bedoeld inof uiterlijk binnen vier weken na de datum waarop een verzoek als bedoeld inbij de huurcommissie is ingediend, op een daartoe door het bestuur beschikbaar gesteld formulier ingediend bij de voorzitter. 2 Een verzoek om vrijstelling gaat vergezeld van: a. artikel 14, eerste lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen artikel 1, onderdeel e, van de Wet op de huurtoeslag artikel 17 van die wet de ten gunste van de verzoeker krachtenslaatstelijk doch niet eerder dan achttien maanden voor de indiening van het verzoek om vrijstelling gegeven beschikking tot toekenning van een huurtoeslag als bedoeld inwaaruit blijkt dat het toetsingsinkomen niet hoger is dan het bedrag dat voor de verzoeker ten tijde van het geven van die beschikking als het minimum-inkomensijkpunt, bedoeld in, gold, of b. Participatiewet een ten gunste van de verzoeker niet eerder dan zes maanden voor de indiening van het verzoek om vrijstelling krachtens degegeven beschikking tot vaststelling van algemene bijstand. 2014 34049 01-12-2014 24-11-2014 2014-0000174745 2014 34049 01-12-2014 24-11-2014 2014-0000174745 01-01-2015
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 artikel 11 Vrijstelling kan slechts worden verleend, indien voldaan is aan het bepaalde in. 2003 143 29-07-2003 15-07-2003 MJZ2003071600 2003 143 29-07-2003 15-07-2003 MJZ2003071600 01-08-2003
Artikel 12a — Artikel 12a#
Artikel 12a artikel 7, eerste lid 8 van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte De gegevens, bedoeld in, en, worden uiterlijk binnen vier weken na de kennisgeving van ontvangst van het verzoek bij de voorzitter ingediend. De gegevens bevatten een afschrift van de huurovereenkomst. 2014 18075 27-06-2014 19-06-2014 2014-0000317037 2014 234 27-06-2014 25-06-2014 01-07-2014 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Boek 7
Burgerlijk Wetboek, enz. (modernisering en vereenvoudiging werkwijze
huurcommissie) (Stb. 2014/205) in werking treedt.
Artikel 12b — Artikel 12b#
Artikel 12b artikel 5, tweede lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte Het bedrag, bedoeld inbedraagt € 500. 2024 20539 28-06-2024 24-06-2024 2024 20539 28-06-2024 24-06-2024 01-07-2024
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 artikel 7:252b, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek artikel 7:252a, eerste lid, van dat wetboek artikel 7:253, eerste lid, eerste volzin, van dat wetboek Bij een voorstel als bedoeld in, of indien de verhuurder een voorstel als bedoeld inheeft gedaan en het huishoudinkomen voorwerp van geschil is, bij een verklaring als bedoeld inof een verzoek als bedoeld in artikel 7:253, tweede lid, aanhef, van dat wetboek, verstrekt de huurder: a. artikel 7:252a, tweede lid, onder e, van het Burgerlijk Wetboek artikel 21, onder e, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen een door de inspecteur, bedoeld in, afgegeven verklaring omtrent het inkomensgegeven, bedoeld in, van alle bewoners van de woning, en b. een afschrift uit de basisregistratie personen van een van de bewoners waaruit blijkt hoeveel personen staan ingeschreven op het adres van de woning. 2 artikel 7:252a, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet artikel 7: 253, eerste lid, eerste volzin, van het Burgerlijk Wetboek Indien de verhuurder een voorstel als bedoeld inheeft gedaan en het feit dat een of meerdere leden van het huishouden de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld inheeft of hebben bereikt voorwerp van geschil is, verstrekt de huurder bij een verklaring als bedoeld inof een verzoek als bedoeld in artikel 7: 253, tweede lid, aanhef, van dat wetboek een afschrift van een beschikking van de Sociale Verzekeringsbank of anderszins gegevens waaruit blijkt dat een of meerdere leden van het huishouden de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet heeft of hebben bereikt. 3 artikel 7:252a, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek artikel 7:253, eerste lid, eerste volzin, van dat wetboek Indien de verhuurder een voorstel als bedoeld inheeft gedaan en het feit dat het huishouden bestaat uit 4 of meer personen voorwerp van geschil is, verstrekt de huurder bij een verklaring als bedoeld inof een verzoek als bedoeld in artikel 7:253, tweede lid, aanhef, van dat wetboek een afschrift uit de basisregistratie personen van een van de bewoners waaruit blijkt hoeveel personen staan ingeschreven op het adres van de woning. 2016 71301 28-12-2016 20-12-2016 2016-0000794558 2016 71301 28-12-2016 20-12-2016 2016-0000794558 01-01-2017
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 artikel 7:260, derde lid, van het Burgerlijk Wetboek bijlage VII Het formulier, bedoeld in, is het formulier als opgenomen in. 2014 18075 27-06-2014 19-06-2014 2014-0000317037 2014 234 27-06-2014 25-06-2014 01-07-2014 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Boek 7
Burgerlijk Wetboek, enz. (modernisering en vereenvoudiging werkwijze
huurcommissie) (Stb. 2014/205) in werking treedt.
Artikel 14a — Artikel 14a#
Artikel 14a artikel 18, vierde lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte bijlage VIII Het bedrag, bedoeld in, is het bedrag, genoemd in. 2014 18075 27-06-2014 19-06-2014 2014-0000317037 2014 234 27-06-2014 25-06-2014 01-07-2014 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Boek 7
Burgerlijk Wetboek, enz. (modernisering en vereenvoudiging werkwijze
huurcommissie) (Stb. 2014/205) in werking treedt.
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 Regeling vaststelling maximale huurprijsgrenzen woonruimten 2002 Dewordt ingetrokken. 2 De Regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 26 april 2003, nr. MJZ2003033492, houdende wijziging van de Regeling vaststelling maximale huurprijsgrenzen woonruimten 2002 (vaststelling maximale huurprijsgrenzen onzelfstandige woonruimten 2003) (Stcrt. 90) wordt ingetrokken. 2003 143 29-07-2003 15-07-2003 MJZ2003071600 2003 143 29-07-2003 15-07-2003 MJZ2003071600 01-08-2003
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 augustus 2003. 2003 143 29-07-2003 15-07-2003 MJZ2003071600 2003 143 29-07-2003 15-07-2003 MJZ2003071600 01-08-2003
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling huurprijzen woonruimte. 2003 143 29-07-2003 15-07-2003 MJZ2003071600 2003 143 29-07-2003 15-07-2003 MJZ2003071600 01-08-2003