Besluit van de Minister van Justitie van 11 mei 2004, nr. 5286090/504/CBK, strekkende tot aanwijzing van buitengewoon opsporingsambtenaren bij ProRail
- BWB-id
- BWBR0016713
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- 2006-01-01 t/m 2006-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0016713
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2004/besluit-buitengewoon-opsporingsambtenaar-prorail-2004
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2004/besluit-buitengewoon-opsporingsambtenaar-prorail-2004/2006-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0016713&g=2006-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0016713&z=2026-06-06&g=2006-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0016713/2006-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2004/besluit-buitengewoon-opsporingsambtenaar-prorail-2004
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: a. artikel 2 buitengewoon opsporingsambtenaar: de buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld in; b. ProRail: Railinfrabeheer BV, Railverkeersleiding BV en Railned BV, handelend onder de naam ProRail. 2004 94 18-05-2004 11-05-2004 5286090/504/CBK 2004 94 18-05-2004 11-05-2004 5286090/504/CBK 15-05-2004
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Maximaal 50 medewerkers in dienstbetrekking werkzaam bij ProRail zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar. 2004 94 18-05-2004 11-05-2004 5286090/504/CBK 2004 94 18-05-2004 11-05-2004 5286090/504/CBK 15-05-2004
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd tot het opsporen van de feiten strafbaar gesteld bij of krachtens: a. de Spoorwegwet Wet personenvervoer 2000 en de; b. verordeningen voor zover de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen door het bevoegd gezag, en c. andere wetten, indien en voor zover hij daarmee in een concreet opsporingsonderzoek door een officier van justitie wordt belast, voor de duur van dat onderzoek. 2 De opsporingsbevoegdheid van de buitengewoon opsporingsambtenaar geldt voor het grondgebied van Nederland. 2004 94 18-05-2004 11-05-2004 5286090/504/CBK 2004 94 18-05-2004 11-05-2004 5286090/504/CBK 15-05-2004
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 8, eerste lid, van de Politiewet 1993 hoofdstuk 7 van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd bij de opsporing van de strafbare feiten waarvoor aan hem opsporingsbevoegdheid is toegekend, gebruik te maken van de bevoegdheid, bedoeld in. Hij gedraagt zich daarbij overeenkomstig het bepaalde in. 2004 94 18-05-2004 11-05-2004 5286090/504/CBK 2004 94 18-05-2004 11-05-2004 5286090/504/CBK 15-05-2004
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Als toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de hoofdofficier van justitie van het Landelijk Parket. 2 Als direct toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de korpschef van het Korps landelijke politiediensten. 2004 94 18-05-2004 11-05-2004 5286090/504/CBK 2004 94 18-05-2004 11-05-2004 5286090/504/CBK 15-05-2004
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 De directeur van ProRail stelt in overleg met de toezichthouder en de direct toezichthouder op: a. Een instructie waarin zo concreet mogelijk beschreven wordt bij welke feiten en omstandigheden het gebruik van geweld is toegestaan. De instructie dient aan iedere buitengewoon opsporingsambtenaar, die bevoegd is geweld te gebruiken ter hand te worden gesteld. b. artikel 17 van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar Een procedure, gebaseerd op, voor de melding van het gebruik van geweld. Over iedere melding dienen de toezichthouder en de direct toezichthouder zo spoedig mogelijk te worden geïnformeerd. c. artikel 42 van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Een procedure, gebaseerd open de circulaire van de Minister van Justitie van 28 juli 2003, inzake de behandeling van klachten over buitengewoon opsporingsambtenaren, betreffende de uitoefening van diens bevoegdheden als buitengewoon opsporingsambtenaar. Een afschrift van de klacht dient terstond aan de toezichthouder en de direct toezichthouder te worden toegezonden. Zij worden eveneens schriftelijk geïnformeerd over de wijze waarop de klacht is afgehandeld. 2004 94 18-05-2004 11-05-2004 5286090/504/CBK 2004 94 18-05-2004 11-05-2004 5286090/504/CBK 15-05-2004
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 artikel 41, eerste lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar De directeur van ProRail verstrekt de toezichthouder en de direct toezichthouder overeenkomstigalle door hen gewenste informatie en voert zo nodig en desgevraagd periodiek overleg met hen. 2004 94 18-05-2004 11-05-2004 5286090/504/CBK 2004 94 18-05-2004 11-05-2004 5286090/504/CBK 15-05-2004
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 De directeur van ProRail brengt jaarlijks, vóór 1 april over het jaar daaraan voorafgaand, met betrekking tot de buitengewoon opsporingsambtenaren werkzaam bij ProRail aan de Minister van Justitie verslag uit over: a. het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren dat op 31 december werkzaam was bij ProRail; b. de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten; c. de doeltreffendheid en de effecten van de bevoegdheid om geweld te gebruiken; d. de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de Minister van Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor dat examen zijn geslaagd. 2004 94 18-05-2004 11-05-2004 5286090/504/CBK 2004 94 18-05-2004 11-05-2004 5286090/504/CBK 15-05-2004
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 artikel 41, tweede lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar artikel 8, eerste lid, van de Politiewet 1993 De directeur van ProRail zendt, overeenkomstig, vóór 1 november 2005 aan de Minister van Justitie een evaluatie over de doeltreffendheid en de effecten van het toekennen van opsporingsbevoegdheid en de bevoegdheid, bedoeld in, in de periode van 15 mei 2004 tot 1 oktober 2005. Deze evaluatie voldoet aan nader door de Minister van Justitie te stellen voorwaarden. 2004 94 18-05-2004 11-05-2004 5286090/504/CBK 2004 94 18-05-2004 11-05-2004 5286090/504/CBK 15-05-2004
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Dit besluit treedt in werking met ingang van 15 mei 2004 en vervalt met ingang van 1 januari 2007. 2005 228 23-11-2005 17-11-2005 5387232/505/CBK 2005 228 23-11-2005 17-11-2005 5387232/505/CBK 01-01-2006
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar ProRail 2004. 2004 94 18-05-2004 11-05-2004 5286090/504/CBK 2004 94 18-05-2004 11-05-2004 5286090/504/CBK 15-05-2004