Besluit van de Minister van Justitie van 18 maart 2004, nr. 5274010/DBZ/04, houdende aanwijzing van ‘teleservicemedewerkers’ van de regiopolitie Utrecht tot buitengewoon opsporingsambtenaar
- BWB-id
- BWBR0016526
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- 2004-04-01 t/m 2009-03-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0016526
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2004/besluit-buitengewoon-opsporingsambtenaar-teleservicemedewerk-bwbr0016526
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2004/besluit-buitengewoon-opsporingsambtenaar-teleservicemedewerk-bwbr0016526/2004-04-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0016526&g=2004-04-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0016526&z=2026-06-06&g=2004-04-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0016526/2004-04-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2004/besluit-buitengewoon-opsporingsambtenaar-teleservicemedewerk-bwbr0016526
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 artikel 2 In dit besluit wordt verstaan onder de buitengewoon opsporingsambtenaar: de buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld in. 2004 62 30-03-2004 18-03-2004 5274010/DBZ/04 2004 62 30-03-2004 18-03-2004 5274010/DBZ/04 01-04-2004
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 De ambtenaren van de regiopolitie Utrecht werkzaam in de functie van medewerker service A, B of C, welke functie binnen de op grond van dit besluit uit te vaardigen benoemingsbescheiden zal worden betiteld als ‘teleservicemedewerker’, zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar. 2 artikel 16, eerste lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Aan de hiervoor onder lid 1 omschreven ‘teleservicemedewerker’ wordt in overeenstemming met mijn besluit van 26 mei 2003, kenmerk 5228033/503, discretionaire ontheffing, onder b, verleend van de bekwaamheidseis als bedoeld inindien een certificaat is overgelegd, waaruit blijkt dat betrokkene met goed gevolg binnen een periode van 5 jaar voorafgaande aan de aanvraag heeft deelgenomen aan een op deze functie gerichte interne opleiding. 2004 62 30-03-2004 18-03-2004 5274010/DBZ/04 2004 62 30-03-2004 18-03-2004 5274010/DBZ/04 01-04-2004
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd tot het opsporen van alle strafbare feiten. Het gebruik van de hiervoor beschreven opsporingsbevoegdheid dient zich te beperken tot het opnemen van (telefonisch) aangiften, zonder daderindicatie, zonder dat getuigen worden gehoord en gericht op relatief eenvoudige strafbare feiten. 2 De opsporingsbevoegdheid geldt voor het grondgebied van de politieregio Utrecht. 2004 62 30-03-2004 18-03-2004 5274010/DBZ/04 2004 62 30-03-2004 18-03-2004 5274010/DBZ/04 01-04-2004
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 De korpschef van het regionaal politiekorps Utrecht is bevoegd tot de beëdiging van de buitengewoon opsporingsambtenaar. 2 Op grond van dit besluit kunnen maximaal 75 personen als buitengewoon opsporingsambtenaar worden beëdigd. 2004 62 30-03-2004 18-03-2004 5274010/DBZ/04 2004 62 30-03-2004 18-03-2004 5274010/DBZ/04 01-04-2004
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Als toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de hoofdofficier van justitie bij het arrondissementsparket te Utrecht. 2 Als direct toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de korpschef van het regionaal politiekorps Utrecht. 2004 62 30-03-2004 18-03-2004 5274010/DBZ/04 2004 62 30-03-2004 18-03-2004 5274010/DBZ/04 01-04-2004
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 De Korpschef van de regiopolitie Utrecht brengt jaarlijks, voor 1 april, met betrekking tot de onder diens verantwoordelijkheid werkzame buitengewoon opsporingsambtenaren verslag uit over: a. artikel 2 het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren werkzaam in degenoemde functie; b. de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten; c. de stand van zaken met betrekking tot de door deze categorie van buitengewoon opsporingsambtenaren verplicht te volgen (interne) opleiding(en). 2 artikel 5 Dit verslag dient te worden toegezonden aan de toezichthouder, als bedoeld invan dit besluit, alsmede aan het Ministerie van Justitie, directie Bestuurszaken, afd. IBB, postbus 20300, 2500 EH Den Haag. 2004 62 30-03-2004 18-03-2004 5274010/DBZ/04 2004 62 30-03-2004 18-03-2004 5274010/DBZ/04 01-04-2004
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Het Besluit van het College van procureurs-generaal houdende de aanwijzing van teleservicemedewerkers bij de regiopolitie Utrecht, kenmerk 2000/6025-11277/ASD dd. 28 februari 2000 wordt ingetrokken. 2004 62 30-03-2004 18-03-2004 5274010/DBZ/04 2004 62 30-03-2004 18-03-2004 5274010/DBZ/04 01-04-2004
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 De op naam gestelde akten van opsporingsbevoegdheid en beëdiging en de overige benoemingsbescheiden, afgegeven mede op basis van het in artikel 7 genoemde besluit, worden voor de duur van hun geldigheid of tot daarvoor nader zal zijn beslist, geacht te zijn akten en overige benoemingsbescheiden afgegeven mede op basis van het onderhavige besluit. 2004 62 30-03-2004 18-03-2004 5274010/DBZ/04 2004 62 30-03-2004 18-03-2004 5274010/DBZ/04 01-04-2004
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt 5 jaar na de datum van inwerkingtreding. 2004 62 30-03-2004 18-03-2004 5274010/DBZ/04 2004 62 30-03-2004 18-03-2004 5274010/DBZ/04 01-04-2004
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar teleservicemedewerkers regiopolitie Utrecht 2004. 2004 62 30-03-2004 18-03-2004 5274010/DBZ/04 2004 62 30-03-2004 18-03-2004 5274010/DBZ/04 01-04-2004