Besluit van de Minister van Justitie van 19 december 2003, nr. 5262132/503/AJT, houdende aanwijzing tot het gebruik van handboeien door de buitengewoon opsporingsambtenaren in dienst van het Gemeentelijk vervoerbedrijf RET te Rotterdam
- BWB-id
- BWBR0016224
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- 2004-01-01 t/m 2007-08-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0016224
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2004/besluit-handboeien-buitengewoon-opsporingsambtenaar-ret-2004
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2004/besluit-handboeien-buitengewoon-opsporingsambtenaar-ret-2004/2004-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0016224&g=2004-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0016224&z=2026-06-06&g=2004-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0016224/2004-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2004/besluit-handboeien-buitengewoon-opsporingsambtenaar-ret-2004
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: a. het gemeentelijk vervoerbedrijf RET: het gemeentelijk vervoerbedrijf Rotterdamse Electrische Tram; b. buitengewoon opsporingsambtenaar: de buitengewoon opsporingsambtenaar in dienstbetrekking werkzaam bij het gemeentelijk vervoerbedrijf RET; c. toezichthouder: de hoofdofficier van justitie in het arrondissement Rotterdam; d. direct toezichthouder: de korpschef van het regionaal politiekorps Rotterdam-Rijnmond. 2003 250 29-12-2003 19-12-2003 5262132/503/AJT 2003 250 29-12-2003 19-12-2003 5262132/503/AJT 01-01-2004
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 artikel 3, eerste lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar openbaar vervoersbedrijven 2002 artikel 8, eerste en derde lid, van de Politiewet 1993 hoofdstuk 7 van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd bij de opsporing van de ingenoemde strafbare feiten, gebruik te maken van de bevoegdheden, bedoeld in. Hij gedraagt zich daarbij overeenkomstig het bepaalde in. 2003 250 29-12-2003 19-12-2003 5262132/503/AJT 2003 250 29-12-2003 19-12-2003 5262132/503/AJT 01-01-2004
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De buitengewoon opsporingsambtenaar kan gedurende de uitoefening van zijn taak als buitengewoon opsporingsambtenaar uitgerust zijn met handboeien van een door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Minister van Justitie goedgekeurd merk en type. 2 De buitengewoon opsporingsambtenaar wordt uitgerust met handboeien nadat de direct toezichthouder heeft vastgesteld dat betrokkene beschikt over de vereiste bekwaamheid ten aanzien van het gebruik van en het omgaan met handboeien. 2003 250 29-12-2003 19-12-2003 5262132/503/AJT 2003 250 29-12-2003 19-12-2003 5262132/503/AJT 01-01-2004
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 De directeur van het gemeentelijk vervoerbedrijf RET stelt in overleg met de toezichthouder en de direct toezichthouder op: a. artikelen 22 23 van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar Een instructie, gebaseerd op deen, waarin zo concreet mogelijk beschreven wordt bij welke feiten en omstandigheden het aanleggen van handboeien is toegestaan. De instructie dient aan iedere buitengewoon opsporingsambtenaar, die is uitgerust met handboeien ter hand te worden gesteld. b. artikelen 17 23 van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar Een procedure, gebaseerd op deen, voor de melding van het gebruik van handboeien. Over iedere melding dienen de toezichthouder en de direct toezichthouder zo spoedig mogelijk te worden geïnformeerd. c. artikel 42 van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Een procedure, gebaseerd open de circulaire van de Minister van Justitie van 28 juli 2003, inzake de behandeling van klachten over buitengewoon opsporingsambtenaren, betreffende de uitoefening van diens bevoegdheden als buitengewoon opsporingsambtenaar. Een afschrift van de klacht dient terstond aan de toezichthouder en de direct toezichthouder te worden toegezonden. Zij worden eveneens schriftelijk geïnformeerd over de wijze waarop de klacht is afgehandeld. 2003 250 29-12-2003 19-12-2003 5262132/503/AJT 2003 250 29-12-2003 19-12-2003 5262132/503/AJT 01-01-2004
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 artikel 41, eerste lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar De directeur van het gemeentelijk vervoerbedrijf RET verstrekt de toezichthouder en de direct toezichthouder overeenkomstigalle door hen gewenste informatie en voert zo nodig en desgevraagd periodiek overleg met hen. 2003 250 29-12-2003 19-12-2003 5262132/503/AJT 2003 250 29-12-2003 19-12-2003 5262132/503/AJT 01-01-2004
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 artikel 5 van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar openbaar vervoersbedrijven 2002 De directeur van het gemeentelijk vervoerbedrijf RET gaat in het, op basis van, jaarlijks, vóór 1 april over het jaar daaraan voorafgaand, met betrekking tot de buitengewoon opsporingsambtenaren werkzaam bij dit bedrijf aan de Minister van Justitie uit te brengen verslag tevens in op de doeltreffendheid en de effecten van het gebruik van handboeien. 2003 250 29-12-2003 19-12-2003 5262132/503/AJT 2003 250 29-12-2003 19-12-2003 5262132/503/AJT 01-01-2004
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2004 en vervalt met ingang van 1 september 2007. 2003 250 29-12-2003 19-12-2003 5262132/503/AJT 2003 250 29-12-2003 19-12-2003 5262132/503/AJT 01-01-2004
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit handboeien buitengewoon opsporingsambtenaar RET 2004. 2003 250 29-12-2003 19-12-2003 5262132/503/AJT 2003 250 29-12-2003 19-12-2003 5262132/503/AJT 01-01-2004