Regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 22 april 2004, Directie Arbeidsmarkt Bijzondere Groepen, nr. ABG/ESM/04/29478, houdende de vaststelling van het aanmeldingstijdvak en het beleidskader, bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de Subsidieregeling ESF-EQUAL 2004 (ESF-EQUAL Beleidskader 2004)
- BWB-id
- BWBR0016639
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Geldigheid
- 2008-12-11 t/m 2009-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0016639
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2004/esf-equal-beleidskader-2004
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2004/esf-equal-beleidskader-2004/2008-12-11
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0016639&g=2008-12-11
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0016639&z=2026-06-06&g=2008-12-11
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0016639/2008-12-11
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2004/esf-equal-beleidskader-2004
Artikel 1 — Artikel 1 Aanmeldingstijdvak#
Artikel 1 Aanmeldingstijdvak artikel 2 In het tijdvak van 1 mei 2004 tot en met 30 juni 2004 kunnen projecten worden aangemeld met het oog op reservering van subsidiemiddelen en verlening van voorbereidingssubsidie. Ten aanzien van deze subsidieaanvragen gelden de eisen en beperkingen met betrekking tot de aard van de subsidiabele projecten en de omvang van de ter beschikking staande subsidiemiddelen, als vastgelegd in het. 2004 78 23-04-2004 22-04-2004 ABG/ESM/04/29478 2004 78 23-04-2004 22-04-2004 ABG/ESM/04/29478 25-04-2004
Artikel 2 — Artikel 2 Beleidskader#
Artikel 2 Beleidskader De genoemde bedragen van de ter beschikking staande subsidiemiddelen gelden voor de periode 2004 tot en met 2007. Bij gecombineerde trajecten gaat het om maatschappelijke integratie en toeleiding naar de arbeidsmarkt van langdurig werklozen, ouderen, (her)intredende vrouwen, arbeidsgehandicapten, (ex-)gedetineerden, etnische minderheden, vluchtelingen of anderen met een complexe problematiek door aanbieding van een totaalpakket. Dergelijke trajecten kunnen inspelen op de specifieke omstandigheden en bestaan uit een combinatie van scholing, sociale activering en arbeidstoeleiding en waar nodig schuldhulpverlening en maatschappelijke dienstverlening. werkzoekenden Met duale trajecten onder thema A wordtde mogelijkheid geboden om (betaalde) arbeid(stoeleiding) met scholing (waaronder taalscholing en/of beroepskwalificerende scholing) te combineren. Deze vorm kan interessant zijn voor jongeren die het reguliere onderwijs reeds hebben verlaten, vroegtijdig schoolverlaters, etnische minderheden zonder startkwalificatie, vluchtelingen die reeds beschikken over een opleiding maar niet direct inpasbaar zijn in de Nederlandse arbeidsmarkt, nieuwkomers en oudkomers die het inburgeringsprogramma willen combineren met toeleiding naar de arbeidsmarkt. Experimenten die een verdere stroomlijning in de uitvoering van de reïntegratiepraktijk tot doel hebben en met name gericht zijn op een betere samenwerking en informatie-uitwisseling tussen instanties. Gedacht kan worden aan: Organisaties worden uitgenodigd projecten in te dienen die zich richten op: Erkenning van Elders Verworven Competenties (EVC) is een systematiek waarbij de, door een persoon eerder opgedane kennis en ervaring, wordt vastgelegd en gewaardeerd. Hierbij wordt niet alleen rekening gehouden met de diploma’s, maar met alle competenties die de desbetreffende persoon heeft opgedaan. Onder deze maatregel kunnen projecten voor werkzoekenden (voor werkenden zie EVC onder thema E) worden ingediend die: Maatregelen die erop zijn gericht om (ex-)gedetineerden met een grote afstand tot de arbeidsmarkt reeds voor het ontslag uit de strafinrichting, of anders direct erna, op een traject te plaatsen of aan een baan te helpen. Belangrijk uitgangspunt is dat de effectiviteit van interventies omhoog moet en dat vooral voorrang wordt verleend aan (de ontwikkeling) van nieuwe programma’s en maatregelen die de recidive verminderen. Tegen deze achtergrond bestaat behoefte aan projecten die zich richten op: Activiteiten gericht op de bestrijding van discriminatie op basis van geslacht, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd en seksuele geaardheid. Experimenten kunnen worden ingediend die zich richten op: ESF-EQUAL subsidie: € 36,137 miljoen. Projecten die zich exclusief richten op bestrijding van discriminatie en ongelijkheid op de arbeidsmarkt op grond van ras of etnische afkomst. Om de effecten van (vaak onbewuste) discriminatie te minimaliseren dienen betrokkenen bewust te worden gemaakt van onbedoelde discriminatiemechanismen bij de werving en selectie van personeel. Het verbeteren van de inzetbaarheid van mensen heeft echter niet alleen betrekking op de instroom in de arbeidsmarkt maar ook op de doorstroom en het voorkomen van uitstroom. Organisaties worden uitgenodigd projecten in te dienen die zich richten op: ESF-subsidie: € 2,197 miljoen. Projecten die achterstandsgroepen (m.n. ouderen, jongeren, allochtone vrouwen en vluchtelingen) stimuleren en ondersteunen via zelfstandig ondernemerschap in eigen onderhoud te voorzien. Te denken valt aan: ESF-subsidie: € 12,085 miljoen. Nederland wil de werkgelegenheid bevorderen in de ‘tertiaire sector’ door maatschappelijk nuttige activiteiten te combineren met het aanbieden van professionele begeleiding die erop gericht is langdurig werklozen en arbeidsongeschikten te leiden naar werk of maatschappelijk zinvolle activiteiten of te leiden naar herstel van hun zelfsturend vermogen. Binnen deze koppeling (verrichten van maatschappelijke activiteiten en tegelijk persoonlijke ontwikkeling/herstel) kunnen nieuwe vormen van dienstverlening structureel in de markt worden gezet. Organisaties worden uitgenodigd om deze koppeling van doelstellingen te realiseren door: ESF-subsidie: € 3,296 miljoen. Organisaties worden uitgenodigd om vernieuwende (onderwijs)methoden te ontwikkelen voor: werkenden Met duale trajecten onder thema E wordtde mogelijkheid geboden om arbeid met scholing (waaronder taalscholing en/of beroepskwalificerende scholing) te combineren. Dit houdt meer in dan het volgen van een cursus onder werktijd; het is de bedoeling dat het leren en het werken in één traject zijn ondergebracht (verg. beroepsbegeleidende leerweg). werkenden Organisaties worden uitgenodigd om duale trajecten voorte ontwikkelen waarbij: Activiteiten gericht op het op peil brengen en houden van kennis en vaardigheden van werkenden. In het kader van de mobiliteitsbevordering van werkenden worden organisaties uitgenodigd om: Daarnaast is er de trend de verantwoordelijkheid voor het op peil houden van de kennis, vaardigheden en competenties steeds meer bij de werknemer neer te leggen. Organisaties worden uitgenodigd om: Activiteiten die gericht zijn op het ontwikkelen van speciale lesprogramma’s voor specifieke doelgroepen. Gedacht kan worden aan: werkenden Maatregelen die gericht zijn op een meer eenduidige en volledige benutting van het systeem van EVC bij. Met name voor laagopgeleide werkenden kan EVC interessant zijn omdat deskundigheid opgedaan in eerdere (werk)ervaringen meeweegt bij het bepalen van het kwalificatieniveau. Daarmee wordt antwoord verkregen op de vraag welke competenties verder ontwikkeld moeten worden. Organisaties worden uitgenodigd om: Gelet op de toenemende vergrijzing, is het van belang mensen zolang mogelijk in het arbeidsproces te houden. Daarom worden organisaties uitgenodigd projecten in te dienen voor experimenten op de volgende onderwerpen: ESF-subsidie: € 16,040 miljoen. Om als individu, bedrijf en land mee te kunnen doen in de kenniseconomie is een continue investering in ICT-vaardigheden vereist. Voor burgers en groepen die het ontbreekt aan die vaardigheden brengt dat het risico van sociale uitsluiting met zich mee. Vooral ouderen, lageropgeleiden en vrouwen hebben op dit moment nog een achterstand op gebied van ICT. Organisaties worden uitgenodigd experimenten in te dienen die zich richten op: ICT kan ook worden ingezet om de reïntegratie te bevorderen en te ondersteunen. Daarom kunnen tevens projecten worden ingediend die ESF-subsidie: € 8,459 miljoen. Kinderopvang is een belangrijke voorwaarde voor het combineren van arbeid en zorg. Projecten kunnen worden ingediend die zich richten op: Nederland is het enige Europese land waar men geen ononderbroken schooldag kent. Het ontbreken daarvan in Nederland vormt één van de belangrijkste struikelblokken voor arbeidsparticipatie van vrouwen. Er kunnen projectvoorstellen worden ingediend op de volgende onderwerpen: Mantelzorg heeft grote maatschappelijke waarde en is onmisbaar in de totale zorgverlening. Sommige mantelzorgers zijn overbelast door de combinatie van betaalde arbeid en zorg. Mantelzorgers hebben baat bij een ‘zorgvriendelijke’ werkgever die flexibele arbeidsduur, werktijden en verlofmogelijkheden biedt. Er kunnen projectvoorstellen worden ingediend op de volgende onderwerpen: Daarnaast zijn projecten mogelijk op gebied van vrijwilligerswerk. Te denken valt aan: Activiteiten gericht op levensloopbeleid zijn voor verschillende groepen in de samenleving interessant: ESF-subsidie: € 17,468 miljoen. Het ‘glazen plafond’ bestaat nog steeds. Nederland hecht grote waarde aan evenredige deelname van vrouwen en mannen aan invloed en besluitvorming; dit is steeds een belangrijke doelstelling van het emancipatiebeleid geweest. Daarnaast is er in Nederland ook nog steeds sprake van horizontale segregatie (de concentratie van vrouwen en mannen in verschillende sectoren en beroepen). Projecten kunnen daarom worden ingediend die zich richten op: Een ander aspect van de genderkloof betreft de beloningsverschillen tussen mannen en vrouwen; die zijn nog steeds omvangrijk en blijken slechts langzaam af te nemen. Projecten kunnen worden ingediend die zich richten op ESF-subsidie: € 5,273 miljoen. Een asielzoeker is een vreemdeling die in afwachting is van een besluit op zijn verzoek om als vluchteling te worden toegelaten tot Nederland. Anders dan bij het programma van het Europees Vluchtelingen Fonds waar projecten gericht zijn op opvang en vrijwillige terugkeer van asielzoekers, is het in het kader van het EQUAL-programma mogelijk projecten in te dienen die een koppeling maken tussen opleiding en arbeidsmarkt. Organisaties worden uitgenodigd experimenten in te dienen die zich richten op ESF-subsidie: € 3,296 miljoen. Thema A: Verbeteren van de (her-)intredemogelijkheden op de arbeidsmarkt Gecombineerde trajecten Duale trajecten Verbetering samenwerking uitvoerende instanties (Re)integratie WAO’ers/arbeidsgehandicapten, als bedoeld in wet 2 van de Wet op de (re-)integratie arbeidsgehandicapten Erkenning van Elders Verworven Competenties als reïntegratie-instrument Toeleidingstrajecten voor (ex-)gedetineerden Gelijke behandeling/bestrijden van discriminatie Beschikbaar budget Thema B: Bestrijden van racisme op de arbeidsmarkt Bestrijden van racisme Beschikbaar budget Thema C: Scheppen van mogelijkheden om een bedrijf te starten Ondersteuning bij starten bedrijven Beschikbaar budget Thema D: Versterken van de sociale economie, in het bijzonder de maatschappelijke dienstverlening, waarbij de nadruk wordt gelegd op uitbreiding van het aantal arbeidsplaatsen en de verbetering van de kwaliteit daarvan Versterken van de sociale economie Beschikbaar budget Thema E: Scholing, bevordering van combinatie werken/leren en bevordering van integrerende manieren van werken Startkwalificatie Duale leertrajecten Een leven lang leren Scholing op maat Erkenning van Elders Verworven Competenties Vergroten arbeidsdeelname ouderen (45+) Beschikbaar budget Thema F: Versterking van het vermogen van bedrijven en mensen om gebruik te maken van de informatietechnologie en andere nieuwe technologieën Inzet ICT Beschikbaar budget Thema G: Combinatie arbeid en zorg Kinderopvang Tussenschoolse opvang Mantelzorg en werk Levensloopbeleid Beschikbaar budget Thema H: Verkleining van horizontale en verticale segregatie (genderkloof) Glazen plafond Beschikbaar budget Thema I: Asielzoekers Scholing en activering asielzoekers Beschikbaar budget • verbeteringen in de intersectorale bemiddeling voor ontslagen medewerkers om, eventueel na omscholing, in een andere sector aan de slag te komen; • ontwikkeling van een profileringsysteem voor werklozen, waarmee kan worden vastgesteld wat de kans is dat een werkloze een baan vindt zonder deelname aan een reïntegratietraject. Hieruit kan men afleiden of het nodig is dat iemand een reïntegratietraject volgt en welk type traject het meest toegesneden is op de cliënt; • methoden om de regionale samenwerking tussen reïntegratiebureaus, onderwijsorganisaties, uitkerende instanties en zorginstellingen te verbeteren; • ontwikkelen van servicecentra voor matching, c.q. bemiddeling van jongeren naar een leer-werkbaan (in plaats van naar een vacature). • experimenten waarbij met behulp van assessment het aanwezige ontwikkelingspotentieel van arbeidsgehandicapten wordt bepaald, waarna een functiegerichte scholing kan worden gevolgd en hulp wordt geboden bij de arbeidstoeleiding; • het ontwikkelen/ implementeren van assesmentmethodieken die gebruikt kunnen worden door arbeidsdeskundigen en reïntegratiebedrijven waarmee de mogelijkheden van mensen worden vastgesteld (i.t.t. het vaststellen van beperkingen gericht op afkeuren/bepalen van de uitkeringspositie zoals nu gebeurt); • het bieden van ondersteuning bij het vorm geven van Disability Management, de afstemming van arbeidsomstandigheden op de capaciteiten en beperkingen van werknemers om de inzetbaarheid van mensen met een (dreigende) arbeidshandicap te vergroten of te herstellen; • de reïntegratie van mensen die dreigen uit te vallen door een chronische ziekte zoals MS, Bechterev, reuma; • Wet sociale werkvoorziening experimenten ter ondersteuning van arbeidsgehandicapten die zijn aangewezen op de(WSW) maar gedetacheerd zijn bij reguliere bedrijven; • methoden om de regionale samenwerking tussen enerzijds reïntegratie instellingen en zorginstellingen en anderzijds tussen reïntegratie instellingen en (speciale) onderwijsinstellingen te verbeteren; • het veranderen van de beeldvorming rondom mensen met een handicap in arbeid; • het wegnemen/ondervangen van belemmeringen bij werkgevers t.a.v. het in dienst nemen/in dienst hebben van gehandicapten. • zich richten op toepassing van het systeem van EVC voor de bemiddeling naar arbeid; • een samenstel in zich hebben van het meten van eerder verworven competenties, persoonlijke opleidingsplannen, verkorte en flexibele maatwerktrajecten (bij voorkeur duaal) en leeromgevingen passend bij de leerstijlen van de deelnemers, om zo uiteindelijk de inzetbaarheid en competentieniveau van de werkzoekenden te verhogen. • het (verder) ontwikkelen van risicotaxatie-instrumenten die de kansen duidelijk moeten maken of met een deelnemer een succesvolle reïntegratie kan worden bewerkstelligd; • het (verder) ontwikkelen van methoden om competenties bij aanvang van de detentieperiode te meten en de vorderingen tijdens het verblijf in de inrichting bij te houden; • onderzoek naar en certificering van succesvolle programma’s die de recidive helpen te verminderen en de implementatie van deze programma’s vergroten in andere organisaties in de justitiële keten; • het verbeteren van de nazorg (gericht op een blijvende reïntegratie). • het ontwikkelen van gedragscodes voor gelijke behandeling bij instroom, promotie, beloning, ontslag en andere arbeidsvoorwaarden, ontwikkelen van een klachtenregeling op dit terrein en tegengaan van ongewenst gedrag (pesten en intimidatie); • methodieken voor training of bijscholing van managers, personeelsfunctionarissen, arbeidsbemiddelaars en arbo- & integratieadviseurs op het gebied van diversiteitsbeleid; • bevorderen van deelname van personen in de functies van managers, personeelsfunctionarissen, intermediairs/arbeidsbemiddelaars en arbo- & integratieadviseurs; • bevorderen van een mentaliteitsomslag bij werkgevers/werknemers ten aanzien van het ouderenbeleid met als doel de uitstroom uit het arbeidsproces te beperken en de reïntegratie te bevorderen. • het ontwikkelen van gedragscodes voor gelijke behandeling bij instroom (zoals cultuurvrije tests bij werving en selectie), promotie, beloning, ontslag en andere arbeidsvoorwaarden alsmede het ontwikkelen van een klachtenregeling op dit terrein en tegengaan van ongewenst gedrag (racisme, pesten en intimidatie); • het ontwikkelen van methodieken voor training of bijscholing van managers, personeelsfunctionarissen, arbeidsbemiddelaars en arbo- & integratieadviseurs op het gebied van diversiteitsbeleid, intercultureel personeelsbeleid; • beïnvloeden van het selectiegedrag van werkgevers en het bevorderen van de doorstroom naar hogere functies van etnische minderheden. • projecten die zich richten op beïnvloeding van de cultuur rond ondernemerschap o.m. door in het onderwijs de mogelijkheden van zelfstandig ondernemerschap nadrukkelijk te belichten en voor te bereiden; • projecten waarbij het zelfstandig ondernemerschap wordt bevorderd door bij reïntegratie van achtergestelde doelgroepen het zelfstandig ondernemerschap als een serieuze mogelijkheid te betrekken en te ondersteunen; • projecten die de hoge administratieve lasten van ondernemerschap aanpakken door een betere afstemming tussen uitvoeringsorganisaties (gemeenten, UWV, CWI); • voorlichtingsprojecten die zich richten op het in kaart brengen van de mogelijkheden om kapitaal te verwerven om een bedrijf te starten of met een bedrijf door te groeien; • projecten die maatwerkondersteuning bieden voor starters uit bovengenoemde doelgroep. • experimenten die leiden tot meer werkgelegenheid voor achterstandsgroepen bv. op terrein van gezondheidszorg, maatschappelijke dienstverlening en milieusector; • experimenten die de waarden van het landelijk gebied inzetten tot resocialisering, reïntegratie of psychisch herstel van mensen. Daarbij gaat het ook om activiteiten die uitval uit het arbeidsproces of uitval van deelname aan samenleving voorkomen. • het behalen van een startkwalificatie voor werkenden en werkzoekenden voor wie regulier onderwijs geen passende vorm van scholing biedt. De belangstelling gaat met name uit naar onderwijstrajecten voor risicojongeren, allochtone vrouwen, herintreedsters, ouderen, vluchtelingen / nieuwkomers zonder (erkende) of met een lage vooropleiding, en (ex-)gedetineerden. • bij voorkeur een relatie gelegd wordt met het erkennen van de Elders Verworven Competenties als begin- en/of eindpunt van het traject. • experimenten in te dienen die zich richten op sectoroverschrijdende scholing. • modellen te ontwikkelen en uit te testen voor een eigen budget/voucher voor laagopgeleide werknemers. • scholing in het kader van inburgeringsprogramma’s met moedervriendelijke agenda’s (lestijden die aansluiten bij schooltijden en voorzieningen voor opvang van de jongere kinderen), gefaseerde inburgeringsprogramma’s, taallessen tijdens inburgeringstrajecten in aparte vrouwengroepen, en speciale herintredingsprogramma’s; • gerichte scholing voor herintreedsters aan bijvoorbeeld de vrouwenvakschool; • projecten waardoor deelname van meisjes en vrouwen aan technisch onderwijs op verschillende niveaus wordt bevorderd; • verbetering scholingsaanbod voor oudere werknemers; • (bij)scholingstrajecten waarmee, in hun moederland opgeleide vluchtelingen aansluiting krijgen op het kwalificatieniveau van de Nederlandse arbeidsmarkt. • projecten in te dienen die een systematisch en uniform gebruik van EVC bevorderen; • nieuwe methoden te ontwikkelen op gebied van EVC. • stimuleren van beroepsmobiliteit van oudere werknemers in- of tussen branches/ sectoren; • aanpassen van arbo-beleid ter vermindering van fysieke belasting oudere werknemers; • het creëren van de mogelijkheid voor werknemers die in de uittreedfase komen om vrijwilligerswerk en betaalde arbeid te combineren; • vergroten van mogelijkheden tot deeltijdarbeid. • ontwikkelen van methoden voor inzet van ICT bij scholing van groepen met een achterstand; • verbetering van de toegankelijkheid van ICT en Internetvaardigheden voor personen in een achterstandspositie. • door gebruikmaking van ICT, de match tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt substantieel verbeteren, speciaal ten behoeve van groepen met een achterstand; • het gebruik van ICT ter verbetering van de mogelijkheden tot arbeidsdeelname van arbeidsgehandicapten. • bevordering van diversiteit in de kinderopvang met als doel de toegankelijkheid van de kinderopvang voor allochtone kinderen te bevorderen (hierbij kan o.a. worden gedacht aan de ontwikkeling van een pedagogische praktijk voor deze groepen); • bevordering van gastouderopvang, waarbij gedacht wordt aan het doen van onderzoek naar de verschillen tussen gastouderopvang in Nederland en andere landen en het bruikbaar maken voor de Nederlandse praktijk van dergelijk onderzoek; • bevorderen van de toegankelijkheid van de reguliere kinderopvang voor kinderen met een handicap. Hierbij wordt o.a. gedacht aan de ontwikkeling van een vraagbaakfunctie voor ouders en leidsters met vragen over de opvang van kinderen met een handicap; • het zichtbaar maken van informele vormen van kinderopvang onder met name allochtone ouders en de mogelijkheden om deze vormen aanvullend te laten zijn op de Wet basisvoorziening kinderopvang (WBK) en aldus de reguliere opvang beter toegankelijker te maken voor allochtonen. • activiteiten die de professionalisering van personeel voor de tussenschoolse opvang bevorderen; • activiteiten die gericht zijn op het voor kinderen plezierig vorm geven van een ononderbroken schooldag; • het aangaan van strategische samenwerkingsverbanden om resultaten te verbreden, institutionalisering te bevorderen en verkokering tussen opvang en onderwijs tegen te gaan. Hierbij kan gedacht worden aan gemeenten, ministeries, politici, onderwijsorganisaties, organisaties in de kinderopvang, buurt- en welzijnsorganisaties. • activiteiten die werkende mantelzorgers ondersteunen in de combinatie mantelzorg & werk, die ondersteuning en verlichting bieden in de taakbelasting van werkende mantelzorger; • activiteiten die bijdragen aan ‘zorgvriendelijk/mantelzorgvriendelijk’ beleid aan de kant van werkgevers; • verspreiden van ‘good practices’ van steun aan werkende mantelzorgers en voorbeelden van goed werkgeverschap t.b.v. deze groep werknemers. • projecten die nieuwe vormen van werknemersvrijwilligerswerk mogelijk maken en dit een plaats geven binnen het Human Resource Management-beleid. 1. Gezinnen in de ‘spitsuurfase’ van hun levensloop, waarin werk en zorgtaken gecombineerd moeten worden. Er is behoefte aan maatregelen die arbeid en zorg eenvoudiger maken door bijvoorbeeld werktijden aan te passen en meer flexibele verlofregelingen te realiseren waardoor stress en burnout kunnen worden voorkomen. Er kunnen projectvoorstellen worden ingediend op het volgende onderwerp: • experimenten die bijdragen aan de ontwikkeling van een beter levensloopbeleid in bedrijven en bij de overheid. 2. Jongeren, die nog belangrijke keuzes moeten maken met verstrekkende gevolgen voor de toekomst. Het ter discussie stellen van de effecten van seksespecifieke keuzes en het bevorderen van meer keuzevrijheid is een belangrijke insteek bij het onderwerp ‘levensloop en de jongere generatie’. Beoogd wordt dat meer jongeren het belang inzien van economische zelfstandigheid van zowel vrouwen als mannen en weten op welke wijze zij dit kunnen realiseren. Projecten kunnen worden ingediend op de volgende onderwerpen: • het bevorderen bij jongeren van het maken van bewuste keuzes in hun leven op gebied van werk, scholing, zelfstandigheid en gezinsverantwoordelijkheid; • projecten die de resultaten van succesvolle trajecten met jongeren verder doorontwikkelen en implementeren. Hierbij kan gedacht worden aan het omzetten van deze resultaten in bijvoorbeeld keuzebegeleidingsmateriaal voor het onderwijs, voor trajectbegeleiders, voor sociaal werkers/jongerenwerkers, voor gebruik in moskeeën e.d. • activiteiten die een bijdrage leveren aan de vermindering van horizontale segregatie tussen mannen en vrouwen in beroepen, functies en sectoren. Hierbij ligt het accent op technische sectoren en relatief jonge economische sectoren als de ICT-branche; • activiteiten die de carrièremogelijkheden van vrouwen en hun toegang tot leidinggevende functies en invloedrijke posities bevorderen. Met name projecten die zich richten op: a. de loopbaankansen van allochtone vrouwen; b. sectoren waar vrouwen sterk vertegenwoordigd zijn op de werkvloer, maar waar zich dit niet vertaalt op leidinggevend niveau (bijv. zorg en onderwijs). • activiteiten die zich richten op het doorontwikkelen en implementeren van eerder opgedane positieve en negatieve ervaringen (good practices, tips en tools). • het opheffen van (oorzaken van) ongerechtvaardigde beloningsverschillen binnen organisaties. • het ontwikkelen van vernieuwende, korte en flexibele onderwijsmethoden waarbij rekening wordt gehouden met een mogelijke terugkeer naar het land van herkomst; • Wet arbeid vreemdelingen het verbeteren van de samenwerking met werkgevers om meer gebruik te kunnen maken van de mogelijkheden voor asielzoekers om werkervaring op te doen binnen het kader van de; • Wet arbeid vreemdelingen bemiddeling, werving en selectie van asielzoekers naar werk passend bij hun opleidingsachtergrond en werkervaring, voor zover dit in overeenstemming is met de; • Het ontwikkelen van een ketengerichte aanpak die leidt tot maatwerk voor asielzoekers, rekening houdend met specifieke doelgroepen, bijvoorbeeld analfabeten, getraumatiseerde asielzoekers, vrouwen of AMA’s. 2004 78 23-04-2004 22-04-2004 ABG/ESM/04/29478 2004 78 23-04-2004 22-04-2004 ABG/ESM/04/29478 25-04-2004
Artikel 2a — Artikel 2a Gevolgen Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen#
Artikel 2a Gevolgen Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen artikel 2 Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen artikel 2 van de Wet op de (re-)ïntegratie Voor de toepassing vanwordt voor zover de subsidiemiddelen betrekking hebben op de periode vanaf 29 december 2005 met ingang van die datum op de plaats van ‘WAO’ tevens gelezen:, en op de plaats van ‘arbeidsgehandicapten’ of ‘arbeidsgehandicapten, als bedoeld in’: personen met een structurele functionele beperking en gedeeltelijk arbeidsgeschikten. 2005 249 22-12-2005 16-12-2005 SV/AL/05/102177 2005 249 22-12-2005 16-12-2005 SV/AL/05/102177 29-12-2005
Artikel 3 — Artikel 3 Inwerkingtreding#
Artikel 3 Inwerkingtreding 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2010. 2 In afwijking van het eerste lid, blijft het ESF-EQUAL Beleidskader 2004, zoals dat luidt op 31 december 2009, van toepassing op de afwikkeling van de subsidie op grond van die regeling. 2008 239 09-12-2008 28-11-2008 AM/BR/2008/32064 2008 239 09-12-2008 28-11-2008 AM/BR/2008/32064 11-12-2008
Artikel 4 — Artikel 4 Citeertitel#
Artikel 4 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: ESF-EQUAL Beleidskader 2004. 2004 78 23-04-2004 22-04-2004 ABG/ESM/04/29478 2004 78 23-04-2004 22-04-2004 ABG/ESM/04/29478 25-04-2004