Mandaatbesluit artikelen 26, 90b en 90c van de Wet toezicht kredietwezen 1992
- BWB-id
- BWBR0016079
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Financiën
- Geldigheid
- 2005-01-14 t/m 2006-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0016079
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2004/mandaatbesluit-artikelen-26-90b-en-90c-van-de-wet-toezicht-k
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2004/mandaatbesluit-artikelen-26-90b-en-90c-van-de-wet-toezicht-k/2005-01-14
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0016079&g=2005-01-14
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0016079&z=2026-06-06&g=2005-01-14
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0016079/2005-01-14
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2004/mandaatbesluit-artikelen-26-90b-en-90c-van-de-wet-toezicht-k
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan ander: de Minister: de Minister van Financiën; de Bank: De Nederlandsche Bank NV; Wet toezicht kredietwezen 1992 de wet: de; artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, van de wet artikel 6 van de wet kredietinstelling: een kredietinstelling als bedoeld in, die een vergunning heeft verkregen als bedoeld in; artikel 24 van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 artikel 11 van de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf verzekeraar: een verzekeraar met zetel in Nederland die beschikt over een vergunning als bedoeld in, dan wel een verzekeraar met zetel in Nederland die beschikt over een vergunning als bedoeld in; 2003 247 22-12-2003 11-12-2003 FM2003-01466M 2003 247 22-12-2003 11-12-2003 FM2003-01466M 01-01-2004
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 artikel 26, eerste lid, van de wet artikel 23, eerste lid, van de wet De Bank beslist ingevolgevanwege de Minister op aanvragen tot het verkrijgen van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in, met uitzondering van aanvragen tot: 1. artikel 23, eerste lid, onder b, van de wet het houden, verwerven dan wel vergroten van een gekwalificeerde deelneming als bedoeld indoor een kredietinstelling die gerekend naar balanstotaal per ultimo van het jaar voorafgaand aan de aanvraag behoorde tot de grootste vijf kredietinstellingen in: a. een andere kredietinstelling die gerekend naar balanstotaal per ultimo van het jaar voorafgaand aan de aanvraag behoorde tot de grootste vijf kredietinstellingen; b. een buitenlandse kredietinstelling in de zin van artikel 1 van de Richtlijn, indien het balanstotaal van de te verwerven kredietinstelling per ultimo van het jaar voorafgaand aan de aanvraag meer bedraagt dan 5% van het balanstotaal van de verwervende kredietinstelling per ultimo van het jaar voorafgaand aan de aanvraag; c. een verzekeraar die gerekend naar bruto premie-inkomen per ultimo van het jaar voorafgaand aan de aanvraag behoorde tot de grootste vijf verzekeraars. 2. artikel 23, eerste lid, onder e, van de wet het aangaan van een fusie als bedoeld indoor een kredietinstelling die gerekend naar balanstotaal per ultimo van het jaar voorafgaand aan de aanvraag behoorde tot de grootste vijf kredietinstellingen met: a. een andere kredietinstelling die gerekend naar balanstotaal per ultimo van het jaar voorafgaand aan de aanvraag behoorde tot de grootste vijf kredietinstellingen; b. een buitenlandse kredietinstelling in de zin van artikel 1 van de Richtlijn, indien het balanstotaal van de te verwerven onderneming of instelling per ultimo van het jaar voorafgaand aan de aanvraag meer bedraagt dan 5% van het balanstotaal van de verwervende kredietinstelling per ultimo van het jaar voorafgaand aan de aanvraag. 2005 8 12-01-2005 06-01-2005 FM2004-01569M 2005 8 12-01-2005 06-01-2005 FM2004-01569M 14-01-2005 15-09-2004
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 26, eerste lid, van de wet artikel 24, eerste lid, van de wet De Bank beslist ingevolgevanwege de Minister op aanvragen tot het verkrijgen van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in, met uitzondering van aanvragen tot het houden, verwerven dan wel vergroten van een gekwalificeerde deelneming dan wel tot het uitoefenen van enige zeggenschap verbonden aan een gekwalificeerde deelneming in een kredietinstelling die gerekend naar balanstotaal per ultimo van het jaar voorafgaand aan de aanvraag behoorde tot de grootste vijf kredietinstellingen door: a. een kredietinstelling die gerekend naar balanstotaal per ultimo van het jaar voorafgaand aan de aanvraag behoorde tot de grootste vijf kredietinstellingen; b. een verzekeraar die gerekend naar bruto premie-inkomen per ultimo van het jaar voorafgaand aan de aanvraag behoorde tot de grootste vijf verzekeraars; c. een ieder die niet behoort tot de onder a en b bedoelde categorieën, in geval van een belang van meer dan 20%. 2 artikel 25a, tweede lid, van de wet artikel 24, eerste lid, van de wet De Bank kan ingevolgeaan een verklaring van geen bezwaar beperkingen stellen of voorwaarden verbinden, indien zij vanwege de Minister beslist op aanvragen tot het verkrijgen van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in. 2003 247 22-12-2003 11-12-2003 FM2003-01466M 2003 247 22-12-2003 11-12-2003 FM2003-01466M 01-01-2004
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Vervallen 2005 8 12-01-2005 06-01-2005 FM2004-01569M 2005 8 12-01-2005 06-01-2005 FM2004-01569M 14-01-2005 15-09-2004
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 artikel 23, vierde en vijfde lid artikel 24, vierde en zesde lid, van de wet De Bank stelt ingevolge, envanwege de Minister de onderscheiden termijnen vast ten aanzien van door de Minister voor de inwerkingtreding van dit besluit afgegeven verklaringen van geen bezwaar, indien de Bank op grond van dit besluit bevoegd zou zijn vanwege de Minister te beslissen op de aanvraag tot het verkrijgen van de verklaring van geen bezwaar. 2003 247 22-12-2003 11-12-2003 FM2003-01466M 2003 247 22-12-2003 11-12-2003 FM2003-01466M 01-01-2004
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 artikel 25a, derde lid, van de wet De Bank kan ingevolgevanwege de Minister aan de verklaring van geen bezwaar de in dat artikellid bedoelde gewijzigde voorschriften verbinden: a. in de gevallen waarin de Bank vanwege de Minister heeft beslist op de aanvraag tot het verkrijgen van de verklaring van geen bezwaar; b. in de gevallen waarin de Minister heeft beslist op de aanvraag tot het verkrijgen van de verklaring van geen bezwaar, indien de Bank op grond van dit besluit vanwege de Minister bevoegd zou zijn geweest te beslissen op de aanvraag tot het verkrijgen van de verklaring van geen bezwaar. 2003 247 22-12-2003 11-12-2003 FM2003-01466M 2003 247 22-12-2003 11-12-2003 FM2003-01466M 01-01-2004
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 artikel 26, zevende lid, van de wet De Bank beslist ingevolgevanwege de Minister tot het wijzigen of intrekken van een door de Minister voor de inwerkingtreding van dit besluit afgegeven verklaring van geen bezwaar, indien de Bank op grond van dit besluit vanwege de Minister bevoegd zou zijn geweest te beslissen op de aanvraag tot het verkrijgen van de verklaring van geen bezwaar. 2005 8 12-01-2005 06-01-2005 FM2004-01569M 2005 8 12-01-2005 06-01-2005 FM2004-01569M 14-01-2005 15-09-2004
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 De Bank oefent in de gevallen, waarin zij op grond van dit besluit bevoegd is vanwege de Minister verklaringen van geen bezwaar te verlenen en daarmee samenhangende bevoegdheden uit te oefenen, de volgende bevoegdheden uit: 1. artikel 90b, eerste lid, van de wet artikelen 23, eerste, derde, vierde en vijfde lid 24, eerste, derde, vierde en zesde lid 25a, tweede en derde lid 26, achtste lid, van de wet het opleggen van een last onder dwangsom als bedoeld interzake van overtreding van voorschriften, gesteld bij of krachtens de,,,; 2. artikel 90c, eerste lid, van de wet artikelen 23, eerste, derde, vierde en vijfde lid 24, eerste, derde, vierde en zesde lid 25a, tweede en derde lid 26, achtste lid, van de wet het opleggen van een bestuurlijke boete als bedoeld interzake van overtreding van voorschriften, gesteld bij of krachtens de,,,; 3. Hoofdstuk XIIIB van de wet artikelen 23, eerste, derde, vierde en vijfde lid 24, eerste, derde, vierde en zesde lid 25a, tweede en derde lid 26, achtste lid, van de wet de bevoegdheden, bedoeld in, die noodzakelijk zijn met betrekking tot het opleggen van een last onder dwangsom of een bestuurlijke boete terzake van overtreding van voorschriften, gesteld bij of krachtens de,,,. 2005 8 12-01-2005 06-01-2005 FM2004-01569M 2005 8 12-01-2005 06-01-2005 FM2004-01569M 14-01-2005 15-09-2004
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Een document dat is opgesteld door de Bank en waarin is vastgelegd een besluit of handeling genomen respectievelijk verricht op grond van dit besluit, vermeldt aan het slot: ‘De Minister van Financiën, namens deze: De Nederlandsche Bank NV,’. 2003 247 22-12-2003 11-12-2003 FM2003-01466M 2003 247 22-12-2003 11-12-2003 FM2003-01466M 01-01-2004
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 artikelen 2 3 De Bank treedt in overleg met de Minister, indien in bijzondere gevallen sprake is van handelingen die de structuur van de financiële sector in zijn wezen raken, ook wanneer op die handelingen het gestelde in deenvan toepassing zou zijn. 2005 8 12-01-2005 06-01-2005 FM2004-01569M 2005 8 12-01-2005 06-01-2005 FM2004-01569M 14-01-2005 15-09-2004
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Het mandaat verleend bij brief van 19 december 1994, kenmerk BGW 94/1410-U, wordt ingetrokken. 2003 247 22-12-2003 11-12-2003 FM2003-01466M 2003 247 22-12-2003 11-12-2003 FM2003-01466M 01-01-2004
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst en treedt in werking met ingang van 1 januari 2004. 2003 247 22-12-2003 11-12-2003 FM2003-01466M 2003 247 22-12-2003 11-12-2003 FM2003-01466M 01-01-2004
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Dit besluit wordt aangehaald als: Mandaatbesluit artikelen 26, 90b en 90c van de Wet toezicht kredietwezen 1992. 2003 247 22-12-2003 11-12-2003 FM2003-01466M 2003 247 22-12-2003 11-12-2003 FM2003-01466M 01-01-2004