Regeling doven luchtvaartuiglichten militaire luchtvaartuigen
- BWB-id
- BWBR0017552
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Defensie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2014-12-12
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0017552
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2004/regeling-doven-luchtvaartuiglichten-militaire-luchtvaartuige
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2004/regeling-doven-luchtvaartuiglichten-militaire-luchtvaartuige/2014-12-12
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0017552&g=2014-12-12
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0017552&z=2026-06-06&g=2014-12-12
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0017552/2014-12-12
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2004/regeling-doven-luchtvaartuiglichten-militaire-luchtvaartuige
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 artikel 13, onderdeel a, van de Regeling minimum VFR-vlieghoogten en VFR-vluchten buiten de daglichtperiode voor militaire vliegtuigen en helikopters Onverminderdgelden ten aanzien van vluchten met militaire luchtvaartuigen, waarbij door het doel van de vlucht niet kan worden voldaan aan paragraaf SERA.3215 van verordening (EU) nr. 923/2012 met betrekking tot het voeren van luchtvaartuiglichten, de volgende nadere regels: a. de noodzaak tot het uitvoeren van de vlucht, of een deel daarvan, met gedoofde luchtvaartuiglichten blijkt uit de vluchtopdracht; b. bij het uitschakelen van de luchtvaartuiglichten wordt, indien aanwezig aan boord van het militaire luchtvaartuig, de nachtzichtapparatuur ingeschakeld; c. er wordt, voor zover als mogelijk is en voor zover de vluchtopdracht zich daartegen niet verzet, radiocontact onderhouden met de voor het betreffende luchtruim verantwoordelijke gevechtsleidings- of luchtverkeersdienstverleningsinstanties; d. het militaire luchtvaartuig is uitgerust met een functionerend radar beantwoordingsysteem (SSR-transponder) en gedurende (het gedeelte van) de vlucht worden de opgedragen Secundary Surveillance Radar Transponder mode en code gevoerd. Indien een bijzondere taakstelling vereist dat de aanwezige SSR-transponder gedurende (een gedeelte van) de vlucht niet wordt ingeschakeld, wordt de voor het luchtruim verantwoordelijke gevechtsleidings- of luchtverkeersdienstverleningsinstantie hierover geïnformeerd; en e. het uitvoeren van opleidings- en trainingsvluchten met gedoofde lichten binnen het vluchtinformatiegebied Amsterdam vindt uitsluitend plaats in daartoe aangewezen tijdelijke gebieden met beperkingen of oefengebieden of in een temporary reserved airspace (TRA). 2014 35708 11-12-2014 08-12-2014 BS2014037032 2014 492 11-12-2014 05-12-2014 12-12-2014 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit luchtverkeer
2014 in werking treedt.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 artikelen 2, tweede lid 4 van het Besluit luchtverkeer 2014 Deze regeling berust op de, en. 2014 35708 11-12-2014 08-12-2014 BS2014037032 2014 492 11-12-2014 05-12-2014 12-12-2014 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit luchtverkeer
2014 in werking treedt.
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 2004 235 06-12-2004 19-11-2004 C2004012287 2004 235 06-12-2004 19-11-2004 C2004012287 08-12-2004
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling doven luchtvaartuiglichten militaire luchtvaartuigen. 2004 235 06-12-2004 19-11-2004 C2004012287 2004 235 06-12-2004 19-11-2004 C2004012287 08-12-2004