Regeling van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 8 september 2004, nr. EV2004084072, houdende regels met betrekking tot afstanden en de wijze van berekening van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico ter uitvoering van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Regeling externe veiligheid inrichtingen)
- BWB-id
- BWBR0017168
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- 2020-04-01 t/m 2023-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0017168
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2004/regeling-externe-veiligheid-inrichtingen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2004/regeling-externe-veiligheid-inrichtingen/2020-04-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0017168&g=2020-04-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0017168&z=2026-06-06&g=2020-04-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0017168/2020-04-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2004/regeling-externe-veiligheid-inrichtingen
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 a. Besluit externe veiligheid inrichtingen besluit:; b. bijlage: de bij deze regeling behorende bijlage; c. artikel 4, vijfde lid, onderdelen a tot en met d, van het besluit categoriale inrichting: inrichting als bedoeld in; d. Handleiding Risicoberekeningen: Handleiding Risicoberekeningen Bevi, versie nr. 4, uitgave 2019; e insluitsysteem: een of meer toestellen, waarvan de eventuele onderdelen blijvend met elkaar in open verbinding staan en die bestemd zijn om een of meer stoffen te omsluiten, waarbij een verlies van inhoud van een insluitsysteem niet leidt tot het vrijkomen van significante hoeveelheden gevaarlijke stof uit andere insluitsystemen; f. titel 9.2 van de Wet milieubeheer licht ontvlambare stof: stof die overeenkomstig deis aangeduid met het symbool F; g. meststoffen groep 2: vaste minerale anorganische meststoffen behorende tot groep 2 als bedoeld in PGS 7; h. PGS: Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen, gepubliceerd onder verantwoordelijkheid van de Ministeries van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Verkeer en Waterstaat; i. PGS 7: publicatie nr. 7 van de PGS, getiteld ‘Opslag van vaste minerale anorganische meststoffen’, uitgave 2007; j. PGS 15: publicatie nr. 15 van de PGS, getiteld ‘Opslag van verpakte gevaarlijke stoffen’, uitgave 2005; k. propaan: product, hoofdzakelijk bestaande uit propaan en propeen, met geringe hoeveelheden ethaan, butanen en butenen, voor zover de dampspanning bij 343 Kelvin (70 graden Celsius) ten hoogste 3100 kilopascal (31 bar) bedraagt; l. rekenmethodiek Bevi: rekenmethodiek, bestaande uit Safeti-NL en de Handleiding Risicoberekeningen Bevi; m. Safeti-NL: softwareprogramma voor de berekening van risico’s, getiteld Safeti-NL versie nr. 8, uitgave 2019; n. titel 9.2 van de Wet milieubeheer vergiftige stof: stof die overeenkomstig deis aangeduid met het symbool T; o. titel 9.2 van de Wet milieubeheer zeer licht ontvlambare stof: stof die overeenkomstig deis aangeduid met het symbool F+, en p. titel 9.2 van de Wet milieubeheer zeer vergiftige stof: stof die overeenkomstig deis aangeduid met het symbool T+. 2020 9262 28-02-2020 27-02-2020 IENW/BSK-2020/22376 2020 9262 28-02-2020 27-02-2020 IENW/BSK-2020/22376 01-04-2020 Artikel IV van Stcrt. 2020/9262 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 1a — Artikel 1a#
Artikel 1a artikel 2, eerste lid, onderdeel c, van het besluit bijlage 3 Als spoorwegemplacement als bedoeld inworden aangewezen de spoorwegemplacementen, genoemd in. 2007 66 03-04-2007 20-03-2007 EV\2007030367 2007 66 03-04-2007 20-03-2007 EV\2007030367 68 05-04-2007 01-07-2007 Inwerkingtreding voorheen door Stcrt. 2007/66 gesteld op 3 juli 2007.
Artikel 1b — Artikel 1b#
Artikel 1b artikel 2, eerste lid, onderdeel d, van het besluit Als inrichtingen als bedoeld inworden aangewezen: a. inrichtingen waar meer dan 1.500 kg ammoniak in een insluitsysteem aanwezig is, niet zijnde een onderdeel van een koel- of vriesinstallatie met ammoniak; b. 3 inrichtingen waar meer dan 150mzeer licht ontvlambare of licht ontvlambare vloeistof in een bovengronds insluitsysteem aanwezig is; c. 3 inrichtingen waar acetyleen in een insluitsysteem met een inhoud van meer dan 13 maanwezig is; d. inrichtingen waar propaan aanwezig is in een insluitsysteem met een inhoud van: 1°. 3 3 3 meer dan 13 men ten hoogste 50 men met een jaarlijkse doorzet van meer dan 600 m; 2°. 3 meer dan 50 m; e. inrichtingen waar een cyanidehoudend bad ten behoeve van het aanbrengen van metaallagen aanwezig is met een inhoud van meer dan 100 liter; f. inrichtingen waar een vergiftige of zeer vergiftige stof, niet zijnde benzine of methanol, in een insluitsysteem met een inhoud van meer dan 1.000 liter aanwezig is; g. inrichtingen waar in enige opslagvoorziening een vergiftige of zeer vergiftige stof in gasflessen aanwezig is en waarbij de totale waterinhoud van de gasflessen met vergiftige of zeer vergiftige inhoud in die opslagvoorziening meer bedraagt dan 1.500 liter; h. inrichtingen waar aardgasdruk gereduceerd wordt of aardgashoeveelheid gemeten wordt, voor zover de gastoevoerleiding een grotere diameter heeft dan 20 inch, en i. artikel 1, onderdeel n, van de Mijnbouwwet inrichtingen die een mijnbouwwerk zijn als bedoeld in, bestemd voor de winning, opslag, bewerking of het gereedmaken voor transport van gevaarlijke stoffen, met uitzondering van: 1° artikel 1, onderdeel o, van de Mijnbouwwet mijnbouwinstallaties als bedoeld in, en 2° artikel 2, eerste lid, onderdeel a, van het besluit inrichtingen als bedoeld in. 2015 14437 18-06-2015 04-06-2015 IENM/BSK-2015/26040 2015 14437 18-06-2015 04-06-2015 IENM/BSK-2015/26040 01-07-2015 Artikel II van Stcrt. 2015/14437 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 1c — Artikel 1c#
Artikel 1c artikel 2, eerste lid, onderdeel h Als inrichtingen als bedoeld in, van het besluit worden aangewezen: a. inrichtingen waar meer dan 100.000 kg meststoffen groep 2 worden opgeslagen, en b. 3 3 3 inrichtingen waar propaan in een insluitsysteem aanwezig is met een inhoud van meer dan 13 men ten hoogste 50 men waar de jaarslijkse doorzet van propaan ten hoogste 600 mbedraagt. 2015 14437 18-06-2015 04-06-2015 IENM/BSK-2015/26040 2015 14437 18-06-2015 04-06-2015 IENM/BSK-2015/26040 01-07-2015
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikelen 4, vijfde lid 5, derde lid, van het besluit De afstanden tot al dan niet geprojecteerde kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten, bedoeld in de, en, zijn de afstanden die zijn vermeld in of volgen uit: a. bijlage 1, tabel 1 artikel 4, vijfde lid, onderdeel a, van het besluit , indien het risico wordt veroorzaakt door een LPG-tankstation als bedoeld in; b. bijlage 1, tabel 3 artikel 4, vijfde lid, onderdeel b, van het besluit , indien het risico wordt veroorzaakt door een inrichting waar verpakte gevaarlijke afvalstoffen of verpakte gevaarlijke stoffen, niet zijnde nitraathoudende kunstmeststoffen, worden opgeslagen als bedoeld in; c. vervallen; d. bijlage 1, tabel 6 artikel 4, vijfde lid, onderdeel c, van het besluit , indien het risico wordt veroorzaakt door een inrichting waarin een koel- of vriesinstallatie aanwezig is als bedoeld in; e. bijlage 1, tabel 7 artikel 4, vijfde lid, onderdeel c, van het besluit , indien het risico wordt veroorzaakt door een inrichting waarin meerdere koel- of vriesinstallaties als bedoeld inin een machinekamer aanwezig zijn; f. bijlage 1, tabel 8 artikel 1c, onderdeel a , indien het risico wordt veroorzaakt door een richting als bedoeld in, en g. bijlage 1, tabellen 9 en 10 artikel 1c, onderdeel b , indien het risico wordt veroorzaakt door een inrichting als bedoeld in. 2 bijlage 1, tabel 3 Voor de toepassing van, geldt dat: a. indien binnen een opslagvoorziening het zwavelgehalte, uitgedrukt in gewichtspercentage, danwel het gehalte van chloor, fluor en broom gezamenlijk, uitgedrukt in gewichtspercentage, hoger is dan de in tabel 3 genoemde stikstofcategorie, de afstand behorende bij de in de tabel 3 daarop volgende hogere stikstofcategorie wordt gehanteerd, en b. artikel 4, eerste tot en met vierde lid artikel 15 van het besluit indien er sprake is van een sterk wisselende, op het moment van de aanvraag om een vergunning als bedoeld in, junctoonbekende, samenstelling van de aanwezige gevaarlijke stoffen, bij de toepassing van tabel 3 een stikstofgehalte van 10% wordt gehanteerd. 3 bijlage 1, tabel 6 Voor de toepassing van: a. is de hoogste afscheider- of verdampingstemperatuur bepalend. Indien die hoogste temperatuur wordt bepaald door een afscheidervat waarin minder dan 400 kg ammoniak aanwezig is, mag in afwijking van de vorige zin de afstand worden toegepast die behoort bij de werktemperatuur die heerst in het afscheidervat met de op een na hoogste werktemperatuur, en b. wordt, indien de desbetreffende installatie niet is uitgerust met een pompbeveiliging, de bij de opstellingsuitvoeringen 2 en 3 vermelde afstand vermeerderd met 30 meter. 4 bijlage 1, tabel 7 Voor de toepassing van, wordt, indien een of meer van de installaties in opstellingsuitvoering 2 of 3 niet is uitgerust met een pompbeveiliging, de afstand die volgt uit tabel 7 vermeerderd met 30 meter. 5 artikelen 3.1, eerste tot en met derde lid 3.6, eerste lid 3.26, eerste lid 3.28, eerste lid 4.2, eerste lid 4.4, eerste lid, onder a, van de Wet ruimtelijke ordening artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2º of 3º, of tweede lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht artikel 11 van de Woningwet artikel 2.30 2.31, eerste lid, aanhef en onder b, of tweede lid, aanhef en onder b, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht –5 Indien bij de vaststelling van een besluit als bedoeld in de,,,,, ofen bij het verlenen van een omgevingsvergunning waarbij met toepassing vanvan het bestemmingsplan of de beheersverordening wordt afgeweken dan wel krachtensvan de bouwverordening wordt afgeweken zodanige voorschriften aan dat besluit zijn verbonden of op zodanige wijze toepassing is gegeven aanof, dat binnen drie jaar na vaststelling van dat besluit aan de afstanden, bedoeld in het eerste lid, voorzover het betreft kwetsbare objecten, wordt voldaan, zijn, in afwijking van dat lid, gedurende die drie jaar de in acht te nemen afstanden tot de op het tijdstip van vaststelling van dat besluit aanwezige kwetsbare objecten, de op dat tijdstip bestaande afstanden, indien die afstanden groter zijn dan de afstanden die overeenkomen met de risicocontour 10per jaar. 2015 14437 18-06-2015 04-06-2015 IENM/BSK-2015/26040 2015 14437 18-06-2015 04-06-2015 IENM/BSK-2015/26040 01-07-2015
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 4, zesde lid, van het besluit artikel 5, vierde lid, van het besluit De inrichtingen, bedoeld in, en de gevallen, bedoeld in, waarvoor het plaatsgebonden risico, in afwijking van artikel 4, vijfde lid, onderscheidenlijk artikel 5, derde lid, van het besluit, mag worden berekend, zijn: a. artikel 4, vijfde lid, onderdeel b, van het besluit artikel 5, eerste en tweede lid, van het besluit de inrichtingen, bedoeld in, onderscheidenlijk de besluiten, bedoeld in, voor zover die besluiten betrekking hebben op een gebied dat geheel of gedeeltelijk ligt binnen het invloedsgebied van een inrichting als bedoeld in artikel 4, vijfde lid, onderdeel b, van het besluit, en b. artikel 1c, onderdeel b artikel 5, eerste en tweede lid, van het besluit de inrichtingen, bedoeld in, onderscheidenlijk de besluiten, bedoeld in, voor zover die besluiten betrekking hebben op een gebied dat geheel of gedeeltelijk ligt binnen het invloedsgebied van een inrichting als bedoeld in artikel 1c, onderdeel b. 2 Indien het bevoegd gezag toepassing geeft aan het eerste lid, wordt: a. het plaatsgebonden risico berekend met gebruikmaking van de rekenmethodiek Bevi, en b. artikel 1.1 van het Bouwbesluit 2012 ten aanzien van besluiten als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, in het belang van een doelmatige brandbestrijding en brandpreventie een zodanige afstand, gerekend vanaf de uitwendige scheidingsconstructie, bedoeld in, van het gebouw of het onderdeel daarvan of van de buitenzijde van de opslagplaats in de buitenlucht, waar verpakte gevaarlijke afvalstoffen of verpakte gevaarlijke stoffen, niet zijnde nitraathoudende kunstmeststoffen worden opgeslagen, tot al dan niet geprojecteerde kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten in acht genomen, dat dat gebouw of dat onderdeel daarvan of die opslagplaats bij brand voldoende bereikbaar is en dat het overslaan van brand naar andere gebouwen of opslagplaatsen wordt voorkomen. 2015 14437 18-06-2015 04-06-2015 IENM/BSK-2015/26040 2015 14437 18-06-2015 04-06-2015 IENM/BSK-2015/26040 01-07-2015
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikelen 6, eerste lid 7, eerste lid 8, eerste en derde lid 17, eerste lid 18, eerste lid 24, eerste lid, van het besluit artikelen 6, tweede lid 7, tweede lid 8, tweede lid, van het besluit Aan de grenswaarden, genoemd in de,,,,, en, en aan de richtwaarden, genoemd in de,, en, wordt voldaan, onderscheidenlijk zoveel mogelijk voldaan, op de gevel van kwetsbare objecten en beperkt kwetsbare objecten. 2 In afwijking van het eerste lid wordt aan de grens- en richtwaarden, bedoeld in het eerste lid, voldaan, onderscheidenlijk zoveel mogelijk voldaan, op: a. de grens van het gebied dat bestemd is voor het verblijf van zieken, ouderen, gehandicapten of minderjarigen, indien het desbetreffende object een ziekenhuis, bejaardenhuis, verpleeghuis, school, gebouw of een gedeelte van een gebouw dat bestemd is voor dagopvang van minderjarigen, openluchtzwembad of speeltuin is, en b. de grens van het gebied dat bestemd is voor het verblijf van personen, indien het desbetreffende object een sportterrein of een kampeer- of ander recreatieterrein bestemd voor het verblijf van personen gedurende meerdere aaneengesloten dagen is. 3 artikelen 6, eerste lid 7, eerste lid 24, eerste lid, van het besluit artikelen 6, tweede lid 7, tweede lid, van het besluit Met betrekking tot geprojecteerde kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten wordt aan de grenswaarden, genoemd in de,, enen de richtwaarden, genoemd in de, en, voldaan, onderscheidenlijk zoveel mogelijk voldaan, op de plaats waar de gevel van het desbetreffende object gebouwd mag worden. 4 artikelen 6, eerste lid 7, eerste lid 24, eerste lid, van het besluit artikelen 6, tweede lid 7, tweede lid, van het besluit Indien het desbetreffende object een object is als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a of onderdeel b, wordt in afwijking van het derde lid aan de grenswaarden, genoemd in de,, enen de richtwaarden, genoemd in de, en, voldaan, onderscheidenlijk zoveel mogelijk voldaan, op de grens van het gebied waar een dergelijk object op grond van het bestemmingsplan is toegelaten. 2007 249 24-12-2007 20-12-2007 EV\2007126226 2007 249 24-12-2007 20-12-2007 EV\2007126226 01-01-2008
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikelen 2 9 De afstanden, bedoeld in deen, gelden tot de gevel van kwetsbare objecten en beperkt kwetsbare objecten en vanaf: a. bijlage 1, tabel 1 het vulpunt voor LPG, het ondergrondse of ingeterpte, onderscheidenlijk bovengrondse, reservoir, gerekend vanaf de aansluitpunten van de leidingen alsmede het bovengrondse deel van de leidingen en de pomp bij het reservoir en, indien, van toepassing is, de afleverzuil; b. artikel 1.1 van het Bouwbesluit 2012 de uitwendige scheidingsconstructie, bedoeld in, van het gebouw of het onderdeel daarvan of van de buitenzijde van de opslagplaats in de buitenlucht, waar verpakte gevaarlijke afvalstoffen, meststoffen groep 2, of verpakte gevaarlijke stoffen, niet zijnde nitraathoudende kunstmeststoffen worden opgeslagen; c. de machinekamer van de koel- of vriesinstallatie en de bij die installatie behorende, met de buitenlucht in verbinding staande leidingen naar de verdamper of verdampers en het afscheidervat of vloeistofvat, en d. het vulpunt en de opslagtank voor propaan, gerekend vanaf de aansluitpunten van de leidingen alsmede het bovenste deel van de leidingen en de pomp bij de opslagtank. 2 artikelen 2 9 In afwijking van het eerste lid gelden de afstanden, bedoeld in deen, tot: a. de grens van het gebied dat bestemd is voor het verblijf van zieken, ouderen, gehandicapten of minderjarigen, indien het desbetreffende object een ziekenhuis, bejaardenhuis, verpleeghuis, school, gebouw of een gedeelte van een gebouw dat bestemd is voor dagopvang van minderjarigen, openluchtzwembad of speeltuin is, en b. de grens van het gebied dat bestemd is voor het verblijf van personen, indien het desbetreffende object een sportterrein of een kampeer- of ander recreatieterrein bestemd voor het verblijf van personen gedurende meerdere aaneengesloten dagen is. 3 artikel 2 Met betrekking tot geprojecteerde kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten gelden de afstanden, bedoeld in, tot de plaats waar de gevel van het desbetreffende object gebouwd mag worden. 4 artikel 2, in afwijking van het derde lid Indien het desbetreffende object een object is als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a of b, gelden de afstanden, bedoeld in, tot de grens van het gebied waar een dergelijk object op grond van het bestemmingsplan is toegelaten. 2015 14437 18-06-2015 04-06-2015 IENM/BSK-2015/26040 2015 14437 18-06-2015 04-06-2015 IENM/BSK-2015/26040 01-07-2015
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikelen 12, eerste lid, aanhef en onderdeel a 13, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van het besluit artikel 4, vijfde lid, van het besluit bijlage 2 Voor de toepassing van de, enmet betrekking tot de verantwoording van het groepsrisico van een inrichting als bedoeld in, worden de personen meegeteld die aanwezig zijn in het invloedsgebied dat inis vermeld bij de desbetreffende inrichting en, in geval van geprojecteerde kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten, de personen die na uitvoering van het bestemmingsplan voorzover dat plan betrekking heeft op dat invloedsgebied, in dat invloedsgebied aanwezig zijn. 2 bijlage 2, tabellen 1 tot en met 4 De afstanden tot de grens van het invloedsgebied, bedoeld in, gelden onderscheidenlijk: a. voor LPG-tankstations: vanaf het vulpunt voor LPG, het ondergrondse of ingeterpte, onderscheidenlijk bovengrondse, reservoir, gerekend vanaf de aansluitpunten van de leidingen alsmede het bovengrondse deel van de leidingen en de pomp bij het reservoir; b. artikel 5, eerste lid, onderdeel b voor inrichtingen waar verpakte gevaarlijke afvalstoffen, meststoffen groep 2, of verpakte gevaarlijke stoffen, niet zijnde nitraathoudende kunstmeststoffen worden opgeslagen: vanaf de uitwendige scheidingsconstructie, bedoeld in, of, indien van toepassing, de buitenzijde van de opslagplaats in de buitenlucht; c. artikel 5, eerste lid, onderdeel c voor koel- en vriesinstallaties met ammoniak: vanaf de machinekamer of, indien van toepassing, de leidingen en het afscheidervat of vloeistofvat, bedoeld in, en d. voor insluitsystemen met propaan: vanaf het vulpunt en de opslagtank, gerekend vanaf de aansluitpunten van de leidingen alsmede het bovengrondse deel van de leidingen en de pomp bij de opslagtank. 2015 14437 18-06-2015 04-06-2015 IENM/BSK-2015/26040 2015 14437 18-06-2015 04-06-2015 IENM/BSK-2015/26040 01-07-2015
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 artikelen 14, eerste lid 15, eerste lid 16 17, eerste lid 18, eerste lid 24, eerste lid, van het besluit -5 In de gevallen, bedoeld in de,,,,, en, worden het plaatsgebonden risico, onderscheidenlijk het groepsrisico, berekend met toepassing van de rekenmethodiek Bevi, met dien verstande dat voor de berekening van het groepsrisico in het gebied, gelegen tussen de risicocontour 10per jaar en de grens van het invloedsgebied, worden meegerekend: a. de in dat gebied op het tijdstip waarop de berekening wordt uitgevoerd aanwezige kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten, en b. de in dat gebied op het tijdstip waarop de berekening wordt uitgevoerd geprojecteerde kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten. 2007 249 24-12-2007 20-12-2007 EV\2007126226 2007 249 24-12-2007 20-12-2007 EV\2007126226 01-01-2008
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikelen 14, eerste lid 15, eerste lid 16 17, eerste lid 18, eerste lid 24, eerste lid, van het besluit In de gevallen, bedoeld in de,,,,, en, worden het plaatsgebonden risico, onderscheidenlijk het groepsrisico, berekend op basis van gegevens met betrekking tot: a. artikel 15, eerste lid, onderdelen a tot en met d, van het besluit de aard en de hoeveelheid gevaarlijke stoffen die in een inrichting als bedoeld in, die het plaatsgebonden risico en het groepsrisico veroorzaakt of mede veroorzaakt, aanwezig kan zijn; b. de insluitsystemen waarin die gevaarlijke stoffen voorkomen; c. de toegepaste maatregelen ter beperking van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico, en d. het aantal personen en de spreiding van personen binnen het invloedsgebied van een inrichting als bedoeld in onderdeel a. 2 Voor de berekening van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico, bedoeld in het eerste lid, wordt uitsluitend gebruikgemaakt van gegevens die zijn opgenomen in: a. artikel 15, eerste lid, onderdelen a tot en met d, van het besluit artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht de voor een inrichting als bedoeld ingeldende vergunning krachtens; b. de op een vergunning als bedoeld in onderdeel a betrekking hebbende aanvraag en de bij die aanvraag gevoegde stukken; c. artikel 1, eerste lid, van het Besluit risico’s zware ongevallen 2015 een met betrekking tot een hogedrempelinrichting als bedoeld iningediend veiligheidsrapport dat overeenkomstig artikel 10 van dat besluit door het bevoegd gezag is beoordeeld, en d. artikel 1, eerste lid, onderdeel s, van het besluit artikel 15, eerste lid, onderdelen a tot en met d, van het besluit de basisregistratie personen en, voor kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten, niet zijnde een woning als bedoeld in, de door de desbetreffende gemeente verstrekte documenten over het aantal personen en het redelijkerwijs te verwachten aantal personen en de spreiding van personen binnen het invloedsgebied van een inrichting als bedoeld in. 2016 10468 03-03-2016 29-02-2016 IENM/BSK-2016/39486 2016 10468 03-03-2016 29-02-2016 IENM/BSK-2016/39486 04-03-2016
Artikel 8a — Artikel 8a#
Artikel 8a artikel 15, eerste lid, onderdeel c van het besluit tabel 6 of 7 van bijlage 1 die bijlage Indien toepassing van de rekenmethodiek Bevi voor een inrichting als bedoeld inleidt tot een afstand die kleiner is dan de bij een inrichting uit dezelfde categorie behorende grootste afstand genoemd in, geldt de ingenoemde grootste afstand als minimaal aan te houden afstand. 2009 116 26-06-2009 10-06-2009 RB\2009039851 2009 116 26-06-2009 10-06-2009 RB\2009039851 01-07-2009
Artikel 8b — Artikel 8b#
Artikel 8b artikel 7 Indien in een geval als bedoeld inde rekenmethodiek Bevi vanwege specifieke invoergegevenstechnische omstandigheden niet passend is, kan het bevoegd gezag bepalen dat van de invoergegevens uit de Handleiding Risicoberekeningen mag worden afgeweken en op welke wijze deze afwijking plaatsvindt. 2007 249 24-12-2007 20-12-2007 EV\2007126226 2007 249 24-12-2007 20-12-2007 EV\2007126226 01-01-2008
Artikel 8c — Artikel 8c#
Artikel 8c artikel 7 Indien in een geval als bedoeld inde rekenmethodiek Bevi vanwege specifieke omstandigheden niet passend is, kan Onze Minister op verzoek van het bevoegd gezag besluiten dat een andere, passende rekenmethodiek mag worden toegepast. De toe te passen rekenmethodiek is transparant en reproduceerbaar. Voordat Onze Minister een besluit als bedoeld in de eerste volzin neemt, wint hij advies in bij het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. 2007 249 24-12-2007 20-12-2007 EV\2007126226 2007 249 24-12-2007 20-12-2007 EV\2007126226 01-01-2008
Artikel 8d — Artikel 8d#
Artikel 8d 1 Met de rekenmethodiek Bevi worden gelijkgesteld rekenmethodieken die rechtmatig zijn vervaardigd of in de handel zijn gebracht in een lidstaat van de Europese Unie of in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een tot een douane-unie strekkend Verdrag, dan wel rechtmatig zijn vervaardigd in een staat die partij is bij een tot een vrijhandelszone strekkend Verdrag dat Nederland bindt, en waarvan de resultaten gelijkwaardig zijn aan de resultaten van de rekenmethodiek Bevi. 2 Onze Minister besluit, nadat hij het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu gehoord heeft, op verzoek van het bevoegd gezag, of die rekenmethodiek gelijkwaardig is aan de rekenmethodiek Bevi. Daarbij betrekt Onze Minister in elk geval de transparantie, reproduceerbaarheid, het toepassingsgebied en de ruimtelijke consequenties. 2007 249 24-12-2007 20-12-2007 EV\2007126226 2007 249 24-12-2007 20-12-2007 EV\2007126226 01-01-2008
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikel 17, tweede en vijfde lid, van het besluit artikel 4, vijfde lid, onderdeel a, van het besluit bijlage 1, tabel 2 De afstanden tot kwetsbare objecten, bedoeld in, zijn de afstanden die zijn vermeld in, indien het risico wordt veroorzaakt door een LPG-tankstation als bedoeld in. 2 artikel 18, tweede lid, van het besluit De afstanden tot kwetsbare objecten, bedoeld in, zijn de afstanden die zijn vermeld in of volgen uit: a. bijlage 1, tabel 1 artikel 4, vijfde lid, onderdeel a, van het besluit , indien het risico wordt veroorzaakt door een LPG-tankstation als bedoeld in; b. bijlage 1, tabel 3 artikel 4, vijfde lid, onderdeel b, van het besluit , indien het risico wordt veroorzaakt door een inrichting waar verpakte gevaarlijke afvalstoffen of verpakte gevaarlijke stoffen, niet zijnde nitraathoudende kunstmeststoffen worden opgeslagen als bedoeld in; c. bijlage 1, tabel 6 artikel 4, vijfde lid, onderdeel c, van het besluit , indien het risico wordt veroorzaakt door een inrichting waarin een koel- of vriesinstallatie als bedoeld in, aanwezig is; d. bijlage 1, tabel 7 artikel 4, vijfde lid, onderdeel c, van het besluit , indien het risico wordt veroorzaakt door een inrichting waarin meerdere koel- of vriesinstallaties als bedoeld inin een machinekamer aanwezig zijn; e. bijlage 1, tabel 8 artikel 1c, onderdeel a , indien het risico wordt veroorzaakt door een inrichting als bedoeld in, en f. bijlage 1, tabellen 9 en 10 artikel 1c, onderdeel b , indien het risico wordt veroorzaakt door een inrichting als bedoeld in. 3 Artikel 2, tweede, derde en vierde lid , zijn van overeenkomstige toepassing. 2016 31451 28-06-2016 14-06-2016 IENM/BSK-2016/120425 2016 31451 28-06-2016 14-06-2016 IENM/BSK-2016/120425 29-06-2016 Artikel II van Stcrt. 2016/31451 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 besluit Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop hetin werking treedt. 2004 183 23-09-2004 08-09-2004 EV2004084072 2004 521 26-10-2004 07-10-2004 27-10-2004 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit externe
veiligheid inrichtingen in werking treedt.
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling externe veiligheid inrichtingen. 2004 183 23-09-2004 08-09-2004 EV2004084072 2004 521 26-10-2004 07-10-2004 27-10-2004 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit externe
veiligheid inrichtingen in werking treedt.
Artikel 2#
artikelen 2
Artikel 9#
9
Artikel 1a#
artikel 1a