Regeling van 7 januari 2004, DDS 5250340/03
- BWB-id
- BWBR0016267
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- 2004-01-24 t/m 2004-06-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0016267
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2004/regeling-instelling-adviescommissie-normering-inburgeringsei
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2004/regeling-instelling-adviescommissie-normering-inburgeringsei/2004-01-24
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0016267&g=2004-01-24
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0016267&z=2026-06-06&g=2004-01-24
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0016267/2004-01-24
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2004/regeling-instelling-adviescommissie-normering-inburgeringsei
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Er is een adviescommissie normering inburgeringseisen. 2004 14 22-01-2004 07-01-2004 DDS5250340/03 2004 14 22-01-2004 07-01-2004 DDS5250340/03 24-01-2004
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 De adviescommissie heeft tot taak te adviseren over de volgende vragen: a. 1°. artikel 14 van de Vreemdelingenwet 2000 in welke mate is het mogelijk om de beheersing van het Nederlands op basisniveau, die met het doel om een goede start met de integratie in Nederland als een voorwaarde zal worden gesteld voor het verkrijgen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in, te toetsen op alle vijf taalvaardigheden, te weten: luisteren, spreken, gespreksvaardigheden, lezen en schrijven; 2°. welke eisen van taalvaardigheid, gerelateerd aan het Common European Framework of Reference, moeten worden beschouwd als een voldoende basisniveau voor de beheersing van het Nederlands om een goede start te kunnen maken met de integratie in Nederland, dat als een voorwaarde zal worden gesteld voor het verkrijgen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd; 3°. welke onderwerpen en welke niveaus, gerelateerd aan één van de kwalificatiestructuren in de BVE-sector, van maatschappij-oriëntatie en kennis van de Nederlandse samenleving, geschiedenis en staatsinrichting moeten worden beheerst en wat de gemiddelde tijdsinvestering is die daarmee gemoeid is om een goede start te kunnen maken met de integratie in Nederland, hetgeen als een voorwaarde zal worden gesteld voor het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd; b. 1°. artikelen 20 33 van de Vreemdelingenwet 2000 in welke mate is het mogelijk om de beheersing van het Nederlands, die met het doel om een goede start met de integratie in Nederland als een voorwaarde zal worden gesteld voor het verkrijgen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in deen, te toetsen op alle vijf taalvaardigheden, te weten: luisteren, spreken, gespreksvaardigheden, lezen en schrijven; 2°. welke eisen van taalvaardigheid, gerelateerd aan het Common European Framework of Reference, moeten worden gesteld om zelfstandig te kunnen functioneren in de Nederlandse maatschappij en op de arbeidsmarkt, hetgeen als een voorwaarde zal worden gesteld voor het verkrijgen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd; 3°. welke onderwerpen en welke niveaus, gerelateerd aan één van de kwalificatiestructuren in de BVE-sector, van maatschappij-oriëntatie en kennis van de Nederlandse samenleving, geschiedenis en staatsinrichting moeten worden beheerst en wat de gemiddelde tijdsinvestering is die daarmee gemoeid is om zelfstandig te kunnen functioneren in de Nederlandse maatschappij en op de arbeidsmarkt, hetgeen als een voorwaarde zal worden gesteld voor het verlenen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd. 2 De adviescommissie houdt bij haar advisering rekening met: a. analfabeten, geestelijke en lichamelijke gehandicapten; b. relevante internationale verdragen, zoals de artikelen 8, 12 en 14 van het Europees Verdrag inzake de Rechten van de Mens, het VN-Vrouwenverdrag, het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind, het Europees Sociaal Handvest, de EU-richtlijn voor gezinshereniging en de Associatie-Overeenkomst EEG-Turkije. c. de uitkomsten van de evaluatie van de eindtermen voor de maatschappij-oriëntatie, waartoe inmiddels door de Staatssecretaris van OCW opdracht is verleend. 2004 14 22-01-2004 07-01-2004 DDS5250340/03 2004 14 22-01-2004 07-01-2004 DDS5250340/03 24-01-2004
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 De adviescommissie bestaat uit 8 leden. 2004 14 22-01-2004 07-01-2004 DDS5250340/03 2004 14 22-01-2004 07-01-2004 DDS5250340/03 24-01-2004
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 2, eerste lid, onderdeel a artikel 2, tweede lid De adviescommissie brengt haar advies overin relatie met, uit voor 31 januari 2004 aan de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie. 2 artikel 2, eerste lid, onderdeel b artikel 2, tweede lid De adviescommissie brengt haar advies overin relatie met, uit voor 31 mei 2004 aan de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie. 3 Na het uitbrengen van het advies, bedoeld in het tweede lid, is de adviescommissie opgeheven. 2004 14 22-01-2004 07-01-2004 DDS5250340/03 2004 14 22-01-2004 07-01-2004 DDS5250340/03 24-01-2004
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 De archiefbescheiden van de adviescommissie worden na haar opheffing of, zo de omstandigheden daartoe eerder aanleiding geven, zoveel eerder, overgebracht naar het archief aan het Ministerie van Justitie, Directie Coördinatie Integratiebeleid Minderheden. 2004 14 22-01-2004 07-01-2004 DDS5250340/03 2004 14 22-01-2004 07-01-2004 DDS5250340/03 24-01-2004
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 31 oktober 2003. 2 Deze regeling vervalt met ingang van 1 juli 2004. 2004 14 22-01-2004 07-01-2004 DDS5250340/03 2004 14 22-01-2004 07-01-2004 DDS5250340/03 24-01-2004
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling instelling adviescommissie normering inburgeringseisen. 2004 14 22-01-2004 07-01-2004 DDS5250340/03 2004 14 22-01-2004 07-01-2004 DDS5250340/03 24-01-2004