Regeling van de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat houdende regels inzake luchtvaartvertoningen (Regeling luchtvaartvertoningen)
- BWB-id
- BWBR0016301
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2024-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0016301
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2004/regeling-luchtvaartvertoningen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2004/regeling-luchtvaartvertoningen/2024-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0016301&g=2024-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0016301&z=2026-06-06&g=2024-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0016301/2024-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2004/regeling-luchtvaartvertoningen
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 Wet luchtvaart De begripsbepalingen van deen de daarop berustende bepalingen zijn van toepassing op deze regeling. 2 Voorts wordt in deze regeling verstaan onder: baan : een al dan niet verhard gedeelte van het terrein, waar de luchtvaartvertoning wordt gehouden, bestemd voor het opstijgen en landen van demonstratietoestellen; beoordelaar : een door de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Luchtvaart aangewezen persoon die bedreven is in het beoordelen van kunstvluchten; deelnemer artikel 18, eerste lid : een persoon die op basis van, als deelnemer tot de luchtvaartvertoning is toegelaten; demonstratietoestel : een luchtvaartuig dat onderdeel uitmaakt van de luchtvaartvertoning, onderverdeeld in de volgende categorieën: 1°. categorie A: vliegtuig, zweefvliegtuig, helikopter, luchtschip; 2°. categorie B: vrije ballon; 3°. categorie C: zeilvliegtuig, schermvliegtuig, valschermzweeftoestel, valscherm, modelvliegtuig, kabelvlieger, kleine ballon en paramotortrike; langsvlucht : een vlucht waarbij een demonstratietoestel in een éénparige en rechte lijn boven het vertoningterrein vliegt; luchthaveninformatieverstrekker artikel 18, eerste lid, onderdeel d, van het Besluit bewijzen van bevoegdheid voor de luchtvaart : een persoon met een bewijs van bevoegdheid als bedoeld in, dat geldig is voor de luchtvaartvertoning; luchtvaartvertoning : een evenement met één of meer demonstratietoestellen in de lucht, georganiseerd om aan publiek amusement te verschaffen, behoudens: 1°. evenementen die uitsluitend bestaan uit maximaal vijf vrije ballonnen; 2°. evenementen die uitsluitend bestaan uit de demonstratietoestellen: zeilvliegtuigen, schermvliegtuigen, valschermen, modelvliegtuigen, kabelvliegers, kleine ballons of paramotortrikes; 3°. evenementen die bestaan uit een combinatie van de onder 2° bedoelde demonstratietoestellen mits deze niet in een onderdeel worden samengevoegd; minister : Minister van Infrastructuur en Waterstaat; obstakel : een roerende of onroerende zaak, zowel tijdelijk als permanent, of een deel daarvan, die een belemmering vormt voor een luchtvaartuig, in een gebied bestemd voor bewegingen van een luchtvaartuig op de grond dan wel uitsteekt boven een omschreven vlak ter bescherming van een luchtvaartuig in zijn vlucht; onderdeel : een afzonderlijk punt van het vertoningprogramma bestaande uit één demonstratietoestel of meer demonstratietoestellen die gelijktijdig optreden, waarbij de deelnemers onderlinge afspraken hebben gemaakt over de uitvoering van het onderdeel; organisator : de natuurlijke persoon of rechtspersoon die de houder is van de vergunning; plaatselijke vlucht : iedere vlucht die vertrekt van of aankomt op het vertoningterrein en die geen deel uitmaakt van de luchtvaartvertoning; publiekgebied : het gebied, waaronder begrepen het parkeerterrein, gereserveerd voor toeschouwers; publieklijn : de voorste rand van gebieden die toegankelijk zijn voor toeschouwers voor wie de luchtvaartvertoning of een onderdeel van de luchtvaartvertoning plaatsvindt; tijdelijk gebied met beperkingen : krachtens artikel 9 van het Besluit luchtverkeer 2014 door de minister aangewezen gebied met beperkingen; vergunning artikel 17 van de Luchtvaartwet : de vergunning als bedoeld inafgegeven door de minister; verordening (EU) nr. 923/2012 : uitvoeringsverordening (EU) nr. 923/2012 van de Commissie van 26 september 2012 tot vaststelling van gemeenschappelijke luchtverkeersregels en operationele bepalingen betreffende luchtvaartnavigatiediensten en -procedures en tot wijziging van uitvoeringsverordening (EU) nr. 1035/2011 en verordeningen (EG) nr. 1265/2007, (EG) 1794/2006, (EG) nr. 730/2006, (EG) nr. 1033/2006 en (EU) nr. 255/2010 (PbEU 2012, L 281); vertoningdirecteur : de persoon die namens de organisator belast is met de leiding en veilige uitvoering van een luchtvaartvertoning; vertoninggebied : de luchtruimte waarbinnen de luchtvaartvertoning plaatsvindt; vertoninglicentie : schriftelijke verklaring van bekwaamheid voor het vliegen tijdens luchtvaartvertoningen; vertoninglijn : een lijn die aangeeft tot hoever een demonstratietoestel de publieklijn mag naderen; vertoningprogramma : het samenstel van onderdelen van de luchtvaartvertoning; vertoningterrein : het water- dan wel landoppervlak waarboven de luchtvaartvertoning hoofdzakelijk plaatsvindt; vertoningvlucht : iedere vlucht met een demonstratietoestel die wordt uitgevoerd in het kader van een luchtvaartvertoning. 3 Onder luchtvaartvertoning wordt mede verstaan een luchtvaartwedstrijd, georganiseerd om aan publiek amusement te verschaffen. 4 Voor de toepassing van deze regeling wordt onder luchtvaartwedstrijd als bedoeld in het derde lid, verstaan elk binnen het vertoninggebied uitgevoerd onderdeel met een of meer demonstratietoestellen in de lucht ter vaststelling of vergelijking van prestaties hetzij van de deelnemers, hetzij van de demonstratietoestellen. 2023 32008 24-11-2023 21-11-2023 IENW/BSK-2023/324119 2023 32008 24-11-2023 21-11-2023 IENW/BSK-2023/324119 01-01-2024
Artikel 1a — Artikel 1a#
Artikel 1a artikel 158, tweede lid, van de Regeling Toezicht Luchtvaart artikel 8a.51, derde lid, van de Wet luchtvaart Deze regeling berust open. 2009 16329 30-10-2009 27-10-2009 CEND/HDJZ-2009/1258sectorLUV 2009 16329 30-10-2009 27-10-2009 CEND/HDJZ-2009/1258sectorLUV 31-10-2009 Artikel XVIII van Stcrt. 2009/16329 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Deze regeling is niet van toepassing op militaire deelnemers en militaire demonstratietoestellen. 2004 16 26-01-2004 19-01-2004 HDJZ/LUV/2003-3000 2004 16 26-01-2004 19-01-2004 HDJZ/LUV/2003-3000 28-01-2004
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Indien bij een luchtvaartvertoning waarvoor door de minister de vergunning wordt verleend, militaire deelnemers of militaire demonstratietoestellen zijn betrokken, wordt de beslissing over de vergunning genomen in overeenstemming met de Minister van Defensie. 2 artikelen 32 tot en met 36 39 Met uitzondering van de, en, is deze regeling niet van toepassing op een deelnemer aan een luchtvaartvertoning waarvoor door de Minister van Defensie de vergunning wordt verleend. 2004 16 26-01-2004 19-01-2004 HDJZ/LUV/2003-3000 2004 16 26-01-2004 19-01-2004 HDJZ/LUV/2003-3000 28-01-2004
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 5, eerste lid, van de Regeling luchtverkeersdienstverlening artikelen 5.13 5.14 van de Wet luchtvaart De minister kan een vergunning verlenen voor het houden van een luchtvaartvertoning op een gecontroleerde luchthaven als bedoeld in, indien gedurende de luchtvaartvertoning luchtverkeersleiding wordt verzorgd door een van de in deofgenoemde bestuursorganen. 2009 16329 30-10-2009 27-10-2009 CEND/HDJZ-2009/1258sectorLUV 2009 16329 30-10-2009 27-10-2009 CEND/HDJZ-2009/1258sectorLUV 31-10-2009 Artikel XVIII van Stcrt. 2009/16329 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 De minister kan een vergunning verlenen voor het houden van een luchtvaartvertoning op een luchthaven zonder luchtverkeersleiding, indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. demonstratietoestellen naderen en verlaten het vertoninggebied uitsluitend via een van tevoren vastgestelde procedure, en b. er is een luchthaveninformatieverstrekker. 2 Het eerste lid is niet van toepassing op luchtvaartvertoningen waaraan alleen vrije ballonnen deelnemen. 2009 16329 30-10-2009 27-10-2009 CEND/HDJZ-2009/1258sectorLUV 2009 16329 30-10-2009 27-10-2009 CEND/HDJZ-2009/1258sectorLUV 31-10-2009 Artikel XVIII van Stcrt. 2009/16329 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 8a.51 van de Wet luchtvaart De minister kan een vergunning verlenen voor het houden van een luchtvaartvertoning op een terrein dat geschikt is om tijdelijk en uitzonderlijk te worden gebruikt, waarvoor krachtensontheffing is verleend, indien aan de volgende voorwaarden is voldaan: a. tabel 1 van de bijlage de grootte van het vertoninggebied, gerekend vanuit het centrum van en parallel aan de vertoninglijn alsmede gerekend vanaf de vertoninglijn richting de zijde van het gebied waar zich geen toeschouwers bevinden, wordt aan de hand van, behorend bij deze regeling, vastgelegd in de vergunning; b. bijlage ingeval sprake is van een luchtvaartvertoning met publiekgebieden langs twee zijden van de vertoninglijn geldt bij de vaststelling van het vertoninggebied dat de breedte van de vertoninglijn ten minste vijftig meter bedraagt en aan het begin en aan het einde van de vertoninglijn een manoeuvreergebied wordt vastgesteld. De afmetingen van het kleinste van de twee manoeuvreergebieden bedragen ten minste de helft van de minimale afmetingen van het vertoninggebied, zoals deze zijn opgenomen in tabel 1 van de, behorend bij deze regeling; c. bij het bepalen van het vertoninggebied stelt de vertoningdirecteur vast of zich daarbinnen gronden bevinden die gebruikt worden ten behoeve van: 1°. luchthavens, 2°. milieubeschermingsgebieden, 3°. vogelconcentratiegebieden, zoals gepubliceerd in de luchtvaartgids, bedoeld in artikel 2 van verordening (EU) nr. 923/2012, 4°. chemische industrieën, 5°. kerncentrales, 6°. spoorwegemplacementen, 7°. brandstofopslagplaatsen, 8°. aaneengesloten bebouwing; d. indien binnen het vertoninggebied gronden als bedoeld in onderdeel c, dan wel obstakels met een verticale hoogte van ten minste 45 meter zijn gelegen, geeft de vertoningdirecteur aan welke maatregelen worden genomen met betrekking tot die gronden dan wel obstakels in verband met de veilige uitvoering van de luchtvaartvertoning. 2 Aan de vergunning, bedoeld in het eerste lid, worden in ieder geval de volgende voorwaarden verbonden: a. op het vertoningterrein is een baan aanwezig die: 1°. bijlage voldoet aan de afmetingen genoemd in tabel 1 van de, behorend bij deze regeling, met dien verstande dat de lengte van de baan wordt vastgesteld op de grootste voorgeschreven start- en landingsafstanden zoals deze worden bepaald met gebruikmaking van de gebruikshandboeken van de deelnemende demonstratietoestellen. Bij het vaststellen van de baanlengte kan de in de gebruikshandboeken genoemde headwind-component voor ten hoogste 50% worden meegenomen. Ingeval sprake is van een demonstratietoestel zonder gebruikshandboek, geldt de lengte zoals opgenomen in tabel 1 van de bijlage, 2°. voldoende draagkracht bezit voor de te gebruiken demonstratietoestellen, en 3°. voorzien is van een voor dit doel geschikte markering; b. nabij de baan wordt bij gebruik de windrichting aangegeven door een windzak of een ander gelijkwaardige voorziening; c. bij het gelijktijdig gebruik voor het taxiën en starten of landen op het vertoningterrein is de afstand tussen de hartlijn van de taxibaan en de hartlijn van de start en landingsbaan ten minste 37,5 meter, waarbij het wachtpunt voor de startbaan tenminste 30 meter van de hartlijn van de start en landingsbaan ligt. Afhankelijk van de afmetingen van het grootste demonstratietoestel kunnen er nadere voorwaarden worden gesteld; d. in de invliegsector en de uitvliegsector van de baan steken geen obstakels door een denkbeeldig vlak, dat met de korte zijde van de obstakelvrije strook als basis oploopt onder een hoek van 1:20 (hoogte:afstand) en een divergentie van 10%tot een afstand van 300 meter. Ter weerszijde van de baan en van de in- en uitvliegsector steken geen obstakels door een denkbeeldig vlak onder een hoek van 1:5 (hoogte:afstand) tot een afstand van 75 meter; e. demonstratietoestellen naderen en verlaten het vertoninggebied uitsluitend via een van tevoren vastgestelde procedure; f. er is een luchthaveninformatieverstrekker; 3 Ten aanzien van het vertoningterrein geldt dat: a. voordat de motoren van een luchtvaartuig in werking worden gesteld: – personen, voertuigen en ander materieel, voor zover niet noodzakelijk in het kader van de startprocedure van de motor van dat luchtvaartuig, zich op veilige afstand daarvan bevinden; – stoffen die gevaar of schade kunnen opleveren worden opgeruimd, dan wel uit de onmiddellijke omgeving van het luchtvaartuig worden verwijderd; b. tijdens het in werking stellen en houden van de motoren: – een ter zake bevoegd persoon in de stuurhut van het luchtvaartuig aanwezig is, die de controle heeft over de bedieningsorganen en de remmen; – geen schade wordt veroorzaakt aan zaken en dat de veiligheid van personen niet in gevaar wordt gebracht; c. het in werking stellen van een motor van een luchtvaartuig door middel van het met handkracht bewegen van de luchtschroef, geschiedt door personen die ter zake geïnstrueerd zijn; d. in werking zijnde motoren geen hoger toerental draaien dan noodzakelijk voor het starten, wegrijden of koelen van de motor op de parkeerplaats; e. een luchtvaartuig met een of meer in werking zijnde motoren niet in beweging wordt gezet, indien daardoor letsel of schade kan worden berokkend aan personen of zaken of de veiligheid van personen in gevaar kan worden gebracht. 4 Het eerste tot en met derde lid zijn niet van toepassing op luchtvaartvertoningen waaraan alleen vrije ballonnen deelnemen. 2019 3187 17-01-2019 15-01-2019 IENW/BSK-2018/244265 2019 3187 17-01-2019 15-01-2019 IENW/BSK-2018/244265 01-04-2019
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 6, eerste lid, en tweede lid, onderdelen e en f bijlage De minister kan een vergunning verlenen voor het houden van een luchtvaartvertoning boven water- of landoppervlak, waarbij niet wordt gestart van en geland op het vertoningterrein, indien aan de voorwaarden, bedoeld in, is voldaan en het vertoningterrein voldoet aan de afmetingen genoemd in tabel 1 van debehorend bij deze regeling. 2 In het geprojecteerde vlak op de grond tot aan de vertoninglijn waar laag wordt gevlogen steken geen obstakels door een denkbeeldig vlak van de in- en uitvliegsector die oploopt onder een hoek van 1:20, zijnde hoogte in verhouding tot afstand, en een divergentie van 10% tot een afstand van 300 meter. Ter weerszijde van het vertoningterrein en van de in- en uitvliegsector steken geen obstakels door een denkbeeldig vlak onder een hoek van 1:5, zijnde hoogte in verhouding tot afstand, tot een afstand van 75 meter. 3 Bij de aanvraag van een vergunning, bedoeld in het eerste lid, geeft de aanvrager aan waar deelnemende gemotoriseerde luchtvaartuigen op of in nabijheid van het vertoningterrein een noodlanding kunnen uitvoeren zonder het publiek of de deelnemers in gevaar te brengen. 4 In afwijking van het eerste lid, mag een watervliegtuig starten van en landen op het wateroppervlak. 2019 36018 01-07-2019 24-06-2019 IENW/BSK-2019/134275 2019 36018 01-07-2019 24-06-2019 IENW/BSK-2019/134275 02-07-2019
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 De minister kan een vergunning verlenen voor een periode van ten hoogste één jaar, indien het vertoningprogramma uitsluitend bestaat uit één gestandaardiseerd onderdeel. 2 artikel 158, eerste lid, onderdelen a en c, van de Regeling Toezicht Luchtvaart De houder van een krachtens het eerste lid verleende vergunning dient telkens ten minste één week vóór het houden van een luchtvaartvertoning de bescheiden, bedoeld inaan de minister te overleggen. 3 Artikel 9, vijfde lid , is niet van toepassing. 2004 16 26-01-2004 19-01-2004 HDJZ/LUV/2003-3000 2004 16 26-01-2004 19-01-2004 HDJZ/LUV/2003-3000 28-01-2004
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 Voor iedere luchtvaartvertoning wordt door de organisator van de luchtvaartvertoning een vertoningdirecteur aangewezen. 2 tabel 2 van de bijlage, behorend bij deze regeling De vertoningdirecteur, bedoeld in het eerste lid, heeft de vereiste ervaring behorend bij de categorie waarin de desbetreffende luchtvaartvertoning overeenkomstig, wordt ingedeeld. 3 paragraaf 4 artikel 39 Indien de organisator een vertoningdirecteur aanwijst die bij eerdere luchtvaartvertoningen aantoonbaar in strijd heeft gehandeld met bepalingen vandie inals strafbaar feit zijn aangemerkt, kan de minister besluiten de aanvraag van een vergunning af te wijzen. 4 tabel 2 van de bijlage, behorend bij deze regeling Indien de vertoningdirecteur gedurende drie kalenderjaren niet belast is met de leiding van een luchtvaartvertoning in de in, vermelde hoogste categorie waarvoor hij de vereiste ervaring had, wordt hij één categorie lager ingedeeld. 5 De vertoningdirecteur is niet tegelijkertijd deelnemer aan de luchtvaartvertoning waarvoor hij krachtens het eerste lid is aangewezen. 2011 4720 25-03-2011 10-03-2011 IENM/BSK-2011/19643 2011 4720 25-03-2011 10-03-2011 IENM/BSK-2011/19643 01-04-2011
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 De organisator dient zich voor het houden van een luchtvaartvertoning te verzekeren voor aansprakelijkheid jegens derden. 2004 16 26-01-2004 19-01-2004 HDJZ/LUV/2003-3000 2004 16 26-01-2004 19-01-2004 HDJZ/LUV/2003-3000 28-01-2004
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 In de vergunning voor een luchtvaartvertoning kan in bijzondere gevallen de voorwaarde worden opgenomen dat de vertoningdirecteur een veiligheidscommissie instelt. 2 De veiligheidscommissie bestaat uit ten minste twee leden met aantoonbaar relevante ervaring om de diverse onderdelen van het vertoningprogramma te kunnen beoordelen. 3 De veiligheidscommissie adviseert de vertoningdirecteur gevraagd en ongevraagd ten aanzien van veiligheidsaspecten bij de voorbereiding en uitvoering van een luchtvaartvertoning. 4 artikel 29 Indien een veiligheidscommissie is ingesteld, wordt het verslag, bedoeld in, mede ondertekend door de voorzitter van de veiligheidscommissie. 2004 16 26-01-2004 19-01-2004 HDJZ/LUV/2003-3000 2004 16 26-01-2004 19-01-2004 HDJZ/LUV/2003-3000 28-01-2004
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 De vertoningdirecteur houdt bij de vaststelling van publiekgebied, publieklijn, vertoninglijn, vertoningterrein en vertoninggebied ten minste rekening met: a. de nabijheid van luchthavens, luchtvaartlocaties dan wel andere evenementen in de lucht; b. stedelijke gebieden; c. de kwalificatie van het luchtruim, ingevolge de door de Luchtverkeersleiding Nederland uitgegeven luchtvaartkaarten; d. de gesteldheid en de afmetingen van het gedeelte van het vertoningterrein dat wordt gebruikt wanneer demonstratietoestellen op het vertoningterrein zullen starten of landen, en e. de toegankelijkheid van het vertoningterrein, met name voor voertuigen van de hulpdiensten. 2009 16329 30-10-2009 27-10-2009 CEND/HDJZ-2009/1258sectorLUV 2009 16329 30-10-2009 27-10-2009 CEND/HDJZ-2009/1258sectorLUV 31-10-2009 Artikel XVIII van Stcrt. 2009/16329 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 De vertoningdirecteur draagt er zorg voor dat: a. de publiekgebieden worden beperkt tot het aantal zijden van het vertoningterrein zoals in de vergunning is opgenomen en dat deze niet worden gelokaliseerd onder de in- en uitvliegsector van het vertoningterrein. In het geval van tweezijdig publiek is de positie van het vertoninggebied ten opzichte van de vertoninglijn zodanig dat de vertoninglijn de lange zijde van het vertoninggebied halveert; b. voorafgaand en tijdens de vertoningvluchten doeltreffende afzettingen worden geplaatst om te voorkomen dat het publiek toegang krijgt tot het vertoningterrein; c. uitsluitend de daartoe bevoegde personen worden toegelaten tot het vertoningterrein en de gebieden die zijn aangewezen voor het tanken en vullen van demonstratietoestellen; d. toeschouwers alleen worden toegelaten tot het publiekgebied; e. demonstratietoestellen en andere apparatuur, wanneer deze worden bijgetankt, ten minste 15 meter van het publiek verwijderd zijn. Indien ballonnen, luchtschepen of balloncilinders worden gevuld met waterstofgas, wordt deze afstand verhoogd tot ten minste 40 meter; f. de vertoninglijn herkenbaar is vanuit de lucht. 2011 4720 25-03-2011 10-03-2011 IENM/BSK-2011/19643 2011 4720 25-03-2011 10-03-2011 IENM/BSK-2011/19643 01-04-2011
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 De vertoningdirecteur draagt er zorg voor dat: a. hulpdiensten beschikbaar zijn, en b. een bij de in onderdeel a bedoelde hulpdiensten bekend plan voor noodsituaties beschikbaar is, afgestemd op de luchtvaartvertoning en de daaraan deelnemende demonstratietoestellen. 2004 16 26-01-2004 19-01-2004 HDJZ/LUV/2003-3000 2004 16 26-01-2004 19-01-2004 HDJZ/LUV/2003-3000 28-01-2004
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 De vertoningdirecteur draagt er zorg voor dat: a. een centrale post voor communicatie is ingericht, waarbij is voorzien in verbindingen naar in ieder geval de vertoningdirecteur en, voor zover aanwezig, de luchtverkeersleider dan wel de luchthaveninformatieverstrekker; b. hij bereikbaar is voor alle bij de luchtvaartvertoning betrokken instanties; c. een doeltreffende geluidsinstallatie aanwezig is om het publiek toe te spreken; d. artikel 5 artikel 6 indien een luchtvaartvertoning wordt gehouden ingevolge een vergunning op grond vanonderscheidenlijk, een luchtvaartgrondstation onderscheidenlijk een mobiel luchtvaartstation beschikbaar is voor de luchthaveninformatieverstrekker. 2009 16329 30-10-2009 27-10-2009 CEND/HDJZ-2009/1258sectorLUV 2009 16329 30-10-2009 27-10-2009 CEND/HDJZ-2009/1258sectorLUV 31-10-2009 Artikel XVIII van Stcrt. 2009/16329 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 De vertoningdirecteur zorgt ervoor dat: a. een op de locatie van de luchtvaartvertoning toegesneden vertoningprogramma wordt samengesteld; b. de onderdelen van het vertoningprogramma tijdens de luchtvaartvertoning te allen tijde van elkaar gescheiden blijven. 2004 16 26-01-2004 19-01-2004 HDJZ/LUV/2003-3000 2004 16 26-01-2004 19-01-2004 HDJZ/LUV/2003-3000 28-01-2004
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 De vertoningdirecteur stemt de vertoningvluchten en de plaatselijke vluchten af met, voor zover aanwezig, de plaatselijke luchtverkeersleidingdienst, de luchthaveninformatieverstrekker en de havenmeester. 2 De vertoningdirecteur draagt er zorg voor dat plaatselijke vluchten en vertoningvluchten niet gelijktijdig plaatsvinden binnen het vertoninggebied. 2009 16329 30-10-2009 27-10-2009 CEND/HDJZ-2009/1258sectorLUV 2009 16329 30-10-2009 27-10-2009 CEND/HDJZ-2009/1258sectorLUV 31-10-2009 Artikel XVIII van Stcrt. 2009/16329 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 tabel 3 van de bijlage, behorend bij deze regeling De vertoningdirecteur laat als deelnemer aan een luchtvaartvertoning slechts toe een persoon die beschikt over een geldige vertoninglicentie, afgegeven door de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Luchtvaart op basis van de eisen van, of van een daarmee gelijk te stellen licentie, afgegeven door de bevoegde autoriteit van een Staat dan wel door een door die autoriteit erkende organisatie. 2 De vertoningdirecteur kan van een persoon ten aanzien van wie twijfel bestaat omtrent de nodige vaardigheid om zijn onderdeel op veilige wijze uit te voeren, eisen dat die persoon zijn onderdeel voorvliegt voor een beoordelaar. 2011 4720 25-03-2011 10-03-2011 IENM/BSK-2011/19643 2011 4720 25-03-2011 10-03-2011 IENM/BSK-2011/19643 01-04-2011
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 De vertoningdirecteur zorgt ervoor dat uitsluitend: a. deelnemers en demonstratietoestellen tot de luchtvaartvertoning worden toegelaten die vermeld zijn in het vertoningprogramma, of deelnemers of demonstratietoestellen van gelijke soort en kwaliteit ter vervanging daarvan; b. het vertoningprogramma wordt uitgevoerd, behoudens bijzondere omstandigheden die de vertoningdirecteur noodzaken de volgorde van het vertoningprogramma te wijzigen of onderdelen daarvan te laten vervallen mits een veilige uitvoering van de luchtvaartvertoning gewaarborgd blijft. 2004 16 26-01-2004 19-01-2004 HDJZ/LUV/2003-3000 2004 16 26-01-2004 19-01-2004 HDJZ/LUV/2003-3000 28-01-2004
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 De vertoningdirecteur stelt een schriftelijke instructie op die op een zodanig tijdstip aan de deelnemers wordt toegezonden, dat deze hiervan genoegzaam kennis kunnen nemen. Deze schriftelijke instructie bevat ten minste: a. de plaats, de datum, de tijd en de duur van de luchtvaartvertoning; b. het vertoningprogramma; c. het tijdstip van de mondelinge instructie(s); d. een kaart van de locatie waarop zijn aangegeven de ligging van de publieklijn, de vertoninglijn, het vertoningterrein, het vertoninggebied, de wachtgebieden en het tijdelijke gebied met beperkingen, voor zover van kracht; e. informatie betreffende: 1°. aankomst en vertrek van de deelnemers, 2°. van belang zijnde radiofrequentie(s), 3°. procedures tijdens de luchtvaartvertoning, 4°. voor de luchtvaartvertoning van belang zijnde bijzonderheden; f. de plaatselijke vluchten, en g. procedures voor behandeling van de demonstratietoestellen op de grond, taxiën, parkeren en tanken, uitsluitend indien deze anders zijn dan de gebruikelijke. 2 De vertoningdirecteur heeft een kopie van de vergunning ter inzage voor de deelnemers. 3 De vertoningdirecteur draagt er zorg voor dat op iedere dag van de luchtvaartvertoning ten behoeve van de uitvoering van de onderdelen onder zijn leiding een mondelinge instructie, onder meer bevattend de meest recente informatie, aan de deelnemers wordt gegeven. Tijdens deze mondelinge instructie worden ten minste besproken: a. paragraaf 5 van deze regeling ; b. de plaatselijke vluchten; c. de weersomstandigheden, zowel de actuele als de voor de duur van de vertoning verwachte; d. een gedetailleerd vertoningprogramma met inbegrip van radio-oproepnamen en vliegactiviteiten voor en na de luchtvaartvertoning; e. informatie betreffende: 1°. bij de luchtvaartvertoning te gebruiken radiofrequentie(s), 2°. procedures tijdens de luchtvaartvertoning, en 3°. voor de luchtvaartvertoning van belang zijnde bijzonderheden; f. de ligging van de publieklijn, de vertoninglijn, het vertoningterrein, het vertoninggebied, de wachtgebieden en het tijdelijke gebied met beperkingen, voor zover van kracht. 2015 37711 06-11-2015 21-10-2015 IENM/BSK-2015/161995 2015 37711 06-11-2015 21-10-2015 IENM/BSK-2015/161995 07-11-2015
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 tabel 4 van de bijlage, behorend bij deze regeling tabel 4 van de bijlage, behorend bij deze regeling artikel 18 van de Regeling luchtverkeersdienstverlening De vertoningdirecteur laat vertoningvluchten plaatsvinden onder weersomstandigheden die gelijk aan of gunstiger zijn dan de minimum weersomstandigheden vermeld in. Indien restrictievere eisen ten aanzien van weersomstandigheden zijn gesteld op grond van de luchtverkeersdienstverleningsklasse, vastgesteld ingevolge, ter plaatse of in een tijdelijk gebied met beperkingen, dan gelden die in plaats van. 2 De vertoningdirecteur draagt er zorg voor dat vooraf en tijdens de luchtvaartvertoning rekening wordt gehouden met meteorologische variabelen, waaronder in ieder geval windsnelheid en neerslag. 2015 37711 06-11-2015 21-10-2015 IENM/BSK-2015/161995 2015 37711 06-11-2015 21-10-2015 IENM/BSK-2015/161995 07-11-2015
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Indien met categorie A demonstratietoestellen langs- en kunstvluchten worden uitgevoerd, draagt de vertoningdirecteur er zorg voor dat: a. tabel 5 van de bijlage, behorend bij deze regeling de minimum scheidingsafstanden tussen de vertoninglijn en de publieklijn bedoeld in, in acht worden genomen; b. de hartlijn van de baan zich ten minste 75 meter van de publieklijn bevindt, en c. tussen enig onderdeel van een taxiënd demonstratietoestel en het publiek zich een afstand van 15 meter plus de halve spanwijdte dan wel de halve rotordiameter bevindt. 2004 16 26-01-2004 19-01-2004 HDJZ/LUV/2003-3000 2004 16 26-01-2004 19-01-2004 HDJZ/LUV/2003-3000 28-01-2004
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 Indien met categorie B demonstratietoestellen wordt gevaren, draagt de vertoningdirecteur er zorg voor dat: a. tabel 6 van de bijlage, behorend bij deze regeling de minimum scheidingscriteria, bedoeld in, tussen de publieklijn en enig deel van demonstratietoestellen of hun verankeringpunten in acht worden genomen; b. ballonvaarten in plaats of tijd afdoende zijn gescheiden van andere vliegactiviteiten; c. maximaal 35 van deze demonstratietoestellen tegelijkertijd opstijgen; d. per etmaal niet meer dan 70 van deze demonstratietoestellen opstijgen. 2 artikel 13, onderdelen c en d In afwijking van, mogen bemanningsleden en passagiers van deze demonstratietoestellen zich bevinden op het vertoningterrein. 2011 4720 25-03-2011 10-03-2011 IENM/BSK-2011/19643 2011 4720 25-03-2011 10-03-2011 IENM/BSK-2011/19643 01-04-2011
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 Regeling valschermspringen 2010 Indien een onderdeel bestaat uit het valschermspringen of dit mede omvat, vindt dat onderdeel plaats in overeenstemming met de, met dien verstande dat de vertoningdirecteur ervoor zorg draagt dat: a. het landingsgebied niet dichter dan 15 meter bij de publieklijn ligt; b. het landingsterrein zodanig wordt gemarkeerd dat het voor iedere valschermspringer duidelijk herkenbaar is vanaf de hoogte waarop wordt gesprongen; c. radiocontact wordt onderhouden met het toestel waaruit de afsprong plaatsvindt, en d. de afsprong niet plaatsvindt alvorens hij daarmee heeft ingestemd. 2 De vertoningdirecteur draagt er zorg voor dat van de demonstratietoestellen aan de grond geen propellers, straalmotoren of rotorbladen ronddraaien of aanstaan binnen 250 meter van het doelgebied, zolang een valschermspringer met zijn afdaling bezig is. 3 Indien vluchten met modelvliegtuigen plaatsvinden, draagt de vertoningdirecteur er zorg voor dat: a. Regeling modelvliegen deze plaatsvinden in overeenstemming met de; b. niet wordt gevlogen met niet bestuurbare modelvliegtuigen; c. zenders en frequenties correct worden gebruikt. 4 Regeling kabelvliegers en kleine ballons Indien kabelvliegers en kleine ballons worden opgelaten, draagt de vertoningdirecteur er zorg voor dat deze worden opgelaten in overeenstemming met de. 2011 4720 25-03-2011 10-03-2011 IENM/BSK-2011/19643 2011 4720 25-03-2011 10-03-2011 IENM/BSK-2011/19643 01-04-2011
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 De vertoningdirecteur draagt er zorg voor dat: a. bij de start van een schermvliegtuig of zeilvliegtuig met een lierinstallatie in geen geval inbreuk wordt gemaakt op de scheidingsafstanden tussen het publiek en de lierinstallatie, de lierkabel en de schermvliegtuigen, zeilvliegtuigen of paramotortrikes; b. het opstijgen en doen opstijgen van schermvliegtuigen, zeilvliegtuigen of paramotortrikes door middel van een lier zodanig geschiedt dat de lierkabel niet in het publiekgebied valt; c. de valschermzweeftoestellen, schermvliegtuigen, zeilvliegtuigen of paramotortrikes niet vliegen boven het publiek en niet landen in het publiek; d. de minimale afstand tussen enerzijds publiek en anderzijds valschermzweeftoestellen, schermvliegtuigen, paramotortrikes, zeilvliegtuig, sleepkabel, lier of uitgevierde lierkabel ten minste 30 meter bedraagt. 2023 32008 24-11-2023 21-11-2023 IENW/BSK-2023/324119 2023 32008 24-11-2023 21-11-2023 IENW/BSK-2023/324119 01-01-2024
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 paragraaf 5 van deze regeling De vertoningdirecteur draagt er zorg voor dat de deelnemerin acht neemt. 2004 16 26-01-2004 19-01-2004 HDJZ/LUV/2003-3000 2004 16 26-01-2004 19-01-2004 HDJZ/LUV/2003-3000 28-01-2004
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 Indien een veiligheidscommissie is ingesteld, houdt de vertoningdirecteur rekening met de adviezen van de commissie. 2004 16 26-01-2004 19-01-2004 HDJZ/LUV/2003-3000 2004 16 26-01-2004 19-01-2004 HDJZ/LUV/2003-3000 28-01-2004
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 De vertoningdirecteur is tot één uur na de uitvoering van het laatste onderdeel bereikbaar en oproepbaar. 2004 16 26-01-2004 19-01-2004 HDJZ/LUV/2003-3000 2004 16 26-01-2004 19-01-2004 HDJZ/LUV/2003-3000 28-01-2004
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 De vertoningdirecteur brengt binnen dertig dagen na het houden van een luchtvaartvertoning daarvan verslag uit aan de minister. In het verslag worden in het bijzonder afwijkingen tijdens de luchtvaartvertoning ten opzichte van de vergunning en deze regeling opgenomen. 2004 16 26-01-2004 19-01-2004 HDJZ/LUV/2003-3000 2004 16 26-01-2004 19-01-2004 HDJZ/LUV/2003-3000 28-01-2004
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 1 artikel 20, derde lid Een deelnemer voert geen vertoningvlucht uit, indien hij niet een mondelinge instructie als bedoeld in, heeft ontvangen. 2 artikel 20, derde lid Een deelnemer die niet in staat is te voldoen aan het eerste lid, neemt voor de aanvang van de luchtvaartvertoning contact op met de vertoningdirecteur om de mondelinge instructie als bedoeld in, te ontvangen. 2004 16 26-01-2004 19-01-2004 HDJZ/LUV/2003-3000 2004 16 26-01-2004 19-01-2004 HDJZ/LUV/2003-3000 28-01-2004
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 Indien bij een luchtvaartvertoning een luchthaveninformatieverstrekker aanwezig is, is de deelnemer verplicht: a. voor aanvang van zijn onderdeel contact op te nemen met de luchthaveninformatieverstrekker om zich te laten informeren over de juistheid van het tijdstip van zijn vertoningvlucht en over de situatie in het vertoninggebied; b. voor aanvang van zijn onderdeel voortdurend op de aangewezen radiofrequentie(s) te luisteren en een tweezijdige radioverbinding tot stand te brengen met de luchthaveninformatieverstrekker; c. naar aanleiding van door de luchthaveninformatieverstrekker verkregen inlichtingen zodanige actie te ondernemen dat bij de uitvoering van zijn vertoningvlucht personen of zaken niet in gevaar worden of kunnen worden gebracht; d. de luchthaveninformatieverstrekker op de hoogte te brengen van de afronding van de uitvoering van zijn vertoningvlucht. 2009 16329 30-10-2009 27-10-2009 CEND/HDJZ-2009/1258sectorLUV 2009 16329 30-10-2009 27-10-2009 CEND/HDJZ-2009/1258sectorLUV 31-10-2009 Artikel XVIII van Stcrt. 2009/16329 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 1 De deelnemer zorgt ervoor dat zich, buiten de bemanningsleden die essentieel zijn voor de vertoningvlucht, geen andere personen aan boord van een demonstratietoestel bevinden. 2 Het eerste lid is niet van toepassing op een vertoningvlucht met een ballon of valscherm. 3 Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van personen die zich aan boord van het demonstratietoestel bevinden teneinde ervaring als deelnemer op te doen, op voorwaarde, dat de vertoningdirecteur dit heeft aangegeven bij de aanvraag om vergunning. 2004 16 26-01-2004 19-01-2004 HDJZ/LUV/2003-3000 2004 16 26-01-2004 19-01-2004 HDJZ/LUV/2003-3000 28-01-2004
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 De deelnemer vliegt niet met het demonstratietoestel boven het publiekgebied, tenzij het betreft: a. kabelvliegers; b. valschermen, waarbij niet beneden een hoogte van 15 meter over een publiekgebied wordt gevlogen; c. een vliegtuig dat een groep valschermspringers aan boord heeft en dat bezig is om in een positie te komen voor het afwerpen van de groep, maar niet beneden een hoogte van 450 meter boven de grond; d. tabel 6 van de bijlage, behorend bij deze regeling vrije ballonnen, maar niet beneden de hoogten, bedoeld in. 2004 16 26-01-2004 19-01-2004 HDJZ/LUV/2003-3000 2004 16 26-01-2004 19-01-2004 HDJZ/LUV/2003-3000 28-01-2004
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 1 De deelnemer met een categorie A demonstratietoestel, zeilvliegtuig of valschermzweeftoestel zorgt ervoor dat ten aanzien van de vertoningvlucht: a. tabel 5 van de bijlage, behorend bij deze regeling de vertoninglijn en de minimum scheidingsafstanden zoals weergegeven in, in acht worden genomen; b. de vastgestelde minimum vlieghoogte in acht wordt genomen; c. tabel 5 van de bijlage, behorend bij deze regeling de uitvoering van het onderdeel niet eerder begint dan na het bereiken van de vastgestelde minimum vlieghoogte en de minimum scheidingsafstanden zoals weergegeven in, in acht worden genomen; d. manoeuvres zodanig worden uitgevoerd dat de vertoninglijn niet wordt overschreden; e. geen convergerende vluchten in de richting van de vertoninglijn worden uitgevoerd; f. in een luchtverkeersdienstverleningsgebied klasse C tot en met G niet wordt gevlogen met een snelheid groter dan 250 knopen, tenzij in de vergunning dan wel in een tijdelijk gebied met beperkingen een grotere snelheid is vastgesteld; g. tabel 4 van de bijlage, behorend bij deze regeling artikel 20 de minimum zichtweersomstandigheden zoals vastgesteld in, in acht worden genomen, onverminderd het bepaalde in. 2 Het eerste lid, onderdelen a en b, is niet van toepassing indien: a. het demonstratietoestel na de start een van het publiek af gerichte bocht maakt teneinde naar de vertoninglijn en de minimum hoogte te worden gemanoeuvreerd; b. na het beëindigen van de vertoning het demonstratietoestel naar de baan wordt gestuurd, waarbij de hartlijn van de baan niet richting het publiek overschreden wordt. 2015 37711 06-11-2015 21-10-2015 IENM/BSK-2015/161995 2015 37711 06-11-2015 21-10-2015 IENM/BSK-2015/161995 07-11-2015
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 Een deelnemer met een demonstratietoestel aan de grond dat voorzien is van propellers, straalmotoren of rotors, zorgt ervoor dat deze worden stilgezet indien: a. dit zich bevindt binnen 250 meter van het doelgebied van een valschermspringer tijdens diens demonstratie, en b. een valschermspringer in de richting van zijn toestel zweeft. 2004 16 26-01-2004 19-01-2004 HDJZ/LUV/2003-3000 2004 16 26-01-2004 19-01-2004 HDJZ/LUV/2003-3000 28-01-2004
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 1 De deelnemer die gebruik maakt van een valscherm, zorgt ervoor dat het hoofdvalscherm op een hoogte van ten minste 450 meter boven de grond volledig geopend is. Anders dan in geval van nood wordt het reservevalscherm niet gebruikt. 2 De deelnemer zorgt ervoor dat, indien hij met een valschermzweeftoestel, schermvliegtuig, zeilvliegtuig of paramotortrike vliegt, het toestel geen inbreuk maakt op de scheidingsafstand die ten minste gelijk is aan de lengte van de uitgevierde lijn tussen een lierinstallatie of ander hulpmiddel en het toestel met dien verstande dat de horizontale afstand niet minder is dan 30 meter. 2023 32008 24-11-2023 21-11-2023 IENW/BSK-2023/324119 2023 32008 24-11-2023 21-11-2023 IENW/BSK-2023/324119 01-01-2024
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 tabel 2 van de bijlage, behorend bij deze regeling De luchthaveninformatieverstrekker heeft de vereiste ervaring behorend bij de categorie waarin de desbetreffende luchtvaartvertoning op grond van, is ingedeeld. 2009 16329 30-10-2009 27-10-2009 CEND/HDJZ-2009/1258sectorLUV 2009 16329 30-10-2009 27-10-2009 CEND/HDJZ-2009/1258sectorLUV 31-10-2009 Artikel XVIII van Stcrt. 2009/16329 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 De luchthaveninformatieverstrekker geeft in het kader van de luchtvaartvertoning aan de deelnemer informatie over: a. luchtverkeersactiviteiten op het vertoningterrein, in het vertoninggebied en in een tijdelijk gebied met beperkingen; b. het precieze tijdstip van vertrek van een vertoningvlucht in het kader van een onderdeel van het vertoningprogramma, alsmede de situatie in het vertoninggebied onmiddellijk voorafgaand aan de uitvoering van een onderdeel; c. artikel 19 onderdeel b krachtens, door de vertoningdirecteur aangebrachte wijzigingen in de vertrektijd van een vertoningvlucht in het kader van een onderdeel van het vertoningprogramma; d. eventuele calamiteiten op de grond of in de lucht die voor een veilige uitvoering van een onderdeel van belang kunnen zijn; e. aanwijzingen van de vertoningdirecteur in het kader van de luchtvaartvertoning. 2015 37711 06-11-2015 21-10-2015 IENM/BSK-2015/161995 2015 37711 06-11-2015 21-10-2015 IENM/BSK-2015/161995 07-11-2015
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 artikelen 9, vijfde lid 13, onderdelen a tot en met e 16, onderdeel b 17, tweede lid 18, eerste lid 19 20, eerste en derde lid 21 tot en met 26 28 30 tot en met 38 Overtreding van de,,,,,,,,enwordt aangemerkt als een strafbaar feit. 2004 16 26-01-2004 19-01-2004 HDJZ/LUV/2003-3000 2004 16 26-01-2004 19-01-2004 HDJZ/LUV/2003-3000 28-01-2004
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 2004 16 26-01-2004 19-01-2004 HDJZ/LUV/2003-3000 2004 16 26-01-2004 19-01-2004 HDJZ/LUV/2003-3000 28-01-2004
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling luchtvaartvertoningen. 2004 16 26-01-2004 19-01-2004 HDJZ/LUV/2003-3000 2004 16 26-01-2004 19-01-2004 HDJZ/LUV/2003-3000 28-01-2004
Artikel 6#
artikelen 6, eerste en tweede lid
Artikel 7#
7, eerste lid
Artikel 9#
artikel 9, tweede en vierde lid
Artikel 37#
artikel 37
Artikel 18#
artikel 18, eerste lid
Artikel 21#
artikel 21, eerste lid
Artikel 34#
artikel 34, eerste lid, onderdeel g
Artikel 22#
artikel 22, onderdeel a
Artikel 23#
artikel 23, eerste lid, onderdeel a
Artikel 33#
artikel 33, onderdeel d