Regeling van de Minister van Buitenlandse Zaken van 12 december 2003, nr. DJZ/BR-1003/2003 tot vaststelling van de tarieven voor consulaire dienstverlening (Regeling op de consulaire tarieven)
- BWB-id
- BWBR0016097
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Buitenlandse Zaken
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-12-08
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0016097
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2004/regeling-op-de-consulaire-tarieven
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2004/regeling-op-de-consulaire-tarieven/2025-12-08
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0016097&g=2025-12-08
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0016097&z=2026-06-06&g=2025-12-08
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0016097/2025-12-08
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2004/regeling-op-de-consulaire-tarieven
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 artikel 2, eerste lid, van de Rijkswet op de consulaire tarieven De vergoeding die ingevolgeis verschuldigd, bedraagt voor: a. het afgeven van een grosse van, een afschrift van of een uittreksel uit een akte van de burgerlijke stand: € 30,--; b. het voltrekken van een huwelijk: € 433,–; c. het opmaken van een notariële akte: € 265,–; d. het afgeven van een grosse van, een afschrift van, of een uittreksel uit een notariële akte: € 30,–; e. handelingen van vrijwillige rechtspraak: € 145,– per uur; f. het horen of ondervragen van een getuige of deskundige in een burgerlijke zaak op last van de rechter in het Koninkrijk, daaronder begrepen het opmaken van een proces-verbaal: € 145,– per uur; g. het opmaken van een laissez-passer voor een stoffelijk overschot of een certificaat ter begeleiding van een urn: € 60,–; h. het opmaken van een consulaire verklaring omtrent een persoon betreffende gegevens die tot bewijs strekken: € 30,–; i. het bemiddelen bij het oplossen van financiële en andere de belanghebbende betreffende problemen die verband houden met het verblijf in het buitenland: € 50,–; j. het verstrekken van een meertalig modelformulier € 23; k. het bemiddelen bij een onderzoek naar het welzijn van een persoon, daaronder begrepen een onderzoek in geval van vermissing: € 120,– per uur; l. het bemiddelen bij het achterhalen van of het doen van onderzoek naar een adres: 1°. het bemiddelen bij het achterhalen van een adres: € 52,50, 2°. het doen van onderzoek naar een adres: € 105,– per uur. m. het verifiëren van een document of een persoonsgegeven: 1°. het verifiëren door uitsluitend een consulaire ambtenaar: € 52,50, 2°. het verifiëren door tussenkomst van een vertrouwenspersoon: € 222,50. n. het bemiddelen bij het doen verifiëren van een document of een persoonsgegeven: 1°. het bemiddelen door uitsluitend een consulaire ambtenaar: € 78,–, 2°. het bemiddelen door tussenkomst van een vertrouwenspersoon: € 248,–. o. het legaliseren van een document: 1°. het legaliseren van een document op het ministerie van Buitenlandse Zaken in Nederland: € 10,–, 2°. het legaliseren van een document op een Koninkrijksvertegenwoordiging: € 26,25. p. het bemiddelen bij het legaliseren van een document: 1°. het bemiddelen bij het legaliseren van een document door het ministerie van Buitenlandse Zaken in Nederland: € 36,25, 2°. het bemiddelen bij het opvragen en legaliseren van een document op een Koninkrijksvertegenwoordiging: € 131,–. q. het legaliseren van een handtekening: € 26,25; r. het bemiddelen bij het verkrijgen van een document: € 103,–; s. het behandelen van een aanvraag tot het verlenen van een visum: 1°. aanvragen ingediend bij een Koninkrijksvertegenwoordiging voor een visum voor Toegang en Verblijf van niet langer dan 90 dagen tot Aruba, Curaçao, Sint Maarten en de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba: € 80. Van deze vergoeding zijn kinderen jonger dan zes jaar vrijgesteld. De vergoeding bedraagt € 40 voor kinderen vanaf zes tot en met elf jaar; 2°. aanvragen voor Toegang en Verblijf niet betrekking hebbende op de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba: – voor verblijf als familie- of gezinslid: € 228, – als vermogende vreemdeling: € 2.523, – voor arbeid als zelfstandige: € 380, – als kennismigrant: € 380, – als houder van de Europese blauwe kaart: € 380, – voor seizoensarbeid: € 228, – overplaatsing binnen een onderneming: € 380, – voor arbeid in loondienst: € 380, – voor grensoverschrijdende dienstverlening: € 380, – (Richtlijn 2016/801/EU voor wetenschappelijk onderzoek): € 228, – voor lerend werken: € 380, – voor studie: € 228, – voor het zoeken naar en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst: € 228, – voor uitwisseling (al dan niet in het kader van een verdrag): € 380, – voor medische behandeling: € 1.201, – voor voortgezet verblijf om humanitaire redenen in verband met achterlating: € 228, – voor alle overige verblijfsdoelen: € 228; 3°. aanvragen voor Toegang en Verblijf niet betrekking hebbende op de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba: – artikel 1d van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen richtlijn 2005/71/EG ten behoeve van Turkse onderdanen, die met het oog op het verrichten van arbeid in loondienst, het verrichten van arbeid als geestelijk voorganger of godsdienstleraar, met het oog op verblijf als stagiair of practicant, verblijf als kennismigrant als bedoeld in, verblijf als onderzoeker in de zin van, verblijf als onbezoldigde wetenschappelijk onderzoeker of verblijf als onbezoldigde gastdocent, en hun gezinsleden, verblijfsrecht hebben op grond van de Associatieovereenkomst EU-Turkije, alsmede Turkse onderdanen die als zelfstandige of dienstverrichter in Nederland verblijfsrecht hebben op grond van het Associatierecht EU-Turkije: € 76, – voor verblijf als familie- of gezinslid in de zin van de Associatieovereenkomst EG-Turkije van een Turkse onderdaan die in Nederland toegang heeft tot de arbeidsmarkt: € 76, – artikel 8 van de Remigratiewet voor wedertoelating door gebruikmaking van de terugkeeroptie op grond van: € 76, – voor deelname aan het Working Holiday Programme/Scheme (Australië, Canada, Nieuw Zeeland, Zuid-Korea, Argentinië en Hong Kong) en Young Workers Exchange Programme (Canada): € 76, – ten behoeve van personen op wie artikel 40, eerste lid, van het op 7 juni 2007 te ’s-Gravenhage tot stand gekomen Zetelverdrag tussen het Internationaal Strafhof en het Gastland (Trb. 2007, 125) betrekking heeft, met het oog op het verrichten van de daarbedoelde werkzaamheden: € 76, – ten behoeve van de personen, bedoeld in de voorlaatste alinea van de brief van 21 december 2007 van de Permanente Vertegenwoordiging van het Koninkrijk der Nederlanden bij de Verenigde Naties, behorend bij het op 21 december 2007 te New York tot stand gekomen Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Naties betreffende de Zetel van het Speciale Tribunaal voor Libanon (Trb. 2007, 228), met het oog op het verrichten van de in die alinea bedoelde werkzaamheden: € 76, – richtlijn 2003/86/EG voor minderjarigen op grond van devan de Raad van de Europese Unie van 22 september 2003 inzake het recht op gezinshereniging (PB 2003 L 251, met rectificatie in PB 2012 L 71): € 76, – artikel 3:30, zesde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 voor arbeid als zelfstandige als bedoeld in: € 380; 4°. aanvragen tot het verlenen van een machtiging tot voorlopig verblijf voor verblijf in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba: – met het oog op gezinshereniging of gezinsvorming: USD 164, – met het oog op verblijf ter adoptie- of als pleegkind: USD 55, – met het oog op het verrichten van arbeid in loondienst: USD 274, – met het oog op het verrichten van arbeid als zelfstandige: USD 274, – met het oog op verblijf als gepensioneerde of rentenier: USD 774, – met het oog op wedertoelating: USD 164, – met het oog op het volgen van een studie: USD 164, – met het oog op verblijf als stagiair: USD 274, – met het oog op verblijf als praktikant: USD 274, – met het oog op verblijf als investeerder: USD 774, – met het oog op verblijf als vrijwilliger: USD 774, – met het oog op gezinshereniging of gezinsvorming als minderjarig kind: USD 55; t. het bemiddelen bij het afleggen van een examen: € 157,– per afzonderlijk examen; u. het bemiddelen bij een geneeskundig onderzoek, daaronder niet begrepen de kosten van het geneeskundig onderzoek zelf: € 100,–; v. artikel 5a van de Rijkswet consulaire bescherming EU-burgers artikel 12, tweede lid, onderdeel e, van het Besluit paspoortgelden het behandelen van een aanvraag tot het afgeven van een EU-noodreisdocument als bedoeld in: het tarief voor de verstrekking van een noodpaspoort of een laissez-passer, bedoeld in. 2025 32060 19-09-2025 15-09-2025 BZ2519763 2025 32060 19-09-2025 15-09-2025 BZ2519763 08-12-2025
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 De vergoeding voor het uitvoeren van een bijzondere opdracht bedraagt het aantal uren dat aan de dienst is besteed vermenigvuldigd met het brutosalaris per uur van de ambtenaar die met de uitvoering van de opdracht is belast. 2003 245 18-12-2003 12-12-2003 DJZ/BR-1003/2003 2003 245 18-12-2003 12-12-2003 DJZ/BR-1003/2003 01-01-2004
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikelen 1 2 De vergoeding, bedoeld in deen, is in de Democratische Republiek Congo en in Zimbabwe verschuldigd in het equivalent aan US dollars. De vergoeding in Suriname en in Iran is verschuldigd in euro’s. 2 artikel 1, onderdeel s, onder 2° en 3° De vergoeding, bedoeld in, wordt voldaan door storting of overboeking van het verschuldigde bedrag op een daartoe bestemde rekening in Nederland. 2024 4651 16-02-2024 06-02-2024 Min-BuZa.2023.20277-22 2024 4651 16-02-2024 06-02-2024 Min-BuZa.2023.20277-22 17-02-2024
Artikel 3a — Artikel 3a#
Artikel 3a 1 artikel 1, onderdeel s, onder 2° en 3° De vergoeding, genoemd in, is niet verschuldigd indien de aanvraag betrekking heeft op een machtiging tot voorlopig verblijf: a. artikel 3.4, eerste lid, onder m, van het Vreemdelingenbesluit 2000 onder de beperking genoemd in; b. vervallen; c. vervallen; d. artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 artikel 29, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 met het oog op gezinshereniging ten behoeve van de belanghebbende die verblijf beoogt bij een vreemdeling aan wie een vergunning tot verblijf als bedoeld inis verleend, mits de belanghebbende binnen drie maanden na het verlenen van deze verblijfsvergunning de aanvraag tot het verlenen van een machtiging tot voorlopig verblijf heeft ingediend, dan wel dat zijn referent dit voor hem heeft gedaan, en de belanghebbende voldoet aan alle voorwaarden voor gezinshereniging in het kader van; e. met het oog op gezinshereniging van een minderjarig biologisch of juridisch kind met een slachtoffer-aangever of een getuige-aangever van mensenhandel; of f. artikel 8 van de Remigratiewet met het oog op gebruikmaking van de terugkeeroptie naar Nederland op grond van. 2 artikel 1, onderdeel s, onder 2° en 3° De vergoeding, genoemd in, is niet verschuldigd indien de aanvraag betrekking heeft op een categorie machtigingen tot voorlopig verblijf die ingevolge een verdrag of besluit van een volkenrechtelijke organisatie kosteloos moeten worden verleend. 3 artikel 1, onderdeel s, onder 4° De vergoeding, genoemd in, is niet verschuldigd door: artikel 1, onderdeel s, onder 3° Het tweede lid is van toepassing met dien verstande dat voor ‘’ moet worden verstaan ‘artikel 1, onderdeel s, onder 4°’. a. artikel 6 van de Wet toelating en uitzetting BES artikel 5.2, eerste lid, onder k, van het Besluit toelating en uitzetting BES de vreemdeling die in aanmerking komt voor verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in, voor een verblijfsdoel als bedoeld in; b. artikel 6 van de Wet toelating en uitzetting BES artikel 5.2, eerste lid, onder a, van het Besluit toelating en uitzetting BES het minderjarige kind dat een aanvraag indient tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in, voor een verblijfsdoel als bedoeld in; c. artikel 6 van de Wet toelating en uitzetting BES artikel 5.2, eerste lid, onder k, van voornoemd besluit het minderjarige kind dat een aanvraag indient tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in, voor een verblijf bij een vreemdeling die een aanvraag heeft ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd dan wel verblijf geniet als bedoeld in artikel 6 van voornoemde wet, voor een verblijfsdoel als bedoeld in; d. artikel 12a van de Wet toelating en uitzetting BES artikel 6 van de Wet het gezinslid van de houder van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in, dat gelijktijdig met de hoofdpersoon is ingereisd dan wel binnen drie maanden nadat aan de hoofdpersoon deze verblijfsvergunning is verleend, is nagereisd, en niet dezelfde nationaliteit heeft als de hoofdpersoon, een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld inonder een beperking verband houdend met gezinshereniging indient; e. artikel 5.49, tweede lid, van het Besluit toelating en uitzetting BES de vreemdeling die een aanvraag indient in het geval, bedoeld in; f. artikel 6 van de Wet artikel 12a van de Wet de vreemdeling die een aanvraag indient tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in, om redenen verband houdend met bescherming aan de vreemdeling als bedoeld in, of g. de vreemdeling met het oog op gezinshereniging van een minderjarig biologisch of juridisch kind met een slachtoffer-aangever of een getuige-aangever van mensenhandel. 4 In aanvulling op het tweede lid kan de Minister van Justitie en Veiligheid in overleg met de Minister van Buitenlandse Zaken bepalen dat de vastgestelde leges niet zijn verschuldigd in het belang van de internationale betrekkingen. 2024 4651 16-02-2024 06-02-2024 Min-BuZa.2023.20277-22 2024 4651 16-02-2024 06-02-2024 Min-BuZa.2023.20277-22 17-02-2024
Artikel 3b — Artikel 3b#
Artikel 3b artikel 1, onderdeel s, onder 2° en 3° Voor het behandelen van een aanvraag tot het verlenen van een machtiging tot voorlopig verblijf met het oog op gezinshereniging of gezinsvorming is de vergoeding, genoemd in, niet verschuldigd indien de belanghebbende: a. een, ter beoordeling van de Minister van Justitie en Veiligheid, gerechtvaardigd beroep op artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en van de fundamentele vrijheden (Trb. 1951, 154) doet; b. aantoont dat hij niet over de middelen beschikt om de vergoeding te kunnen voldoen; c. aantoont dat hij gedurende een redelijke termijn actief heeft getracht om de middelen, bedoeld onder b, te verwerven; en d. aannemelijk maakt dat hij op korte termijn niet over de middelen, bedoeld onder b, zal komen te beschikken. 2024 4651 16-02-2024 06-02-2024 Min-BuZa.2023.20277-22 2024 4651 16-02-2024 06-02-2024 Min-BuZa.2023.20277-22 17-02-2024
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2004. 2003 245 18-12-2003 12-12-2003 DJZ/BR-1003/2003 2003 245 18-12-2003 12-12-2003 DJZ/BR-1003/2003 01-01-2004
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling op de consulaire tarieven. 2003 245 18-12-2003 12-12-2003 DJZ/BR-1003/2003 2003 245 18-12-2003 12-12-2003 DJZ/BR-1003/2003 01-01-2004