Regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, van 16 oktober 2003, nr. W&B/WWB/2003/78560, Directie Werk en Bijstand, houdende nadere regels terzake van enkele in de Wet werk en bijstand en het Besluit WWB geregelde onderwerpen (Regeling WWB)
- BWB-id
- BWBR0015738
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-04-02
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0015738
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2004/regeling-participatiewet-ioaw-en-ioaz
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2004/regeling-participatiewet-ioaw-en-ioaz/2026-04-02
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0015738&g=2026-04-02
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0015738&z=2026-06-06&g=2026-04-02
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0015738/2026-04-02
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2004/regeling-participatiewet-ioaw-en-ioaz
Artikel 1 — Artikel 1 Definities#
Artikel 1 Definities In deze regeling wordt verstaan onder: a. minister: Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; b. Participatiewet wet:; c. artikel 74 van de wet vangnetuitkering: de vangnetuitkering, bedoeld in; d. artikel 73 van de wet toetsingscommissie: de toetsingscommissie vangnet Participatiewet, bedoeld in; e. Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers IOAW:; f. Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen IOAZ:; g. Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 Bbz 2004:. 2019 53169 30-09-2019 24-09-2019 2019-0000053850 2019 53169 30-09-2019 24-09-2019 2019-0000053850 01-01-2020
Artikel 2 — Artikel 2 Verslag over de uitvoering en accountantsverklaring#
Artikel 2 Verslag over de uitvoering en accountantsverklaring Vervallen 2008 250 24-12-2008 10-12-2008 W&B/SFI/08/35152 2008 250 24-12-2008 10-12-2008 W&B/SFI/08/35152 01-01-2009
Artikel 3 — Artikel 3 Geen accountantsverklaring#
Artikel 3 Geen accountantsverklaring Vervallen 2006 243 13-12-2006 06-12-2006 W&B/SFI/06/90237 2006 243 13-12-2006 06-12-2006 W&B/SFI/06/90237 01-01-2007
Artikel 4 — Artikel 4 Beeld van de uitvoering#
Artikel 4 Beeld van de uitvoering 1 artikelen 77, tweede lid, van de wet 54, eerste lid, van de IOAW 54, eerste lid, van de IOAZ Het beeld van de uitvoering, bedoeld in de,en, wordt voor 1 maart van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarop het beeld van de uitvoering betrekking heeft door de minister ontvangen. 2 Het beeld van de uitvoering wordt ingediend onder gebruikmaking van een formulier dat door de minister elektronisch beschikbaar wordt gesteld. 3 artikel 69, eerste lid, van de wet Indien het beeld van de uitvoering, bedoeld in het eerste lid, niet op de in het eerste lid genoemde datum is ontvangen, schort de minister de betaling van de uitkering, bedoeld invoor het lopende vergoedingsjaar op met ingang van de kalendermaand volgend op de kalendermaand waarop de ontvangsttermijn is verlopen, doch niet gedurende de periode waarover door de minister aan het college in geval van overmacht uitstel is verleend. 4 artikel 5, eerste lid De betaling van de uitkering wordt hervat op de vijftiende van de kalendermaand volgend op de kalendermaand waarin het beeld van de uitvoering, bedoeld in het eerste lid, is ontvangen door de minister. Indien daarvoor naar het oordeel van de minister een noodzaak bestaat, kan, na ontvangst van het beeld van de uitvoering, de betaling van de uitkering op een eerdere datum worden hervat, waarbij kan worden afgeweken van het betaalmoment, bedoeld in. 5 wet IOAW IOAZ Bbz 2004 Het derde en vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing, indien het college in gebreke blijft om binnen een door de minister vastgestelde termijn aanvullende informatie te verstrekken noodzakelijk voor het financieel beheer van de, de, deof het. 6 In afwijking van het derde lid kan worden afgezien van opschorting als op het moment waarop over opschorting wordt beslist het beeld van de uitvoering alsnog juist en volledig is ontvangen. 2022 5169 22-02-2022 14-02-2022 2021-0000221982 2022 5169 22-02-2022 14-02-2022 2021-0000221982 01-03-2022
Artikel 4a — Artikel 4a Rechtmatige wetsuitvoering#
Artikel 4a Rechtmatige wetsuitvoering Vervallen 2006 243 13-12-2006 06-12-2006 W&B/SFI/06/90237 2006 243 13-12-2006 06-12-2006 W&B/SFI/06/90237 01-01-2007
Artikel 5 — Artikel 5 Betaling#
Artikel 5 Betaling 1 artikel 69, eerste lid, van de wet Met uitzondering van de maand mei, wordt iedere maand op of omstreeks de vijftiende dag van die maand 8% van de voor het betreffende jaar vastgestelde uitkering, bedoeld inbetaalbaar gesteld. In de maand mei wordt op of omstreeks de vijftiende dag 12% van de uitkeringen betaalbaar gesteld. 2 artikel 71 van de wet artikel 69, eerste lid, van de wet Het bedrag waarmee de uitkering op grond vanwordt aangepast, wordt in gelijke delen verrekend met de voor het betreffende kalenderjaar resterende maandelijks te betalen delen van de uitkering, bedoeld in. 3 De vangnetuitkering wordt betaalbaar gesteld voor 1 april in het kalenderjaar dat ligt twee jaar na het jaar waarop de uitkering betrekking heeft. 2016 54185 13-10-2016 05-10-2016 2016-0000215728 2016 54185 13-10-2016 05-10-2016 2016-0000215728 01-01-2017
Artikel 5a — Artikel 5a Opschorting betaling bij vaststelling ernstige tekortkomingen#
Artikel 5a Opschorting betaling bij vaststelling ernstige tekortkomingen 1 artikel 76, derde lid, van de wet artikel 69, eerste lid, van de wet Indien de minister toepassing geeft aanschort hij de betaling van de vastgestelde uitkering, bedoeld ingedurende ten minste drie maanden op met ingang van de eerstvolgende kalendermaand waarin de uitkering nog niet betaalbaar is gesteld. 2 artikel 76, derde lid, van de wet De betaling van de uitkering wordt hervat op of omstreeks de vijftiende dag van de kalendermaand nadat de periode van drie maanden is verstreken dan wel nadat de langere periode van opschorting, die de minister met toepassing vanheeft vastgesteld is verstreken. 2012 26022 17-12-2012 07-12-2012 2012-0000050710 2012 26022 17-12-2012 07-12-2012 2012-0000050710 01-01-2013
Artikel 6 — Artikel 6 Gegevens verdeelmodel#
Artikel 6 Gegevens verdeelmodel bijlage I bijlage bij het Besluit Participatiewet Inbij deze regeling zijn de gewichten en peildata opgenomen die gelden voor de indicatoren, bedoeld in tabel 1 en tabel 3 van dealsmede de normbedragen, bedoeld in tabel 2 van de bijlage bij het Besluit Participatiewet. 2020 66672 21-12-2020 11-12-2020 2020-0000168830 2020 66672 21-12-2020 11-12-2020 2020-0000168830 01-01-2021
Artikel 6a — Artikel 6a Correctiefactor te late indiening verantwoordingsinformatie#
Artikel 6a Correctiefactor te late indiening verantwoordingsinformatie artikel 7, vierde lid, van het Besluit Participatiewet De correctiefactor, bedoeld in, bedraagt 5%. 2022 25828 30-09-2022 23-09-2022 2022-0000190844 2022 25828 30-09-2022 23-09-2022 2022-0000190844 01-01-2023
Artikel 6b — Artikel 6b Toetsing inleg lijfrente#
Artikel 6b Toetsing inleg lijfrente 1 artikel 15, tweede lid, onderdeel b, onder 3°, van de wet Voor de toepassing vanwordt de inleg in het jaar van aanvraag van bijstand en de daaraan voorafgaande vier kalenderjaren in beschouwing genomen. 2 artikel 15, tweede lid, onderdeel b, onder 3°, van de wet Voor de beoordeling of de inleg ten hoogste het ingenoemde bedrag heeft bedragen, wordt: a. voor de inleg gedaan in het jaar van aanvraag van bijstand: het genoemde bedrag naar evenredigheid van de tussen 1 januari en de dag van aanvraag van bijstand gelegen periode in aanmerking genomen; b. voor de inleg gedaan in de aan de aanvraag voorafgaande vier kalenderjaren: het genoemde bedrag in aanmerking genomen dat geldt op de dag van aanvraag van bijstand. 2015 46125 18-12-2015 02-12-2015 2015-0000296373 2015 46125 18-12-2015 02-12-2015 2015-0000296373 01-04-2016
Artikel 6c — Artikel 6c Toetsing waarde lijfrente en hoogte inleg#
Artikel 6c Toetsing waarde lijfrente en hoogte inleg artikel 15, tweede lid, onderdeel b, van de wet Het bedrag waarmee bij toepassing vande inleg het in subonderdeel 3° van dat onderdeel genoemde bedrag overschrijdt, wordt in mindering gebracht op de waarde van de lijfrente of lijfrenten. 2015 46125 18-12-2015 02-12-2015 2015-0000296373 2015 46125 18-12-2015 02-12-2015 2015-0000296373 01-04-2016
Artikel 7 — Artikel 7 Vrijlating uitkeringen en vergoedingen#
Artikel 7 Vrijlating uitkeringen en vergoedingen artikel 31 van de wet Niet tot de middelen, bedoeld in, worden gerekend: a. de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 3 van de Uitkeringsregeling Hulpfonds Gedupeerden Bijlmerramp; b. Regeling tegemoetkoming asbestslachtoffers 2014 de eenmalige uitkering en het voorschot, bedoeld in de; c. de vergoeding, bedoeld in artikel 16 van het Besluit tot wijziging van de aanwijzing van het luchtvaartterrein Maastricht, alsmede vaststelling van geluidszones (Interim-aanwijzingsbesluit luchtvaartterrein Maastricht); d. de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 3, 4 en 5 van de Uitkeringsregeling Fonds Slachtoffers Legionella-epidemie; e. de eenmalige uitkering toegekend aan oud-mijnwerkers in verband met silicose; f. Uitkeringswet tegemoetkoming twee tot vijfjarige diensttijd veteranen de eenmalige uitkering ingevolge de; g. de individuele uitkeringen in het kader van tegoeden Tweede Wereldoorlog aan leden van de Joodse, Sinti, Roma en Indische gemeenschappen; h. artikel 2, zesde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 een kostenvergoeding voor het verrichten van vrijwilligerswerk van ten hoogste de in, genoemde gezamenlijke waarden per maand en per kalenderjaar; i. artikel 2 van de Tijdelijke regeling eenmalige tegemoetkoming pensioenverevening de eenmalige tegemoetkoming, bedoeld in; j. artikel 907, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek de uitkering, bedoeld in artikel 3 van de Vaststellingsovereenkomst houdende een regeling voor een collectieve partiële afwikkeling van schade die mogelijk verband houdt met DES-gebruik tijdens zwangerschap, die is gehecht aan de beschikking van het Gerechtshof Amsterdam van 1 juni 2006, R05/1743 (LJN: AX6440) en bij die beschikking op grond vanverbindend is verklaard voor de in artikel 1 van die overeenkomst bedoelde personen; k. artikel 4 van de Regeling tegemoetkoming niet-loondienstgerelateerde slachtoffers van mesothelioom de tegemoetkoming, bedoeld in; l. de vergoeding, toegekend aan slachtoffers van seksueel misbruik in de Rooms-Katholieke Kerk, bedoeld in de Compensatieregelingen R.-K. Kerk Nederland; m. Tijdelijke regeling uitkeringen seksueel misbruik minderjarigen in instellingen en pleeggezinnen de financiële tegemoetkoming in de geleden schade, bedoeld in het Statuut voor de buitengerechtelijke afhandeling van civiele vorderingen tot schadevergoeding in verband met seksueel misbruik van minderjarigen in instellingen en pleeggezinnen en de uitkering, bedoeld in de; n. artikel 21a, eerste lid, van het Besluit aanvullende arbeidsongeschiktheids- en invaliditeitsvoorzieningen militairen 21a, eerste lid, van het Besluit bijzondere militaire pensioenen de eenmalige bijzondere uitkering, bedoeld in, dan wel artikel; o. artikel 2 van de Beleidsregel tegemoetkoming Q-koorts de eenmalige tegemoetkoming, bedoeld in; p. betalingen door de Dienst Toeslagen inzake: 1°. artikel 2.1 artikel 2.9a, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1 tweede lid, artikel 2.9b, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1, of tweede lid artikel 2.14h van de Wet hersteloperatie toeslagen de compensatie of aanvullende compensatie, bedoeld in,, of, of; 2°. artikel 2.6 artikel 2.9a, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2, of tweede lid artikel 2.9b, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2, of tweede lid, van de Wet hersteloperatie toeslagen de O/GS-tegemoetkoming en aanvullende O/GS-tegemoetkoming, bedoeld in,, of; 3°. artikel 2.7 artikel 2.9a, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 3 artikel 2.9 b, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 3, van de Wet hersteloperatie toeslagen het forfaitair bedrag, bedoeld in,, of; 4°. artikel 2.8 artikel 2.14i van de Wet hersteloperatie toeslagen de incidentele noodvoorziening, bedoeld inof; 5°. artikel 2.9 van de Wet hersteloperatie toeslagen de bijzondere tegemoetkoming kinderopvangtoeslag, bedoeld in; 6°. artikel 49g van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen de eenmalige tegemoetkoming, bedoeld in, zoals dat luidde op 25 januari 2021; 7°. afdeling 2.2 van de Wet hersteloperatie toeslagen afdeling 2.2a van de Wet hersteloperatie toeslagen de tegemoetkoming aan een kind, pleegkind of voormalig pleegkind als bedoeld in, of de tegemoetkoming aan de nabestaanden van een overleden kind als bedoeld in; 8°. Afdeling 2.5 van de Wet hersteloperatie toeslagen de tegemoetkoming, bedoeld in. q. het voorschot, bedoeld in de Regeling tegemoetkoming werknemers met CSE; r. Wet schadefonds geweldsmisdrijven een uitkering als bedoeld in de, met uitzondering van het deel van de uitkering dat vanwege de derving van levensonderhoud wordt verstrekt aan nabestaanden; s. de eenmalige aanvullende financiële bijdrage van de Stichting Zorg na Werk in Coronazorg; t. Tijdelijke regeling eenmalige uitkering Dutchbat-III-veteranen een eenmalige uitkering als bedoeld in de; u. een schadevergoeding als bedoeld in de Civielrechtelijke regeling ter uitvoering van het arrest van de Hoge Raad van 19 juli 2019 inzake Staat/Stichting Mothers of Srebrenica, Ministerie van Defensie (Stcrt. 2021, 27109); v. Beleidsregel tegemoetkoming Wet wijziging geregistreerd geslacht 1985–2014 een tegemoetkoming als bedoeld in de; w. Regeling tegemoetkoming stoffengerelateerde beroepsziekten de tegemoetkoming, bedoeld in de; x. de schadevergoeding die door de Stichting Vergoeding schade slachtoffers schietincident Alphen aan den Rijn is toegekend aan de overlevenden en nabestaanden van het schietincident in Alphen aan den Rijn op 9 april 2011; y. de schadevergoeding die is verkregen door nabestaanden van personen die als gevolg van het neerhalen van Malaysia Airlines vlucht MH17 op 17 juli 2014 zijn overleden; z. de eenmalige uitkering in verband met langdurige post-COVID klachten aan zorgmedewerkers op grond van de Regeling zorgmedewerkers met langdurige post-COVID klachten; aa. artikelen 4 5 van de Wet compensatie wegens selectie aan de poort de compensatie, bedoeld in deen; bb. Tijdelijk besluit eenmalig bedrag ouderen van Surinaamse herkomst het eenmalige bedrag, bedoeld in het; cc. de betalingen die verband houden met de herziening van de door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap genomen besluiten inzake: die zijn genomen op grond van de controlewerkwijze waarvan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft geconstateerd dat sprake was van indirecte discriminatie; 1°. herziening van het recht op studiefinanciering; 2°. terugvordering van studiefinanciering; en 3°. boete, dd. artikel 2, eerste lid, van de Wet onverplichte tegemoetkoming onterechte afwijzing buitengerechtelijke schuldregeling artikel 4, eerste lid, van die wet de tegemoetkoming, bedoeld in, en het bedrag gelijk aan de betaalde en verrekende bedragen, bedoeld in. 2026 12257 01-04-2026 24-03-2026 2026-0000071879 2026 12257 01-04-2026 24-03-2026 2026-0000071879 02-04-2026 22-04-2024
Artikel 7a — Artikel 7a Indexering#
Artikel 7a Indexering Vervallen 2018 69997 13-12-2018 05-12-2018 2018-0000144973 2018 69997 13-12-2018 05-12-2018 2018-0000144973 01-01-2019
Artikel 8 — Artikel 8 Definities#
Artikel 8 Definities In deze paragraaf wordt verstaan onder: a. artikel 32, eerste lid, van de wet artikel 31, derde lid, van de wet inkomen: in aanmerking te nemen inkomen, bedoeld invoorzover daarover aanspraak op vakantietoeslag bestaat, zonder de daarin begrepen aanspraak op vakantietoeslag, na aftrek van de daarover verschuldigde loonbelasting, premies, bijdragen en inhoudingen, bedoeld in; b. artikel 32, eerste lid, van de wet artikel 31, derde lid van de wet aanspraak op vakantietoeslag: aanspraak op vakantietoeslag voor zover daarop aanspraak bestaat over het inkomen, bedoeld in, na aftrek van de daarover verschuldigde loonbelasting, premies, bijdragen en inhoudingen, bedoeld in; c. artikel 22 van de Wet op de loonbelasting 1964 algemene heffingskorting: tot een bedrag per maand omgerekende algemene heffingskorting, bedoeld in; d. artikel 22a van de Wet op de loonbelasting 1964 arbeidskorting: arbeidskorting, bedoeld in. 2003 204 22-10-2003 16-10-2003 W&B/WWB/2003/78560 2003 204 22-10-2003 16-10-2003 W&B/WWB/2003/78560 01-01-2004
Artikel 9 — Artikel 9 Reikwijdte#
Artikel 9 Reikwijdte Deze paragraaf is van toepassing op de vaststelling van de aanspraak op vakantietoeslag over een inkomen ontvangen in het kalenderjaar 2026. 2025 43567 18-12-2025 10-12-2025 2025-000239225 2025 43567 18-12-2025 10-12-2025 2025-000239225 01-01-2026
Artikel 10 — Artikel 10 In aanmerking te nemen vakantietoeslag#
Artikel 10 In aanmerking te nemen vakantietoeslag artikelen 11 12 13 14 Indien over het inkomen van de belanghebbende aanspraak op vakantietoeslag bestaat neemt het college bij de vaststelling van de hoogte van de algemene bijstand mede op grond van de,,ofberekende aanspraak op vakantietoeslag in aanmerking. 2013 26340 24-09-2013 16-09-2013 2013-0000122305 2013 26340 24-09-2013 16-09-2013 2013-0000122305 01-01-2014
Artikel 11 — Artikel 11 artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet Aanspraak op vakantietoeslag voor personen jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld inmet inkomen uit tegenwoordige arbeid#
Artikel 11 artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet Aanspraak op vakantietoeslag voor personen jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld inmet inkomen uit tegenwoordige arbeid artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet Indien de belanghebbende de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld innog niet heeft bereikt, het in aanmerking te nemen inkomen loon uit tegenwoordige arbeid betreft en voor de inhouding van loonheffing rekening is gehouden met de arbeidskorting en de algemene heffingskorting, wordt de aanspraak op vakantietoeslag vastgesteld aan de hand van de navolgende tabel, waarbij onder ‘ink’ het inkomen wordt verstaan. bij een netto inkomen per maand bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag gelijk aan of meer dan en minder dan € 0,00 € 876,39 8,00% x ink € 876,39 € 1.059,26 8,00% x ink - € 20,77 € 1.059,26 € 2.175,48 8,00% x ink - € 02,67 € 2.175,48 5,02% X ink - € 01,68 2025 43567 18-12-2025 10-12-2025 2025-000239225 2025 43567 18-12-2025 10-12-2025 2025-000239225 01-01-2026
Artikel 12 — Artikel 12 artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet Aanspraak op vakantietoeslag voor personen jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld inmet inkomen uit vroegere arbeid#
Artikel 12 artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet Aanspraak op vakantietoeslag voor personen jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld inmet inkomen uit vroegere arbeid artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet Indien de belanghebbende de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld innog niet heeft bereikt, het in aanmerking te nemen inkomen loon uit vroegere arbeid betreft en voor de inhouding van loonheffing rekening is gehouden met de algemene heffingskorting wordt de aanspraak op vakantietoeslag vastgesteld aan de hand van de navolgende tabel, waarbij onder ‘ink’ het inkomen wordt verstaan. bij een netto inkomen per maand bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag gelijk aan of meer dan en minder dan € 0,00 € 672,38 8,00% x ink € 672,38 € 726,15 5,14% x ink € 726,15 € 1.733,81 8,00% x ink - € 20,77 € 1.733,81 € 1.851,75 7,20% x ink - € 18,70 € 1.851,75 8,00% x ink - € 33,46 2025 43567 18-12-2025 10-12-2025 2025-000239225 2025 43567 18-12-2025 10-12-2025 2025-000239225 01-01-2026
Artikel 13 — Artikel 13 artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet Aanspraak op vakantietoeslag voor personen jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld invoor wie geen rekening is gehouden met de algemene heffingskorting#
Artikel 13 artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet Aanspraak op vakantietoeslag voor personen jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld invoor wie geen rekening is gehouden met de algemene heffingskorting artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet Indien de belanghebbende de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld innog niet heeft bereikt en voor de inhouding van loonheffing geen rekening is gehouden met de algemene heffingskorting, wordt de aanspraak op vakantietoeslag vastgesteld aan de hand van de navolgende tabel, waarbij onder ‘ink’ het inkomen wordt verstaan. bij een netto inkomen per maand bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag gelijk aan of meer dan en minder dan € 0 8,00% x ink 2022 35085 29-12-2022 20-12-2022 2022-0000269574 2022 35085 29-12-2022 20-12-2022 2022-0000269574 01-01-2023
Artikel 14 — Artikel 14 artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet Aanspraak op vakantietoeslag voor personen die de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld inhebben bereikt#
Artikel 14 artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet Aanspraak op vakantietoeslag voor personen die de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld inhebben bereikt 1 artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet artikel 13 van de Algemene Ouderdomswet Indien de belanghebbende de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld inheeft bereikt en het inkomen van de belanghebbende bestaat uit een gekort ouderdomspensioen en toeslag als bedoeld inbedraagt de daarbij behorende aanspraak op vakantietoeslag voor: a. alleenstaande 6,51% x ink artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet b. gehuwden, waarvan beide echtgenoten de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld inhebben bereikt 6,78% x ink artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet c. gehuwden, waarvan een echtgenoot de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld inheeft bereikt en de andere echtgenoot jonger is dan de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, indien: – het inkomen € 1.507,16 of meer bedraagt 6,78% x ink - € 20,48 – het inkomen lager is dan € 1.507,16 6,78% x ink 2 Indien de belanghebbende, bedoeld in het eerste lid, naast het gekorte ouderdomspensioen en toeslag, bedoeld in het eerste lid, een ander inkomen heeft dat recht geeft op vakantietoeslag bedraagt de aanspraak op die vakantietoeslag 8% van dat andere inkomen. 2025 43567 18-12-2025 10-12-2025 2025-000239225 2025 43567 18-12-2025 10-12-2025 2025-000239225 01-01-2026
Artikel 15 — Artikel 15 Procedurele bepalingen verzoek vangnetuitkering#
Artikel 15 Procedurele bepalingen verzoek vangnetuitkering 1 Een verzoek tot een vangnetuitkering wordt door de toetsingscommissie ontvangen in de periode van 1 januari tot en met 15 augustus van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarop het verzoek betrekking heeft. 2 Een verzoek dat door de toetsingscommissie wordt ontvangen voor of na afloop van de periode, genoemd in het eerste lid, wordt niet in behandeling genomen. 3 De toetsingscommissie adviseert de minister uiterlijk op 31 oktober van het kalenderjaar, bedoeld in het eerste lid, over de te nemen beslissing. 4 De toetsingscommissie kan de minister voor 15 oktober verzoeken om een aantal adviezen later dan 31 oktober vast te stellen. 5 Indien de minister aan een verzoek als bedoeld in het vierde lid voldoet, bepaalt hij daarbij het aantal adviezen dat later kan worden vastgesteld en de datum waarop deze adviezen uiterlijk door de minister worden ontvangen. 6 Het college verstrekt bij een verzoek als bedoeld in het eerste lid aan de minister informatie over genomen maatregelen om te komen tot een reductie dan wel tot een verdere reductie van het verschil tussen de in aanmerking komende netto lasten over het uitkeringsjaar en de verstrekte uitkering. 2025 32758 30-09-2025 22-09-2025 2025-0000181454 2025 32758 30-09-2025 22-09-2025 2025-0000181454 01-01-2026
Artikel 15a — Artikel 15a Bbz 2004 Bedragen vergoeding centrumgemeenten bijstandverlening ondernemers in de binnenvaart#
Artikel 15a Bbz 2004 Bedragen vergoeding centrumgemeenten bijstandverlening ondernemers in de binnenvaart 1 artikel 52, eerste lid, onderdeel b, van het Bbz 2004 De kosten, bedoeld in, van een aan derden opgedragen onderzoek inzake verlening van algemene bijstand en bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal aan ondernemers in de binnenvaart komen voor vergoeding in aanmerking, voor zover de kosten per onderzoek niet meer bedragen dan: a. artikel 2, eerste lid, onderdelen a en b, van het Bbz 2004 € 3.478,00 voor een uitgebreid rapport en € 2.055,00 voor een verkort rapport betrekking hebbend op bijstandverlening aan een gevestigde of een beginnende zelfstandige als bedoeld in; b. artikel 2, eerste lid, onderdelen c en d, van het Bbz 2004 € 1.264,00 voor een rapport betrekking hebbend op bijstandverlening aan een oudere of een beëindigende zelfstandige als bedoeld inof een nader of vervolgrapport betrekking hebbend op bijstandverlening aan een zelfstandige. 2 De bedragen, genoemd in het eerste lid, onderdelen a en b, worden met ingang van 1 januari van elk kalenderjaar gewijzigd met het percentage waarmee het prijsindexcijfer van de gezinsconsumptie over de maand oktober daaraan voorafgaand afwijkt van het prijsindexcijfer waarop de laatste vaststelling van de bedragen is gebaseerd. De gewijzigde bedragen worden door of namens de Minister medegedeeld in de Staatscourant. 2025 43553 18-12-2025 10-12-2025 2025-0000238547 2025 43553 18-12-2025 10-12-2025 2025-0000238547 01-01-2026
Artikel 15b — Artikel 15b Aantallen beschut werk#
Artikel 15b Aantallen beschut werk artikel 10b, vierde lid, van de wet bijlage II Het aantal ten minste te realiseren dienstbetrekkingen, bedoeld inwordt voor het jaar 2026 vastgesteld op het inbij deze regeling bepaalde aantal per gemeente. 2025 43567 18-12-2025 10-12-2025 2025-000239225 2025 43567 18-12-2025 10-12-2025 2025-000239225 01-01-2026
Artikel 15ba — Artikel 15ba Tegemoetkoming alleenverdienersproblematiek#
Artikel 15ba Tegemoetkoming alleenverdienersproblematiek artikel 78gg, eerste lid De tegemoetkoming voor een huishouden dat voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in, bedraagt: a. € 1.000 voor een huishouden dat in het jaar 2025 aan de voorwaarden voldoet; b. € 1.100 voor een huishouden dat in het jaar 2026 aan de voorwaarden voldoet. 2025 44064 22-12-2025 15-12-2025 2025-0000287204 2025 44064 22-12-2025 15-12-2025 2025-0000287204 01-01-2026
Artikel 15c — Artikel 15c Grondslag#
Artikel 15c Grondslag artikelen 78gg, zevende lid, van de wet 20a, tiende lid 29, zesde lid, van de IOAW 20a, tiende lid 29, zesde lid, van de IOAZ Deze regeling is mede gebaseerd op de,, enen, en. 2024 42274 27-12-2024 18-12-2024 2024-0000937666 2024 42274 27-12-2024 18-12-2024 2024-0000937666 01-01-2025
Artikel 16 — Artikel 16 Inwerkingtreding#
Artikel 16 Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2004. 2003 204 22-10-2003 16-10-2003 W&B/WWB/2003/78560 2003 204 22-10-2003 16-10-2003 W&B/WWB/2003/78560 01-01-2004
Artikel 17 — Artikel 17 Citeertitel#
Artikel 17 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ. 2014 34049 01-12-2014 24-11-2014 2014-0000174745 2014 34049 01-12-2014 24-11-2014 2014-0000174745 01-01-2015
Artikel 6#
artikel 6
Artikel 15b#
artikel 15b