Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties houdende een aantal rechtspositionele aangelegenheden ten aanzien van burgemeesters (Regeling rechtspositie burgemeesters)
- BWB-id
- BWBR0016417
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Geldigheid
- 2016-02-01 t/m 2018-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0016417
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2004/regeling-rechtspositie-burgemeesters
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2004/regeling-rechtspositie-burgemeesters/2016-02-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0016417&g=2016-02-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0016417&z=2026-06-06&g=2016-02-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0016417/2016-02-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2004/regeling-rechtspositie-burgemeesters
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 artikel 30, tweede lid, van het Rechtspositiebesluit burgemeesters Voor zover er sprake is van een vergoeding voor de aanschaf of het gebruik van de eigen computerapparatuur, bijbehorende apparatuur en software als bedoeld in, ontvangt de burgemeester ten laste van de gemeente op aanvraag per jaar een tegemoetkoming van 30% van de aanschafwaarde van deze apparatuur en software voor de periode van maximaal drie jaar. 2 De aanleg- en abonnementskosten van de internetverbinding ten behoeve van het gebruik van de computer komen ten laste van de gemeente. 3 Het college van burgemeester en wethouders stelt het model van een bruikleenovereenkomst vast. 2010 20722 30-12-2010 16-12-2010 2010-0000810758 2011 5 11-01-2011 28-12-2010 12-01-2011 01-01-2011 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit wijziging van de rechtspositiebesluiten decentrale politieke ambtsdragers 2010 in werking treedt.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Vervallen 2014 18059 30-06-2014 23-06-2014 2014-0000305808 2014 18059 30-06-2014 23-06-2014 2014-0000305808 01-07-2014
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 31, eerste en derde lid, van het Rechtspositiebesluit burgemeesters De verhuiskostenvergoeding, bedoeld in, betreft het bedrag van: a. de kosten voor het transport van de bagage en de inboedel van de betrokkene en zijn gezinsleden naar de nieuwe woning, waaronder begrepen de kosten van het in- en uitpakken van bagage en inboedel; b. andere direct uit de verhuizing voortvloeiende kosten, waaronder begrepen de kosten van inrichting van de woning en tijdelijke opslag, tot een maximum van € 5.818,46. 2 Kosten in verband met de aan- of verkoop van een woning en verbouwingskosten worden niet aangemerkt als kosten als bedoeld in het eerste lid. 3 Het recht op een verhuiskostenvergoeding vervalt indien de burgemeester niet binnen drie jaar is verhuisd. 4 Indien de waarnemend burgemeester in verband met zijn benoeming naar de gemeente verhuist waar hij is benoemd, heeft hij recht op een verhuiskostenvergoeding. 2016 4618 29-01-2016 27-01-2016 2016-0000054570 4618 29-01-2016 2016 4618 29-01-2016 27-01-2016 2016-0000054570 01-02-2016
Artikel 3a — Artikel 3a#
Artikel 3a 1 artikel 3 Indien zijn verhuizing leidt tot dubbele woonlasten ontvangt de burgemeester in aanvulling op de verhuiskostenvergoeding, bedoeld in, een tegemoetkoming in de kosten van dubbele woonlasten gedurende ten hoogste drie jaar na zijn benoeming, op voorwaarde dat hij in de gemeente is ingeschreven in de basisregistratie personen. 2 De tegemoetkoming bestaat uit het bedrag van de gemaakte kosten van huisvesting en bedraagt ten hoogste 18% van de bezoldiging. 3 Onder de daadwerkelijk gemaakte kosten van de huisvesting, bedoeld in het tweede lid, worden verstaan: a. het bedrag van de huur van de woning in de gemeente waar de burgemeester is benoemd, vermeerderd met de kosten voor elektriciteit, gas en water; b. de rente van schulden ter verwerving van de woning in de gemeente waar de burgemeester is benoemd, vermeerderd met de kosten voor elektriciteit, gas en water; óf c. de korting op de bezoldiging vanwege de bewoning van een door de gemeente ter beschikking gestelde woonvoorziening, waaronder begrepen een ambtswoning, vermeerderd met de kosten voor elektriciteit, gas en water. 4 De tegemoetkoming gaat in op de eerste dag van de maand na de benoeming waarop de dubbele woonlasten ontstaan en eindigt met ingang van de eerste dag van de maand waarin de woning waar de burgemeester tot zijn benoeming woonde, is verkocht, of na afloop van de in het eerste lid bedoelde maximale duur. De datum van verkoop wordt bepaald op de dag dat de akte betreffende de overdracht van de woning bij de notaris is gepasseerd. 5 De tegemoetkoming wordt slechts verleend indien: a. de burgemeester binnen drie jaar na zijn benoeming een woning huurt of koopt in de gemeente waar hij is benoemd, dan wel een door de gemeente ter beschikking gestelde woonvoorziening betrekt, waaronder begrepen een ambtswoning; én b. de woning waar de burgemeester ten tijde van zijn benoeming woonde, voor een ieder kenbaar te koop staat en er, nadat eventuele huurinkomsten uit die woning in mindering zijn gebracht op de rente over de schulden ter verwerving van die woning, een bedrag resteert dat voor zijn rekening komt. 6 De verschuldigde loon- en inkomstenbelasting over de tegemoetkoming worden door de gemeente aan de burgemeester vergoed. 7 Dit artikel is niet van toepassing op de benoemde waarnemend burgemeester. 2016 4618 29-01-2016 27-01-2016 2016-0000054570 4618 29-01-2016 2016 4618 29-01-2016 27-01-2016 2016-0000054570 01-02-2016
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 31, tweede lid, van het Rechtspositiebesluit burgemeesters De vergoeding voor reis- en pensionkosten, bedoeld in, bedraagt voor de periode dat aan de burgemeester ontheffing van de verplichting om zijn werkelijke woonplaats in de gemeente te hebben is verleend: a. per maand het bedrag van de gemaakte pensionkosten doch ten hoogste 18% van de bezoldiging; b. voor reiskosten tussen de woonplaats en de plaats van verblijf: 1°. de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer; 2°. bij gebruik van een eigen personenauto, een bedrag van € 0,15 per afgelegde kilometer. 2 Indien geen aanspraak wordt gemaakt op een vergoeding van pensionkosten, bedraagt de vergoeding voor het reizen tussen de woonplaats en de gemeente: a. de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer; b. bij gebruik van een eigen personenauto, een bedrag van € 0,15 per afgelegde kilometer. 3 Onder gemaakte pensionkosten worden verstaan de kosten die de burgemeester maakt voor tijdelijke huisvesting in de gemeente waarin hij is benoemd. In deze kosten zijn begrepen de kosten van elektriciteit, gas en water, maar niet de kosten die in rekening worden gebracht voor overige diensten of zaken. 4 Onder de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer worden verstaan de kosten van voor een ieder openstaand personenvervoer volgens een dienstregeling met een auto, bus, trein, metro, tram of via een geleidesysteem voortbewogen voertuig dan wel met een veerpont of een veerboot. 5 De verschuldigde loon- en inkomstenbelasting over de vergoeding voor pensionkosten worden door de gemeente aan de burgemeester vergoed. 6 Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op de benoemde waarnemend burgemeester. 2016 4618 29-01-2016 27-01-2016 2016-0000054570 4618 29-01-2016 2016 4618 29-01-2016 27-01-2016 2016-0000054570 01-02-2016
Artikel 4a — Artikel 4a#
Artikel 4a 1 Indien een burgemeester of een waarnemend burgemeester recht heeft op een vergoeding van pensionkosten kan hij de reiskosten voor één bezoek per week aan de woning waar hij ten tijde van zijn benoeming woonde, ten laste brengen van de gemeente. Deze vergoeding bedraagt: a. de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer; b. bij gebruik van een eigen personenauto, een bedrag van € 0,15 per afgelegde kilometer. 2 Indien een burgemeester een tegemoetkoming voor dubbele woonlasten ontvangt voor de woning waar hij ten tijde van zijn benoeming woonde, kan hij de reiskosten voor één bezoek per week aan die woning ten laste brengen van de gemeente. Deze vergoeding bedraagt: a. de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer; b. bij gebruik van een eigen personenauto, een bedrag van € 0,15 per afgelegde kilometer. 2016 4618 29-01-2016 27-01-2016 2016-0000054570 4618 29-01-2016 2016 4618 29-01-2016 27-01-2016 2016-0000054570 01-02-2016
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 32, eerste lid, onder a, van het Rechtspositiebesluit burgemeesters De vergoeding van kosten voor woon- werkverkeer, bedoeld in, bedraagt: a. artikel 4, vierde lid de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer als bedoeld in; b. bij gebruik van een eigen personenauto een bedrag van € 0,15 per afgelegde kilometer. 2 De vergoeding van kosten voor woon- werkverkeer wordt uitsluitend toegekend indien de burgemeester is ingeschreven in de basisregistratie personen in de gemeente waarin hij is benoemd, of in het geval hem ontheffing van de verplichting om zijn werkelijke woonplaats in de gemeente te hebben, is verleend voor ten hoogste de duur van die periode. 3 De waarnemend burgemeester heeft recht op een vergoeding van de kosten voor woon-werkverkeer. 4 artikel 5 De waarnemend burgemeester die op 31 januari 2016 in functie is, behoudt de vergoeding van kosten voor woon-werkverkeer op basis van, zoals dat luidde op 31 januari 2016. 2016 4618 29-01-2016 27-01-2016 2016-0000054570 4618 29-01-2016 2016 4618 29-01-2016 27-01-2016 2016-0000054570 01-02-2016
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Indien de burgemeester voor de uitoefening van zijn functie voor vervoer binnen de gemeente regelmatig zakelijk gebruik maakt van een eigen personenauto, heeft hij daarvoor aanspraak op een vaste vergoeding of een vergoeding op basis van het jaarlijks per eigen personenauto afgelegde aantal kilometers. 2 De vaste vergoeding, bedoeld in het eerste lid, bedraagt per maand: a. € 31,08 in gemeenten met een oppervlak tot 50 vierkante kilometer; b. € 44,40 in gemeenten met een oppervlak van 50 tot 100 vierkante kilometer; c. € 66,60 in gemeenten met een oppervlak van 100 tot 150 vierkante kilometer; d. € 79,92 in gemeenten met een oppervlak van 150 vierkante kilometer en meer. 3 De vergoeding op basis van het jaarlijks per eigen personenauto afgelegde aantal kilometers, bedoeld in het eerste lid, is gelijk aan het aantal kilometers vermenigvuldigd met € 0,28. Het aantal kilometers dat maximaal kan worden gedeclareerd bedraagt per jaar: a. 2100 in gemeenten met een oppervlak tot 50 vierkante kilometer; b. 3000 in gemeenten met een oppervlak van 50 tot 100 vierkante kilometer; c. 4500 in gemeenten met een oppervlak van 100 tot 150 vierkante kilometer; d. 5400 in gemeenten met een oppervlak van 150 vierkante kilometer en meer. 4 artikel 4, vijfde lid Indien de burgemeester voor de uitoefening van de functie binnen de gemeente geen aanspraak maakt op de vergoeding, bedoeld in het eerste lid, ontvangt hij de kosten voor het gebruik van het openbaar vervoer, bedoeld in. 5 Een burgemeester die de beschikking heeft over een dienstauto en daarnaast regelmatig gebruik maakt van een eigen personenauto, ontvangt een vergoeding die is gebaseerd op de helft van de in het tweede lid genoemde bedragen, respectievelijk op de helft van het in het derde lid genoemde aantal kilometers. 6 Voor een dienstreis met een bestemming buiten de gemeente, geldt bij gebruik van een eigen personenauto een vergoeding van € 0,28 per kilometer of een vergoeding van de kosten voor het gebruik van het openbaar vervoer. 7 artikel 32, eerste lid, onderdeel b, van het Rechtspositiebesluit burgemeesters De vergoeding van verblijfkosten, bedoeld in, betreft de noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte werkelijke kosten. 2011 19571 28-10-2011 24-10-2011 2011-2000430735,CZW/WBI 2011 19571 28-10-2011 24-10-2011 2011-2000430735,CZW/WBI 01-11-2011
Artikel 6a — Artikel 6a#
Artikel 6a Vervallen 2010 20722 30-12-2010 16-12-2010 2010-0000810758 2011 5 11-01-2011 28-12-2010 12-01-2011 01-01-2011 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit wijziging van de rechtspositiebesluiten decentrale politieke ambtsdragers 2010 in werking treedt.
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 artikel 34 van het Rechtspositiebesluit burgemeesters De vergoeding voor reiskosten, bedoeld in, bedraagt: a. artikel 4, vijfde lid de kosten voor het gebruik van het openbaar vervoer, bedoeld in; b. € 0,09 per afgelegde kilometer voor het gebruik van een eigen motorvoertuig, indien het gebruik van het openbaar vervoer doelmatig was; c. € 0,37 per afgelegde kilometer voor het gebruik van een eigen motorvoertuig, indien het gebruik van het openbaar vervoer niet doelmatig was. 2011 19571 28-10-2011 24-10-2011 2011-2000430735,CZW/WBI 2011 19571 28-10-2011 24-10-2011 2011-2000430735,CZW/WBI 01-11-2011
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Het declareren van de kosten geschiedt onder overlegging van bewijsstukken. 2004 41 01-03-2004 20-02-2004 BW2003/84523 2004 41 01-03-2004 20-02-2004 BW2003/84523 01-01-2004 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 8a — Artikel 8a#
Artikel 8a Vervallen 2010 20722 30-12-2010 16-12-2010 2010-0000810758 2009 611 29-12-2009 23-12-2009 32130 01-01-2015 2013 566 23-12-2013 18-12-2013 33753 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 39c van de Wet op
de loonbelasting 1964 vervalt. Inwerkingtreding voorheen door Stb. 2009/611 gesteld op 1 januari 2014.
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Regeling vaste autokostenvergoeding burgemeesters 1996 Dewordt ingetrokken. 2004 41 01-03-2004 20-02-2004 BW2003/84523 2004 41 01-03-2004 20-02-2004 BW2003/84523 01-01-2004 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2004, met dien verstande dat: a. artikel 1 2 van de Regeling rechtspositie burgemeesters enterugwerken tot en met 1 juli 2002, b. regeling van de vergoeding aan ambtenaren van kosten verbonden aan het gebruik van de privé-telefoonaansluiting voor dienstdoeleinden het college kan bepalen dat in afwijking van het bepaalde onder a, tot de inwerkingtreding van deze regeling overeenkomstige toepassing wordt gegeven aan de(Stb. 527), c. artikel 5, derde lid van de Regeling rechtspositie burgemeesters terugwerkt tot en met 1 januari 2002. 2004 41 01-03-2004 20-02-2004 BW2003/84523 2004 41 01-03-2004 20-02-2004 BW2003/84523 01-01-2004 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling rechtspositie burgemeesters. 2004 41 01-03-2004 20-02-2004 BW2003/84523 2004 41 01-03-2004 20-02-2004 BW2003/84523 01-01-2004 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.