Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties houdende een aantal rechtspositionele aangelegenheden ten aanzien van commissarissen van de Koning (Regeling rechtspositie commissarissen van de Koning)
- BWB-id
- BWBR0016419
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Geldigheid
- 2016-02-01 t/m 2019-03-27
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0016419
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2004/regeling-rechtspositie-commissarissen-van-de-koning
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2004/regeling-rechtspositie-commissarissen-van-de-koning/2016-02-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0016419&g=2016-02-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0016419&z=2026-06-06&g=2016-02-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0016419/2016-02-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2004/regeling-rechtspositie-commissarissen-van-de-koning
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 artikel 7, tweede lid, van het Rechtspositiebesluit commissarissen van de Koning Voor zover er sprake is van een vergoeding voor de aanschaf of het gebruik van de eigen computerapparatuur, bijbehorende apparatuur en software als bedoeld in, ontvangt de commissaris van de Koning ten laste van de provincie op aanvraag per jaar een tegemoetkoming van 30% van de aanschafwaarde van deze apparatuur en software voor de periode van maximaal drie jaar. 2 De aanleg- en abonnementskosten van de internetverbinding ten behoeve van het gebruik van de computer komen ten laste van de provincie. 3 Gedeputeerde staten stellen het model van een bruikleenovereenkomst vast. 2010 20722 30-12-2010 16-12-2010 2010-0000810758 2011 5 11-01-2011 28-12-2010 12-01-2011 01-01-2011 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit wijziging van de rechtspositiebesluiten decentrale politieke ambtsdragers 2010 in werking treedt.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Vervallen 2014 18059 30-06-2014 23-06-2014 2014-0000305808 2014 18059 30-06-2014 23-06-2014 2014-0000305808 01-07-2014
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 8, eerste en derde lid, van het Rechtspositiebesluit commissarissen van de Koning De verhuiskostenvergoeding, bedoeld in, betreft het bedrag van: a. de kosten voor het transport van de bagage en de inboedel van de betrokkene en zijn gezinsleden naar de nieuwe woning, waaronder begrepen de kosten van het in- en uitpakken van bagage en inboedel; b. andere direct uit de verhuizing voortvloeiende kosten, waaronder begrepen de kosten van inrichting van de woning en tijdelijke opslag, tot een maximum van € 5.818,46. 2 Kosten in verband met de aan- of verkoop van een woning en verbouwingskosten worden niet aangemerkt als kosten als bedoeld in het eerste lid. 3 Het recht op de verhuiskostenvergoeding vervalt indien de commissaris niet binnen drie jaar is verhuisd. 4 Indien de waarnemend commissaris in verband met zijn benoeming naar een gemeente in de provincie verhuist, heeft hij recht op een verhuiskostenvergoeding. 2016 4618 29-01-2016 27-01-2016 2016-0000054570 4618 29-01-2016 2016 4618 29-01-2016 27-01-2016 2016-0000054570 01-02-2016
Artikel 3a — Artikel 3a#
Artikel 3a 1 artikel 3 Indien zijn verhuizing leidt tot dubbele woonlasten ontvangt de commissaris in aanvulling op de verhuiskostenvergoeding, bedoeld in, een tegemoetkoming in de kosten van dubbele woonlasten gedurende ten hoogste drie jaar na zijn benoeming, op voorwaarde dat hij in een gemeente in de provincie is ingeschreven in de basisregistratie personen. 2 De tegemoetkoming bestaat uit het bedrag van de gemaakte kosten van huisvesting en bedraagt ten hoogste 18% van de bezoldiging. 3 Onder de daadwerkelijk gemaakte kosten van de huisvesting, bedoeld in het tweede lid, worden verstaan: a. het bedrag van de huur van de woning in de provincie waar de commissaris is benoemd, vermeerderd met de kosten voor elektriciteit, gas en water; b. de rente van schulden ter verwerving van de woning in de provincie waar de commissaris is benoemd, vermeerderd met de kosten voor elektriciteit, gas en water; óf c. de korting op de bezoldiging vanwege de bewoning van een door de provincie ter beschikking gestelde woonvoorziening, waaronder begrepen een ambtswoning, vermeerderd met de kosten voor elektriciteit, gas en water. 4 De tegemoetkoming gaat in op de eerste dag van de maand na de benoeming waarop de dubbele woonlasten ontstaan en eindigt met ingang van de eerste dag van de maand waarin de woning waar de commissaris zijn benoeming woonde, is verkocht, of na afloop van de maximale duur, bedoeld in het eerste lid. De datum van verkoop wordt bepaald op de dag dat de akte betreffende de overdracht van de woning bij de notaris is gepasseerd. 5 De tegemoetkoming wordt slechts verleend indien: a. de commissaris binnen drie jaar na zijn benoeming een woning huurt of koopt in de provincie dan wel een door de provincie ter beschikking gestelde woonvoorziening betrekt, waaronder begrepen een ambtswoning; én b. de woning waar de commissaris ten tijde van zijn benoeming woonde, voor een ieder kenbaar te koop staat en er, nadat eventuele huurinkomsten uit die woning in mindering zijn gebracht op de rente over de schulden ter verwerving van die woning, een bedrag resteert dat voor zijn rekening komt. 6 De verschuldigde loon- en inkomstenbelasting over de tegemoetkoming worden door de provincie aan de commissaris vergoed. 7 Dit artikel is niet van toepassing op de benoemde waarnemend commissaris. 2016 4618 29-01-2016 27-01-2016 2016-0000054570 4618 29-01-2016 2016 4618 29-01-2016 27-01-2016 2016-0000054570 01-02-2016
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 8, tweede lid, van het Rechtspositiebesluit commissarissen Voor een vergoeding voor reis- en pensionkosten als bedoeld in, komt de commissaris in aanmerking als hij nog niet in een gemeente in de provincie waar hij is benoemd, in de basisregistratie personen is ingeschreven. De vergoeding bedraagt: a. per maand het bedrag van de gemaakte pensionkosten doch ten hoogste 18% van de bezoldiging; b. voor reiskosten tussen de woonplaats en de plaats van verblijf: 1°. de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer, 2°. bij gebruik van een eigen personenauto, een bedrag van € 0,15 per afgelegde kilometer. 2 Indien geen aanspraak wordt gemaakt op een vergoeding van pensionkosten, bedraagt de vergoeding voor het reizen tussen de woonplaats en de gemeente waar hij werkt: a. de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer; b. bij gebruik van eigen vervoer, een bedrag van € 0,15 per afgelegde kilometer. 3 Onder gemaakte pensionkosten worden verstaan de kosten voor tijdelijke huisvesting in de provincie waarin hij is benoemd. In deze kosten zijn begrepen de kosten van elektriciteit, gas en water, maar niet de kosten die in rekening worden gebracht voor overige diensten of zaken. 4 Onder de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer worden verstaan de kosten van voor een ieder openstaand personenvervoer volgens een dienstregeling met een auto, bus, trein, metro, tram of via een geleidesysteem voortbewogen voertuig dan wel met een veerpont of een veerboot. 5 De verschuldigde loon- en inkomstenbelasting over de vergoeding voor pensionkosten worden door de provincie aan de commissaris vergoed. 6 Dit artikel is van toepassing op de benoemde waarnemend commissaris. 2016 4618 29-01-2016 27-01-2016 2016-0000054570 4618 29-01-2016 2016 4618 29-01-2016 27-01-2016 2016-0000054570 01-02-2016
Artikel 4a — Artikel 4a#
Artikel 4a 1 Indien een commissaris of een waarnemend commissaris recht heeft op een vergoeding van pensionkosten, kan hij de reiskosten voor één bezoek per week aan de woning waar hij ten tijde van zijn benoeming woonde, ten laste brengen van de provincie. Deze vergoeding bedraagt: a. de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer; b. bij gebruik van een eigen personenauto, een bedrag van € 0,15 per afgelegde kilometer. 2 Indien een commissaris een tegemoetkoming voor dubbele woonlasten ontvangt voor de woning waar hij ten tijde van zijn benoeming woonde, kan hij de reiskosten voor één bezoek per week aan die woning ten laste brengen van de provincie. Deze vergoeding bedraagt: a. de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer; b. bij gebruik van een eigen personenauto, een bedrag van € 0,15 per afgelegde kilometer. 2016 4618 29-01-2016 27-01-2016 2016-0000054570 4618 29-01-2016 2016 4618 29-01-2016 27-01-2016 2016-0000054570 01-02-2016
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 artikel 8a, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit commissarissen van de Koning De vergoeding voor reis- en verblijfkosten, bedoeld in, betreft: a. artikel 4, vijfde lid de kosten voor het gebruik van het openbaar vervoer, bedoeld in; b. bij gebruik van een eigen personenauto, een bedrag van € 0,28 per afgelegde kilometer; c. de noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte werkelijke verblijfkosten. 2011 19571 28-10-2011 24-10-2011 2011-2000430735,CZW/WBI 2011 19571 28-10-2011 24-10-2011 2011-2000430735,CZW/WBI 01-11-2011
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 artikel 8a, tweede lid, van het Rechtspositiebesluit commissarissen van de Koning De vergoeding voor reiskosten, bedoeld in, bedraagt: a. artikel 4, vijfde lid de kosten voor het gebruik van het openbaar vervoer, bedoeld in; b. € 0,09 per afgelegde kilometer voor het gebruik van een eigen motorvoertuig, indien het gebruik van het openbaar vervoer doelmatig was; c. € 0,37 per afgelegde kilometer voor het gebruik van een eigen motorvoertuig, indien het gebruik van het openbaar vervoer niet doelmatig was. 2011 19571 28-10-2011 24-10-2011 2011-2000430735,CZW/WBI 2011 19571 28-10-2011 24-10-2011 2011-2000430735,CZW/WBI 01-11-2011
Artikel 6a — Artikel 6a#
Artikel 6a Vervallen 2010 20722 30-12-2010 16-12-2010 2010-0000810758 2011 5 11-01-2011 28-12-2010 12-01-2011 01-01-2011 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit wijziging van de rechtspositiebesluiten decentrale politieke ambtsdragers 2010 in werking treedt.
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Het declareren van de kosten geschiedt onder overlegging van bewijsstukken. 2004 41 01-03-2004 20-02-2004 BW2003/84525 2004 41 01-03-2004 20-02-2004 BW2003/84525 01-01-2004 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 7a — Artikel 7a#
Artikel 7a Vervallen 2010 20722 30-12-2010 16-12-2010 2010-0000810758 2009 611 29-12-2009 23-12-2009 32130 01-01-2015 2013 566 23-12-2013 18-12-2013 33753 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 39c van de Wet op
de loonbelasting 1964 vervalt. Inwerkingtreding voorheen door Stb. 2009/611 gesteld op 1 januari 2014.
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2004, met dien verstande dat: a. artikel 1 2 van de Regeling rechtspositie commissarissen van de Koning enterugwerken tot en met 1 juli 2002, b. regeling van de vergoeding aan ambtenaren van kosten verbonden aan het gebruik van de privé-telefoonaansluiting voor dienstdoeleinden gedeputeerde staten kunnen bepalen dat in afwijking van het bepaalde onder a, tot de inwerkingtreding van deze regeling overeenkomstige toepassing wordt gegeven aan de(Stb. 527). 2004 41 01-03-2004 20-02-2004 BW2003/84525 2004 41 01-03-2004 20-02-2004 BW2003/84525 01-01-2004 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling rechtspositie commissarissen van de Koning. 2004 41 01-03-2004 20-02-2004 BW2003/84525 2004 41 01-03-2004 20-02-2004 BW2003/84525 01-01-2004 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.