Besluit van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 19 december 2003, Directie Arbeidsverhoudingen, nr. AV/KO/2003/78838, houdende regels voor uitkeringen kinderopvang in 2004 (Regeling uitkeringen kinderopvang 2004)
- BWB-id
- BWBR0016231
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Geldigheid
- 2004-11-14 t/m 2004-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0016231
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2004/regeling-uitkeringen-kinderopvang-2004
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2004/regeling-uitkeringen-kinderopvang-2004/2004-11-14
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0016231&g=2004-11-14
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0016231&z=2026-06-06&g=2004-11-14
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0016231/2004-11-14
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2004/regeling-uitkeringen-kinderopvang-2004
Artikel 1 — Artikel 1 Definities#
Artikel 1 Definities 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. minister : de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; b. kinderopvang : het in georganiseerd verband tegen vergoeding verzorgen en opvoeden van kinderen van 0 jaar tot de leeftijd waarop het primair onderwijs eindigt door anderen dan de eigen ouders, verzorgers, pleeg- of stiefouders, op tijden dat deze hiervoor niet beschikbaar zijn; c. opvangplaats : aanbod van kinderopvang gedurende tenminste 1050 uren buitenschoolse opvang dan wel 2160 uren dagopvang per jaar in een kindercentrum; d. kindercentrum Tijdelijk besluit kwaliteitsregels kinderopvang : een voorziening waar kinderopvang plaatsvindt, die voldoet aan de eisen bij of krachtens het; e. dagopvang : kinderopvang van kinderen in de leeftijd van 0 tot en met 4 jaar; f. buitenschoolse opvang : kinderopvang van kinderen in de leeftijd dat zij naar het primair onderwijs gaan met dien verstande dat naast verzorging en opvoeding ook toezicht en vrije tijdsactiviteiten worden aangeboden, waarbij in ieder geval opvang wordt aangeboden na school en in schoolvakanties; g. gastouderopvang : kinderopvang in een gezinssituatie, die tot stand komt door middel van een gastouderbureau die de bemiddeling van gastouderopvang tussen gastouders en ouders tot stand brengt en die betrekking heeft op gelijktijdig ten hoogste vier kinderen; h. drempelaantal opvangplaatsen paragraaf 2 : het aantal opvangplaatsen in een gemeente dat niet in aanmerking voor een uitkering van het Rijk, bedoeld in; i. het besluit Bekostigingsbesluit welzijnsbeleid : het. 2 Regeling kinderopvang en buitenschoolse opvang alleenstaande ouders Tot een opvangplaats wordt niet gerekend een opvangplaats waarvoor de gemeente subsidie heeft ontvangen op grond van de. 2004 5 09-01-2004 19-12-2003 AV/KO/2003/78838 2004 5 09-01-2004 19-12-2003 AV/KO/2003/78838 11-01-2004
Artikel 2 — Artikel 2 Verlening#
Artikel 2 Verlening artikel 3, onderdeel c De minister kan op aanvraag in 2004 aan een gemeente een uitkering verlenen die bestemd is voor medefinanciering van de capaciteit gastouderopvang en voor de medefinanciering van opvangplaatsen buitenschoolse- en dagopvang in kindercentra die door de gemeente zijn gesubsidieerd of gefinancierd in de zin van, op grond van een overeenkomst of een subsidiebeschikking. 2004 5 09-01-2004 19-12-2003 AV/KO/2003/78838 2004 5 09-01-2004 19-12-2003 AV/KO/2003/78838 11-01-2004
Artikel 3 — Artikel 3 Voorwaarden#
Artikel 3 Voorwaarden De overeenkomst of subsidiebeschikking vermeldt op inzichtelijk wijze: a. het aantal opvangplaatsen van tenminste 2160 uur voor dagopvang en van tenminste 1050 uren buitenschoolse opvang (afgerond op één decimaal); b. het aan het kindercentrum door de gemeente verleende bedrag, dat betrekking heeft op opvangplaatsen in 2004; c. dat het uitsluitend opvangplaatsen betreft die geheel of gedeeltelijk door de gemeente worden gefinancierd of gesubsidieerd, dan wel die gedeeltelijk door de gemeente worden gefinancierd of gesubsidieerd en door een inkomensafhankelijke ouderbijdrage; d. artikel 1, tweede lid dat opvangplaatsen als bedoeld in, zijn uitgesloten van de overeenkomst of subsidiebeschikking; e. de wijze, waarop het kindercentrum verantwoording aflegt aan de gemeente over de realisatie van de opvangplaatsen; f. dat het kindercentrum de voorwaarden van deze regeling dient na te leven; en g. dat deze tot stand is gebracht vóór 1 januari 2005 en betrekking heeft op 2004. 2004 5 09-01-2004 19-12-2003 AV/KO/2003/78838 2004 5 09-01-2004 19-12-2003 AV/KO/2003/78838 11-01-2004
Artikel 4 — Artikel 4 Hoogte uitkering#
Artikel 4 Hoogte uitkering 1 De hoogte van de verleende uitkering is afhankelijk van het aantal toegekende opvangplaatsen dat voor een uitkering van het Rijk in aanmerking komt, vermenigvuldigd met € 6857. 2 Het maximum aantal toe te kennen opvangplaatsen per gemeente dat voor subsidie in aanmerking komt, wordt bepaald op basis van: a. een door de gemeente gedane opgave van het aantal opvangplaatsen dagopvang en buitenschoolse opvang in een kindercentrum in het jaar 2003, b. verhoogd met een opslag van 10 % bestemd voor financiering van opvangplaatsen gastouderopvang, en c. bijlage 1 verminderd met een per gemeente inbij deze regeling opgenomen drempelaantal opvangplaatsen. 3 De minister kan nader onderzoek verrichten naar de juistheid van het door de gemeente opgegeven aantal opvangplaatsen, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, en indien de opgave onjuist blijkt, dit aantal zonodig aanpassen. 2004 219 12-11-2004 01-11-2004 AV/KO/2004/72965 2004 219 12-11-2004 01-11-2004 AV/KO/2004/72965 14-11-2004 11-01-2004
Artikel 5 — Artikel 5 Aanvraag#
Artikel 5 Aanvraag 1 artikel 2 bijlage 2 Voor de aanvraag van de uitkering, bedoeld in, wordt gebruik gemaakt van een door de minister vastgesteld aanvraagformulier, dat is ingericht overeenkomstig het model inbij deze regeling. 2 Het college van burgemeester en wethouders draagt zorg dat de minister uiterlijk 15 maart 2004 de aanvraag heeft ontvangen om in aanmerking te komen voor een uitkering. 2004 5 09-01-2004 19-12-2003 AV/KO/2003/78838 2004 5 09-01-2004 19-12-2003 AV/KO/2003/78838 11-01-2004
Artikel 6 — Artikel 6 Aanpassing drempelaantal#
Artikel 6 Aanpassing drempelaantal 1 Indien de som van het aantal opvangplaatsen waarvoor een uitkering wordt verleend, hoger is dan het beschikbare aantal opvangplaatsen waarvoor de minister een uitkering kan verlenen, kan de minister een evenredige verhoging van de drempelaantallen toepassen. 2 artikel 4, tweede lid, onderdeel a Bij verhoging van het drempelaantal, bedoeld in het eerste lid, vormt het verschil tussen het door gemeenten opgegeven aantal opvangplaatsen, bedoeld in, en het verhoogde drempelaantal, het aangepaste aantal opvangplaatsen waarvoor de minister een uitkering per gemeente verleent. 3 Indien de som van het aantal opvangplaatsen waarvoor een uitkering wordt verleend, lager is dan het beschikbare aantal opvangplaatsen waarvoor de minister een uitkering kan verlenen, kan de minister een evenredige verlaging van alle drempelaantallen toepassen. 4 artikel 4, tweede lid, onderdeel a Bij verlaging van het drempelaantal, bedoeld in het derde lid, vormt het verschil tussen het door de gemeente opgegeven aantal opvangplaatsen, bedoeld in, en het aangepaste drempelaantal, het aangepaste aantal opvangplaatsen waarvoor de minister een uitkering per gemeente verleent. 2004 5 09-01-2004 19-12-2003 AV/KO/2003/78838 2004 5 09-01-2004 19-12-2003 AV/KO/2003/78838 11-01-2004
Artikel 7 — Artikel 7 Bevoorschotting#
Artikel 7 Bevoorschotting De minister verleent op of omstreeks 15 april 2004 100% van de uitkering. 2004 5 09-01-2004 19-12-2003 AV/KO/2003/78838 2004 5 09-01-2004 19-12-2003 AV/KO/2003/78838 11-01-2004
Artikel 8 — Artikel 8 Verantwoording#
Artikel 8 Verantwoording 1 artikel 50 van het besluit De gemeente doet voor de verantwoording, bedoeld in, opgave van het aantal opvangplaatsen dagopvang en buitenschoolse opvang in een kindercentrum over 2004. 2 artikelen 2 3 Bij de verantwoording vermeldt de gemeente uitsluitend de aantallen opvangplaatsen bij kindercentra die voldoen aan deen. 3 bijlage 3 Voor de verantwoording, bedoeld in het eerste lid, worden gegevens verstrekt op een door de minister vastgesteld verantwoordingsformulier, dat is ingericht overeenkomstig het model inbij deze regeling. 4 Het college van burgemeester en wethouders draagt er zorg voor dat uiterlijk 31 oktober 2005 de minister het verantwoordingsformulier heeft ontvangen van het aantal opvangplaatsen dat voor subsidie op grond van deze regeling in aanmerking komt. 5 artikel 50, derde lid, van het besluit bijlage 4 Een accountantsverklaring die overeenkomstig, aan de verantwoording wordt toegevoegd, wordt ingericht overeenkomstig het model inbij deze regeling. 6 artikel 4, tweede lid, onderdeel a Het bij de aanvraag opgegeven aantal opvangplaatsen, bedoeld in, maakt geen onderdeel uit van de accountantscontrole. 7 bijlage 5 De accountantsverklaring, bedoeld in het vijfde lid, is gebaseerd op een controle die is uitgevoerd overeenkomstig het inbij deze regeling opgenomen controle- en rapportageprotocol. 8 Indien het verantwoordingsformulier en de accountantsverklaring, bedoeld in het derde respectievelijk vijfde lid, niet binnen de gestelde termijn zijn ontvangen, stelt de minister de uitkering ambtshalve vast, waarbij de uitkering die is verleend, wordt verminderd met 20%. In het geval de termijn, bedoeld in de vorige volzin, met meer dan 12 maanden is overschreden, stelt de minister de uitkering eveneens ambtshalve vast, met dien verstande dat de uitkering in dat geval wordt verminderd met 50%. 2004 5 09-01-2004 19-12-2003 AV/KO/2003/78838 2004 5 09-01-2004 19-12-2003 AV/KO/2003/78838 11-01-2004
Artikel 9 — Artikel 9 Vaststelling#
Artikel 9 Vaststelling 1 artikel 8, eerste lid artikel 4, tweede lid, onderdeel a De minister stelt de uitkering vast overeenkomstig de verlening, indien het aantal opgegeven opvangplaatsen, bedoeld in, groter of gelijk is aan het bij de aanvraag opgegeven aantal, bedoeld in. 2 artikel 8, eerste lid artikel 4, tweede lid, onderdeel a De minister stelt de uitkering in afwijking van de verlening vast, indien het aantal opgegeven opvangplaatsen, bedoeld in, lager is dan het bij de aanvraag opgegeven aantal, bedoeld in. 2004 5 09-01-2004 19-12-2003 AV/KO/2003/78838 2004 5 09-01-2004 19-12-2003 AV/KO/2003/78838 11-01-2004
Artikel 10 — Artikel 10 Terugvordering#
Artikel 10 Terugvordering artikel 9, tweede lid artikel 8 eerste lid artikel 4, tweede lid, onderdeel a Indien de uitkering in afwijking van de verlening wordt vastgesteld, overeenkomstig, vordert de minister een bedrag terug van € 6857 voor iedere opvangplaats die bij de opgave, bedoeld in, verhoogd met een opslag van 10% voor gastouderopvang, minder is geconstateerd ten opzichte van de opgave bij de aanvraag, bedoeld in, verhoogd met een opslag van 10% voor gastouderopvang. 2004 219 12-11-2004 01-11-2004 AV/KO/2004/72965 2004 219 12-11-2004 01-11-2004 AV/KO/2004/72965 14-11-2004 11-01-2004
Artikel 11 — Artikel 11 Grenscorrecties#
Artikel 11 Grenscorrecties De minister kan de uitkering wijzigen in verband met wijziging van de indeling van gemeenten of grenscorrecties. 2004 5 09-01-2004 19-12-2003 AV/KO/2003/78838 2004 5 09-01-2004 19-12-2003 AV/KO/2003/78838 11-01-2004
Artikel 12 — Artikel 12 Verlening#
Artikel 12 Verlening 1 De minister verstrekt een eenmalige uitkering aan gemeenten, die bestemd is als tegemoetkoming in de kosten voor toezicht op de kinderopvang. 2 bijlage 1 Deze uitkering wordt verstrekt overeenkomstig de verdeling per gemeente, opgenomen inbij deze regeling. 2004 5 09-01-2004 19-12-2003 AV/KO/2003/78838 2004 5 09-01-2004 19-12-2003 AV/KO/2003/78838 11-01-2004
Artikel 13 — Artikel 13 Bevoorschotting#
Artikel 13 Bevoorschotting De minister verleent op of omstreeks 15 april 2004 100% van de uitkering. 2004 5 09-01-2004 19-12-2003 AV/KO/2003/78838 2004 5 09-01-2004 19-12-2003 AV/KO/2003/78838 11-01-2004
Artikel 14 — Artikel 14 Verlening#
Artikel 14 Verlening 1 De minister keert eenmalig, ten behoeve van het kalenderjaar 2004, voormalige gemeentefondsmiddelen die zijn overgeheveld naar de begroting van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid uit aan gemeenten. 2 bijlage 1 Deze middelen worden verstrekt overeenkomstig de verdeling per gemeente, opgenomen inbij deze regeling. 2004 5 09-01-2004 19-12-2003 AV/KO/2003/78838 2004 5 09-01-2004 19-12-2003 AV/KO/2003/78838 11-01-2004
Artikel 15 — Artikel 15 Bevoorschotting#
Artikel 15 Bevoorschotting De minister verleent op of omstreeks 15 april 2004 100% van de uitkering. 2004 5 09-01-2004 19-12-2003 AV/KO/2003/78838 2004 5 09-01-2004 19-12-2003 AV/KO/2003/78838 11-01-2004
Artikel 16 — Artikel 16 Inwerkingtreding#
Artikel 16 Inwerkingtreding paragraaf 2 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2005, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de verantwoording en vaststelling van de uitkering, bedoeld in. 2004 5 09-01-2004 19-12-2003 AV/KO/2003/78838 2004 5 09-01-2004 19-12-2003 AV/KO/2003/78838 11-01-2004
Artikel 17 — Artikel 17 Citeertitel#
Artikel 17 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling uitkeringen kinderopvang 2004. 2004 5 09-01-2004 19-12-2003 AV/KO/2003/78838 2004 5 09-01-2004 19-12-2003 AV/KO/2003/78838 11-01-2004
Artikel 4#
art.4,2e lid, onderdeel c
Artikel 12#
art.12,2e lid
Artikel 14#
art.14
Artikel 8#
artikel 8, zevende lid