Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 28 september 2004, Directie Arbeidsverhoudingen, nr. AV/KO/2004/65638, houdende nadere regels ter zake van enkele in de Wet kinderopvang geregelde onderwerpen (Regeling Wet kinderopvang)
- BWB-id
- BWBR0017252
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-10-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0017252
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2004/regeling-wet-kinderopvang
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2004/regeling-wet-kinderopvang/2025-10-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0017252&g=2025-10-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0017252&z=2026-06-06&g=2025-10-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0017252/2025-10-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2004/regeling-wet-kinderopvang
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: a. Besluit registers: Besluit landelijk register kinderopvang, register buitenlandse kinderopvang en personenregister kinderopvang ; b. kinderopvangtoeslag buitenland: totaalbedrag van de kinderopvangtoeslagen die door tussenkomst van de Sociale verzekeringsbank worden uitbetaald aan ouders die in een andere lidstaat dan Nederland of in Zwitserland wonen of werken dan wel wonen en werken; c. minister: Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; d. uitvoeringskosten: artikel 34, derde lid, onderdeel b, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen Wet kinderopvang totaalbedrag van de kosten die de Sociale verzekeringsbank maakt bij de uitvoering, bedoeld invoor zover het betreft de; e. wet: Wet kinderopvang . 2018 6054 07-02-2018 22-01-2018 2017-0000196149 2018 6054 07-02-2018 22-01-2018 2017-0000196149 01-03-2018
Artikel 2 — Artikel 2 Raming baten en lasten#
Artikel 2 Raming baten en lasten artikel 5.3, eerste lid, van de Regeling SUWI artikel 46 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen Voor de datum, bedoeld in de eerste volzin vanverstrekt de Sociale verzekeringsbank aan de minister in het jaarplan met begroting, bedoeld in, een opgave van het totaalbedrag aan de voor het komende kalenderjaar geraamde baten en lasten met betrekking tot de kinderopvangtoeslag buitenland, uitgesplitst naar uitkeringslasten per maand en uitvoeringskosten per kalenderjaar. 2025 32957 30-09-2025 23-09-2025 2025-0000197782 2025 32957 30-09-2025 23-09-2025 2025-0000197782 01-10-2025
Artikel 3 — Artikel 3 Betaling voorschot#
Artikel 3 Betaling voorschot 1 artikel 5.16, onderdeel a, van de Regeling Wfsv artikel 2 De minister stort op de rekening-courant, bedoeld ineen periodiek voorschot op het bedrag, bedoeld in, van: a. geraamde uitkeringslasten met als valutadatum de tweeëntwintigste dag van elke maand, en b. 1/12de deel van de geraamde uitvoeringskosten met als valutadatum de vijftiende dag van elke maand. 2 De minister kan, na overleg met de Sociale verzekeringsbank, van de in het eerste lid, onderdelen a en b, bedoelde bedragen afwijken. 2012 26050 18-12-2012 07-12-2012 KO/B/2012/17447 2012 26050 18-12-2012 07-12-2012 KO/B/2012/17447 01-01-2013
Artikel 4 — Artikel 4 Afrekening#
Artikel 4 Afrekening 1 artikel 49 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen artikel 3, eerste lid In de jaarrekening, bedoeld in, worden de baten en lasten, alsmede de ontvangen voorschotten, bedoeld in, met betrekking tot de kinderopvangtoeslag buitenland opgenomen. 2 artikel 34, tweede lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen Na goedkeuring van het besluit tot vaststelling van de jaarrekening, bedoeld in, rekent de minister de baten en lasten, alsmede de ontvangen voorschotten, met betrekking tot het desbetreffende kalenderjaar af, met als valutadatum 1 juni van het hierop volgende kalenderjaar. 2012 26050 18-12-2012 07-12-2012 KO/B/2012/17447 2012 26050 18-12-2012 07-12-2012 KO/B/2012/17447 01-01-2013
Artikel 5 — Artikel 5 Systeembeschrijving#
Artikel 5 Systeembeschrijving artikel 4, vijfde lid, van het Besluit registers bijlage 1 De systeembeschrijving, bedoeld in, wordt vastgesteld overeenkomstig de bij deze regeling behorende. 2017 49278 01-09-2017 21-08-2017 2017-0000130261 2017 49278 01-09-2017 21-08-2017 2017-0000130261 01-01-2018
Artikel 6 — Artikel 6 Taak Dienst Uitvoering Onderwijs#
Artikel 6 Taak Dienst Uitvoering Onderwijs artikel 4 van het Besluit registers De Dienst Uitvoering Onderwijs wordt aangewezen als verwerker in de zin van. 2022 32254 30-11-2022 22-11-2022 2022-0000218688 2022 32254 30-11-2022 22-11-2022 2022-0000218688 01-01-2023
Artikel 6a — Artikel 6a Kosten voor inschrijving in het personenregister kinderopvang#
Artikel 6a Kosten voor inschrijving in het personenregister kinderopvang 1 artikel 16 van het Besluit registers De door de beoogde ingeschrevene dan wel ingeschrevene te betalen kostenvergoeding voor inschrijving in het personenregister kinderopvang, bedoeld in, bedraagt: a. indien de inschrijving door de beoogde ingeschrevene elektronisch in het personenregister kinderopvang wordt gedaan: € 12; b. indien de beoogde ingeschrevene de Dienst Uitvoering Onderwijs schriftelijk verzoekt om inschrijving: € 25. 2 In afwijking van het eerste lid wordt bij de beoogde ingeschrevene dan wel ingeschrevene geen kostenvergoeding in rekening gebracht indien de inschrijving voor 1 juli 2018 wordt gedaan dan wel indien het verzoek tot inschrijving, bedoeld in het eerste lid, onder b, voor 1 juli 2018 door de Dienst Uitvoering Onderwijs is ontvangen. 2018 6054 07-02-2018 22-01-2018 2017-0000196149 2018 6054 07-02-2018 22-01-2018 2017-0000196149 01-03-2018
Artikel 7 — Artikel 7 Opleidingseisen#
Artikel 7 Opleidingseisen 1 artikel 6, eerste lid, van het Besluit kwaliteit kinderopvang De beroepskwalificatie-eisen en bewijsstukken die voor beroepskrachten worden genoemd in de meest recent aangevangen collectieve arbeidsovereenkomst Kinderopvang voor Kindercentra en Gastouderbureaus worden aangemerkt als beroepskwalificatie-eisen en bewijsstukken voor een passende opleiding als bedoeld in. 2 artikel 6, derde lid, van het Besluit kwaliteit kinderopvang De beroepskwalificatie-eisen en bewijsstukken die voor pedagogisch beleidsmedewerkers worden genoemd in de meest recent aangevangen collectieve arbeidsovereenkomst Kinderopvang voor Kindercentra en Gastouderbureaus worden aangemerkt als beroepskwalificatie-eisen en bewijsstukken voor een passende opleiding als bedoeld in. 3 De houder van een kindercentrum beschikt over een kopie van een bewijsstuk waaruit blijkt dat de beroepskracht die werkzaam is als Nederlandssprekende beroepskracht: a. bijlage 1 bij het Besluit referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen de Nederlandse taal voor de deelvaardigheden gesprekken voeren, luisteren en spreken beheerst op ten minste niveau B2 van het Europees Referentiekader voor Talen, of op ten minste niveau 3F als bedoeld in, en, voor zover het gaat om taalbeheersing op niveau B2 of niveau 3F: 1°. de deelvaardigheden gesprekken voeren, luisteren en spreken afzonderlijk zijn beoordeeld met ten minste het cijfer 5 en gemiddeld met ten minste het cijfer 5,5, waarbij de deelvaardigheid luisteren afzonderlijk of gecombineerd met lezen is beoordeeld; of 2°. op andere wijze blijkt dat de deelvaardigheden gesprekken voeren, luisteren en spreken afzonderlijk positief zijn beoordeeld; b. artikel 4, lid 3a, van het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie voldoet aan; c. artikel 2, derde lid artikel 16, eerste en derde lid, van het Staatsexamenbesluit Nederlands als Tweede Taal geslaagd is voor het Staatsexamen Nederlands als Tweede Taal, programma II, bedoeld in, in samenhang met, of beschikt over een certificaat als bedoeld in artikel 16, tweede lid, van dat besluit voor de examenonderdelen spreken en luisteren; of d. in de periode van 1 januari 2018 tot en met 31 december 2024 voldeed aan de voorwaarden, bepaald in bijlage IV van een in die periode toepasselijke collectieve arbeidsovereenkomst Kinderopvang voor Kindercentra en Gastouderbureaus. 4 Ten aanzien van de beroepskracht die uitsluitend als Friessprekende beroepskracht werkzaam is, beschikt de houder van een kindercentrum over: a. een kopie van een bewijsstuk als bedoeld in het derde lid; of b. een kopie van een bewijsstuk waaruit blijkt dat de Friessprekende beroepskracht de Friese taal voor de deelvaardigheden gesprekken voeren, luisteren en spreken beheerst op ten minste niveau B2 van het Europees Referentiekader voor Talen, en, voor zover het gaat om taalbeheersing op niveau B2: 1°. de deelvaardigheden gesprekken voeren, luisteren en spreken afzonderlijk zijn beoordeeld met ten minste het cijfer 5 en gemiddeld met ten minste het cijfer 5,5, waarbij de deelvaardigheid luisteren afzonderlijk of gecombineerd met lezen is beoordeeld; of 2°. op andere wijze blijkt dat de deelvaardigheden gesprekken voeren, luisteren en spreken afzonderlijk positief zijn beoordeeld. 5 Het derde en vierde lid zijn niet van toepassing ten aanzien van: a. een beroepskracht, geboren op of voor 31 december 1964, gedurende de periode van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2027; of b. artikel 7 van het Besluit kwaliteit kinderopvang een beroepskracht die in de periode van 1 juli 2024 tot en met 31 december 2024 voor een aansluitende periode van acht weken of langer volledig afwezig was in verband met ziekte, vakantie of ander soort verlof, gedurende zes maanden, gerekend vanaf 1 januari 2025 of, indien dat later is, de datum van inzet als beroepskracht die meetelt bij het minimaal aantal in te zetten beroepskrachten op een stamgroep, bedoeld in. 2017 49278 01-09-2017 21-08-2017 2017-0000130261 2024 20497 27-06-2024 19-06-2024 2024-0000166145 2017 49278 01-09-2017 21-08-2017 2017-0000130261 01-01-2025 2021 44373 25-10-2021 15-10-2021 2021-0000078197 2024 20497 27-06-2024 19-06-2024 2024-0000166145 Inwerkingtreding voorheen door Stcrt. 2017/49278 gesteld op 1
januari 2023.
Artikel 7a — Artikel 7a Taaleisen meertalige kinderopvang#
Artikel 7a Taaleisen meertalige kinderopvang De houder van een kindercentrum beschikt over een kopie van een bewijsstuk waaruit blijkt dat de Duits-, Engels- of Franssprekende beroepskracht meertalige kinderopvang: a. de desbetreffende taal voor de deelvaardigheden gesprekken voeren, luisteren en spreken beheerst op niveau B2 van het Europees Referentiekader voor Talen, waarbij de deelvaardigheden afzonderlijk positief zijn beoordeeld; b. de desbetreffende taal beheerst op ten minste niveau C1 van het Europees Referentiekader voor Talen; c. artikel 2 van de Regeling erkenning EU-beroepskwalificaties kinderopvangpersoneel een erkenning heeft als bedoeld in, ten aanzien van diens beroepskwalificaties in de desbetreffende taal, behaald in een land dat het Duits, Engels of Frans als officiële voertaal bezigt; d. artikel 4, tweede lid, onderdeel c, van het Tijdelijke besluit experiment meertalige dagopvang en meertalig peuterspeelzaalwerk op 31 januari 2024 voldeed aan de opleidingseisen, genoemd in; of e. artikel 9a, tweede lid op 31 januari 2024 voldeed aan de opleidingseisen, genoemd in, van de Regeling Wet kinderopvang, zoals die luidde op deze datum. 2024 20497 27-06-2024 19-06-2024 2024-0000166145 2024 20497 27-06-2024 19-06-2024 2024-0000166145 28-06-2024
Artikel 8 — Artikel 8 Kwalificatie eerste hulp aan kinderen#
Artikel 8 Kwalificatie eerste hulp aan kinderen 1 artikel 4, vijfde lid, van het Besluit kwaliteit kinderopvang Voor de toepassing vanworden door de minister bewijsstukken aangewezen in de vorm van geregistreerde certificaten inzake het met goed gevolg afgesloten onderricht dat in elk geval het verlenen van eerste hulp aan kinderen omvat. 2 Een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid, vindt alleen plaats indien het certificaat slechts wordt afgegeven aan een persoon die ten minste beschikt over: a. aantoonbare kennis van en inzicht in de voor het verlenen van eerste hulp relevante fysieke verschillen tussen zuigelingen, oudere kinderen en volwassenen; b. aantoonbare kennis van en inzicht in het gedrag van kinderen, waaronder specifiek zuigelingen, bij ongeval en ziekte alsmede aantoonbare vaardigheid om daarop adequaat te reageren; c. aantoonbare vaardigheid in het verlenen van eerste hulp aan kinderen, waaronder specifiek zuigelingen, bij veelvuldig voorkomende stoornissen in de vitale functies en plaatselijke letsels; d. aantoonbare kennis van en inzicht in de gevaren die in het bijzonder kinderen, waaronder specifiek zuigelingen, bedreigen, en e. aantoonbare kennis van en inzicht in de wijze waarop ongevallen bij kinderen, waaronder specifiek zuigelingen, kunnen worden voorkomen. 3 Een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid, kan alleen plaatsvinden indien naast de criteria met betrekking tot het afgeven van het certificaat, genoemd in het tweede lid, tevens door de certificerende instantie ten minste aan het volgende is voldaan: a. zij is onafhankelijk; b. zij verzorgt zelf geen onderwijs met betrekking tot het te verlenen certificaat; c. zij biedt zelf geen onderwijs aan met betrekking tot het te verlenen certificaat; d. zij schrijft geen onderwijsmethode en onderwijsmateriaal voor met betrekking tot het te verlenen certificaat; e. zij geeft zelf het certificaat af voor maximaal twee jaar; f. zij ziet zelf toe op de kwaliteit van het voor het verkrijgen van het certificaat af te leggen examen, en g. zij registreert zelf de behaalde certificaten en de geldigheidsduur in een register. 2017 49278 01-09-2017 21-08-2017 2017-0000130261 2017 49278 01-09-2017 21-08-2017 2017-0000130261 01-01-2018 2017 49281 01-09-2017 21-08-2017 2017-0000130259 2017 49281 01-09-2017 21-08-2017 2017-0000130259 01-01-2018
Artikel 9 — Artikel 9 Inzet beroepskrachten in opleiding en stagiairs#
Artikel 9 Inzet beroepskrachten in opleiding en stagiairs 1 artikel 7, achtste lid, van het Besluit kwaliteit kinderopvang De inzet van beroepskrachten in opleiding en stagiairs, bedoeld in, geschiedt overeenkomstig de voorwaarden opgenomen in de meest recent aangevangen collectieve arbeidsovereenkomst Kinderopvang voor Kindercentra en Gastouderbureaus. 2 In aanvulling op het eerste lid geschiedt de inzet van de beroepskracht in opleiding overeenkomstig een begeleidingsplan waarmee schriftelijk is ingestemd door de beroepskracht in opleiding, de praktijkbegeleider en de opleidingsbegeleider. 3 artikel 7 van het Besluit kwaliteit kinderopvang Gedurende de dagopvang bestaat maximaal een derde deel van het totaal minimaal aantal op het kindercentrum in te zetten beroepskrachten, dat wordt gevormd door de optelsom van het op grond vanminimaal aantal in te zetten beroepskrachten op de afzonderlijke stamgroepen, uit beroepskrachten in opleiding of stagiairs. 4 In afwijking van het derde lid is het tot en met 30 juni 2026 toegestaan dat maximaal de helft van het totaal minimaal aantal op het kindercentrum in te zetten beroepskrachten bestaat uit beroepskrachten in opleiding of stagiairs. 5 Bij toepassing van het vierde lid bedraagt het aantal in te zetten stagiairs maximaal een derde deel van het totaal aantal in te zetten beroepskrachten. 2024 13991 30-04-2024 23-04-2024 2024-0000096583 2024 13991 30-04-2024 23-04-2024 2024-0000096583 01-07-2024 2021 50240 23-12-2021 15-12-2021 2021-0000210265 2021 50240 23-12-2021 15-12-2021 2021-0000210265 01-07-2024 2022 16823 28-06-2022 20-06-2022 2022-0000131464 Inwerkingtreding voorheen door Stcrt. 2021/50240 gesteld op 1 juli 2022.
Artikel 9a — Artikel 9a Opleidingseisen#
Artikel 9a Opleidingseisen 1 artikel 15, eerste lid, van het Besluit kwaliteit kinderopvang De beroepskwalificatie-eisen en bewijsstukken die voor beroepskrachten worden genoemd in de meest recent aangevangen collectieve arbeidsovereenkomst Kinderopvang voor Kindercentra en Gastouderbureaus worden aangemerkt als beroepskwalificatie-eisen en bewijsstukken voor een passende opleiding als bedoeld in. 2 artikel 15, derde lid, van het Besluit kwaliteit kinderopvang De beroepskwalificatie-eisen en bewijsstukken die voor pedagogisch beleidsmedewerkers worden genoemd in de meest recent aangevangen collectieve arbeidsovereenkomst Kinderopvang voor Kindercentra en Gastouderbureaus worden aangemerkt als beroepskwalificatie-eisen en bewijsstukken voor een passende opleiding als bedoeld in. 3 artikel 15, eerste lid, van het Besluit kwaliteit kinderopvang In afwijking van het eerste lid worden de pedagogische modules die voor andersgekwalificeerde beroepskrachten worden genoemd in de meest recent aangevangen collectieve arbeidsovereenkomst Kinderopvang voor Kindercentra en Gastouderbureaus voor andersgekwalificeerde beroepskrachten aangemerkt als beroepskwalificatie-eisen en bewijsstukken voor een passende opleiding als bedoeld in. 4 bijlage 1 bij het Besluit referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen De houder van een kindercentrum beschikt over een kopie van een bewijsstuk waaruit blijkt dat de beroepskracht die als Nederlandssprekende beroepskracht werkzaam is de Nederlandse taal voor de deelvaardigheden gesprekken voeren, luisteren en spreken beheerst op ten minste niveau B1 van het Europees Referentiekader voor Talen, of op ten minste niveau 2F als bedoeld in. 5 Ten aanzien van de beroepskracht die uitsluitend als Friessprekende beroepskracht werkzaam is, beschikt de houder van een kindercentrum over: a. een kopie van een bewijsstuk als bedoeld in het vierde lid; of b. een kopie van een bewijsstuk waaruit blijkt dat de Friessprekende beroepskracht de Friese taal beheerst op niveau B1 van het Europees Referentiekader voor Talen. 2017 49278 01-09-2017 21-08-2017 2017-0000130261 2024 20497 27-06-2024 19-06-2024 2024-0000166145 2017 49278 01-09-2017 21-08-2017 2017-0000130261 01-01-2025 2021 44373 25-10-2021 15-10-2021 2021-0000078197 2024 20497 27-06-2024 19-06-2024 2024-0000166145 Inwerkingtreding voorheen door Stcrt. 2017/49278 gesteld op 1
januari 2023.
Artikel 9aa — Artikel 9aa Taaleisen meertalige kinderopvang#
Artikel 9aa Taaleisen meertalige kinderopvang De houder van een kindercentrum beschikt over een bewijsstuk waaruit blijkt dat de Duits-, Engels- of Franssprekende beroepskracht meertalige kinderopvang: a. de desbetreffende taal voor de deelvaardigheden gesprekken voeren, luisteren en spreken beheerst op niveau B2 van het Europees Referentiekader voor Talen, waarbij de deelvaardigheden afzonderlijk positief zijn beoordeeld; b. de desbetreffende taal beheerst op ten minste niveau C1 van het Europees Referentiekader voor Talen; c. artikel 2 van de Regeling erkenning EU-beroepskwalificaties kinderopvangpersoneel een erkenning heeft als bedoeld inten aanzien van diens beroepskwalificaties in de desbetreffende taal, behaald in een land dat het Duits, Engels of Frans als officiële voertaal bezigt; d. artikel 9a, tweede lid op 31 januari 2024 voldeed aan de opleidingseisen, genoemd in, van de Regeling Wet kinderopvang, zoals die luidde op deze datum; of e. artikel 4, tweede lid, onderdeel c, van het Tijdelijke besluit experiment meertalige dagopvang en meertalig peuterspeelzaalwerk op 31 januari 2024 voldeed aan de opleidingseisen, genoemd in. 2024 20497 27-06-2024 19-06-2024 2024-0000166145 2024 20497 27-06-2024 19-06-2024 2024-0000166145 28-06-2024
Artikel 9b — Artikel 9b Kwalificatie eerste hulp aan kinderen#
Artikel 9b Kwalificatie eerste hulp aan kinderen 1 artikel 13, vierde lid, van het Besluit kwaliteit kinderopvang Voor de toepassing vanworden door de minister bewijsstukken aangewezen in de vorm van geregistreerde certificaten inzake het met goed gevolg afgesloten onderricht dat in elk geval het verlenen van eerste hulp aan kinderen omvat. 2 Een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid, vindt alleen plaats indien het certificaat slechts wordt afgegeven aan een persoon die ten minste beschikt over: a. aantoonbare kennis van en inzicht in de voor het verlenen van eerste hulp relevante fysieke verschillen tussen zuigelingen, oudere kinderen en volwassenen; b. aantoonbare kennis van en inzicht in het gedrag van kinderen, waaronder specifiek zuigelingen, bij ongeval en ziekte alsmede aantoonbare vaardigheid om daarop adequaat te reageren; c. aantoonbare vaardigheid in het verlenen van eerste hulp aan kinderen, waaronder specifiek zuigelingen, bij veelvuldig voorkomende stoornissen in de vitale functies en plaatselijke letsels; d. aantoonbare kennis van en inzicht in de gevaren die in het bijzonder kinderen, waaronder specifiek zuigelingen, bedreigen, en e. aantoonbare kennis van en inzicht in de wijze waarop ongevallen bij kinderen, waaronder specifiek zuigelingen, kunnen worden voorkomen. 3 Een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid, kan alleen plaatsvinden indien naast de criteria met betrekking tot het afgeven van het certificaat, genoemd in het tweede lid, tevens door de certificerende instantie ten minste aan het volgende is voldaan: a. zij is onafhankelijk; b. zij verzorgt zelf geen onderwijs met betrekking tot het te verlenen certificaat; c. zij biedt zelf geen onderwijs aan met betrekking tot het te verlenen certificaat; d. zij schrijft geen onderwijsmethode en onderwijsmateriaal voor met betrekking tot het te verlenen certificaat; e. zij geeft zelf het certificaat af voor maximaal twee jaar; f. zij ziet zelf toe op de kwaliteit van het voor het verkrijgen van het certificaat af te leggen examen, en g. zij registreert zelf de behaalde certificaten en de geldigheidsduur in een register. 2017 49278 01-09-2017 21-08-2017 2017-0000130261 2017 49278 01-09-2017 21-08-2017 2017-0000130261 01-01-2018 2017 49281 01-09-2017 21-08-2017 2017-0000130259 2017 49281 01-09-2017 21-08-2017 2017-0000130259 01-01-2018
Artikel 9c — Artikel 9c Inzet beroepskrachten in opleiding, stagiairs en andersgekwalificeerde beroepskrachten#
Artikel 9c Inzet beroepskrachten in opleiding, stagiairs en andersgekwalificeerde beroepskrachten 1 artikel 16, zevende lid, van het Besluit kwaliteit kinderopvang De inzet van beroepskrachten in opleiding en stagiairs, bedoeld in, geschiedt overeenkomstig de voorwaarden opgenomen in de meest recent aangevangen collectieve arbeidsovereenkomst Kinderopvang voor Kindercentra en Gastouderbureaus. 2 In aanvulling op het eerste lid geschiedt de inzet van de beroepskracht in opleiding overeenkomstig een begeleidingsplan waarmee schriftelijk is ingestemd door de beroepskracht in opleiding, de praktijkbegeleider en de opleidingsbegeleider. 3 artikel 16 van het Besluit kwaliteit kinderopvang Gedurende de buitenschoolse opvang bestaat maximaal een derde deel van het totaal minimaal aantal op het kindercentrum in te zetten beroepskrachten, dat wordt gevormd door de optelsom van het op grond vanminimaal aantal op het kindercentrum in te zetten beroepskrachten, uit beroepskrachten in opleiding, stagiairs of andersgekwalificeerde beroepskrachten. 4 In afwijking van het derde lid is het tot en met 30 juni 2026 toegestaan dat maximaal de helft van het totaal minimaal aantal op het kindercentrum in te zetten beroepskrachten bestaat uit beroepskrachten in opleiding, stagiairs of andersgekwalificeerde beroepskrachten. 5 Bij toepassing van het vierde lid bedraagt het aantal in te zetten stagiairs of andersgekwalificeerde beroepskrachten maximaal een derde deel van het totaal aantal in te zetten beroepskrachten. 2021 50240 23-12-2021 15-12-2021 2021-0000210265 2021 50240 23-12-2021 15-12-2021 2021-0000210265 01-07-2024 2022 16823 28-06-2022 20-06-2022 2022-0000131464 Inwerkingtreding voorheen door Stcrt. 2021/50240 gesteld op 1 juli 2022. 2024 8624 22-03-2024 14-03-2024 2024-0000069850 2024 8624 22-03-2024 14-03-2024 2024-0000069850 01-07-2024 2024 13991 30-04-2024 23-04-2024 2024-0000096583 2024 13991 30-04-2024 23-04-2024 2024-0000096583 01-07-2024
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 artikel 13, tweede lid, onderdeel a, van het Besluit kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang artikel 7.2.2, eerste lid, onder b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs Voor de toepassing vanworden de volgende beroepsopleidingen als beroepsopleiding, bedoeld in, aangewezen: a. Helpende Zorg en Welzijn 2; Helpende welzijn 2; en b. Helpende breed 2; Helpende sociaal agogisch werk 2; Verzorgingsassistent(e). 2 artikel 13, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang In aanvulling op het eerste lid kan de minister op aanvraag besluiten een beroepsopleiding, waarvan het curriculum voor ten minste 90% vergelijkbaar is met het curriculum van een van de beroepsopleidingen, genoemd het eerste lid, onder a, of waarvan het curriculum identiek is aan het curriculum van een van de beroepsopleidingen, genoemd in het eerste lid, aan te wijzen als een beroepsopleiding waarmee de aanvrager, indien hij in het bezit is van een getuigschrift van deze beroepsopleiding, eveneens voldoet aan de inopgenomen eis. 3 De minister stelt beleidsregels vast over de wijze waarop de aanwijzing, bedoeld in het tweede lid, plaatsvindt. 2017 49278 01-09-2017 21-08-2017 2017-0000130261 2017 49278 01-09-2017 21-08-2017 2017-0000130261 01-01-2018
Artikel 10a — Artikel 10a#
Artikel 10a 1 artikel 13, tweede lid, onderdeel b, van het Besluit kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen c, d, of e, van de Wet educatie en beroepsonderwijs Voor de toepassing van, worden de volgende beroepsopleidingen als beroepsopleiding, bedoeld in, aangewezen: a. Gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 kinderopvang; Onderwijsassistent; Onderwijsassistent PO/SO (primair onderwijs/speciaal onderwijs); Pedagogisch medewerker 3 kinderopvang; Pedagogisch Werker 3 Kinderopvang; Pedagogisch Werker 4 Kinderopvang; Pedagogisch Werker niveau 3; Pedagogisch Werker niveau 4; Sociaal-Cultureel Werker (SCW); Sociaal Pedagogisch Werker 3 (SPW-3); Sociaal Pedagogisch Werker 4 (SPW4); Sport en Bewegen (niveau 3 en 4); Sport- en bewegingscoördinator (niveau 4); Sport- en bewegingsleider (niveau 3); en en b. A verpleegkundige; Activiteitenbegeleider (AB); Activiteitenbegeleiding (AB); Agogisch Werk (AW); Agogisch Werk/Residentieel Werk (AW/RW); Agogisch Werk/Cultureel Werk (AW/CW); bijlage I bij de Regeling bewijzen van bekwaamheid O.W.V.O. Akte hoofdleidster kleuteronderwijs als bedoeld inzoals deze luidde op 31 juli 2006; bijlage I bij de Regeling bewijzen van bekwaamheid O.W.V.O. Akte Kleuterleidster A als bedoeld inzoals deze luidde op 31 juli 2006; bijlage I bij de Regeling bewijzen van bekwaamheid O.W.V.O. Akte Kleuterleidster B als bedoeld inzoals deze luidde op 31 juli 2006; bijlage I bij de Regeling bewijzen van bekwaamheid O.W.V.O. Akte van bekwaamheid als hoofdleidster bij het kleuteronderwijs als bedoeld inzoals deze luidde op 31 juli 2006; bijlage I bij de Regeling bewijzen van bekwaamheid O.W.V.O. Akte van bekwaamheid als leidster aan kleuterscholen als bedoeld inzoals deze luidde op 31 juli 2006; bijlage I bij de Regeling bewijzen van bekwaamheid O.W.V.O. Akte van bekwaamheid als leidster bij het kleuteronderwijs als bedoeld inzoals deze luidde op 31 juli 2006; Arbeidstherapie (AT); A-Verpleegkundige; A-verpleegster; A-verpleger; B Verpleegkundige; B-Verpleegkundige; B-verpleger; CIOS algemeen sportleider/ster; Coördinator buurt, onderwijs en sport; Cultureel werk (CW); Diploma A (ziekenverpleging); Diploma MHNO kinderverzorgster voor het jonge kind; Gespecialiseerd pedagogisch medewerker; Getuigschrift A (ziekenverpleging); Getuigschrift B (ziekenverpleging); Extramurale gezondheidszorg (EMGZ); Inrichtingswerk (IW); Kinderbescherming A; Kinderbescherming B; Kinderverzorging en Opvoeding; Kinderverzorging/Jeugdverzorging (KV/JV); Kinderverzorgster (KV); Kinderverzorging/Jeugdverzorging 2 (KV/JV 2); Kinderverzorging/Jeugdverzorging 3 (KV/JV 3); Kinderverzorgster van de centrale raad voor de kinderuitzending; Kleuterzorg (Federatie van medische kleuterdagverblijven in Nederland); Kleuterzorg, medisch kleuterdagverblijf Arnhem; Kultureel werk (KW); Leidster kindercentra (niet van OVDB); Leidster Kindercentra van de OVDB of onder de WEB; Leidster Kindercentra landelijke stg. OVDB; Maatschappelijke zorg (medewerker gehandicaptenzorg); Medewerker Gehandicaptenzorg niveau 3; Medewerker gehandicaptenzorg niveau 4; Medewerker kinderopvang, onderwijs en bewegen; Medewerker maatschappelijke zorg; Pedagogisch medewerker 4 jeugdzorg; Pedagogisch medewerker 4 kinderopvang; Pedagogisch medewerker Kinderopvang; Pedagogisch werker; Pedagogisch werker 3; Pedagogisch Werker kinderopvang; Pedagogisch Werker 4 Jeugdzorg; Pedagogisch Werker Jeugdzorg – niveau 4; Pedagogisch werker niveau 4 Jeugdzorg; Persoonlijk begeleider gehandicaptenzorg niveau 4; Residentieel Werk (RW); Sociaal Agogisch 2; Sociaal Agogisch II; Sociaal-agogisch II richting (MBO SA II) (semi) residentiële hulpverlening; Sociaal Agogisch II (MBO-SA II) afstudeerrichting Kultureelwerk; Sociaal Cultureel Werk; Sociaal Dienstverlener (SD); Sociaal Pedagogisch Werker; Sociaal Pedagogisch Werk Kinderopvang MBO niveau 3; Sociale Arbeid (SA, SA2 of SAII); Sociale Arbeid/Sociaal Dienstverlener (SA/SD); Sociale Dienstverlening (SD, SA, SA1 of SAI); Sociaal Pedagogisch Medewerker (SPW; lang of onder WEB); Sociaal Pedagogisch Werker (SPW; lang of onder WEB); Sport- en bewegingscoördinator; SPW lang; Vakopleiding Leidster kindercentra (conform de WEB); Verdere Scholing in Dienstverband (VSID) richting kinderdagverblijven; Verpleegkunde; Verpleegkunde A; Verpleegkunde B; Verpleegkunde Z; Verpleegkundige; Verpleegkundige Z; Verplegende (VP); Verpleging (VP); Verpleging A; Verpleging B; Verzorgende (VZ niveau 3 of VZ lang); Verzorgende beroepen (VZ); Verzorgende Individuele Gezondheidszorg (VIG); Verzorging (VZ); Z Verpleegkundige; Z-Verpleegkundige; Zwakzinnigenzorg. 2 artikel 13, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang In aanvulling op het eerste lid kan de minister op aanvraag besluiten een beroepsopleiding, waarvan het curriculum voor ten minste 90% vergelijkbaar is met het curriculum van een van de beroepsopleidingen genoemd in het eerste lid, onder a, of waarvan het curriculum identiek is aan het curriculum van een van de beroepsopleidingen, genoemd in het eerste lid, aan te wijzen als een beroepsopleiding waarmee de aanvrager, indien hij in het bezit is van een getuigschrift van deze beroepsopleiding, eveneens voldoet aan de inopgenomen eis. 3 De minister stelt beleidsregels vast over de wijze waarop de aanwijzing, bedoeld in het tweede lid, plaatsvindt. 2022 32254 30-11-2022 22-11-2022 2022-0000218688 2022 32254 30-11-2022 22-11-2022 2022-0000218688 01-01-2023
Artikel 10b — Artikel 10b#
Artikel 10b 1 artikel 13, tweede lid, onderdeel c, van het Besluit kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang artikel 7.3a, eerste of tweede lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek Voor de toepassing van, worden de volgende opleidingen als opleiding, bedoeld in, aangewezen; a. Culturele en Maatschappelijke vorming (CMV); Kunstzinnig vormende opleiding op HBO-niveau (docentenrichting binnenkunstonderwijs of kunstzinnige richting binnen lerarenopleiding); Leraar basisonderwijs (aan Hogeschool, PABO of IPABO); Leraar lichamelijke oefening (ALO); Pedagogiek (HBO-bachelor); Sociaal Pedagogische Hulpverlening (SPH); Sport en Bewegen; en b. bijlage I bij de Regeling bewijzen van bekwaamheid O.W.V.O. Akte Muziekonderwijs A Algemene Muzikale Vorming als bedoeld inzoals deze luidde op 31 juli 2006; bijlage I bij de Regeling bewijzen van bekwaamheid O.W.V.O. Akte Lager onderwijs zonder hoofdakte (oude kweekschoolopleiding) als bedoeld inzoals deze luidde op 31 juli 2006; bijlage I bij de Regeling bewijzen van bekwaamheid O.W.V.O. Akte van bekwaamheid als hoofdonderwijzer(es) als bedoeld inzoals deze luidde op 31 juli 2006; bijlage I bij de Regeling bewijzen van bekwaamheid O.W.V.O. Akte van bekwaamheid als leidster of hoofdleidster bij het kleuteronderwijs als bedoeld inzoals deze luidde op 31 juli 2006; bijlage I bij de Regeling bewijzen van bekwaamheid O.W.V.O. Akte van bekwaamheid als onderwijzer(es) als bedoeld inzoals deze luidde op 31 juli 2006; bijlage I bij de Regeling bewijzen van bekwaamheid O.W.V.O. Akte van bekwaamheid als volledig bevoegd onderwijzer(es) als bedoeld inzoals deze luidde op 31 juli 2006; Wet op het voortgezet onderwijs bijlage I bij de Regeling bewijzen van bekwaamheid O.W.V.O. Akte van bekwaamheid NXX (volgens de) als bedoeld inzoals deze luidde op 31 juli 2006; Aktiviteitenleidersopleiding (van Mikojel: Middeloo, Kopse Hof, Jelburg of Sittard); bijlage I bij de Regeling bewijzen van bekwaamheid O.W.V.O. Akte van bekwaamheid N XI als bedoeld inzoals deze luidde op 31 juli 2006; bijlage I bij de Regeling bewijzen van bekwaamheid O.W.V.O. Akte van bekwaamheid tot het geven van middelbaar onderwijs in de lichamelijke oefening als bedoeld inzoals deze luidde op 31 juli 2006; bijlage I bij de Regeling bewijzen van bekwaamheid O.W.V.O. Akte van Bekwaamheid van de tweede graad tot het geven van voortgezet onderwijs in Textiele Werkvormen alsmede in (een ander vak) als bedoeld inzoals deze luidde op 31 juli 2006; bijlage I bij de Regeling bewijzen van bekwaamheid O.W.V.O. Akte van Bekwaamheid voor het geven van Lager Onderwijs in het vak Lichamelijke Oefening als bedoeld inzoals deze luidde op 31 juli 2006; bijlage I bij de Regeling bewijzen van bekwaamheid O.W.V.O. Akte van Bekwaamheid voor het geven van Lager Onderwijs in het vak Nuttige Handwerken voor Meisjes als bedoeld inzoals deze luidde op 31 juli 2006; Applicatiecursus leraar basisonderwijs (als vervolg op en in combinatie met kleuterakte A/B); Applicatiecursus volledig bevoegd onderwijzer(es); Pedagogisch management Kinderopvang; Associate Degree Childcare; Associate Degree Jeugdwerker; Associate Degree Pedagogisch Educatief Medewerker; Associate Degree Kinderopvang; Associate Degree Onderwijsondersteuner Omgangskunde; Associate Degree Pedagogical Educational Assistant; Associate Degree Pedagogisch Professional Kind en Educatie; Associate Degree Sociaal Werk, met keuzemodule Opvoeden in brede context; Bachelor of Nursing; Creatieve therapie (waaronder van Mikojel: Middeloo, Kopse Hof, Jelburg of Sittard); Cultureel Werk (CW); Docent Beeldende Kunst en Vormgeving; Docent Dans; Docent Drama; Docent Mime; Docerend musicus; Educatieve therapie (van Mikojel: Middeloo, Kopse Hof, Jelburg of Sittard); Extramurale gezondheidszorg (EMGZ); HBO-bachelor-SPH, CMV, WMD; Hoger Beroepsonderwijs Bekwaamheidsonderzoek interim-wet zij-instroom primair onderwijs; Hogere Beroepsopleiding voor Verpleegkundigen; Hogere sociaal-pedagogische opleiding van leider(st)s op het terrein van jeugdvorming en volksontwikkeling (van Middeloo, Kopse Hof, Jelburg of Sittard); Hoofdonderwijzer; Inrichtingswerk (IW); Jeugdwelzijnswerk; Kinderverzorging en kinderopvoeding; Kinderverzorging en opvoeding; Kreatief Educatief Werk; Kunstzinnige therapie; Leraar lichamelijke opvoeding (b1); Leraar speciaal onderwijs; Leraar voortgezet onderwijs van eerste graad in tekenen; Leraar voortgezet Onderwijs van eerste graad in handvaardigheid; Leraar voortgezet onderwijs van de eerste graad in lichamelijke oefening; Lerarenopleiding Omgangskunde; Lerarenopleiding Verzorging/Gezondheidskunde; Lerarenopleiding Verzorging/Huishoudkunde; Maatschappelijk Werk (MW); Maatschappelijk Werk en Dienstverlening (MWD); Overgangsbewijs naar laatste jaar pedagogische academie; Pedagogiek MO-A of kandidaatsexamen Pedagogiek; Pedagogisch Management Kind en Educatie; Pedagogische Academie; Psychologie, met specialisatie gericht op kinderen, jeugd en/of onderwijs; Sociaal kunstzinnige therapie; Social Educational Care; Social Work, programma Social Educational Care; Social Work/Sociaal Werk, afstudeerrichting/profiel Sociaal Pedagoog; Social Work/Sociaal Werk, profiel Jeugd of Jeugdzorgwerker; Sport- en bewegingseducatie (b1); Toegepaste Psychologie, met specialisatie gericht op kinderen, jeugd en/of onderwijs; Vaktherapie (hbo); Verpleegkunde; Zij-instroom in het Beroep Leraar Primair Onderwijs; 3e jaar deeltijd volgend Sociaal Pedagogisch Hulpverlener (SPH); 3e jaar deeltijd volgend Cultureel Maatschappelijke vorming (CMV); 3e jaar deeltijd volgend Maatschappelijk Werk en Dienstverlening (MWD). 2 artikel 13, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang In aanvulling op het eerste lid kan de minister op aanvraag besluiten een opleiding, waarvan het curriculum voor ten minste 90% vergelijkbaar is met het curriculum van een van de opleidingen uit het eerste lid, onder a, of waarvan het curriculum identiek is aan het curriculum van een van de opleidingen, genoemd in het eerste lid, aan te wijzen als een opleiding waarmee de aanvrager, indien hij in het bezit is van een getuigschrift van deze opleiding, eveneens voldoet aan de inopgenomen eis. 3 De minister stelt beleidsregels vast over de wijze waarop de aanwijzing, bedoeld in het tweede lid, plaatsvindt. 2022 32254 30-11-2022 22-11-2022 2022-0000218688 2022 32254 30-11-2022 22-11-2022 2022-0000218688 01-01-2023
Artikel 10c — Artikel 10c#
Artikel 10c artikel 4, eerste lid, onder a, van het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie De opleidingen die voor beroepskrachten voorschoolse educatie worden genoemd in de meest recent aangevangen collectieve arbeidsovereenkomst Kinderopvang voor Kindercentra en Gastouderbureaus worden aangewezen als opleidingen als bedoeld in. 2021 44373 25-10-2021 15-10-2021 2021-0000078197 2021 44373 25-10-2021 15-10-2021 2021-0000078197 01-01-2022
Artikel 10d — Artikel 10d Bewijsstukken van met goed gevolg afgesloten onderricht dat in elk geval omvat eerste hulp aan kinderen bij ongevallen#
Artikel 10d Bewijsstukken van met goed gevolg afgesloten onderricht dat in elk geval omvat eerste hulp aan kinderen bij ongevallen 1 artikel 13, derde lid, van het Besluit kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang Voor de toepassing vanworden door de minister bewijsstukken aangewezen in de vorm van geregistreerde certificaten inzake het met goed gevolg afgesloten onderricht dat in elk geval eerste hulp aan kinderen bij ongevallen omvat. 2 Een aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, vindt alleen plaats indien het certificaat slechts wordt afgegeven wanneer ten minste aan de volgende inhoudelijke criteria wordt voldaan: a. aantoonbare kennis van en inzicht in de voor eerstehulpverlening relevante fysieke verschillen tussen zuigelingen, kinderen en volwassenen; b. aantoonbare kennis van en inzicht in het gedrag van zuigelingen en kinderen bij ongeval en ziekte alsmede aantoonbare vaardigheid om daarop adequaat te reageren; c. aantoonbare vaardigheid in het verlenen van eerste hulp aan zuigelingen en kinderen bij veelvuldig voorkomende stoornissen in de vitale functies en plaatselijke letsels; d. aantoonbare kennis van en inzicht in de gevaren die in het bijzonder zuigelingen en kinderen bedreigen; en e. aantoonbare kennis van en inzicht in de wijze waarop ongevallen bij zuigelingen en kinderen kunnen worden voorkomen. 3 Een aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, kan alleen plaatsvinden indien naast de criteria met betrekking tot het certificaat, genoemd het tweede lid, tevens door de certificerende instantie ten minste aan de volgende processuele criteria is voldaan: a. zij is onafhankelijk; b. zij verzorgt zelf geen onderwijs met betrekking tot het te verlenen certificaat; c. zij biedt zelf geen onderwijs aan met betrekking tot het te verlenen certificaat; d. zij schrijft geen onderwijsmethode en onderwijsmateriaal voor met betrekking tot het te verlenen certificaat; e. zij geeft zelf het certificaat af voor maximaal twee jaar; f. zij ziet zelf toe op de kwaliteit van het voor het verkrijgen van het certificaat af te leggen examen; en g. zij registreert zelf de behaalde certificaten en de geldigheidsduur in een register. 2017 49278 01-09-2017 21-08-2017 2017-0000130261 2017 49278 01-09-2017 21-08-2017 2017-0000130261 01-01-2018 Door Staatscourant 2025/40056 vernummerd tot art. 10a.
Artikel 10e — Artikel 10e#
Artikel 10e 1 artikelen 10, tweede lid 10a, tweede lid 10b, tweede lid Aan de Directeur-generaal van de Dienst Uitvoering Onderwijs wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend tot het nemen van besluiten en het verrichten van alle benodigde werkzaamheden, waaronder het vaststellen en ondertekenen van stukken, ter uitvoering van de bevoegdheid van de minister, genoemd in de,en. 2 Aan de Directeur-generaal van de Dienst Uitvoering Onderwijs wordt mandaat en machtiging verleend met betrekking tot het nemen van besluiten over en het vaststellen en ondertekenen van stukken, die betrekking hebben op de afhandeling van administratieve stukken inzake klacht-, bezwaar- en beroepsprocedures, voor zover deze verband houden met de uitoefening van de bevoegdheden, genoemd in het eerste lid en met dien verstande dat de Directeur-generaal geen besluit op bezwaar neemt met betrekking tot een bezwaarschrift tegen een besluit dat de Directeur-generaal in mandaat heeft genomen. 3 De Directeur-generaal van de Dienst Uitvoering Onderwijs kan met betrekking tot zijn bevoegdheden, genoemd in het eerste en tweede lid, ondermandaat, volmacht en machtiging in een door hem te bepalen omvang verlenen aan onder hem ressorterende functionarissen, met dien verstande dat de Directeur-generaal geen ondermandaat verleent aan de functionaris aan wie door hem ondermandaat tot het nemen van het besluit waartegen het bezwaar zich richt, is verleend. 2011 22774 16-12-2011 08-12-2011 KO/2011/22350 2011 22774 16-12-2011 08-12-2011 KO/2011/22350 01-01-2012 Door Staatscourant 2025/40056 vernummerd tot art. 10b.
Artikel 11 — Artikel 11 Inrichting administratie#
Artikel 11 Inrichting administratie 1 De administratie van een kindercentrum of gastouderbureau is zodanig ingericht dat op verzoek van: a. artikel 1.61 van de wet hoofdstuk 1, afdeling 3, paragrafen 2 3, van de wet de toezichthouder, bedoeld in, tijdig de gegevens, bedoeld in het tweede lid, onder a tot en met e en j en k, respectievelijk in het derde lid, kunnen worden verstrekt die voor de naleving van bij en krachtensengegeven voorschriften van belang zijn; b. de Dienst Toeslagen tijdig, de gegevens of inlichtingen over de gegevens, bedoeld in het tweede lid, onder e, f, g, h en i, respectievelijk derde lid, eerste zin, voor zover betrekking hebbend op onderdeel e, en tweede zin, onder b, c, d, e, f, of h kunnen worden verstrekt die voor de aanspraak van een ouder op en de hoogte van de kinderopvangtoeslag en het voorschot daarop van belang kan zijn; of c. het college tijdig, de gegevens of inlichtingen over de gegevens, bedoeld in het tweede lid, onder e en f, respectievelijk derde lid, eerste zin, voor zover betrekking hebbend op onderdeel e, en tweede zin, onder b, c, d, e of f kunnen worden verstrekt die voor de aanspraak van een ouder op en de hoogte van de kinderopvangtoeslag of de hoogte van de tegemoetkoming van de gemeente van belang zijn. 2 De administratie van een kindercentrum bevat de volgende gegevens: a. artikel 1.50, derde lid, van de wet een overzicht van alle personen die op grond vanover een verklaring omtrent het gedrag moeten beschikken, vermeldende in ieder geval naam, burgerservicenummer, geboortedatum, en voor wat betreft de bij het kindercentrum werkzame beroepskrachten eveneens de behaalde diploma’s, getuigschriften en bewijsstukken, b. artikelen 4 13 van het Besluit kwaliteit kinderopvang een afschrift van het veiligheids- en gezondheidsbeleid, bedoeld in deen, c. artikel 1.58 van de wet een overzicht van de omvang en de samenstelling van de oudercommissie, bedoeld in, d. artikel 1.59 van de wet een afschrift van het reglement van de oudercommissie, bedoeld in, e. een overzicht van alle ingeschreven kinderen, vermeldende per kind: naam, burgerservicenummer, geboortedatum, adres, postcode, woonplaats, telefoonnummer en het adres en telefoonnummer van de ouders, f. afschriften van alle met ouders overeengekomen schriftelijke overeenkomsten, vermeldende per overeenkomst: de soort kinderopvang waarop de overeenkomst betrekking heeft, de voor die kinderopvang te betalen prijs per uur, naam, geboortedatum en adres van het kind, het aantal uren kinderopvang per jaar en de duur van de overeenkomst, g. betaalbewijzen waaruit de betalingen van de ouder aan het kindercentrum blijken, h. een jaaroverzicht en maandoverzichten per ouder, met vermelding van de naam, het burgerservicenummer en de geboortedatum van de ouder, met daarin: – opgave van aantal uren per jaar en per maand dat per kind is afgenomen en de gemiddelde uurprijs per kind, – het unieke registratienummer van het kindercentrum waar de ouder gebruik van maakt; i. de datum waarop de overeenkomst met de ouder is of wordt beëindigd; j. artikel 9b van het Besluit kwaliteit kinderopvang een bewijsstuk van een afgerond eerste leerjaar van alle beroepskrachten in opleiding die op grond vanzijn toegewezen als vaste beroepskracht, en k. artikelen 9, tweede lid 9c, tweede lid het begeleidingsplan, bedoeld in de, en. 3 Het tweede lid, onder a, en c tot en met e is van overeenkomstige toepassing op de administratie van een gastouderbureau. De administratie van een gastouderbureau bevat tevens de volgende gegevens: a. artikel 1.56b, derde lid, van de wet een overzicht van alle personen die op grond vanover een verklaring omtrent het gedrag moeten beschikken, vermeldende in ieder geval naam, burgerservicenummer, geboortedatum, en voor wat betreft de bij dat gastouderbureau aangesloten gastouders eveneens adres, postcode, woonplaats en telefoonnummer, b. afschriften van alle met vraagouders overeengekomen schriftelijke overeenkomsten, vermeldende per overeenkomst: de voor de gastouderopvang te betalen prijs per uur en, indien van toepassing, de bemiddelingskosten, naam, geboortedatum, adres, postcode en woonplaats van het kind, het aantal uren gastouderopvang per kind per jaar, evenals de duur van de overeenkomst, c. bankafschriften waaruit de betalingen van de vraagouder aan het gastouderbureau blijken, d. bankafschriften waaruit de betalingen van het gastouderbureau aan de gastouder blijken, e. een jaaroverzicht per voorziening voor gastouderopvang, met vermelding van het unieke registratienummer, de naam en de geboortedatum van de gastouder, met daarin: – het door het gastouderbureau aan de voorziening voor gastouderopvang betaalde bedrag per jaar, – het door het gastouderbureau aan de voorziening voor gastouderopvang betaalde bedrag per kind per jaar, het aantal uren afgenomen opvang per kind per jaar, de gemiddelde uurprijs per kind per jaar, en – de naam van de vraagouders die van de voorziening voor gastouderopvang gebruik maken onder vermelding van het burgerservicenummer van deze vraagouders, f. een jaaroverzicht en de maandoverzichten per vraagouder, met vermelding van de naam, het burgerservicenummer, en de geboortedatum van de vraagouder, met daarin: – het aan het gastouderbureau over dat jaar te betalen bedragen per kind, – opgave van aantal uren per jaar en per maand dat per kind is afgenomen en de gemiddelde uurprijs per kind, – de voorzieningen voor gastouderopvang waar de vraagouder gebruik van maakt onder vermelding van het unieke registratienummer van deze gastouders, g. artikel 1.51 van de wet een afschrift van de risico-inventarisatie, bedoeld in, en h. de datum waarop de overeenkomst met de ouder is of wordt beëindigd. 4 artikel 1.61 van de wet De houder van een kindercentrum of gastouderbureau kan de gegevens, bedoeld in het tweede of derde lid, op een andere plaats administreren dan op de plaats van vestiging van het kindercentrum of van het gastouderbureau, mits de gegevens, bedoeld in het tweede lid, onder a tot en met e, respectievelijk in het derde lid, op verzoek van de toezichthouder, bedoeld in, bij een onderzoek onverwijld beschikbaar komen op de plaats van vestiging van het kindercentrum of van het gastouderbureau. 2024 20497 27-06-2024 19-06-2024 2024-0000166145 2024 20497 27-06-2024 19-06-2024 2024-0000166145 01-01-2025
Artikel 11a — Artikel 11a Uitzondering op de kassiersfunctie#
Artikel 11a Uitzondering op de kassiersfunctie 1.47b, vierde lid, van de wet Een houder van een gastouderbureau geleidt de betalingen van vraagouders aan gastouders niet door zolang de termijn, bedoeld invan toepassing is. Binnen deze termijn vinden er geen contante betalingen plaats tussen vraagouder en gastouder. 2013 35199 18-12-2013 10-12-2013 2013-0000168911 2013 35199 18-12-2013 10-12-2013 2013-0000168911 01-01-2014
Artikel 11b — Artikel 11b Kostenoverzicht#
Artikel 11b Kostenoverzicht artikel 1.56, vierde lid, van de wet In de schriftelijke overeenkomst, bedoeld in, geeft het gastouderbureau de vraagouder inzicht in de uitvoeringskosten en de kosten van gastouderopvang. 2010 15917 13-10-2010 01-10-2010 WJZ-228516(2730) 2010 15917 13-10-2010 01-10-2010 WJZ-228516(2730) 14-10-2010 01-08-2010
Artikel 11c — Artikel 11c Schriftelijke in kennis stelling#
Artikel 11c Schriftelijke in kennis stelling Vervallen 2012 26050 18-12-2012 07-12-2012 KO/B/2012/17447 2012 26050 18-12-2012 07-12-2012 KO/B/2012/17447 01-01-2013
Artikel 11d — Artikel 11d Niet verschuldigde uitvoeringskosten#
Artikel 11d Niet verschuldigde uitvoeringskosten Vervallen 2012 26050 18-12-2012 07-12-2012 KO/B/2012/17447 2012 26050 18-12-2012 07-12-2012 KO/B/2012/17447 01-01-2013
Artikel 11e — Artikel 11e Uniek registratienummer#
Artikel 11e Uniek registratienummer artikel 1.56, vierde lid, van de wet In de schriftelijke overeenkomst, bedoeld in, wordt het unieke registratienummer van de gastouder opgenomen. 2010 15917 13-10-2010 01-10-2010 WJZ-228516(2730) 2010 15917 13-10-2010 01-10-2010 WJZ-228516(2730) 14-10-2010 01-08-2010
Artikel 11f — Artikel 11f Betalingstermijn vraagouder#
Artikel 11f Betalingstermijn vraagouder De ouder betaalt periodiek de kosten voor kinderopvang uiterlijk binnen zes kalendermaanden na afloop van het tijdvak waarover de kosten op grond van de overeenkomst worden berekend. 2023 27895 12-10-2023 04-10-2023 2023-0000521118 2023 27895 12-10-2023 04-10-2023 2023-0000521118 13-10-2023
Artikel 11g — Artikel 11g Inrichting administratie peuterspeelzaal#
Artikel 11g Inrichting administratie peuterspeelzaal Vervallen 2017 49281 01-09-2017 21-08-2017 2017-0000130259 2017 49281 01-09-2017 21-08-2017 2017-0000130259 01-01-2018
Artikel 11h — Artikel 11h Verslag#
Artikel 11h Verslag artikel 1.57b, vierde lid, van de wet De houder van een kindercentrum of een gastouderbureau stelt jaarlijks vanaf het kalenderjaar 2017 het verslag, bedoeld inop, dat betrekking heeft op het voorafgaande kalenderjaar. 2017 49281 01-09-2017 21-08-2017 2017-0000130259 2017 49281 01-09-2017 21-08-2017 2017-0000130259 01-01-2018
Artikel 11i — Artikel 11i Overgangsbepaling klachtenverslag#
Artikel 11i Overgangsbepaling klachtenverslag Artikel 11h zoals dat luidde de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I van de Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 21 augustus 2017 tot wijziging van diverse regelingen in verband met de harmonisatie van de regelgeving met betrekking tot kindercentra en peuterspeelzalen (Stcrt. 2017, 49281) blijft van toepassing op het verslag dat ziet op het kalenderjaar voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I van genoemde regeling. 2017 49281 01-09-2017 21-08-2017 2017-0000130259 2017 49281 01-09-2017 21-08-2017 2017-0000130259 01-01-2018
Artikel 12 — Artikel 12 Gegevensverstrekking college#
Artikel 12 Gegevensverstrekking college 1 Het college verstrekt aan de Minister uiterlijk op 1 juli van elk kalenderjaar gegevens over de uitvoering van de aan het college bij of krachtens de wet opgedragen taken in het daaraan voorafgaande kalenderjaar, met gebruikmaking van een daartoe door de Minister vastgesteld formulier. 2 Onder de opgedragen taken, bedoeld in het eerste lid, worden in ieder geval verstaan: a. het uitvoeren van de registertaak van het landelijk register kinderopvang; b. de behandeling van aanvragen tot registratie; c. het laten uitvoeren van de verplichte onderzoeken door de toezichthouder; en d. het handhaven of actie ondernemen in reactie op de door de toezichthouder geconstateerde overtredingen. 2021 44373 25-10-2021 15-10-2021 2021-0000078197 2021 44373 25-10-2021 15-10-2021 2021-0000078197 01-01-2022
Artikel 13 — Artikel 13 Aanvraag ten behoeve van opneming in het register buitenlandse kinderopvang#
Artikel 13 Aanvraag ten behoeve van opneming in het register buitenlandse kinderopvang Vervallen 2013 35199 18-12-2013 10-12-2013 2013-0000168911 2013 35199 18-12-2013 10-12-2013 2013-0000168911 01-01-2014
Artikel 14 — Artikel 14 Kinderopvang in België#
Artikel 14 Kinderopvang in België Vervallen 2007 179 17-09-2007 05-09-2007 WJZ/2007/31290(2654) 2007 343 27-09-2007 14-09-2007 01-10-2007 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel Ac, van de Verzamelwet arbeidsverhoudingen en arbeidsmarkt 2006 in werking treedt.
Artikel 15 — Artikel 15 Buitenlandse kinderopvangvoorzieningen#
Artikel 15 Buitenlandse kinderopvangvoorzieningen artikel 1.48, eerste en tweede lid, van de wet artikel 10a, eerste lid, onderdeel h, van het Besluit landelijk register kinderopvang, register buitenlandse kinderopvang en personenregister kinderopvang bijlage 2 Bij de beoordeling van een aanvraag tot gelijkstelling als bedoeld inworden de ingenoemde criteria en bewijsstukken, bedoeld ingebruikt. 2023 3854 01-02-2023 25-01-2023 2022-0000219823 2023 3854 01-02-2023 25-01-2023 2022-0000219823 01-04-2023
Artikel 15a — Artikel 15a Kinderopvang in Duitsland#
Artikel 15a Kinderopvang in Duitsland Vervallen 2023 3854 01-02-2023 25-01-2023 2022-0000219823 2023 3854 01-02-2023 25-01-2023 2022-0000219823 01-04-2023
Artikel 15b — Artikel 15b Kinderopvang in Frankrijk#
Artikel 15b Kinderopvang in Frankrijk Vervallen 2023 3854 01-02-2023 25-01-2023 2022-0000219823 2023 3854 01-02-2023 25-01-2023 2022-0000219823 01-04-2023
Artikel 15c — Artikel 15c Kinderopvang in Hongarije#
Artikel 15c Kinderopvang in Hongarije Vervallen 2023 3854 01-02-2023 25-01-2023 2022-0000219823 2023 3854 01-02-2023 25-01-2023 2022-0000219823 01-04-2023
Artikel 15d — Artikel 15d Kinderopvang in Ierland#
Artikel 15d Kinderopvang in Ierland Vervallen 2023 3854 01-02-2023 25-01-2023 2022-0000219823 2023 3854 01-02-2023 25-01-2023 2022-0000219823 01-04-2023
Artikel 15e — Artikel 15e Kinderopvang in Italië#
Artikel 15e Kinderopvang in Italië Vervallen 2023 3854 01-02-2023 25-01-2023 2022-0000219823 2023 3854 01-02-2023 25-01-2023 2022-0000219823 01-04-2023
Artikel 15f — Artikel 15f Kinderopvang in Noorwegen#
Artikel 15f Kinderopvang in Noorwegen Vervallen 2023 3854 01-02-2023 25-01-2023 2022-0000219823 2023 3854 01-02-2023 25-01-2023 2022-0000219823 01-04-2023
Artikel 15g — Artikel 15g Kinderopvang in Polen#
Artikel 15g Kinderopvang in Polen Vervallen 2023 3854 01-02-2023 25-01-2023 2022-0000219823 2023 3854 01-02-2023 25-01-2023 2022-0000219823 01-04-2023
Artikel 15h — Artikel 15h Kinderopvang in Portugal#
Artikel 15h Kinderopvang in Portugal Vervallen 2023 3854 01-02-2023 25-01-2023 2022-0000219823 2023 3854 01-02-2023 25-01-2023 2022-0000219823 01-04-2023
Artikel 15i — Artikel 15i Kinderopvang in Slovenië#
Artikel 15i Kinderopvang in Slovenië Vervallen 2023 3854 01-02-2023 25-01-2023 2022-0000219823 2023 3854 01-02-2023 25-01-2023 2022-0000219823 01-04-2023
Artikel 15j — Artikel 15j Kinderopvang in Spanje#
Artikel 15j Kinderopvang in Spanje Vervallen 2023 3854 01-02-2023 25-01-2023 2022-0000219823 2023 3854 01-02-2023 25-01-2023 2022-0000219823 01-04-2023
Artikel 15k — Artikel 15k Kinderopvang in Tsjechië#
Artikel 15k Kinderopvang in Tsjechië Vervallen 2023 3854 01-02-2023 25-01-2023 2022-0000219823 2023 3854 01-02-2023 25-01-2023 2022-0000219823 01-04-2023
Artikel 15l — Artikel 15l Kinderopvang in het Verenigd Koninkrijk, met uitzondering van Wales#
Artikel 15l Kinderopvang in het Verenigd Koninkrijk, met uitzondering van Wales Vervallen 2023 3854 01-02-2023 25-01-2023 2022-0000219823 2023 3854 01-02-2023 25-01-2023 2022-0000219823 01-04-2023
Artikel 16 — Artikel 16 Wijzigingen in het register buitenlandse kinderopvang#
Artikel 16 Wijzigingen in het register buitenlandse kinderopvang Vervallen 2013 35199 18-12-2013 10-12-2013 2013-0000168911 2013 35199 18-12-2013 10-12-2013 2013-0000168911 01-01-2014
Artikel 16a — Artikel 16a Kinderopvang in België (Vlaanderen en Brussel)#
Artikel 16a Kinderopvang in België (Vlaanderen en Brussel) Vervallen 2013 35199 18-12-2013 10-12-2013 2013-0000168911 2013 35199 18-12-2013 10-12-2013 2013-0000168911 01-01-2014
Artikel 16b — Artikel 16b Kinderopvang in België (Wallonië en Brussel)#
Artikel 16b Kinderopvang in België (Wallonië en Brussel) Vervallen 2013 35199 18-12-2013 10-12-2013 2013-0000168911 2013 35199 18-12-2013 10-12-2013 2013-0000168911 01-01-2014
Artikel 16c — Artikel 16c Kinderopvang in Duitsland (Nordrhein-Westfalen)#
Artikel 16c Kinderopvang in Duitsland (Nordrhein-Westfalen) Vervallen 2013 35199 18-12-2013 10-12-2013 2013-0000168911 2013 35199 18-12-2013 10-12-2013 2013-0000168911 01-01-2014
Artikel 16d — Artikel 16d Gastouderopvang in Duitsland#
Artikel 16d Gastouderopvang in Duitsland Vervallen 2013 35199 18-12-2013 10-12-2013 2013-0000168911 2013 35199 18-12-2013 10-12-2013 2013-0000168911 01-01-2014
Artikel 17 — Artikel 17 Overgangsbepaling met betrekking tot gemeentelijk verslag#
Artikel 17 Overgangsbepaling met betrekking tot gemeentelijk verslag artikel 12 De verplichting vangeldt voor het eerst over het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarop dat artikel in werking is getreden. 2004 192 06-10-2004 28-09-2004 AV/KO/2004/65638 2004 555 29-10-2004 25-10-2004 30-10-2004 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet kinderopvang in
werking treedt.
Artikel 17a — Artikel 17a Gewijzigde uitvoering voor het kalenderjaar 2010#
Artikel 17a Gewijzigde uitvoering voor het kalenderjaar 2010 Vervallen 2010 13222 26-08-2010 17-08-2010 WJZ/231102(2733) 2010 13222 26-08-2010 17-08-2010 WJZ/231102(2733) 01-01-2012
Artikel 17b — Artikel 17b#
Artikel 17b artikel 4, eerste lid, van het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie Deze regeling berust mede op. 2010 15917 13-10-2010 01-10-2010 WJZ-228516(2730) 2010 15917 13-10-2010 01-10-2010 WJZ-228516(2730) 14-10-2010 01-08-2010 Voorheen art. 17a*.
Artikel 17c — Artikel 17c#
Artikel 17c artikelen 16a tot en met 16d artikel 1.48, eerste of tweede lid, van de wet Indien een ouder op 31 december 2013 gebruik maakte van een buiten Nederland gevestigd kindercentrum of gevestigde gastouder als bedoeld in de, zoals deze luidden op 31 december 2013, wordt dit kindercentrum of deze gastouder voor het gebruik door deze ouder tot 1 januari 2015 aangemerkt als een in het register buitenlandse kinderopvang ingeschreven voorziening als bedoeld in. 2013 35199 18-12-2013 10-12-2013 2013-0000168911 2013 35199 18-12-2013 10-12-2013 2013-0000168911 01-01-2014
Artikel 17d — Artikel 17d Overgangsbepaling met betrekking tot de verwerking van gegevens van personen uit continue screening fase 1 in het personenregister kinderopvang#
Artikel 17d Overgangsbepaling met betrekking tot de verwerking van gegevens van personen uit continue screening fase 1 in het personenregister kinderopvang 1 artikelen 9a 9b van het Besluit registers De minister verwerkt de gegevens van de personen die op 28 februari 2018 op basis van deencontinu gescreend worden in het personenregister kinderopvang in de periode die loopt van 1 maart 2018 tot 1 juli 2018. 2 Artikel 11 artikelen 1.50, derde lid 1.56, derde lid 1.56b, derde lid, van de wet artikel 1.48d, derde lid, van de wet zoals dat luidde op 28 februari 2018 blijft ten aanzien van de in het eerste lid genoemde personen en gedurende de in het eerste lid genoemde periode van toepassing tot het tijdstip waarop deze personen, voor zover daartoe verplicht op grond van de,, en, zijn ingeschreven in het personenregister kinderopvang en op grond van, zijn gekoppeld aan de houder van een kindercentrum of gastouderbureau. 2018 6054 07-02-2018 22-01-2018 2017-0000196149 2018 6054 07-02-2018 22-01-2018 2017-0000196149 01-03-2018
Artikel 18 — Artikel 18 Tijdstip van inwerkingtreding#
Artikel 18 Tijdstip van inwerkingtreding Wet kinderopvang De Regeling Wet kinderopvang treedt in werking op het tijdstip waarop dein werking treedt. 2004 192 06-10-2004 28-09-2004 AV/KO/2004/65638 2004 555 29-10-2004 25-10-2004 30-10-2004 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet kinderopvang in
werking treedt.
Artikel 19 — Artikel 19 Citeertitel#
Artikel 19 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling Wet kinderopvang. 2017 49281 01-09-2017 21-08-2017 2017-0000130259 2017 49281 01-09-2017 21-08-2017 2017-0000130259 01-01-2018
Artikel 5#
artikel 5
Artikel 15#
artikel 15