Regeling van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 25 februari 2004, nr. BWL/ 2004 011 693, houdende aanpassing van bepaalde, op grond van het Bouwstoffenbesluit bodem- en oppervlaktewaterenbescherming geldende eisen ten aanzien van het gebruiken van grond en baggerspecie (Tijdelijke vrijstellingsregeling eisen grond en baggerspecie)
- BWB-id
- BWBR0016439
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- 2006-01-01 t/m 2006-01-03
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0016439
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2004/tijdelijke-vrijstellingsregeling-eisen-grond-en-baggerspecie
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2004/tijdelijke-vrijstellingsregeling-eisen-grond-en-baggerspecie/2006-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0016439&g=2006-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0016439&z=2026-06-06&g=2006-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0016439/2006-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2004/tijdelijke-vrijstellingsregeling-eisen-grond-en-baggerspecie
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 artikel 1 van het Bouwstoffenbesluit bodem- en oppervlaktewaterenbescherming Op deze regeling zijn de begripsbepalingen vanvan toepassing. 2 In deze regeling wordt verstaan onder: a. Bouwstoffenbesluit bodem- en oppervlaktewaterenbescherming Besluit:; b. bij het Besluit behorende bijlage 2 bijlage 2: de; c. baggerspecie: grond die uit de bodem is vrijgekomen via het oppervlaktewater of de voor dat water bestemde ruimte, daaronder begrepen sediment. 2004 40 27-02-2004 25-02-2004 BWL/2004011693 2004 40 27-02-2004 25-02-2004 BWL/2004011693 29-02-2004
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 hoofdstuk 2 van het Besluit Deze regeling is van toepassing op het gebruiken van grond op of in de bodem overeenkomstig. 2 Deze regeling is niet van toepassing op het gebruiken van grond op of in de bodem in: a. artikelen 7 21 van de Natuurbeschermingswet gebieden die krachtens deofzijn aangewezen als beschermd natuurmonument onderscheidenlijk zijn aangewezen als staatsnatuurmonument, b. richtlijn nr. 79/409/EEG gebieden die krachtensvan de Raad van de Europese Gemeenschappen van 2 april 1979 inzake het behoud van de vogelstand (PbEG L 103) zijn aangewezen als speciale beschermingszone, c. richtlijn nr. 92/43/EEG gebieden die krachtensvan de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (PbEG L 206) zijn aangewezen als speciale beschermingszone, en d. artikel 1.2 van de Wet milieubeheer gebieden die bij de provinciale milieuverordening als bedoeld inzijn aangewezen voor de waterwinning. 2004 40 27-02-2004 25-02-2004 BWL/2004011693 2004 40 27-02-2004 25-02-2004 BWL/2004011693 29-02-2004
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 bijlage 2 Voor het gebruiken van grond op of in de bodem wordt vrijstelling verleend van de immissiewaarden voor bromide, fluoride en sulfaat, zoals aangegeven in. 2004 40 27-02-2004 25-02-2004 BWL/2004011693 2004 40 27-02-2004 25-02-2004 BWL/2004011693 29-02-2004
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 bijlage 2 bijlage A bij deze regeling Voor het gebruiken van grond op of in de bodem wordt vrijstelling verleend van de immissiewaarden voor antimoon, molybdeen, seleen en vanadium, zoals aangegeven in, mits de concentratie van die stoffen in de betreffende grond de waarde, zoals aangegeven in, niet overschrijdt. 2 De bepaling van de concentratie, bedoeld in het eerste lid, vindt plaats overeenkomstig de volgende methoden: a. de monstervoorbehandeling en de ontsluiting van het monster overeenkomstig het Accreditatie-programma Bouwstoffenbesluit (AP 04); b. bijlage B bij deze regeling de analyse van het destruaat van het monster overeenkomstig de normvoorschriften, zoals aangegeven in. 3 bijlage B bij deze regeling De bepaling, bedoeld in het tweede lid, vindt plaats door een laboratorium dat is geaccrediteerd door de Raad voor Accreditatie op grond van NEN-EN-ISO / IEC 17025, uitgave 2000 voor een van de inopgenomen NEN-normen voor de matrix bodem. 4 Met de methoden, bedoeld in het tweede lid, worden gelijkgesteld methoden die worden gesteld in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij de overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte, en die een kwaliteitsniveau waarborgen dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de nationale eisen wordt nagestreefd. 5 Met het laboratorium, bedoeld in het derde lid, wordt gelijkgesteld een laboratorium dat is geaccrediteerd door een bevoegde accreditatie-instelling in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij de overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte, en dat een kwaliteitsniveau waarborgt dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de nationale eisen wordt nagestreefd. 2004 40 27-02-2004 25-02-2004 BWL/2004011693 2004 40 27-02-2004 25-02-2004 BWL/2004011693 29-02-2004
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 bijlage 2 bijlage 2 bijlage 2 Het op of in de bodem gebruiken van grond waarvan de samenstellingswaarde, zoals aangegeven in, voor EOCl (totaal) wordt overschreden, is toegestaan, mits de in EOCl (totaal) aanwezige halogeenverbindingen de samenstellingswaarden voor elk van die verbindingen, zoals aangegeven in, niet overschrijden en de betreffende grond voldoet aan de overige samenstellings- en immissiewaarden, zoals aangegeven in. 2004 40 27-02-2004 25-02-2004 BWL/2004011693 2004 40 27-02-2004 25-02-2004 BWL/2004011693 29-02-2004
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 bijlage 2 artikel 11, eerste lid, van het Besluit bijlage 3, behorende bij artikel 11, zevende lid, van het Besluit Voor het gebruiken van baggerspecie op of in de bodem, wordt de samenstellingswaarde, zoals aangegeven in, voor minerale olie verhoogd tot 2000 mg/kg droge stof, mits degene die voornemens is die baggerspecie te gebruiken, bij de melding, bedoeld in, behoudens de gegevens genoemd in, gegevens over de herkomst van de baggerspecie verstrekt met behulp waarvan kan worden vastgesteld of er sprake is van uitsluitend baggerspecie. 2004 40 27-02-2004 25-02-2004 BWL/2004011693 2004 40 27-02-2004 25-02-2004 BWL/2004011693 29-02-2004
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt vijf jaar na het tijdstip van inwerkingtreding. 2004 40 27-02-2004 25-02-2004 BWL/2004011693 2004 40 27-02-2004 25-02-2004 BWL/2004011693 29-02-2004
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke vrijstellingsregeling eisen grond en baggerspecie. 2004 40 27-02-2004 25-02-2004 BWL/2004011693 2004 40 27-02-2004 25-02-2004 BWL/2004011693 29-02-2004
Artikel 4#
artikel 4, eerste lid
Artikel 4#
artikel 4, tweede lid, onder b