Regeling van de Minister van Economische Zaken van 14 augustus 2003, nr. WJZ 3019672, tot vaststelling van uitvoeringsregels voor de levering van gas aan kleinverbruikers (Uitvoeringsregeling Gaswet)
- BWB-id
- BWBR0015468
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 2025-10-01 t/m 2025-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0015468
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2004/uitvoeringsregeling-gaswet
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2004/uitvoeringsregeling-gaswet/2025-10-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0015468&g=2025-10-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0015468&z=2026-06-06&g=2025-10-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0015468/2025-10-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2004/uitvoeringsregeling-gaswet
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. Gaswet wet:; b. artikel 43, eerste lid, van de wet kleinverbruiker: de inbedoelde afnemer; c. gemiddelde effectieve etmaaltemperatuur: gemiddelde luchttemperatuur te De Bilt (T) in een etmaal, gecorrigeerd voor de gemiddelde windsnelheid op hetzelfde station (V) in dezelfde periode uitgedrukt in meters per seconde, volgens de formule: Teff = T – (V/1,5); d. gemiddelde effectieve temperatuur: gemiddelde luchttemperatuur te De Bilt (T) over een periode, gecorrigeerd voor de gemiddelde windsnelheid op hetzelfde station (V) in dezelfde periode uitgedrukt in meters per seconde, volgens de formule: Teff = T – (V/1,5). 2025 32913 30-09-2025 23-09-2025 WJZ/101254315 2025 32913 30-09-2025 23-09-2025 WJZ/101254315 01-10-2025
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 artikel, 10a, eerste lid, onderdeel q, van de wet De datum, bedoeld inis 15 september. 2025 32913 30-09-2025 23-09-2025 WJZ/101254315 2025 32913 30-09-2025 23-09-2025 WJZ/101254315 01-10-2025
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 10a, eerste lid, onderdeel q, achtste lid en negende lid, van de wet Het overzicht, bedoeld in, brengt zowel de vraagzijde als de aanbodzijde van de gasbalans in kaart. Daarbij worden tevens de verwachte import- en exportstromen betrokken. 2 artikel 10a, eerste lid, onderdeel q, subonderdelen 1, 3 en 4, van de wet Bij de raming van de hoeveelheden hoog- en laagcalorisch gas, bedoeld inen artikel 10a, achtste lid, onderdeel b, van de wet, wordt gebruikgemaakt van de temperatuurscenario's beschreven in het negende lid. 3 artikel 10a, eerste lid, onderdeel q, subonderdeel 2, van de wet verordening 2017/1938 De benodigde capaciteit, bedoeld in, wordt geraamd op basis van de omstandigheden beschreven in artikel 5, eerst lid, van. Daarbij wordt de benodigde capaciteit bepaald op grond van de laagste gemiddelde effectieve etmaaltemperatuur die voorkomt met een statistische waarschijnlijkheid van eens in de twintig jaar. 4 artikel 10a, achtste lid, onderdeel a, subonderdeel 1, van de wet Het benodigde volume, bedoeld in, wordt bepaald op grond van de gemiddelde effectieve temperatuur gedurende een zeven dagen durende koude periode die voorkomt met een statistische waarschijnlijkheid van eens in de twintig jaar. 5 artikel 10a, achtste lid, onderdeel a, subonderdeel 2, van de wet Het benodigde volume, bedoeld in, wordt bepaald op grond van de gemiddelde effectieve temperatuur gedurende een koude periode van dertig dagen die voorkomt met een statistische waarschijnlijkheid van eens in de twintig jaar. 6 artikel 10a, achtste lid, onderdeel a, subonderdeel 3, van de wet Het benodigde volume, bedoeld in, wordt bepaald op grond van de gemiddelde effectieve temperatuur gedurende een periode van dertig dagen die representatief is voor gemiddelde winterse omstandigheden. 7 artikel 10a, eerste lid, onderdeel q, subonderdelen 1 en 4 In het overzicht van de vraag en vraagontwikkeling van hoog- en laagcalorisch gas, bedoeld in, artikel 10a, achtste lid, onderdeel f en artikel 10a, negende lid, onderdelen a en b, van de wet, wordt de vraag naar gas nader onderverdeeld in: a. de verwachte binnenlandse gasvraag en de export per land; b. ten aanzien van de binnenlandse vraag: onderscheid tussen de gasvraag van eindafnemers die zijn aangesloten op het landelijk gastransportnet, op een gastransportnet niet zijnde het landelijk gastransportnet en op een gesloten distributiesysteem; c. ten aanzien van de eindafnemers die zijn aangesloten op het landelijk gastransportnet: onderscheid tussen de vraag van gascentrales en overige eindafnemers. 8 artikel 10a, eerste lid, onderdeel q, subonderdeel 3 De benodigde hoeveelheden hoog- en laagcalorisch gas, bedoeld in, zien in ieder geval op de hoeveelheden hoog- en laagcalorisch gas uitgedrukt in TWh die op 1 november van het volgende kalenderjaar dienen te zijn opgeslagen. 9 artikel 10a, negende lid, onderdeel b, van de wet De temperatuurscenario's, bedoeld in, omvatten ten minste een koudste, een gemiddelde en een warmste scenario op basis van temperatuurprofielen van de afgelopen 20 jaar. De netbeheerder van het landelijk gastransportnet geeft aan welk gasjaar als referentie dient voor deze specifieke temperatuurscenario's. 10 Bij de berekening van de vraag naar gas gaat de netbeheerder van het landelijk gastransportnet ten minste uit van: a. een systematiek van graaddagen, gebaseerd op het verschil tussen de gemiddelde effectieve etmaaltemperatuur en 14°C, volgens de formule: D = ∑ max[(14 – Teff),0]; en b. temperatuurprofielen van de afgelopen 20 jaar op basis waarvan hij een verband legt tussen het aantal graaddagen en de vraag naar gas. 2025 32913 30-09-2025 23-09-2025 WJZ/101254315 2025 32913 30-09-2025 23-09-2025 WJZ/101254315 01-10-2025
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 43, tweede lid, onderdeel b Overeenkomstig, wordt gas anders dan bedrijfsmatig geleverd indien: a. het gas uitsluitend wordt geleverd op een terrein dat de leverancier in eigendom, pacht of erfpacht heeft en de levering van gas in het geheel van zijn onderneming van ondergeschikte betekenis is, dan wel een onlosmakelijk onderdeel vormt van de handelingen die zijn onderneming verricht, en b. de leverancier reeds voor de datum van inwerkingtreding van deze regeling gas leverde aan beschermde afnemers, dan wel de leverancier aan niet meer dan vijftien kleinverbruikers per jaar gas levert. 2003 159 20-08-2003 14-08-2003 WJZ3019672 2000 305 20-07-2000 22-06-2000 26463 01-07-2004 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 43 van de Gaswet
in werking treedt.
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Uitvoeringsregeling Gaswet De(Stcrt. 2000, 159) vervalt. 2003 159 20-08-2003 14-08-2003 WJZ3019672 2000 305 20-07-2000 22-06-2000 26463 01-07-2004 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 43 van de Gaswet
in werking treedt.
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 artikel 43 van de wet Deze regeling treedt in werking met ingang van de datum waaropin werking treedt. 2003 159 20-08-2003 14-08-2003 WJZ3019672 2000 305 20-07-2000 22-06-2000 26463 01-07-2004 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 43 van de Gaswet
in werking treedt.
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling Gaswet. 2003 159 20-08-2003 14-08-2003 WJZ3019672 2000 305 20-07-2000 22-06-2000 26463 01-07-2004 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 43 van de Gaswet
in werking treedt.