Besluit van de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking van 2 juli 2004, nr. DCO-210/04, tot vaststelling van een beleidsvoornemen en een subsidieplafond voor de tweede helft van het jaar 2004 voor subsidiëring op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken (Programma Onderzoek)
- BWB-id
- BWBR0016973
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Buitenlandse Zaken
- Geldigheid
- 2004-07-14 t/m 2005-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0016973
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2004/vaststellingsbesluit-beleidsvoornemen-en-subsidieplafond-twe
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2004/vaststellingsbesluit-beleidsvoornemen-en-subsidieplafond-twe/2004-07-14
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0016973&g=2004-07-14
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0016973&z=2026-06-06&g=2004-07-14
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0016973/2004-07-14
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2004/vaststellingsbesluit-beleidsvoornemen-en-subsidieplafond-twe
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 artikelen 2.4.7 2.4.8 van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken Gedurende de periode van 1 juli tot en met 31 december 2004 geldt voor subsidieverlening voor onderzoek op grond van deendat uitsluitend voorstellen voor onderzoek die bijdragen aan het realiseren van de prioritaire thema's: ‘HIV/aids’, ‘Milieu en Water’ en ‘Goed Bestuur en het Verbeteren van het Ondernemingsklimaat’, in aanmerking kunnen komen voor subsidie. Daarbij geldt voor elk van de drie thema’s een subsidieplafond van één (1) miljoen euro. 2004 130 12-07-2004 02-07-2004 DCO-210/04 2004 130 12-07-2004 02-07-2004 DCO-210/04 14-07-2004
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Bij de beoordeling van aanvragen voor subsidie worden de volgende criteria gehanteerd. Het onderzoek dient: 1. maatschappelijk relevant te zijn; 2. gericht te zijn op armoedevermindering en duurzame ontwikkeling, waarbij het genderperspectief integraal wordt toegepast; 3. vraaggericht te zijn, hetgeen betekent dat de onderzoekprioriteiten en de invulling van het onderzoek zoveel mogelijk vastgesteld dienen te worden door de (eind)gebruikers van de resultaten van het onderzoek; 4. toepassingsgericht te zijn en 5. 1 Het gaat om de partnerlanden vermeld in de nota ‘Aan Elkaar Verplicht’: Afghanistan, Albanië, Armenië, Bangladesh, Benin, Bolivia, Bosnië Herzegovina, Burkina Faso, Colombia, Egypte, Eritrea, Ethiopië, Georgië, Ghana, Guatemala, Indonesië, Jemen, Kaap Verdië, Kenia, Macedonië, Mali, Moldavië, Mongolië, Mozambique, Nicaragua, Pakistan, Palestijnse autoriteit, Rwanda, Senegal, Sri Lanka, Suriname, Tanzania, Uganda, Vietnam, Zambia, Zuid-Afrika niet beperkt te zijn tot een land, doch gericht op activiteiten die een regionaal of wereldwijd karakter hebben en relevant zijn voor de partnerlanden vermeld in de nota ‘Aan Elkaar Verplicht’ waarmee structureel wordt samengewerkt. 2004 130 12-07-2004 02-07-2004 DCO-210/04 2004 130 12-07-2004 02-07-2004 DCO-210/04 14-07-2004
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Organisaties die in aanmerking wensen te komen voor subsidieverlening dienen aantoonbaar ruime ervaring te hebben met het beheer en (doen) uitvoeren van vraaggeoriënteerd onderzoek en onderzoekcapaciteit bevorderende activiteiten. 2004 130 12-07-2004 02-07-2004 DCO-210/04 2004 130 12-07-2004 02-07-2004 DCO-210/04 14-07-2004
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst. 2004 130 12-07-2004 02-07-2004 DCO-210/04 2004 130 12-07-2004 02-07-2004 DCO-210/04 14-07-2004