Besluit van de Minister van Justitie van 1 november 2005, nr. 5383512/505/CBK, houdende de aanwijzing van buitengewoon opsporingsambtenaren bij de openbaar vervoersbedrijven
- BWB-id
- BWBR0018968
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- 2010-07-13 t/m 2010-11-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0018968
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2005/besluit-buitengewoon-opsporingsambtenaar-openbaar-vervoersbe
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2005/besluit-buitengewoon-opsporingsambtenaar-openbaar-vervoersbe/2010-07-13
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0018968&g=2010-07-13
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0018968&z=2026-06-06&g=2010-07-13
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0018968/2010-07-13
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2005/besluit-buitengewoon-opsporingsambtenaar-openbaar-vervoersbe
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: a. artikel 2 buitengewoon opsporingsambtenaar: de buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld invan dit besluit; b. artikel 1, onder k, van de Wet personenvervoer 2000 openbaar vervoersbedrijf: de vervoerder, bedoeld in, die openbaar vervoer verricht, uitgezonderd de NS Groep N.V. 2005 216 07-11-2005 01-11-2005 5383512/505/CBK 2005 216 07-11-2005 01-11-2005 5383512/505/CBK 01-12-2005
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 bijlage bijlage Maximaal het aantal personen in debij dit besluit aangegeven medewerkers, in dienstbetrekking werkzaam bij de in debij dit besluit genoemde openbaar vervoersbedrijven en belast met de opsporing van strafbare feiten, is aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar. 2005 216 07-11-2005 01-11-2005 5383512/505/CBK 2005 216 07-11-2005 01-11-2005 5383512/505/CBK 01-12-2005
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 2 bijlage A-I van de Circulaire Buitengewoon opsporingsambtenaar De inbedoelde ambtenaren zijn bevoegd tot het opsporen van de strafbare feiten genoemd in domein IV Openbaar Vervoer, van, voor zover noodzakelijk voor een goede vervulling van de aan de functie gerelateerde taken. 2 De opsporingsbevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, geldt voor het grondgebied van Nederland, voor zover noodzakelijk voor een goede vervulling van de aan de functie gerelateerde taken. 3 De buitengewoon opsporingsambtenaar vermeldt in zijn processen-verbaal en schriftelijke verslagleggingen het domein waarin hij is aangesteld. 2010 8500 07-06-2010 01-06-2010 5653138/Justis/10 2010 8500 07-06-2010 01-06-2010 5653138/Justis/10 08-06-2010
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Als toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de hoofdofficier van justitie van het arrondissement, waarin de vestigingsplaats is gelegen van het openbaar vervoersbedrijf waarbij de desbetreffende buitengewoon opsporingsambtenaar werkzaam is. 2 Als direct toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de korpschef van het regionaal politiekorps van de politieregio waarin de vestigingsplaats is gelegen van het openbaar vervoersbedrijf waarbij de desbetreffende buitengewoon opsporingsambtenaar werkzaam is. 3 artikel 3, tweede lid, onder b bijlage In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid kan, indien door openbaar vervoersbedrijven een samenwerkingsovereenkomst als bedoeld in, is gesloten, in debij dit besluit één hoofdofficier van justitie als toezichthouder en één korpschef als direct toezichthouder worden aangewezen. 2005 216 07-11-2005 01-11-2005 5383512/505/CBK 2005 216 07-11-2005 01-11-2005 5383512/505/CBK 01-12-2005
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Artikel 5 is vervallen. 2010 8500 07-06-2010 01-06-2010 5653138/Justis/10 2010 8500 07-06-2010 01-06-2010 5653138/Justis/10 08-06-2010
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 8, eerste en derde lid, van de Politiewet 1993 hoofdstuk 7 van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar De buitengewoon opsporingsambtenaar kan bevoegd zijn bij de opsporing van de strafbare feiten waarvoor hij is beëdigd, gebruik te maken van de bevoegdheden, bedoeld in, indien de noodzaak daartoe uitdrukkelijk is vastgesteld door de Minister van Justitie. De buitengewoon opsporingsambtenaar gedraagt zich overeenkomstig het bepaalde in. 2 De buitengewoon opsporingsambtenaar kan gedurende de uitoefening van zijn taak als buitengewoon opsporingsambtenaar uitgerust zijn met: indien en voor zover de noodzaak tot het dragen van geweldsmiddelen daartoe uitdrukkelijk is vastgesteld door de Minister van Justitie. a. handboeien van een door de ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties goedgekeurd merk en type; b. een korte wapenstok van een door de ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties goedgekeurd merk en type, 3 De werkgever zendt meldingen van het gebruik van geweld door de buitengewoon opsporingsambtenaar toe aan de direct toezichthouder en de toezichthouder. 2005 216 07-11-2005 01-11-2005 5383512/505/CBK 2005 216 07-11-2005 01-11-2005 5383512/505/CBK 01-12-2005
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 De directeur van een openbaar vervoersbedrijf brengt jaarlijks, vóór 1 april over het jaar daaraan voorafgaand, met betrekking tot de buitengewoon opsporingsambtenaren werkzaam bij het betreffende bedrijf aan de Minister van Justitie verslag uit over: a. het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren dat op 31 december werkzaam was bij het desbetreffende openbaar vervoersbedrijf; b. de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten; c. de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de Minister van Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor het examen zijn geslaagd; d. het aantal klachten dat tegen buitengewoon opsporingsambtenaren is ingediend; e. voor zover het openbaar vervoersbedrijf hiertoe de bevoegdheid is verleend, het aantal malen dat gebruik is gemaakt van geweld en de aard van dit geweld. 2005 216 07-11-2005 01-11-2005 5383512/505/CBK 2005 216 07-11-2005 01-11-2005 5383512/505/CBK 01-12-2005
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar openbaar vervoersbedrijven 2002 Hetwordt ingetrokken. 2005 216 07-11-2005 01-11-2005 5383512/505/CBK 2005 216 07-11-2005 01-11-2005 5383512/505/CBK 01-12-2005
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 De op naam gestelde akten van opsporingsbevoegdheid en beëdiging en de overige benoemingsbescheiden, afgegeven mede op basis van het besluit van 1 november 2005, nr. 5383512/505/CBK, worden geacht mede te zijn afgegeven op basis van het onderhavige besluit. 2010 8500 07-06-2010 01-06-2010 5653138/Justis/10 2010 8500 07-06-2010 01-06-2010 5653138/Justis/10 08-06-2010
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 december 2005 en vervalt met ingang van 1 december 2010. 2005 216 07-11-2005 01-11-2005 5383512/505/CBK 2005 216 07-11-2005 01-11-2005 5383512/505/CBK 01-12-2005
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar openbaar vervoersbedrijven 2005. 2005 216 07-11-2005 01-11-2005 5383512/505/CBK 2005 216 07-11-2005 01-11-2005 5383512/505/CBK 01-12-2005