Besluit van de Minister van Justitie van 7 december 2004, nr. 5324238/504/CBK, strekkende tot aanwijzing van de medewerkers verkeershandhaving van de regionale politiekorpsen tot buitengewoon opsporingsambtenaar
- BWB-id
- BWBR0017641
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- 2005-01-01 t/m 2007-08-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0017641
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2005/besluit-buitengewoon-opsporingsambtenaar-regionale-verkeersh
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2005/besluit-buitengewoon-opsporingsambtenaar-regionale-verkeersh/2005-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0017641&g=2005-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0017641&z=2026-06-06&g=2005-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0017641/2005-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2005/besluit-buitengewoon-opsporingsambtenaar-regionale-verkeersh
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 tweede artikel In dit besluit wordt verstaan onder de buitengewoon opsporingsambtenaar: de opsporingsambtenaren omschreven in hetvan dit besluit. 2004 241 14-12-2004 07-12-2004 5324238/504/CBK 2004 241 14-12-2004 07-12-2004 5324238/504/CBK 01-01-2005
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 De personen werkzaam als medewerker verwerking, radarwaarnemer of verkeersassistent binnen het team verkeershandhaving van een regionaal politiekorps en die zijn belast met de opsporing van strafbare feiten, zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar. 2 Per regionaal politiekorps kunnen maximaal 30 personen worden beëdigd tot buitengewoon opsporingsambtenaar. 2004 241 14-12-2004 07-12-2004 5324238/504/CBK 2004 241 14-12-2004 07-12-2004 5324238/504/CBK 01-01-2005
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De opsporingsbevoegdheid van de buitengewoon opsporingsambtenaar strekt zich uit tot ten hoogste de strafbare feiten genoemd in: a. artikel 435, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht ; b. artikel 34 van de Wet Administratiefrechtelijke Handhaving Verkeersvoorschriften (WAHV); c. artikel 14, eerste lid, van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorvoertuigen (WAM); d. artikel 5.6.8., eerste en tweede lid van het Voertuigreglement ; e. artikelen 20 21 22 59 60 62 68 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) de,,,,,,; f. artikel 107, eerste en tweede lid artikel 135, eerste lid artikel 160, eerste, derde en vijfde lid van de Wegenverkeerswet 1994 ,,(WVW 1994). 2 De opsporingsbevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, geldt voor het grondgebied van heel Nederland. 2004 241 14-12-2004 07-12-2004 5324238/504/CBK 2004 241 14-12-2004 07-12-2004 5324238/504/CBK 01-01-2005
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 8, eerste en derde lid, van de Politiewet 1993 hoofdstuk 7 van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar De persoon werkzaam als radarwaarnemer of verkeersassistent, die op grond van dit besluit is beëdigd tot buitengewoon opsporingsambtenaar, is tevens bevoegd bij de opsporing van de strafbare feiten waarvoor aan hem opsporingsbevoegdheid is toegekend, gebruik te maken van de bevoegdheden, bedoeld in. Hij gedraagt zich daarbij overeenkomstig het bepaalde in. 2 De persoon werkzaam als radarwaarnemer of verkeersassistent, die op grond van dit besluit is beëdigd tot buitengewoon opsporingsambtenaar, kan gedurende de uitoefening van zijn dienst gebruik maken van handboeien van een door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en mij goedgekeurd merk en type. Hij wordt daadwerkelijk uitgerust met handboeien nadat de direct toezichthouder heeft vastgesteld dat betrokkene beschikt over de vereiste bekwaamheid ten aanzien van het gebruik van en het omgaan met handboeien. 2004 241 14-12-2004 07-12-2004 5324238/504/CBK 2004 241 14-12-2004 07-12-2004 5324238/504/CBK 01-01-2005
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Als toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de hoofdofficier van justitie van het arrondissement waarbinnen de standplaats van de buitengewoon opsporingsambtenaar is gelegen. 2 Als direct toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de korpschef van de politieregio waarbinnen de standplaats van de buitengewoon opsporingsambtenaar is gelegen. 2004 241 14-12-2004 07-12-2004 5324238/504/CBK 2004 241 14-12-2004 07-12-2004 5324238/504/CBK 01-01-2005
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Het hoofd van het Bureau Verkeershandhaving Openbaar Ministerie (BVOM) brengt jaarlijks, doch uiterlijk op 1 april, verslag uit aan mij en vermeldt hierin in ieder geval: a. de aantallen binnen de verkeershandhavingsteams werkzame buitengewoon opsporingsambtenaren; b. de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte opsporingsactiviteiten; c. artikel 8, eerste en derde lid, van de Politiewet 1993 het aantal gevallen waarin gebruik is gemaakt van de bevoegdheden, bedoeld in; d. het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren dat daadwerkelijk is uitgerust met handboeien en het aantal gevallen waarin daarvan gebruik is gemaakt; e. de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van de buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door mij goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor het examen zijn geslaagd. 2004 241 14-12-2004 07-12-2004 5324238/504/CBK 2004 241 14-12-2004 07-12-2004 5324238/504/CBK 01-01-2005
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar regionale verkeershandhaving 2003 Hetwordt ingetrokken. 2004 241 14-12-2004 07-12-2004 5324238/504/CBK 2004 241 14-12-2004 07-12-2004 5324238/504/CBK 01-01-2005
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 artikel 7 De op naam gestelde akten van opsporingsbevoegdheid en beëdiging, de legitimatiebewijzen buitengewoon opsporingsambtenaar en de overige benoemingsbescheiden, welke zijn uitgevaardigd op het invan dit besluit omschreven besluit, zijn van kracht tot aan de in die akten, legitimatiebewijzen en overige benoemingsbescheiden vermelde geldigheidsdatum. 2004 241 14-12-2004 07-12-2004 5324238/504/CBK 2004 241 14-12-2004 07-12-2004 5324238/504/CBK 01-01-2005
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2005 en vervalt met ingang van 1 januari 2010. 2004 241 14-12-2004 07-12-2004 5324238/504/CBK 2004 241 14-12-2004 07-12-2004 5324238/504/CBK 01-01-2005
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Dit besluit kan worden aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar regionale verkeershandhaving 2005. 2004 241 14-12-2004 07-12-2004 5324238/504/CBK 2004 241 14-12-2004 07-12-2004 5324238/504/CBK 01-01-2005