Besluit van de Minister van Economische Zaken van 1 juli 2005, nr. WJZ 5040271, houdende regels inzake mandaat, volmacht en machtiging voor de raad van bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (Besluit mandaat, volmacht en machtiging raad van bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit)
- BWB-id
- BWBR0018529
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 2013-04-01 t/m 2013-04-04
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0018529
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2005/besluit-mandaat-volmacht-en-machtiging-raad-van-bestuur-van-
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2005/besluit-mandaat-volmacht-en-machtiging-raad-van-bestuur-van-/2013-04-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0018529&g=2013-04-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0018529&z=2026-06-06&g=2013-04-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0018529/2013-04-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2005/besluit-mandaat-volmacht-en-machtiging-raad-van-bestuur-van-
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: a. de minister: de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie; b. de raad: de raad van bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit; c. P&O-aangelegenheden: aangelegenheden op het gebied van personeel, organisatie en formatie en het daarmee samenhangende budget; d. Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 BBRA:; e. Algemeen Rijksambtenarenreglement ARAR:. 2011 11439 01-07-2011 30-06-2011 WJZ/10199965 2011 11439 01-07-2011 30-06-2011 WJZ/10199965 02-07-2011
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Aan de raad wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend tot het nemen van besluiten en verrichten van overige handelingen die verband houden met: a. artikelen 4a, eerste lid, onderdeel c, voor zover het de netwerkcapaciteit betreft en onderdeel d 15 68, tweede lid 78, eerste, tweede en derde lid 85, derde lid 95d, eerste lid 95e 95f, eerste lid 95i van de Elektriciteitswet 1998 de,,,,,,,en; b. artikelen 2a 34, eerste, tweede, derde, vijfde en zesde lid 40, tweede lid 45, eerste lid 46 47, eerste lid 49 52a, eerste lid, onderdelen d, voor zover het niet de kwaliteit en de staat van onderhoud van het landelijk gastransportnet betreft, f en i 64, derde lid 83 van de Gaswet de,,,,,,,,, en; c. artikel 3, eerste, tweede, derde en zesde lid van het Besluit leveringszekerheid Gaswet ; d. artikel 2, eerste, tweede, derde en zesde lid van het Besluit leveringszekerheid Elektriciteitswet 1998 . 2 Aan de raad wordt voorts mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het behandelen van bezwaar- en beroepschriften, waaronder het nemen van beslissingen op bezwaarschriften en het instellen van (hoger) beroep, tegen besluiten die zijn gebaseerd op de artikelen genoemd in het eerste lid. 2011 11439 01-07-2011 30-06-2011 WJZ/10199965 2011 11439 01-07-2011 30-06-2011 WJZ/10199965 02-07-2011
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Aan de raad wordt mandaat en machtiging verleend tot het nemen van besluiten en verrichten van overige handelingen die verband houden met de artikelen 4, vierde en vijfde lid, 9 en 22 van de Verordening (EG) Nr. 139/2004 van de Raad van 20 januari 2004 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen (de ‘EG-concentratieverordening’). 2005 126 04-07-2005 01-07-2005 WJZ5040271 2005 126 04-07-2005 01-07-2005 WJZ5040271 06-07-2005 01-07-2005
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Aan de raad wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor de P&O-aangelegenheden ten aanzien van het personeel dat de minister aan de raad ter beschikking stelt. 2 In uitzondering op het eerste lid geldt het mandaat, de volmacht en de machtiging niet voor de volgende aangelegenheden: a. beslissingen op bezwaarschriften inzake personeelsaangelegenheden; b. bijlage B van het BBRA besluiten ten aanzien van ambtenaren voor wie salarisschaal 15 of hoger vangeldt, respectievelijk kandidaten voor functies, waarvoor die salarisschalen gelden, inhoudende: 1°. artikel 57 van het ARAR het opdragen van een andere functie buiten het werkterrein van de Nederlandse Mededingingsautoriteit op basis van; 2°. artikel 58 van het ARAR het opdragen van tijdelijke andere werkzaamheden buiten het werkterrein van de Nederlandse Mededingingsautoriteit op basis van; 3°. artikel 81 van het ARAR het opleggen van disciplinaire straffen op grond van; 4°. artikel 91 van het ARAR het schorsen van een ambtenaar op basis van; 5°. artikel 92 van het ARAR het verminderen van de bezoldiging tijdens schorsing op basis van. 2010 7606 20-05-2010 10-05-2010 WJZ/10076123 2010 7606 20-05-2010 10-05-2010 WJZ/10076123 21-05-2010
Artikel 4a — Artikel 4a#
Artikel 4a Aan de raad wordt op het werkterrein van de Nederlandse Mededingingsautoriteit volmacht en machtiging verleend voor het aangaan van privaatrechtelijke rechtshandelingen en voor de daarmee samenhangende handelingen. 2006 50 10-03-2006 02-03-2006 WJZ6015253 2006 50 10-03-2006 02-03-2006 WJZ6015253 12-03-2006 01-07-2005
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Het krachtens mandaat of volmacht ondertekenen van stukken geschiedt als volgt: De Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, namens deze: (handtekening) (naam functionaris) (functie) 2011 11439 01-07-2011 30-06-2011 WJZ/10199965 2011 11439 01-07-2011 30-06-2011 WJZ/10199965 02-07-2011
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikelen 2 tot en met 4a De raad kan voor de in debedoelde aangelegenheden slechts ondermandaat, volmacht en machtiging aan een afzonderlijk lid van de raad verlenen indien niet gewacht kan worden op een besluit van de raad. 2 artikelen 2 tot en met 4a De raad kan mandaat, volmacht en machtiging verlenen voor de in debedoelde aangelegenheden aan een afzonderlijk lid van de raad voor de schriftelijke afdoening en ondertekening van stukken die voortvloeien uit door de raad genomen besluiten. 3 artikelen 2 4 artikelen 3 4a De raad verleent voor de in deenbedoelde aangelegenheden ondermandaat, volmacht en machtiging aan functionarissen werkzaam voor zijn organisatie en kan ondermandaat, volmacht en machtiging verlenen voor de in deenbedoelde aangelegenheden. 4 artikel 4 De raad kan voor de inbedoelde aangelegenheden slechts ondermandaat, volmacht en machtiging verlenen aan functionarissen werkzaam voor zijn organisatie voor zover het betreft: 1°. het aanstellen van medewerkers; 2°. artikel 94 van het ARAR het verlenen van ontslag, bedoeld in; 3°. artikel 21, tweede lid, van het ARAR het goedkeuren van aanvragen tot wijzigingen in de arbeidsduur van medewerkers met uitzondering van aanvragen bedoeld in; 4°. het verlenen van toestemming voor interim functievervulling en het aangaan van desbetreffende overeenkomsten; 5°. het beslissen op een aanvraag in het kader van de geldende regels inzake scholingsfaciliteiten, inclusief het verlenen van studieverlof; 6°. het aangaan van verplichtingen inzake de opleiding van medewerkers; 7°. verzoeken om betaling, voortvloeiend uit verplichtingen die zijn aangegaan voor de opleiding van medewerkers; 8°. het aangaan van verplichtingen inzake het inhuren van tijdelijk personeel; 9°. verzoeken om betaling, voortvloeiend uit verplichtingen die zijn aangegaan voor het inhuren van tijdelijk personeel; 10°. het aangaan van stageovereenkomsten; 11°. het doen van uitgaven voor aardigheidjes; 12°. het doen van uitgaven ten behoeve van representatie; 13°. het toekennen van eenmalige toeslagen van maximaal € 500 netto aan medewerkers in het kader van ‘bewust belonen’; 14°. het nemen van beslissingen inzake het woon-werkverkeer; 15°. het verlenen van vakantie, kort buitengewoon verlof, zwangerschaps- en bevallingsverlof; 16°. het accorderen van dienstreizen en van reiskostendeclaraties. 2010 7606 20-05-2010 10-05-2010 WJZ/10076123 2010 7606 20-05-2010 10-05-2010 WJZ/10076123 21-05-2010
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Het verlenen van ondermandaat en volmacht alsmede wijziging daarvan, geschiedt schriftelijk. 2 Een afschrift van besluiten inzake ondermandaat als bedoeld in het vorige lid wordt gezonden aan de secretaris-generaal en aan de directeur Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie en aan degenen aan wie krachtens het besluit ondermandaat is verleend. 2011 11439 01-07-2011 30-06-2011 WJZ/10199965 2011 11439 01-07-2011 30-06-2011 WJZ/10199965 02-07-2011
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 juli 2005. 2005 126 04-07-2005 01-07-2005 WJZ5040271 2005 126 04-07-2005 01-07-2005 WJZ5040271 06-07-2005 01-07-2005
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit mandaat, volmacht en machtiging raad van bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit. 2005 126 04-07-2005 01-07-2005 WJZ5040271 2005 126 04-07-2005 01-07-2005 WJZ5040271 06-07-2005 01-07-2005