Instelling Commissie toetredingsvereisten juridische beroepen (Commissie Hoekstra)
- BWB-id
- BWBR0018317
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2005-07-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0018317
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2005/instellingsbesluit-commissie-hoekstra
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2005/instellingsbesluit-commissie-hoekstra/2005-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0018317&g=2005-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0018317&z=2026-06-06&g=2005-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0018317/2005-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2005/instellingsbesluit-commissie-hoekstra
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Een commissie in te stellen met als taak om – met name met het oog op de invoering van de bachelor-masterstructuur – te bezien of de regeling van de voor toetreding tot de juridische beroepen (advocatuur, notariaat, rechterlijke macht) vereiste graden in de toekomst aanpassing behoeft en hierover advies uit te brengen. Meer in het bijzonder zal moeten worden nagegaan of ook andere graden dan de in het wetenschappelijk onderwijs verkregen graad bachelor op het gebied van het recht, tezamen met de in het wetenschappelijk onderwijs verkregen graad master op het gebied van het recht, toetreding tot genoemde juridische beroepen mogelijk moeten kunnen maken. Daarnaast heeft de commissie als taak om te beoordelen of de (nadere) regelgeving met betrekking tot de voor toelating tot juridische beroepen vereiste kennis ten aanzien van specifieke juridische vakken wijziging moet ondergaan, en hierover advies uit te brengen. In elk geval zal moeten worden bezien of de verschillen in dit opzicht voor de te onderscheiden juridische beroepen zich nog laten rechtvaardigen. 2005 96 23-05-2005 11-05-2005 5352393/805 2005 96 23-05-2005 11-05-2005 5352393/805 01-07-2005
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 In de commissie hebben zitting: a. als voorzitter: b. als leden: c. als adviserende leden: d. secretariaat: – mr. R.J. Hoekstra, lid van de Raad van State; – prof. mr. A.F.M. Dorresteijn, decaan faculteit rechtsgeleerdheid van de Universiteit Utrecht; – prof. mr. P.F. van der Heijden, lid van het college van bestuur van de Hogeschool van Amsterdam; – dr. R.C.H. van Otterlo, hoofd afdeling opleiding van de Nederlandse Orde van Advocaten en als plaatsvervanger de heer mr. E. van Liere, lid opleiding van de algemene raad van de Nederlandse Orde van Advocaten; – mr. J.J.C. Krabbendam, bestuurslid en portefeuillehouder Opleidingen van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie en als plaatsvervanger mevrouw Van Kordelaar, bestuurssecretaris van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie; – mr. P.H.C.M. Schoemaker, lid van het hoofdbestuur van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak; – drs. W.J.J. van Velzen, lid van de Raad voor de rechtspraak, mede namens het College van procureurs-generaal; – mw. drs. H.L.W.M. van den Tillaart, Directie Hoger Onderwijs van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en als plaatsvervanger de heer drs. H.M. Martijnse, Directie Hoger Onderwijs van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; – mr. B. Rijkhoek, Directie Wetgeving van het Ministerie van Justitie en als plaatsvervanger mevrouw mr. C.A. Knape, Directie Wetgeving van het Ministerie van Justitie; – mw. drs. M.M. de Jonge, Directie Strategie Rechtspleging van het Ministerie van Justitie, en – mr. E.W. Engelkes, Directie Toegang Rechtsbestel van het Ministerie van Justitie. 2005 96 23-05-2005 11-05-2005 5352393/805 2005 96 23-05-2005 11-05-2005 5352393/805 01-07-2005
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 De commissie zal voor de zomer van 2005 aan de Minister van Justitie en de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap rapport uitbrengen. 2005 96 23-05-2005 11-05-2005 5352393/805 2005 96 23-05-2005 11-05-2005 5352393/805 01-07-2005
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Vacatiegeldenbesluit 1988 Reisbesluit Binnenland Vacatiegeldenbesluit 1988 Op de commissie is het(Stb. 1988, 205) en het(Stb. 1993, 144) van toepassing. De commissie wordt als ‘zwaar’ in de zin van hetaangemerkt. 2005 96 23-05-2005 11-05-2005 5352393/805 2005 96 23-05-2005 11-05-2005 5352393/805 01-07-2005
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Deze regeling wordt aangehaald als Instellingsbesluit Commissie Hoekstra en wordt gepubliceerd in de Staatscourant. 2005 96 23-05-2005 11-05-2005 5352393/805 2005 96 23-05-2005 11-05-2005 5352393/805 01-07-2005