Regeling van de Minister van Justitie van 12 mei 2005, nr. 5332529/05/DP&O, houdende verlening van mandaat, volmacht en machtiging (Mandaatregeling Ministerie van Justitie 2005)
- BWB-id
- BWBR0018330
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- 2010-10-14 t/m 2011-01-21
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0018330
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2005/mandaatregeling-ministerie-van-justitie-2005
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2005/mandaatregeling-ministerie-van-justitie-2005/2010-10-14
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0018330&g=2010-10-14
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0018330&z=2026-06-06&g=2010-10-14
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0018330/2010-10-14
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2005/mandaatregeling-ministerie-van-justitie-2005
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. bewindspersoon: de Minister van Justitie of de Staatssecretaris van Justitie; b. mandaat: de bevoegdheid om in naam van de bewindspersoon besluiten te nemen; c. ministerie: de dienstonderdelen, genoemd in de Organisatieregeling Ministerie van Justitie 2007. 2007 199 15-10-2007 28-09-2007 5476551 2007 199 15-10-2007 28-09-2007 5476551 17-10-2007 01-10-2006 Onderdeel a werkt terug tot en met 22 februari 2007. Onderdeel c werkt terug tot en met 1 oktober 2006.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Aan de secretaris-generaal wordt mandaat verleend ten aanzien van de tot de verantwoordelijkheid van de bewindspersoon behorende aangelegenheden, met uitzondering van de bevoegdheid tot het nemen van besluiten die zijn neergelegd in een document, gericht tot: a. de Koningin; b. de raad van ministers van het Koninkrijk, de ministerraad of een daaruit gevormde onderraad of commissie; c. de voorzitter van de Eerste of Tweede Kamer der Staten-Generaal of van een uit die Kamer gevormde commissie; d. de vice-president van de Raad van State van het Koninkrijk of de vice-president van de Raad van State; e. de president van de Algemene Rekenkamer; of f. de Nationale ombudsman, indien de strekking daarvan is dat aan een aanbeveling van de Nationale ombudsman geen gevolg wordt gegeven. 2007 199 15-10-2007 28-09-2007 5476551 2007 199 15-10-2007 28-09-2007 5476551 17-10-2007 22-02-2007
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De secretaris-generaal wordt toegestaan ondermandaat te verlenen aan: a. een directeur-generaal; b. de plaatsvervangend secretaris-generaal; c. de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding; d. andere bij het ministerie werkzame ambtenaren, voorzover zij niet ressorteren onder een directeur-generaal. 2 Verleend ondermandaat kan steeds één hiërarchisch niveau verder worden doorgegeven. 2005 97 24-05-2005 12-05-2005 5332529/05/DP&O 2005 97 24-05-2005 12-05-2005 5332529/05/DP&O 26-05-2005
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 4, eerste lid, onderdeel b, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement De secretaris-generaal wordt aangewezen als hoofd van dienst in de zin vanten aanzien van: a. de directeuren-generaal; b. de plaatsvervangend secretaris-generaal; c. de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding; d. artikel 2, onderdeel a, van de Organisatieregeling Ministerie van Justitie 2007 de hoofden en directeuren van de ingenoemde dienstonderdelen die rechtstreeks ressorteren onder de secretaris-generaal, met uitzondering van de directeuren, bedoeld in artikel 2 van het Taak- en bevoegdheidsbesluit pSG Justitie. 2009 19058 14-12-2009 13-10-2009 5617138/09 2009 19058 14-12-2009 13-10-2009 5617138/09 16-12-2009
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Bij verhindering van de secretaris-generaal is de plaatsvervangend secretaris-generaal bevoegd. Indien ook deze verhinderd is, is een van de directeuren-generaal bevoegd, in volgorde van de datum van benoeming. 2005 97 24-05-2005 12-05-2005 5332529/05/DP&O 2005 97 24-05-2005 12-05-2005 5332529/05/DP&O 26-05-2005
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 De directeuren-generaal en de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding dragen zorg voor het bijhouden van openbare registers betreffende mandaten die zijn verleend aan ambtenaren, werkzaam bij de onder hen ressorterende dienstonderdelen. 2 De directeur Personeel en Organisatie draagt zorg voor een openbaar register betreffende mandaten die zijn verleend aan ambtenaren, werkzaam bij de rechtstreeks onder de secretaris-generaal ressorterende dienstonderdelen. 3 In de registers worden de functies vermeld van de desbetreffende ambtenaren. 2005 97 24-05-2005 12-05-2005 5332529/05/DP&O 2005 97 24-05-2005 12-05-2005 5332529/05/DP&O 26-05-2005
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Voor de toepassing van deze regeling en de daarop berustende bepalingen worden met mandaat gelijkgesteld de verlening van: a. volmacht om in naam van de bewindspersoon privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten; b. machtiging om in naam van de bewindspersoon handelingen te verrichten die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn. 2 artikel 3 Voor de toepassing vangeldt dat het doorgeven van een volmacht om privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten slechts is toegestaan voor zover het regelmatig voorkomende rechtshandelingen betreft. 2005 97 24-05-2005 12-05-2005 5332529/05/DP&O 2005 97 24-05-2005 12-05-2005 5332529/05/DP&O 26-05-2005
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling genomen besluiten waarin mandaat, ondermandaat, volmacht of machtiging is verleend of doorgegeven aan functionarissen werkzaam bij onder een directoraat-generaal ressorterende directies en diensten waarin op het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling niet is voorzien, blijven van kracht voorzover zij niet strijdig zijn met het bepaalde bij of krachtens deze regeling, totdat op grond van deze regeling is voorzien in ondermandaat dan wel doorgifte van volmacht of machtiging of het betrokken besluit wordt ingetrokken. 2005 97 24-05-2005 12-05-2005 5332529/05/DP&O 2005 97 24-05-2005 12-05-2005 5332529/05/DP&O 26-05-2005
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Mandaatregeling Ministerie van Justitie 2002 Algemene machtigingsregeling IND 2002 Deen deworden ingetrokken. 2005 97 24-05-2005 12-05-2005 5332529/05/DP&O 2005 97 24-05-2005 12-05-2005 5332529/05/DP&O 26-05-2005
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 2005 97 24-05-2005 12-05-2005 5332529/05/DP&O 2005 97 24-05-2005 12-05-2005 5332529/05/DP&O 26-05-2005
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Deze regeling wordt aangehaald als: Mandaatregeling Ministerie van Justitie 2005. 2005 97 24-05-2005 12-05-2005 5332529/05/DP&O 2005 97 24-05-2005 12-05-2005 5332529/05/DP&O 26-05-2005