Besluit van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 2 juni 2005, nr. WJZ/2005/24012 (8158), houdende vaststelling van het Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2005 (Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2005)
- BWB-id
- BWBR0018382
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- 2008-01-09 t/m 2008-02-29
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0018382
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2005/organisatie-en-mandaatbesluit-ocw-2005
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2005/organisatie-en-mandaatbesluit-ocw-2005/2008-01-09
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0018382&g=2008-01-09
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0018382&z=2026-06-06&g=2008-01-09
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0018382/2008-01-09
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2005/organisatie-en-mandaatbesluit-ocw-2005
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. ministerie: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, b. bewindspersoon: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap of een Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, c. minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, d. staatssecretaris: Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, e. secretaris-generaal: secretaris-generaal van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, f. plaatsvervangend secretaris-generaal: plaatsvervangend secretaris-generaal van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, g. directeur-generaal: directeur-generaal van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, h. inspecteur-generaal: inspecteur-generaal van het onderwijs, i. hoofd van het agentschap: hoofddirecteur van het agentschap Centrale Financiën Instellingen of directeur van het agentschap Rijksarchiefdienst, j. bijlage directeur: degene die aan het hoofd staat van een beleidsdirectie, een ondersteunende directie, een programmadirectie of een ondersteunend bureau als bedoeld in debij dit besluit, k. budgethouder: functionaris die verantwoordelijk is voor een rechtmatig en doelmatig financieel beheer van de aan hem toegewezen budgetten, l. budget: aan een budgethouder toegewezen verplichtingen- en kasbedrag(en) alsmede de te realiseren ontvangsten ter uitvoering van een deel van de begroting, m. bestedingsplan ter uitvoering van de begroting, opgesteld ten behoeve van het aangaan van verplichtingen anders dan: – in het kader van de reguliere of aanvullende bekostiging, – in het kader van het aangaan van verplichtingen uit hoofde van de cultuurnota, – artikel 34 van de Monumentenwet 1988 subsidies op grond van, n. managementafspraak: afspraak omtrent de vertaling van beleidsdoelen in de begroting en de doelstellingen voor de interne bedrijfsvoering naar concrete acties en activiteiten, benodigde middelen en bevoegdheden of de prestatie- en kwaliteitsnormen ten aanzien van de te leveren producten of diensten, dan wel beide, met inbegrip van het bestedingsplan. 2006 213 01-11-2006 20-10-2006 WJZ/2006/11412(8146) 2006 213 01-11-2006 20-10-2006 WJZ/2006/11412(8146) 01-11-2006
Artikel 2 — Artikel 2 Mandaat, volmacht en machtiging#
Artikel 2 Mandaat, volmacht en machtiging Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt met de verlening van mandaat gelijkgesteld de verlening van: a. volmacht om in naam van een bewindspersoon privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten, en b. machtiging om in naam van een bewindspersoon handelingen te verrichten die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn. 2005 113 15-06-2005 02-06-2005 WJZ/2005/24012(8158) 2005 113 15-06-2005 02-06-2005 WJZ/2005/24012(8158) 01-07-2005
Artikel 3 — Artikel 3 Organisatie van het ministerie#
Artikel 3 Organisatie van het ministerie 1 Het ministerie bestaat uit: a. de ondersteuningskolom waaronder de ondersteunende directies vallen, b. drie beleidskolommen (directoraten-generaal) waaronder de beleidsdirecties vallen, c. de Inspectie van het onderwijs, d. de Erfgoedinspectie, e. het agentschap Centrale Financiën Instellingen, en f. het agentschap Rijksarchiefdienst. 2 De secretaris-generaal kan programmadirecties en projecten instellen en mandaat verlenen aan projectleiders. 3 Vervallen. 4 bijlage De organisatie van het ministerie wordt nader vastgesteld door middel van de bij dit besluit behorende. 5 bijlage Wijziging van degeschiedt door de secretaris-generaal. 6 bijlage De directeur Personeel en Organisatie draagt zorg voor bekendmaking van dedoor openbare ter inzage legging op het ministerie en door plaatsing op het intranet en de internetsite van het ministerie. 2006 213 01-11-2006 20-10-2006 WJZ/2006/11412(8146) 2006 213 01-11-2006 20-10-2006 WJZ/2006/11412(8146) 01-11-2006
Artikel 4 — Artikel 4 Voorbehouden aan bewindspersonen#
Artikel 4 Voorbehouden aan bewindspersonen 1 Aan de bewindspersoon is voorbehouden het afdoen en ondertekenen van stukken: a. gericht aan de Koningin, b. gericht aan de Raad van Ministers van het Koninkrijk, de Raad van Ministers en de daaruit gevormde colleges, c. gericht aan ministers en staatssecretarissen, d. gericht aan autoriteiten in binnen- en buitenland, gelijk of hoger in rang dan een minister of staatssecretaris, e. gericht aan de voorzitters van de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal en de voorzitters van de uit die Kamers gevormde commissies, f. gericht aan de Raad van State van het Koninkrijk en de Raad van State, g. gericht aan de Algemene Rekenkamer, h. houdende beslissingen op een beroepschrift, i. betreffende het nemen van beloningsbesluiten ten aanzien van ambtenaren waarbij de secretaris-generaal als direct-leidinggevende optreedt, en j. houdende algemeen verbindende voorschriften. 2 Aan de minister is voorbehouden het afdoen en ondertekenen van stukken: a. houdende het sluiten van huur-, huurkoop- en lease-overeenkomsten voor een bedrag van meer dan € 2.500.000 voor de duur van de overeenkomst, en b. de goedkeuring van het departementale bestedingsplan. 3 De secretaris-generaal kan de stukken, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met h, afdoen en ondertekenen indien daarover afspraken zijn gemaakt tussen een bewindspersoon en de secretaris-generaal. De directeur Bestuursondersteuning en Advies draagt zorg voor bekendmaking van de afspraken, door openbare ter inzage legging op het ministerie en door plaatsing op het intranet en de internetsite van het ministerie. 2008 2 03-01-2008 18-12-2007 WJZ/2007/46896(8228) 2008 2 03-01-2008 18-12-2007 WJZ/2007/46896(8228) 04-01-2008 01-01-2008
Artikel 5 — Artikel 5 Mandaat aan SG en PSG#
Artikel 5 Mandaat aan SG en PSG 1 De secretaris-generaal heeft mandaat voor al hetgeen het ministerie betreft met inachtneming van de managementafspraak tussen de minister en de secretaris-generaal. 2 bijlage De secretaris-generaal geeft rechtstreeks leiding aan de plaatsvervangend secretaris-generaal, de directeuren-generaal, de inspecteur-generaal, de directeur van de Erfgoedinspectie en de directeuren van de volgens deonder hem ressorterende dienstonderdelen. 3 bijlage De plaatsvervangend secretaris-generaal geeft rechtstreeks leiding aan de hoofddirecteur van het agentschap Centrale Financiën Instellingen en de directeuren van de volgens deonder hem ressorterende dienstonderdelen. 4 De plaatsvervangend secretaris-generaal vervangt de secretaris-generaal bij diens afwezigheid of verhindering en in de gevallen daartoe door de secretaris-generaal aangewezen. Hij treedt alsdan in de verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de secretaris-generaal. 5 bijlage Voorzover de secretaris-generaal of de plaatsvervangend secretaris-generaal rechtstreeks leiding geeft aan de directeuren van de volgens deonder hem ressorterende dienstonderdelen, zijn de voorschriften die van toepassing zijn op directeuren-generaal, van overeenkomstige toepassing. 2006 213 01-11-2006 20-10-2006 WJZ/2006/11412(8146) 2006 213 01-11-2006 20-10-2006 WJZ/2006/11412(8146) 01-11-2006
Artikel 6 — Artikel 6 Mandaat aan DG’s#
Artikel 6 Mandaat aan DG’s 1 De directeuren-generaal hebben, onverminderd de mandaatverlening aan de secretaris-generaal, binnen het kader van de managementafspraak mandaat ten aanzien van alle aangelegenheden op het terrein van hun directoraat-generaal. 2 De directeuren-generaal geven rechtstreeks leiding aan de directeuren van de onder hen ressorterende dienstonderdelen. De desbetreffende directeur-generaal geeft leiding aan de directeur van het agentschap Rijksarchiefdienst. 3 De directeuren-generaal zijn budgethouder voor de hen door de secretaris-generaal toegewezen budgetten. De directeuren-generaal kennen aan de directeuren de budgetten toe waarover zij kunnen beschikken. 2005 113 15-06-2005 02-06-2005 WJZ/2005/24012(8158) 2005 113 15-06-2005 02-06-2005 WJZ/2005/24012(8158) 01-07-2005
Artikel 7 — Artikel 7 Mandaat aan hoofden van de inspecties#
Artikel 7 Mandaat aan hoofden van de inspecties 1 Wet op het onderwijstoezicht De inspecteur-generaal heeft, onverminderd de mandaatverlening aan de secretaris-generaal, met inachtneming van deen binnen het kader van de managementafspraak mandaat ten aanzien van alle aangelegenheden die verband houden met de taken en verantwoordelijkheden op zijn werkterrein. 2 De directeur van de Erfgoedinspectie heeft, onverminderd de mandaatverlening aan de secretaris-generaal, binnen het kader van de managementafspraak mandaat ten aanzien van alle aangelegenheden die verband houden met de taken en verantwoordelijkheden op zijn werkterrein. 3 De hoofden van de inspecties, bedoeld in het eerste en tweede lid, zijn budgethouder voor de hun door de secretaris-generaal toegewezen budgetten. 2005 113 15-06-2005 02-06-2005 WJZ/2005/24012(8158) 2005 113 15-06-2005 02-06-2005 WJZ/2005/24012(8158) 01-07-2005
Artikel 8 — Artikel 8 Mandaat aan hoofden van de agentschappen#
Artikel 8 Mandaat aan hoofden van de agentschappen 1 De hoofden van de agentschappen hebben, onverminderd de mandaatverlening aan de secretaris-generaal, binnen het kader van de managementafspraak mandaat ten aanzien van alle aangelegenheden die verband houden met de taken en verantwoordelijkheden op hun werkterrein. 2 De hoofden van de agentschappen zijn budgethouder voor de hun door de secretaris-generaal toegewezen budgetten. 2005 113 15-06-2005 02-06-2005 WJZ/2005/24012(8158) 2005 113 15-06-2005 02-06-2005 WJZ/2005/24012(8158) 01-07-2005
Artikel 9 — Artikel 9 Mandaat aan directeuren#
Artikel 9 Mandaat aan directeuren 1 De directeuren hebben, onverminderd de mandaatverlening aan de secretaris-generaal en de directeuren-generaal, binnen het kader van de managementafspraak mandaat ten aanzien van de aangelegenheden die verband houden met de taken en verantwoordelijkheden op hun werkterrein. 2 De directeuren zijn budgethouder voor de hun door de directeur-generaal toegewezen budgetten. 3 Algemene wet bestuursrecht artikel 12, eerste lid, onder f artikel 13, eerste lid, onder b en f artikel 15 Voor zover het betreft besluiten in de zin van deten aanzien van personele aangelegenheden hebben de directeuren mandaat onverminderd,, en. 4 Het verlenen van ondermandaat van de in het derde lid bedoelde bevoegdheden is niet mogelijk, tenzij het betreft besluiten met betrekking tot: a. opleiding, b. opname van vakantie en compensatieverlof, c. de vergoeding van eigen vervoer bij dienstreizen, en d. de vergoeding van de kosten van openbaar vervoer bij dienstreizen. 2007 169 03-09-2007 28-08-2007 P&O/2007/JZ/23122 2007 169 03-09-2007 28-08-2007 P&O/2007/JZ/23122 05-09-2007 01-08-2007
Artikel 10 — Artikel 10 Managementafspraken#
Artikel 10 Managementafspraken 1 De secretaris-generaal maakt managementafspraken met de plaatsvervangend secretaris-generaal, de directeuren-generaal, de inspecteur-generaal en de directeur van de Erfgoedinspectie. 2 De secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal en de directeuren-generaal maken managementafspraken met de directeuren van de onder hen ressorterende directies en met de hoofden van de agentschappen. 3 De directeur Personeel en Organisatie draagt zorg voor bekendmaking van de managementafspraken voorzover het betreft daarin opgenomen beperkingen of uitbreidingen van een mandaat dat op grond van dit besluit is verleend, door openbare ter inzage legging op het ministerie en door plaatsing op het intranet en de internetsite van het ministerie. 2006 213 01-11-2006 20-10-2006 WJZ/2006/11412(8146) 2006 213 01-11-2006 20-10-2006 WJZ/2006/11412(8146) 01-11-2006
Artikel 11 — Artikel 11 Ondermandaat en mandaatregister#
Artikel 11 Ondermandaat en mandaatregister 1 artikel 9, vierde lid artikel 12, tweede lid artikel 13, derde lid De secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal, de directeuren-generaal, de inspecteur-generaal, de directeur van de Erfgoedinspectie, de hoofden van de agentschappen en de directeuren kunnen ieder voor hun werkterrein ondermandaat verlenen, onverminderd,, en. Zij bepalen in hoeverre het verlenen van verder ondermandaat mogelijk is. 2 Voor het verlenen van ondermandaat door een directeur die ressorteert onder de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal of een directeur-generaal, is de goedkeuring door de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal onderscheidenlijk de directeur-generaal vereist. Voor machtiging om op treden in gerechtelijke procedures en ondermandaat inzake het passeren van notariële akten is de goedkeuring niet vereist. 3 De directeur Personeel en Organisatie draagt zorg voor bekendmaking van krachtens dit besluit verleende algemene ondermandaten door openbare ter inzage legging op het ministerie en door plaatsing op het intranet en de internetsite van het ministerie. De inspecteur-generaal en de hoofden van de agentschappen dragen zorg voor bekendmaking van de krachtens dit besluit door hen verleende ondermandaten door openbare ter inzage legging op het ministerie en plaatsing op het intranet en de internetsite van het ministerie. 4 De directeur Personeel en Organisatie houdt een register bij van de handtekeningen van de krachtens dit besluit gemandateerden. 2006 213 01-11-2006 20-10-2006 WJZ/2006/11412(8146) 2006 213 01-11-2006 20-10-2006 WJZ/2006/11412(8146) 01-11-2006
Artikel 12 — Artikel 12 Voorbehouden aan secretaris-generaal#
Artikel 12 Voorbehouden aan secretaris-generaal 1 De secretaris-generaal is bij uitsluiting van anderen gemandateerd met betrekking tot: a. koninklijke onderscheidingen, b. voorstellen voor het vergezellen van de bewindspersoon bij buitenlandse dienstreizen, c. stukken gericht aan de Nationale ombudsman, d. Wet openbaarheid van bestuur de afwijzing van een verzoek om informatie ingevolge de, e. het nemen van beloningsbesluiten ten aanzien van ambtenaren, waarbij een directeur-generaal, de inspecteur-generaal, de directeur van de Erfgoedinspectie of het hoofd van een agentschap als direct-leidinggevende optreedt, f. Algemene wet bestuursrecht artikel 12, eerste lid, onderdeel e artikel 15 het nemen van besluiten in de zin van deten aanzien van personele aangelegenheden, onverminderd, en, voor zover het betreft: 1. aanstellings- en benoemingsbesluiten en daaraan voorafgaande besluiten die daarop betrekking hebben ten aanzien van directeuren, het hoofd van de erfgoedinspectie, de hoofden van projecten en van ambtenaren in schaal 17 en hoger, 2. artikel 7, eerste lid, van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 beloningsbesluiten met uitzondering van het toekennen van periodieke verhogingen als bedoeld in, ten aanzien van ambtenaren in schaal 17 en hoger, 3. ontslagbesluiten ten aanzien van ambtenaren in schaal 17 en hoger, en 4. artikelen 35, onder c en d 37, derde lid, onder c 38, derde lid 66 69 73 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement aansprakelijkheidsstelling dan wel besluiten met betrekking tot vergoeding van schade als bedoeld in de,,,,enten aanzien van een ambtenaar in schaal 17 en hoger, g. artikel 13 het verlenen van mandaat inzake een bevoegdheid, bedoeld in, h. het nemen van besluiten die voor alle ambtenaren van het ministerie gelden, i. het openstellen van externe vacatures, j. het bepalen van een standpunt inzake een gemeld vermoeden van een misstand, k. artikel 99 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement besluiten inhoudende reorganisatieontslag, ontslag als bedoeld in, voorwaardelijk strafontslag of onvoorwaardelijk strafontslag, l. voorstellen tot verzelfstandiging van een organisatieonderdeel, m. de opstelling van het departementale bestedingsplan, waaronder inbegrepen het doen van voorstellen aan de minister met betrekking tot verschuiven van delen van budgetten tussen directeuren-generaal, inspecteur-generaal, directeur van de Erfgoedinspectie en hoofden van agentschappen, n. Regeling verlening voorschotten 2004 artikel 13, eerste lid, onderdeel h de verlening van voorschotten als bedoeld in de, voortvloeiend uit verplichtingen als bedoeld in, van bedragen die hoger zijn dan € 5.000.000, o. de voorlopige buiteninvorderingstelling van vorderingen op derden, het kwijtschelden van vorderingen op derden, het deelnemen in een NV of BV met een financieel belang en het sluiten van huur-, huurkoop- en lease-overeenkomsten, een en ander voor een bedrag van meer dan € 500.000 voor de duur van de overeenkomst, en p. artikel 1 van de Ambtenarenwet het beslissen op bezwaren, voor zover die betrekking hebben op handelingen of besluiten waarbij een ambtenaar als bedoeld inals zodanig belanghebbende is; en q. artikel 6 van de Regeling behandeling bezwaarschriften OCW het beslissen op bezwaren die behandeld zijn overeenkomstig. 2 Het verlenen van ondermandaat van de bevoegdheden, bedoeld in het eerste lid, is niet mogelijk. 2008 2 03-01-2008 18-12-2007 WJZ/2007/46896(8228) 2008 2 03-01-2008 18-12-2007 WJZ/2007/46896(8228) 04-01-2008 01-01-2008
Artikel 13 — Artikel 13 Voorbehouden aan DG, hoofd inspectie en hoofd agentschap#
Artikel 13 Voorbehouden aan DG, hoofd inspectie en hoofd agentschap 1 De directeuren-generaal, de inspecteur-generaal, de directeur van de Erfgoedinspectie en de hoofden van de agentschappen zijn bij uitsluiting van anderen, met uitzondering van de secretaris-generaal, gemandateerd met betrekking tot: a. het instellen van bezwaar en beroep tegen besluiten van andere bestuursorganen, b. het nemen van beloningsbesluiten ten aanzien van ambtenaren, waarbij de direct ondergeschikte van een directeur-generaal, de inspecteur-generaal, de directeur van de Erfgoedinspectie of het hoofd van een agentschap als direct-leidinggevende optreedt, c. artikel 15, eerste lid het nemen van besluiten als bedoeld in, waaraan geen goedkeuring is verleend door de directeur Personeel en Organisatie nadat dit aan de secretaris-generaal is voorgelegd, d. goedkeuring van het voorbereiden van een reorganisatie door een directeur, e. vaststelling of wijziging van het organisatie- en formatieplan van een onder hem ressorterend dienstonderdeel, f. Algemene wet bestuursrecht artikel 12, eerste lid, onderdelen e en f artikel 15 het nemen van besluiten in de zin van deten aanzien van personele aangelegenheden, onverminderd, en, voorzover het betreft: 1. aanstellings- en benoemingsbesluiten en daaraan voorafgaande besluiten die daarop betrekking hebben, ten aanzien van leidinggevende ambtenaren die direct ressorteren onder de directeuren, 2. artikel 7, eerste lid, van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 beloningsbesluiten met uitzondering van het toekennen van periodieke verhogingen als bedoeld in, ten aanzien van ambtenaren in schaal 15 en 16, 3. artikel 99 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement ontslagbesluiten, anders dan besluiten inhoudende reorganisatieontslag, ontslag als bedoeld in, voorwaardelijk strafontslag of onvoorwaardelijk strafontslag, ten aanzien van ambtenaren in schaal 15 en 16, en 4. artikelen 35, onder c en d 37, derde lid, onder c 38, derde lid 66 69 73 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement aansprakelijkheidsstelling dan wel besluiten met betrekking tot vergoeding van schade als bedoeld in de,,,,enten aanzien van ambtenaren tot en met schaal 16, g. opstellen van het bestedingsplan voor zijn directoraat-generaal, inspectie of agentschap op basis van de bestedingsplannen van de onder hem ressorterende organisatieonderdelen, h. het aangaan van verplichtingen op basis van het door de minister goedgekeurde departementale bestedingsplan die hoger zijn dan het met betrekking tot Europese aanbestedingen geldende drempelbedrag, voor zover die niet herkenbaar zijn opgenomen in een goedgekeurd bestedingsplan of niet passen binnen het beschikbare budget, i. Regeling verlening voorschotten 2004 de verlening van voorschotten als bedoeld in de, voortvloeiend uit verplichtingen als bedoeld in onderdeel h, van bedragen die lager zijn dan € 5.000.000, en j. de voorlopige buiteninvorderingstelling van vorderingen op derden, het kwijtschelden van vorderingen op derden, het deelnemen in een NV of BV met een financieel belang en het sluiten van huur-, huurkoop- en lease-overeenkomsten, een en ander voor een bedrag tot € 500.000 voor de duur van de overeenkomst. 2 Voor het inhuren van externe professionals en uitzendkrachten door een directeur is voorafgaande goedkeuring van de directeur-generaal vereist voorzover het betreft bedragen boven € 60 per uur. 3 Het verlenen van ondermandaat van de bevoegdheden, bedoeld in het eerste en tweede lid, is niet mogelijk. 4 artikel 12, eerste lid, onderdelen p en q De hoofddirecteur van CFI is gemandateerd met betrekking tot het nemen van beslissingen op bezwaarschriften, onverminderd. 2008 2 03-01-2008 18-12-2007 WJZ/2007/46896(8228) 2008 2 03-01-2008 18-12-2007 WJZ/2007/46896(8228) 04-01-2008 01-01-2008
Artikel 14 — Artikel 14 Afwezigheid of verhindering#
Artikel 14 Afwezigheid of verhindering 1 De secretaris-generaal voorziet in de vervanging bij afwezigheid of verhindering van de plaatsvervangend secretaris-generaal of een directeur-generaal. Bij afwezigheid of verhindering van de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal of een directeur-generaal wordt voor de duur van de afwezigheid of verhindering, diens bevoegdheid uitgeoefend door de plaatsvervanger en bij diens afwezigheid door de tweede plaatsvervanger, met dien verstande dat het mandaat van de eerste vervanger niet de bevoegdheid omvat tot het verlenen, wijzigen of intrekken van mandaat en dat het mandaat van de tweede plaatsvervanger is beperkt tot het ondertekenen van stukken. 2 De inspecteur-generaal, de directeur van de Erfgoedinspectie, de hoofden van de agentschappen en de directeuren voorzien in de vervanging bij afwezigheid of verhindering. Bij afwezigheid of verhindering wordt voor de duur van de afwezigheid of verhindering, diens bevoegdheid uitgeoefend door de plaatsvervanger, met dien verstande dat het mandaat van de vervanger niet de bevoegdheid omvat tot het verlenen, wijzigen of intrekken van mandaat. 3 De directeur Bestuursondersteuning en Advies draagt zorg voor bekendmaking van de vervanging, bedoeld in het eerste lid, door openbare ter inzage legging op het ministerie en door plaatsing op het intranet en de internetsite van het ministerie. De inspecteur-generaal, de directeur van de Erfgoedinspectie, de hoofden van de agentschappen en de directeur dragen zorg voor bekendmaking van de vervanging, bedoeld in het tweede lid, door openbare ter inzage legging op het ministerie en plaatsing op het intranet en de internetsite van het ministerie. 2006 213 01-11-2006 20-10-2006 WJZ/2006/11412(8146) 2006 213 01-11-2006 20-10-2006 WJZ/2006/11412(8146) 01-11-2006
Artikel 15 — Artikel 15 Personele aangelegenheden#
Artikel 15 Personele aangelegenheden 1 Voorafgaande goedkeuring van de directeur Personeel en Organisatie is vereist voor de volgende personele aangelegenheden: a. aanstellings- en benoemingsbesluiten en daaraan voorafgaande besluiten die daarop betrekking hebben, b. artikel 7 lid 1 van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 beloningsbesluiten met uitzondering van het toekennen van periodieke verhogingen als bedoeld in, c. ontslagbesluiten, anders dan besluiten inhoudende reorganisatieontslag, voorwaardelijk strafontslag of onvoorwaardelijk strafontslag, en d. artikelen 35 onder c en d 37, derde lid onder c 38, derde lid 66 69 73 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement aansprakelijkheidsstelling dan wel besluiten met betrekking tot vergoeding van schade ten aanzien van een ambtenaar, als bedoeld in de,,,,en. 2 Indien de secretaris-generaal voornemens is een besluit te nemen als bedoeld in het eerste lid, geeft de directeur Personeel en Organisatie advies aan de secretaris-generaal. 3 Het eerste lid is niet van toepassing op besluiten van de inspecteur-generaal van het onderwijs en de hoofden van de agentschappen. 2006 213 01-11-2006 20-10-2006 WJZ/2006/11412(8146) 2006 213 01-11-2006 20-10-2006 WJZ/2006/11412(8146) 01-11-2006
Artikel 16 — Artikel 16 Wijze van ondertekening#
Artikel 16 Wijze van ondertekening 1 De gemandateerde is gehouden in de ondertekening van stukken zijn vertegenwoordigingsbevoegdheid tot uitdrukking te brengen door opneming van de formule: De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, namens deze, functie van de gemandateerde, handtekening van de gemandateerde, naam van de gemandateerde. 2 Ondertekening bij afwezigheid met de aanduiding ‘b/a’ is uitsluitend mogelijk indien de ondertekenaar ook zelf bevoegd is tot ondertekenen. In dat geval wordt ook de naam van de ondertekenaar vermeld. 2006 213 01-11-2006 20-10-2006 WJZ/2006/11412(8146) 2006 213 01-11-2006 20-10-2006 WJZ/2006/11412(8146) 01-11-2006
Artikel 17 — Artikel 17 Intrekking#
Artikel 17 Intrekking 1 Organisatie- en mandaatregeling OCW 2004 De(Regeling van 23 februari 2004, Stcrt. 2004, nr. 43) wordt ingetrokken. 2 Organisatie- en mandaatregeling OCW 2004 Mandaten die zijn verleend op grond van deen die gelden op de dag voor inwerkingtreding van dit besluit, worden geacht te zijn verleend op grond van dit besluit met dien verstande dat beperkingen op grond van dit besluit ook gelden voor de verleende ondermandaten. 2005 113 15-06-2005 02-06-2005 WJZ/2005/24012(8158) 2005 113 15-06-2005 02-06-2005 WJZ/2005/24012(8158) 01-07-2005
Artikel 18 — Artikel 18 Inwerkingtreding#
Artikel 18 Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juli 2005. 2005 113 15-06-2005 02-06-2005 WJZ/2005/24012(8158) 2005 113 15-06-2005 02-06-2005 WJZ/2005/24012(8158) 01-07-2005
Artikel 19 — Artikel 19 Citeertitel#
Artikel 19 Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als: Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2005. 2005 113 15-06-2005 02-06-2005 WJZ/2005/24012(8158) 2005 113 15-06-2005 02-06-2005 WJZ/2005/24012(8158) 01-07-2005