Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 16 december 2005, Directie Sociale Verzekeringen, nr. SV/R&S/2005/102050, houdende regels met betrekking tot reïntegratie (Reïntegratieregeling)
- BWB-id
- BWBR0019297
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-05-02
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0019297
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2005/re-ntegratieregeling
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2005/re-ntegratieregeling/2026-05-02
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0019297&g=2026-05-02
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0019297&z=2026-06-06&g=2026-05-02
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0019297/2026-05-02
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2005/re-ntegratieregeling
Artikel 1 — Artikel 1 Begrippen#
Artikel 1 Begrippen 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. UWV: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werknemersverzekeringen; b. Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering WAO:; c. Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten Wajong:; d. Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen WAZ:; e. Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen Wet WIA:. 2 Voor de toepassing van deze regeling wordt gelijkgesteld met: a. artikel 1, vierde en vijfde lid, van de Toeslagenwet echtgenoot: de geregistreerde partner alsmede de ongehuwde meerderjarige die met een andere ongehuwde meerderjarige een gezamenlijke huishouding voert als bedoeld in, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad; b. ongehuwd: de persoon die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met wie hij gehuwd is. 3 Onder bloedverwant in de eerste graad als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, wordt mede verstaan een meerderjarig aangehuwd kind of een meerderjarig voormalig pleegkind van de ongehuwde meerderjarige. 4 Wet op de jeugdzorg Jeugdwet Algemene Kinderbijslagwet Onder voormalig pleegkind als bedoeld in het derde lid wordt verstaan een pleegkind waarvoor de ongehuwde meerderjarige een pleegvergoeding ontving of ontvangt op grond van deof deof kinderbijslag ontving op grond van de. 2015 7675 23-03-2015 13-03-2015 704957-131583-WJZ 2015 7675 23-03-2015 13-03-2015 704957-131583-WJZ 24-03-2015 01-01-2015
Artikel 2 — Artikel 2 Aanvraagtermijnen loon- en inkomenssuppletie#
Artikel 2 Aanvraagtermijnen loon- en inkomenssuppletie 1 artikel 65c van de WAO artikel 67a van de WAZ artikel 2:25 3:67 van de Wajong Een aanvraag voor loonsuppletie als bedoeld in,enofwordt ingediend binnen twee maanden na aanvang van het werk in dienstbetrekking, dan wel bij aanvang van de werkzaamheden voordat een besluit over de mate van arbeidsongeschiktheid is genomen, binnen twee maanden nadat dat besluit is genomen. 2 artikel 65d van de WAO artikel 67b van de WAZ artikel 2:26 3:68 van de Wajong Een aanvraag voor inkomenssuppletie als bedoeld in,enofwordt ingediend binnen zes maanden na afloop van het boekjaar waarin de uitoefening van het bedrijf of beroep is voortgezet of waarin de persoon, die recht heeft op een uitkering op grond van een van de hiervoor genoemde wetten, werkzaamheden als zelfstandige is gaan verrichten. 3 Bij overschrijding van de termijnen, bedoeld in het eerste of tweede lid, wordt geen loonsuppletie verstrekt over een periode die gelegen is meer dan twee maanden voor de aanvraag, respectievelijk geen inkomenssuppletie verstrekt over het boekjaar of de boekjaren gelegen voor de aanvraag. 2014 34049 01-12-2014 24-11-2014 2014-0000174745 2014 34049 01-12-2014 24-11-2014 2014-0000174745 01-01-2015
Artikel 3 — Artikel 3 Maximaal bedrag starterskrediet#
Artikel 3 Maximaal bedrag starterskrediet artikel 15, eerste lid, van het Reïntegratiebesluit Het bedrag, bedoeld in, wordt vastgesteld op € 47.285,37. 2025 44508 29-12-2025 17-12-2025 2025-0000238548 2025 44508 29-12-2025 17-12-2025 2025-0000238548 01-01-2026
Artikel 3a — Artikel 3a Hoorhulpmiddelen voor de werksituatie waarvoor geen vergoeding wordt verleend#
Artikel 3a Hoorhulpmiddelen voor de werksituatie waarvoor geen vergoeding wordt verleend Artikel 2, tweede lid, van het Reïntegratiebesluit is niet van toepassing op de verlening van de volgende voorzieningen: a. artikel 2.10, eerste lid, onderdeel a, van de Regeling zorgverzekering een hulpmiddel ter correctie van stoornissen in de hoorfunctie als bedoeld in; b. een geheel en gedeeltelijk implanteerbaar hoorhulpmiddel; c. artikel 2.10, eerste lid, onderdeel b, van de Regeling zorgverzekering een aanvullend hulpmiddel als bedoeld in, waarbij sprake is van draadloze signaaloverdracht naar een hulpmiddel als bedoeld in onderdeel a; en d. artikel 2.10, eerste lid, onderdeel b, van de Regeling zorgverzekering wek- of waarschuwingsapparatuur als bedoeld in. 2026 16031 01-05-2026 22-04-2026 2026-0000087587 2026 16031 01-05-2026 22-04-2026 2026-0000087587 02-05-2026 01-01-2024
Artikel 4 — Artikel 4 Inkomen#
Artikel 4 Inkomen artikel 5, eerste lid, van het Reïntegratiebesluit artikel 3:2, eerste en tweede lid, van het Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten Voor de toepassing vanwordt onder inkomen verstaan hetgeen onder inkomen wordt verstaan op grond vanvermeerderd met: a. Toeslagenwet uitkeringen op grond van een werknemersverzekering, al dan niet vermeerderd met een toeslag op grond van deen de aanvullingen daarop van degene tot wie de werknemer in dienstbetrekking staat; b. artikel 629 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek Toeslagenwet hetgeen wordt genoten op grond van, alsmede hetgeen door de werknemer met een publiekrechtelijke dienstbetrekking wordt genoten op grond van naar aard en strekking met artikel 629 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek overeenkomstige regelingen, al dan niet vermeerderd met een toeslag op grond van deen de aanvullingen daarop van degene tot wie de werknemer in dienstbetrekking staat; c. Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen een uitkering op grond van de; d. Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers een uitkering op grond van de; e. Wet inkomensvoorziening oudere werklozen een uitkering op grond van de; f. Participatiewet een algemene bijstandsuitkering op grond van de. 2018 69997 13-12-2018 05-12-2018 2018-0000144973 2018 69997 13-12-2018 05-12-2018 2018-0000144973 01-01-2019
Artikel 4a — Artikel 4a Overgangsrecht#
Artikel 4a Overgangsrecht Vervallen 2012 3682 29-02-2012 27-02-2012 IVV/I/2012/1975 2012 3682 29-02-2012 27-02-2012 IVV/I/2012/1975 01-01-2013
Artikel 5 — Artikel 5 Inkomen echtgenoot#
Artikel 5 Inkomen echtgenoot Bij de vaststelling van het inkomen van de persoon die de vervoersvoorziening aanvraagt of aan wie de vervoersvoorziening is toegekend, wordt mede in aanmerking genomen het inkomen van zijn echtgenoot. 2005 249 22-12-2005 16-12-2005 SV/R&S/2005/102050 2005 249 22-12-2005 16-12-2005 SV/R&S/2005/102050 29-12-2005
Artikel 6 — Artikel 6 Aftrekbare kosten#
Artikel 6 Aftrekbare kosten Op het inkomen worden in mindering gebracht kosten ter zake van ziekte of arbeidsongeschiktheid van de persoon die de vervoersvoorziening aanvraagt of aan wie de vervoersvoorziening is toegekend, alsmede van zijn echtgenoot of van zijn gezinsleden indien zij voor hun levensonderhoud mede afhankelijk zijn van zijn inkomen, voorzover die kosten niet uit andere hoofde kunnen worden vergoed en naar het oordeel van het UWV als buitengewone lasten zijn aan te merken. 2005 249 22-12-2005 16-12-2005 SV/R&S/2005/102050 2005 249 22-12-2005 16-12-2005 SV/R&S/2005/102050 29-12-2005
Artikel 7 — Artikel 7 Buiten beschouwing blijvende bedragen bij inkomensvaststelling#
Artikel 7 Buiten beschouwing blijvende bedragen bij inkomensvaststelling WAO Wet WIA WAZ Wajong artikel 22 van de WAO artikelen 53 63 van de Wet WIA artikel 10 van de WAZ artikel 2:51 3:9 van de Wajong Bij het vaststellen van het inkomen blijft buiten beschouwing het bedrag waarmee de uitkering of inkomensvoorziening op grond van de, de, deof de, of een combinatie hiervan is verhoogd, op grond van, deof,, ofof, of een combinatie van deze artikelen. 2014 34049 01-12-2014 24-11-2014 2014-0000174745 2014 34049 01-12-2014 24-11-2014 2014-0000174745 01-01-2015
Artikel 8 — Artikel 8 Vaststelling inkomen van personen die de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt#
Artikel 8 Vaststelling inkomen van personen die de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt 1 Bij de vaststelling van het inkomen van de persoon die de vervoersvoorziening aanvraagt of aan wie de vervoersvoorziening is toegekend en die de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt wordt in aanmerking genomen het gezamenlijk inkomen van de ouders van die persoon dan wel, indien het een pleegkind betreft, het gezamenlijk inkomen van de pleegouders indien laatstgenoemden het pleegkind als eigen kind opvoeden en onderhouden. 2 Indien de ouders respectievelijk pleegouders van de in het eerste lid bedoelde persoon geen echtgenoten zijn van elkaar en hij: a. bij een van beide ouders verblijft, wordt bij de toepassing van het eerste lid als inkomen van de ouder respectievelijk pleegouder die krachtens overeenkomst of rechterlijke uitspraak een bijdrage is verschuldigd voor het levensonderhoud ten behoeve van die persoon, slechts die bijdrage in aanmerking genomen; b. afwisselend bij een van beide ouders respectievelijk pleegouders verblijft, wordt alvorens het gezamenlijk inkomen als bedoeld in het eerste lid wordt vastgesteld, het inkomen van de ouder respectievelijk pleegouder met het hoogste inkomen verminderd met 30 procent. 2005 249 22-12-2005 16-12-2005 SV/R&S/2005/102050 2005 249 22-12-2005 16-12-2005 SV/R&S/2005/102050 29-12-2005
Artikel 9 — Artikel 9 Vaststelling van het inkomen in het jaar van het bereiken van de leeftijd van 18 jaar#
Artikel 9 Vaststelling van het inkomen in het jaar van het bereiken van de leeftijd van 18 jaar Indien een persoon in het kalenderjaar waarin hij een vervoersvoorziening heeft of aanvraagt, de leeftijd van 18 jaar bereikt, wordt: a. tot de datum waarop hij 18 jaar wordt, het inkomen in aanmerking genomen dat in aanmerking zou zijn genomen indien hij gedurende het gehele kalenderjaar nog niet de leeftijd van 18 jaar had bereikt; b. vanaf de datum waarop hij 18 jaar wordt, het inkomen in aanmerking genomen dat in aanmerking zou zijn genomen indien hij gedurende het gehele kalenderjaar reeds de leeftijd van 18 jaar had bereikt. 2005 249 22-12-2005 16-12-2005 SV/R&S/2005/102050 2005 249 22-12-2005 16-12-2005 SV/R&S/2005/102050 29-12-2005
Artikel 10 — Artikel 10 artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet Vaststelling van het inkomen in het jaar van het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in#
Artikel 10 artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet Vaststelling van het inkomen in het jaar van het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in 1 artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet artikel 5, eerste lid, van het Reïntegratiebesluit Indien een persoon aan wie een vervoersvoorziening is toegekend de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld inbereikt, wordt voor de toepassing vanonder inkomen verstaan het inkomen dat deze persoon over dat kalenderjaar zou hebben genoten indien hij in dat jaar niet de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet had bereikt. 2 artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet Indien de echtgenoot van de persoon, bedoeld in het eerste lid, in hetzelfde jaar als het jaar, bedoeld in het eerste lid, de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld inbereikt, wordt voor de toepassing van artikel 3 van deze regeling onder inkomen van zijn echtgenoot verstaan, het inkomen dat de echtgenoot over dat kalenderjaar zou hebben genoten indien de echtgenoot in dat jaar niet de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet had bereikt. 2012 17678 31-08-2012 23-08-2012 IVV/OOG/2012/12659 2012 329 18-07-2012 12-07-2012 01-01-2013 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I van de Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd in werking treedt.
Artikel 11 — Artikel 11 Afwijking inkomensgrens#
Artikel 11 Afwijking inkomensgrens 1 artikel 5, eerste lid, van het Reïntegratiebesluit Indien de echtgenoot of een ander gezinslid van de persoon die een vervoersvoorziening aanvraagt of aan wie een vervoersvoorziening is toegekend, aanspraak heeft op een vervoersvoorziening of om een andere reden dan ziekte of gebrek is aangewezen op het gebruik van een vervoermiddel, wordt voor de verlening of beëindiging van de tweede in het gezin benodigde vervoersvoorziening het percentage, bedoeld in, vastgesteld op 105%. 2 Het eerste lid is niet van toepassing indien één van de in het gezin benodigde vervoersvoorzieningen of het naast de vervoersvoorziening benodigde vervoermiddel niet voor ten minste driekwart wordt bekostigd uit het gezinsinkomen. 2008 137 18-07-2008 10-07-2008 SV/R&S/08/15905 2008 137 18-07-2008 10-07-2008 SV/R&S/08/15905 20-07-2008
Artikel 12 — Artikel 12 Buiten toepassing blijven van inkomensgrens#
Artikel 12 Buiten toepassing blijven van inkomensgrens 1 Artikel 5, eerste lid, van het Reïntegratiebesluit is niet van toepassing bij de toekenning van een vervoersvoorziening die betreft: 1°. een vergoeding van de kosten van aanpassing van een vervoermiddel of een vergoeding van een in een vervoermiddel aangebrachte faciliteit, voorzover de aanpassing of de faciliteit noodzakelijk is in verband met ziekte of gebrek; 2°. een vergoeding voor de aanschaf, of een verstrekking, van een vervoermiddel voor het vervoer buitenshuis dat is bestemd voor het gebruik door een persoon met een ziekte of gebrek; 3°. een vergoeding van de meerkosten van de aanschaf en het gebruik van een bijzonder type auto die samenhangt met ziekte of gebrek, voorzover deze meerkosten niet meer bedragen dan het verschil tussen de kosten van de aanschaf en het gebruik van een auto die door het UWV wordt beschouwd als een referentie-auto en de kosten van de aanschaf en het gebruik van een auto die door het UWV zou zijn toegekend indien er sprake zou zijn geweest van een bruikleensituatie; 4°. de vergoeding van het gebruik van een rolstoeltaxi die strekt tot verbetering van de leefomstandigheden, en die vergoeding niet meer bedraagt dan het verschil tussen het door het UWV vastgestelde normbedrag voor de vergoeding van het gebruik van een rolstoeltaxi en het door het UWV vastgestelde normbedrag voor de vergoeding van het gebruik van een taxi; 5°. de vergoeding van het gebruik van een taxi of rolstoeltaxi om de werkplek te kunnen bereiken en die vergoeding niet meer bedraagt dan het verschil tussen de kosten van het gebruik van een taxi of rolstoeltaxi en het door het UWV vastgestelde normbedrag voor het gebruik van een eigen auto; 6°. een vergoeding van de kosten die iemand moet maken voor het kunnen volgen van rijlessen in een aangepaste auto en die vergoeding niet meer bedraagt dan het verschil tussen de kosten van het volgen van autorijlessen in een niet aangepaste auto en het volgen van autorijlessen in een aangepaste auto; 7°. een vergoeding van vervoerskosten in verband met het volgen van scholing. 2 Ten aanzien van de vervoersvoorzieningen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen 4° en 5°, vindt verhoging van de eigen bijdrage wegens overschrijding van de inkomensgrens plaats met ingang van de datum gelegen zes maanden nadat de persoon aan wie de voorziening is verleend van de voorgenomen verhoging in kennis is gesteld. 2018 69997 13-12-2018 05-12-2018 2018-0000144973 2018 69997 13-12-2018 05-12-2018 2018-0000144973 01-01-2019
Artikel 12a — Artikel 12a Inkomen#
Artikel 12a Inkomen artikel 15b, eerste lid, van het Reïntegratiebesluit artikel 3:2, eerste en tweede lid, van het Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten Voor de toepassing vanwordt onder inkomen verstaan hetgeen onder inkomen wordt verstaan op grond vanvermeerderd met: a. Toeslagenwet uitkeringen op grond van een werknemersverzekering, al dan niet vermeerderd met een toeslag op grond van deen de aanvullingen daarop van degene tot wie de werknemer in dienstbetrekking staat; b. artikel 629 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek Toeslagenwet hetgeen wordt genoten op grond van, alsmede hetgeen door de werknemer met een publiekrechtelijke dienstbetrekking wordt genoten op grond van naar aard en strekking met artikel 629 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek overeenkomstige regelingen, al dan niet vermeerderd met een toeslag op grond van deen de aanvullingen daarop van degene tot wie de werknemer in dienstbetrekking staat; c. Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen een uitkering op grond van de; d. Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers een uitkering op grond van de; e. Wet inkomensvoorziening oudere werklozen een uitkering op grond van de; f. Participatiewet een algemene bijstandsuitkering op grond van de. 2018 69997 13-12-2018 05-12-2018 2018-0000144973 2018 69997 13-12-2018 05-12-2018 2018-0000144973 01-01-2019
Artikel 12b — Artikel 12b Aftrekbare kosten#
Artikel 12b Aftrekbare kosten Artikel 6 artikel 12a is van overeenkomstige toepassing op het inkomen, bedoeld in. 2010 4789 31-03-2010 23-03-2010 R&P/RPA/10/3469 2010 4789 31-03-2010 23-03-2010 R&P/RPA/10/3469 01-04-2010
Artikel 12ab — Artikel 12ab Overgangsrecht#
Artikel 12ab Overgangsrecht Vervallen 2012 3682 29-02-2012 27-02-2012 IVV/I/2012/1975 2012 3682 29-02-2012 27-02-2012 IVV/I/2012/1975 01-01-2013
Artikel 13 — Artikel 13 Verdeling werkloosheidsfondsen/arbeidsongeschiktheidsfondsen#
Artikel 13 Verdeling werkloosheidsfondsen/arbeidsongeschiktheidsfondsen Vervallen 2014 34049 01-12-2014 24-11-2014 2014-0000174745 2014 34049 01-12-2014 24-11-2014 2014-0000174745 01-01-2015
Artikel 14 — Artikel 14 Onderlinge verdeling arbeidsongeschiktheidsfondsen#
Artikel 14 Onderlinge verdeling arbeidsongeschiktheidsfondsen Vervallen 2014 34049 01-12-2014 24-11-2014 2014-0000174745 2014 34049 01-12-2014 24-11-2014 2014-0000174745 01-01-2015
Artikel 15 — Artikel 15 Onderlinge verdeling werkloosheidsfondsen#
Artikel 15 Onderlinge verdeling werkloosheidsfondsen De ten laste van de werkloosheidsfondsen komende bijdrage aan het Reïntegratiefonds in een bepaald kalenderjaar, wordt voor elk van deze fondsen bepaald aan de hand van de volgende formule: Bf t = [ Uf t–2 : U t-2] × B t waarbij : 1. Bf t het bedrag is van de bijdrage uit een werkloosheidsfonds, tot dekking van de uitgaven in een bepaald kalenderjaar ten laste van het Reïntegratiefonds; 2. Uf t–2 het bedrag is van de uitkeringsuitgaven die in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan genoemd bepaald kalenderjaar ten laste zijn gekomen van het desbetreffende werkloosheidsfonds; 3. U t–2 het totaalbedrag is van de uitkeringsuitgaven die in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan genoemd bepaald kalenderjaar ten laste zijn gekomen van de werkloosheidsfondsen gezamenlijk; 4. B t 50 procent is van de benodigde middelen tot dekking van de uitgaven in genoemd bepaald kalenderjaar ten laste van het Reïntegratiefonds. 2005 249 22-12-2005 16-12-2005 SV/R&S/2005/102050 2005 249 22-12-2005 16-12-2005 SV/R&S/2005/102050 29-12-2005
Artikel 15a — Artikel 15a Overgangsbepaling#
Artikel 15a Overgangsbepaling Vervallen 2018 69997 13-12-2018 05-12-2018 2018-0000144973 2018 69997 13-12-2018 05-12-2018 2018-0000144973 01-07-2019
Artikel 16 — Artikel 16 Inwerkingtreding#
Artikel 16 Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking met ingang van 29 december 2005. 2005 249 22-12-2005 16-12-2005 SV/R&S/2005/102050 2005 249 22-12-2005 16-12-2005 SV/R&S/2005/102050 29-12-2005
Artikel 17 — Artikel 17 Citeertitel#
Artikel 17 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Reïntegratieregeling. 2005 249 22-12-2005 16-12-2005 SV/R&S/2005/102050 2005 249 22-12-2005 16-12-2005 SV/R&S/2005/102050 29-12-2005