Regeling van de Minister van Justitie van 5 september 2005, nr. 5373439/505, houdende nieuwe bepalingen met betrekking tot bloed- en urineonderzoek
- BWB-id
- BWBR0018724
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- 2015-04-09 t/m 2017-06-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0018724
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2005/regeling-bloed-en-urineonderzoek
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2005/regeling-bloed-en-urineonderzoek/2015-04-09
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0018724&g=2015-04-09
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0018724&z=2026-06-06&g=2015-04-09
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0018724/2015-04-09
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2005/regeling-bloed-en-urineonderzoek
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. Besluit alcoholonderzoeken het besluit: het; b. artikel 8, tweede lid, onder b en derde lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994 artikel 27, tweede lid, onder b, van de Scheepvaartverkeerswet artikel 2.12, derde lid, onderdeel b, van de Wet Luchtvaart artikel 4, tweede lid, onderdeel b, van de Spoorwegwet bloedafname: het afnemen van een hoeveelheid bloed ten behoeve van een onderzoek als bedoeld in,,of; c. artikel 2, onderdeel a, van de Politiewet 2012 artikel 2, onderdelen c, en d, van de Politiewet 2012 politie: de ambtenaar van politie, bedoeld in, en de ambtenaar van politie, bedoeld in, voor zover zij zijn aangesteld voor de uitvoering van de politietaak. Onder de politie wordt voor de toepassing van deze regeling mede verstaan een ambtenaar van het Wapen der Koninklijke Marechaussee. 2012 26110 19-12-2012 13-12-2012 2012 26110 19-12-2012 13-12-2012 01-01-2013
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikel 163, vijfde, achtste en negende lid, van de Wegenverkeerswet 1994 artikel 28a, zesde, negende en tiende lid, van de Scheepvaartverkeerswet artikel 11.6, vijfde, achtste en negende lid, van de Wet luchtvaart artikel 89, vijfde, achtste en negende lid van de Spoorwegwet Als ambtenaren, bedoeld in,,en, worden aangewezen de ambtenaren van politie, benoemd in schaal 8 of hoger. 2 Zij oefenen, voor zover zij geen hulpofficier van justitie zijn, de hun toegekende bevoegdheid niet uit indien een hulpofficier van justitie beschikbaar is. 2005 188 28-09-2005 05-09-2005 5373439/505 2005 188 28-09-2005 05-09-2005 5373439/505 30-09-2005
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Het afnemen van bloed geschiedt met een gesteriliseerde, eenmalig te gebruiken injectiespuit met naald, van een type dat is aangewezen door het Nederlands Forensisch Instituut. 2 Er wordt een hoeveelheid bloed afgenomen van ten minste 2 en bij voorkeur 8 milliliter. 2005 188 28-09-2005 05-09-2005 5373439/505 2005 188 28-09-2005 05-09-2005 5373439/505 30-09-2005
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 De arts verdeelt de door hem afgenomen hoeveelheid bloed over monsterbuisjes van elk 5 milliliter, van een type dat is aangewezen door het Nederlands Forensisch Instituut. 2 De monsterbuisjes zijn voorzien van een mengsel van 40 milligram natriumfluoride en een hoeveelheid heparinenatrium waarvan de activiteit tenminste 575 I.E. bedraagt en waarvan het gewicht niet hoger is dan 5 milligram of van 20 mg natriumfluoride en 143 I.E. heparinenatrium, dan wel van andere door het Nederlands Forensisch Instituut aangewezen gelijkwaardige stoffen met antistol- en conserverende werking. 2005 188 28-09-2005 05-09-2005 5373439/505 2005 188 28-09-2005 05-09-2005 5373439/505 30-09-2005
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 17 van het besluit De urine, bestemd voor het inbedoelde onderzoek, wordt opgevangen in een flesje met een inhoud van ongeveer 100 milliliter, van een type dat is aangewezen door het Nederlands Forensisch Instituut. 2 Het flesje, bedoeld in het eerste lid, is voorzien van 1000 milligram natriumfluoride. 2005 188 28-09-2005 05-09-2005 5373439/505 2005 188 28-09-2005 05-09-2005 5373439/505 30-09-2005
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 10 De opsporingsambtenaar voorziet de van een verdachte verzamelde bloed- of urinemonsters van een genummerd en op naam gesteld identiteitszegel. De opsporingsambtenaar brengt op het formulier, bedoeld in, en het tegen de verdachte opgemaakte proces-verbaal, een identiteitszegel aan dat correspondeert met het identiteitszegel, bedoeld in de eerste volzin. 2 Het Nederlands Forensisch Instituut stelt het identiteitszegel, bedoeld in het eerste lid, vast. 2005 188 28-09-2005 05-09-2005 5373439/505 2005 188 28-09-2005 05-09-2005 5373439/505 30-09-2005
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 27 van de Politiewet 2012, De opsporingsambtenaar zorgt er voor, dat, indien de korpschef, bedoeld inof de brigadecommandant van de Koninklijke Marechaussee, een aanvraag doet tot het verrichten van onderzoek aan een bloed- of urinemonster, de gevulde monsterbuisjes in een verpakking die is voorzien van een sluitzegel, worden bezorgd bij het Nederlands Forensisch Instituut. 2 Het Nederlands Forensisch Instituut stelt de sluitzegel en verpakking, bedoeld in het eerste lid, vast. 2012 26110 19-12-2012 13-12-2012 2012 26110 19-12-2012 13-12-2012 01-01-2013
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 bijlage 1 Het Nederlands Forensisch Instituut bepaalt het alcoholgehalte van het bloed of de urine door het verrichten van een onderzoek volgens een enzymatische of gaschromatografische methode, zoals beschreven inbij deze regeling. 2 bijlage 2 Op de uitkomsten van het onderzoek naar het alcoholgehalte, bedoeld in het eerste lid, vindt een correctie-aftrek plaats die driemaal de theoretische standaardafwijking bedraagt, zoals vastgesteld op de wijze beschreven inbij deze regeling. 2005 188 28-09-2005 05-09-2005 5373439/505 2005 188 28-09-2005 05-09-2005 5373439/505 30-09-2005
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 artikel 8, eerste lid Het Nederlands Forensisch Instituut bewaart na het verrichten van het onderzoek naar het alcoholgehalte, bedoeld in, het deel van het monster dat bestemd is voor een eventueel tegenonderzoek, bij een temperatuur lager dan –10° Celsius en gedurende een jaar na de datum van de bloedafname of het opvangen van de urine. 2008 152 08-08-2008 04-08-2008 5558248/08 2008 152 08-08-2008 04-08-2008 5558248/08 10-08-2008 01-10-2006
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 artikel 7, eerste lid De aanvraag van een onderzoek naar het alcoholgehalte van bloed of urine, bedoeld in, de verklaring van de arts aan wie de bloedafname was verzocht en de rapportage door het Nederlands Forensisch Instituut geschiedt door middel van het formulier dat het Nederlands Forensisch Instituut heeft vastgesteld. 2005 188 28-09-2005 05-09-2005 5373439/505 2005 188 28-09-2005 05-09-2005 5373439/505 30-09-2005
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikel 10a van het Besluit alcoholonderzoeken artikelen 3 tot en met 10 Het Nederlands Forensisch Instituut verricht het tegenonderzoek als bedoeld in. Dezijn van overeenkomstige toepassing. 2 De kosten van het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, bedragen: a. artikel 4 artikel 7, tweede lid € 4,50 voor het gebruik van de inbedoelde monsterbuisjes, alsmede de in, bedoelde sluitzegel en verpakking; b. voor het afnemen van bloed door de arts € 62 indien het afnemen geschiedt in de periode van 8.00 uur tot 18.00 uur en € 81 indien het afnemen geschiedt in de periode 18.00 uur ’s avonds tot 08.00 uur ’s ochtends of in de periode 18.00 uur vrijdagavond tot 08.00 uur maandagochtend. c. € 91 voor het onderzoek naar het alcoholgehalte van het bloed, bedoeld in het eerste lid. 3 De arts wordt niet eerder benaderd voor het afnemen van het bloed bij de verdachte, dan nadat de verdachte de in het tweede lid, onder a en b, bedoelde kosten aan de politie heeft betaald. 4 Het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, geschiedt niet eerder dan nadat de verdachte de in het tweede lid, onder c bedoelde kosten, binnen zes weken na de bloedafname, aan het Nederlands Forensisch Instituut heeft betaald. 2005 188 28-09-2005 05-09-2005 5373439/505 2005 188 28-09-2005 05-09-2005 5373439/505 30-09-2005
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 artikel 11 De verdachte, die de wens kenbaar heeft gemaakt dat een tegenonderzoek wordt verricht, kan, behoudens het bepaalde in, hiertoe een van de volgende laboratoria aanwijzen: a. het Laboratorium van de Apotheek van het Onze-Lieve-Vrouwe Gasthuis, te Amsterdam; b. het Laboratorium der Apotheek, Academisch Ziekenhuis Groningen te Groningen. 2 Het Nederlands Forensisch Instituut zendt het laboratorium dat het tegenonderzoek verricht, tenminste 1 milliliter bloed of urine. 2011 5009 29-04-2011 16-03-2011 5689991/11 2011 5009 29-04-2011 16-03-2011 5689991/11 30-04-2011
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Met de in deze regeling bedoelde apparatuur en onderzoeksmaterialen worden gelijkgesteld apparatuur en onderzoeksmaterialen, die rechtmatig zijn geproduceerd of in de handel zijn gebracht in een andere lid-staat van de Europese Unie dan wel rechtmatig is geproduceerd in een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en die tenminste aan gelijkwaardige technische eisen voldoen. 2005 188 28-09-2005 05-09-2005 5373439/505 2005 188 28-09-2005 05-09-2005 5373439/505 30-09-2005
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Regeling bloed- en urineonderzoek Na de inwerkingtreding van deze regeling berusten krachtens de(Stcrt. 1997, 129) vastgestelde besluiten op deze regeling. 2005 188 28-09-2005 05-09-2005 5373439/505 2005 188 28-09-2005 05-09-2005 5373439/505 30-09-2005
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Regeling bloed- en urineonderzoek De(Stcrt. 1997, 129) wordt ingetrokken. 2005 188 28-09-2005 05-09-2005 5373439/505 2005 188 28-09-2005 05-09-2005 5373439/505 30-09-2005
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 2005 188 28-09-2005 05-09-2005 5373439/505 2005 188 28-09-2005 05-09-2005 5373439/505 30-09-2005
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling bloed- en urineonderzoek. 2005 188 28-09-2005 05-09-2005 5373439/505 2005 188 28-09-2005 05-09-2005 5373439/505 30-09-2005