Regeling GLB-inkomenssteun
- BWB-id
- BWBR0017558
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 2005-12-08 t/m 2005-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0017558
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2005/regeling-glb-inkomenssteun
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2005/regeling-glb-inkomenssteun/2005-12-08
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0017558&g=2005-12-08
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0017558&z=2026-06-06&g=2005-12-08
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0017558/2005-12-08
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2005/regeling-glb-inkomenssteun
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder: a. DR: Dienst Regelingen van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit; b. AID: Algemene Inspectiedienst van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit; c. HPA: Hoofdproductschap Akkerbouw; d. PVE: Productschappen Vee, Vlees en Eieren; e. PZ: Productschap Zuivel; f. verordening 1782/2003 Verordening (EG) nr. 1782/2003 Verordeningen (EEG) nr. 2019/93 (EG) nr. 1452/2001 (EG) nr. 1453/2001 (EG) nr. 1454/2001 (EG) nr. 1868/94 (EG) nr. 1251/1999 (EG) nr. 1254/1999 (EG) nr. 1673/2000 (EEG) nr. 2358/71 (EG) nr. 2529/2001 :van de Raad van 29 september 2003 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers en houdende wijziging van de,,,,,,,,en(PbEU L 270); g. verordening 796/2004 Verordening (EG) nr. 796/2004 Verordening (EG) nr. 1782/2003 :van de Commissie van 21 april 2004 houdende uitvoeringsbepalingen inzake de randvoorwaarden, de modulatie en het geïntegreerd beheers- en controlesysteem waarin is voorzien bijvan de Raad tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers (PbEU L 141); h. verordening 795/2004 Verordening (EG) nr. 795/2004 Verordening (EG) nr. 1782/2003 :van de Commissie van 21 april 2004 houdende bepalingen voor de uitvoering van de bedrijfstoeslagregeling waarin is voorzien bijvan de Raad tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers (PbEU L 141); i. verordening 1973/2004 Verordening (EG) nr. 1973/2004 Verordening (EG) nr. 1782/2003 :: van de Commissie van 29 oktober 2004 houdende uitvoeringsbepalingen vanvan de Raad met betrekking tot de bij de titels IV en IV bis van die verordening ingestelde steunregelingen en het gebruik van braakgelegde grond voor de productie van grondstoffen (PbEU L345); j. verordening 1782/2003 landbouwer: landbouwer in de zin van artikel 2, onderdeel a van; k. verordening 1782/2003 bedrijf: bedrijf in de zin van artikel 2, onderdeel b, vandat zich bevindt op Nederlands grondgebied; l. verordening 1782/2003 betaalorgaan, bouwland, grasland, ooi, vaars, zoogkoe, stier, os, kalf, runderen, GVE, veebezetting, voederareaal, probleemgebied, premie, extensiveringsbedrag, deelnamemelding, nationale reserve van premierechten, individuele referentiehoeveelheid, melkpremieaanvraag, verzamelaanvraag, oormerk, dierpaspoort, bedrijfsregister, premierechten: hetgeen daaromtrent is bepaald inen de ter uitvoering daarvan vastgestelde commissieverordeningen; m. Verordening (EG) nr. 1760/2000 Verordening (EG) nr. 820/97 I&R-systeem: gecomputeriseerd gegevensbestand als bedoeld in artikel 5 vanvan het Europees Parlement en de Raad van de Europese Gemeenschappen van 17 juli 2000 tot vaststelling van een identificatie- en registratieregeling voor runderen en inzake de etikettering van rundvlees en rundvleesproducten en tot intrekking vanvan de Raad. 2005 135 15-07-2005 08-07-2005 TRCJZ/2005/2104 2005 135 15-07-2005 08-07-2005 TRCJZ/2005/2104 17-07-2005 01-01-2005
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 verordening 1782/2003 Overeenkomstigen met inachtneming van ter uitvoering daarvan vastgestelde Commissieverordeningen en deze regeling: 1. wijst de minister op aanvraag aan landbouwers: a. toeslagrechten en braakleggingstoeslagrechten in het kader van de bedrijfstoeslagregeling, b. specifieke premierechten in het kader van de schapen- en geitenpremies en rundvleesbetalingen toe. 2. verstrekt de minister op aanvraag aan landbouwers subsidie op grond van: a. de bedrijfstoeslagregeling, b. de areaalbetalingen voor akkerbouwgewassen, noten, energiegewassen, en eiwithoudende gewassen, de productiesteun voor zetmeelaardappelen, zaaizaad en gedroogde voedergewassen, c. de schapen- en geitenpremies en de rundvleesbetalingen. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2005
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 artikel 2 bijlage I regeling superheffing en melkpremie 2004 verordening 1782/2003 Een landbouwer die een aanvraag heeft ingediend voor één van de ingenoemde steunregelingen of de melkpremieaanvraag op grond van deheeft ingediend is verplicht de in artikelen 3 en 4 van de inbedoelde beheerseisen, opgenomen inbij deze regeling, en navolgende bepalingen inzake blijvend grasland en goede landbouw- en milieucondities in acht te nemen. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2005
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 verordening 796/2004 De minister kan met inachtneming van artikel 4, eerste lid, vanbepalen dat het landbouwers verboden is blijvend grasland om te zetten in land voor andere vormen van grondgebruik, behoudens voorafgaande ontheffing. 2 Een verzoek tot ontheffing wordt ingediend op een door DR vastgesteld formulier dat door de landbouwer volledig en naar waarheid is ingevuld, ondertekend en gedagtekend. 3 Bij de indiening van het verzoek tot ontheffing legt de landbouwer alle bewijsstukken over die DR nodig acht voor de beoordeling van het verzoek. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2005
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 verordening 796/2004 Indien het aandeel van het blijvend grasland in de totale oppervlakte landbouwgrond als bedoeld in artikel 3, eerste lid, vanmet meer dan 10% dreigt af te nemen ten opzichte van het referentieaandeel 2003, is de landbouwer die beschikt over land dat van blijvend grasland is omgezet in land voor andere vormen van grondgebruik, verplicht tot het opnieuw omzetten van land in blijvend grasland. De minister stelt de betrokken landbouwer in kennis van deze verplichting en de oppervlakte waarop deze betrekking heeft. 2 De landbouwer aan wie de kennisgeving bedoeld in het eerste lid is gegeven, is verplicht tot het omzetten van land in blijvend grasland voor het moment van indienen van de eerstvolgende verzamelaanvraag en overeenkomstig de voorwaarden van de kennisgeving. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2005
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 verordening 1782/2003 De landbouwer is verplicht de volgende eisen na te komen inzake goede landbouw- en milieuconditie als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van: a. artikelen 7 8 deenvan deze regeling; b. de geldende bepalingen ingevolge de regels vastgesteld door HPA en PT ter bestrijding van erosie op land- en tuinbouwgronden. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2005
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 De landbouwer die percelen uit productie neemt in het kader van de areaalbetalingen voor akkerbouwgewassen, op vrijwillige basis of – met ingang van 2006 – in het kader van de bedrijfstoeslagregeling, is verplicht deze percelen in te zaaien met een groenbemester onder de navolgende voorwaarden: a. bijlage 2 het betreft een groenbemester, genoemd inbij de regeling, die uiterlijk op 31 mei wordt ingezaaid; b. de groenbemester evenals het eventueel opgekomen onkruid wordt vóór 31 augustus niet van het perceel afgevoerd en wordt vanaf 31 augustus tot 15 januari niet van het bedrijf afgevoerd. De groenvoederproductie die onder meer door het inkuilen van de groenbemester in de periode tot 15 januari is ontstaan, mag niet van het bedrijf worden afgevoerd; c. de groenbemester is niet bestemd voor de productie van zaaizaad of pootgoed; d. de groenbemester wordt niet vóór 31 augustus voor agrarische doeleinden gebruikt en geeft niet vóór 15 januari aanleiding tot een groenvoederproductie die bedoeld is om te worden gecommercialiseerd; e. de groenbemester wordt niet vóór 31 augustus door enigerlei vorm van bewerking vernietigd. 2 Op uit productie genomen percelen welke zijn of worden ingezaaid met een groenbemester, is het gebruik van dierlijke meststoffen of overige organische meststoffen onder de volgende aanvullende voorwaarden geoorloofd: a. de inzaai met groenbemesters geschiedt met gebruikmaking van een zodanige hoeveelheid zaaizaad en op zodanige wijze dat een volledige en gelijkmatige opkomst van het gewas op het gehele betrokken perceel gegarandeerd is. b. in ieder geval in de periode van 15 juni tot en met 14 juli is het gewas zodanig ontwikkeld dat sprake is van een volledige en gelijkmatig bedekking van de betrokken percelen met een groenbemester. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2005
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 7, eerste lid In afwijking van, is de landbouwer niet verplicht de uit productie genomen percelen in te zaaien met een groenbemester, indien: a. verordening (EEG) nr. 2092/91 de landbouwer voor zijn gehele productie voldoet aan de voorschriften die zijn vastgesteld bij; b. op last van de Plantenziektenkundige Dienst deze percelen onbegroeid worden gehouden ter bestrijding van quarantaineorganismen, of c. op last van HPA of Productschap Tuinbouw deze percelen onbegroeid worden gehouden ter bestrijding van knolcyperus. 2 verordening (EEG) nr. 2092/91 Ten bewijze dat de landbouwer voor zijn gehele productie voldoet aan de voorschriften die zijn vastgesteld bij, gaat de verzamelaanvraag vergezeld van een bewijs van certificering door de Stichting SKAL te Zwolle voor het gehele bedrijf van de landbouwer. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2005
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikel 2 Regeling superheffing en melkpremie 2004 verordening 1782/2003 De bedragen die een landbouwer op grond van de ingenoemde steunregelingen en op grond van deaan subsidies ontvangt, worden op grond van artikel 10 vanprocentueel verlaagd ten behoeve van modulatie. 2 De landbouwer ontvangt een extra bedrag aan subsidie dat gelijk is aan het bedrag dat voorvloeit uit toepassing van de verlaging op grond van het eerste lid over maximaal de eerste € 5.000,– aan subsidie waar de landbouwer uit hoofde van de in het eerste lid bedoelde steunregelingen voor het betrokken jaar aanspraak op heeft. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2005
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Vervallen 2005 235 02-12-2005 01-12-2005 TRCJZ/2005/3475 2005 235 02-12-2005 01-12-2005 TRCJZ/2005/3475 01-01-2006 Artikel 76 van de Regeling GLB-inkomenssteun 2006, Stcrt. 2005/235 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2006
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Vervallen 2005 235 02-12-2005 01-12-2005 TRCJZ/2005/3475 2005 235 02-12-2005 01-12-2005 TRCJZ/2005/3475 01-01-2006 Artikel 76 van de Regeling GLB-inkomenssteun 2006, Stcrt. 2005/235 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2006 2005 135 15-07-2005 08-07-2005 TRCJZ/2005/2104 2005 135 15-07-2005 08-07-2005 TRCJZ/2005/2104 01-01-2006
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Vervallen 2005 235 02-12-2005 01-12-2005 TRCJZ/2005/3475 2005 235 02-12-2005 01-12-2005 TRCJZ/2005/3475 01-01-2006 Artikel 76 van de Regeling GLB-inkomenssteun 2006, Stcrt. 2005/235 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2006 2005 135 15-07-2005 08-07-2005 TRCJZ/2005/2104 2005 135 15-07-2005 08-07-2005 TRCJZ/2005/2104 01-01-2006
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Vervallen 2005 235 02-12-2005 01-12-2005 TRCJZ/2005/3475 2005 235 02-12-2005 01-12-2005 TRCJZ/2005/3475 01-01-2006 Artikel 76 van de Regeling GLB-inkomenssteun 2006, Stcrt. 2005/235 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2006
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Vervallen 2005 235 02-12-2005 01-12-2005 TRCJZ/2005/3475 2005 235 02-12-2005 01-12-2005 TRCJZ/2005/3475 01-01-2006 Artikel 76 van de Regeling GLB-inkomenssteun 2006, Stcrt. 2005/235 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2006
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Vervallen 2005 235 02-12-2005 01-12-2005 TRCJZ/2005/3475 2005 235 02-12-2005 01-12-2005 TRCJZ/2005/3475 01-01-2006 Artikel 76 van de Regeling GLB-inkomenssteun 2006, Stcrt. 2005/235 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2006
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Vervallen 2005 235 02-12-2005 01-12-2005 TRCJZ/2005/3475 2005 235 02-12-2005 01-12-2005 TRCJZ/2005/3475 01-01-2006 Artikel 76 van de Regeling GLB-inkomenssteun 2006, Stcrt. 2005/235 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2006 2005 135 15-07-2005 08-07-2005 TRCJZ/2005/2104 2005 135 15-07-2005 08-07-2005 TRCJZ/2005/2104 01-01-2006
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Vervallen 2005 235 02-12-2005 01-12-2005 TRCJZ/2005/3475 2005 235 02-12-2005 01-12-2005 TRCJZ/2005/3475 01-01-2006 Artikel 76 van de Regeling GLB-inkomenssteun 2006, Stcrt. 2005/235 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2006 2005 135 15-07-2005 08-07-2005 TRCJZ/2005/2104 2005 135 15-07-2005 08-07-2005 TRCJZ/2005/2104 01-01-2006
Artikel 17a — Artikel 17a#
Artikel 17a Vervallen 2005 235 02-12-2005 01-12-2005 TRCJZ/2005/3475 2005 235 02-12-2005 01-12-2005 TRCJZ/2005/3475 01-01-2006 Artikel 76 van de Regeling GLB-inkomenssteun 2006, Stcrt. 2005/235 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. 2005 135 15-07-2005 08-07-2005 TRCJZ/2005/2104 2005 135 15-07-2005 08-07-2005 TRCJZ/2005/2104 01-01-2006
Artikel 17b — Artikel 17b#
Artikel 17b Vervallen 2005 235 02-12-2005 01-12-2005 TRCJZ/2005/3475 2005 235 02-12-2005 01-12-2005 TRCJZ/2005/3475 01-01-2006 Artikel 76 van de Regeling GLB-inkomenssteun 2006, Stcrt. 2005/235 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. 2005 135 15-07-2005 08-07-2005 TRCJZ/2005/2104 2005 135 15-07-2005 08-07-2005 TRCJZ/2005/2104 01-01-2006
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Vervallen 2005 235 02-12-2005 01-12-2005 TRCJZ/2005/3475 2005 235 02-12-2005 01-12-2005 TRCJZ/2005/3475 01-01-2006 Artikel 76 van de Regeling GLB-inkomenssteun 2006, Stcrt. 2005/235 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2006 2005 135 15-07-2005 08-07-2005 TRCJZ/2005/2104 2005 135 15-07-2005 08-07-2005 TRCJZ/2005/2104 01-01-2006
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Vervallen 2005 235 02-12-2005 01-12-2005 TRCJZ/2005/3475 2005 235 02-12-2005 01-12-2005 TRCJZ/2005/3475 01-01-2006 Artikel 76 van de Regeling GLB-inkomenssteun 2006, Stcrt. 2005/235 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2006 2005 135 15-07-2005 08-07-2005 TRCJZ/2005/2104 2005 135 15-07-2005 08-07-2005 TRCJZ/2005/2104 01-01-2006
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Vervallen 2005 235 02-12-2005 01-12-2005 TRCJZ/2005/3475 2005 235 02-12-2005 01-12-2005 TRCJZ/2005/3475 01-01-2006 Artikel 76 van de Regeling GLB-inkomenssteun 2006, Stcrt. 2005/235 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2006 2005 135 15-07-2005 08-07-2005 TRCJZ/2005/2104 2005 135 15-07-2005 08-07-2005 TRCJZ/2005/2104 01-01-2006
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 Vervallen 2005 235 02-12-2005 01-12-2005 TRCJZ/2005/3475 2005 235 02-12-2005 01-12-2005 TRCJZ/2005/3475 01-01-2006 Artikel 76 van de Regeling GLB-inkomenssteun 2006, Stcrt. 2005/235 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2006
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Vervallen 2005 235 02-12-2005 01-12-2005 TRCJZ/2005/3475 2005 235 02-12-2005 01-12-2005 TRCJZ/2005/3475 01-01-2006 Artikel 76 van de Regeling GLB-inkomenssteun 2006, Stcrt. 2005/235 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2006
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 Vervallen 2005 235 02-12-2005 01-12-2005 TRCJZ/2005/3475 2005 235 02-12-2005 01-12-2005 TRCJZ/2005/3475 01-01-2006 Artikel 76 van de Regeling GLB-inkomenssteun 2006, Stcrt. 2005/235 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2006
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 Vervallen 2005 235 02-12-2005 01-12-2005 TRCJZ/2005/3475 2005 235 02-12-2005 01-12-2005 TRCJZ/2005/3475 01-01-2006 Artikel 76 van de Regeling GLB-inkomenssteun 2006, Stcrt. 2005/235 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2006
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 Vervallen 2005 235 02-12-2005 01-12-2005 TRCJZ/2005/3475 2005 235 02-12-2005 01-12-2005 TRCJZ/2005/3475 01-01-2006 Artikel 76 van de Regeling GLB-inkomenssteun 2006, Stcrt. 2005/235 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2006
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 artikel 2 verordening 1973/2004 Een landbouwer die noten produceert komt uitsluitend in aanmerking voor subsidie op grond van de areaalbetaling voor noten als bedoeld in, indien de boomgaard bedoeld in artikel 15, eerste lid, van: a. een oppervlakte heeft van ten minste 0,3 hectare; b. verordening 1973/2004 voldoet aan het minimum aantal bomen genoemd in artikel 15, derde lid, van. 2 verordening 1973/2004 In afwijking van het eerste lid, aanhef, mag het aantal andere bomen in een boomgaard niet meer zijn dan 10% van het minimum aantal notenbomen per hectare genoemd in artikel 15, derde lid, van, behoudens ingeval het kastanjebomen betreft. 3 Het subsidiebedrag op grond van de areaalbetaling voor noten bedraagt € 241,50 per hectare. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2005
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 1 artikel 2 Een landbouwer die energiegewassen teelt komt uitsluitend in aanmerking voor subsidie op grond van de areaalbetaling voor energiegewassen als bedoeld in, indien: a. het perceel een oppervlakte van ten minste 0,3 ha heeft; b. de landbouwer niet meer dan één leveringscontract per landbouwgrondstof sluit; c. met ingang van 2006, per soort landbouwgrondstof ten minste 3 ha landbouwgrond is ingezaaid. 2 verordening 1973/2004 Indien een hoeveelheid landbouwgrondstof die door de landbouwer aan de verwerker is geleverd niet overeenkomt met de overeenkomstig artikel 30 vanvastgestelde representatieve opbrengst, wordt hij geacht niet aan zijn verplichtingen ten aanzien van de voor energiedoeleinden gebruikte percelen te hebben voldaan voor een oppervlakte die wordt berekend door de beteelde oppervlakte die hij overeenkomstig de subsidievoorwaarden heeft gebruikt voor de productie van de landbouwgrondstof, te vermenigvuldigen met het verhoudingsgetal dat aangeeft welk deel van die landbouwgrondstof ontbreekt. 3 verordening 1973/2004 verordening 1973/2004 In het geval de landbouwer eenjarige gewassen heeft ingezaaid, doet hij uiterlijk op 1 maart van het kalenderjaar volgend op het jaar van aanvraag de aangifte bedoeld in artikel 31, lid 1, van. In het geval de landbouwer tweejarige gewassen heeft ingezaaid en de gewassen oogst in het tweede teeltjaar, doet hij uiterlijk op 1 maart van het tweede kalenderjaar na het jaar van aanvraag de aangifte bedoeld in artikel 31, lid 1, van. 4 verordening 1973/2004 Uiterlijk binnen 14 dagen na ontvangst van de door de aanvrager geleverde grondstof doet de eerste verwerker van energiegewassen de kennisgeving, bedoeld in artikel 34, derde lid, van. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2005
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 artikel 2 Een landbouwer die eiwithoudende gewassen teelt komt uitsluitend in aanmerking voor subsidie op grond van premie voor eiwithoudende gewassen als bedoeld in, indien het perceel: a. een oppervlakte van ten minste 0,3 ha heeft; b. is ingezaaid met ten minste 70 kg zaad per hectare. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2005
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 verordening 1782/2003 verordening 1973/2004 artikel 2 De landbouwer die voor de zetmeelproductie bestemde aardappelen produceert overeenkomstig artikelen 93 en 94 vanen hoofdstuk 6 van, komt in aanmerking voor subsidie op grond van de productiesteun voor zetmeelaardappelen als bedoeld in. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2005
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 1 artikel 2 Een landbouwer die zaaizaad produceert komt uitsluitend in aanmerking voor subsidie op grond van de steun voor zaaizaad als bedoeld in, indien: a. het ingezaaide perceel een oppervlakte van ten minste 0,3 ha heeft; b. de productie plaatsvindt op basis van een vermeerderingscontract tussen de landbouwer en het zaaizaadhandelsbedrijf of de kweker; c. de betrokken zaaizaadhandelsbedrijven of kwekers geregistreerd zijn bij het HPA; d. het zaaizaad uiterlijk op 15 juni van het jaar volgend op de aanvraag in de handel is gebracht. 2 In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, overlegt de landbouwer een verklaring omtrent de productie in het geval hij ook zaaizaadhandelsbedrijf of kweker is voor het geproduceerde zaaizaad. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2005
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 artikel 2 Verordening (EG) nr. 1786/2003 De landbouwer die voor de productie van gedroogde voedergewassen bestemde gewassen produceert, komt in aanmerking voor subsidie op grond van de productiesteun voor gedroogde voedergewassen als bedoeld in, indien de voedergewassen op basis van een contract geleverd zijn aan het verwerkingsbedrijf en subsidiabel zijn in de zin van artikel 4 vanvan de Raad van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector gedroogde voedergewassen. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2005
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 1 verordening 1782/2003 Onder de voorwaarden die voortvloeien uiten de ter uitvoering daarvan vastgestelde Commissieverordeningen, komt de landbouwer die akkerbouwgewassen teelt in aanmerking voor een subsidie voor een perceel bouwland: a. dat op 15 mei 2003 niet in gebruik was als blijvend grasland, voor blijvende teelten, als bosgrond of voor niet-agrarische doeleinden; b. dat een aaneengesloten oppervlakte van ten minste 0,3 ha heeft; c. dat is gelegen in 1 productieregio; d. verordening 1782/2003 dat is beteeld met een akkerbouwgewas als bedoeld in bijlage IX vanof uit productie is genomen; e. dat, indien beteeld met een akkerbouwgewas, is ingezaaid met inachtneming van de volgende minimum hoeveelheden zaad per hectare: i. koolzaad en raapzaad: 4 kg; ii. zonnebloempitten: 3,5 kg; iii. sojabonen: 50 kg; iv. eiwithoudende gewassen: 70 kg; v. maïs: 15 kg; vi. boekweit: 25 kg; vii. kanariezaad: 20 kg; viii. overige granen: 50 kg; ix. lijnzaad van ander vlas dan vezelvlas: 30 kg; x. vezelvlas: 70 kg; xi. vezelhennep: 25 kg; xii. vezelhennep voor de productie van zaaizaad: 8 kg; xiii. quinoa: 3 kg; xiv. Eragrostis tef: 1 kg. 2 De akkerbouwgewassen worden uiterlijk op 31 mei voorafgaand aan de betrokken oogst ingezaaid, met uitzondering van suikermaïs en vezelhennep welke uiterlijk op 15 juni voorafgaand aan de betrokken oogst worden ingezaaid. 3 In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, wordt als bouwland meegerekend bouwland dat op 15 mei 2003 uit productie is genomen overeenkomstig de Beschikking ter zake van het uit productie nemen van bouwland of bebost is overeenkomstig de Regeling stimulering bosuitbreiding op landbouwgronden. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2005
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 artikel 32, eerste lid, onderdeel a, b en c De landbouwer kan een perceel bouwland dat voldoet aan, vervangen door andere gronden, indien: a. Plantenziektewet de perceelsindeling of de verkaveling van het bedrijf van overheidswege wordt gewijzigd of op grond van debeperkingen worden gesteld aan het telen van akkerbouwgewassen op het bedrijf; b. de oppervlakte van de vervangende gronden niet groter is dan de oppervlakte van het te vervangen perceel; c. voor zover van toepassing, de eigenaar, beperkt gebruiksgerechtigde, verpachter dan wel pachter van de te vervangen percelen heeft ingestemd met het vervangen van deze gronden, en; d. voorafgaande aan het betrokken verkoopseizoen schriftelijk toestemming is verkregen van DR. Een schriftelijke aanvraag daartoe kan in de periode die loopt tot en met 15 februari 2005 worden ingediend. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2005
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 1 verordening 1782/2003 De gemiddelde graanopbrengst en de gemiddelde opbrengst van maïs, bedoeld in artikel 104 vanwordt voor productieregio I vastgesteld op 6660 kg per hectare voor maïs en 7080 kg per hectare voor de overige akkerbouwgewassen, en voor productieregio II op 6660 kg per hectare voor maïs en 4920 kg per hectare voor de overige akkerbouwgewassen. 2 bijlage 1 bij de Regeling EG-steunverlening akkerbouwgewassen Regeling EG-steunverlening akkerbouwgewassen Productieregio I is het gebied dat is gelegen binnen de gemeentegrenzen welke op 1 mei 1991 golden voor de ingenoemde gemeenten of gedeelten van gemeenten en de gebieden welke met een groene arcering zijn aangegeven op de kaarten in bijlage 4 bij de. 3 Productieregio II is het gebied in Nederland dat niet behoort tot productieregio I. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2005
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 1 verordening 1973/2004 verordening 1782/2003 Indien de verzamelaanvraag is gedaan voor vezelvlas dan wel vezelhennep dat voldoet aan artikel 56, eerste lid, van, dient de landbouwer uiterlijk op 15 september van het verkoopseizoen waarop de verzamelaanvraag betrekking heeft bij DR een kopie in van het contract of de verbintenis bedoeld in artikel 106 van. 2 De landbouwer dient bij de verzamelaanvraag de op de verpakking van het zaaizaad gebruikte officiële etiketten in. 3 Indien op een perceel landbouwgrond vezelvlas wordt geteeld voor de productie van zaaizaad, dient de landbouwer bij de verzamelaanvraag een kopie in van de aanmelding van het betrokken perceel bij de Stichting Nederlandse Algemene Keuringsdienst voor zaaizaad en pootgoed van landbouwgewassen. 4 Richtlijn 2002/57/EG verordening 1973/2004 Indien ten behoede van de teelt van vezelvlas zaad is gebruikt dat niet is gecertificeerd overeenkomstig het bij of krachtensbepaalde, dient de landbouwer bij de verzamelaanvraag bewijsstukken in waaruit blijkt dat het ingezaaide zaad voldoet aan art. 56, lid 1, onderdeel b van. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2005
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 1 Een landbouwer neemt per productieregio een zodanige oppervlakte landbouwgrond, die bestaat uit percelen bouwland van tenminste 10 meter breed met elk een oppervlakte van tenminste 0,1 hectare, uit productie dat de desbetreffende oppervlakte ten minste 10% uitmaakt van de oppervlakte die wordt gevormd door de som van: a. de totale oppervlakte van de percelen bouwland in de desbetreffende productieregio ingezaaid met akkerbouwgewassen waarvoor de landbouwer subsidie aanvraagt, en b. de totale door de landbouwer voor de desbetreffende productieregio op grond van deze regeling uit productie genomen oppervlakte aan percelen. 2 In afwijking van het eerste lid is het de landbouwer toegestaan grond uit productie te nemen in de andere productieregio dan die waarin de akkerbouwgewassen worden ingezaaid, mits de braak te leggen oppervlakte wordt aangepast om rekening te houden met de opbrengstverschillen tussen de productieregio’s. 3 Voor de uit productie genomen oppervlakte die groter is dan waartoe de landbouwer ingevolge het eerste lid verplicht is, heeft de landbouwer aanspraak op subsidie in het kader van deze regeling. 4 In afwijking van het eerste lid geldt de verplichting tot het uit productie nemen van een oppervlakte niet voor een landbouwer wiens aanvraag betrekking heeft op een kleinere oppervlakte dan die volgens de voor de desbetreffende productieregio of productieregio's vastgestelde opbrengsten nodig is om 92 ton graan te produceren, tenzij a. het bedrijf van de landbouwer na 30 juni 1992 is gevormd door de splitsing van een bestaand bedrijf, en b. de splitsing bedoeld in onderdeel a kennelijk voornamelijk tot doel heeft de verplichting bedoeld in het eerste lid te ontgaan. 5 Een landbouwer die is vrijgesteld van de verplichting, bedoeld in het eerste lid, heeft voor de oppervlakte bouwland die hij overeenkomstig het eerste lid uit productie neemt recht op subsidie in het kader van deze regeling. 6 In afwijking van de minimumbreedte genoemd in het eerste lid, is het de landbouwer toegestaan percelen van ten minste 5 meter breed met elk een oppervlakte van ten minste 0,05 hectare, uit productie te nemen, indien zij met de langste zijde grenzen aan oppervlaktewater, onder de navolgende voorwaarden: a. artikel 7 de percelen worden ingezaaid met een groenbemester overeenkomstig; b. artikel 7, tweede lid in afwijking van, worden op de betrokken percelen in de periode vanaf 15 januari tot en met 30 september: i. geen dierlijke of overige organische meststoffen gebruikt, ii. geen fytofarmaceutische producten, herbiciden daaronder begrepen, gebruikt, behoudens voor de pleksgewijze bestrijding van onkruid die uit landbouwkundig oogpunt noodzakelijk is. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2005
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 artikel 36 De oppervlakte, bedoeld in, wordt gedurende een aaneengesloten periode, die loopt van uiterlijk 15 januari tot tenminste 31 augustus daaropvolgend, niet gebruikt voor een vorm van landbouwproductie en evenmin voor andere landbouwdoeleinden of andere winstgevende bestemmingen die met akkerbouw onverenigbaar zijn. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2005
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 verordening 1782/2003 Percelen die zijn bebost in het kader van de Regeling stimulering bosuitbreiding op landbouwgronden uit hoofde van een aanvraag die na 28 juni 1995 is ingediend, kunnen worden gebruikt om aan de in artikel 107 vanbedoelde verplichting te voldoen. In dat geval heeft de landbouwer voor deze percelen geen aanspraak op subsidie op grond van deze regeling. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2005
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 artikelen 7 36 bijlage 3 In afwijking vanenis het de landbouwer vanaf 15 juli toegestaan de uit productie genomen percelen ten behoeve van de oogst van het daaropvolgende kalenderjaar in te zaaien met de inbij deze regeling genoemde gewassen. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2005
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 artikel 7, eerste lid verordening 1782/2003 In afwijking van, is de teelt van voederleguminosen op een uit productie genomen oppervlakte, bedoeld in artikel 107, derde lid van, enkel toegestaan indien de verzamelaanvraag vergezeld gaat van een bewijs van certificering door de Stichting SKAL te Zwolle voor het gehele bedrijf van de landbouwer. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2005
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 1 artikel 37 artikel 7 artikelen 42 tot en met 50 artikel 36 verordening 1973/2004 verordening 1973/2004 In afwijking vanen in afwijking vanmogen landbouwers overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk 16 vanen de, de overeenkomstiguit productie genomen oppervlakte gebruiken voor het verbouwen van grondstoffen specifiek met het oog op verwerking van de grondstoffen in de Europese Gemeenschap tot een of meer eindproducten welke zijn genoemd in bijlage XXIII vanen welke niet zijn bestemd voor menselijke of dierlijke voeding. 2 artikel 36 Geen subsidie wordt verstrekt voor de overeenkomstiguit productie genomen percelen waarop de verbouw van aardperen, cichoreiwortels en suikerbieten plaatsvindt. 3 Grondstoffen van GN-code 0701 90 10 mogen slechts worden verbouwd onder de navolgende voorwaarden: a. de betrokken percelen zijn in de drie voorafgaande teeltseizoenen niet met aardappelen bebouwd geweest; b. ten hoogste 25% van de totale oppervlakte akkerland van het bedrijf wordt gebruikt voor de teelt van aardappelen; c. gedurende de vijf kalenderjaren, die volgen op de onderhavige aardappelteelt, blijft een grondontsmetting achterwege; d. voor de onderhavige aardappelteelt worden slechts aardappelrassen gebruikt, waaraan blijkens de meest recente Beschrijvende Rassenlijst voor landbouwgewassen ten minste het cijfer 6 is toegekend voor de eigenschap ‘resistentie tegen Phytophthora in het loof’; e. voordat de onderhavige aardappelteelt aanvangt, wordt ieder daarvoor bestemd perceel door een door de minister aangewezen instelling onderzocht op aardappelmoeheid; f. indien een perceel, dat voor de onderhavige aardappelteelt wordt gebruikt, blijkens het in onderdeel e bedoelde onderzoek niet vrij is van aardappelmoeheid, worden daarop slechts aardappelen geteeld van rassen, die door de in onderdeel e bedoelde instelling zijn aangewezen. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2005
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 1 artikel 41 De verbouw van grondstoffen overeenkomstigvindt plaats op basis van een schriftelijke overeenkomst die door de landbouwer is gesloten met een in een lidstaat van de Europese Unie gevestigde eerste verwerker of inzamelaar. 2 De overeenkomst bevat: a. verordening 1973/2004 de gegevens, genoemd in artikel 147, tweede lid, van; b. de productieregio waarin de betrokken percelen zijn gelegen; c. het kalenderjaar waarin de grondstoffen zullen worden geoogst; d. de verplichting voor de landbouwer de totale hoeveelheid van de in de overeenkomst omschreven en tevens door middel van de toepasselijke GN-code aangeduide grondstof, welke wordt geproduceerd op de percelen waarop de overeenkomst betrekking heeft, te leveren aan de eerste verwerker of inzamelaar; e. artikel 41, eerste lid de verplichting voor de eerste verwerker of inzamelaar de geleverde hoeveelheid grondstof volledig af te nemen en te verzekeren dat deze zal worden gebruikt voor de vervaardiging van één of meer van de in de overeenkomst omschreven en tevens door middel van de toepasselijke GN-code aangeduide eindproducten, als bedoeld in. 3 In Nederland gevestigde eerste verwerkers of inzamelaars waarmee een overeenkomst wordt gesloten dienen door het HPA te zijn erkend. 4 De erkenning wordt op aanvraag verleend en vindt eerst plaats nadat door de AID is vastgesteld dat de bedrijfsadministratie, de opslagruimten en, indien van toepassing, de productiewijze en -middelen voldoen aan de vereisten die daaraan moeten worden gesteld in verband met de controle op de bestemming die aan de grondstoffen moet worden gegeven. 5 artikel 108 De landbouwer bewaart een origineel exemplaar van de met de eerste verwerker of inzamelaar gesloten overeenkomst of een gewaarmerkte kopie daarvan bij zijn bedrijfsadministratie, bedoeld in. 2005 135 15-07-2005 08-07-2005 TRCJZ/2005/2104 2005 135 15-07-2005 08-07-2005 TRCJZ/2005/2104 17-07-2005 01-01-2005
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 1 De landbouwer overlegt bij zijn verzamelaanvraag een origineel exemplaar van de met de eerste verwerker of inzamelaar gesloten overeenkomst. 2 De totale hoeveelheid grondstof die op de betrokken percelen is geproduceerd, wordt uiterlijk op 1 maart van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin zij wordt geoogst, geleverd aan de eerste verwerker of inzamelaar. 3 verordening 1973/2004 Ten bewijze dat is voldaan aan het bepaalde in het tweede lid, legt de landbouwer uiterlijk op 1 maart van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin de verzamelaanvraag is ingediend, aan DR een door de erkende eerste verwerker of diens gemachtigde of de inzamelaar of diens gemachtigde getekende verklaring van overname, alsmede facturen en betalingsbewijzen met betrekking tot de geleverde grondstoffen over, tezamen met de aangifte, bedoeld in artikel 154 van. 4 De verklaring van overname, bedoeld in het derde lid, wordt gesteld op een door DR vastgesteld formulier dat door de erkende eerste verwerker of inzamelaar volledig en naar waarheid is ingevuld, ondertekend en gedagtekend. 5 DR bepaalt vóór de oogst de representatieve opbrengsten en stelt de landbouwer hiervan in kennis. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2005
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 artikel 41 verordening 1973/2004 Verwerking van een partij grondstoffen die overeenkomstigis verbouwd, tot een of meer eindproducten welke zijn genoemd in bijlage XXIII vanen welke niet zijn bestemd voor menselijke of dierlijke voeding, zal plaatsvinden door ten hoogste de derde opvolgende verwerker. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2005
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 1 artikel 41 De in Nederland gevestigde erkende eerste verwerker of inzamelaar die een overeenkomst als bedoeld inheeft gesloten met een landbouwer wiens bedrijf zich in Nederland of in een andere Lid-Staat van de Europese Unie bevindt: a. verordening 1973/2004 dient uiterlijk op 15 mei een origineel exemplaar van de overeenkomst of een gewaarmerkt kopie daarvan in bij het HPA en verstrekt daarbij de nodige gegevens over de verwerkingsketen, bedoeld in artikel 157, tweede lid, van; b. verordening 1973/2004 stelt uiterlijk op 15 mei bij het HPA de volledige zekerheid, bedoeld in artikel 158 van; c. bewaart een origineel exemplaar van de overeenkomst of een gewaarmerkte kopie daarvan in zijn bedrijfsadministratie; d. doet aan het HPA uiterlijk op 1 maart van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin de grondstof wordt geoogst, opgave van de totale ontvangen hoeveelheid grondstof welke is geproduceerd op de percelen waarop de overeenkomst betrekking op heeft, onder vermelding van soort en ras, alsmede van de referentie van de overeenkomst en van de naam en het adres van de partij bij de overeenkomst die de grondstof heeft geleverd en van de plaats van levering. 2 verordening 1973/2004 De in Nederland gevestigde eerste verwerker of inzamelaar verstrekt de in artikel 157, derde lid, vanbedoelde informatie binnen de daar bedoelde termijnen aan het HPA, onder vermelding van de referentie van de overeenkomst. 3 Indien de eerste verwerker niet zelf de grondstoffen verwerkt tot de eindproducten welke zijn genoemd in de overeenkomst met de in het eerste lid bedoelde landbouwer, verplicht hij de afnemers van de grondstoffen of van de tussenproducten bij schriftelijke overeenkomst de grondstoffen tot deze eindproducten te verwerken of te doen verwerken dan wel een gelijk beding op te nemen in de met opvolgende afnemers te sluiten schriftelijke overeenkomsten, waarbij laatsten verplicht worden op hun beurt gelijke verplichtingen op te nemen in de door hen met afnemers te sluiten schriftelijke overeenkomsten. 4 artikelen 2 3 van de Beschikking controlevoorschriften inzake het gebruik op de bestemming van bepaalde landbouwprodukten 1979 Deenis vanaf de aflevering van de grondstoffen aan de eerste verwerker of inzamelaar van toepassing op bedoelde grondstoffen en de daaruit geproduceerde tussenproducten, zolang nog geen sprake is van de eindproducten waarop de met de in het eerste lid bedoelde landbouwer gesloten overeenkomst betrekking heeft, met dien verstande dat waar in genoemde artikelen sprake is van de Minister, respectievelijk LASER of DR, gelezen wordt: het HPA. 5 De AID is belast met: a. verordening 1973/2004 de afgifte van controle-exemplaren T 5, als bedoeld in artikel 160 van, bij verzending van de in genoemde artikelen bedoelde tussenproducten of grondstoffen naar andere lidstaten van de Europese Unie; b. de behandeling en aftekening van controle-exemplaren T 5 die betrekking hebben op de grondstoffen en producten die van andere lidstaten naar Nederland zijn verzonden. 6 De eerste verwerker kan de geleverde grondstoffen, tussenproducten of eindproducten en de inzamelaar kan de geleverde grondstoffen vervangen door equivalente producten van dezelfde onderverdeling van de gecombineerde nomenclatuur, van dezelfde handelskwaliteit en met dezelfde technische kenmerken mits hij het HPA hiervan vooraf in kennis stelt. 2005 135 15-07-2005 08-07-2005 TRCJZ/2005/2104 2005 135 15-07-2005 08-07-2005 TRCJZ/2005/2104 17-07-2005 01-01-2005
Artikel 46 — Artikel 46#
Artikel 46 artikel 36 verordening 1973/2004 De landbouwer die gebruik maakt van de mogelijkheid van verbouw van niet voor menselijke of dierlijke voeding bestemde grondstoffen op een overeenkomstiguit productie genomen oppervlakte, heeft aanspraak op subsidie indien is vastgesteld dat is voldaan aan artikel 155 van, alsmede aan de bepalingen van deze regeling. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2005
Artikel 47 — Artikel 47#
Artikel 47 artikel 45, eerste lid, onderdeel b verordening 1973/2004 De zekerheid, bedoeld in, wordt door het HPA vrijgegeven overeenkomstig artikel 158 van. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2005
Artikel 48 — Artikel 48#
Artikel 48 1 artikel 42 Indien de overeenkomst, bedoeld in, wordt gewijzigd of ontbonden nadat de landbouwer een verzamelaanvraag heeft ingediend kan de landbouwer slechts aanspraak maken op een subsidie indien de landbouwer aan DR respectievelijk de in Nederland gevestigde verwerker of inzamelaar aan het HPA, uiterlijk op 15 mei een origineel exemplaar dan wel een gewaarmerkt afschrift van de schriftelijke overeenkomst tussen de landbouwer en de eerste verwerker of inzamelaar, waarbij de overeenkomst wordt gewijzigd of ontbonden, overlegt. 2 Onverminderd het bepaalde in het eerste lid staat DR toe dat de overeenkomst wordt gewijzigd of, voorzover dit gerechtvaardigd is, wordt ontbonden indien de landbouwer haar hiervan vooraf in kennis stelt en bewijsmateriaal overlegt waaruit blijkt, dat hij wegens specifieke omstandigheden de in de overeenkomst vermelde grondstoffen niet of niet volledig kan leveren. Indien de wijziging van de overeenkomst tot een vermindering van de oppervlakte leidt waarvoor de subsidie is aangevraagd, of indien de overeenkomst wordt ontbonden brengt de landbouwer om aanspraak op een subsidie te kunnen blijven maken de betrokken percelen in onbeteelde toestand en draagt hij er zorg voor dat de grondstoffen onder toezicht van de AID worden ondergewerkt of vernietigd. 3 Na verkregen toestemming van DR als bedoeld in het tweede lid, legt de landbouwer een origineel exemplaar van de schriftelijke overeenkomst, dan wel een gewaarmerkt kopie daarvan binnen 20 werkdagen na haar sluiting over aan DR en stelt hij DR in kennis van de datum van de wijziging of ontbinding van de overeenkomst en de datum waarop de betrokken percelen in onbeteelde toestand worden gebracht en de grondstof wordt ondergewerkt of vernietigd. Laatstgenoemde datum is ten minste twee weken na deze kennisgeving gelegen. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2005
Artikel 49 — Artikel 49#
Artikel 49 1 artikel 37 artikel 49 artikel 36 verordening 1973/2004 In afwijking vanmogen landbouwers overeenkomstig artikel 148 vanen, de overeenkomstiguit productie genomen oppervlakte gebruiken voor het verbouwen van de in bijlage XXII bij genoemde verordening genoemde grondstoffen. 2 verordening 1973/2004 De grondstoffen worden verbouwd specifiek met het ook op de verwerking van de grondstoffen in de Europese Gemeenschap tot een of meer eindproducten welke zijn genoemd in bijlage XXIII vanen welke niet zijn bestemd voor menselijke of dierlijke voeding. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2005
Artikel 50 — Artikel 50#
Artikel 50 1 artikel 49 verordening 1973/2004 De landbouwer die overeenkomstiggrondstoffen wil verbouwen met het oog om deze zelf te gebruiken dan wel te verkopen, verbindt zich er ten opzichte van de minister schriftelijk toe dat aan deze grondstoffen een bestemming conform bijlage XXIII vanwordt gegeven. 2 artikel 49 De landbouwer voegt de verbintenis bij zijn verzamelaanvraag in de verkoopseizoenen waarin de verbouw van de grondstoffen overeenkomstigplaatsvindt. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2005
Artikel 51 — Artikel 51#
Artikel 51 Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder: a. nge's: Nederlandse grootte-eenheden, door het Landbouw Economisch Instituut berekende verhoudingsgetallen die een beoordeling mogelijk maken van de productie-omvang van het gehele landbouwbedrijf en van afzonderlijke takken; b. artikel 3, tweede lid, van de Regeling identificatie en registratie van dieren UBN: uniek bedrijfsnummer als bedoeld in. 2005 135 15-07-2005 08-07-2005 TRCJZ/2005/2104 2005 135 15-07-2005 08-07-2005 TRCJZ/2005/2104 17-07-2005 01-01-2005
Artikel 52 — Artikel 52#
Artikel 52 1 artikel 1, onderdeel k Onverminderd, kan voor de toepassing van dit hoofdstuk geacht worden deel uit maken van het bedrijf van de landbouwer: a. voederareaal waarover de landbouwer beschikt dat gedeeltelijk in België of Duitsland ligt in de onmiddellijke nabijheid van zijn bedrijf, kan op zijn verzoek geacht worden deel uit te maken van zijn bedrijf, b. in Nederland gelegen grond die door een terreinbeherende organisatie op basis van een schriftelijke overeenkomst ten minste gedurende 7 maanden met ingang van 31 maart van het jaar waarin premie wordt aangevraagd, aan de landbouwer in gebruik is gegeven, of c. artikel 84, eerste lid voor zover het een producent van schapenvlees betreft grond of gebouwen die hij voor de productie van schapenvlees in gebruik heeft op basis van een andere titel dan eigendom, zakelijk gebruiksrecht of pacht, en mits de in, bedoelde schriftelijke mededeling door DR is ontvangen. 2 Onder terreinbeherende organisatie als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan een rechtspersoon die gronden in eigendom, vruchtgebruik, erfpacht of pacht heeft en die in voorkomend geval blijkens zijn statuten ten doel heeft deze gronden te beheren uit oogpunt van natuurbeheer. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2005
Artikel 53 — Artikel 53#
Artikel 53 De aanhoudperiode gedurende welke de dieren waarvoor premie is aangevraagd op het bedrijf moeten worden gehouden, beloopt voor: – ooien: een aaneengesloten periode van 100 dagen gerekend vanaf de eerste dag na het einde van de aanvraagperiode; – stieren of ossen: een aaneengesloten periode van twee maanden te rekenen vanaf de dag na de dag van ontvangst door DR van de premieaanvraag; – zoogkoeien: een aaneengesloten periode van zes maanden te rekenen vanaf de dag na de dag van ontvangst door DR van de premieaanvraag; – artikel 56, tweede lid runderen waarvoor premie als bedoeld in, wordt aangevraagd: een aaneengesloten periode van tenminste twee maanden. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2005
Artikel 54 — Artikel 54#
Artikel 54 artikel 1 Indien de fysieke of financiële structuur van een bedrijf na 30 juni 1992 is of wordt gewijzigd hoofdzakelijk met het doel de verplichtingen van de ingenoemde verordeningen of deze regeling te ontgaan, wordt deze wijziging buiten beschouwing gelaten voor de toepassing van deze regeling. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2005
Artikel 55 — Artikel 55#
Artikel 55 Regeling dierlijke EG-premies Landbouwers die premierechten hebben verkregen op grond van deworden geacht over die premierechten in het kader van dit hoofdstuk te beschikken. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2005
Artikel 56 — Artikel 56#
Artikel 56 1 verordeningen 1782/2003 verordening 1973/2004 Ter zake van het gedurende de desbetreffende aanhoudperiode op hun bedrijf aanhouden van een zoogkoe, stier, os, onderscheidenlijk ooi, wordt jaarlijks op daartoe strekkende aanvraag, na afloop van het betrokken verkoopseizoen, overeenkomstig de bepalingen van deze regeling en deenaan landbouwers premie verstrekt. 2 verordeningen 1782/2003 verordening 1973/2004 Ter zake van het slachten of uitvoeren naar een derde land van een rund dat op de datum van de slacht, onderscheidenlijk uitvoer naar een derde land, blijkens de gegevens uit het I & R-systeem tenminste acht maanden oud is, wordt op daartoe strekkende aanvraag overeenkomstig de bepalingen van deze regeling enenaan landbouwerspremie verstrekt. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2005
Artikel 57 — Artikel 57#
Artikel 57 1 artikel 56, eerste lid Om voor premie als bedoeld in, in aanmerking te komen dient de landbouwer een premieaanvraag dieren in bij DR, in één of meer van de navolgende perioden. 2 De periode voor het indienen van een aanvraag voor een premie voor ooien is het tijdvak van 3 januari tot en met 7 februari. 3 De perioden voor het indienen van een aanvraag voor een premie voor stieren en ossen zijn: a. het tijdvak van 1 februari tot en met 28 februari, b. het tijdvak van 2 mei tot en met 30 mei, c. het tijdvak van 1 augustus tot en met 29 augustus, en d. het tijdvak van 17 oktober tot en met 5 december. 4 De periode voor het indienen van een aanvraag voor een premie voor zoogkoeien is het tijdvak van 1 juni tot en met 30 juni. 5 Per aanvraagperiode kan slechts eenmaal een aanvraag worden ingediend, welke ten minste betrekking heeft op tien ooien, onderscheidenlijk drie stieren, drie ossen of drie zoogkoeien. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2005
Artikel 58 — Artikel 58#
Artikel 58 1 artikel 56, tweede lid artikel 59 Om voor premie als bedoeld in, in aanmerking te komen dient de landbouwer, onverminderd, een deelnamemelding in bij DR. 2 artikel 56, tweede lid In de deelnamemelding verklaart de landbouwer in ieder geval in aanmerking te willen komen voor premie, bedoeld in, alsmede dat ter zake van het slachten van op zijn bedrijf gehouden runderen in een in Nederland gelegen abattoir de aanvraag voor premie namens deze landbouwer door het betrokken abattoir wordt ingediend. 3 Indien zich wijzigingen voordoen in de door de landbouwer op de deelnamemelding vermelde gegevens stelt hij DR daarvan in kennis door middel van een nieuwe deelnamemelding, welke moet zijn ontvangen binnen veertien dagen nadat de desbetreffende wijziging is opgetreden. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2005
Artikel 59 — Artikel 59#
Artikel 59 1 artikel 56, tweede lid De landbouwer kan een aanvraag voor premie als bedoeld in, uitsluitend indienen na ontvangst van diens deelnamemelding. 2 Regeling identificatie en registratie van dieren Aanvragen voor premie ter zake van het slachten van runderen in een in Nederland gelegen abattoir worden ingediend door melding van de slacht door het betrokken abattoir aan het I&R systeem, binnen 25 dagen na de slacht van het betrokken rund, op de wijze zoals bepaald in de. 3 verordening 1973/2004 Aanvragen voor premie ter zake van het slachten van runderen in een buiten Nederland gelegen abattoir worden ingediend binnen zes maanden na de slachtdatum, doch uiterlijk op de laatste dag van februari van het volgende jaar, waarbij de in artikel 121, eerste lid, aanhef en onder a, vanbedoelde bewijsstukken worden overgelegd. 4 Aanvragen voor premie ter zake van de uitvoer van runderen naar een derde land worden ingediend binnen zes maanden na de datum waarop, blijkens de bij het Productschap Vee en Vlees berustende gegevens met betrekking tot de exportrestitutie, het betrokken rund het grondgebied van de Gemeenschap heeft verlaten, doch uiterlijk op de laatste dag van februari van het volgende jaar. 2005 135 15-07-2005 08-07-2005 TRCJZ/2005/2104 2005 135 15-07-2005 08-07-2005 TRCJZ/2005/2104 17-07-2005 01-01-2005
Artikel 60 — Artikel 60#
Artikel 60 1 artikel 56, tweede lid Voor iedere aanvraag, met uitzondering van een aanvraag voor premie als bedoeld in, ter zake van het slachten van runderen in een in Nederland gelegen abattoir, mededeling of deelnamemelding, in het kader van deze regeling maakt de landbouwer gebruik van een daartoe door DR vastgesteld formulier dat door de landbouwer volledig en naar waarheid wordt ingevuld, ondertekend en gedagtekend. 2 Bij de indiening van een formulier, of het verstrekken van een mededeling, bedoeld in het eerste lid, legt de landbouwer alle bewijsstukken over die DR nodig acht voor de beoordeling of aanspraak op premie kan worden gemaakt. 3 De landbouwer is verplicht degene die belast is met de uitvoering van dit hoofdstuk op diens verzoek alle ter zake van dit hoofdstuk gewenste nadere inlichtingen terstond en naar waarheid te verstrekken. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2005
Artikel 61 — Artikel 61#
Artikel 61 1 De landbouwer die een premieaanvraag indient, is verplicht de tot zijn bedrijf behorende grond aan te geven. 2 artikel 105 Daartoe maakt hij gebruik van de verzamelaanvraag, bedoeld in, met inachtneming van de daarvoor vastgestelde procedure. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2005
Artikel 62 — Artikel 62#
Artikel 62 1 De landbouwer ontvangt geen runderpremie naar aanleiding van de ingediende premieaanvragen, indien hij in het jaar waarin de premie is aangevraagd een overtreding heeft begaan van: a. artikel 3 van het Besluit verboden stoffen Diergeneesmiddelenwet ; b. artikel 3 van de Regeling verbod handel met bepaalde stoffen behandelde dieren en producten ; c. artikel 2, eerste lid, van de Regeling verbod handel met bepaalde stoffen behandelde dieren en producten verordeningen van het Productschap Vee en Vlees ter uitvoering van. 2 Bij herhaling van de overtreding, bedoeld in het eerste lid, besluit de minister dat een landbouwer geen premie ontvangt voor runderen als bedoeld in de onderhavige regeling gedurende twee jaren volgend op het jaar waarin de landbouwer de herhaalde overtreding heeft begaan. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2005
Artikel 63 — Artikel 63#
Artikel 63 artikel 56, tweede lid verordening 796/2004 Geen premie, bedoeld in, terzake van het slachten, wordt verleend indien de slachtmelding wordt verricht door een abattoir dat door toepassing van artikel 62 vanis uitgesloten van het recht verklaringen of certificaten af te geven met het oog op de toekenning van premie. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2005
Artikel 64 — Artikel 64#
Artikel 64 verordening 1782/2003 verordening 1973/2004 Onder de voorwaarden die voortvloeien uitenworden uit de nationale reserve van premierechten specifieke premierechten toegekend aan landbouwers. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2005
Artikel 65 — Artikel 65#
Artikel 65 1 Landbouwers die in 2005 voor het eerst een premieaanvraag voor ooien of zoogkoeien indienen, komen in aanmerking voor toekenning van specifieke premierechten indien zij ten genoegen van de minister aantonen: a. dat zij tussen het begin van de aanvraagperiode voor specifieke rechten van het kalenderjaar 2004 en de eerste dag van de aanvraagperiode voor specifieke rechten in het betrokken kalenderjaar ten behoeve van de schapenhouderij, respectievelijk de zoogkoeienhouderij, een investeringsverplichting zijn aangegaan van minimaal € 11.344,51 voor de uitbreiding van de stalling en van de stalinrichting van ooien, respectievelijk zoogkoeien, b. dat deze verplichting schriftelijk is vastgesteld en onomkeerbaar is, en c. dat met die investering een bedrijf van tenminste 60 nge’s is ontstaan. 2 De toekenning, als bedoeld in het eerste lid, geschiedt op basis van de volgende formule: het bedrag van de investeringsverplichting gedeeld door 227, indien het ooien betreft en gedeeld door 1135 indien het zoogkoeien betreft, met dien verstande dat het aantal toe te kennen premierechten het aantal ooien, respectievelijk zoogkoeien, waarvoor de investering is verricht niet te boven mag gaan. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2005
Artikel 66 — Artikel 66#
Artikel 66 1 Landbouwers die op het moment van de aanvraag van premie voor ooien of zoogkoeien beschikken over minimaal 50 ooien, respectievelijk 10 zoogkoeien, en die aantonen dat zij ten behoeve van de uitbreiding van de voor de schapenhouderij, respectievelijk zoogkoeienhouderij, te gebruiken grond een deel van door andere landbouwers voor de schapenhouderij, respectievelijk voor de zoogkoeienhouderij, gebruikte grond hebben verworven, waardoor een minimum bedrijfsomvang van ten minste 60 nge’s is ontstaan, komen in aanmerking voor de toekenning van specifieke premierechten op voorwaarde dat: a. zij de grond tussen het begin van de aanvraagperiode van het kalenderjaar 2004 en de eerste dag van de aanvraagperiode in het betrokken kalenderjaar in eigendom of in vruchtgebruik hebben verkregen, op basis van een door de grondkamer goedgekeurd of geregistreerd pachtcontract hebben gepacht dan wel in erfpacht hebben, b. de verworven grond direct voorafgaand aan de verwerving reeds voor ten minste twee jaar ten behoeve van de schapenhouderij, respectievelijk de zoogkoeienhouderij in gebruik is geweest, en c. de verworven grond een omvang van tenminste 5 hectare heeft. 2 De toekenning, als bedoeld in het eerste lid, geschiedt op basis van de volgende formule: aantal hectaren van de verworven grond vermenigvuldigd met 12, indien het ooien betreft en, indien het zoogkoeien betreft, vermenigvuldigd met 1,8. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2005
Artikel 67 — Artikel 67#
Artikel 67 artikelen 65 66 De landbouwer die op grond van deofaanspraak wenst te maken op toekenning van specifieke premierechten voor ooien, of zoogkoeien, dient in het tijdvak van 3 januari tot en met 4 maart, indien het ooien betreft en in het tijdvak van 1 juli tot en met 25 juli, indien het zoogkoeien betreft, een aanvraag in bij DR. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2005
Artikel 68 — Artikel 68#
Artikel 68 Indien het aantal aangevraagde specifieke premierechten groter is dan het aantal daarvoor beschikbare premierechten vindt een proportionele vermindering van de individueel toe te kennen specifieke premierechten plaats. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2005
Artikel 69 — Artikel 69#
Artikel 69 1 Landbouwers die op het moment van de aanvraag van premie voor ooien of zoogkoeien op hun bedrijf meer ooien, respectievelijk zoogkoeien aanhouden dan het aantal waarvoor zij over premierechten beschikken komen op aanvraag in aanmerking voor specifieke premierechten. 2 artikelen 65 66 Specifieke premierechten op grond van het eerste lid worden alleen toegekend na de toekenning van specifieke premierechten op grond vanenen de nationale reserve nog niet is uitgeput. 3 Indien het aantal toe te kennen specifieke premierechten op grond van het eerste lid groter is dan het aantal daarvoor beschikbare premierechten vindt een proportionele vermindering van de individueel toe te kennen specifieke premierechten plaats. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2005
Artikel 70 — Artikel 70#
Artikel 70 Een tijdelijke overdracht van premierechten is niet toegestaan. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2005
Artikel 71 — Artikel 71#
Artikel 71 In geval van overdracht van premierechten zonder dat daarbij het bedrijf van de landbouwer wordt overgedragen, vervalt 1% van de over te dragen rechten zonder vergoeding aan de nationale reserve, met dien verstande dat ten minste één premierecht moet worden afgestaan indien het ooien betreft. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2005
Artikel 72 — Artikel 72#
Artikel 72 Bij overdracht van premierechten voor zoogkoeien zonder dat daarbij het bedrijf van de landbouwer wordt overgedragen bedraagt het minimumaantal premierechten dat wordt overgedragen: a. 5, voor landbouwers die beschikken over premierechten voor meer dan 25 zoogkoeien, en b. 3, voor landbouwers die beschikken over premierechten voor ten minste 10 en ten hoogste 25 zoogkoeien. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2005
Artikel 73 — Artikel 73#
Artikel 73 Aanspraak op overgedragen premierechten voor zoogkoeien kan slechts worden verkregen indien: a. DR door zowel de vervreemder als de verkrijger in het tijdvak van 17 mei tot en met 31 mei van de overdracht in kennis is gesteld, b. verordening 1973/2004 is voldaan aan de artikelen 109 tot en met 113 van, en c. de overdracht door DR is geregistreerd. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2005
Artikel 74 — Artikel 74#
Artikel 74 1 Het voederareaal moet beschikbaar zijn met ingang van 31 maart van het jaar waarin de premie wordt aangevraagd. 2 Indien het voederareaal gezamenlijk wordt gebruikt, wordt dit areaal met het oog op de bepaling van het voor iedere landbouwer geldende veebezettingsgetal over de belanghebbende landbouwers verdeeld in verhouding tot het gebruik of recht op gebruik dat zij van dit areaal maken. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2005
Artikel 75 — Artikel 75#
Artikel 75 1 Om voor het extensiveringsbedrag in aanmerking te komen, vraagt de landbouwer zulks aan in zijn verzamelaanvraag. 2 Voor het extensiveringsbedrag komt slechts in aanmerking de landbouwer die op zijn bedrijf blijkens het I & R-systeem een veebezetting in acht neemt die: a. kleiner is dan 1,4 GVE per hectare, dan wel b. gelijk is of groter is dan 1,4 GVE per hectare, doch niet meer dan 1,8 GVE per hectare. 3 In verband met de toekenning van het extensiveringsbedrag wordt onder grasland verstaan: weidegrond welke voor ten minste 50% uit grassen bestaat en welke bestemd is voor beweiding met dieren of voor de winning van het gewas voor vervoedering aan dieren. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2005
Artikel 76 — Artikel 76#
Artikel 76 1 verordening 1973/2004 De aanvraag voor het extensiveringsbedrag kan worden gewijzigd of ingetrokken overeenkomstig artikel 118bis, eerste lid, vantot het tijdstip waarop controle van het aantal dieren op het bedrijf heeft plaatsgevonden, dan wel van een voorgenomen controle melding aan de landbouwer is gedaan. 2 De landbouwer doet van de wijziging of intrekking, bedoeld in het eerste lid, melding aan DR. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2005
Artikel 77 — Artikel 77#
Artikel 77 DR deelt de landbouwer het voor hem vastgestelde veebezettingsgetal mede en het daaruit voortvloeiende aantal GVE waarvoor premie kan worden verleend. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2005
Artikel 78 — Artikel 78#
Artikel 78 artikel 108 Indien runderen tijdens de aanhoudperiode worden verplaatst van het ene UBN naar het andere UBN van het bedrijf van de landbouwer, stelt de landbouwer DR hiervan voorafgaand aan de verplaatsing schriftelijk op de hoogte. De landbouwer bewaart een afschrift van het formulier aan DR bij zijn bedrijfsadministratie, genoemd in. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2005
Artikel 79 — Artikel 79#
Artikel 79 Premie wordt de landbouwer slechts verstrekt ten behoeve van runderen die: a. op zijn bedrijf, blijkens het I & R-systeem gedurende de aanhoudperiode zijn aangehouden; b. Regeling identificatie en registratie van dieren blijkens het I & R-systeem na afloop van de in onderdeel a genoemde periode binnen één maand worden geslacht in een abattoir waarvan de houder overeenkomstig deeen bedrijfsregister bijhoudt of binnen één maand zijn geslacht in een abattoir in een andere lidstaat, dan wel binnen twee maanden zijn uitgevoerd naar een derde land, en c. verordening 1760/2000 overeenkomstig de bepalingen gesteld bij en krachtenszijn geïdentificeerd en geregistreerd. 2005 135 15-07-2005 08-07-2005 TRCJZ/2005/2104 2005 135 15-07-2005 08-07-2005 TRCJZ/2005/2104 17-07-2005 01-01-2005
Artikel 80 — Artikel 80#
Artikel 80 1 verordening 1782/2003 De premie voor stieren of ossen bedraagt het bedrag dat voortvloeit uit artikel 130, tweede lid, van. 2 De premie, bedoeld in het eerste lid, wordt voor stieren of ossen die blijkens het I & R-systeem ten minste 15 maanden oud zijn, aangevuld met een bedrag dat wordt berekend door: a. de gemiddelde slachtwaarde van in 1999 geslachte dieren in de categorie koeien en vaarzen, de categorie stieren en ossen, onderscheidenlijk de gemiddelde opbrengstwaarde in de categorie zoogkoeien, te berekenen; b. deze waarden vervolgens uit te drukken in een factor waarin de waarde per categorie zich tot de waarden van de andere categorieën verhoudt, waarbij de laagste waarde wordt uitgedrukt in factor 1; c. de in 2005 geslachte aantallen dieren van ten minste 15 maanden oud waarvoor slachtpremie is verstrekt in de categorieën koeien en vaarzen, stieren en ossen, onderscheidenlijk het aantal zoogkoeien waarvoor premie is verstrekt te vermenigvuldigen met de bij de onderscheiden categorieën behorende verhoudingsfactor, zoals vastgesteld op grond van onderdeel b; d. verordening 1782/2003 het maximumbedrag van artikel 133, derde lid, vante delen door de som van de op grond van onderdeel c berekende getallen; e. het aldus berekende bedrag te vermenigvuldigen met de voor de categorie stieren en ossen, op grond van onderdeel b berekende verhoudingsfactor. 3 verordening 1782/2003 De premie voor vrouwelijke runderen bedraagt het bedrag dat voortvloeit uit artikel 130, tweede lid, van. 4 De premie als bedoeld in het derde lid wordt voor vrouwelijke runderen die blijkens het I & R-systeem ten minste 15 maanden oud zijn aangevuld met een bedrag dat wordt berekend door overeenkomstige toepassing van het tweede lid, onderdelen a tot en met e, met dien verstande dat voor de in onderdeel e bedoelde ‘categorie stieren en ossen’ wordt gelezen: categorie koeien en vaarzen. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2005
Artikel 81 — Artikel 81#
Artikel 81 Geen premie wordt verstrekt voor runderen waarvan de geboortedatum, de datum van aanvoer op en afvoer van het bedrijf van de landbouwer, of de datum van de slacht, onderscheidenlijk uitvoer naar een andere lidstaat of derde land, niet in het I & R-systeem zijn vermeld. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2005
Artikel 82 — Artikel 82#
Artikel 82 verordening 1782/2003 Premie per ooi bedraagt het bedrag dat voortvloeit uit artikel 113, vierde lid, van. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2005
Artikel 83 — Artikel 83#
Artikel 83 Het aantal voor de premie in aanmerking te nemen ooien bedraagt niet minder dan tien en is ten hoogste gelijk aan het aantal ooien dat op de dag van indiening van de aanvraag op het bedrijf van de landbouwer voor diens rekening wordt aangehouden, doch nooit groter dan het aantal premierechten waarover de landbouwer beschikt. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2005
Artikel 84 — Artikel 84#
Artikel 84 1 artikel 52, eerste lid, onderdeel c artikel 60 De landbouwer doet, indien hij de aan te houden ooien dan wel een gedeelte daarvan gaat aanhouden op gronden of in gebouwen als bedoeld in de definitie van bedrijf, bedoeld in, hiervan mededeling in de aanvraag, bedoeld in. De mededeling wordt mede ondertekend door de ingebruikgever. 2 artikel 60 artikel 60 Indien de landbouwer gedurende de aanhoudperiode de aan te houden ooien dan wel een gedeelte daarvan alsnog gaat aanhouden op gronden of in gebouwen als bedoeld in het eerste lid, en hij daarvan in de aanvraag, bedoeld in, geen mededeling heeft gedaan, stelt hij DR hiervan voorafgaand aan de verplaatsing schriftelijk op de hoogte door middel van een verplaatsingsverklaring, die voldoet aan. 3 artikel 60 De landbouwer geeft de gronden of gebouwen waarnaar ingevolge het eerste en tweede lid van het onderhavige artikel wordt verplaatst, aan op een door de landbouwer bij het verplaatsingsformulier dan wel het formulier, bedoeld in, gevoegde topografische kaart. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2005
Artikel 85 — Artikel 85#
Artikel 85 1 verordening 1782/2003 Landbouwers die ooien aanhouden en zijn gevestigd in een probleemgebied, komen in aanmerking voor een aanvullende premie per ooi als bedoeld in artikel 114 van. 2 Landbouwers die ooien aanhouden worden beschouwd als gevestigd in een probleemgebied indien tenminste 50% van de oppervlakte cultuurgrond van het bedrijf van de landbouwer in een probleemgebied is gelegen. 3 verordening 1973/2004 Om in aanmerking te komen voor een aanvullende premie als bedoeld in het eerste lid, voegt de landbouwer bij zijn premieaanvraag een specifieke aangifte als bedoeld in artikel 72, tweede lid, van. 4 Uit de specifieke aangifte, bedoeld in het derde lid, blijkt de ligging van alle gronden die tot het bedrijf van de landbouwer behoren alsmede de oppervlakte die in een probleemgebied is gelegen. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2005
Artikel 86 — Artikel 86#
Artikel 86 1 verordening 796/2004 artikel 84 Onverminderd het bepaalde inmoet de landbouwer in de aanvraag vermelden of hij melk van ooien of zuivelprodukten van ooien verkoopt en onverminderd het bepaalde involledig aangeven waar het schapenbestand zich gedurende de aanhoudperiode zal bevinden. 2 verordening 796/2004 Onverminderd het bepaalde invermeldt de landbouwer in zijn aanvraag voor zover van toepassing: a. de gegevens ter identificatie van het inschaarbedrijf en de plaats waar de ooien gedurende de aanhoudperiode worden ingeschaard en de periode van inscharing; b. de gegevens ter identificatie van het bedrijf van de huurder en het aantal verhuurde ooien dat hij laat houden; c. het loondienstverband en de identiteit van de andere landbouwer; d. de gegevens ter identificatie van het bedrijf van de ingebruikgever van de gebouwen en de gronden alsmede de plaats waar de ooien gedurende de aanhoudperiode verblijven. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2005
Artikel 87 — Artikel 87#
Artikel 87 Voor een premie komen slechts landbouwers die zoogkoeien aanhouden in aanmerking die: a. het runderbestand waarop de aanvraag betrekking heeft op het bedrijf dat zij beheren uitsluitend gebruiken voor het opfokken van kalveren voor de vleesproduktie en gedurende twaalf maanden, te rekenen vanaf de dag van ontvangst door DR van de aanvraag, geen melk en geen zuivelprodukten leveren, behoudens de rechtstreekse levering van het bedrijf aan de consument dan wel b. het runderbestand op het bedrijf dat zij beheren zowel gebruiken voor het opfokken van kalveren voor de vleesproduktie als voor het leveren van melk of zuivelprodukten, en c. gedurende tenminste zes maanden, te rekenen vanaf de dag volgend op die van ontvangst door DR van de aanvraag, op het bedrijf een aantal zoogkoeien houden dat tenminste gelijk is aan 60% en een aantal vaarzen houden dat ten hoogste gelijk is aan 40% van het aantal dieren waarvoor de premie is aangevraagd. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2005
Artikel 88 — Artikel 88#
Artikel 88 1 Een premie wordt de landbouwer slechts verleend: a. voor niet meer zoogkoeien dan het aantal premierechten waarover de landbouwer beschikt; b. verordening 1782/2003 tot het voor het bedrijf van de landbouwer ingevolge artikel 131, eerste lid, vangeldende maximum veebezettingsgetal; c. voor de aan te houden zoogkoeien die vanaf het moment van ontvangst door DR van de eerste premieaanvraag zoogkoeien in het oor zijn voorzien van een oormerk; en d. voor de aan te houden zoogkoeien die tenminste eenmaal hebben gekalfd in de periode die loopt van twintig maanden voor tot en met vier maanden na de datum waarop de betrokken aanvraagperiode is geopend en waarvan de betrokken kalveren niet binnen vier maanden na hun geboorte uit het betrokken beslag zijn afgevoerd. 2 Een premie wordt voorts de landbouwer slechts verleend indien hij: a. een bedrijfsregister bijhoudt; b. Regeling handel levende dieren en levende producten voldoet aan de bij of krachtens devastgestelde regelen ter zake van het paspoort, en c. Besluit identificatie en registratie van dieren voldoet aan de bij of krachtens hetvastgestelde regelen ter zake van het merken. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2005
Artikel 89 — Artikel 89#
Artikel 89 1 In de aanvraag worden de zoogkoeien door de landbouwer geïdentificeerd. 2 Indien gedurende de aanhoudperiode de in de aanvraag vermelde zoogkoeien en vaarzen worden vervangen, wordt de vervanging: a. binnen drie dagen na de dag van de vervanging aangetekend op een daartoe door DR vastgesteld formulier; en b. binnen zeven dagen na de dag van vervanging gemeld aan DR middels een daartoe door DR vastgesteld formulier. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2005
Artikel 90 — Artikel 90#
Artikel 90 1 verordening 1782/2003 De premie voor zoogkoeien bedraagt het bedrag dat voortvloeit uit artikel 125, vierde lid, van. 2 artikel 80, tweede lid, de onderdelen a tot en met e verordening 1782/2003 De premie als bedoeld in het eerste lid wordt aangevuld met 25% van het bedrag dat wordt berekend door overeenkomstige toepassing van, met dien verstande dat voor de in onderdeel e bedoelde ‘categorie stieren en ossen’ wordt gelezen het aantal zoogkoeien dat overeenkomt met het maximum aantal premierechten overeenkomstig artikel 126, vijfde lid, van. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2005
Artikel 91 — Artikel 91#
Artikel 91 1 artikel 89 Het bedrag van de premie, bedoeld in, wordt verhoogd met een extensiveringsbedrag ten bedrage van € 80,– indien de veebezetting lager is dan 1,4 GVE per hectare en € 40,– indien de veebezetting ten minste 1,4 GVE per hectare bedraagt, doch minder dan 1,8 GVE per hectare. 2 De verhoging wordt niet verstrekt indien: a. artikel 75 artikel 76 de aanvraag daartoe niet overeenkomstigis ingediend, in voorkomend geval gewijzigd overeenkomstig, dan wel is ingetrokken; b. artikelen 75 76 de veebezetting hoger is dan de, overeenkomstig deendoor de landbouwer opgegeven veebezetting; c. artikelen 75 76 op enig tijdstip in het betrokken kalenderjaar het aantal op het bedrijf van de landbouwer aanwezige GVE groter is dan 120% van de door de betrokken landbouwer overeenkomstig deenopgegeven veebezetting. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2005
Artikel 92 — Artikel 92#
Artikel 92 verordening 1973/2004 Het minimumpercentage voor het gebruik van premierechten voor zoogkoeien, bedoeld in artikel 108, vierde lid, van, bedraagt 90. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2005
Artikel 93 — Artikel 93#
Artikel 93 verordening 1782/2003 Ingeval aanpassing van individuele maxima van premierechten voor zoogkoeien als bedoeld in artikel 126, derde lid, vanmoet geschieden, vindt van rechtswege een proportionele vermindering plaats van het aantal premierechten voor zoogkoeien van individuele landbouwers met ingang van 1 januari van het jaar waarvoor premie wordt aangevraagd. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2005
Artikel 94 — Artikel 94#
Artikel 94 1 Een premie wordt de landbouwer slechts verleend: a. verordening 1782/2003 tot het voor het bedrijf van de landbouwer ingevolge artikel 131, eerste lid, vangeldende maximum veebezettingsgetal; b. voor de aan te houden stieren of ossen die vanaf het moment van ontvangst door DR van de eerste premieaanvraag stieren of premieaanvraag ossen in het oor zijn voorzien van een oormerk, c. indien de landbouwer een bedrijfsregister bijhoudt; d. Regeling handel levende dieren en levende producten indien de landbouwer voldoet aan de bij of krachtens devastgestelde regelen ter zake van het paspoort, en e. Besluit identificatie en registratie van dieren indien de landbouwer voldoet aan de bij of krachtens hetvastgestelde regelen ter zake van het merken. 2 Besluit identificatie en registratie van dieren Een premie wordt de landbouwer slechts verleend voor de stieren of ossen waarvoor hij op zijn verzoek uiterlijk op de dag van ontvangst door DR van de premieaanvraag stieren of de premieaanvraag ossen, doch niet langer dan twee weken daaraan voorafgaand, van een bij of krachtens hetaangewezen dienst een document heeft verkregen waarin de stieren of ossen waarvoor premie wordt aangevraagd met hun registratienummers zijn vermeld. 3 Het in het tweede lid bedoelde document dient de landbouwer bij zijn premieaanvraag stieren of premieaanvraag ossen te voegen en vormt onderdeel van de premieaanvraag. 4 artikel 108 De landbouwer bewaart een door DR aan hem verstrekt afschrift van het in het tweede lid bedoelde document vanaf het begin van de aanhoudperiode bij zijn boekhouding, genoemd in. 5 Ten behoeve van de vaststelling van de in het tweede lid bedoelde termijn is bepalend de datum van afgifte zoals vermeld op het document, als bedoeld in het tweede lid. 6 Wet op de uitoefening van de diergeneeskunde 1990 De landbouwer voegt bij zijn premieaanvraag ossen een verklaring van een dierenarts of een krachtens degeregistreerde castreur dat de dieren waarvoor premie wordt aangevraagd, zijn gecastreerd. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2005
Artikel 95 — Artikel 95#
Artikel 95 Besluit identificatie en registratie van dieren Indien de landbouwer een dier uit een andere Lid-Staat betrekt waarvoor in die Lid-Staat nog geen premie voor de betrokken leeftijdstranche is verleend, legt de landbouwer om voor premie in aanmerking te komen bij de premieaanvraag stieren of premieaanvraag ossen een volledig en naar waarheid ingevuld document over van de Lid-Staat van herkomst van het betrokken dier dan wel het bij of krachtens hetgenoemde dierpaspoort. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2005
Artikel 96 — Artikel 96#
Artikel 96 Indien het totaal aantal stieren en ossen waarvoor premie is aangevraagd en die voldoen aan de voorwaarden voor verlening van de premie, het regionale maximum overschrijdt, wordt het aantal stieren en ossen dat voor premie in aanmerking komt in het betrokken jaar per landbouwer evenredig verminderd. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2005
Artikel 97 — Artikel 97#
Artikel 97 verordening 1782/2003 De premie per stier of os bedraagt het bedrag dat voortvloeit uit artikel 123, zevende lid van. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2005
Artikel 98 — Artikel 98#
Artikel 98 1 artikel 97 Het bedrag van de premie, bedoeld in, wordt verhoogd met een extensiveringsbedrag ten bedrage van € 80,– indien de veebezetting lager is dan 1,4 GVE per hectare en € 40,– indien de veebezetting ten minste 1,4 GVE per hectare bedraagt, doch minder dan 1,8 GVE per hectare. 2 De verhoging wordt niet verstrekt indien: a. artikel 75 artikel 76 de aanvraag daartoe niet overeenkomstigis ingediend, in voorkomend geval gewijzigd overeenkomstig, dan wel is ingetrokken; b. artikelen 75 76 de veebezetting hoger is dan de overeenkomstig deendoor de landbouwer opgegeven veebezetting; c. artikelen 75 76 op enig tijdstip in het betrokken kalenderjaar het aantal op het bedrijf van de landbouwer aanwezige GVE groter is dan 120% van de door de landbouwer overeenkomstig deenopgegeven veebezetting. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2005
Artikel 99 — Artikel 99#
Artikel 99 1 artikel 2 De aanhoudperiode gedurende welke de dieren waarvoor premie is aangevraagd op het bedrijf moeten worden gehouden, beloopt voor kalveren waarvoor premie als bedoeld inwordt aangevraagd een aaneengesloten periode van tenminste twee maanden. 2 In afwijking van het eerste lid beloopt de aanhoudperiode voor kalveren die worden geslacht voordat zij de leeftijd van drie maanden hebben bereikt, een maand. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2005
Artikel 100 — Artikel 100#
Artikel 100 1 verordening 1782/2003 verordening 1973/2004 Met inachtneming van de voorwaarden vanenkomt een landbouwer uitsluitend in aanmerking voor premie ter zake van het slachten of uitvoeren naar een derde land van een kalf dat op de datum van de slacht onderscheidenlijk uitvoer naar een derde land, blijkens de gegevens uit het I & R-systeem meer dan één maand en minder dan acht maanden oud is met een slachtgewicht van ten hoogste 185 kg. 2 De kalveren die op de datum van de slacht onderscheidenlijk uitvoer naar een derde land, blijkens de gegevens uit het I & R-systeem minder dan zes maanden oud zijn, worden geacht aan de voorwaarde met betrekking tot het gewicht, genoemd in het eerste lid, te hebben voldaan. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2005
Artikel 101 — Artikel 101#
Artikel 101 Premie wordt de landbouwer slechts verstrekt ten behoeve van kalveren die: a. op zijn bedrijf, blijkens het I & R-systeem gedurende de aanhoudperiode zijn aangehouden; b. Regeling identificatie en registratie van dieren blijkens het I & R-systeem na afloop van de in onderdeel a genoemde periode binnen één maand worden geslacht in een abattoir waarvan de houder overeenkomstig deeen bedrijfsregister bijhoudt of binnen één maand zijn geslacht in een abattoir in een andere lidstaat, dan wel binnen twee maanden zijn uitgevoerd naar een derde land, en c. verordening 1760/2000 overeenkomstig de bepalingen gesteld bij en krachtenszijn geïdentificeerd en geregistreerd. 2005 135 15-07-2005 08-07-2005 TRCJZ/2005/2104 2005 135 15-07-2005 08-07-2005 TRCJZ/2005/2104 17-07-2005 01-01-2005
Artikel 102 — Artikel 102#
Artikel 102 1 Geen slachtpremie voor kalveren wordt toegekend indien de landbouwer in het jaar waarin de premie is aangevraagd een overtreding heeft begaan van: a. artikel 3 van het Besluit verboden stoffen Diergeneesmiddelenwet ; b. artikel 3 van de Regeling verbod handel met bepaalde stoffen behandelde dieren en producten ; c. artikel 2, eerste lid, van de Regeling verbod handel met bepaalde stoffen behandelde dieren en producten verordeningen van het Productschap Vee en Vlees ter uitvoering van. 2 Bij herhaling van de overtreding, bedoeld in het eerste lid, besluit de minister dat een landbouwer geen slachtpremie ontvangt voor kalveren als bedoeld in de onderhavige regeling gedurende twee jaren volgend op het jaar waarin de landbouwer de herhaalde overtreding heeft begaan. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2005
Artikel 103 — Artikel 103#
Artikel 103 1 Geen slachtpremie voor het slachten van kalveren wordt verstrekt voor kalveren waarvan de geboortedatum, de datum van aanvoer op en afvoer van het bedrijf van de landbouwer, of de datum van de slacht, onderscheidenlijk uitvoer naar een andere lidstaat of derde land, niet in het I & R-systeem zijn vermeld. 2 verordening 796/2004 Geen slachtpremie voor kalveren wordt verleend indien de slachtmelding wordt verricht door een abattoir dat door toepassing van artikel 62 vanis uitgesloten van het recht verklaringen of certificaten af te geven met het oog op de toekenning van premie. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2005
Artikel 104 — Artikel 104#
Artikel 104 1 De landbouwer die een premieaanvraag indient, is verplicht de tot zijn bedrijf behorende grond aan te geven. 2 artikel 105 Daartoe maakt hij gebruik van de verzamelaanvraag, bedoeld in, met inachtneming van de daarvoor vastgestelde procedure. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2005
Artikel 105 — Artikel 105#
Artikel 105 1 artikel 2, tweede lid, onderdeel a en b De landbouwer die aanspraak maakt op subsidie in het kader van een van de in, bedoelde steunregelingen en de melkpremieaanvraag, maakt gebruik van de verzamelaanvraag. 2 Voor de verzamelaanvraag maakt de landbouwer gebruik van een door de minister vastgesteld formulier dat door de landbouwer volledig en naar waarheid is ingevuld, ondertekend en gedagtekend. 3 De verzamelaanvraag wordt in de periode van 1 april tot en met 15 mei ingediend bij DR. 4 Bij de verzamelaanvraag legt de landbouwer alle bewijsstukken over die het betrokken betaalorgaan nodig acht voor de beoordeling van de aanvraag. 5 verordening 796/2004 Van de wijziging, verbetering of intrekking van de verzamelaanvraag overeenkomstig Titel II vanstelt de landbouwer DR schriftelijk in kennis. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2005
Artikel 106 — Artikel 106#
Artikel 106 1 artikel 105 In afwijking vankan de landbouwer gebruik maken van een elektronisch formulier onder de voorwaarden van de Regeling electronische indiening GDI. 2 artikel 105, vierde lid Bewijsstukken als bedoeld, die verlangd worden, overlegt de landbouwer schriftelijk voor zover deze niet elektronisch overgelegd kunnen worden. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2005
Artikel 107 — Artikel 107#
Artikel 107 De landbouwer is verplicht het betrokken betaalorgaan op diens verzoek alle gewenste nadere inlichtingen ter zake van de gegevens verschaft bij de verzamelaanvraag of de premieaanvraag dieren terstond en naar waarheid te verstrekken. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2005
Artikel 108 — Artikel 108#
Artikel 108 1 De landbouwer is verplicht in zijn bedrijfsadministratie alle in deze regeling en door het betrokken betaalorgaan voorgeschreven bewijsstukken te bewaren. 2 De bedrijfsadministratie wordt door de landbouwer op eerste vordering aan de met toezicht op de naleving van deze regeling belaste persoon ter inzage gegeven. 3 De landbouwer bewaart de bedrijfsadministratie op zijn bedrijf ten minste drie jaar na afloop van het jaar waarin subsidie is aangevraagd. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2005
Artikel 109 — Artikel 109#
Artikel 109 Vervallen 2005 135 15-07-2005 08-07-2005 TRCJZ/2005/2104 2005 135 15-07-2005 08-07-2005 TRCJZ/2005/2104 17-07-2005 01-01-2005
Artikel 110 — Artikel 110#
Artikel 110 Indien een bedrijf volledig wordt overgedragen nadat een verzamelaanvraag of een premieaanvraag dieren is ingediend en voordat aan alle voorwaarden voor het verstrekken van subsidie is voldaan, of indien een bedrijf volledig wordt overgedragen nadat de voor de toekenning van de steun vereiste handelingen zijn begonnen, maar voordat aan alle voorwaarden voor de toekenning van de steun is voldaan, kan aan de verkrijger van het bedrijf de desbetreffende aangevraagde subsidie worden verstrekt indien: a. het betrokken betaalorgaan de schriftelijke melding van de overdracht binnen een maand na de overdracht ontvangt van de verkrijger, b. de verkrijger het betrokken betaalorgaan verzoekt om betaling van de door de wederpartij aangevraagde subsidie, c. de verkrijger alle door het betrokken betaalorgaan verlangde bewijsstukken overlegt, en d. wordt voldaan aan alle voorwaarden voor de verstrekking van de premie. 2005 135 15-07-2005 08-07-2005 TRCJZ/2005/2104 2005 135 15-07-2005 08-07-2005 TRCJZ/2005/2104 17-07-2005 01-01-2005
Artikel 111 — Artikel 111#
Artikel 111 1 verordening 1782/2003 verordening 796/2004 In het gevalen de ter uitvoering daarvan vastgestelde Commissieverordeningen een beroep op overmacht of uitzonderlijke omstandigheden mogelijk maken in verband met het niet nakomen van voorwaarden of verplichtingen, meldt de landbouwer een geval van overmacht of uitzonderlijke omstandigheden overeenkomstig artikel 72 vanschriftelijk aan het betrokken betaalorgaan binnen 10 werkdagen na de dag vanaf welke dit voor hem mogelijk is. 2 De landbouwer voegt bij de melding bewijsstukken bij ter ondersteuning van zijn beroep op overmacht of buitengewone omstandigheden als bedoeld in het eerste lid. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2005
Artikel 112 — Artikel 112#
Artikel 112 1 verordening 796/2004 Indien een bedrag aan subsidie ten onrechte is uitbetaald, wordt de onverschuldigd betaalde subsidie en de rente over dat bedrag overeenkomstig artikel 73 vanteruggevorderd. 2 De rente, bedoeld in het eerste lid, is de wettelijke rente in Nederland geldende op de laatste dag van de kalendermaand waarin de subsidie is betaald. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2005
Artikel 113 — Artikel 113#
Artikel 113 artikel 3 tot en met 8 artikel 9 De betaalorganen dragen zorg voor de uitwisseling van gegevens betreffende aanvragers die relevant zijn in het kader van het toezicht op de naleving van de inbedoelde voorwaarden of relevant zijn voor de ingenoemde modulatie. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2005
Artikel 114 — Artikel 114#
Artikel 114 1 DR is belast met de uitvoering van a. de bedrijfstoeslagregeling; b. de areaalbetalingen voor akkerbouwgewassen; c. de areaalbetaling voor noten; d. de steun voor energiegewassen; e. de premie voor eiwithoudende gewassen; f. de schapen- en geitenpremies; g. de rundvleesbetalingen, met uitzondering van de slachtpremie voor kalveren; h. verordening 1782/2003 het uitbetalen van het extra steunbedrag op grond van artikel 12 van. 2 Ter uitvoering van de subsidieregelingen genoemd in het eerste lid zal DR onder meer: a. toeslagrechten en braakleggingstoeslagrechten in het kader van de bedrijfstoeslagregeling vaststellen; b. specifieke premierechten in het kader van de schapen- en geitenpremies en rundvleesbetalingen vaststellen; c. subsidiebedragen berekenen en uitkeren; d. verordening 1782/2003 in voorkomend geval een overschrijding van het basisareaal vaststellen als bedoeld in artikel 102 van de; e. verordening 1782/2003 in voorkomend geval een overschrijding vaststellen van het maximum van voor akkerbouwgewassen aangevraagde subsidie als bedoeld in artikel 102 van; f. verordening 1782/2003 in voorkomend geval een overschrijding vaststellen van het maximum van voor noten aangevraagde subsidie als bedoeld in artikel 83 van; g. verordening 1782/2003 in voorkomend geval een overschrijding vaststellen van de maxima in het kader van de schapen- en geitenpremies en rundvleesbetalingen als bedoeld in artikel 116, 119, 123, 126, 130 en 133 van; h. verordening 1782/2003 in voorkomend geval een overschrijding vaststellen van het maximum van extra steunbedrag als bedoeld in artikel 12 van; i. verordening 1782/2003 verordening 796/2004 kortingen en uitsluitingen vaststellen op grond van, alsmede op grond van Titel II, hoofdstuk I en hoofdstuk IV, Titel IV, hoofdstuk I vanen deze regeling; j. verordening 1782/2003 verordening 796/2004 de hoogte van de korting wegens overtreding van de randvoorwaarden bepalen op grond van, alsmede op grond van Titel IV, hoofdstuk II vanen deze regeling, mede ten behoeve van de overige betrokken betaalorganen; k. verordening 1782/2003 verordening 796/2004 kortingen en uitsluitingen opleggen op grond van, alsmede op grond van Titel IV, hoofdstuk II vanen deze regeling; l. relevante informatie uit de verzamelaanvraag doorgeven aan het HPA, PVE en het Productschap Zuivel. 2005 237 06-12-2005 01-12-2005 TRCJZ/2005/2583 2005 237 06-12-2005 01-12-2005 TRCJZ/2005/2583 08-12-2005 01-01-2005
Artikel 115 — Artikel 115#
Artikel 115 1 Het HPA is belast met de uitvoering van: a. de steun voor zetmeelaardappelen; b. de steun voor zaaizaad; c. de betalingen voor gedroogde voedergewassen 2 Ter uitvoering van de subsidieregelingen genoemd in het eerste lid zal het HPA onder meer: a. subsidiebedragen berekenen en uitkeren; b. verordening 1782/2003 een eventuele overschrijding van het nationale maximum voor zaaizaad vaststellen als bedoeld in artikel 99 van; c. Verordening (EG) nr. 1786/2003 een eventuele overschrijding vaststellen van het nationale maximum voor gedroogde voedergewassen als bedoeld in de commissieverordening ter uitvoering vanvan de Raad van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector gedroogde voedergewassen; d. verordening 1782/2003 verordening 796/2004 kortingen en uitsluitingen vaststellen op grond van, alsmede op grond van Titel II, hoofdstuk I en hoofdstuk IV, Titel IV, hoofdstuk I vanen deze regeling; e. verordening 1782/2003 verordening 796/2004 kortingen en uitsluitingen opleggen op grond van, alsmede op grond van Titel IV, hoofdstuk II vanen deze regeling. 3 Het HPA is bevoegde autoriteit voor: a. verordening 1973/2004 de verwerkers van energiegewassen, als bedoeld in Hoofdstuk 8 van; b. verordening 1973/2004 verordening 1973/2004 de verwerkers van grondstoffen, als bedoeld in hoofdstuk 16 van, met het oog op het verkrijgen van een of meer eindproducten welke zijn genoemd in bijlage XXIII van. 4 verordening 1782/2003 verordening 796/2004 verordening 1973/2004 Het HPA regelt overigens, met inachtneming van,enen, zo nodig de aanwijzingen van de minister, al hetgeen voor een goede uitvoering van de in het eerste lid genoemde steunregelingen is vereist. 2005 237 06-12-2005 01-12-2005 TRCJZ/2005/2583 2005 237 06-12-2005 01-12-2005 TRCJZ/2005/2583 08-12-2005 01-01-2005
Artikel 116 — Artikel 116#
Artikel 116 1 PVE is belast met de uitvoering van het onderdeel slachtpremie voor kalveren van de rundvleesbetalingen. 2 Ter uitvoering zal PVE onder meer: a. subsidiebedragen berekenen en uitkeren; b. verordening 1782/2003 verordening 796/2004 kortingen en uitsluitingen vaststellen op grond van, alsmede op grond van Titel II, hoofdstuk I en hoofdstuk IV, Titel IV, hoofdstuk I vanen deze regeling; c. verordening 1782/2003 verordening 796/2004 kortingen en uitsluitingen opleggen op grond van, alsmede op grond van Titel IV, hoofdstuk II vanen deze regeling. 3 verordening 1782/2003 verordening 796/2004 verordening 1973/2004 PVE regelt overigens, met inachtneming van,enen, zo nodig de aanwijzingen van de minister, al hetgeen voor een goede uitvoering van de in het eerste lid genoemde steunregeling is vereist. 2005 237 06-12-2005 01-12-2005 TRCJZ/2005/2583 2005 237 06-12-2005 01-12-2005 TRCJZ/2005/2583 08-12-2005 01-01-2005
Artikel 117 — Artikel 117#
Artikel 117 regeling superheffing en melkpremie 2004 Onverminderd deis PZ belast met de uitvoering van de melkpremieaanvraag met inachtneming van deze regeling. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2005
Artikel 118 — Artikel 118#
Artikel 118 verordening 1782/2003 De AID is verantwoordelijk voor de coördinatie van de controles ter plaatse op de naleving van de regeling als bedoeld in artikel 23 van. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2005
Artikel 119 — Artikel 119#
Artikel 119 1 artikelen 3 tot en met 8 artikel 3 verordening 796/2004 Indien een landbouwer één of meer verplichtingen op grond van deniet naleeft, wordt overeenkomstig Deel II, Titel IV, hoofdstuk II vaneen korting opgelegd op het totale bedrag dat op grond van de inbedoelde steunregelingen aan de landbouwer is of moet worden toegekend. 2 artikel 3 verordening 796/2004 De hoogte van de korting bedraagt 1, 3 of 5% van het totale bedrag dat op grond van de inbedoelde steunregelingen aan de landbouwer is of moet worden toegekend en wordt in geval van herhaalde of opzettelijke niet-naleving verhoogd overeenkomstig artikel 66 en 67 van. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2005
Artikel 120 — Artikel 120#
Artikel 120 artikel 119 verordening 1782/2003 verordening 796/2004 Indien een landbouwer andere dan de inbedoelde voorwaarden of verplichtingen voortvloeiend uiten de ter uitvoering daarvan vastgestelde Commissieverordeningen niet naleeft, wordt door het betrokken betaalorgaan overeenkomstig Deel II, Titel IV, hoofdstuk I vaneen korting opgelegd op het bedrag dat op grond van de betrokken steunregeling aan de landbouwer is of moet worden toegekend. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2005
Artikel 120a — Artikel 120a#
Artikel 120a verordening 796/2004 Indien een landbouwer niet alle in artikel 14, eerste lid, vanbedoelde oppervlakten opgeeft en daarbij het verschil tussen enerzijds de totale in de verzamelaanvraag aangegeven oppervlakte en anderzijds de som van de aangegeven oppervlakte en de totale oppervlakte van de niet-aangegeven percelen groter is dan 3%, wordt het totale bedrag van de rechtstreekse betalingen die in dat jaar aan die landbouwer moet worden gedaan, als volgt verlaagd: a. indien het verschil groter is dan 3% en kleiner dan of gelijk aan 10% bedraagt de verlaging 1%; b. indien het verschil groter is dan 10% en kleiner dan of gelijk aan 20% bedraagt de verlaging 2%; c. indien het verschil groter is dan 20% bedraagt de verlaging 3%. 2005 135 15-07-2005 08-07-2005 TRCJZ/2005/2104 2005 135 15-07-2005 08-07-2005 TRCJZ/2005/2104 17-07-2005 01-01-2005
Artikel 121 — Artikel 121#
Artikel 121 1 Regeling dierlijke EG-premies Regeling EG-steunverlening akkerbouwgewassen Deen deworden ingetrokken. 2 De in het eerste lid genoemde regelingen blijven evenwel van toepassing op aanvragen ingediend vóór de inwerkingtreding van de onderhavige regeling waarop nog niet onherroepelijk is beslist en, in geval van slacht, op slachtingen en uitvoer naar een derde land verricht vóór de inwerkingtreding van de onderhavige regeling. 2005 135 15-07-2005 08-07-2005 TRCJZ/2005/2104 2005 135 15-07-2005 08-07-2005 TRCJZ/2005/2104 17-07-2005 01-01-2005
Artikel 122 — Artikel 122#
Artikel 122 Wijzigt de Regeling superheffing en melkpremie 2004. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2005
Artikel 123 — Artikel 123#
Artikel 123 Wijzigt de Overdrachtsregeling bevoegdheden Landbouwwet 1966 Algemeen. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2005
Artikel 124 — Artikel 124#
Artikel 124 hoofdstuk 2 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2005, met uitzondering van, dat in werking treedt op 1 januari 2006. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2005
Artikel 125 — Artikel 125#
Artikel 125 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling GLB-inkomenssteun. 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 2004 232 01-12-2004 22-11-2004 TRCJZ/2004/6082 01-01-2005
Artikel 3#
artikel 3
Artikel 7#
artikel 7, eerste lid
Artikel 23#
artikel 23
Artikel 39#
39