Regeling van de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie van 28 november 2005, nr. DDS 5390083/05
- BWB-id
- BWBR0019119
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Geldigheid
- 2009-07-04 t/m 2018-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0019119
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2005/regeling-inburgering-oudkomers-g25-2006
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2005/regeling-inburgering-oudkomers-g25-2006/2009-07-04
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0019119&g=2009-07-04
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0019119&z=2026-06-06&g=2009-07-04
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0019119/2009-07-04
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2005/regeling-inburgering-oudkomers-g25-2006
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. Minister: de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie; b. bijlage 1 gemeente: een gemeente welke is genoemd invan deze regeling; c. college: het college van burgemeesters en wethouders van een gemeente; d. oudkomer: 1°. Wet inburgering nieuwkomers Wet inburgering nieuwkomers een persoon die 18 jaar of ouder is, die buiten Nederland is geboren en behoort tot een etnische minderheidsgroep, die rechtmatig in Nederland verblijft anders dan voor een tijdelijk doel als bepaald bij of krachtens de, en die niet verplicht is om op grond van deeen inburgeringsprogramma te volgen; 2°. Regeling aanwijzing bijzondere categorieën vreemdelingen ten behoeve van inburgering Wet inburgering nieuwkomers een geestelijk bedienaar als bedoeld in de, die niet verplicht is om op grond van deeen inburgeringsprogramma te volgen; e. inburgeringsprogramma: een programma dat de oudkomer volgt waarbij het onderdeel Nederlands als tweede taal wordt gekoppeld aan onderdelen voor het bereiken van werk, toegang tot beroepsonderwijs, opvoedingsondersteuning of sociale activering; f. artikel 2 bijdrage: de financiële bijdrage, bedoeld in; g. prognose: het aantal oudkomers dat naar de verwachting van het college in de periode van 1 januari tot en met 30 juni 2006 zal aanvangen met een inburgeringsprogramma; h. budget: het door de Minister vastgestelde budget dat beschikbaar is voor de bevoorschotting van gemeenten ten behoeve van de periode van 1 januari tot en met 30 juni 2006; i. monitor: het door de Minister vastgestelde model-document aan de hand waarvan het college de Minister informatie verschaft over de wijze waarop de gemeente invulling heeft gegeven aan de inburgering van oudkomers en de resultaten ervan en aan de hand waarvan de hoogte van de bijdrage wordt vastgesteld. 2006 106 02-06-2006 12-05-2006 DDS5421572 2006 106 02-06-2006 12-05-2006 DDS5421572 04-06-2006
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 De Minister kan aan een gemeente, onder de in deze regeling genoemde voorwaarden, een financiële bijdrage verlenen teneinde de gemeente in staat te stellen oudkomers die in een maatschappelijke achterstandssituatie verkeren, waaronder in het bijzonder diegenen die behoren tot de groep werklozen, opvoeders of geestelijk bedienaren, deel te laten nemen aan een inburgeringsprogramma en dit inburgeringsprogramma te laten afronden. 2 De bijdrage wordt beschikbaar gesteld onder voorbehoud van autorisatie door de begrotingswetgever. 2005 247 20-12-2005 28-11-2005 DDS5390083/05 2005 247 20-12-2005 28-11-2005 DDS5390083/05 22-12-2005
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Indien een gemeente in aanmerking wenst te komen voor verlening van een bijdrage, dient het college binnen zes weken na inwerkingtreding van deze regeling een aanvraag in. De aanvraag gaat vergezeld van de prognose. 2 De Minister beoordeelt alle ingediende aanvragen gezamenlijk en verleent per aanvraag voorschotten op de bijdrage. Het voorschot met betrekking tot de periode van 1 januari tot en met 30 juni 2006 wordt vastgesteld aan de hand van de in het derde lid genoemde verdeelsleutel. Het voorschot met betrekking tot de periode van 1 juli tot en met 31 december 2006 wordt ambtshalve vastgesteld. 3 bijlage 1 Het voorschot met betrekking tot de periode van 1 januari tot en met 30 juni 2006 wordt per gemeente met inachtneming van de prognose en de inbij die gemeente genoemde indicatieve bijdrage als volgt vastgesteld: a. bijlage 1 bijlage 1 indien de prognose overeenkomt met het inbij die gemeente genoemde aantal oudkomers, is het voorschot met betrekking tot de periode van 1 januari tot en met 30 juni 2006 gelijk aan de inbij die gemeente genoemde indicatieve bijdrage; b. bijlage 1 indien de prognose lager is dan het inbij die gemeente genoemde aantal oudkomers, is het voorschot met betrekking tot de periode van 1 januari tot en met 30 juni 2006 gelijk aan de naar evenredigheid verlaagde in bijlage 1 bij die gemeente genoemde indicatieve bijdrage; c. bijlage indien de prognose hoger is dan het in debij die gemeente genoemde aantal oudkomers, is het voorschot met betrekking tot de periode van 1 januari tot en met 30 juni 2006 gelijk aan: 1°. bijlage 1 de naar evenredigheid verhoogde inbij die gemeente genoemde indicatieve bijdrage indien het budget toereikend is; 2°. bijlage 1 bijlage 1 de ingenoemde indicatieve bijdrage, vermeerderd met een aanvullend bedrag indien het budget niet toereikend is; de hoogte van dit aanvullende bedrag is afhankelijk van de verdeling van de nog uit het budget resterende middelen naar evenredigheid van het totaal aantal oudkomers, genoemd in. 4 De beschikking tot verlening van het voorschot met betrekking tot de periode van 1 januari tot en met 30 juni 2006 wordt binnen tien weken na inwerkingtreding van deze regeling aan het college bekendgemaakt. 5 De beschikking tot verlening van het voorschot met betrekking tot de periode van 1 juli tot en met 31 december 2006 wordt voor 1 juli 2006 aan het college bekendgemaakt. 2009 9754 02-07-2009 24-06-2009 BJZ2009034157 2009 9754 02-07-2009 24-06-2009 BJZ2009034157 04-07-2009
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Het college stelt het inburgeringsprogramma vast, waarbij zoveel mogelijk wordt aangesloten bij de persoonlijke situatie van de desbetreffende oudkomer. 2 Het inburgeringsprogramma vangt aan in 2006 en is op uiterlijk 31 december 2007 afgerond. 3 Het college draagt er zorg voor dat een inburgeringsprogramma ten minste 300 contacturen omvat. 4 Als normbedrag voor een inburgeringsprogramma geldt een bedrag van € 6.400. 2006 106 02-06-2006 12-05-2006 DDS5421572 2006 106 02-06-2006 12-05-2006 DDS5421572 04-06-2006
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Het college sluit een overeenkomst met de oudkomer die een inburgeringsprogramma gaat volgen. De datum van ondertekening van de overeenkomst geldt als aanvangsdatum van het inburgeringsprogramma. 2 De overeenkomst bevat ten minste bepalingen met betrekking tot: a. het doel van het inburgeringsprogramma; b. de onderdelen van het inburgeringsprogramma; c. het aantal contacturen van het inburgeringsprogramma; d. de aard en de omvang van de individuele begeleiding; e. de verplichtingen van het college; f. de verplichtingen van de oudkomer; g. de informatieoverdracht tussen het college, de bij het aanbieden van het inburgeringsprogramma betrokken instellingen en de oudkomer met betrekking tot de voortgang van het inburgeringsprogramma; h. de gevolgen welke zijn verbonden aan niet-nakoming van de overeenkomst door de oudkomer. 3 Het college sluit op grond van deze regeling met een oudkomer slechts één overeenkomst. 2005 247 20-12-2005 28-11-2005 DDS5390083/05 2005 247 20-12-2005 28-11-2005 DDS5390083/05 22-12-2005
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 5 Het college draagt er zorg voor dat de oudkomer met wie een overeenkomst als bedoeld inis gesloten een begintoets en een eindtoets aflegt aan de hand waarvan het niveau Nederlands als tweede taal van de oudkomer wordt vastgesteld. 2 Voor de begintoets en de eindtoets wordt uitsluitend gebruik gemaakt van de hierna volgende combinaties van toetsen: a. de Intaketoets NT2 als begintoets met de NT2-Profieltoets als eindtoets; of b. de Intaketoets Alfabetisering NT2 als begintoets met de NT2-Profieltoets Alfabetisering als eindtoets. 2005 247 20-12-2005 28-11-2005 DDS5390083/05 2005 247 20-12-2005 28-11-2005 DDS5390083/05 22-12-2005
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Het college aan wie voorschotten als bedoeld in artikel 3 zijn verleend, verstrekt de Minister de informatie over de gegevens die in de monitor worden gevraagd, uiterlijk 1 april 2007 over de periode 1 januari tot en met 31 december 2006, en 1 april 2008 over de periode 1 januari tot en met 31 december 2007. 2 In de monitor worden ten minste de volgende prestatiegegevens gevraagd: a. artikel 5 het aantal oudkomers met wie in 2006 een overeenkomst als bedoeld inis gesloten; b. het aantal oudkomers dat een inburgeringsprogramma heeft afgerond; c. het aantal oudkomers dat een inburgeringsprogramma voortijdig heeft beëindigd; d. het niveau Nederlands als tweede taal van de oudkomers, bedoeld in onderdeel b, bij afronding van het inburgeringsprogramma ten opzichte van het niveau Nederlands als tweede taal bij de aanvang van het inburgeringsprogramma. 3 De verstrekte informatie, bedoeld in het eerste lid, heeft alleen betrekking op inburgeringsprogramma’s die geheel of gedeeltelijk zijn bekostigd door de bijdrage. 4 artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek De verstrekte informatie, bedoeld in het eerste lid, is voorzien van een verklaring omtrent de getrouwheid, afgegeven door een accountant als bedoeld in. 5 Ten behoeve van de verklaring omtrent de getrouwheid, bedoeld in het vierde lid, stelt de Minister een controleprotocol vast. 6 Het college draagt er zorg voor dat de door hem ingeschakelde accountant meewerkt aan de door of namens de auditdienst van het Ministerie van Justitie in te stellen onderzoeken naar de verrichte controlewerkzaamheden door die accountant. De daaraan verbonden kosten zijn inbegrepen in de bijdrage. 2006 106 02-06-2006 12-05-2006 DDS5421572 2006 106 02-06-2006 12-05-2006 DDS5421572 04-06-2006
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 7, eerste lid artikel 7, vierde lid De Minister stelt de bijdrage vast aan de hand van de in, bedoelde informatie en de in, bedoelde verklaring omtrent de getrouwheid. 2 De bijdrage voor een gemeente bedraagt: a. artikel 5 € 2.667 voor iedere oudkomer met wie in 2006 een overeenkomst als bedoeld inis gesloten; en b. artikel 5 artikel 6 € 5.333 voor iedere oudkomer die, evenals het college, aan de verplichtingen, genoemd in de overeenkomst, bedoeld in, heeft voldaan en die een begintoets en uiterlijk 31 december 2007 een eindtoets als bedoeld inis afgenomen. 3 Het aantal oudkomers dat de Minister bij het vaststellen van de bijdrage betrekt, kan het in de voorschotten genoemde aantal oudkomers niet overtreffen. 2006 106 02-06-2006 12-05-2006 DDS5421572 2006 106 02-06-2006 12-05-2006 DDS5421572 04-06-2006
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 De Minister stelt de bijdrage uiterlijk 1 juli 2008 vast. 2 artikel 8, tweede lid De overeenkomstig, vastgestelde bijdrage voor een gemeente wordt binnen 12 maanden na de vaststelling ervan betaald. 3 Indien de verleende voorschotten hoger zijn dan de vastgestelde bijdrage, is de Minister bevoegd het verschil terug te vorderen. 2009 9754 02-07-2009 24-06-2009 BJZ2009034157 2009 9754 02-07-2009 24-06-2009 BJZ2009034157 04-07-2009
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 2005 247 20-12-2005 28-11-2005 DDS5390083/05 2005 247 20-12-2005 28-11-2005 DDS5390083/05 22-12-2005
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling inburgering oudkomers G25 2006. 2005 247 20-12-2005 28-11-2005 DDS5390083/05 2005 247 20-12-2005 28-11-2005 DDS5390083/05 22-12-2005