Regeling indicatiecriteria en aanmeldingsformulier leerlinggebonden financiering
- BWB-id
- BWBR0018185
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- 2005-07-29 t/m 2008-07-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0018185
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2005/regeling-indicatiecriteria-en-aanmeldingsformulier-leerlingg
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2005/regeling-indicatiecriteria-en-aanmeldingsformulier-leerlingg/2005-07-29
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0018185&g=2005-07-29
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0018185&z=2026-06-06&g=2005-07-29
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0018185/2005-07-29
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2005/regeling-indicatiecriteria-en-aanmeldingsformulier-leerlingg
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: Commissie voor de indicatiestelling: artikel 28b, zesde lid, onder a, van de Wet op de expertisecentra een commissie als bedoeld in; Regionaal expertisecentrum: artikel 28b, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra een expertisecentrum als bedoeld in; Wet: Wet op de expertisecentra ; Cluster: artikel 2, vierde lid, van de wet een cluster als bedoeld in; Landelijke commissie toezicht indicatiestelling: artikel 28e, eerste lid, van de wet de commissie, bedoeld in; Onze minister: onze minister van onderwijs, cultuur en wetenschap; DSM-IV: Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders 4th Edition (American Psychiatric Association, 1997), classificatiesysteem voor psychische stoornissen; ICD-10: classificatie van ziekten en met gezondheid verbandhoudende problemen; tiende revisie (WHO, Genève, 1992); ICF: Internationale classificatie van het menselijk functioneren (WHO, Genève, 2001). 2005 6 20-04-2005 08-04-2005 PO/ZO-2005/13437 2005 13 27-07-2005 13-07-2005 PO/ZO-2005/27500 29-07-2005
Artikel 2 — Artikel 2 Leerlinggebonden budget en toelaatbaarheid#
Artikel 2 Leerlinggebonden budget en toelaatbaarheid artikel 28c, eerste lid, van de wet artikelen 3 tot en met 11 Een leerling komt in aanmerking voor een leerlinggebonden budget en is toelaatbaar tot een van de onderwijssoorten in cluster 2 of 3, dan wel tot cluster 4, in de zin vanindien wordt voldaan aan de criteria, bedoeld in de. 2005 6 20-04-2005 08-04-2005 PO/ZO-2005/13437 2005 13 27-07-2005 13-07-2005 PO/ZO-2005/27500 29-07-2005
Artikel 3 — Artikel 3 Indicatiecriteria dove kinderen#
Artikel 3 Indicatiecriteria dove kinderen 1 artikel 6 Een leerling is toelaatbaar tot het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs aan dove kinderen, onverminderd, indien op basis van audiologisch onderzoek, zo nodig aangevuld met logopedisch onderzoek of een onderzoek van de behandelend arts, gericht op de vraag of de leerling dooffunctionerend is, is vastgesteld: a. een gehoorstoornis van 80 decibel of meer bij het beste oor zonder gehoortoestel of b. een gehoorstoornis tussen 70 decibel en 80 decibel bij het beste oor zonder gehoortoestel waarbij de leerling kennelijk dooffunctionerend is. 2 Bij leerlingen met een cochleair implantaat wordt de gehoorbeperking twee jaar na operatie vastgesteld met gebruik van het cochleair implantaat. 2005 6 20-04-2005 08-04-2005 PO/ZO-2005/13437 2005 13 27-07-2005 13-07-2005 PO/ZO-2005/27500 29-07-2005
Artikel 4 — Artikel 4 Indicatiecriteria slechthorende kinderen#
Artikel 4 Indicatiecriteria slechthorende kinderen 1 artikel 6 Een leerling is toelaatbaar tot het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs aan slechthorende kinderen, onverminderd, indien: a. 1º artikel 3, eerste lid onder b op basis van audiologisch onderzoek een gehoorstoornis tussen 35 decibel en 80 decibel is vastgesteld bij het beste oor zonder gehoortoestel maar indien aanwezig met gebruik van een cochleair implantaat dat tenminste twee jaar eerder is aangebracht, niet zijnde een gehoorstoornis als bedoeld in; 2º op basis van audiologisch onderzoek, zo nodig aangevuld met logopedische onderzoek, een gehoorstoornis van > 80 decibel is vastgesteld bij het beste oor zonder gehoortoestel maar indien aanwezig met gebruik van een cochleair implantaat dat tenminste twee jaar eerder is aangebracht, waarbij de leerling kennelijk slechthorend functionerend is b. sprake is van een ernstige structurele beperking in de onderwijsparticipatie die blijkt uit: 1º artikel 12, onder a een leerachterstand als bedoeld in; of 2º artikel 12, onder b een zeer geringe communicatieve redzaamheid als bedoeld in, en c. artikel 13 artikel 13 de zorg vanuit het regulier onderwijs als bedoeld inonvoldoende effect heeft gesorteerd of zal kunnen sorteren, en de ondersteuning als bedoeld indeelname aan het regulier onderwijs niet mogelijk maakt. 2 Een leerling van 12 jaar of ouder is tevens toelaatbaar tot het onderwijs genoemd in het eerste lid, aanhef, indien: a. op basis van logopedisch en psychodiagnostisch onderzoek gericht op het communicatief en cognitief functioneren, zo nodig aangevuld met audiologisch onderzoek, is vastgesteld: 1º spraak- of taalstoornissen, die niet toe te schrijven zijn aan een beperkt niveau van cognitief functioneren, op het gebied van spraakproblematiek, problemen in de auditieve verwerking, grammaticale problematiek, of lexicaal-semantische problematiek, bij welke stoornissen uit tests voor tenminste twee van de vier genoemde gebieden een afwijking naar beneden in spraak-taalontwikkeling van meer dan anderhalve standaarddeviatie blijkt; of 2º een algemene spraak-/ taalstoornis die niet toe te schrijven is aan een beperkt niveau van cognitief functioneren, op het gehele gebied van spraak-/ taalstoornissen, namelijk spraakproblematiek, problemen in de auditieve verwerking, grammaticale problematiek en lexicaal-semantische problematiek, bij welke stoornis uit de totaalscore op algemene tests voor spraak-taalproblematiek een afwijking naar beneden in spraak-taalontwikkeling van meer dan twee standaarddeviaties blijkt; b. gerichte spraak- of taaltherapie van een half jaar geen vooruitgang heeft opgeleverd, ofwel een ernstige stoornis, die indien van toepassing volgens het classificatiesysteem DSM-IV of ICD-10 is vastgesteld en de beperking, bedoeld onder c, negatief beïnvloedt; c. sprake is van een ernstige structurele beperking als bedoeld in het eerste lid, onder b., en d. artikel 13 artikel 13 de zorg vanuit het regulier onderwijs als bedoeld inonvoldoende effect heeft gesorteerd of zal kunnen sorteren, en de ondersteuning als bedoeld indeelname aan het regulier onderwijs niet mogelijk maakt. 3 Een leerling van 12 jaar of ouder is tevens toelaatbaar tot het onderwijs, bedoeld in het eerste lid, aanhef, indien: a. een stoornis uit het autismespectrum is vastgesteld volgens de DSM IV classificatie is vastgesteld, waarbij de verbale communicatieve beperking op de voorgrond staat, blijkend uit onderzoeksgegevens die wijzen op ernstige achterstand in lexicaal-semantische kennisontwikkeling en/of pragmatiek; b. sprake is van een ernstige structurele beperking als bedoeld in het eerste lid, onder b. en c. artikel 13 artikel 13 de zorg vanuit het regulier onderwijs als bedoeld inonvoldoende effect heeft gesorteerd of zal kunnen sorteren, en de ondersteuning als bedoeld indeelname aan het regulier onderwijs niet mogelijk maakt. 2005 6 20-04-2005 08-04-2005 PO/ZO-2005/13437 2005 13 27-07-2005 13-07-2005 PO/ZO-2005/27500 29-07-2005
Artikel 5 — Artikel 5 Indicatiecriteria kinderen met ernstige spraakmoeilijkheden#
Artikel 5 Indicatiecriteria kinderen met ernstige spraakmoeilijkheden 1 Een leerling is toelaatbaar tot het speciaal onderwijs aan kinderen met ernstige spraakmoeilijkheden, indien: a. op basis van logopedisch en psychodiagnostisch onderzoek gericht op het communicatief en cognitief functioneren, zo nodig aangevuld met audiologisch onderzoek, is vastgesteld: 1º spraak- of taalstoornissen, die niet toe te schrijven zijn aan een beperkt niveau van cognitief functioneren, op het gebied van spraakproblematiek, problemen in de auditieve verwerking, grammaticale problematiek, of lexicaal-semantische problematiek, bij welke stoornissen uit tests voor tenminste twee van de vier genoemde gebieden een afwijking naar beneden in spraak-taalontwikkeling van meer dan anderhalve standaarddeviatie blijkt; of 2º een algemene spraak-taalstoornis die niet toe te schrijven is aan een beperkt niveau van cognitief functioneren, op het gehele gebied van spraakproblematiek, problemen in de auditieve verwerking, grammaticale problematiek, of lexicaal-semantische problematiek, bij welke stoornis uit de totaalscore op algemene tests voor spraak-taalproblematiek deviatie naar beneden in spraak-taalontwikkeling van meer dan twee standaarddeviaties blijkt; b. gerichte spraak- of taaltherapie van een half jaar geen vooruitgang heeft opgeleverd, ofwel een ernstige stoornis, die indien van toepassing volgens het classificatiesysteem DSM-IV of ICD-10 is vastgesteld en de beperking, bedoeld onder c, negatief beïnvloedt; c. sprake is van een ernstige structurele beperking in de onderwijsparticipatie die blijkt uit: 1º artikel 12, onder a een leerachterstand als bedoeld in., of 2º artikel 12, onder b een zeer geringe communicatieve redzaamheid als bedoeld in, en d. artikel 13 artikel 13 de zorg vanuit het regulier onderwijs als bedoeld inonvoldoende effect heeft gesorteerd of zal kunnen sorteren, en de ondersteuning als bedoeld indeelname aan het regulier onderwijs niet mogelijk maakt. 2 Een leerling is tevens toelaatbaar tot het onderwijs, bedoeld in het eerste lid, aanhef, indien: a. een stoornis uit het autismespectrum is vastgesteld volgens de DSM IV classificatie is vastgesteld, waarbij de verbale communicatieve beperking op de voorgrond staat, blijkend uit onderzoeksgegevens die wijzen op ernstige achterstand in lexicaal-semantische kennisontwikkeling of pragmatiek; b. sprake is van een ernstige structurele beperking als bedoeld in het eerste lid, onder c., en c. artikel 13 artikel 13 de zorg vanuit het regulier onderwijs als bedoeld inonvoldoende effect heeft gesorteerd of zal kunnen sorteren, en de ondersteuning als bedoeld indeelname aan het regulier onderwijs niet mogelijk maakt. 2005 6 20-04-2005 08-04-2005 PO/ZO-2005/13437 2005 13 27-07-2005 13-07-2005 PO/ZO-2005/27500 29-07-2005
Artikel 6 — Artikel 6 Indicatiecriteria meervoudig gehandicapte kinderen cluster 2#
Artikel 6 Indicatiecriteria meervoudig gehandicapte kinderen cluster 2 1 Een leerling is toelaatbaar tot het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs aan meervoudig gehandicapte dove kinderen binnen cluster 2 indien: a. op basis van audiologisch onderzoek is vastgesteld een gehoorstoornis van meer dan 70 decibel bij het beste oor zonder gehoortoestel en b. op basis van psychodiagnostisch onderzoek dat individueel is afgenomen en rekening houdt met de kenmerken van de leerling, is vastgesteld een intelligentiequotiënt lager dan 70. 2 Een leerling is toelaatbaar tot het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs aan meervoudig gehandicapte slechthorende kinderen binnen cluster 2 indien: a. op basis van audiologisch onderzoek is vastgesteld een gehoorstoornis tussen 35 decibel en 71 decibel bij het beste oor zonder gehoortoestel en b. wordt voldaan aan het eerste lid, onder b. 3 Bij leerlingen met een cochleair implantaat wordt het gehoor twee jaar na operatie vastgesteld met gebruik van het cochleair implantaat. 2005 6 20-04-2005 08-04-2005 PO/ZO-2005/13437 2005 13 27-07-2005 13-07-2005 PO/ZO-2005/27500 29-07-2005
Artikel 7 — Artikel 7 Indicatiecriteria zeer moeilijk lerende kinderen#
Artikel 7 Indicatiecriteria zeer moeilijk lerende kinderen 1 artikel 10 artikel 10, eerste lid Een leerling is toelaatbaar tot het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs aan zeer moeilijk lerende kinderen, onverminderd, indien op basis van psychodiagnostisch onderzoek dat individueel is afgenomen en rekening houdt met de kenmerken van de leerling, is vastgesteld een intelligentiequotiënt lager dan 60, niet zijnde een diepe of ernstige stoornis als bedoeld in. 2 Een leerling is tevens toelaatbaar tot het onderwijs, bedoeld in het eerste lid, indien: a. op basis van psychodiagnostisch onderzoek dat individueel is afgenomen en rekening houdt met de kenmerken van de leerling, is vastgesteld een intelligentiequotiënt tussen 59 en 70; b. voor leerlingen tot en met 7 jaar een stoornis is vastgesteld, indien van toepassing volgens het classificatiesysteem DSM-IV of ICD-10, die de beperking, bedoeld onder c, ernstig negatief beïnvloed; c. sprake is van een ernstige structurele beperking in de onderwijsparticipatie die blijkt uit: 1º artikel 12, onder f een leerachterstand of het ontbreken van algemene leervoorwaarden als bedoeld in; en 2º artikel 12 onder c een zeer geringe sociale redzaamheid als bedoeld in, en c. artikel 13 artikel 13 de zorg vanuit het regulier onderwijs als bedoeld inonvoldoende effect heeft gesorteerd of zal kunnen sorteren, en de ondersteuning, bedoeld in, deelname aan het regulier onderwijs niet mogelijk maakt. 3 Een leerling is tevens toelaatbaar tot het onderwijs, bedoeld in het eerste lid, indien uit een verklaring van een arts blijkt dat er bij de leerling sprake is van het syndroom van Down. 2005 6 20-04-2005 08-04-2005 PO/ZO-2005/13437 2005 13 27-07-2005 13-07-2005 PO/ZO-2005/27500 29-07-2005
Artikel 8 — Artikel 8 Indicatiecriteria lichamelijk gehandicapte kinderen#
Artikel 8 Indicatiecriteria lichamelijk gehandicapte kinderen artikel 10 Een leerling is toelaatbaar tot het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs aan lichamelijk gehandicapte kinderen, onverminderd, indien: 1. Op basis van medisch en psychodiagnostisch onderzoek is vastgesteld een of meer stoornissen in structuur of in functie die gepaard gaan met stoornissen in de motorische functies en die leiden tot een ernstige belemmering om aan onderwijs deel te nemen; 2. Sprake is van een ernstige structurele beperking in de onderwijsparticipatie die blijkt uit: a. artikel 12, onder a een leerachterstand als bedoeld in; b. artikel 12, onder e structureel schoolverzuim als bedoeld in, of c. artikel 12, onder d een zeer geringe zelfredzaamheid als bedoeld in, en 3. artikel 13 artikel 13 De zorg vanuit het regulier onderwijs, bedoeld in, onvoldoende effect heeft gesorteerd of zal kunnen sorteren, en de ondersteuning, bedoeld in, deelname aan het regulier onderwijs niet mogelijk maakt. 2005 6 20-04-2005 08-04-2005 PO/ZO-2005/13437 2005 13 27-07-2005 13-07-2005 PO/ZO-2005/27500 29-07-2005
Artikel 9 — Artikel 9 Indicatiecriteria langdurig zieke kinderen met een lichamelijke handicap#
Artikel 9 Indicatiecriteria langdurig zieke kinderen met een lichamelijke handicap Een leerling is toelaatbaar tot het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs aan langdurig zieke kinderen met een lichamelijke handicap indien: 1. Op basis van psychodiagnostisch en medisch onderzoek is vastgesteld: a. een chronische somatische stoornis; b. een chronische centrale of chronische perifere neurologische stoornis of c. een chronische psychosomatische stoornis; die niet in hoofdzaak leiden tot een stoornis in motorische functies maar wel leiden tot een ernstige belemmering om aan onderwijs deel te nemen; 2. Sprake is van een ernstige structurele beperking in de onderwijsparticipatie die blijkt uit: a. artikel 12, onder a een leerachterstand als bedoeld in; b. artikel 12, onder e structureel schoolverzuim als bedoeld in, of c. artikel 12, onder d een zeer geringe zelfredzaamheid als bedoeld in, en 3. artikel 13 artikel 13 De zorg vanuit het regulier onderwijs als bedoeld inonvoldoende effect heeft gesorteerd of zal kunnen sorteren, en de ondersteuning, bedoeld indeelname aan het regulier onderwijs niet mogelijk maakt. 2005 6 20-04-2005 08-04-2005 PO/ZO-2005/13437 2005 13 27-07-2005 13-07-2005 PO/ZO-2005/27500 29-07-2005
Artikel 10 — Artikel 10 Indicatiecriteria meervoudig gehandicapte kinderen cluster 3#
Artikel 10 Indicatiecriteria meervoudig gehandicapte kinderen cluster 3 1 Een leerling is toelaatbaar tot het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs aan meervoudig gehandicapte kinderen binnen cluster 3 indien op basis van psychodiagnostisch onderzoek is vastgesteld een diepe stoornis in de intellectuele ontwikkeling, of een ernstige stoornis in de intellectuele ontwikkeling met bijbehorend zeer beperkt gedragsrepertoire en bijkomende medische of gedragsproblematiek. 2 Een leerling is tevens toelaatbaar tot het onderwijs, bedoeld in het eerste lid, indien: a. artikel 7, eerste lid artikel 7, tweede lid onder a de leerling voldoet aan de criteria, bedoeld in, of, en b. artikel 8, eerste lid de leerling tevens voldoet aan de criteria, bedoeld in, en c. artikel 8, tweede lid onder 2 of 3 de leerling voldoet aan de criteria, bedoeld in. 2005 6 20-04-2005 08-04-2005 PO/ZO-2005/13437 2005 13 27-07-2005 13-07-2005 PO/ZO-2005/27500 29-07-2005
Artikel 11 — Artikel 11 Indicatiecriteria cluster 4#
Artikel 11 Indicatiecriteria cluster 4 1 Een leerling is toelaatbaar tot cluster 4 indien: a. op basis van psychodiagnostisch of psychiatrisch onderzoek eventueel in combinatie met andere onderzoekgegevens over de mate waarin de problematiek een integraal karakter heeft, is vastgesteld een ernstige psychische stoornis of een ontwikkelingspsychopathologie volgens het classificatiesysteem DSM-IV of ICD-10 voor zover het betreft: 1º een emotionele stoornis 2º een gedragsstoornis of 3º een ontwikkelingsstoornis, en b. die zich manifesteert op school, en hetzij thuis hetzij bij vrije tijdsbesteding waarbij gerichte hulpverlening verleend is/wordt door een voorziening als Jeugdhulpverlening, Jeugd-GGZ of hulp door een kinderpsychiatrische voorziening of Jeugdbescherming, en c. sprake is van een ernstige structurele beperking in de onderwijsparticipatie die blijkt uit: 1º artikel 12, onder g het ontbreken van algemene leervoorwaarden als bedoeld in, of 2º artikel 12, onder h de leerling extreem gedrag vertoont als bedoeld in; en d. artikel 13 artikel 13 de zorg vanuit het regulier onderwijs, bedoeld in, onvoldoende effect heeft gesorteerd of zal kunnen sorteren, en de ondersteuning, bedoeld in, deelname aan het regulier onderwijs niet mogelijk maakt. 2 Een leerling is tevens toelaatbaar tot cluster 4 indien: a. er sprake is van ernstige gedragsproblemen, die zich manifesteren op school, en hetzij thuis hetzij bij vrije tijdsbesteding, waarvoor gerichte geïndiceerde hulpverlening verleend is/wordt door een voorziening als Jeugdhulpverlening, Jeugd - GGZ, of hulp van een kinderpsychiatrische voorziening of Jeugdbescherming, waarbij uit de resultaten blijkt dat na een half jaar weinig tot geen vooruitgang is geboekt en b. sprake is van een ernstige structurele beperking in de onderwijsparticipatie die blijkt uit 1º artikel 12, onder g het ontbreken van algemene leervoorwaarden als bedoeld in, of 2º artikel 12, onder h de leerling extreem gedrag vertoont als bedoeld in; en c. artikel 13 artikel 13 de zorg vanuit het regulier onderwijs, bedoeld inonvoldoende effect heeft gesorteerd of zal kunnen sorteren, en de ondersteuning bedoeld, indeelname aan het regulier onderwijs niet mogelijk maakt. 2005 6 20-04-2005 08-04-2005 PO/ZO-2005/13437 2005 13 27-07-2005 13-07-2005 PO/ZO-2005/27500 29-07-2005
Artikel 12 — Artikel 12 Beperkingen in de onderwijsparticipatie#
Artikel 12 Beperkingen in de onderwijsparticipatie 1 Onder beperkingen in de onderwijsparticipatie in de zin van deze regeling worden verstaan: a. een leerachterstand in het basis onderwijs en bij instroom in de eerste klas van het voortgezet onderwijs, blijkend uit resultaten zoals gerapporteerd in het onderwijskundig rapport, zodanig dat de prestaties van de leerling in het basisonderwijs en bij instroom in het voortgezet onderwijs in vergelijking met de prestaties van leerlingen van de overeenkomstige didactische leeftijdsgroep, behoren tot de 10 procent zwakst presterende leerlingen op twee van de drie volgende terreinen: voor groep 1 en 2 voorbereidend lezen, spellen en rekenen en voor groep 3 tot en met groep 8 en bij de instroom in het voortgezet onderwijs rekenen, technisch lezen of spellen, en begrijpend lezen; b. een zeer geringe communicatieve redzaamheid bij de leerling die voor cluster 2 wordt aangemeld, die op basis van een logopedisch of een psychodiagnostisch onderzoek is vastgesteld en blijkt uit resultaten zoals gerapporteerd in het onderwijskundig rapport indien de leerling naar school gaat, zodanig dat de leerling een zeer beperkt vermogen heeft om wederkerig te communiceren met behulp van woord en gebaar en dit beperkte vermogen zich manifesteert in gesprekken in diverse situaties vanaf de periode dat de leerling leerde spreken en niet is te verklaren uit de ontwikkelingscontext van de leerling; c. een zeer geringe sociale redzaamheid - zeer gering adaptief functioneren- bij de leerling met een IQ tussen 59 en 70 die voor ZMLK onderwijs wordt aangemeld. De sociale redzaamheid wordt vastgesteld op basis van een psychodiagnostisch onderzoek met onderzoeksgegevens, waaruit blijkt dat de leerling een zeer ernstige ontwikkelingsachterstand heeft op het gebied van sociale redzaamheid, en niet zelfstandig op een reguliere school kan functioneren; d. een zeer geringe zelfredzaamheid bij de leerling die voor cluster 3 LG/LZK wordt aangemeld, die op basis van medisch of psychodiagnostisch onderzoek is vastgesteld, waarbij de leerling ook met gebruikmaking van technische hulpmiddelen afhankelijk is van een ander voor de algemene dagelijkse levensverrichtingen of de voor het onderwijs voorwaardelijke, (fijn-)motorische activiteiten en handelingen; e. structureel schoolverzuim bij de leerling die voor cluster 3 LG/LZK wordt aangemeld, blijkend uit het onderwijskundig rapport met een verzuimregistratie van het afgelopen jaar of een behandelschema van zorgverleners, waarbij de leerling 25 procent van de verplichte onderwijstijd verzuimt als gevolg van de stoornis of in verband met de benodigde zorg terzake van de stoornis; f. ontbrekende leervoorwaarden of leerachterstand bij leerlingen met een IQ tussen 59 en 70 die voor ZMLK worden aangemeld: 1º voor kinderen tot en met 7 jaar het ontbreken van algemene leervoorwaarden, blijkend uit ernstige tekortkomingen in eigenschappen die noodzakelijk zijn om deel te kunnen nemen aan regulier onderwijs: voor de leerling die nog niet naar school gaat of voor de leerling uit groep 1 en 2, voor deze laatste blijkend uit gegevens van het onderwijskundig rapport, zodanig dat sprake is van ernstige tekortkomingen op het gebied van het leer-/ taakgedrag, zoals werkhouding, taakgerichtheid, aandacht en motivatie, waarbij uit rapportages blijkt dat de leerling gedurende een jaar zeer geringe vooruitgang heeft geboekt ; 2º voor kinderen van 8 tot 12 jaar een zeer geringe vooruitgang gedurende een jaar op de gebieden van aanvankelijk lezen/spellen en rekenen die blijkt uit een didactisch toetsoverzicht van tenminste een jaar met ruwe toetsscores, en 3º voor leerlingen van 12 jaar en ouder schoolvorderingen die niet verder gaan dan beheersing van de leerstof tot en met eind groep 3. g. het ontbreken van algemene voorwaarden wat betreft het schools- en/of relationeel functioneren bij de leerling die voor cluster 4 wordt aangemeld, blijkend uit gegevens van het onderwijskundig rapport of gegevens van een zorginstantie zodanig dat sprake is van ernstige tekortkomingen in verband met het gedrag op het gebied van het leer-/ taakgedrag zoals werkhouding, taakgerichtheid, aandacht en motivatie of ernstige problemen in de interactie met het onderwijsgevend personeel of ernstig storend gedrag ten aanzien van het onderwijsleerproces van medeleerlingen, waarbij de genoemde problemen manifest zijn gedurende een jaar, zich niet beperken tot een bepaalde situatie, weinig of niet worden beïnvloed door op de problemen gerichte aanpak en afspraken; h. extreem gedrag bij de leerling die voor cluster 4 wordt aangemeld, waarbij op basis van psychodiagnostisch onderzoek blijkt dat de leerling een gevaar voor zichzelf of voor anderen is, de leerling zelfverwondend of suïcidaal gedrag vertoont, lijdt aan ernstige depressie, extreem fysiek of extreem verbaal agressief gedrag vertoont, waarbij dit gedrag zich niet beperkt tot een bepaalde situatie en weinig of niet wordt beïnvloed door op de problemen gerichte aanpak en afspraken. 2005 6 20-04-2005 08-04-2005 PO/ZO-2005/13437 2005 13 27-07-2005 13-07-2005 PO/ZO-2005/27500 29-07-2005
Artikel 13 — Artikel 13 Zorg binnen regulier onderwijs en ondersteuning uit de zorgsector#
Artikel 13 Zorg binnen regulier onderwijs en ondersteuning uit de zorgsector 1 Onder zorg in de zin van deze regeling wordt verstaan: 2 de extra zorg vanuit de zorgstructuur van het regulier onderwijs, afgestemd op de behoeften van de leerling van tenminste een half jaar, blijkend uit het onderwijskundig rapport, en indien de leerling nog geen school bezoekt gegevens van de zorginstantie. 3 Onder ondersteuning in de zin van deze regeling wordt verstaan de ondersteuning van zorg- of hulpverleningsinstanties, die redelijkerwijs voor de desbetreffende stoornis beschikbaar is. 2005 6 20-04-2005 08-04-2005 PO/ZO-2005/13437 2005 13 27-07-2005 13-07-2005 PO/ZO-2005/27500 29-07-2005
Artikel 14 — Artikel 14 Samengaan van handicaps#
Artikel 14 Samengaan van handicaps 1 artikelen 3 4 5 7 tot en met 11 Indien een leerling op grond van de,,,toelaatbaar zou zijn tot meer dan één onderwijssoort of toelaatbaar zou zijn tot zowel een onderwijssoort als tot cluster 4, dan wordt de leerling toelaatbaar verklaard tot de onderwijssoort of het cluster, bedoeld in het tweede lid en het derde lid. 2 Indien het samengaan in de zin van het eerste lid, in ieder geval betreft: a. het onderwijs aan dove kinderen dan wel het onderwijs aan slechthorende kinderen: het onderwijs aan dove, respectievelijk het onderwijs aan slechthorende kinderen; b. het onderwijs aan zeer moeilijk lerende kinderen: het onderwijs aan zeer moeilijk lerende kinderen; c. cluster 4, niet betreffende een samengaan als bedoeld onder a en b: cluster 4. 3 Bij samengaan anders dan bedoeld in het tweede lid, beoordeelt de commissie voor de indicatiestelling op basis van de handicaps of de leerling toelaatbaar is tot een van de onderwijssoorten of tot cluster 4. 2005 6 20-04-2005 08-04-2005 PO/ZO-2005/13437 2005 13 27-07-2005 13-07-2005 PO/ZO-2005/27500 29-07-2005
Artikel 15 — Artikel 15 Beredeneerde afwijking#
Artikel 15 Beredeneerde afwijking 1 artikelen 3 tot en met 11 artikel 3 tot en met 11 Een leerling bij wie een stoornis is vastgesteld die gepaard gaat met een structurele beperking in de onderwijsparticipatie die niet leidt tot toelaatbaarheid op grond van de, is eveneens toelaatbaar tot een van de onderwijssoorten in cluster 2 of 3, dan wel tot cluster 4 indien de ernst van de stoornis en de beperking in de onderwijsparticipatie vergelijkbaar zijn met die van de op grond vantoelaatbare leerlingen. De aard van de stoornis(sen) en de aard van de beperking in de onderwijsparticipatie zijn in dat geval bepalend voor de onderwijssoort waarvoor de leerling toelaatbaar is. 2 artikelen 3 tot en met 13 artikel 12 artikel 28c, eerste lid, aanhef, van de wet Een leerling bij wie een progressieve stoornis is vastgesteld die niet leidt tot toelaatbaarheid op grond van de, is toelaatbaar tot een van de onderwijssoorten in cluster 2 of 3, dan wel tot cluster 4 indien zich als gevolg van die stoornis, een structurele beperking in de onderwijsparticipatie als bedoeld in, zal voordoen binnen zes tot twaalf maanden na indiening van het verzoek, bedoeld in. De progressieve stoornis is in dat geval bepalend voor de onderwijssoort waartoe de leerling toelaatbaar is. 2005 6 20-04-2005 08-04-2005 PO/ZO-2005/13437 2005 13 27-07-2005 13-07-2005 PO/ZO-2005/27500 29-07-2005
Artikel 16 — Artikel 16 Voorschriften voor het vaststellen van stoornis en beperking#
Artikel 16 Voorschriften voor het vaststellen van stoornis en beperking 1 artikelen 3 tot en met 12 Voor het vaststellen van de stoornissen en beperkingen genoemd in deworden betrouwbare onderzoeksgegevens gebruikt, die waar van toepassing geclassificeerd zijn op basis van de classificatiesystemen DSM-IV of ICD-10. Wanneer het een diagnose betreft die een aantal symptomen samenvat, dan is voor de indicatiestelling een heldere omschrijving nodig van de aard van de problemen en de mate waarin de leerling beperkt wordt bij het volgen van onderwijs. 2 De onderzoeksgegevens bedoeld in het eerste lid zijn betrouwbaar als: a. het onderzoek is uitgevoerd door een daartoe bevoegde deskundige; b. het onderzoek is uitgevoerd met een door de beroepsgroep als geschikt aangemerkt onderzoeksinstrumentarium; c. artikel 28c, het eerste lid, van de wet gegevens bij indiening van het verzoek op grond vanniet ouder zijn dan een jaar, of in geval van psychiatrisch of psychodiagnostisch onderzoek twee jaar, tenzij het gegevens betreft over evident stabiele leerlingkenmerken, en d gegevens in het onderwijskundig rapport van de school waar een leerling staat ingeschreven zo recent mogelijk zijn maar niet ouder dan zes maanden. 3 Waar mogelijk worden reeds beschikbare onderzoeksgegevens, bedoeld in het eerste lid, gebruikt uit de gezondheidszorg, jeugdzorg, justitie, het zorgcircuit van het onderwijs of de schoolbegeleiding. 2005 6 20-04-2005 08-04-2005 PO/ZO-2005/13437 2005 13 27-07-2005 13-07-2005 PO/ZO-2005/27500 29-07-2005
Artikel 17 — Artikel 17 Herindicatie#
Artikel 17 Herindicatie 1 artikel 28c, tweede lid, derde volzin Bij een beoordeling van leerlingen op basis van, kunnen stoornissen als bedoeld in deze regeling worden aangetoond aan de hand van onderzoek dat tot een voorgaande indicatiestelling heeft geleid indien sprake is van een evident stabiel kindkenmerk. Die onderzoeksgegevens worden aangevuld met een recente beschrijving van de aard en de ernst van de stoornis door een deskundig lid van de commissie voor de begeleiding en een onderbouwing dat het om een evident stabiel kindkenmerk gaat. 2 artikel V, tweede lid, van de Wet van 28 november 2002 tot wijziging van de Wet op de expertisecentra, de Wet op het primair onderwijs en de Wet op het voortgezet onderwijs in verband met de invoering van een leerlinggebonden financiering en de invoering van regionale expertisecentra Bij een beoordeling van leerlingen door de commissie voor indicatiestelling als bedoeld in(Stb. 2002, 631), kunnen stoornissen zoals bedoeld in deze regeling worden aangetoond met een recente beschrijving van de aard en de ernst van de stoornis door een deskundig lid van de commissie voor de begeleiding en een onderbouwing dat het om een evident stabiel kindkenmerk gaat. Een afschrift van het toelatingsbesluit dat opgesteld is bij eerste toelating van de leerling wordt bijgevoegd. Voor leerlingen die voor 1 augustus 2003 ambulante begeleiding ontvingen zijn de eerste twee volzinnen van overeenkomstige toepassing. 3 artikel 12 artikel 13 De verklaring waaruit een ernstige structurele beperking in de onderwijsparticipatie blijkt zoals bedoeld inen waaruit blijkt dat de zorg zoals bedoeld inontoereikend is, kan in de gevallen, bedoeld in het eerste en tweede lid, bestaan uit de evaluatie van het handelingsplan samen met het rapport waarin de commissie voor de begeleiding of de reguliere school met de ambulant begeleider de beperking in de onderwijsparticipatie vaststelt en de zorg die de leerling nodig heeft om aan onderwijs deel te kunnen nemen beschrijft. 2005 6 20-04-2005 08-04-2005 PO/ZO-2005/13437 2005 13 27-07-2005 13-07-2005 PO/ZO-2005/27500 29-07-2005
Artikel 18 — Artikel 18 Model aanmeldingsformulier#
Artikel 18 Model aanmeldingsformulier artikel 28c, vierde lid, van de wet bijlage A Het model aanmeldingsformulier, bedoeld inis het invan deze regeling opgenomen model. 2005 6 20-04-2005 08-04-2005 PO/ZO-2005/13437 2005 13 27-07-2005 13-07-2005 PO/ZO-2005/27500 29-07-2005
Artikel 19 — Artikel 19 Gegevens en verklaringen#
Artikel 19 Gegevens en verklaringen 1 artikel 28c, vierde lid, van de wet artikelen 3 tot en met 13 De gegevens en verklaringen die bij het aanmeldingsformulier worden gevoegd, bedoeld inzijn de toepasselijke onderzoeksgegevens en het onderwijskundig rapport, bedoeld in de afzonderlijkevan deze regeling. 2 De gegevens en verklaringen, bedoeld in het eerste lid, hoeven niet bij het aanmeldingsformulier te worden gevoegd voor zover de ouders, voogden of verzorgers van een leerling toestemming geven aan de commissie voor de indicatiestelling of de instantie binnen het regionaal expertisecentrum die de ouders bij de aanmelding begeleidt deze op te vragen bij degene die het onderzoek heeft verricht of het rapport heeft opgesteld. 2005 6 20-04-2005 08-04-2005 PO/ZO-2005/13437 2005 13 27-07-2005 13-07-2005 PO/ZO-2005/27500 29-07-2005
Artikel 20 — Artikel 20 Bekendmaking#
Artikel 20 Bekendmaking www.cfi.nl www.lcti.nl hoofdstukken 1 2 3 Deze regeling wordt bekendgemaakt in het Gele Katern, voor wat betreft het model aanmeldingsformulier ook open open voor wat betreft de,en, onder gelijktijdige overlegging aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Van de bekendmaking wordt mededeling gedaan in de Staatscourant. 2005 6 20-04-2005 08-04-2005 PO/ZO-2005/13437 2005 13 27-07-2005 13-07-2005 PO/ZO-2005/27500 29-07-2005
Artikel 21 — Artikel 21 Inwerkingtreding#
Artikel 21 Inwerkingtreding Deze regeling treedt niet eerder in werking dan nadat vier weken zijn verstreken na het overleggen aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal en gedurende die termijn niet door of namens de Kamer de wens tot overleg over de regeling te kennen wordt gegeven dan wel met de Tweede Kamer overleg is gevoerd. 2005 6 20-04-2005 08-04-2005 PO/ZO-2005/13437 2005 13 27-07-2005 13-07-2005 PO/ZO-2005/27500 29-07-2005
Artikel 22 — Artikel 22 Intrekking voorgaande regeling#
Artikel 22 Intrekking voorgaande regeling Regeling indicatiecriteria en aanmeldingsgegevens leerlinggebonden financiering Dewordt ingetrokken op het tijdstip dat deze regeling in werking treedt. 2005 6 20-04-2005 08-04-2005 PO/ZO-2005/13437 2005 13 27-07-2005 13-07-2005 PO/ZO-2005/27500 29-07-2005
Artikel 23 — Artikel 23 Citeertitel#
Artikel 23 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling indicatiecriteria en aanmeldingsformulier leerlinggebonden financiering. 2005 6 20-04-2005 08-04-2005 PO/ZO-2005/13437 2005 13 27-07-2005 13-07-2005 PO/ZO-2005/27500 29-07-2005