Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 16 december 2005, Directie Sociale Verzekeringen, nr. SV/R&S/05/102807, houdende regels met betrekking tot de indicatiestelling door CWI ten behoeve van de reïntegratie-instrumenten no risk polis Ziektewet en premiekorting (Regeling indicatiestelling no risk polis en premiekorting CWI)
- BWB-id
- BWBR0019296
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Geldigheid
- 2012-01-01 t/m 2016-06-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0019296
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2005/regeling-indicatiestelling-no-risk-polis-en-premiekorting-uw
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2005/regeling-indicatiestelling-no-risk-polis-en-premiekorting-uw/2012-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0019296&g=2012-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0019296&z=2026-06-06&g=2012-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0019296/2012-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2005/regeling-indicatiestelling-no-risk-polis-en-premiekorting-uw
Artikel 1 — Artikel 1 Algemene begrippen#
Artikel 1 Algemene begrippen Voor de toepassing van de regeling wordt verstaan onder: artikel 29b, negende lid, van de Ziektewet artikel 49, derde lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen aanvraag: het verzoek van een college van burgemeester en wethouders, bedoeld inen; hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen UWV: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in; artikelen 29b, tweede lid, van de Ziektewet 49, eerste lid, onderdeel d, van de Wet financiering sociale verzekeringen indicatiestelling: het oordeel van het UWV omtrent de aanwezigheid van een structurele functionele beperking, bedoeld in deen; artikel 29b, tweede lid, van de Ziektewet no risk polis: het recht op ziekengeld van de werknemer, bedoeld in; artikel 49, eerste lid, aanhef, van de Wet financiering sociale verzekeringen artikel 49, eerste lid, onderdeel d, van de Wet financiering sociale verzekeringen premiekorting: de korting, bedoeld inten behoeve van de werknemer, bedoeld in; Wet financiering sociale verzekeringen Wfsv:; Wet werk en bijstand WWB:; Ziektewet ZW:. 2011 23513 23-12-2011 21-12-2011 IVV/I/11/22913 2011 651 29-12-2011 22-12-2011 01-01-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel II van de Wijzigingswet werk en bijstand, enz. (bevordering deelname aan arbeidsmarkt en vergroting eigen verantwoordelijkheid uitkeringsgerechtigden) (Stb. 2011/650) in werking treedt.
Artikel 2 — Artikel 2 Deskundige(n)verklaring#
Artikel 2 Deskundige(n)verklaring 1 artikel 29b, tweede lid, van de ZW artikel 49, eerste lid, onderdeel d, van de Wfsv De aanvraag gaat vergezeld van een verklaring van een of meer deskundigen dat de persoon op wie de aanvraag betrekking heeft een structurele functionele beperking heeft als bedoeld inen. De verklaring, bedoeld in eerste zin, vermeldt de gronden waarop het deskundigenoordeel berust. 2 Uit de verklaring, bedoeld in het eerste lid, blijkt dat deze tot stand is gekomen met inachtneming van het Protocol Indicatiestelling WIA gemeentelijke doelgroep. 3 Het onderzoek waarop de verklaring, bedoeld in het eerste lid, is gebaseerd heeft niet langer dan zes maanden voorafgaand aan de datum waarop die verklaring wordt afgegeven, plaatsgevonden. 4 De aanvraag geschiedt slechts indien de persoon op wie de aanvraag betrekking heeft daarvoor toestemming heeft gegeven. 2005 249 22-12-2005 16-12-2005 SV/R&S/05/102807 2005 249 22-12-2005 16-12-2005 SV/R&S/05/102807 29-12-2005
Artikel 3 — Artikel 3 Deskundigen#
Artikel 3 Deskundigen 1 artikel 2 Onder deskundigen als bedoeld inworden verstaan: a. artsen die staan ingeschreven in het register van Sociaal Geneeskundigen, bij de tak arbeids- en bedrijfsgeneeskunde, dan wel bij de tak verzekeringsgeneeskunde of in het register sociale geneeskunde, bij de hoofdstroom arbeid en gezondheid, van de Sociaal-Geneeskundige Registratiecommissie van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot bevordering van de Geneeskunst; b. artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg psychologen die staan ingeschreven als Psycholoog NIP in het register van het Nederlands Instituut van Psychologen, dan wel als gezondheidszorgpsycholoog in het register, bedoeld in, en indien zij beschikken over gerichte kennis en ervaring op het gebied van psychodiagnostiek; c. arbeidskundigen die in het bezit zijn van een getuigschrift van een opleiding techniek van een op grond van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek bekostigde instelling alsmede van een applicatiecursus VOA-3 van VOA, Vereniging voor bedrijfskunde te Woerden, en ervaring in proces- en arbeidsanalyse hebben; d. Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek arbeidsdeskundigen die in het bezit zijn van een getuigschrift arbeidsdeskundige van een op grond van deerkende instelling en beschikt over kennis en ervaring in de proces- en arbeidsanalyse; e. arbeidsdeskundigen die in dienst zijn bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de opleiding tot arbeidsdeskundige in de sociale verzekeringen met goed gevolg hebben afgesloten; f. artikel 2.7, eerste lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit arbeids- en organisatiedeskundigen als bedoeld in. 2 Een persoon die een opleiding volgt met het oogmerk aan de criteria, genoemd in de onderdelen a tot en met f van het eerste lid, te voldoen en reeds werkzaam is in het desbetreffende beroep wordt als deskundige aangemerkt. 3 artikel 2 Een deskundige legt de verklaring, bedoeld in, af voorzover zijn specifieke deskundigheid dit toelaat. 2005 249 22-12-2005 16-12-2005 SV/R&S/05/102807 2005 249 22-12-2005 16-12-2005 SV/R&S/05/102807 29-12-2005
Artikel 4 — Artikel 4 Voorwaarden#
Artikel 4 Voorwaarden 1 Het UWV verstrekt de indicatiestelling indien: a. de persoon, op wie de indicatiestelling betrekking heeft, op het moment van de indicatiestelling ten minste twee jaar als werkzoekende bij het UWV is geregistreerd, waarbij deze termijn wordt geacht niet te zijn onderbroken indien hij: 1°. gedurende perioden van korter dan drie maanden in verband met het verrichten van arbeid niet als werkzoekende bij het UWV was geregistreerd; of 2°. artikel 9, tweede lid, van de WWB artikel 9, eerste lid, van de WWB gedurende een periode korter dan twee jaar in verband met ziekte of gebrek op grond vanis ontheven van de verplichting, bedoeld in; b. een college van burgemeester en wethouders ten minste twee jaar verantwoordelijk is geweest voor de ondersteuning bij arbeidsinschakeling van de persoon, op wie de indicatiestelling betrekking heeft, waarbij deze termijn wordt geacht niet te zijn onderbroken indien: 1°. de onderbreking van de verantwoordelijkheid korter dan drie maanden in verband met het verrichten van arbeid heeft geduurd; of 2°. artikel 9, tweede lid, van de WWB artikel 9, eerste lid, van de WWB de oorzaak van de onderbreking van de verantwoordelijkheid is gelegen in het feit dat betrokkene gedurende een periode korter dan twee jaar in verband met ziekte of gebrek op grond vanis ontheven van de verplichting, bedoeld in; en c. voldoende aannemelijk is dat de persoon, op wie de indicatiestelling betrekking heeft, als gevolg van ziekte of gebrek geen functie met een werktijd van meer dan 65% van een reguliere voltijdfunctie met een werktijd van 40 uur per week kan vervullen. 2 artikel 9, tweede lid, van de WWB De persoon op wie de indicatiestelling betrekking heeft wordt geacht te voldoen aan de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, indien hij gedurende ten minste twee jaar in verband met ziekte of gebrek op grond vanonafgebroken is ontheven van de verplichting, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de WWB. 3 Indien de onderbreking van de termijn, bedoeld in het eerst lid, onderdeel a, aanhef, worden de termijnen van registratie bij het UWV voor en na de onderbreking samengeteld ten behoeve van de vaststelling van de termijn, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, aanhef. a. artikel 9, tweede lid, van de WWB verband houdt met het verrichten van arbeid en langer dan drie maanden duurt en geen verband houdt met ziekte of gebrek, waarvoor op grond vanontheffing is verleend van de verplichting, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de WWB, of b. artikel 9, tweede lid, van de WWB geen verband houdt met het verrichten van arbeid of met ziekte of gebrek, waarvoor op grond vanontheffing is verleend van de verplichting, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de WWB, 4 Indien de onderbreking van de termijn, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, aanhef, a. artikel 9, tweede lid, van de WWB verband houdt met het verrichten van arbeid en langer dan drie maanden duurt en geen verband houdt met ziekte of gebrek, waarvoor op grond vanontheffing is verleend van de verplichting, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de WWB, of b. artikel 9, tweede lid, van de WWB geen verband houdt met het verrichten van arbeid of met ziekte of gebrek, waarvoor op grond vanontheffing is verleend van de verplichting, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de WWB, worden de termijnen waarin een college van burgemeester en wethouders verantwoordelijk was voor de ondersteuning bij arbeidsinschakeling van de betrokken persoon voor en na de onderbreking samengesteld ten behoeve van de vaststelling van de termijn, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, aanhef. 2011 23513 23-12-2011 21-12-2011 IVV/I/11/22913 2011 651 29-12-2011 22-12-2011 01-01-2012 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel II van de Wijzigingswet werk en bijstand, enz. (bevordering deelname aan arbeidsmarkt en vergroting eigen verantwoordelijkheid uitkeringsgerechtigden) (Stb. 2011/650) in werking treedt.
Artikel 5 — Artikel 5 Geldigheid indicatiestelling#
Artikel 5 Geldigheid indicatiestelling De indicatiestelling is geldig vanaf de datum van het besluit tot vijf jaar na die datum. 2005 249 22-12-2005 16-12-2005 SV/R&S/05/102807 2005 249 22-12-2005 16-12-2005 SV/R&S/05/102807 29-12-2005
Artikel 6 — Artikel 6 Datum indicatiestelling#
Artikel 6 Datum indicatiestelling artikel 5 In het besluit met betrekking tot de indicatiestelling vermeldt het UWV de datum waarop de geldigheid van de indicatiestelling op grond vaneindigt. 2008 253 31-12-2008 23-12-2008 UB/S/2008/34777 2008 253 31-12-2008 23-12-2008 UB/S/2008/34777 01-01-2009
Artikel 6a — Artikel 6a Pilot no risk polis en premiekorting#
Artikel 6a Pilot no risk polis en premiekorting Vervallen 2006 20 27-01-2006 24-01-2006 SV/R&S/06/5573 2006 20 27-01-2006 24-01-2006 SV/R&S/06/5573 31-01-2007
Artikel 7 — Artikel 7 Inwerkingtreding#
Artikel 7 Inwerkingtreding 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van 29 december 2005. 2 Artikel 6a vervalt met ingang van 31 januari 2007. 2006 20 27-01-2006 24-01-2006 SV/R&S/06/5573 2006 20 27-01-2006 24-01-2006 SV/R&S/06/5573 31-01-2006
Artikel 8 — Artikel 8 Citeertitel#
Artikel 8 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling indicatiestelling no risk polis en premiekorting UWV. 2008 253 31-12-2008 23-12-2008 UB/S/2008/34777 2008 253 31-12-2008 23-12-2008 UB/S/2008/34777 01-01-2009