Regeling van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 14 december 2004, nr. KVI2004128141, houdende bepalingen met betrekking tot het bepalen en registreren van broeikasgasemissies ten behoeve van de implementatie van richtlijn nr. 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 13 oktober 2003 tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap en tot wijziging van Richtlijn 96/61/EG van de Raad (PbEU L 275) (Regeling monitoring handel in emissierechten)
- BWB-id
- BWBR0017699
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- 2012-07-01 t/m 2012-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0017699
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2005/regeling-monitoring-handel-in-emissierechten
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2005/regeling-monitoring-handel-in-emissierechten/2012-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0017699&g=2012-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0017699&z=2026-06-06&g=2012-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0017699/2012-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2005/regeling-monitoring-handel-in-emissierechten
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen 1 artikelen 16.6, tweede en derde lid 16.11a, tweede lid 16.12, derde lid 16.13a 16.21 16.32, zesde lid 16.39b 16.39h artikel 16.11a, tweede lid 16.39i 16.39j, zevende lid artikel 16.49 Wet milieubeheer artikelen 5 16 van het Besluit handel in emissierechten Deze regeling berust op de,,,,,,,in verbinding met,,, alsmede opin verbinding met de voornoemde artikelen, voor zover van toepassing, van deen op deen. 2 In deze regeling wordt verstaan onder: Besluit handel in emissierechten besluit:; Besluit 2011/278/EU: Besluit 2011/278/EU van de Commissie van 27 april 2011 tot vaststelling van een voor de hele Unie geldende overgangsregeling voor de geharmoniseerde kosteloze toewijzing van emissierechten overeenkomstig artikel 10 bis van Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad (PbEU L 130); Minister: Minister van Infrastructuur en Milieu; non-conformiteit: elke handeling of nalatigheid, bedoeld of onbedoeld, in de inrichting die in strijd is met de voorschriften van het monitoringsplan; onjuiste opgave: omissie, verkeerde voorstelling of fout in het emissieverslag, met uitzondering van de toelaatbare onzekerheid; 3 standaardomstandigheden: omstandigheden met een temperatuur van 273,15 K en een druk van 101,325 Pa ter bepaling van een kubieke meter normaal (Nm), waarbij het vochtgehalte 0% is; subinstallatie: productenbenchmark-, warmtebenchmark-, brandstofbenchmark- of procesemissiesubinstallatie als bedoeld in artikel 6 in verbinding met artikel 3, onderdeel b, c, d of h, van Besluit 2011/278/EU. 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 01-07-2012
Artikel 1a — Artikel 1a Toepassingsbereik#
Artikel 1a Toepassingsbereik afdeling 16.2.1 van de wet Deze afdeling heeft het toepassingsbereik van. 2010 2489 19-02-2010 05-02-2010 BJZ2010001891 2010 61 23-02-2010 10-02-2010 24-02-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel b, onderdeel 16 van de Wijzigingswet Wet milieubeheer, enz. (implementatie richtlijn nr. 2008/101/EG (handel in emissierechten luchtvaart))(Stb. 2010/31) in werking treedt.
Artikel 2 — Artikel 2 Begripsbepalingen#
Artikel 2 Begripsbepalingen 1 Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder: - activiteitsgegevens: gegevens over het gebruik en verbruik van de bronstromen; - biobrandstof: biomassa bij de verbranding ten behoeve van energieopwekking; - biomassa: bijlage VII waarbij onder biomassa in ieder geval de materialen in de bij deze regeling behorendeworden verstaan, met uitzondering van turf en fossiele fracties; 1°. niet-gefossiliseerd en biologisch afbreekbaar organisch materiaal dat afkomstig is van planten, dieren en micro-organismen; 2°. niet-gefossiliseerd en biologisch afbreekbaar organisch materiaal van producten, bijproducten, reststoffen en afvalstoffen afkomstig van landbouw, bosbouw en verwante bedrijfstakken; 3°. niet-gefossiliseerde en biologisch afbreekbare organische fracties van industriële en huishoudelijke afvalstoffen, of gassen en vloeistoffen die zijn gewonnen bij de ontbinding van niet-gefossiliseerd en biologisch afbreekbaar organisch materiaal, - biomassafractie: massapercentage brandbaar biomassakoolstof in de totale massa koolstof in een monster; - 2 bron: binnen een inrichting afzonderlijk aanwijsbaar emissiepunt van waaruit CO-emissies plaatsvinden; - 2 bronstroom: specifiek brandstoftype, specifieke grondstof of specifiek product waarvan het verbruik of de productie aanleiding geeft tot CO-emissies uit een of meer bronnen, waarbij een onderscheid gemaakt kan worden tussen: 1°. de minimis-bronstromen; 2°. kleine bronstromen; 3°. grote bronstromen; - commercieel verhandelbare brandstoffen: brandstoffen met een gespecificeerde samenstelling die regelmatig en vrij worden verhandeld, voor zover de partij in kwestie tussen economisch autonome entiteiten werd verhandeld, met inbegrip van alle commercieel verhandelbare standaardbrandstoffen, aardgas, lichte en zware stookolie, steenkool en petroleumcokes; - commercieel verhandelbare materialen: materialen met een vaste samenstelling die regelmatig en vrij worden verhandeld, voor zover de partij in kwestie tussen economische autonome entiteiten werd verhandeld; - commercieel verhandelbare standaardbrandstoffen: internationaal gestandaardiseerde commercieel verhandelbare brandstoffen, waarvoor het 95%-betrouwbaarheidsinterval van de gespecificeerde calorische waarde ten hoogste 1% bedraagt; - 2 conservatief: gebaseerd op een nader in het monitoringsplan omschreven reeks aannames die garanderen dat de CO-emissies niet worden onderschat; - continue meetmethode: reeks handelingen die ten doel heeft de waarde van een grootheid te bepalen door middel van periodieke metingen die meerdere keren per uur plaatsvinden, waarbij hetzij in situ metingen in de schoorsteen, hetzij een extractieprocedure met een nabij de schoorsteen aangebracht meetinstrument worden gebruikt, met uitzondering van methoden die gebaseerd zijn op metingen aan monsters die individueel aan de schoorsteen worden onttrokken; - 2 CO-eenheid: vaste eenheid binnen de inrichting die een procesemissie of een verbrandingsemisie in de lucht veroorzaakt met inbegrip van de bij die eenheid behorende voorzieningen voor de reiniging van rookgas; - 2 2 bijlage I CO-installatie: broeikasgasinstallatie waarin activiteiten worden verricht die een emissie van COin de lucht veroorzaken en die zijn genoemd in de bij het besluit behorende; - de minimis-bronstromen: door degene die de inrichting drijft, geselecteerde kleine bronstromen die: waarbij het criterium dat de hoogste absolute emissiewaarde oplevert, bepalend is; 1°. 2 gezamenlijk een kiloton of minder fossiel COper kalenderjaar uitstoten, of 2°. 2 2 2 2 minder dan 2% vertegenwoordigen van de totale jaarlijkse emissies van fossiel COvan de CO-installatie vóór aftrek van het overgedragen COtot een totaal maximum van 20 kiloton fossiel COper kalenderjaar, - 2 2 eindmaterialen: producten en bijproducten van een CO-installatie waarbij in die producten en bijproducten COwordt gebonden; - 2 2 2 2 2 3 3 emissiefactor: factor die is gebaseerd op het koolstofgehalte, uitgedrukt als tCO/TJ, of overeenkomstig bijlage III.2 onder paragraaf 2.1, onder 1, uitgedrukt als tCO/t of tCO/ Nmvoor verbrandingsemissies en uitgedrukt als tCO/t of tCO/ Nmvoor procesemissies; - 2 energiebalansmethode: methode ter schatting van de hoeveelheid energie die in een CO-eenheid met verbrandingsemissies als brandstof wordt gebruikt, waarbij deze hoeveelheid wordt berekend als de som van de nuttige warmte en alle relevante energieverliezen door straling en overdracht en via de rookgassen; - 2 2 inherent CO: COdat deel uitmaakt van een brandstof; - kalibratie: reeks handelingen waarbij onder gespecificeerde voorwaarden het verband wordt vastgesteld tussen de waarden die worden aangegeven door een meetinstrument of een meetsysteem of de waarden belichaamd in een materiële maatstaf of een referentiemateriaal, en de overeenkomstige waarden, welke een grootheid aanneemt in een referentiestandaard en het meetinstrument of het meetsysteem alsmede de correcties voor dit verband; - 2 2 2 2 2 kleine bronstromen: door degene die de inrichting drijft, geselecteerde bronstromen die gezamenlijk 5 kiloton of minder fossiel COper kalenderjaar uitstoten of die minder dan 10% van de totale jaarlijkse emissies van fossiel COvan de CO-installatie vóór aftrek van het overgedragen COvertegenwoordigen tot een totaal maximum van 100 kiloton fossiel COper kalenderjaar, waarbij het criterium dat de hoogste absolute emissiewaarde oplevert, bepalend is; - 2 2 monitoringsmethodiek: het geheel van de methoden dat door degene die een inrichting drijft, wordt gebruikt om per bron of bronstroom de jaarvracht van de COvan een CO-installatie te bepalen; - niveau: indeling van een specifieke methodiek in een hiërarchisch opgezette reeks van nauwkeurigheden waarmee activiteitsgegevens, emissiefactoren en oxidatie- of conversiefactoren worden vastgesteld; - onzekerheid: e en op basis van systematische en toevalsfactoren berekend betrouwbaarheidsinterval dat aangeeft binnen welke grenzen ten opzichte van het meetresultaat of het gemiddelde van meerdere meetresultaten de werkelijke waarde van de gemeten grootheid ligt; - 2 oxidatie- of conversiefactor: fractie van de theoretische COdie daadwerkelijk wordt geëmitteerd; - partij: hoeveelheid brandstof of materiaal die hetzij in één keer, hetzij continu gedurende een bepaald tijdsverloop wordt verbruikt en gebruikt. - 2 procesemissie: emissie van CO, niet zijnde een verbrandingsemissie, die optreedt ten gevolge van bedoelde of onbedoelde reacties tussen stoffen, of de transformatie daarvan, waaronder de chemische of elektrolytische reductie van metaalertsen, de thermische ontbinding van stoffen en de vorming van stoffen bedoeld om te worden gebruikt als product of als grondstof; - variabelen: de hoeveelheid van de bronstroom, de calorische onderwaarde, de emissiefactor, het koolstofgehalte, de biomassafractie, de samenstellingsgegevens, de oxidatiefactor en de conversiefactor; - 2 verbrandingsemissie: emissie van COdie plaatsvindt bij de exotherme reactie van een brandstof met zuurstof; - zuiver: kwalificatie die aangeeft dat bij toepassing op stoffen het materiaal of de brandstof voor ten minste 97% op massabasis bestaat uit de genoemde stof of het genoemde element, overeenstemmend met de handelsindeling ‘purum’ en bij toepassing op biomassa de totale massa koolstof in het materiaal of de brandstof voor ten minste 97% bestaat uit biomassakoolstof. 2 2 2 Voorzover dat niet reeds in het eerste lid is aangegeven, hebben de in het eerste lid gehanteerde begrippen betrekking op COen de emissies van CO. 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 01-07-2012
Artikel 3 — Artikel 3 Aanvraag vergunning, wijziging, aanvulling of intrekking#
Artikel 3 Aanvraag vergunning, wijziging, aanvulling of intrekking 1 artikel 16.5, eerste lid, van de wet artikel 16.20a van de wet De aanvraag om een vergunning krachtensof de aanvraag tot wijziging, aanvulling of intrekking van een vergunning, bedoeld in, wordt gedaan door of namens degene die de inrichting drijft, waarop de aanvraag betrekking heeft. 2 De aanvraag wordt schriftelijk bij het bestuur van de emissieautoriteit ingediend. 3 artikelen 3a 4 Als onderdeel van de aanvraag, bedoeld in het tweede lid, met uitzondering van de aanvraag om intrekking van de vergunning of de aanvraag tot wijziging van een aan de vergunning verbonden voorschrift, wordt een monitoringsplan ingediend, dat voldoet aan de eisen, gesteld in deen. 2007 154 13-08-2007 23-07-2007 KvI2007070878 2007 154 13-08-2007 23-07-2007 KvI2007070878 15-08-2007
Artikel 3a — Artikel 3a Inhoud monitoringsplan algemeen#
Artikel 3a Inhoud monitoringsplan algemeen 1 artikel 16.5, eerste lid, van de wet Indien de aanvraag om een vergunning betrekking heeft op het in werking hebben van een inrichting als bedoeld in, vermeldt de aanvrager in het monitoringsplan voor de inrichting waarop de aanvraag betrekking heeft, in elk geval de volgende gegevens: a. de beoogde houder van de vergunning; b. de naam, het adres en de ligging van de inrichting; c. de naam van de contactpersoon van het bestuursorgaan dat bevoegd is een omgevingsvergunning voor de inrichting te verlenen; d. 2 de indeling, de activiteiten en de processen in de inrichting, voor zover die redelijkerwijs van belang kunnen zijn voor de CO-emissies in de lucht die daardoor kunnen worden veroorzaakt; e. 2 de wijze waarop in het emissieverslag verslag wordt gedaan van de CO-jaarvracht en de gegevens betreffende het brandstofverbruik, het grondstofverbruik en de productie en de wijze waarop deze gegevens worden verkregen; f. een overzicht van de beschikbaarheid en de vakbekwaamheid van de personen die met de uitvoering van het monitoringsplan en de controle op de naleving daarvan worden belast en de wijze waarop taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden zijn verdeeld tussen deze personen; g. artikel 17 artikel 17, derde lid de wijze waarop de werkzaamheden, bedoeld in, door een meetinstantie worden verricht, en indien, van toepassing is: een lijst en beschrijving van de niet-geaccrediteerde meetinstanties, waarbij in de beschrijving wordt aangegeven dat de meetinstanties werken conform de eisen van de geaccrediteerde meetinstanties; h. een beschrijving van de operationele procedures binnen de inrichting, die betrekking hebben op: 1°. paragaaf 2.1.5 de wijze waarop bedrijfsinterne validatie van de meetinstrumenten plaatsvindt, overeenkomstig; 2°. paragraaf 2.1.6 de wijze waarop wordt gewaarborgd dat de uitvoering van het monitoringsplan op een zorgvuldige wijze plaatsvindt, overeenkomstig; i. een beschrijving van de procedure waarin aan de hand van een schematische weergave alle operationele activiteiten zijn opgenomen waaronder het meten, bewerken en opslaan van gegevens, het opstellen van het emissieverslag, de verificatie daarvan en het verzenden van het emissieverslag aan het bestuur van de emissieautoriteit; j. de werkomschrijvingen van de activiteiten, bedoeld onder j, die in het kader van de uitvoering van het monitoringsplan plaatsvinden; k. artikel 8, tweede lid een aanduiding of een melding is gedaan overeenkomstig; l. de datum waarop het monitoringsplan is opgesteld en het versienummer daarvan. 2 In het monitoringsplan vermeldt de aanvrager tevens een beschrijving alsmede een schematische weergave van: a. 2 de CO-installatie die zich in de inrichting bevindt, en de afbakening daarvan binnen de inrichting; b. de naam, de identificatie en het identificatienummer van de bronstromen binnen de inrichting; c. 2 de naam, de identificatie en het identificatienummer van de CO-eenheden die zich binnen de inrichting bevinden; d. de herkomst van de bronstromen; e. 2 de verdeling van de bronstromen over de CO-eenheden binnen de inrichting; f. artikel 6, tweede lid indien een continue meetmethode als bedoeld in, wordt toegepast: de naam en het identificatienummer van de bronnen die zich binnen de inrichting bevinden; g. 2 de aansluiting van de bronnen die zich binnen de inrichting bevinden op de CO-eenheden; h. 2 de locatie, de naam, de identificatie en het identificatienummer van de meetinstrumenten die relevant zijn voor de bepaling van CO-emissies; i. 2 het afzonderlijke en het totale thermisch vermogen van alle CO-eenheden met verbrandingsemissies binnen de inrichting; j. 2 de afzonderlijke en de totale productiecapaciteit van alle CO-eenheden met procesemissies binnen de inrichting. 3 artikel 3 Indien in het monitoringsplan ter onderbouwing van de gevraagde gegevens, bedoeld in het eerste en tweede lid en in, verwijzingen zijn opgenomen, zijn deze verwijzingen traceerbaar en verifieerbaar. 4 artikel 16.49, eerste lid, van de wet artikel 16.5, eerste lid artikel 16.5, tweede lid, van de wet artikelen 36 37 Indien de houder van een vergunning krachtenseen uitbreiding van de vergunning krachtens, in verbinding metaanvraagt, bevat het monitoringsplan tevens de gegevens, bedoeld in deen. 5 paragraaf 2.1.3 paragraaf 2.1.5 Indien degene die een inrichting drijft, op het moment van de indiening van het monitoringsplan nog niet volledig aan de meetvoorschriften, bedoeld in, of de voorschriften inzake de kwaliteitsborging van de metingen, bedoeld in, kan voldoen omdat dit technisch niet haalbaar is of tot onredelijke kosten leidt, worden de technische niet-haalbaarheid van bedoelde voorschriften of de onredelijke kosten ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit aangetoond in het monitoringsplan. Hiertoe wordt in het monitoringsplan aangegeven: a. de reden waarom degene die een inrichting drijft, niet volledig aan bedoelde meetvoorschriften onderscheidenlijk de voorschriften inzake de kwaliteitsborging van de metingen kan voldoen, alsmede de onderbouwing daarvan; b. het tijdstip en de wijze waarop degene die een inrichting drijft, wel volledig aan bedoelde meetvoorschriften onderscheidenlijk de voorschriften inzake de kwaliteitsborging van de metingen, zal voldoen; c. 2 de wijze waarop de jaarvracht van COwordt bepaald in de periode waarin nog niet volledig aan bedoelde meetvoorschriften onderscheidenlijk de voorschriften inzake de kwaliteitsborging van de metingen wordt voldaan. 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 01-07-2012
Artikel 4 — Artikel 4 2 Invulling monitoringsplan voor de CO-installatie#
Artikel 4 2 Invulling monitoringsplan voor de CO-installatie artikel 3a 2 Onverminderdwordt in het monitoringsplan tevens afzonderlijk voor de CO-installatie die zich in de inrichting bevindt, vermeld: a. 2 2 de te monitoren bronstromen of CO-eenheden binnen de CO-installatie alsmede de naam, de identificatie en het identificatienummer; b. artikel 6, tweede lid 2 indien een continue meetmethode als bedoeld in, wordt toegepast: de naam en het identificatienummer van de bronnen die zich binnen de CO-installatie bevinden; c. 2 2 het thermisch vermogen van CO-eenheden met verbrandingsemissies binnen de CO-installatie; d. 2 2 de productiecapaciteit van CO-eenheden met procesemissies binnen de CO-installatie; e. 2 bijlage IV de klassenbepaling van de CO-installatie, bedoeld in de bij deze regeling behorende; f. artikel 4a, derde lid artikel 9a, tweede lid 2 2 2 indien, of, van toepassing is: de geschatte omvang van de CO-emissies per bronstroom en de geschatte omvang van de CO-emissies van de CO-installatie, uitgedrukt in absolute waarden en percentages van de totale emissies; g. 2 de wijze waarop met behulp van berekening of meting de totale CO-jaarvracht wordt bepaald, alsmede de gehanteerde formules; h. 2 de methode waarmee per bronstroom de CO-emissies worden berekend met inbegrip van de gehanteerde formule en de onderbouwing van de formule; i. 2 de methode waarmee per bron de CO-emissies worden gemeten alsmede een onderbouwing van deze methode; j. de wijze waarop de onder g, h en i bedoelde gegevens worden verkregen, geregistreerd en bewaard; k. 2 bij berekening van de CO-emissies: een overzicht van de vereiste, toegepaste en behaalde niveaus, alsmede een onderbouwing van de toegepaste niveaus; l. 2 een beschrijving van de invoergegevens die voor de berekeningsformules of de correlatiemodellen ter bepaling van de CO-jaarvracht worden gebruikt; m. een beschrijving van de meetsystemen en een specificatie met inbegrip van de typen, het meetprincipe, het meetbereik en de specifieke locatie van de meetinstrumenten, die voor elke te monitoren bronstroom worden gebruikt; n. artikel 6, tweede lid indien een continue meetmethode als bedoeld in, wordt toegepast: een overzicht van de vereiste, toegepaste en behaalde niveaus alsmede een onderbouwing van de toegepaste niveaus; o. een beschrijving van de systemen en elementen voor continue meting, ten minste bestaande uit de meetpunten, de meetfrequentie, de gebruikte apparatuur, de kalibratieprocedures, de procedures voor gegevensverzameling en opslag van deze gegevens, de procedure voor de bepaling van ontbrekende gegevens, alsmede de methode die wordt gevolgd om de resultaten van de continue metingen te controleren; p. de methode om voor de bemonstering van elke bronstroom de calorische onderwaarde, het koolstofgehalte, de emissiefactoren, de oxidatie- en conversiefactor en het biomassagehalte te bepalen; q. de analysemethoden of informatiebronnen om voor elke bronstroom de calorische onderwaarde, het koolstofgehalte, de emissiefactoren, de oxidatie- en conversiefactor of de biomassafractie te bepalen; r. de gegevens waaruit blijkt dat de toepasselijke onzekerheidsniveaus voor de variabelen voor elke bronstroom worden nageleefd; s. artikel 12b indien de methode, bedoeld inwordt toegepast: de methode en de onzekerheidsanalyse; t. indien van toepassing: koppelingen met activiteiten die plaatsvinden in het kader van het communautair milieubeheer- en milieuauditsysteem (EMAS), dan wel een ander intern milieuzorgsysteem; u. artikel 13 2 indien toepassing wordt gegeven aan, eerste lid: de onderbouwing van de monitoringsmethodiek van de COdie wordt overgedragen. 2007 154 13-08-2007 23-07-2007 KvI2007070878 2007 154 13-08-2007 23-07-2007 KvI2007070878 01-01-2008 Abusievelijk is een wijziging geformuleerd die niet kan worden doorgevoerd.
Artikel 4a — Artikel 4a 2 2 Uitzondering eisen monitoringsplan voor CO-installaties met een lage CO-emissie#
Artikel 4a 2 2 Uitzondering eisen monitoringsplan voor CO-installaties met een lage CO-emissie 1 2 2 2 Voor inrichtingen waarbinnen zich een CO-installatie bevindt met een uitstoot per kalenderjaar van minder dan 25.000 ton fossiel CO, inclusief de overgedragen CO, gelden de volgende bepalingen: a. artikelen 3a, eerste lid, onder g en k 4, onder p tot en met t de, en, zijn niet van toepassing; b. artikel 3a, onder i, onder 1° , is niet van toepassing, op voorwaarde dat degene die de inrichting drijft, de kalibratiefrequentie en de verwijzing naar kalibratierapporten opneemt in het monitoringsplan; c. artikelen 7 15a artikel 27 degene die de inrichting drijft, mag in afwijking van deenvoor de bepaling van het verbruik van de bronstromen gebruik maken van de geregistreerde facturen overeenkomstigen geschatte voorraadwijzigingen, op voorwaarde dat de facturen beschikbaar zijn; d. artikel 15a degene die de inrichting drijft, mag zich in afwijking vanvoor de bepaling van de onzekerheid van de activiteitsgegevens baseren op de informatie die door de leverancier van de betrokken meetapparatuur is verstrekt, ongeacht de specifieke gebruiksomstandigheden. 2 2 2 Het eerste lid is van toepassing indien degene die de inrichting drijft, ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit kan aantonen dat de jaarvracht gedurende de voorgaande planperiode minder dan 25.000 ton fossiel CObedroeg , inclusief de overgedragen CO. 3 Het eerste lid is tevens van toepassing indien degene die de inrichting drijft, in gevallen waarin de gegevens over de voorgaande planperiode, bedoeld in het tweede lid: 2 2 ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit aan de hand van een conservatief onderbouwde schatting van de emissies aantoont dat de jaarvracht van de CO-installatie gedurende de eerstvolgende vijf jaren gemiddeld minder dan 25.000 ton fossiel COper kalenderjaar bedraagt. a. 2 niet representatief zijn voor de CO-jaarvracht in de lopende planperiode of b. niet beschikbaar zijn, 2008 97 23-05-2008 06-05-2008 KvI2008043222 2008 97 23-05-2008 06-05-2008 KvI2008043222 25-05-2008
Artikel 5 — Artikel 5 Model monitoringsplan#
Artikel 5 Model monitoringsplan 1 bijlage I Het monitoringsplan wordt opgesteld met gebruikmaking van het model, opgenomen in de bij deze regeling behorende. 2 Van dit model mag uitsluitend worden afgeweken indien de reden daarvoor ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit wordt gemotiveerd. 2007 154 13-08-2007 23-07-2007 KvI2007070878 2007 154 13-08-2007 23-07-2007 KvI2007070878 01-01-2008
Artikel 5a — Artikel 5a Verzoek tot intrekking vergunning#
Artikel 5a Verzoek tot intrekking vergunning Vervallen 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 01-07-2012
Artikel 6 — Artikel 6 2 Bepalen van de CO-emissies#
Artikel 6 2 Bepalen van de CO-emissies 1 2 2 2 bijlage II Degene die een inrichting drijft, bepaalt de CO-jaarvracht van de CO-installatie per bronstroom met gebruikmaking van de rekenmethode die voor deze CO-installatie ingevolge de bij deze regeling behorendevan toepassing is. 2 2 2 2 2 bijlage XII In afwijking van het eerste lid mag de CO-jaarvracht van de CO-installatie per bron worden bepaald door hantering van een continue meetmethode waarbij de CO-emissies van die bron worden vastgesteld door continue meting van de concentratie van de CO-emissies in het rookgas en het rookgasdebiet overeenkomstig de bij deze regeling behorende, indien ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit is aangetoond dat: a. met deze methode een grotere nauwkeurigheid wordt verkregen dan met de rekenmethode, bedoeld in het eerste lid, en onredelijke kosten kunnen worden vermeden; b. 2 voor de vergelijking tussen deze methode en de rekenmethode, bedoeld in het eerste lid, is uitgegaan van dezelfde combinatie van bronnen en bronstromen van CO-emissies. 2007 154 13-08-2007 23-07-2007 KvI2007070878 2007 154 13-08-2007 23-07-2007 KvI2007070878 01-01-2008 2007 154 13-08-2007 23-07-2007 KvI2007070878 2007 154 13-08-2007 23-07-2007 KvI2007070878 01-01-2008
Artikel 6a — Artikel 6a Continue meetmethode#
Artikel 6a Continue meetmethode 1 artikel 6, tweede lid bijlage XII, hoofdstuk XII.1 2 Indien een continue meetmethode, bedoeld in, wordt gehanteerd, past degene die de inrichting drijft, het hoogste niveau als bedoeld in de bij deze regeling behorende, toe op elke bron waarvan de CO-emissie met behulp van continue meting wordt bepaald. 2 Indien ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit is aangetoond dat het hoogste niveau, bedoeld in het eerste lid, technisch niet haalbaar is of leidt tot onredelijke kosten, mag voor de betrokken bron het eerstvolgende lagere niveau worden aangehouden. 3 bijlage XII, hoofdstuk XII.1 In afwijking van het eerste lid wordt voor de tweede planperiode, welke loopt van 1 januari 2008 tot en met 31 december 2012, ten minste niveau 2 van de bij deze regeling behorendetoegepast, tenzij dit technisch niet haalbaar is. 2007 154 13-08-2007 23-07-2007 KvI2007070878 2007 154 13-08-2007 23-07-2007 KvI2007070878 01-01-2008
Artikel 7 — Artikel 7 Bepaling activiteitgegevens#
Artikel 7 Bepaling activiteitgegevens 1 De activiteitsgegevens worden op jaarbasis verstrekt. 2 2 artikel 6, eerste lid bijlage III, hoofdstuk III.1 Indien de hoeveelheid van de bronstroom voor de berekening van de CO-emissies niet rechtstreeks kan worden bepaald door middel van een rekenmethode als bedoeld in, bepaalt degene die een inrichting drijft, de activiteitgegevens via een voorraadbalans overeenkomstig de bij deze regeling behorende. 3 2 In gevallen waarin ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit de bepaling van de jaarlijkse hoeveelheid van de bronstroom als bedoeld in het tweede lid voor een kalenderjaar technisch niet haalbaar is of tot onredelijke kosten zou leiden, mag degene die de inrichting drijft, de eerstvolgende werkdag die redelijkerwijs geëist kan worden, als grensdatum tussen twee opeenvolgende kalenderjaren hanteren, waarbij een onderschatting van de CO-jaarvracht wordt voorkomen. Een dergelijke afwijking, die kan gelden voor een of meer bronstromen, wordt: a. duidelijk geregistreerd, b. verdisconteerd in een waarde die representatief is voor het kalenderjaar en c. op consistente wijze in aanmerking genomen bij de bepaling van de jaarlijkse hoeveelheid van de bronstroom met betrekking tot het daaropvolgende kalenderjaar. 2007 154 13-08-2007 23-07-2007 KvI2007070878 2007 154 13-08-2007 23-07-2007 KvI2007070878 01-01-2008
Artikel 8 — Artikel 8 Bepaling emissiefactoren#
Artikel 8 Bepaling emissiefactoren 1 artikel 6, eerste lid bijlagen III, hoofdstuk III.2, V, hoofdstuk V.1 en V.3, en VI 2 Degene die een inrichting drijft, bepaalt de emissiefactor door middel van een rekenmethode die op grond van, van toepassing is op die CO-installatie overeenkomstig de bij deze regeling behorende. 2 2 2 In afwijking van het eerste lid, houdt degene die de inrichting drijft, in het geval van verbranding van aardgas in de inrichting, voor de bepaling van de CO-emissiefactor van CO-installaties van de klassen B en C, voor de tweede planperiode welke loopt van 1 januari 2008 tot en met 31 december 2012, de door de Minister aan het begin van elk kalenderjaar in de Staatscourant te publiceren waarde aan, indien degene die de inrichting drijft, zulks aan de Minister heeft gemeld. 3 2 In afwijking van het eerste lid mag degene die de inrichting drijft, in het geval van verbranding van aardgas in de inrichting, voor de bepaling van de emissiefactor van CO-installaties van klasse A voor de periode welke loopt van 1 januari 2008 tot en met 31 december 2012, de door de Minister aan het begin van elk kalenderjaar in de Staatscourant te publiceren waarde aanhouden. 4 paragraaf 1.2.2.1, onder de punten a2 en b, van de bij deze regeling behorende bijlage II In afwijking van het eerste lid is in geval van verbranding van aardgas als bedoeld in het tweede lidniet van toepassing. 5 paragrafen 1.2.2.2, 3.2.2.1, 4.2.2.1 en 5.2.2.1, van de bij deze regeling behorende bijlage II bijlage VI In geval van verbranding van aardgas als bedoeld in het tweede lid wordt, indien de massabalansmethode, bedoeld in dewordt toegepast, de waarde van aardgas gehanteerd die is vermeld in de bij deze regeling behorende. 6 artikel 16.5, eerste lid, van de wet artikel 16.5, eerste lid, van de wet De melding, bedoeld in het tweede lid, wordt gedaan uiterlijk op 15 oktober 2007 of, indien het gaat om een inrichting waarvoor het bepaalde inis gaan gelden na 15 oktober 2007, bij de aanvraag om een vergunning krachtens. 7 bijlage II Degene die een inrichting drijft, registreert alle informatie betreffende de toegepaste emissiefactoren, met inbegrip van de informatiebronnen over en de analyseresultaten van brandstoffen, uitgangsmaterialen en eindmaterialen, overeenkomstig de bij deze regeling behorende. 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 01-07-2012
Artikel 9 — Artikel 9 Bepaling oxidatie- of conversiefactoren#
Artikel 9 Bepaling oxidatie- of conversiefactoren 1 artikel 6, eerste lid bijlagen III, hoofdstuk III.3 en V, hoofdstuk V.2 2 Degene die een inrichting drijft, bepaalt de oxidatiefactor door middel van een rekenmethode, die op grond van, van toepassing is op die CO-installatie overeenkomstig de bij deze regeling behorende. 2 artikel 6, eerste lid bijlage III, hoofdstuk III.3 2 Degene die een inrichting drijft, bepaalt de conversiefactor door middel van een rekenmethode die op grond van, van toepassing is op die CO-installatie overeenkomstig de bij deze regeling behorende. 3 bijlage II Degene die een inrichting drijft, registreert alle relevante informatie betreffende de toegepaste oxidatie- of conversiefactoren, met inbegrip van de informatiebronnen over en de analyseresultaten van brandstoffen, uitgangsmaterialen en eindmaterialen, overeenkomstig de bij deze regeling behorende. 2005 101 30-05-2005 17-05-2005 KVI2005053257 2005 101 30-05-2005 17-05-2005 KVI2005053257 01-06-2005
Artikel 9a — Artikel 9a Klassenindeling#
Artikel 9a Klassenindeling 1 2 2 2 bijlage IV Voor het bepalen van de klasse van de CO-installatie, bedoeld in de bij deze regeling behorende, wordt voor de aftrek van de overgedragen COde gemiddelde hoeveelheid fossiele CO-emissies gehanteerd die de inrichting gedurende de voorgaande planperiode jaarlijks heeft veroorzaakt en daarover gerapporteerd in het emissieverslag. 2 2 2 2 2 2 bijlage IV Indien de gedurende de voorgaande planperiode veroorzaakte fossiele CO-emissies niet bekend zijn of de gerapporteerde CO-jaarvracht in het emissieverslag onjuist blijkt te zijn, maakt degene die de inrichting drijft, voor het bepalen van de klasse van de CO-installatie, bedoeld in de bij deze regeling behorende, ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit een conservatief onderbouwde schatting van de jaarlijkse hoeveelheid CO-emissies voor aftrek van de overgedragen hoeveelheid CO. 2007 154 13-08-2007 23-07-2007 KvI2007070878 2007 154 13-08-2007 23-07-2007 KvI2007070878 01-01-2008
Artikel 10 — Artikel 10 Te hanteren niveaus#
Artikel 10 Te hanteren niveaus 1 2 2 bijlage IV artikel 6, eerste lid Het hoogste op grond van deze regeling geldende niveau wordt toegepast voor alle variabelen die worden gebruikt om per bronstroom binnen de CO-installatie van de klassen B of C, bedoeld in de bij deze regeling behorende, de jaarvracht van COte bepalen, overeenkomstig, en daarover te rapporteren. 2 In afwijking van het eerste lid mag voor de variabelen binnen een monitoringsmethodiek het eerstvolgende lagere niveau worden toegepast indien ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit in het monitoringsplan is aangetoond dat de methode van het hoogste niveau voor de betrokken activiteitsgegevens, emissiefactoren en oxidatie- of conversiefactoren technisch niet haalbaar is of zou leiden tot onredelijke kosten. 3 In afwijking van het eerste lid geldt de eis voor het toepassen van het hoogste niveau niet voor oxidatiefactoren. 4 bijlage IV 2 Onverminderd het eerste en tweede lid geldt voor alle grote bronstromen dat degene die een inrichting drijft, ten minste de in de bij deze regeling behorendeopgenomen niveaus aanhoudt om de CO-jaarvracht vast te stellen, tenzij ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit in het monitoringsplan is aangetoond dat dit technisch niet haalbaar is. 2007 154 13-08-2007 23-07-2007 KvI2007070878 2007 154 13-08-2007 23-07-2007 KvI2007070878 01-01-2008 2007 154 13-08-2007 23-07-2007 KvI2007070878 2007 154 13-08-2007 23-07-2007 KvI2007070878 01-01-2008
Artikel 11 — Artikel 11 Lagere niveaus voor kleinere bronnen#
Artikel 11 Lagere niveaus voor kleinere bronnen 1 artikel 10, eerste en tweede lid 2 In afwijking van, mogen voor kleine bronstromen lagere niveaus worden toegepast voor de variabelen die worden gebruikt om CO-emissies uit bronstromen te berekenen. 2 artikel 10, eerste en tweede lid In afwijking van, mag degene die een inrichting drijft, voor de minimis-bronstromen voor de monitoring gebruik maken van een eigen, niet onder een niveau vallende schattingsmethode, indien ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit in het monitoringsplan een beschrijving is opgenomen van deze methode. 2007 154 13-08-2007 23-07-2007 KvI2007070878 2007 154 13-08-2007 23-07-2007 KvI2007070878 01-01-2008
Artikel 11a — Artikel 11a Lagere niveaus zuivere biobrandstoffen en materialen#
Artikel 11a Lagere niveaus zuivere biobrandstoffen en materialen artikel 10, eerste en tweede lid artikel 6, tweede lid bijlage V, hoofdstuk V.4 2 2 In afwijking van, mogen voor de hoeveelheid en de calorische onderwaarde van zuivere biobrandstoffen en materialen schattingsmethoden worden toegepast waarvoor geen nauwkeurigheidsniveau is bepaald, tenzij de geschatte CO-emissies worden gebruikt voor het in mindering brengen van de CO-emissies die door middel van continue meting als bedoeld in, zijn bepaald. Gemengde brandstoffen en materialen die biomassa bevatten, worden gekarakteriseerd overeenkomstig de bij deze regeling behorende, tenzij de bronstroom als de minimis wordt geselecteerd. 2007 154 13-08-2007 23-07-2007 KvI2007070878 2007 154 13-08-2007 23-07-2007 KvI2007070878 01-01-2008
Artikel 12 — Artikel 12 Tijdelijke niet haalbaarheid van het niveau#
Artikel 12 Tijdelijke niet haalbaarheid van het niveau 1 Indien een aan de de variabelen gekoppeld niveau dat in het monitoringsplan is vermeld, tijdelijk om technische redenen niet haalbaar is, mag degene die een inrichting drijft, het hoogst haalbare lagere niveau toepassen totdat de omstandigheden voor de toepassing van het oorspronkelijke niveau zijn hersteld. 2 Degene die een inrichting drijft, neemt alle noodzakelijke maatregelen teneinde te verzekeren dat de afwijking zo spoedig mogelijk wordt beëindigd. 2007 154 13-08-2007 23-07-2007 KvI2007070878 2007 154 13-08-2007 23-07-2007 KvI2007070878 01-01-2008
Artikel 12a — Artikel 12a 2 2 Lagere niveaus voor CO-installaties met een lage CO-emissie#
Artikel 12a 2 2 Lagere niveaus voor CO-installaties met een lage CO-emissie artikel 10, eerste en tweede lid artikel 4a, eerste lid 2 In afwijking van, mag degene die een inrichting drijft die aan, voldoet, voor bronstromen lagere niveaus toepassen voor de variabelen die worden gebruikt om CO-emissies uit bronstromen te berekenen. 2008 97 23-05-2008 06-05-2008 KvI2008043222 2008 97 23-05-2008 06-05-2008 KvI2008043222 25-05-2008
Artikel 12b — Artikel 12b Afwijkende monitoringsmethodiek#
Artikel 12b Afwijkende monitoringsmethodiek 1 artikel 10, eerste en tweede lid bijlage IV In afwijking van, kan degene die een inrichting drijft, wanneer het technisch niet haalbaar is of tot onredelijke kosten zou leiden om ten minste niveau 1 als bedoeld in de bij deze regeling behorendevoor een of meer bronstromen aan te houden, tijdelijk een afwijkende monitoringsmethodiek hanteren op voorwaarde dat: a. 2 deze monitoringsmethodiek voor de gehele CO-installatie geldt, b. artikel 6, tweede lid deze monitoringsmethodiek niet wordt toegepast in geval van een continue meetmethode als bedoeld in, en c. bijlage IVA 2 2 ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit is aangetoond dat met deze methodiek wordt voldaan aan de bij deze regeling behorendevermelde drempelwaarden voor de totale onzekerheid met betrekking tot de jaarlijkse CO-emissies van de CO-installatie. 2 2 Ter uitvoering van de voorwaarde, bedoeld in het eerste lid, onder c, kwalificeert degene die de inrichting drijft, ten minste de onzekerheden ten aanzien van alle variabelen die bij het berekenen van de CO-jaarvracht worden gebruikt, waarbij rekening wordt gehouden met ISO 5186: 2005 en de gegevens uit het voorgaande kalenderjaar worden gebruikt. 3 Degene die de inrichting drijft, toont jaarlijks aan het bestuur van de emissieautoriteit in het emissieverslag de noodzaak aan van het hanteren van een afwijkende monitoringsmethodiek als bedoeld in het eerste lid. Tevens worden de gegevens, bedoeld in het tweede lid, jaarlijks in het monitoringsplan geactualiseerd. 2007 154 13-08-2007 23-07-2007 KvI2007070878 2007 154 13-08-2007 23-07-2007 KvI2007070878 01-01-2008
Artikel 13 — Artikel 13 2 Overgedragen CO#
Artikel 13 2 Overgedragen CO 1 2 2 2 De COdie wordt overgebracht naar een CO-installatie als bestanddeel van een gemengde brandstof, wordt voor die CO-installatie meegeteld in de emissiefactor voor die brandstof. 2 2 2 2 bijlage I bijlage I In gevallen waarin een deel van het overgedragen COafkomstig is van biomassa, of wanneer binnen een inrichting activiteiten worden verricht die een emissie van COin de lucht veroorzaken, behorende tot een categorie die niet is aangewezen in de bij het besluit behorende, brengt degene die een inrichting drijft, ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit slechts het gedeelte van de massa overgedragen COin mindering dat afkomstig is van fossiele brandstoffen en materialen die voor onder de bij het besluit behorendevallende activiteiten zijn gebruikt. 2008 97 23-05-2008 06-05-2008 KvI2008043222 2008 97 23-05-2008 06-05-2008 KvI2008043222 25-05-2008
Artikel 14 — Artikel 14 Biomassa#
Artikel 14 Biomassa 2 2 2 artikel 6, eerste lid Het deel van de berekende of gemeten CO-emissies, afkomstig van biomassa, wordt in mindering gebracht op de totale CO-emissies van de CO-installatie door middel van de ingevolge, toegepaste rekenmethode. 2008 97 23-05-2008 06-05-2008 KvI2008043222 2008 97 23-05-2008 06-05-2008 KvI2008043222 25-05-2008
Artikel 15 — Artikel 15 2 Normen voor de meting van CO-emissies#
Artikel 15 2 Normen voor de meting van CO-emissies 1 2 Metingen van de CO-emissies worden uitgevoerd overeenkomstig onderstaande normen: a. NEN-ISO 12039 ‘Emissies van stationaire bronnen – Bepaling van koolmonoxide, kooldioxide en zuurstof – Prestatie-eigenschappen en kalibratie van automatische meetsystemen’, uitgave 1999; b. ISO 10780 ‘Stationary source emissions – Measurement of velocity and volume flowrate of gas streams in ducts’, uitgave 1994; c. NEN-EN 14790 ‘Emissies van stationaire bronnen – Bepaling van de waterdamp in leidingen’, uitgave 2005; d. (ontwerp-)NEN-EN-ISO 21258 ‘Emissies van stationaire bronnen – Bepaling van de massaconcentratie van distikstof(mon)oxide – Referentiemethode: Niet-dispersieve infrarood methode’, uitgave 2008. 2 Met de normen, bedoeld in het eerste lid, worden gelijkgesteld normen die worden vastgesteld of aangewezen in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend verdrag dat Nederland bindt, en die een beschermingsniveau bieden dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de nationale eisen wordt nagestreefd. 2010 2246 17-02-2010 09-02-2010 DGM/K&L2010000487 2010 2246 17-02-2010 09-02-2010 DGM/K&L2010000487 18-02-2010
Artikel 15a — Artikel 15a Beoordeling van de onzekerheid van de meetinstrumenten#
Artikel 15a Beoordeling van de onzekerheid van de meetinstrumenten 1 Degene die een inrichting drijft, bepaalt de jaarlijkse onzekerheid van het meetinstrument waarmee de hoeveelheid bronstroom wordt gemeten overeenkomstig de norm EN ISO 5168:2005 en de ‘Guide to the Expression of Uncertainty in Measurement’, ISO/TAG 4. 2 Bij het bepalen van de onzekerheid van het meetinstrument wordt rekening gehouden met de voor dat instrument specifieke onzekerheid en de manier waarop het meetinstrument in de praktijk functioneert en wordt gebruikt. 3 bijlage XIV bijlage XIV In afwijking van het eerste lid mag degene die een inrichting drijft, de voor het meetinstrument specifieke onzekerheid als bedoeld in de bij deze regeling behorendehanteren op voorwaarde dat het meetinstrument voldoet aan de eisen die zijn neergelegd in de bij deze regeling behorende. 4 Indien het meetinstrument niet aan de eisen als bedoeld in het derde lid voldoet, telt degene die een inrichting drijft, een conservatieve en onderbouwde schatting van het effect dat het niet voldoen aan deze eisen heeft op de onzekerheid van het meetinstrument, op bij de onzekerheid als bedoeld in het derde lid. 5 bijlage XIV Indien het meetinstrument niet in de bij deze regeling behorendewordt genoemd als bedoeld in het derde lid, baseert degene die een inrichting drijft, de jaarlijkse onzekerheid van het meetinstrument en de voor dat instrument specifieke voorwaarden op de gegevens van de leverancier van het meetinstrument. 6 De additionele onzekerheid die samenhangt met de manier waarop het meetinstrument in de praktijk functioneert of wordt gebruikt, wordt ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit bepaald door middel van een conservatieve en onderbouwde schatting. 7 In afwijking van het zesde lid mag degene die een inrichting drijft, een onzekerheid van 0% hanteren voor de additionele onzekerheid die samenhangt met de manier waarop het meetinstrument in de praktijk functioneert of wordt gebruikt indien: a. het meetinstrument is ingebouwd volgens de voorschriften van de meetfabrikant of, indien deze voorschriften niet beschikbaar zijn, volgens de algemene voorschriften die gelden voor het meetprincipe, b. het gas, de vloeistof of de vaste stof die door het meetinstrument wordt gemeten, een medium is waarvoor het meetinstrument is ontworpen volgens de voorschriften van de meetfabrikant of indien deze voorschriften niet beschikbaar zijn, volgens de algemene voorschriften die gelden voor het meetprincipe en c. de onzekerheid niet nadelig is beïnvloed door andere factoren. 8 artikel 4a In afwijking van het zesde lid mag degene die een inrichting drijft die aan, voldoet, een onzekerheid van 0% hanteren voor de additionele onzekerheid die samenhangt met de manier waarop het meetinstrument in de praktijk functioneert of wordt gebruikt. 9 bijlage XIII.1 Bij de bepaling van de onzekerheid voor gasmeters corrigeert degene die een inrichting drijft, de hoeveelheid gas overeenkomstig. 10 bijlage XIII.1 Bij de bepaling van de onzekerheid voor gasmeters telt degene die een inrichting drijft, de onzekerheden van de drukmeting en de temperatuurmeting als onafhankelijke parameters op bij de onzekerheid van de gasmeter als bedoeld inindien er sprake is van drukcorrectie en een temperatuurcorrectie aan de hand van drukmetingen en temperatuurmetingen bij de betreffende gasmeter. 11 bijlage XIII, hoofdstuk XIII.2 De onzekerheid van het meetinstrument wordt bepaald door de onzekerheid als bedoeld in het derde en zesde lid en, indien van toepassing, het tiende lid op te tellen overeenkomstig de bij deze regeling behorende. 2008 97 23-05-2008 06-05-2008 KvI2008043222 2008 97 23-05-2008 06-05-2008 KvI2008043222 25-05-2008
Artikel 15b — Artikel 15b Beoordeling van de onzekerheid van het meetsysteem#
Artikel 15b Beoordeling van de onzekerheid van het meetsysteem 1 Degene die een inrichting drijft, bepaalt de onzekerheid van het meetsysteem waarmee de hoeveelheid bronstroom wordt gemeten, door de onzekerheden van de meetinstrumenten te combineren overeenkomstig de norm ISO 5168:2005 en de ‘Guide to the Expression of Uncertainty in Measurement’, ISO/TAG 4. 2 artikel 15a, derde tot en met elfde lid bijlage XIII, hoofdstuk XIII.3 Indien degene die de inrichting drijft de onzekerheid van het meetinstrument heeft bepaald als bedoeld in, mag hij in afwijking van het eerste lid de onzekerheid van het meetsysteem waarmee de hoeveelheid bronstroom wordt gemeten, bepalen door de onzekerheden van de meetinstrumenten te combineren overeenkomstig de bij deze regeling behorende. 3 Indien er sprake is van een druk- en temperatuurcorrectie aan de hand van één centrale druk- en temperatuurmeting, telt degene die de inrichting drijft, de onzekerheden van de drukmeting en de temperatuurmeting op als afhankelijke parameters bij de onzekerheid van het meetsysteem. 2008 97 23-05-2008 06-05-2008 KvI2008043222 2008 97 23-05-2008 06-05-2008 KvI2008043222 25-05-2008
Artikel 15c — Artikel 15c Onzekerheid van commercieel verhandelbare brandstoffen en materialen#
Artikel 15c Onzekerheid van commercieel verhandelbare brandstoffen en materialen artikelen 15a 15b artikel 27 bijlage II In afwijking van deenmag degene die een inrichting drijft, zich voor de bepaling van de jaarlijkse hoeveelheid commercieel verhandelbare brandstoffen en commercieel verhandelbaar materiaal baseren op overeenkomstiggeregistreerde facturen, indien hij ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit aantoont dat de onzekerheidseisen die voor commercieel verhandelbare brandstoffen en commercieel verhandelbare materialen zijn neergelegd in relevante nationale of internationale normen, voldoen aan de onzekerheidseisen die in de bij deze regeling behorendezijn neergelegd voor de hoeveelheid commercieel verhandelbare brandstoffen en commercieel verhandelbare materiaal. 2007 154 13-08-2007 23-07-2007 KvI2007070878 2007 154 13-08-2007 23-07-2007 KvI2007070878 01-01-2008
Artikel 15d — Artikel 15d 2 Bepaling van de onzekerheid van een meetinstrument dat gemoeid is met de overschatting van de CO-emissie#
Artikel 15d 2 Bepaling van de onzekerheid van een meetinstrument dat gemoeid is met de overschatting van de CO-emissie 1 2 2 2 2 Indien niet alle CO-eenheden binnen de inrichting onder de CO-installatie vallen, mag degene die de inrichting drijft, de CO-emissies van de CO-installatie als volgt overschatten: a. 2 2 de CO-emissies die niet onder het systeem van handel in broeikasgasemissierechten vallen, worden niet afgetrokken van de totale CO-emissies of b. 2 2 2 de CO-emissies die samenhangen met het onzekerheidspercentage dat het meetinstrument afwijkt om aan het vereiste niveau voor de bronstroom te voldoen, worden opgeteld bij de CO-emissies die afkomstig zijn van de CO-installatie. 2 artikelen 15a 15b 2 2 Onverminderd deenmag degene die een inrichting drijft, het onzekerheidspercentage waarmee de CO-emissies van de CO-installatie worden overschat als bedoeld in het eerste lid, onder b, aftrekken van de daadwerkelijke onzekerheid van het meetinstrument dat wordt gebruikt om de hoeveelheid bronstroom te bepalen. 2007 154 13-08-2007 23-07-2007 KvI2007070878 2007 154 13-08-2007 23-07-2007 KvI2007070878 01-01-2008
Artikel 16 — Artikel 16 Combinatie rekenmethode en meetmethode#
Artikel 16 Combinatie rekenmethode en meetmethode 1 2 Degene die een inrichting drijft, mag de meting en de berekening voor verschillende bronnen of bronstromen die tot één CO-installatie behoren, combineren. 2 2 Indien degene die een inrichting drijft, de meting en berekening combineert overeenkomstig het eerste lid, toont hij ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit in het monitoringsplan aan dat er geen hiaten en dubbeltellingen ten aanzien van de CO-emissies optreden. 2007 154 13-08-2007 23-07-2007 KvI2007070878 2007 154 13-08-2007 23-07-2007 KvI2007070878 01-01-2008
Artikel 17 — Artikel 17 Uitvoering van werkzaamheden door een meetinstantie#
Artikel 17 Uitvoering van werkzaamheden door een meetinstantie 1 Werkzaamheden als bedoeld in het tweede lid worden verricht door een meetinstantie die voor deze verrichtingen door een accreditatie-instantie is geaccrediteerd volgens EN ISO 17025:2005. 2 De door een meetinstantie uit te voeren werkzaamheden omvatten in elk geval: a. bijlage V, hoofdstuk V.1 de bepaling van de emissiefactor, het koolstofgehalte en de calorische onderwaarde van de brandstof, bedoeld in de bij deze regeling behorende; b. bijlage V, hoofdstuk V.3 de bepaling van emissiefactoren van de procesemissies, conversiefactoren en gegevens over de samenstelling van ingezette materialen en eindmaterialen, bedoeld in de bij deze regeling behorende; c. bijlage V, hoofdstuk V.2 de bepaling van specifieke oxidatiefactoren en onderliggende gegevens, bedoeld in de bij deze regeling behorende; d. bijlage V, hoofdstuk V.4 de bepaling van de biomassafractie, bedoeld in de bij deze regeling behorende; e. artikel 6, tweede lid de uitvoering van parallelle metingen die plaatsvinden in het kader van de kwaliteitsborging van continue metingen, bedoeld in. 3 In afwijking van het eerste lid mag voor de werkzaamheden, bedoeld in het tweede lid, een meetinstantie worden ingeschakeld die voor het uitvoeren van deze verrichtingen niet is geaccrediteerd volgens EN ISO 17025:2005, op voorwaarde dat degene die de inrichting drijft, ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit aantoont: a. dat deze meetinstantie voldoet aan eisen die gelijkwaardig zijn aan de eisen, bedoeld in het eerste lid; b. dat deze meetinstantie technisch competent en in staat is om technisch geldige resultaten te genereren waarbij relevante analytische procedures worden gebruikt. 4 Indien een meetinstantie wordt ingeschakeld als bedoeld in het derde lid, vindt bij de totstandkoming van het contract tussen degene die een inrichting drijft, en deze meetinstantie een validatie van elke relevante analysemethode plaats alsmede een jaarlijkse onderlinge vergelijking van de analyseresultaten. 5 De validatie van elke relevante analysemethode die door de meetinstantie wordt toegepast, wordt uitgevoerd met een referentiemethode door een meetinstantie die door een accreditatie-instantie volgens EN ISO 17025:2005 is geaccrediteerd. De validatie omvat een voldoende aantal herhalingen van de analysemethode van een reeks van ten minste vijf monsters die representatief zijn voor het verwachte waardenbereik, inclusief een blancomonster voor elke relevante parameter en brandstof of materiaal. 6 De onderlinge vergelijking van de resultaten van de relevante analytische methoden vindt jaarlijks plaats door een meetinstantie die door een accreditatie-instantie volgens EN ISO 17025:2005 is geaccrediteerd waarbij: a. voor elke relevante parameter en brandstof of materiaal de analyse van een representatief monster met behulp van de referentiemethode ten minste vijfmaal wordt herhaald; b. indien een verschil wordt vastgesteld dat zodanig is dat de emissies zouden kunnen worden onderschat: degene die de inrichting drijft: 1°. alle relevante gegevens voor het betrokken kalenderjaar in conservatieve zin bijstelt; 2°. alle statistisch significante verschillen, te weten 2σ, tussen de eindresultaten ter kennis van het bestuur van de emissieautoriteit brengt en deze tegenstrijdigheden onverwijld opheft onder toezicht van een meetinstantie die door een accreditatie-instantie volgens EN ISO 17025:2005 is geaccrediteerd. 7 artikel 4a, eerste lid In afwijking van het eerste lid mag degene die een inrichting drijft die aan, voldoet, voor werkzaamheden als bedoeld in het tweede lid een meetinstantie inschakelen die niet is geaccrediteerd volgens EN ISO 17025:2005 op voorwaarde dat: a. hij ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit aantoont dat deze meetinstantie over de technische competentie beschikt en in staat is om middels de betrokken analytische procedures technisch geldige resultaten te produceren, en b. deze meetinstantie jaarlijks wordt gevalideerd door een meetinstantie die door een accreditatie-instantie volgens EN ISO 17025:2005 is geaccrediteerd en zo nodig naar aanleiding hiervan corrigerende maatregelen treft. 8 Voor de bepaling van de gegevens over de samenstelling van gasvormige brandstoffen en materialen mag ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit gebruik worden gemaakt van on-line gaschromatografen en analyses met behulp van gasanalyseapparatuur, welke voldoen aan de eisen van EN ISO 9001:2000. 9 Kalibratiediensten en leveranciers van kalibratiegassen zijn door een accreditatie-instantie geaccrediteerd volgens EN ISO 17025:2005. 10 Indien gebruik wordt gemaakt van een systeem als bedoeld in het achtste lid worden initiële en jaarlijkse herhaalde validaties van dit systeem uitgevoerd door een meetinstantie die door een accreditatie-instantie volgens EN ISO 17025:2005 is geaccrediteerd, waarbij EN ISO 10723:1995 ‘Natural gas- Performance evaluation for on-line analytical systems’ wordt toegepast. 11 In alle andere gevallen dan bedoeld in het tiende lid vinden in opdracht van degene die een inrichting drijft, een initiële validatie en een jaarlijkse onderlinge vergelijking van de analyseresultaten plaats. 12 De initiële validatie, bedoeld in het elfde lid, vindt plaats voor 31 januari 2008, dan wel als onderdeel van de inbedrijfstelling van een nieuw systeem als bedoeld in het achtste lid. Zij omvat een passend aantal herhalingen van de analyse van een reeks van ten minste vijf monsters die representatief zijn voor het verwachte waardenbereik, inclusief een blancomonster voor elke relevante parameter, brandstof of materiaal, teneinde de herhaalbaarheid van de methode te karakteriseren en de kalibratiecurve van het instrument op te stellen. 13 De onderlinge vergelijking van de resultaten van de analytische methoden, bedoeld in het elfde lid, vindt jaarlijks plaats waarbij: a. voor elke relevante parameter en brandstof of materiaal de analyse van een representatief monster met behulp van de referentiemethode een passend aantal keren wordt herhaald; b. indien een verschil wordt vastgesteld dat zodanig is dat de emissies zouden kunnen worden onderschat degene die de inrichting drijft: 1°. alle relevante gegevens voor het betrokken kalenderjaar in conservatieve zin bijstelt, en 2°. alle statistisch significante verschillen, te weten 2σ, tussen de eindresultaten ter kennis van het bestuur van de emissieautoriteit brengt en deze tegenstrijdigheden onverwijld opheft onder toezicht van een meetinstantie die door een accreditatie-instantie volgens EN ISO 17025:2005 is geaccrediteerd. 14 artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht Met toepassing vanisniet van toepassing op de aanvraag om accreditatie als bedoeld in het eerste lid. 2011 22843 19-12-2011 06-12-2011 IENM/BSK-2011 2011 22843 19-12-2011 06-12-2011 IENM/BSK-2011 01-01-2012
Artikel 17a — Artikel 17a Eisen aan meetinstantie#
Artikel 17a Eisen aan meetinstantie 1 artikel 17 Een meetinstantie die in opdracht van de houder van de vergunning werkzaamheden als bedoeld inverricht, voldoet aan de in dat artikel gestelde voorwaarden en voert de werkzaamheden uit overeenkomstig het monitoringsplan dat deel uitmaakt van de betrokken vergunning. 2 Het is voor een meetinstantie verboden te handelen in strijd met het eerste lid. 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 01-07-2012
Artikel 18 — Artikel 18 2 Kwaliteitsborging CO-metingen#
Artikel 18 2 Kwaliteitsborging CO-metingen 1 2 artikel 6, tweede lid Kwaliteitsborging van de CO-jaarvracht bepaald met behulp van continue metingen, bedoeld in, geschiedt conform de norm NEN-EN 14181. 2 artikel 27, eerste lid Degene die een inrichting drijft, registreert de resultaten van de kwaliteitsborging, bedoeld in het eerste lid, in het register operationele registraties, bedoeld in. 3 artikel 27, eerste lid Op grond van de resultaten, bedoeld in het tweede lid, beoordeelt degene die een inrichting drijft, de geldigheid van de resultaten van eerder uitgevoerde metingen en registreert hij de uitkomst van de beoordeling in het register operationele registraties, bedoeld in. 4 Ingeval uit de kalibratie en controles blijkt dat de ter bepaling van de jaarvracht geïnstalleerde meet-, monstername- en analyseapparatuur of de apparatuur voor de automatische verwerking van meetresultaten niet naar behoren functioneert, neemt degene die een inrichting drijft, onmiddellijk maatregelen teneinde te verzekeren dat deze situatie zo spoedig mogelijk wordt beëindigd. 2007 154 13-08-2007 23-07-2007 KvI2007070878 2007 154 13-08-2007 23-07-2007 KvI2007070878 01-01-2008
Artikel 19 — Artikel 19 Metingen m.b.v. apparatuur#
Artikel 19 Metingen m.b.v. apparatuur 1 artikel 6, tweede lid In de gevallen waarin geen continue meting, bedoeld in, plaatsvindt, draagt degene die een inrichting drijft, er zorg voor dat de ter bepaling van de jaarvracht geïnstalleerde meet-, monstername- of analyseapparatuur en de apparatuur voor de automatische verwerking van meetresultaten, regelmatig en voorafgaand aan het gebruik wordt gekalibreerd, bijgesteld en gecontroleerd op grond van meetnormen die, indien beschikbaar, zijn afgeleid van relevante internationale meetnormen. 2 artikel 27, eerste lid Degene die een inrichting drijft, registreert de resultaten van voor de kwaliteitsborging benodigde werkzaamheden in het register operationele registraties, bedoeld in. 3 artikel 27, eerste lid Op grond van de resultaten, bedoeld in het tweede lid, beoordeelt degene die een inrichting drijft, de geldigheid van de resultaten van eerder uitgevoerde metingen en registreert hij de uitkomst van de beoordeling in het register operationele registraties, bedoeld in. 4 Ingeval uit de kalibratie en controles blijkt dat de apparatuur, bedoeld in het eerste lid, niet naar behoren functioneert, neemt degene die een inrichting drijft, onmiddellijk maatregelen teneinde te verzekeren dat deze situatie zo spoedig mogelijk wordt beëindigd. 5 Degene die een inrichting drijft, geeft in het monitoringsplan aan welke onderdelen van een meetinstrument niet kunnen worden gekalibreerd, en stelt alternatieve controleactiviteiten voor. 2007 154 13-08-2007 23-07-2007 KvI2007070878 2007 154 13-08-2007 23-07-2007 KvI2007070878 01-01-2008
Artikel 20 — Artikel 20 Meetvoorzieningen#
Artikel 20 Meetvoorzieningen 2 Bij een CO-installatie worden de voorzieningen aangebracht die noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van de voorgeschreven metingen. 2004 250 27-12-2004 14-12-2004 KVI2004128141 2004 250 27-12-2004 14-12-2004 KVI2004128141 01-01-2005
Artikel 21 — Artikel 21 Melding periodieke of parallelmeting#
Artikel 21 Melding periodieke of parallelmeting 1 Degene die een inrichting drijft, meldt het bestuur van de emissieautoriteit ten minste twee weken van tevoren de datum en het tijdstip waarop een parallelle meting zal worden uitgevoerd en de meetinstantie die de meting zal uitvoeren. 2 Indien een periodieke of parallelmeting geen doorgang vindt, wordt dit aan het bestuur van de emissieautoriteit uiterlijk op de datum waarop deze meting zou worden uitgevoerd, gemeld. 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 01-07-2012
Artikel 22 — Artikel 22 Melding indien geen gebruik wordt gemaakt van de meetresultaten#
Artikel 22 Melding indien geen gebruik wordt gemaakt van de meetresultaten 1 Degene die een inrichting drijft, bepaalt binnen tien werkdagen nadat de resultaten van een parallelle meting bekend zijn geworden, of hij gebruik maakt van die resultaten. 2 Indien degene die de inrichting drijft, geen gebruik maakt van de resultaten van een parallelle meting, meldt hij dit binnen twee weken nadat de resultaten van die meting bekend zijn geworden, onder opgave van redenen aan het bestuur van de emissieautoriteit. Bij deze melding worden bedoelde meetresultaten bijgevoegd. 2005 101 30-05-2005 17-05-2005 KVI2005053257 2005 101 30-05-2005 17-05-2005 KVI2005053257 01-06-2005
Artikel 23 — Artikel 23 Bedrijfsinterne validatieprocedure#
Artikel 23 Bedrijfsinterne validatieprocedure 1 De in het monitoringsplan beschreven bedrijfsinterne validatieprocedure bestaat uit de volgende activiteiten: a. het opstellen en beheer van een jaarplan van bedrijfsinterne validatie; b. het opstellen van de bedrijfsinterne validatiewerkzaamheden; c. de registratie van resultaten van de bedrijfsinterne validatiewerkzaamheden; d. de controle op de wijze waarop bedrijfsinterne validatiewerkzaamheden hebben plaatsgevonden en de correctieve acties die naar aanleiding daarvan zullen worden genomen. 2 Voor elk van de activiteiten in de bedrijfsinterne validatieprocedure wordt een werkomschrijving opgesteld, bestaande uit een beschrijving van: a. de te valideren meetapparatuur, de berekeningsmethodieken, de uitvoering van vergelijkende metingen en de frequentie daarvan; b. de wijze waarop in detail en stapsgewijs bedrijfsinterne validatie plaatsvindt; c. de wijze waarop, de personen door wie en de plaats waar de resultaten van de bedrijfsinterne validatie worden geregistreerd. 3 bijlage II Indien uit de bedrijfsinterne validatie blijkt dat de gemeten waarde niet valt binnen de toegestane nauwkeurigheidseisen en de voor de bedrijfsinterne validatie geldende streefwaarden volgens de specifieke rekenmethoden, bedoeld in de bij deze regeling behorende, wordt dit aan het bestuur van de emissieautoriteit gemeld. 2007 154 13-08-2007 23-07-2007 KvI2007070878 2007 154 13-08-2007 23-07-2007 KvI2007070878 01-01-2008
Artikel 24 — Artikel 24 Kwaliteitsborging#
Artikel 24 Kwaliteitsborging 1 artikel 3, eerste lid, onder d, onder 2° Degene die een inrichting drijft, stelt de procedures vast, zoals die overeenkomstig, in het monitoringsplan worden beschreven. 2 artikel 27, eerste lid De in het eerste lid bedoelde procedures hebben in ieder geval betrekking op de interne audit, het documentenbeheer en de registers operationele registraties en kwaliteitsregistraties, bedoeld in. 2007 154 13-08-2007 23-07-2007 KvI2007070878 2007 154 13-08-2007 23-07-2007 KvI2007070878 01-01-2008
Artikel 25 — Artikel 25 Interne audit#
Artikel 25 Interne audit 1 Degene die een inrichting drijft, stelt voor de uitvoering van de interne audit een procedure vast die voldoet aan de vereisten genoemd in het communautair milieubeheer- en milieuauditsysteem (EMAS), de norm NEN-EN-ISO 9001, de norm NEN-EN-ISO 14001 of een gelijkwaardig systeem. 2 Per kalenderjaar wordt een auditplan opgesteld waarin de interne audits voor dat kalenderjaar zijn gepland. 3 artikel 16.5, eerste lid van de wet In het eerste jaar nadat een vergunning als bedoeld inis verleend wordt een specifieke audit uitgevoerd over de wijze waarop het monitoringsplan in de interne bedrijfsvoering is geïmplementeerd. Van de resultaten van deze audit wordt een auditrapport opgesteld, waarin conclusies en uit te voeren acties worden vermeld. 4 artikel 16.5, eerste lid, van de wet Met ingang van het tweede jaar nadat een vergunning als bedoeld inis verleend wordt over elk onderdeel uit het monitoringsplan om de drie jaar een audit uitgevoerd. Indien wordt aangesloten bij een al bestaand en goed functionerend audit systeem binnen de inrichting, gelden de termijnen waarbinnen in dat systeem een audit wordt uitgevoerd. Van de resultaten van deze audit wordt een auditrapport opgesteld, waarin conclusies en uit te voeren acties worden vermeld. 5 artikel 27, eerste lid Van het auditplan alsmede de auditrapporten wordt melding gemaakt in het register kwaliteitsregistraties, bedoeld in. 2007 154 13-08-2007 23-07-2007 KvI2007070878 2007 154 13-08-2007 23-07-2007 KvI2007070878 01-01-2008
Artikel 26 — Artikel 26 Documentenbeheer#
Artikel 26 Documentenbeheer 1 Degene die een inrichting drijft, stelt voor het beheer van documenten een procedure vast waarvoor gebruik wordt gemaakt van het communautair milieubeheer- en milieuauditsysteem (EMAS), de norm NEN-EN-ISO 9001, de norm NEN-EN-ISO 14001 of een gelijkwaardig systeem. 2 Degene die een inrichting drijft, onderhoudt het beheer van alle documenten die zijn vereist in het kader van de handel in broeikasgasemissierechten en voert het beheer van deze documenten overeenkomstig de procedure, bedoeld in het eerste lid, uit. 2005 101 30-05-2005 17-05-2005 KVI2005053257 2005 101 30-05-2005 17-05-2005 KVI2005053257 01-06-2005
Artikel 27 — Artikel 27 Bedrijfsinterne registraties#
Artikel 27 Bedrijfsinterne registraties 1 Degene die een inrichting drijft, onderhoudt een register operationele registraties en een register kwaliteitsregistraties. 2 Degene die een inrichting drijft, ziet erop toe dat de registraties, bedoeld in het eerste lid, beschikbaar zijn waar en wanneer zij voor het verrichten van operationele activiteiten noodzakelijk zijn, en beschikt over een procedure om de verschillende versies van deze registraties te identificeren, over te leggen, te verspreiden en te controleren. 3 De bewaartermijn van de registraties, bedoeld in het eerste lid, ten aanzien van een kalenderjaar bedraagt tien jaren nadat het emissieverslag over dat kalenderjaar aan het bestuur van de emissieautoriteit is overgelegd. 2007 154 13-08-2007 23-07-2007 KvI2007070878 2007 154 13-08-2007 23-07-2007 KvI2007070878 01-01-2008
Artikel 28 — Artikel 28 Opslag van informatie#
Artikel 28 Opslag van informatie 1 2 2 Degene die een inrichting drijft, documenteert en bewaart de gegevens inzake de monitoring van CO-emissies uit de CO-installatie ten aanzien van een kalenderjaar tot ten minste tien jaren nadat het emissieverslag over dat kalenderjaar aan het bestuur van de emissieautoriteit is overgelegd. 2 artikel 37 38 39 De monitoringsgegevens worden op een zodanige wijze gedocumenteerd en bewaard dat het emissieverslag kan worden geverifieerd overeenkomstig,en. 3 Degene die een inrichting drijft, bewaart de onderstaande gegevens ten aanzien van een kalenderjaar tot ten minste tien jaren nadat het emissieverslag over dat kalenderjaar aan het bestuur van de emissieautoriteit is overgelegd: a. artikel 16.6, eerste lid, van de wet alle gegevens en bescheiden die bij de aanvraag om een vergunning, bedoeld in, aan het bestuur van de emissieautoriteit worden verstrekt, waaronder het monitoringsplan; b. alle gegevens die de juistheid aantonen van de te hanteren monitoringsmethodiek; c. de bescheiden waarin de redenen van alle veranderingen en tijdelijke afwijkingen van het monitoringsplan worden gegeven; d. alle gegevens inzake de veranderingen en de tijdelijke afwijkingen van het monitoringsplan; e. artikel 16.24 van de wet de activiteitsgegevens, emissiefactoren en oxidatie- of conversiefactoren die zijn overgelegd in het kader van het nationale toewijzingsbesluit, bedoeld in, ten behoeve van de handelsperiode waarvan het betreffende kalenderjaar deel uitmaakt; f. het emissieverslag; g. 2 gegevens die zijn gebruikt voor het bepalen van de niveaus en de analyse van de onzekerheid van de CO-emissies uit elke bron of bronstroom; h. alle overige informatie waarvan in het monitoringsplan wordt aangegeven dat deze noodzakelijk is om het emissieverslag te verifiëren. 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 01-07-2012
Artikel 29 — Artikel 29 Uitbesteding#
Artikel 29 Uitbesteding 1 Indien degene die een inrichting drijft, werkzaamheden in het kader van het monitoringsplan wil uitbesteden: a. artikelen 23 tot en met 28 controleert hij de kwaliteit van deze processen overeenkomstig de, b. stelt hij passende eisen vast ten aanzien van de te leveren prestaties en methoden en c. toetst hij de kwaliteit van de geleverde resultaten. 2 artikel 24, eerste lid De maatregelen voor een transparant beheer van de uitbestede werkzaamheden worden in de procedure voor kwaliteitsborging, bedoeld in, aangegeven. 2007 154 13-08-2007 23-07-2007 KvI2007070878 2007 154 13-08-2007 23-07-2007 KvI2007070878 01-01-2008
Artikel 30 — Artikel 30 Verdeling taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden#
Artikel 30 Verdeling taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden 1 Bij de verdeling van taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden tussen de personen die met de uitvoering van het monitoringsplan en de controle op de naleving daarvan zijn belast, bestaat een personele scheiding tussen functies die de uitvoering, onderscheidenlijk de controle op de naleving betreffen. 2 Het eerste lid is niet van toepassing indien de in dat lid bedoelde functionele scheiding, gezien de grootte van de inrichting in redelijkheid niet kan worden geëist. In dat geval wordt ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit aangetoond dat de wijze waarop de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden zijn georganiseerd, een deugdelijke uitvoering van het monitoringsplan en een deugdelijke controle op de naleving daarvan, voldoende waarborgt. 2007 154 13-08-2007 23-07-2007 KvI2007070878 2007 154 13-08-2007 23-07-2007 KvI2007070878 01-01-2008
Artikel 31 — Artikel 31 Registratie veranderingen en tijdelijke afwijkingen van het monitoringsplan#
Artikel 31 Registratie veranderingen en tijdelijke afwijkingen van het monitoringsplan artikel 33, eerste lid artikel 33a, eerste lid artikel 27, eerste lid Alle veranderingen van het monitoringsplan als bedoeld in, en alle tijdelijke afwijkingen van het monitoringsplan als bedoeld in, worden opgenomen in het register operationele registraties of het register kwaliteitsregistraties als bedoeld in. 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 01-07-2012
Artikel 32 — Artikel 32 Veranderingen in het monitoringsplan#
Artikel 32 Veranderingen in het monitoringsplan 1 Alle veranderingen in het monitoringsplan worden in een afzonderlijke paragraaf vermeld. 2 De vermelding, bedoeld in het eerste lid, geschiedt onder verwijzing naar de betreffende paragraaf van het monitoringsplan waarbij een omschrijving wordt gegeven. 3 artikel 33, eerste lid Voor veranderingen van het monitoringsplan als bedoeld in, wordt aangegeven wanneer ze zijn goedgekeurd. 4 Het monitoringsplan wordt bij wijzigingen voorzien van de datum van de wijziging en een nieuw versienummer. 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 01-07-2012
Artikel 33 — Artikel 33 Significante veranderingen monitoringsplan#
Artikel 33 Significante veranderingen monitoringsplan 1 artikel 16.13a van de wet Onder een significante verandering van het monitoringsplan als bedoeld inwordt verstaan: a. 2 2 een verandering die het gevolg is van een verandering van de CO-installatie of de werking daarvan, die significante gevolgen heeft voor de emissie van CO; b. een verandering van de monitoringsmethodiek. 2 Onder een verandering van de monitoringsmethodiek als bedoeld in het eerste lid, onder b, wordt in ieder geval verstaan een verandering: a. 2 van de klassenbepaling van een CO-installatie; b. 2 van de gebruikte methode om de CO-jaarvracht te bepalen; c. 2 van de berekening van CO-emissies; d. 2 in de meting van CO-emissies; e. in de onzekerheidsbepaling, en f. in de onderbouwing of beschrijving van de monitoringsmethodiek. 3 artikel 16.13, tweede lid, onder b, van de wet Onder een verandering van de monitoringsmethodiek als bedoeld in het eerste lid, onder b, wordt niet verstaan een verandering ter uitvoering van. 4 Een significante verandering als bedoeld in het eerste lid wordt vooraf schriftelijk aan het bestuur van de emissieautoriteit gemeld. Bij de melding wordt een actuele versie van het monitoringsplan overgelegd, waarin de verandering is verwerkt. Bij de melding wordt tevens het tijdstip aangegeven met ingang waarvan beoogd wordt de voorgenomen verandering door te voeren. 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 01-07-2012
Artikel 33a — Artikel 33a Tijdelijke afwijkingen monitoringsplan#
Artikel 33a Tijdelijke afwijkingen monitoringsplan 1 De houder van de vergunning meldt schriftelijk aan het bestuur van de emissieautoriteit elke tijdelijke afwijking van het aan de variabelen gekoppelde niveau van nauwkeurigheid dat in het monitoringsplan is vastgelegd onder opgaaf van de redenen voor deze afwijking. De melding wordt gedaan binnen vijf werkdagen na het ontstaan van de tijdelijke afwijking. 2 Het eerste lid is niet van toepassing indien de houder van de vergunning iedere maand een overzicht aan het bestuur van de emissieautoriteit verstrekt van de afwijkingen, bedoeld in het eerste lid. Dit overzicht wordt telkens voor de zesde dag van de maand bij het bestuur van de emissieautoriteit ingediend. 3 Indien de oorzaak van de afwijking van technische aard is, wordt bij de melding of in het overzicht gedetailleerde informatie over de voorlopige monitoringsmethodiek verstrekt. 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 01-07-2012
Artikel 33b — Artikel 33b Formulier#
Artikel 33b Formulier artikelen 33 33a Voor de meldingen, bedoeld in deen, wordt gebruikgemaakt van het ter zake door het bestuur van de emissieautoriteit vastgestelde standaardformulier. 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 01-07-2012
Artikel 33c — Artikel 33c Aanleveren gegevens#
Artikel 33c Aanleveren gegevens 1 artikel 16.34a van de wet Indien de Minister voornemens is toepassing te geven aan, levert degene die een inrichting drijft die onder de desbetreffende bedrijfstak of deeltak valt, op verzoek van het bestuur van de emissieautoriteit binnen dertien weken na ontvangst van dit verzoek de benodigde gegevens aan ten behoeve van de berekening van de aantallen broeikasgasemissierechten met het oog op wijziging van het besluit houdende kosteloze toewijzing van broeikasgasemissierechten. 2 De gevraagde gegevens gaan vergezeld van een verklaring van een verificateur. 3 artikelen 34bi tot en met 34bl Dezijn van overeenkomstig toepassing. 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 01-07-2012
Artikel 33d — Artikel 33d Het geheel beëindigen werking broeikasgasinstallatie#
Artikel 33d Het geheel beëindigen werking broeikasgasinstallatie 1 Indien de werking van een broeikasgasinstallatie geheel wordt beëindigd als bedoeld in artikel 22, eerste lid, van Besluit 2011/278/EU, meldt de houder van de vergunning dit schriftelijk aan het bestuur van de emissieautoriteit onder vermelding van de ingangsdatum van de beëindiging. 2 De melding wordt gedaan binnen zes weken nadat de werking van de broeikasgasinstallatie geheel is beëindigd. 3 Het bestuur van de emissieautoriteit kan op verzoek van de houder van de vergunning de in artikel 22, eerste lid, onderdeel e, van Besluit 2011/278/EU genoemde termijn van zes maanden verlengen, overeenkomstig het bepaalde in voornoemd onderdeel. 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 01-07-2012
Artikel 33e — Artikel 33e Het gedeeltelijk beëindigen werking broeikasgasinstallatie#
Artikel 33e Het gedeeltelijk beëindigen werking broeikasgasinstallatie 1 Indien de werking van een broeikasgasinstallatie gedeeltelijk wordt beëindigd als bedoeld in artikel 23, eerste lid, van Besluit 2011/278/EU, meldt de houder van de vergunning dit schriftelijk aan het bestuur van de emissieautoriteit onder vermelding van de ingangsdatum van de gedeeltelijke beëindiging. 2 De melding wordt gedaan voor 1 april van het jaar volgend op het kalenderjaar waarin de werking van de broeikasgasinstallatie gedeeltelijk is beëindigd. 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 01-07-2012
Artikel 33f — Artikel 33f Hervatten productie broeikasgasinstallatie#
Artikel 33f Hervatten productie broeikasgasinstallatie 1 Indien de productie van de broeikasgasinstallatie na gedeeltelijke beëindiging als bedoeld in artikel 23, eerste lid, van Besluit 2011/278/EU geheel of gedeeltelijk wordt hervat, meldt de houder van de vergunning dit schriftelijk aan het bestuur van de emissieautoriteit onder vermelding van de ingangsdatum van de productiehervatting. 2 De melding wordt gedaan voor 1 april van het jaar volgend op het kalenderjaar waarin de productie is hervat. 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 01-07-2012
Artikel 33g — Artikel 33g Vermindering capaciteit broeikasgasinstallatie#
Artikel 33g Vermindering capaciteit broeikasgasinstallatie 1 Indien de capaciteit van de broeikasgasinstallatie aanzienlijk wordt verminderd als bedoeld in artikel 3, onder j, van Besluit 2011/278/EU, meldt de houder van de vergunning dit schriftelijk aan het bestuur van de emissieautoriteit onder vermelding van de ingangsdatum van de productievermindering. 2 De melding wordt gedaan binnen zes weken nadat de gewijzigde capaciteit is vastgesteld. 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 01-07-2012
Artikel 33h — Artikel 33h Melding buiten reikwijdte#
Artikel 33h Melding buiten reikwijdte afdeling 16.2.1 van de wet Indiendoor een omstandigheid niet meer van toepassing is op de inrichting, meldt de houder van de vergunning dit binnen zes weken schriftelijk aan het bestuur van de emissieautoriteit onder vermelding van de datum waarop bedoelde omstandigheid zich heeft voorgedaan. 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 01-07-2012
Artikel 33i — Artikel 33i Formulier en verklaring van de verificateur#
Artikel 33i Formulier en verklaring van de verificateur 1 artikelen 33d tot en met 33h Voor de meldingen, bedoeld in de, wordt gebruikgemaakt van het ter zake door het bestuur van de emissieautoriteit vastgestelde standaardformulier. 2 artikelen 33e tot en met 33g artikelen 34bi tot en met 34bl De meldingen, bedoeld in de, gaan vergezeld van een verklaring van een verificateur. Dezijn van overeenkomstige toepassing. 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 01-07-2012
Artikel 33j — Artikel 33j Melden wijzigingen periode 1 juli 2011 tot 1 juli 2012#
Artikel 33j Melden wijzigingen periode 1 juli 2011 tot 1 juli 2012 artikelen 33d, tweede lid 33e, tweede lid 33f, tweede lid 33g, tweede lid In afwijking van de termijnen, genoemd in de,,, en, worden de bedoelde meldingen uiterlijk 15 augustus 2012 gedaan, indien de wijziging zich heeft voorgedaan in de periode die loopt van 1 juli 2011 tot en met 30 juni 2012. 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 01-07-2012
Artikel 34 — Artikel 34 2 Emissieverslag CO#
Artikel 34 2 Emissieverslag CO 1 bijlage VIII Het emissieverslag wordt opgesteld met gebruikmaking van het model, opgenomen in de bij deze regeling behorende. 2 Het emissieverslag bevat met betrekking tot het kalenderjaar waarop het betrekking heeft: a. de gegevens ter identificatie van de inrichting, en b. bijlage IX de codes voor de rapportagesystemen, bedoeld in de bij deze regeling behorende, waarmee elke activiteit die in de inrichting plaatsvindt, wordt aangeduid. 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 01-07-2012
Artikel 34a — Artikel 34a Herstel onjuiste opgaven en non-conformiteiten#
Artikel 34a Herstel onjuiste opgaven en non-conformiteiten 1 artikel 16.12, eerste lid, van de wet Degene die een inrichting drijft, herstelt alle onjuiste opgaven en non-conformiteiten die een verificateur tijdens de verificatie en in de verklaring, bedoeld in, aan hem heeft medegedeeld. 2 2 Onjuiste opgaven en non-conformiteiten die hersteld kunnen worden en die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de totale CO-emissies in het emissieverslag, worden door degene die de inrichting drijft, in het totale emissiecijfer van het emissieverslag verwerkt. 3 2 Non-conformiteiten die niet kunnen worden hersteld voor 1 april van het betrokken kalenderjaar en die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de totale CO-emissies in het emissieverslag, worden hersteld binnen zes weken na indiening van het emissieverslag. 4 2 Non-conformiteiten die geen gevolgen hebben of kunnen hebben voor de totale CO-emissies in het emissieverslag, worden hersteld binnen drie maanden na indiening van het emissieverslag. 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 01-07-2012
Artikel 34b — Artikel 34b Toewijzing aan nieuwkomers#
Artikel 34b Toewijzing aan nieuwkomers 1 artikel 16.32, eerste lid, van de wet Voor de aanvraag om kosteloze toewijzing van broeikasgasemissierechten, bedoeld inwordt gebruikgemaakt van het ter zake door het bestuur van de emissieautoriteit vastgestelde formulier. 2 artikelen 34bi tot en met 34bl De bij de aanvraag verstrekte gegevens gaan vergezeld van een verklaring van een verificateur. Dezijn van overeenkomstig toepassing. 3 Degene die een aanvraag om kosteloze toewijzing doet, kan de benodigde gegevens per afzonderlijke broeikasgasinstallatie binnen de inrichting verstrekken. 4 artikel 34bd Het derde lid geldt niet voor broeikasgasinstallaties, waarvoor al eerder gegevens zijn aangeleverd ter uitvoering van dit artikel of van. 5 De Minister beslist binnen vier maanden na ontvangst op een ontvankelijke aanvraag. 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 01-07-2012
Artikel 34ba — Artikel 34ba Gegevensverstrekking#
Artikel 34ba Gegevensverstrekking Vervallen 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 01-07-2012
Artikel 34bb — Artikel 34bb Begripsbepalingen#
Artikel 34bb Begripsbepalingen Vervallen 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 01-07-2012
Artikel 34bc — Artikel 34bc Toepassingsbereik#
Artikel 34bc Toepassingsbereik 1 Deze paragraaf is van toepassing op inrichtingen waarin zich installaties bevinden waarin een of meer activiteiten worden verricht, die behoren tot een categorie die is aangewezen in bijlage I bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten, zoals die bijlage is komen te luiden ingevolge artikel I, onderdeel 30, van richtlijn nr. 2009/29/EG, en die in aanmerking komen voor kosteloze toewijzing van broeikasgasemissierechten op grond van artikel 11 van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten, zoals die richtlijn is komen te luiden ingevolge richtlijn nr. 2009/29/EG. 2 artikelen 34bd 34bf Deze paragraaf is mede van toepassing op inrichtingen als bedoeld in het eerste lid, die niet in aanmerking komen voor kosteloze toewijzing van broeikasgasemissierechten, met dien verstande dat op die inrichtingen uitsluitend deenvan toepassing zijn. 2011 9345 31-05-2011 19-05-2011 BJZ2011044016 2011 9345 31-05-2011 19-05-2011 BJZ2011044016 01-06-2011
Artikel 34bd — Artikel 34bd Gegevensverstrekking#
Artikel 34bd Gegevensverstrekking 1 artikel 34bf Degene die een inrichting drijft, verstrekt het bestuur van de emissieautoriteit de door dat bestuur overeenkomstig Besluit 2011/278/EU in het standaardformulier, bedoeld in, aangewezen gegevens met betrekking tot de kalenderjaren 2005 tot en met 2010 en, voor zover van toepassing, 2011. De gegevensverstrekking vindt plaats voor de dag die ligt drie maanden na de dag waarop het bestuur van de emissieautoriteit kennisgeving heeft gedaan van het feit dat het standaardformulier op de website van de emissieautoriteit is geplaatst. De kennisgeving, bedoeld in de eerste volzin, wordt gedaan in de Staatscourant en op genoemde website. 2 Als gegevens als bedoeld in het eerste lid kunnen in ieder geval worden aangewezen gegevens die betrekking hebben op een activiteit als bedoeld in bijlage I bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten, zoals die bijlage is komen te luiden ingevolge artikel I, onderdeel 30, van richtlijn nr. 2009/29/EG, over: a. de jaarlijkse productie van de betrokken installaties; b. de jaarlijkse hoeveelheid van de door de betrokken installaties geproduceerde warmte; c. het jaarlijkse verbruik van brandstoffen door de betrokken installaties; d. de jaarlijkse procesemissies van de betrokken installaties; e. het jaarlijkse verbruik van elektriciteit door de betrokken installaties. 3 Degene die een inrichting drijft, kan voor 1 oktober 2011 het bestuur van de emissieautoriteit verzoeken om de gegevens, bedoeld in het eerste lid, per afzonderlijke broeikasgasinstallatie binnen de inrichting te mogen verstrekken. Het verzoek wordt ingediend met gebruikmaking van een door het bestuur van de emissieautoriteit vastgesteld formulier. 4 Het bestuur van de emissieautoriteit informeert degene die de inrichting drijft voor 1 november 2011 omtrent het aantal afzonderlijke broeikasgasinstallaties binnen de inrichting, waarvoor bedoelde gegevens kunnen worden verstrekt. 5 Degene die de inrichting drijft, verstrekt het bestuur van de emissieautoriteit voor 1 januari 2012 per afzonderlijke broeikasgasinstallatie als bedoeld in het vierde lid, de in het standaardformulier, bedoeld in het eerste lid, aangewezen gegevens. In afwijking van het standaardformulier worden per broeikasgasinstallatie gegevens verstrekt over de gehele basisperiode van 2005 tot en met 2010, en, voor zover van toepassing, 2011. 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 01-07-2012
Artikel 34be — Artikel 34be Overleggen methodologieverslag#
Artikel 34be Overleggen methodologieverslag 1 artikel 34bd Bij het verstrekken van gegevens op grond vanwordt tevens een methodologieverslag overgelegd waarin verantwoording wordt afgelegd over die gegevens. 2 Het methodologieverslag wordt opgesteld overeenkomstig Besluit 2011/278/EU en de daarbij behorende Europese interpretatiedocumenten, zoals die zijn geplaatst op de website van de emissieautoriteit. Het verslag bevat ten minste: a. de algemene identificatiegegevens van de inrichting; b. een overzicht van de in de inrichting uitgevoerde activiteiten als bedoeld in bijlage I bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten, zoals die bijlage is komen te luiden ingevolge artikel I, onderdeel 30, van richtlijn nr. 2009/29/EG; c. een beschrijving van de systeemgrenzen van de inrichting in een schematische weergave, met inbegrip van een beschrijving van de installatie, de subinstallaties en de verbrandings- of proceseenheden; d. een lijst met subinstallaties en de daarbij behorende gegevens; e. artikel 34bd de wijze waarop de inbedoelde gegevens zijn bepaald; f. de wijze waarop onduidelijkheden en leemtes in de gegevens zijn geïdentificeerd en behandeld. 3 artikel 34bd Het methodologieverslag bevat naast het in het tweede lid bepaalde alle overige informatie die het bestuur van de emissieautoriteit nodig heeft om te kunnen beoordelen of degene die de inrichting drijft, op adequate wijze verantwoording heeft afgelegd over de inbedoelde gegevens en die voor voornoemd bestuur noodzakelijk zijn om voor de betrokken categorie installaties het aantal overeenkomstig artikel 10bis van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten, zoals die richtlijn is komen te luiden ingevolge richtlijn nr. 2009/29/EG, kosteloos toe te wijzen broeikasgasemissierechten te kunnen berekenen. 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 01-07-2012
Artikel 34bf — Artikel 34bf Standaardformulier#
Artikel 34bf Standaardformulier artikel 34bd artikel 34be De inbedoelde gegevens worden verstrekt en het inbedoelde methodologieverslag wordt opgesteld en overgelegd op een door het bestuur van de emissieautoriteit aangegeven wijze en met gebruikmaking van een door dat bestuur op de website van de emissieautoriteit geplaatst standaardformulier. 2011 9345 31-05-2011 19-05-2011 BJZ2011044016 2011 9345 31-05-2011 19-05-2011 BJZ2011044016 01-06-2011
Artikel 34bg — Artikel 34bg Algemene eisen inzake monitoring#
Artikel 34bg Algemene eisen inzake monitoring 1 artikel 34bd Degene die een inrichting drijft, bepaalt de inbedoelde gegevens overeenkomstig Besluit 2011/278/EU. 2 afdeling 16.2.1 van de wet artikel 34bd, tweede lid, onder c Indien zich binnen de inrichting installaties bevinden waaropvan toepassing is en indien op de inrichting op grond van Besluit 2011/278/EU een warmtebenchmark, een brandstofbenchmark of een aan procesemissies gerelateerde benchmark van toepassing is, bepaalt degene die de inrichting drijft, het jaarlijkse verbruik van brandstoffen, bedoeld in, en de daarbij behorende parameters onderscheidenlijk de procesemissies, bedoeld in artikel 34bd, tweede lid, onder d, en de daarbij behorende parameters voor zover mogelijk overeenkomstig de op de inrichting van toepassing zijnde eisen van deze regeling. 3 artikel 34bd Degene die een inrichting drijft, neemt bij het bepalen van de inbedoelde gegevens alle subinstallaties in acht alsmede alle voor de van toepassing zijnde benchmark relevante producten, warmtestromen, brandstofstromen, materiaalstromen en bronnen die samenhangen met de activiteiten, bedoeld in bijlage I bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten, zoals die bijlage is komen te luiden ingevolge artikel I, onderdeel 30, van richtlijn nr. 2009/29/EG. 4 Degene die een inrichting drijft, zorgt ervoor dat dubbeltelling van subinstallaties, producten, warmtestromen, brandstofstromen, materiaalstromen en bronnen als bedoeld in het derde lid wordt voorkomen. 5 artikel 34bd Degene die een inrichting drijft, zorgt ervoor dat de inbedoelde gegevens consistent zijn over de kalenderjaren 2005 tot en met 2010 en, voor zover van toepassing, 2011. Degene die de inrichting drijft, maakt daartoe zoveel mogelijk gebruik van dezelfde monitoringsmethodieken en gegevensbestanden. 6 artikel 34bd Degene die een inrichting drijft, verzamelt, registreert, analyseert en documenteert de inbedoelde gegevens. 7 artikel 34bd Degene die een inrichting drijft, bepaalt de inbedoelde gegevens met de hoogst mogelijke graad van nauwkeurigheid waarbij bronnen van onzekerheid zoveel mogelijk worden beperkt. 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 01-07-2012
Artikel 34bh — Artikel 34bh Ontbreken van gegevens#
Artikel 34bh Ontbreken van gegevens artikel 34bd artikel 34be Indien met betrekking tot de kalenderjaren 2005 tot en met 2010 of, voor zover van toepassing, 2011 geen gegevens als bedoeld inbeschikbaar zijn of indien deze gegevens niet volledig of onduidelijk zijn, worden deze gegevens door degene die de inrichting drijft, overeenkomstig Besluit 2011/278/EU op een zodanige wijze geschat dat deze schatting niet leidt tot een te hoge kosteloze toewijzing van broeikasgasemissierechten. De wijze waarop tot de schatting is gekomen, wordt opgenomen in het inbedoelde methodologieverslag. 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 01-07-2012
Artikel 34bi — Artikel 34bi Verklaring verificateur#
Artikel 34bi Verklaring verificateur artikel 34bd artikel 34be artikel 34bj De inbedoelde gegevens en het inbedoelde methodologieverslag gaan vergezeld van een verklaring van een verificateur, waarin de resultaten worden weergegeven van een door hem uitgevoerde beoordeling overeenkomstig. 2011 9345 31-05-2011 19-05-2011 BJZ2011044016 2011 9345 31-05-2011 19-05-2011 BJZ2011044016 01-06-2011
Artikel 34bj — Artikel 34bj Verificatiewerkzaamheden#
Artikel 34bj Verificatiewerkzaamheden 1 De verificateur handelt overeenkomstig Besluit 2011/278/EU en de daarbij behorende Europese interpretatiedocumenten, zoals die zijn geplaatst op de website van de emissieautoriteit, bij: a. artikel 34bi het uitvoeren van de verificatiewerkzaamheden die nodig zijn om een verklaring als bedoeld inte kunnen afgeven; b. artikel 34bd artikel 34be de constatering van onjuiste opgaven in de inbedoelde gegevens of het inbedoelde methodologieverslag alsmede de constatering van het feit dat de in artikel 34bd bedoelde gegevens of het in artikel 34be bedoelde methodologieverslag niet voldoen aan de in het tweede lid bedoelde eisen; c. het mededelen van de onder b bedoelde constateringen aan degene die de inrichting drijft; d. het beoordelen van de materialiteit van de onder b bedoelde constateringen; e. artikel 34bi het opstellen van een verklaring als bedoeld in; f. het doen van een verzoek als bedoeld in het derde lid. 2 artikel 34bd artikel 34be De verificateur beoordeelt of de inbedoelde gegevens en het inbedoelde methodologieverslag geen onjuiste opgaven bevatten en niet in strijd zijn met de eisen die zijn gesteld in deze paragraaf. 3 artikel 34bd artikel 34be artikel 34bi De verificateur verzoekt degene die de inrichting drijft, binnen een door hem te bepalen termijn eventueel ontbrekende gegevens alsnog te verstrekken, afwijkingen in de inbedoelde gegevens of het inbedoelde methodologieverslag te verklaren of, indien noodzakelijk, berekeningen te herzien dan wel de gerapporteerde gegevens bij te stellen, alvorens hij een verklaring als bedoeld inafgeeft. 4 artikel 34bd artikel 34be artikel 34bi Indien de inbedoelde gegevens of het inbedoelde methodologieverslag in individuele of geaggregeerde vorm materieel onjuiste opgaven bevatten of in materiële zin niet voldoen aan de in het tweede lid bedoelde eisen, geeft de verificateur geen verklaring als bedoeld inaf. 5 artikel 34bi artikel 34bd artikel 34be De verificateur kan afzien van het afgeven van een verklaring als bedoeld inover de inbedoelde gegevens en het inbedoelde methodologieverslag, indien hij wegens opgelegde restricties of door andere omstandigheden niet al het noodzakelijke bewijsmateriaal heeft kunnen verkrijgen dat nodig is om een dergelijke verklaring af te geven. 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 01-07-2012
Artikel 34bk — Artikel 34bk Verplichtingen van de inrichting met betrekking tot verificatie#
Artikel 34bk Verplichtingen van de inrichting met betrekking tot verificatie 1 artikel 34bd artikel 34be Degene die de inrichting drijft, stelt de inbedoelde gegevens, het inbedoelde methodologieverslag alsmede andere voor de verificatie relevante informatie ter beschikking aan de verificateur. 2 artikel 34bj, eerste lid, onder b Degene die de inrichting drijft, herstelt, voor zover mogelijk, de in, bedoelde onjuiste opgaven alsmede de in artikel 34bj, eerste lid, onder b, bedoelde strijd met de in artikel 34bj, tweede lid, bedoelde eisen. 2011 9345 31-05-2011 19-05-2011 BJZ2011044016 2011 9345 31-05-2011 19-05-2011 BJZ2011044016 01-06-2011
Artikel 34bl — Artikel 34bl Eisen aan verificateur#
Artikel 34bl Eisen aan verificateur 1 De verificateur is werkzaam bij een verificatie-instelling die voor een of meer activiteiten als bedoeld in bijlage I bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten is geaccrediteerd door een accreditatie-instantie volgens de richtsnoeren van de Europese Samenwerking voor Accreditatie inzake de erkenning van verificateurs onder genoemde richtlijn. 2 artikel 34bd artikel 34be Een verificateur mag niet de inbedoelde gegevens en het inbedoelde methodologieverslag verifiëren van een inrichting waarin activiteiten als bedoeld in bijlage I bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten worden verricht waarvoor hij niet door een accreditatie-instantie is geaccrediteerd als bedoeld in het eerste lid. De eerste volzin is niet van toepassing voor de activiteiten die met ingang van 1 januari 2013 zullen behoren tot een categorie die in bijlage I bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten, zoals die bijlage is komen te luiden ingevolge artikel I, onderdeel 30, van richtlijn nr. 2009/29/EG, is opgenomen. 3 artikel 34bi De verificateur houdt een interne verificatiedocumentatie bij die voldoende informatie bevat om daarop de verificatieverklaring, bedoeld in, te baseren. 4 De verificateur voldoet aan de eisen die in Besluit 2011/278/EU en de daarbij behorende Europese interpretatiedocumenten, zoals die zijn geplaatst op de website van de emissieautoriteit, aan verificateurs zijn gesteld. 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 01-07-2012
Artikel 34c — Artikel 34c Toepassingsbereik#
Artikel 34c Toepassingsbereik afdeling 16.2.2 van de wet Deze afdeling heeft het toepassingsbereik van. 2010 2489 19-02-2010 05-02-2010 BJZ2010001891 2010 61 23-02-2010 10-02-2010 24-02-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel b, onderdeel 16 van de Wijzigingswet Wet milieubeheer, enz. (implementatie richtlijn nr. 2008/101/EG (handel in emissierechten luchtvaart))(Stb. 2010/31) in werking treedt.
Artikel 34d — Artikel 34d Begripsbepalingen#
Artikel 34d Begripsbepalingen 1 Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder: afstand: orthodromische afstand tussen het luchtvaartterrein van vertrek en het luchtvaartterrein van aankomst, plus een extra vaste component van 95 kilometer; controlerisico: kans op beduidend onjuiste opgaven van een parameter in het emissieverslag die door het controlesysteem niet tijdig worden voorkomen of gedetecteerd en gecorrigeerd; documentatie over massa en zwaartepunt: documentatie zoals gespecificeerd in internationale of nationale uitvoeringsbepalingen van de ‘Standards and Recommendation Practices (SARPs)’ die zijn opgenomen in bijlage 6 bij het op 7 december 1944 te Chicago tot stand gekomen verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart (Trb. 1973, 109), en zoals uitgewerkt in bijlage III, onderdeel J, bij verordening (EEG) nr. 3922/91 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 16 december 1991 inzake de harmonisatie van technische voorschriften en administratieve procedures op het gebied van de burgerluchtvaart (PbEG L 373) zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 859/2008 (PbEU L 254), of gelijkwaardige internationale regelgeving; emissiebron: individueel luchtvaartuig; emissiefactor: factor die is gebaseerd op het koolstofgehalte; Eurocontrol-organisatie: artikel 1.1, eerste lid, van de Wet luchtvaart de organisatie, bedoeld in; intrinsiek risico kans op beduidend onjuiste opgaven van een parameter in het emissieverslag, in de veronderstelling dat er terzake geen controle wordt uitgeoefend; luchtvaartterrein van aankomst: luchtvaartterrein waar een vlucht als bedoeld in bijlage I bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten eindigt; luchtvaartterrein van vertrek: luchtvaartterrein waar een vlucht als bedoeld in bijlage I bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten aanvangt; luchtvaartterreincombinatie: combinatie van een luchtvaartterrein van vertrek en een luchtvaartterrein van aankomst; monitoringsmethodiek: 2 geheel van de methoden dat door de vliegtuigexploitant wordt gebruikt om per vlucht de CO-emissies of de tonkilometergegevens te bepalen; niveau: indeling van een specifieke methodiek in een hiërarchisch opgezette reeks van nauwkeurigheden waarmee het brandstofverbruik en de vracht worden vastgesteld; orthodromische afstand: de kortste afstand tussen twee punten op het aardoppervlak, als gemeten over het aardoppervlak, waarvan de benaderde waarde wordt bepaald met behulp van het in artikel 3.7.1.1 van bijlage 15 bij het op 7 december 1944 te Chicago tot stand gekomen verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart (Trb. 1973, 109) bedoelde systeem, zijnde WGS 84; passagiers: personen die zich tijdens een vlucht aan boord van het luchtvaartuig bevinden, met uitzondering van de bemanningsleden; vracht: artikel 16.1, eerste lid, van de wet vracht als bedoeld in. 2 Artikel 2, eerste lid 2 , is voor wat betreft de begripsbepalingen van biobrandstof, biomassa, biomassafractie, bronstroom, commercieel verhandelbare brandstoffen, commercieel verhandelbare standaardbrandstoffen, conservatief, de minimis-bronstromen, energiebalansmethode, inherent CO, kalibratie, kleine bronstromen, onzekerheid, verbrandingsemissie en zuiver van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat: a. het begrip ‘bronstroom’ geen betrekking heeft op grondstof en product; b. het begrip ‘partij’ geen betrekking heeft op materiaal; c. 2 in de begripsbepaling van energiebalansmethode de zinsnede ‘in een CO-eenheid met verbrandingsemissies’ wordt weggelaten; d. de begripsbepaling van commercieel verhandelbare brandstoffen ook betrekking heeft op vliegtuigkerosine (JET A1 of JET A), vliegtuigbenzine van het type JET B en vliegtuigbenzine van het type ‘AvGas’. 2010 2489 19-02-2010 05-02-2010 BJZ2010001891 2010 61 23-02-2010 10-02-2010 24-02-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel b, onderdeel 16 van de Wijzigingswet Wet milieubeheer, enz. (implementatie richtlijn nr. 2008/101/EG (handel in emissierechten luchtvaart))(Stb. 2010/31) in werking treedt.
Artikel 34e — Artikel 34e Indiening monitoringsplan voor emissies en tonkilometergegevens#
Artikel 34e Indiening monitoringsplan voor emissies en tonkilometergegevens 1 artikel 16.39f, eerste lid, van de wet Ten minste vier maanden voor het begin van het eerste kalenderjaar waarover ingevolgeeen emissieverslag moet worden opgesteld, dient de vliegtuigexploitant bij het bestuur van de emissieautoriteit een ontwerp van een monitoringsplan in. 2 artikel 16.39j, eerste lid artikel 16.39n, eerste lid, van de wet Een vliegtuigexploitant die voornemens is een aanvraag om kosteloze toewijzing van broeikasgasemissierechten als bedoeld in, ofin te dienen, dient ten minste vier maanden voor het begin van het kalenderjaar waarover ten behoeve van die aanvraag tonkilometergegevens worden vastgesteld, bij het bestuur van de emissieautoriteit een ontwerp van een plan als bedoeld in artikel 16.39j, derde lid, onder a, van de wet in. 3 artikel 16.39a, tweede lid, onder b, van de wet In afwijking van het eerste en tweede lid mag de vliegtuigexploitant, in gevallen als bedoeld in, indien op het in het eerste of tweede lid bedoelde tijdstip nog niet overeenkomstig artikel 16.39a, derde lid, van de wet vaststaat dat Nederland ten aanzien van die vliegtuigexploitant de administrerende lidstaat is, het in het eerste onderscheidenlijk tweede lid bedoelde ontwerp indienen zo spoedig mogelijk nadat is komen vast te staan dat Nederland ten aanzien van die vliegtuigexploitant de administrerende lidstaat is. 4 artikelen 34f tot en met 34j Het ontwerp van het plan voldoet aan de in deten aanzien van het desbetreffende plan gestelde eisen. 2010 2489 19-02-2010 05-02-2010 BJZ2010001891 2010 61 23-02-2010 10-02-2010 24-02-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel b, onderdeel 16 van de Wijzigingswet Wet milieubeheer, enz. (implementatie richtlijn nr. 2008/101/EG (handel in emissierechten luchtvaart))(Stb. 2010/31) in werking treedt.
Artikel 34f — Artikel 34f Standaardformulier#
Artikel 34f Standaardformulier 1 Het monitoringsplan wordt opgesteld met gebruikmaking van het standaardformulier voor het monitoringsplan zoals aangeduid in de Mededeling van de Commissie van de Europese Gemeenschappen over de bekendmaking van de elektronische standaardformulieren en de bestandsformatspecificaties bedoeld in Beschikking 2007/589/EG met betrekking tot de vereisten voor monitoring en rapportage overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap (PbEU 2009, C 261). 2 artikel 16.39j, derde lid, onder a, van de wet Het plan, bedoeld in, wordt opgesteld met gebruikmaking van het standaardformulier voor dat plan zoals aangeduid in de mededeling, bedoeld in het eerste lid. 2010 2489 19-02-2010 05-02-2010 BJZ2010001891 2010 61 23-02-2010 10-02-2010 24-02-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel b, onderdeel 16 van de Wijzigingswet Wet milieubeheer, enz. (implementatie richtlijn nr. 2008/101/EG (handel in emissierechten luchtvaart))(Stb. 2010/31) in werking treedt.
Artikel 34g — Artikel 34g Inhoud monitoringsplan voor emissies#
Artikel 34g Inhoud monitoringsplan voor emissies Het monitoringsplan bevat in elk geval de volgende gegevens: a. artikel 34f, eerste lid de identificatiegegevens van de vliegtuigexploitant en een beschrijving van de activiteiten, bedoeld in onderdeel 2 van het standaardformulier, bedoeld in, alsmede de contactgegevens van de vliegtuigexploitant en van een binnen de onderneming ter zake verantwoordelijke persoon als bedoeld in onderdeel 3 van dat standaardformulier; b. een vermelding van de versie van het monitoringsplan; c. een initiële lijst van luchtvaartuigtypen in de vloot van de vliegtuigexploitant die op het tijdstip van indiening van het ontwerp van het monitoringsplan in bedrijf zijn alsmede het aantal luchtvaartuigen per type; d. een indicatieve lijst van extra luchtvaartuigtypen die naar verwachting zullen worden gebruikt, zo mogelijk met vermelding van het geraamde aantal luchtvaartuigen per type en de bij ieder luchtvaartuigtype behorende brandstofstromen; e. bijlagen XVIII XIX een beschrijving van de gebruikte procedures en systemen en de verantwoordelijkheden inzake controle van de volledigheid van de lijst van luchtvaartuigen die de vliegtuigexploitant tijdens het kalenderjaar heeft gebruikt en waarvoor hij overeenkomstig de bij deze regeling behorende, hoofdstuk XVIII.1, en, hoofdstuk XIX.1, verantwoordelijk is; f. een beschrijving van de procedures die worden gebruikt ter controle van de volledigheid van de lijst van vluchten die per luchtvaartterreincombinatie plaatsvinden onder de eenduidige ICAO-aanduiding van de vliegtuigexploitant of, indien deze aanduiding niet aanwezig is, onder de registratiemarkering van de luchtvaartuigen die door hem worden geëxploiteerd; g. een beschrijving van de procedures die worden gebruikt om vast te stellen of een vlucht onder bijlage I bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten valt; h. 2 een schatting van de totale jaarlijkse emissies van fossiel COvoor vluchten die onder bijlage I bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten vallen; i. bijlagen XVIII XIX een beschrijving van de methoden voor het bepalen van het brandstofverbruik van de luchtvaartuigen waarvoor de vliegtuigexploitant overeenkomstig de bij deze regeling behorende, hoofdstuk XVIII.1, en, hoofdstuk XIX.1, verantwoordelijk is, omvattende in elk geval: 1°. bijlage XVIII de gekozen methodiek voor de berekening van het brandstofverbruik, te weten methode A of B als bedoeld in de bij deze regeling behorende, hoofdstuk XVIII.2, paragraaf 2.2; 2°. een onderbouwing van de aanpak indien niet voor alle luchtvaartuigtypen dezelfde methode wordt toegepast, onder toevoeging van een lijst waarin wordt gespecificeerd welke methode in welke omstandigheden wordt toegepast; 3°. de gegevensbron die wordt gebruikt ter bepaling van de gegevens over de hoeveelheid getankte brandstof en de hoeveelheid brandstof in de brandstoftanks, alsmede de methoden voor overdracht, opslag en raadpleging van die gegevens; 4°. procedures voor de meting van de hoeveelheid getankte brandstof en de hoeveelheid brandstof in de brandstoftanks, inclusief de gekozen niveaus, alsmede een beschrijving van de gebruikte meetinstrumenten en, indien van toepassing, de procedures voor registratie, aflezing, overdracht en opslag van de informatie betreffende de metingen; 5°. artikel 34q de onzekerheid van de meetapparatuur die wordt gebruikt om het brandstofverbruik te bepalen en de onderbouwing, bedoeld in; 6°. bijlage XVIII een procedure die garandeert dat de totale aan de brandstofmetingen verbonden onzekerheid zodanig is dat wordt voldaan aan de eisen van het gekozen niveau, bedoeld in de bij deze regeling behorende, hoofdstuk XVIII.2, paragraaf 2.3, met verwijzing naar de kalibratiecertificaten van de meetsystemen, nationale wetgeving, clausules in overeenkomsten of door de brandstofleveranciers gehanteerde nauwkeurigheidsnormen; 7°. de methode ter bepaling van de dichtheid van brandstof; 8°. indien de vliegtuigexploitant bij het bepalen van de dichtheid van brandstof gebruik maakt van standaard dichtheid-temperatuurcorrelatietabellen: een aanduiding van de bron van die tabellen; 9°. de procedures voor de bepaling van de dichtheid van brandstof die bij de bepaling van de hoeveelheid getankte brandstof en de hoeveelheid brandstof in de brandstoftanks worden toegepast, met inbegrip van een beschrijving van de gebruikte meetinstrumenten, of, indien meting niet mogelijk is, de gebruikte standaardwaarde en een motivering daarvan; 10°. de procedure die wordt gebruikt om te controleren of de hoeveelheid getankte brandstof zoals vermeld in de door de brandstofleverancier verstrekte informatie overeenstemt met de hoeveelheid getankte brandstof zoals gemeten aan boord van het luchtvaartuig; 11°. een lijst van met bijzondere omstandigheden verband houdende afwijkingen van de van toepassing zijnde monitoringsmethodiek zoals opgenomen in de onderdelen 1° tot en met 8° voor specifieke luchtvaartterreinen of typen luchtvaartterreinen; j. artikel 34s de emissiefactoren voor ieder brandstoftype, of, in het geval van alternatieve brandstoffen, de methodiek ter bepaling van de emissiefactoren, inclusief de aanpak inzake bemonstering en analysemethoden, en een beschrijving van de gebruikte meetinstanties en hun accreditatie of hun kwaliteitsborgingsprocedures als bedoeld in; k. artikel 34r een beschrijving van de methode waarmee ontbrekende gegevens worden vastgesteld, bedoeld in; l. artikel 34u artikel 34x artikelen 34z tot en met 34af artikel 34v artikel 34y een beschrijving van de gegevensverzamelings- en verwerkingsactiviteiten, bedoeld in, en de controleactiviteiten, bedoeld inen de, met inbegrip van een verwijzing naar de procedures voor het vaststellen van gegevensverzamelings- en verwerkingsactiviteiten, bedoeld in, en een beschrijving van de procedures voor controleactiviteiten als bedoeld in; m. indien van toepassing: koppelingen met activiteiten die plaatsvinden in het kader van het communautaire milieubeheer- en milieuauditsysteem (EMAS), dan wel een ander intern milieubeheerssysteem. 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 01-07-2012
Artikel 34h — Artikel 34h Identificatie vliegtuigexploitant#
Artikel 34h Identificatie vliegtuigexploitant 1 artikel 34g, onder a De identificatie, bedoeld in, geschiedt op basis van: a. de unieke ICAO-aanduiding van de vliegtuigexploitant zoals vermeld in vak 7 van het vluchtplan die door de luchtverkeersleiding als roepnaam wordt gebruikt, of b. bij het ontbreken van een unieke ICAO-aanduiding als bedoeld onder a: de registratiemarkering van het door de vliegtuigexploitant geëxploiteerde luchtvaartuig zoals vermeld in vak 7 van het vluchtplan. 2 Indien de identiteit van de vliegtuigexploitant niet bekend is, wordt de eigenaar van het luchtvaartuig beschouwd als de vliegtuigexploitant, tenzij de eigenaar ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit aantoont welke andere persoon de vliegtuigexploitant was. 2010 2489 19-02-2010 05-02-2010 BJZ2010001891 2010 61 23-02-2010 10-02-2010 24-02-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel b, onderdeel 16 van de Wijzigingswet Wet milieubeheer, enz. (implementatie richtlijn nr. 2008/101/EG (handel in emissierechten luchtvaart))(Stb. 2010/31) in werking treedt.
Artikel 34i — Artikel 34i Inhoud monitoringsplan voor kleine emittenten#
Artikel 34i Inhoud monitoringsplan voor kleine emittenten 1 2 Indien een vliegtuigexploitant die geen commerciële luchtvervoersonderneming is als bedoeld in artikel 1 van de Regeling interpretatie luchtvaartactiviteiten handel in emissierechten, ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit aantoont dat hij gedurende drie opeenvolgende periodes van vier maanden minder dan 243 vluchten per periode uitvoert of dat hij vluchten met een totale CO-emissie van minder dan 10.000 ton per jaar uitvoert, vermeldt hij in elk geval de volgende gegevens in het monitoringsplan: a. artikel 34g de inbedoelde gegevens, met uitzondering van de gegevens, bedoeld onder i; b. een bewijs dat aan een van beide of beide in de aanhef vermelde voorwaarden is voldaan; c. artikel 34l, derde lid de bevestiging dat een instrument als bedoeld in, wordt gebruikt, alsmede een specificatie van het instrument en een beschrijving daarvan. 2 artikel 34l, derde lid Het eerste lid is niet van toepassing indien de betrokken exploitant geen gebruik maakt van de vereenvoudigde monitoringsprocedure voor het bepalen van het brandstofverbruik, bedoeld in. 2010 2489 19-02-2010 05-02-2010 BJZ2010001891 2010 61 23-02-2010 10-02-2010 24-02-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel b, onderdeel 16 van de Wijzigingswet Wet milieubeheer, enz. (implementatie richtlijn nr. 2008/101/EG (handel in emissierechten luchtvaart))(Stb. 2010/31) in werking treedt.
Artikel 34j — Artikel 34j Inhoud monitoringsplan voor tonkilometergegevens#
Artikel 34j Inhoud monitoringsplan voor tonkilometergegevens 1 artikel 16.39j, derde lid, onder a, van de wet De vliegtuigexploitant vermeldt in het plan, bedoeld in, in elk geval de volgende gegevens: a. artikel 34g de inbedoelde gegevens, met uitzondering van de gegevens, bedoeld onder h, i en k; b. een beschrijving van de methoden ter bepaling van de tonkilometergegevens per vlucht, met inbegrip van: 1°. de procedures, verantwoordelijkheden, methoden, gegevensbronnen en berekeningsformules voor de bepaling en de registratie van de afstand per luchtvaartterreincombinatie; 2°. een bevestiging dat de lengte- en breedteligging van luchtvaartterreinen wordt ontleend aan gegevens over de ligging van luchtvaartterreinen die op grond van bijlage 15 bij het op 7 december 1944 te Chicago tot stand gekomen verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart (Trb. 1973, 109) in ‘Aeronauticals Publications’ worden gepubliceerd dan wel een bron die dergelijke gegevens gebruikt; 3°. de procedures voor het bepalen van informatie over de ligging van luchtvaartterreinen; 4°. bijlage XIX een aanduiding of niveau 1 dan wel niveau 2 als bedoeld in de bij deze regeling behorende, hoofdstuk XIX.3, wordt gebruikt bij het vaststellen van de massa van passagiers en hun ingecheckte bagage, waarbij wordt gevoegd een beschrijving van de procedure ter bepaling van de massa van passagiers indien niveau 2 wordt gebruikt; 5°. bijlage XIX een aanduiding of de vliegtuigexploitant verplicht is documentatie over massa en zwaartepunt bij te houden voor de vluchten waarvoor hij verantwoordelijk is overeenkomstig de bij deze regeling behorende, hoofdstuk XIX.1; 6°. een beschrijving van de alternatieve methode die wordt gebruikt voor de bepaling van massa van vracht en post als de vliegtuigexploitant overeenkomstig internationale regelgeving niet verplicht is documentatie over massa en zwaartepunt te hanteren; 7°. een bevestiging dat het servicegewicht en het leeggewicht van alle pallets en containers die geen deel uitmaken van de vracht niet worden meegenomen in de berekening van tonkilometergegevens; 8°. een beschrijving van de procedures ter bepaling van de massa van vracht en post; 9°. een beschrijving van de meetinstrumenten die voor de bepaling van de massa van passagiers, vracht en post worden gebruikt. 2 Artikel 34h is van overeenkomstige toepassing. 2010 2489 19-02-2010 05-02-2010 BJZ2010001891 2010 61 23-02-2010 10-02-2010 24-02-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel b, onderdeel 16 van de Wijzigingswet Wet milieubeheer, enz. (implementatie richtlijn nr. 2008/101/EG (handel in emissierechten luchtvaart))(Stb. 2010/31) in werking treedt.
Artikel 34k — Artikel 34k 2 Bepaling CO-emissies#
Artikel 34k 2 Bepaling CO-emissies 2 bijlage XVIII De vliegtuigexploitant bepaalt per vlucht de CO-emissies van het luchtvaartuig overeenkomstig de bij deze regeling behorende. 2010 2489 19-02-2010 05-02-2010 BJZ2010001891 2010 61 23-02-2010 10-02-2010 24-02-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel b, onderdeel 16 van de Wijzigingswet Wet milieubeheer, enz. (implementatie richtlijn nr. 2008/101/EG (handel in emissierechten luchtvaart))(Stb. 2010/31) in werking treedt.
Artikel 34l — Artikel 34l Bepaling brandstofverbruik#
Artikel 34l Bepaling brandstofverbruik 1 bijlage XVIII De vliegtuigexploitant bepaalt per vlucht en per bronstroom het brandstofverbruik overeenkomstig de bij deze regeling behorende, hoofdstuk XVIII.2. 2 Bij de bepaling van het brandstofverbruik wordt tevens de brandstof betrokken die wordt verbruikt door het hulpaggregaat. 3 2 In afwijking van het eerste lid mag een vliegtuigexploitant die geen commerciële luchtvervoersonderneming is als bedoeld in artikel 1 van de Regeling interpretatie luchtvaartactiviteiten handel in emissierechten en die ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit aantoont dat hij gedurende drie opeenvolgende periodes van vier maanden minder dan 243 vluchten per periode uitvoert of dat hij vluchten met een totale CO-emissie van minder dan 10.000 ton per jaar uitvoert, het brandstofverbruik schatten met behulp van: mits deze instrumenten en de toepassing van de correctiefactoren ter compensatie van onnauwkeurigheden in de modellen zijn goedgekeurd door de Commissie van de Europese Gemeenschappen. a. instrumenten die door de Eurocontrol-organisatie worden gebruikt, of b. instrumenten die door een andere bevoegde organisatie worden gebruikt, mits deze instrumenten alle relevante luchtverkeersinformatie, zoals die waarover de Eurocontrol-organisatie beschikt, kunnen verwerken, 2010 2489 19-02-2010 05-02-2010 BJZ2010001891 2010 61 23-02-2010 10-02-2010 24-02-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel b, onderdeel 16 van de Wijzigingswet Wet milieubeheer, enz. (implementatie richtlijn nr. 2008/101/EG (handel in emissierechten luchtvaart))(Stb. 2010/31) in werking treedt.
Artikel 34m — Artikel 34m Bepaling emissiefactor#
Artikel 34m Bepaling emissiefactor 1 bijlage XVIII De vliegtuigexploitant past voor vliegtuigkerosine van het type JET A1 of JET A, vliegtuigbenzine van het type JET B en vliegtuigbenzine van het type ‘AvGas’ de standaardemissiefactor toe die voor die brandstof is gespecificeerd in de bij deze regeling behorende, hoofdstuk XVIII.3. 2 bijlage XVIII De vliegtuigexploitant bepaalt voor brandstoffen die niet onder het eerste lid vallen, de emissiefactor overeenkomstig de bij deze regeling behorende, hoofdstuk XVIII.4. 3 Indien de brandstof als bedoeld in het tweede lid een de minimis-bronstroom is, mag de vliegtuigexploitant een in het monitoringsplan neergelegde schattingsmethode gebruiken om de emissiefactor te bepalen. 4 bijlage VI In afwijking van het tweede lid mag de vliegtuigexploitant de voor de brandstoffen specifieke IPCC-referentiewaarde voor de emissiefactor toepassen als bedoeld in de bij deze regeling behorende. 5 artikel 34ae In afwijking van het tweede lid mag de vliegtuigexploitant de emissiefactor voor commercieel verhandelbare brandstoffen afleiden van overeenkomstiggeregistreerde facturen van de brandstofleverancier indien hij ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit aantoont dat de afgeleide emissiefactoren zijn gebaseerd op aanvaarde internationale normen. 2010 2489 19-02-2010 05-02-2010 BJZ2010001891 2010 61 23-02-2010 10-02-2010 24-02-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel b, onderdeel 16 van de Wijzigingswet Wet milieubeheer, enz. (implementatie richtlijn nr. 2008/101/EG (handel in emissierechten luchtvaart))(Stb. 2010/31) in werking treedt.
Artikel 34n — Artikel 34n Bepaling calorische onderwaarde en koolstofgehalte#
Artikel 34n Bepaling calorische onderwaarde en koolstofgehalte 1 artikel 34m, eerste lid bijlage XVIII Indien de vliegtuigexploitant gebruik maakt van brandstoffen die niet onder, vallen, bepaalt de vliegtuigexploitant de calorische onderwaarde en het koolstofgehalte van deze brandstoffen overeenkomstig de bij deze regeling behorende, hoofdstuk XVIII.4. 2 Indien de in het eerste lid bedoelde brandstof een de minimis-bronstroom is, mag de vliegtuigexploitant een in het monitoringsplan neergelegde schattingsmethode gebruiken om de calorische onderwaarde te bepalen. 3 bijlage VI In afwijking van het eerste lid mag de vliegtuigexploitant de voor de brandstoffen specifieke IPCC-referentiewaarde voor de calorische onderwaarde toepassen als bedoeld in de bij deze regeling behorende. 4 artikel 34ae In afwijking van het eerste lid mag de vliegtuigexploitant de calorische onderwaarde en het koolstofgehalte voor commercieel verhandelbare brandstoffen afleiden van overeenkomstiggeregistreerde facturen van de brandstofleverancier indien hij ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit aantoont dat de afgeleide calorische onderwaarde en het koolstofgehalte zijn gebaseerd op aanvaarde internationale normen. 2010 2489 19-02-2010 05-02-2010 BJZ2010001891 2010 61 23-02-2010 10-02-2010 24-02-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel b, onderdeel 16 van de Wijzigingswet Wet milieubeheer, enz. (implementatie richtlijn nr. 2008/101/EG (handel in emissierechten luchtvaart))(Stb. 2010/31) in werking treedt.
Artikel 34o — Artikel 34o Bepaling biomassafractie#
Artikel 34o Bepaling biomassafractie 1 bijlage XVIII Indien de vliegtuigexploitant gebruik maakt van gemengde brandstoffen die biomassa bevatten, wordt de biomassafractie bepaald overeenkomstig de bij deze regeling behorende, hoofdstuk XVIII.4. 2 Indien de in het eerste lid bedoelde brandstof een de minimis-bronstroom is, mag de vliegtuigexploitant een in het monitoringsplan neergelegde schattingsmethode gebruiken om de biomassafractie te bepalen. 3 artikel 34ae In afwijking van het eerste lid mag de vliegtuigexploitant het biomassagehalte voor commercieel verhandelbare brandstoffen afleiden van overeenkomstiggeregistreerde facturen van de brandstofleverancier indien hij ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit aantoont dat de biomassafractie is gebaseerd op aanvaarde internationale normen. 2010 2489 19-02-2010 05-02-2010 BJZ2010001891 2010 61 23-02-2010 10-02-2010 24-02-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel b, onderdeel 16 van de Wijzigingswet Wet milieubeheer, enz. (implementatie richtlijn nr. 2008/101/EG (handel in emissierechten luchtvaart))(Stb. 2010/31) in werking treedt.
Artikel 34p — Artikel 34p Bepaling hoeveelheid zuivere biomassa#
Artikel 34p Bepaling hoeveelheid zuivere biomassa 1 artikel 34o, eerste lid In afwijking van, mag de vliegtuigexploitant voor de bepaling van de hoeveelheid zuivere biomassa ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit een energiebalansmethode of een schattingsmethode toepassen. 2 artikel 34o, eerste lid 2 In afwijking van, mag de vliegtuigexploitant ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit voor de bepaling van CO-emissies uit fossiel materiaal dat als onzuiverheid voorkomt in als zuivere biomassa aangemerkte brandstoffen een schattingsmethode toepassen. 3 2 De in het eerste en tweede bedoelde CO-emissies worden in het emissieverslag gerapporteerd onder de biomassabronstroom. 2010 2489 19-02-2010 05-02-2010 BJZ2010001891 2010 61 23-02-2010 10-02-2010 24-02-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel b, onderdeel 16 van de Wijzigingswet Wet milieubeheer, enz. (implementatie richtlijn nr. 2008/101/EG (handel in emissierechten luchtvaart))(Stb. 2010/31) in werking treedt.
Artikel 34q — Artikel 34q 2 Beoordeling onzekerheid bij bepaling CO-emissies#
Artikel 34q 2 Beoordeling onzekerheid bij bepaling CO-emissies 1 2 artikel 34k Bij de bepaling van de CO-emissies, bedoeld in, identificeert en onderbouwt de vliegtuigexploitant de belangrijkste bronnen van onzekerheid en de daarbij behorende onzekerheidsniveaus. 2 De vliegtuigexploitant hoeft de geïdentificeerde onzekerheidsniveaus met betrekking tot de bepaling van het brandstofverbruik niet te onderbouwen indien de hoeveelheid getankte brandstof uitsluitend is bepaald op basis van de gefactureerde hoeveelheid brandstof of andere passende door de brandstofleverancier verstrekte informatie. 3 Indien systemen aan boord van het luchtvaartuig worden gebruikt om de hoeveelheid getankte brandstof te bepalen, onderbouwt de vliegtuigexploitant de onzekerheid van de brandstofmetingen door gebruik te maken van kalibratiecertificaten. 4 Indien de in het derde lid bedoelde kalibratiecertificaten niet beschikbaar zijn, onderbouwt de vliegtuigexploitant de onzekerheid van de brandstofmetingen door: a. specificaties aan te leveren die door de leveranciers van de meetsystemen aan boord van het luchtvaartuig zijn verstrekt omtrent de onzekerheid van deze meetsystemen, en b. aan te tonen dat routinematige controles worden uitgeoefend teneinde het goed functioneren van de brandstofmeetsystemen te waarborgen. 5 De vliegtuigexploitant mag de onzekerheid van andere dan in het derde lid bedoelde componenten van de monitoringsmethodiek onderbouwen door gebruik te maken van een conservatieve inschatting van deskundigen waarbij het geschatte aantal vluchten binnen een rapportageperiode in acht wordt genomen. 6 Indien meetsystemen aan boord van het luchtvaartuig worden gebruikt om de hoeveelheid getankte brandstof te bepalen, voert de vliegtuigexploitant regelmatig controles uit tussen de hoeveelheid getankte brandstof die op de gefactureerde gegevens of andere passende door de brandstofleverancier verstrekte informatie van de brandstofleverancier is aangegeven en de hoeveelheid getankte brandstof die is gemeten door meetsystemen aan boord van het luchtvaartuig. 7 artikel 34v artikel 34ac Wanneer bij controles als bedoeld in het zesde lid afwijkingen tussen gemeten en gefactureerde of andere passende door brandstofleverancier verstrekte informatie over hoeveelheden worden geconstateerd door de vliegtuigexploitant en deze afwijkingen het toegestane maximum dat is aangegeven in de daarvoor bestemde procedure vanoverschrijdt, neemt de vliegtuigexploitant corrigerende maatregelen als bedoeld in. 2010 2489 19-02-2010 05-02-2010 BJZ2010001891 2010 61 23-02-2010 10-02-2010 24-02-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel b, onderdeel 16 van de Wijzigingswet Wet milieubeheer, enz. (implementatie richtlijn nr. 2008/101/EG (handel in emissierechten luchtvaart))(Stb. 2010/31) in werking treedt.
Artikel 34r — Artikel 34r Ontbrekende gegevens#
Artikel 34r Ontbrekende gegevens 1 2 Indien het bestuur van de emissieautoriteit, de vliegtuigexploitant of de verificateur ontdekt dat voor een vlucht als bedoeld in bijlage I bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten de voor de bepaling van de CO-emissies noodzakelijke gegevens of een deel van deze gegevens ontbreken als gevolg van overmacht en indien deze gegevens niet kunnen worden bepaald met behulp van een andere methode die is opgenomen in het monitoringsplan, mag de vliegtuigexploitant deze emissies schatten met behulp van een van de volgende methoden: mits deze instrumenten en de toepassing van de correctiefactoren ter compensatie van onnauwkeurigheden in de modellen zijn goedgekeurd door de Commissie van de Europese Gemeenschappen. a. instrumenten die door de Eurocontrol-organisatie worden gebruikt; b. instrumenten die door een andere bevoegde organisatie worden gebruikt, mits deze instrumenten alle relevante luchtverkeersinformatie, zoals die waarover de Eurocontrol-organisatie beschikt, kunnen verwerken, 2 2 Indien de voor de bepaling van de CO-emissies noodzakelijke gegevens of een deel van deze gegevens ontbreken als gevolg van het uitvallen van meetsystemen of het verlies van primaire gegevens, mag de vliegtuigexploitant de ontbrekende gegevens aanvullen door een conservatieve schattingsmethode van de emissies toe te passen met behulp van: a. de in het eerste lid bedoelde instrumenten, of b. een alternatieve in het monitoringsplan opgenomen methode. 3 2 De hoeveelheid geschatte CO-emissies als bedoeld in het eerste en tweede lid wordt opgenomen in het emissieverslag. 4 artikel 34x De vliegtuigexploitant neemt alle noodzakelijke maatregelen om het ontbreken van gegevens als bedoeld in het eerste en tweede lid te voorkomen, met inbegrip van toereikende controleactiviteiten als bedoeld in. 2010 2489 19-02-2010 05-02-2010 BJZ2010001891 2010 61 23-02-2010 10-02-2010 24-02-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel b, onderdeel 16 van de Wijzigingswet Wet milieubeheer, enz. (implementatie richtlijn nr. 2008/101/EG (handel in emissierechten luchtvaart))(Stb. 2010/31) in werking treedt.
Artikel 34s — Artikel 34s Uitvoering van werkzaamheden door een meetinstantie#
Artikel 34s Uitvoering van werkzaamheden door een meetinstantie 1 Werkzaamheden als bedoeld in het tweede lid worden verricht door een meetinstantie die voor deze verrichtingen door een accreditatie-instantie is geaccrediteerd volgens EN ISO 17025:2005. 2 De door een meetinstantie uit te voeren werkzaamheden omvatten in elk geval: a. bijlage XVIII de bepaling van de emissiefactor, het koolstofgehalte en de calorische onderwaarde, bedoeld in de bij deze regeling behorende, hoofdstuk XVIII.4; b. bijlage XVIII de bepaling van de samenstellingsgegevens, bedoeld in de bij deze regeling behorende, hoofdstuk XVIII.4; c. bijlage XVIII de bepaling van de biomassafractie, bedoeld in de bij deze regeling behorende, hoofdstuk XVIII.4. 3 Artikel 17, derde tot en met dertiende lid , is van overeenkomstige toepassing op luchtvaartactiviteiten, met dien verstande dat in afwijking van artikel 17, twaalfde lid, eerste volzin, de initiële validatie plaatsvindt als onderdeel van de inbedrijfstelling van een nieuw systeem als bedoeld in artikel 17, achtste lid. 2010 2489 19-02-2010 05-02-2010 BJZ2010001891 2010 61 23-02-2010 10-02-2010 24-02-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel b, onderdeel 16 van de Wijzigingswet Wet milieubeheer, enz. (implementatie richtlijn nr. 2008/101/EG (handel in emissierechten luchtvaart))(Stb. 2010/31) in werking treedt.
Artikel 34sa — Artikel 34sa Eisen aan meetinstantie#
Artikel 34sa Eisen aan meetinstantie 1 artikel 34s, tweede lid Een meetinstantie die in opdracht van een vliegtuigexploitant werkzaamheden als bedoeld in, verricht, voldoet aan de in dat artikel gestelde voorwaarden en voert de werkzaamheden uit overeenkomstig het monitoringsplan van de betreffende vliegtuigexploitant. 2 Het is voor een meetinstantie verboden te handelen in strijd met het eerste lid. 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 01-07-2012
Artikel 34t — Artikel 34t Bepaling tonkilometergegevens#
Artikel 34t Bepaling tonkilometergegevens artikel 16.39j, eerste lid artikel 16.39n, eerste lid, van de wet bijlage XIX Een vliegtuigexploitant die voornemens is een aanvraag om kosteloze toewijzing van broeikasgasemissierechten als bedoeld in, ofin te dienen, bepaalt de tonkilometergegevens overeenkomstig de bij deze regeling behorende. 2010 2489 19-02-2010 05-02-2010 BJZ2010001891 2010 61 23-02-2010 10-02-2010 24-02-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel b, onderdeel 16 van de Wijzigingswet Wet milieubeheer, enz. (implementatie richtlijn nr. 2008/101/EG (handel in emissierechten luchtvaart))(Stb. 2010/31) in werking treedt.
Artikel 34u — Artikel 34u Gegevensverzamelings- en verwerkingsactiviteiten#
Artikel 34u Gegevensverzamelings- en verwerkingsactiviteiten 1 2 Overeenkomstig het bepaalde in deze regeling en het door het bestuur van de emissieautoriteit goedgekeurde monitoringsplan stelt de vliegtuigexploitant gegevensverzamelings- en verwerkingsactiviteiten vast die betrekking hebben op de monitoring en rapportage van CO-emissies en voert deze activiteiten uit. 2 Tot de gegevensverzamelings- en verwerkingsactiviteiten, bedoeld in het eerste lid, behoren ten minste: a. het uitvoeren van metingen en het controleren en registreren van primaire meetgegevens; b. 2 de monitoring, analyse, registratie, verwerking en berekening van parameters ten behoeve van de rapportage van de CO-emissies; c. alle operationele activiteiten met betrekking tot het opstellen van het emissieverslag, de verificatie daarvan en het verzenden van deze verslagen naar het bestuur van de emissieautoriteit. 2010 2489 19-02-2010 05-02-2010 BJZ2010001891 2010 61 23-02-2010 10-02-2010 24-02-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel b, onderdeel 16 van de Wijzigingswet Wet milieubeheer, enz. (implementatie richtlijn nr. 2008/101/EG (handel in emissierechten luchtvaart))(Stb. 2010/31) in werking treedt.
Artikel 34v — Artikel 34v Procedures voor het vaststellen van gegevensverzamelings- en verwerkingsactiviteiten#
Artikel 34v Procedures voor het vaststellen van gegevensverzamelings- en verwerkingsactiviteiten artikel 34u, eerste lid De vliegtuigexploitant stelt procedures voor de in, bedoelde gegevensverzamelings- en verwerkingsactiviteiten op. In deze procedures zijn ten minste de volgende elementen opgenomen: a. in een schematische weergave de opeenvolging en interactie tussen de afzonderlijke gegevensverzamelings- en verwerkingsactiviteiten waarbij de koppeling tussen de voorgaande en volgende activiteit wordt aangegeven; b. degene die verantwoordelijk is voor elke gegevensverzamelings- en verwerkingsactiviteit; c. de informatiesystemen en andere systemen die zijn gebruikt voor het verwerken en implementeren van gegevensverzamelings- en verwerkingsactiviteiten; d. de wijze waarop de gegevens die verband houden met specifieke gegevensverzamelings- en verwerkingsactiviteiten manueel in het systeem worden ingevoerd; e. de wijze waarop gegevensverzamelings- en verwerkingsactiviteiten worden geregistreerd; f. de frequentie waarmee gegevensverzamelings- en verwerkingsactiviteiten worden uitgevoerd; g. de inherente risico’s van de desbetreffende gegevensverzamelings- en verwerkingsactiviteiten; h. artikel 34x de controleactiviteiten die overeenkomstigworden toegepast om het inherente risico bij de desbetreffende gegevensverzamelings- en verwerkingsactiviteiten te beperken. 2010 2489 19-02-2010 05-02-2010 BJZ2010001891 2010 61 23-02-2010 10-02-2010 24-02-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel b, onderdeel 16 van de Wijzigingswet Wet milieubeheer, enz. (implementatie richtlijn nr. 2008/101/EG (handel in emissierechten luchtvaart))(Stb. 2010/31) in werking treedt.
Artikel 34w — Artikel 34w Controlesysteem#
Artikel 34w Controlesysteem 1 De vliegtuigexploitant zet een effectief controlesysteem op dat garandeert dat het emissieverslag geen onjuiste opgaven bevat en in overeenstemming is met het door het bestuur van de emissieautoriteit goedgekeurde monitoringsplan en het bepaalde in deze regeling. 2 Het in het eerste lid bedoelde controlesysteem bestaat uit: a. de beoordeling door de vliegtuigexploitant van het intrinsiek risico en het controlerisico alsmede de kans op onjuiste opgaven in het emissieverslag en non-conformiteiten ten aanzien van het door het bestuur van de emissieautoriteit goedgekeurde monitoringsplan en het bepaalde in deze regeling; b. de controleactiviteiten die de onder a bedoelde risico’s beperken. 3 De vliegtuigexploitant evalueert en verbetert het in het eerste lid bedoelde controlesysteem aan de hand van interne audits van dit systeem en de gerapporteerde gegevens. 2010 2489 19-02-2010 05-02-2010 BJZ2010001891 2010 61 23-02-2010 10-02-2010 24-02-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel b, onderdeel 16 van de Wijzigingswet Wet milieubeheer, enz. (implementatie richtlijn nr. 2008/101/EG (handel in emissierechten luchtvaart))(Stb. 2010/31) in werking treedt.
Artikel 34x — Artikel 34x Controleactiviteiten#
Artikel 34x Controleactiviteiten 1 artikel 34w, tweede lid, onder a De vliegtuigexploitant stelt aan de hand van de risicobeoordeling, bedoeld in, passende controleactiviteiten vast om de intrinsieke risico’s en controlerisico’s te beheersen en te beperken. 2 artikel 34w, tweede lid, onder a De vliegtuigexploitant past de controleactiviteiten toe overeenkomstig de in, bedoelde risicobeoordeling en zorgt ervoor dat deze controleactiviteiten toereikend blijven om de in het eerste lid bedoelde risico’s te beheersen en te beperken. 3 Tot de in het eerste lid bedoelde controleactiviteiten behoren ten minste: a. artikel 34af kwaliteitsborging van de deskundigheid van de personen die met de uitvoering van de gegevensverzamelings- en verwerkingsactiviteiten en het controlesysteem zijn belast overeenkomstig; b. artikel 34z kwaliteitsborging van de gebruikte meetapparatuur en informatietechnologie overeenkomstig; c. artikel 34aa interne toetsing en validatie van de gerapporteerde gegevens overeenkomstig; d. artikel 34ab kwaliteitsborging van uitbestede processen overeenkomstig; e. artikel 34ac correcties en bijsturingsmaatregelen overeenkomstig; f. artikelen 34ad 34ae de registratie en documentatie alsmede het beheer van documentatie overeenkomstig deen. 2010 2489 19-02-2010 05-02-2010 BJZ2010001891 2010 61 23-02-2010 10-02-2010 24-02-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel b, onderdeel 16 van de Wijzigingswet Wet milieubeheer, enz. (implementatie richtlijn nr. 2008/101/EG (handel in emissierechten luchtvaart))(Stb. 2010/31) in werking treedt.
Artikel 34y — Artikel 34y Procedures voor de risicobeoordeling en controleactiviteiten#
Artikel 34y Procedures voor de risicobeoordeling en controleactiviteiten artikel 34w, tweede lid, onder a artikel 34x De vliegtuigexploitant stelt voor de in, bedoelde risicobeoordeling en de inbedoelde controleactiviteiten procedures vast. In deze procedures zijn ten minste de volgende elementen opgenomen: a. de activiteiten die worden uitgevoerd ten behoeve van de desbetreffende risicobeoordeling en controleactiviteit; b. de wijze waarop de risicobeoordeling en de controleactiviteit worden uitgevoerd; c. de procedures voor het uitvoeren van de desbetreffende risicobeoordeling en controleactiviteit; d. degene die verantwoordelijk is voor de risicobeoordeling en de controleactiviteiten; e. de informatiesystemen die zijn gebruikt voor het uitvoeren van de risicobeoordeling en de controleactiviteiten; f. de wijze waarop de risicobeoordeling en de controleactiviteiten worden geregistreerd; g. de frequentie waarmee of het tijdstip waarop de risicobeoordeling en de controleactiviteiten worden uitgevoerd; h. de controlerisico’s die samenhangen met de controleactiviteiten. 2010 2489 19-02-2010 05-02-2010 BJZ2010001891 2010 61 23-02-2010 10-02-2010 24-02-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel b, onderdeel 16 van de Wijzigingswet Wet milieubeheer, enz. (implementatie richtlijn nr. 2008/101/EG (handel in emissierechten luchtvaart))(Stb. 2010/31) in werking treedt.
Artikel 34z — Artikel 34z Kwaliteitsborging meetapparatuur#
Artikel 34z Kwaliteitsborging meetapparatuur 1 2 De vliegtuigexploitant draagt er zorg voor dat de ter bepaling van de CO-emissies gebruikte meetapparatuur regelmatig en voorafgaand aan het gebruik wordt gekalibreerd, bijgesteld en gecontroleerd op grond van meetnormen die, indien beschikbaar, zijn afgeleid van relevante internationale meetnormen. 2 artikel 34ae De vliegtuigexploitant registreert de resultaten van de kwaliteitsborging van de in het eerste lid bedoelde werkzaamheden in het register, bedoeld in. 3 artikel 34ae Op grond van de resultaten, bedoeld in het tweede lid, beoordeelt de vliegtuigexploitant de geldigheid van de resultaten van eerder uitgevoerde metingen en registreert hij de uitkomst van deze beoordeling in het register, bedoeld in. 4 Indien uit de kalibratie en de controles blijkt dat de in het eerste lid bedoelde meetapparatuur niet naar behoren functioneert, neemt de vliegtuigexploitant onmiddellijk maatregelen teneinde te verzekeren dat deze situatie zo spoedig mogelijk wordt beëindigd. 5 Indien de in het eerste lid bedoelde meetapparatuur niet kan worden gekalibreerd, neemt de vliegtuigexploitant alternatieve controleactiviteiten op in het monitoringsplan. 6 Indien de vliegtuigexploitant gebruik maakt van informatietechnologie, is deze zodanig ontworpen, gedocumenteerd, beproefd, geïmplementeerd, gecontroleerd en onderhouden dat een betrouwbare, nauwkeurige en tijdige verwerking van de gegevens is gewaarborgd. 7 De kwaliteitsborging van het gebruik van informatietechnologie, bedoeld in het zesde lid, omvat ten minste toegangscontrole, back-up- en herstelprocedures, continuïteitsplanning en beveiliging inclusief een correcte toepassing van de berekeningsformules die zijn opgenomen in het monitoringsplan. 2010 2489 19-02-2010 05-02-2010 BJZ2010001891 2010 61 23-02-2010 10-02-2010 24-02-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel b, onderdeel 16 van de Wijzigingswet Wet milieubeheer, enz. (implementatie richtlijn nr. 2008/101/EG (handel in emissierechten luchtvaart))(Stb. 2010/31) in werking treedt.
Artikel 34aa — Artikel 34aa Toetsing en controle van gegevens#
Artikel 34aa Toetsing en controle van gegevens 1 artikel 34u De vliegtuigexploitant toetst en controleert de gegevens die afkomstig zijn uit de inbedoelde gegevensverzamelings- en verwerkingsactiviteiten. 2 De in het eerste lid bedoelde toetsing en controle omvatten ten minste: a. een vergelijking van de gegevens die de vliegtuigexploitant over verschillende kalenderjaren heeft verkregen, en b. een vergelijking van de gegevens van verschillende operationele gegevensverzamelingssystemen. 3 artikel 34y De toetsing en de controle van deze gegevens worden zodanig opgezet dat de criteria voor het afkeuren van de gegevens zoveel mogelijk van tevoren vaststaan. Hiertoe worden de criteria opgenomen in de procedure voor de toetsing en controle van gegevens als bedoeld in. 2010 2489 19-02-2010 05-02-2010 BJZ2010001891 2010 61 23-02-2010 10-02-2010 24-02-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel b, onderdeel 16 van de Wijzigingswet Wet milieubeheer, enz. (implementatie richtlijn nr. 2008/101/EG (handel in emissierechten luchtvaart))(Stb. 2010/31) in werking treedt.
Artikel 34ab — Artikel 34ab Kwaliteitsborging van uitbestede processen#
Artikel 34ab Kwaliteitsborging van uitbestede processen 1 artikel 34u artikel 34x Indien de vliegtuigexploitant een of meer gegevensverzamelings- en verwerkingsactiviteiten als bedoeld inof controleactiviteiten als bedoeld inuitbesteedt: a. controleert hij de kwaliteit van de uitbestede activiteiten overeenkomstig het bepaalde in deze regeling, b. stelt hij passende eisen aan de te leveren prestaties en de toe te passen methoden, en c. toetst hij de kwaliteit van de geleverde resultaten. 2 artikel 34y De maatregelen voor een transparant beheer van de uitbestede werkzaamheden worden opgenomen in de procedure, bedoeld in. 2010 2489 19-02-2010 05-02-2010 BJZ2010001891 2010 61 23-02-2010 10-02-2010 24-02-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel b, onderdeel 16 van de Wijzigingswet Wet milieubeheer, enz. (implementatie richtlijn nr. 2008/101/EG (handel in emissierechten luchtvaart))(Stb. 2010/31) in werking treedt.
Artikel 34ac — Artikel 34ac Correcties en bijsturingsmaatregelen#
Artikel 34ac Correcties en bijsturingsmaatregelen 1 artikel 34u artikel 34x artikelen 34v 34y Indien een onderdeel van de gegevensverzamelings- en verwerkingsactiviteiten, bedoeld in, of de controleactiviteiten, bedoeld in, niet naar behoren of niet binnen de grenzen van de in deenbedoelde procedures functioneert, neemt de vliegtuigexploitant onverwijld passende corrigerende maatregelen en worden de afgekeurde gegevens aangepast. 2 De vliegtuigexploitant beoordeelt de geldigheid van de uitkomsten van de desbetreffende procedurestappen in de gegevensverzamelings- en verwerkingsactiviteiten of controleactiviteiten, traceert de basisoorzaak van het desbetreffende mankement of de desbetreffende fout en neemt passende corrigerende maatregelen. 2010 2489 19-02-2010 05-02-2010 BJZ2010001891 2010 61 23-02-2010 10-02-2010 24-02-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel b, onderdeel 16 van de Wijzigingswet Wet milieubeheer, enz. (implementatie richtlijn nr. 2008/101/EG (handel in emissierechten luchtvaart))(Stb. 2010/31) in werking treedt.
Artikel 34ad — Artikel 34ad Documentenbeheer#
Artikel 34ad Documentenbeheer afdeling 16.2.2 van de wet artikel 34y De vliegtuigexploitant ziet toe op het beheer van alle documenten die zijn vereist in het kader van de uitvoering van de invervatte regeling en beheert deze documenten overeenkomstig de procedure voor documentenbeheer, bedoeld in. 2010 2489 19-02-2010 05-02-2010 BJZ2010001891 2010 61 23-02-2010 10-02-2010 24-02-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel b, onderdeel 16 van de Wijzigingswet Wet milieubeheer, enz. (implementatie richtlijn nr. 2008/101/EG (handel in emissierechten luchtvaart))(Stb. 2010/31) in werking treedt.
Artikel 34ae — Artikel 34ae Register#
Artikel 34ae Register 1 artikel 34u artikelen 34w 34x artikelen 34v 34y artikel 34ah De vliegtuigexploitant houdt een register bij waarin zijn opgenomen alle gegevens van de gegevensverzamelings- en verwerkingsactiviteiten, bedoeld in, de controleactiviteiten, bedoeld in deen, de procedures van deze activiteiten, bedoeld in deen, alsmede de gegevens, bedoeld in. 2 De vliegtuigexploitant ziet erop toe dat de in het eerste lid bedoelde gegevens beschikbaar zijn waar en wanneer deze voor het verrichten van gegevensverzamelings- en verwerkingsactiviteiten noodzakelijk zijn en beschikt over een procedure om de verschillende versies van deze gegevens te identificeren, over te leggen, te verspreiden en te controleren. 3 De in het eerste lid bedoelde gegevens worden in het register bewaard voor een periode van tien jaar na het jaar waarover het desbetreffende emissieverslag bij het bestuur van de emissieautoriteit is ingediend. 2010 2489 19-02-2010 05-02-2010 BJZ2010001891 2010 61 23-02-2010 10-02-2010 24-02-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel b, onderdeel 16 van de Wijzigingswet Wet milieubeheer, enz. (implementatie richtlijn nr. 2008/101/EG (handel in emissierechten luchtvaart))(Stb. 2010/31) in werking treedt.
Artikel 34af — Artikel 34af Verdeling taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden#
Artikel 34af Verdeling taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden 1 artikel 34u artikelen 34w 34x De vliegtuigexploitant wijst taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden toe voor alle gegevensverzamelings- en verwerkingsactiviteiten als bedoeld inen controleactiviteiten als bedoeld in deenwaarbij onverenigbare taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden op functieniveau worden gescheiden. 2 Tot onverenigbare taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden als bedoeld in het eerste lid behoren in ieder geval taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden tussen personen die met de uitvoering van het monitoringsplan zijn belast en personen die met de controle op de naleving daarvan zijn belast. 3 Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing indien de functionele scheiding naar het oordeel van het bestuur van de emissieautoriteit in redelijkheid niet kan worden gevergd. In dat geval wordt ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit aangetoond dat de wijze waarop de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden zijn georganiseerd, een deugdelijke uitvoering van het monitoringsplan en een deugdelijke controle op de naleving daarvan voldoende waarborgt en dat in alternatieve controles wordt voorzien. 2010 2489 19-02-2010 05-02-2010 BJZ2010001891 2010 61 23-02-2010 10-02-2010 24-02-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel b, onderdeel 16 van de Wijzigingswet Wet milieubeheer, enz. (implementatie richtlijn nr. 2008/101/EG (handel in emissierechten luchtvaart))(Stb. 2010/31) in werking treedt.
Artikel 34ag — Artikel 34ag Gegevensverzameling en controleactiviteiten voor tonkilometergegevens#
Artikel 34ag Gegevensverzameling en controleactiviteiten voor tonkilometergegevens artikelen 34u tot en met 34af artikel 16.39j, eerste lid artikel 16.39n, eerste lid, van de wet Dezijn van overeenkomstige toepassing op tonkilometergegevens indien een vliegtuigexploitant voornemens is een aanvraag om kosteloze toewijzing van broeikasgasemissierechten als bedoeld in, ofin te dienen. 2010 2489 19-02-2010 05-02-2010 BJZ2010001891 2010 61 23-02-2010 10-02-2010 24-02-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel b, onderdeel 16 van de Wijzigingswet Wet milieubeheer, enz. (implementatie richtlijn nr. 2008/101/EG (handel in emissierechten luchtvaart))(Stb. 2010/31) in werking treedt.
Artikel 34ah — Artikel 34ah Opslag van informatie#
Artikel 34ah Opslag van informatie 1 2 De vliegtuigexploitant documenteert en bewaart de gegevens inzake de monitoring van CO-emissies en, voor zover van toepassing, tonkilometergegevens ten aanzien van een kalenderjaar tot ten minste tien jaar nadat het emissieverslag over dat kalenderjaar bij het bestuur van de emissieautoriteit is ingediend onderscheidenlijk de tonkilometergegevens over dat kalenderjaar aan het bestuur van de emissieautoriteit zijn overgelegd. 2 artikel 16.39g artikel 16.39j, tweede lid artikel 16.39n, tweede lid De monitoringsgegevens worden op een zodanige wijze gedocumenteerd en bewaard dat het emissieverslag en, voor zover van toepassing, de tonkilometergegevens kunnen worden geverifieerd overeenkomstigonderscheidenlijk, of, in verbinding met artikel 16.39j, tweede lid, tweede en derde volzin, van de wet. 3 De vliegtuigexploitant bewaart de onderstaande gegevens voor een periode van tien jaar als bedoeld in het eerste lid: a. artikel 16.39j, derde lid, onder a, van de wet het monitoringsplan en, voor zover van toepassing, het plan, bedoeld in; b. alle gegevens die de juistheid aantonen van de te hanteren monitoringsmethodiek; c. de bescheiden waarin de redenen van alle veranderingen en afwijkingen van het monitoringsplan worden gegeven; d. alle gegevens inzake de veranderingen en afwijkingen van het monitoringsplan; e. het emissieverslag en de overgelegde tonkilometergegevens; f. 2 gegevens die zijn gebruikt voor de analyse van de onzekerheid voor de bepaling van CO-emissies; g. bijlage XVIII bijlage XIX de lijst van luchtvaartuigen waarvoor de vliegtuigexploitant overeenkomstig de bij deze regeling behorende, hoofdstuk XVIII.1, en, hoofdstuk XIX.1, verantwoordelijk is; h. bijlage XVIII bijlage XIX de lijst van vluchten waarop elk kalenderjaar betrekking heeft en waarvoor de vliegtuigexploitant overeenkomstig de bij deze regeling behorende, hoofdstuk XVIII.1, en, hoofdstuk XIX.1, verantwoordelijk is, alsmede de gegevens die nodig zijn om aan te tonen dat die lijst volledig is; i. de gegevens die zijn gebruikt ter bepaling van de lading en de afstand voor de jaren waarover tonkilometergegevens worden gerapporteerd; j. artikel 34r indien van toepassing: documentatie van de werkwijze met betrekking tot ontbrekende gegevens als bedoeld in, alsmede van de gegevens die zijn gebruikt om de daardoor ontstane leemtes op te vullen; k. alle overige informatie die noodzakelijk is om het emissieverslag en, voor zover van toepassing, de tonkilometergegevens te verifiëren. 2010 2489 19-02-2010 05-02-2010 BJZ2010001891 2010 61 23-02-2010 10-02-2010 24-02-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel b, onderdeel 16 van de Wijzigingswet Wet milieubeheer, enz. (implementatie richtlijn nr. 2008/101/EG (handel in emissierechten luchtvaart))(Stb. 2010/31) in werking treedt.
Artikel 34ai — Artikel 34ai Registratie veranderingen en tijdelijke afwijkingen van het monitoringsplan voor emissies en tonkilometers#
Artikel 34ai Registratie veranderingen en tijdelijke afwijkingen van het monitoringsplan voor emissies en tonkilometers artikel 16.39j, derde lid, onder a, van de wet artikel 34ae Alle veranderingen en tijdelijke afwijkingen van het monitoringsplan en het plan, bedoeld in, worden opgenomen in het register, bedoeld in. 2010 2489 19-02-2010 05-02-2010 BJZ2010001891 2010 61 23-02-2010 10-02-2010 24-02-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel b, onderdeel 16 van de Wijzigingswet Wet milieubeheer, enz. (implementatie richtlijn nr. 2008/101/EG (handel in emissierechten luchtvaart))(Stb. 2010/31) in werking treedt.
Artikel 34aj — Artikel 34aj Veranderingen in het monitoringsplan voor emissies en tonkilometers#
Artikel 34aj Veranderingen in het monitoringsplan voor emissies en tonkilometers 1 artikel 34ai bijlage XVIII Alle veranderingen van plannen als bedoeld inworden tevens overeenkomstig de bij deze regeling behorendevermeld in hoofdstuk 1 van het desbetreffende plan. 2 De vermelding, bedoeld in het eerste lid, geschiedt onder verwijzing naar het hoofdstuk van het monitoringsplan waarop de verandering betrekking heeft. 3 De vermelding, bedoeld in het eerste lid, omvat een korte beschrijving van de aangebrachte verandering. 4 artikel 34al Bij de vermelding, bedoeld in het eerste lid, wordt aangegeven of de verandering is gemeld of goedgekeurd overeenkomstigen zo ja, op welke datum die melding onderscheidenlijk goedkeuring heeft plaatsgevonden. 5 Het plan wordt voorzien van de datum van de wijziging en een nieuw versienummer. 2010 2489 19-02-2010 05-02-2010 BJZ2010001891 2010 61 23-02-2010 10-02-2010 24-02-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel b, onderdeel 16 van de Wijzigingswet Wet milieubeheer, enz. (implementatie richtlijn nr. 2008/101/EG (handel in emissierechten luchtvaart))(Stb. 2010/31) in werking treedt.
Artikel 34ak — Artikel 34ak Aanpassing monitoringsplan voor emissies#
Artikel 34ak Aanpassing monitoringsplan voor emissies 1 artikel 16.39h artikel 16.13 van de wet artikel 16.39j, eerste lid, onder b en c, van de wet Onverminderdin verbinding metbeziet de vliegtuigexploitant voor het begin van elke inbedoelde periode of het monitoringsplan nog juist en volledig is. Hij past het monitoringsplan in elk geval voor het in de eerste volzin bedoelde tijdstip aan indien het plan niet voldoet aan het bepaalde in deze regeling. 2 Het bestuur van de emissieautoriteit ziet erop toe dat vliegtuigexploitanten zich houden aan de in het eerste lid opgenomen verplichtingen. 3 Bij de beoordeling van het monitoringsplan, bedoeld in het eerste lid, toont de vliegtuigexploitant ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit aan of de in het monitoringsplan opgenomen monitoringsmethodiek kan worden gewijzigd om de kwaliteit van de verstrekte gegevens te verbeteren zonder onredelijk hoge kosten tot gevolg te hebben. 4 De in het monitoringsplan opgenomen monitoringsmethodiek wordt gewijzigd indien de kwaliteit van de verstrekte gegevens overeenkomstig het derde lid kan worden verbeterd. De eerste volzin is niet van toepassing indien de wijziging onredelijk hoge kosten tot gevolg zou hebben. 2010 2489 19-02-2010 05-02-2010 BJZ2010001891 2010 61 23-02-2010 10-02-2010 24-02-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel b, onderdeel 16 van de Wijzigingswet Wet milieubeheer, enz. (implementatie richtlijn nr. 2008/101/EG (handel in emissierechten luchtvaart))(Stb. 2010/31) in werking treedt.
Artikel 34al — Artikel 34al Melding en goedkeuring veranderingen van het monitoringsplan voor emissies#
Artikel 34al Melding en goedkeuring veranderingen van het monitoringsplan voor emissies 1 De vliegtuigexploitant legt een verandering van het monitoringsplan die betrekking heeft op een wijziging van de monitoringsmethodiek vooraf ter goedkeuring voor aan het bestuur van de emissieautoriteit. 2 Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder wijziging van de monitoringsmethodiek verstaan: a. bijlage XVIII een verandering van het niveau als bedoeld in de bij deze regeling behorende, hoofdstuk XVIII.2, paragraaf 2.3; b. artikelen 34i, eerste lid 34l, derde lid een overschrijding van de drempelwaarden, bedoeld in de, en; c. substantiële veranderingen in het gebruikte brandstoftype; d. 2 een verandering van de gebruikte methode om CO-emissies of tonkilometergegevens te bepalen. 3 afdeling 16.2.1 van de wet Het eerste lid is niet van toepassing op een wijziging van het monitoringsplan die dwingend voortvloeit uit het bepaalde bij of krachtens. 2010 2489 19-02-2010 05-02-2010 BJZ2010001891 2010 61 23-02-2010 10-02-2010 24-02-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel b, onderdeel 16 van de Wijzigingswet Wet milieubeheer, enz. (implementatie richtlijn nr. 2008/101/EG (handel in emissierechten luchtvaart))(Stb. 2010/31) in werking treedt.
Artikel 34am — Artikel 34am Termijn goedkeuring monitoringsplan voor emissies en tonkilometergegevens#
Artikel 34am Termijn goedkeuring monitoringsplan voor emissies en tonkilometergegevens artikelen 16.39d 16.39j, vierde lid 16.39n, tweede lid, tweede volzin Het bestuur van de emissieautoriteit beslist omtrent goedkeuring van een monitoringsplan als bedoeld in de,, en, in verbinding met artikel 16.39j, vierde lid, van de wet binnen vier maanden na de dag waarop het bestuur van de emissieautoriteit het ontwerp van het monitoringsplan heeft ontvangen. 2010 2489 19-02-2010 05-02-2010 BJZ2010001891 2010 61 23-02-2010 10-02-2010 24-02-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel b, onderdeel 16 van de Wijzigingswet Wet milieubeheer, enz. (implementatie richtlijn nr. 2008/101/EG (handel in emissierechten luchtvaart))(Stb. 2010/31) in werking treedt.
Artikel 34an — Artikel 34an Emissieverslag#
Artikel 34an Emissieverslag 1 Het emissieverslag wordt opgesteld met gebruikmaking van het standaardformulier voor het emissieverslag zoals aangeduid in de Mededeling van de Commissie van de Europese Gemeenschappen over de bekendmaking van de elektronische standaardformulieren en de bestandsformatspecificaties bedoeld in Beschikking 2007/589/EG met betrekking tot de vereisten voor monitoring en rapportage overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap (PbEU 2009, C 261). 2 In afwijking van het eerste lid mag de vliegtuigexploitant de gegevens in de onderdelen 9b, 9c, 9d en 10 van het in het eerste lid bedoelde standaardformulier in een andere vorm aanleveren op voorwaarde dat een even grote mate van duidelijkheid en toegankelijkheid van de gegevens gewaarborgd is. 2010 2489 19-02-2010 05-02-2010 BJZ2010001891 2010 61 23-02-2010 10-02-2010 24-02-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel b, onderdeel 16 van de Wijzigingswet Wet milieubeheer, enz. (implementatie richtlijn nr. 2008/101/EG (handel in emissierechten luchtvaart))(Stb. 2010/31) in werking treedt.
Artikel 34ao — Artikel 34ao Aanleveren tonkilometergegevens#
Artikel 34ao Aanleveren tonkilometergegevens 1 De tonkilometergegevens worden aangeleverd met gebruikmaking van het standaardformulier voor tonkilometergegevens zoals aangeduid in de Mededeling van de Commissie van de Europese Gemeenschappen over de bekendmaking van de elektronische standaardformulieren en de bestandsformatspecificaties bedoeld in Beschikking 2007/589/EG met betrekking tot de vereisten voor monitoring en rapportage overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap (PbEU 2009, C 261). 2 In afwijking van het eerste lid mag de vliegtuigexploitant de gegevens in de onderdelen 5 en 6 van het in het eerste lid bedoelde standaardformulier in een andere vorm aanleveren op voorwaarde dat een even grote mate van duidelijkheid en toegankelijkheid van de gegevens gewaarborgd is. 2010 2489 19-02-2010 05-02-2010 BJZ2010001891 2010 61 23-02-2010 10-02-2010 24-02-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel b, onderdeel 16 van de Wijzigingswet Wet milieubeheer, enz. (implementatie richtlijn nr. 2008/101/EG (handel in emissierechten luchtvaart))(Stb. 2010/31) in werking treedt.
Artikel 34ap — Artikel 34ap Herstel onjuiste opgaven en non-conformiteiten#
Artikel 34ap Herstel onjuiste opgaven en non-conformiteiten 1 artikel 16.39g, eerste lid artikel 16.39j, tweede lid 16.39n, tweede lid, van de wet De vliegtuigexploitant herstelt alle onjuiste opgaven en non-conformiteiten die een verificateur tijdens de verificatie en in de verklaring, bedoeld in, en, en, aan hem heeft medegedeeld. 2 2 Onjuiste opgaven en non-conformiteiten die hersteld kunnen worden en die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de totale CO-emissies in het emissieverslag dan wel de tonkilometergegevens, worden door de vliegtuigexploitant in het totale emissiecijfer van het emissieverslag onderscheidenlijk de overgelegde tonkilometergegevens verwerkt. 3 2 Non-conformiteiten die niet kunnen worden hersteld voor 1 april van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarop het emissieverslag betrekking heeft en die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de totale CO-emissies in het emissieverslag, worden hersteld binnen zes weken na indiening van het emissieverslag. 4 2 Non-conformiteiten die geen gevolgen hebben of kunnen hebben voor de totale CO-emissies in het emissieverslag, worden hersteld binnen drie maanden na indiening van het emissieverslag. 2010 2489 19-02-2010 05-02-2010 BJZ2010001891 2010 61 23-02-2010 10-02-2010 24-02-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel b, onderdeel 16 van de Wijzigingswet Wet milieubeheer, enz. (implementatie richtlijn nr. 2008/101/EG (handel in emissierechten luchtvaart))(Stb. 2010/31) in werking treedt.
Artikel 35 — Artikel 35 Begripsbepalingen#
Artikel 35 Begripsbepalingen Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder: ISO-luchtcondities : temperatuur van 288 Kelvin (K), een druk van 101.3 kiloPascal (Pa) en een relatieve vochtigheid van 60 procent; monitoringsmethodiek bijlage X x x : het geheel van methoden, waaronder de klassenindeling, bedoeld in de bij deze regeling behorende, dat door degene die een inrichting drijft, wordt gebruikt om de jaarvracht van NOvan een NO-installatie te bepalen; monitoringsplan: x monitoringsplan voor NO-emissies; x NO-meetsysteem x : meetsysteem waarmee de NO-concentratie, genormaliseerd naar normaal omstandigheden en gecorrigeerd voor zuurstof, in de schoorsteen wordt gemeten. 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 01-07-2012
Artikel 36 — Artikel 36 Inhoud monitoringsplan algemeen#
Artikel 36 Inhoud monitoringsplan algemeen 1 Het monitoringsplan bestaat ten minste uit een beschrijving van: a. artikel 3a, onder a tot en met d en f en g de gegevens, bedoeld in; b. de operationele procedures binnen de inrichting, die betrekking hebben op: 1°. paragraaf 3.5 de wijze waarop bedrijfsinterne validatie van de meetinstrumenten plaatsvindt, overeenkomstig; 2°. paragraaf 3.6 de wijze waarop wordt gewaarborgd dat de uitvoering van het monitoringsplan op een zorgvuldige wijze plaatsvindt, overeenkomstig; c. de procedure waarin aan de hand van een schematische weergave alle operationele activiteiten zijn opgenomen, waaronder het meten, bewerken en opslaan van gegevens, het opstellen van het emissieverslag, de verificatie daarvan en het verzenden van het emissieverslag aan het bestuur van de emissieautoriteit; d. de werkomschrijvingen van de activiteiten, bedoeld onder e, die in het kader van de uitvoering van het monitoringsplan plaatsvinden; e. indien een meetinstantie wordt gebruikt die niet is geaccrediteerd volgens EN ISO 17025:2005: een beschrijving dat de meetinstantie werkt conform deze eisen; f. de datum waarop het monitoringsplan is opgesteld en het versienummer daarvan. 2 In het monitoringsplan vermeldt de aanvrager tevens een beschrijving alsmede een schematische weergave van: a. x de afbakening van de verzameling NO-installaties binnen de inrichting; b. x de naam, de identificatie en het identificatienummer van elke NO-installatie die zich in de inrichting bevindt; c. x de naam, de identificatie en het identificatienummer van elke installatie die zich in de inrichting bevindt en die NOuitstoot; d. x x x x indien van toepassing: de naam, de identificatie en het identificatienummer van het cluster NO-verbrandingsinstallaties, het cluster NO-procesinstallaties of het cluster NO-verbrandingsinstallaties en NO-procesinstallaties; e. de naam, de identificatie en het identificatienummer van de brandstofstromen binnen de inrichting; f. x de verdeling van de brandstofstromen over de NO-verbrandingsinstallaties; g. x de naam en het identificatienummer van de bronnen die zich binnen de inrichting bevinden en die NOuitstoten; h. x de aansluiting van de desbetreffende bronnen op de NO-installaties; i. x het afzonderlijke vermogen van alle verbrandingsinstallaties die NOuitstoten binnen de inrichting; j. x de afzonderlijke productiecapaciteit van alle procesinstallaties die NOuitstoten binnen de inrichting. 3 x In het monitoringsplan vermeldt de aanvrager tevens afzonderlijk voor elke NO-installatie die zich in de inrichting bevindt, waarop de aanvraag betrekking heeft: a. x de te monitoren brandstofstromen binnen de NO-installatie alsmede de naam, de identificatie en het identificatienummer, voor zover het tweede lid, onder d, niet van toepassing is. b. x de naam en het identificatienummer van de bronnen die zich binnen de NO-installatie bevinden, voor zover het tweede lid, onder f, niet van toepassing is; c. x het totale vermogen, uitgedrukt in megawatt thermisch, van de zich in de inrichting bevindende NO-verbrandingsinstallaties; d. x het totale vermogen van alle NO-verbrandingsinstallaties binnen de inrichting; e. x of het vermogen van de NO-verbrandingsinstallaties, uitgedrukt in megawatt thermisch, technisch is begrensd; f. x x de afzonderlijke en totale verwachte NO-jaarvracht van de zich in de inrichting bevindende NO-installaties; g. x de productiecapaciteit, uitgedrukt in tonnen vervaardigd product per kalenderjaar, van de zich in de inrichting bevindende NO-procesinstallaties. 4 paragraaf 3.3 artikel 48, eerste lid Indien degene die een inrichting drijft, op het moment van indiening van het monitoringsplan niet volledig aan de meetvoorschriften, bedoeld in, of de voorschriften inzake de kwaliteitsborging van de metingen, bedoeld in, voldoet omdat dit technisch niet haalbaar is of tot onredelijke kosten zou leiden, wordt de technische niet-haalbaarheid van bedoelde voorschriften, onderscheidenlijk worden de onredelijke kosten ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit aangetoond. Hiertoe wordt in het monitoringsplan aangegeven: a. de reden waarom degene die de inrichting drijft, niet aan bedoelde meetvoorschriften onderscheidenlijk de voorschriften inzake de kwaliteitsborging van de metingen kan voldoen, alsmede de onderbouwing daarvan; b. het tijdstip en de wijze waarop degene die de inrichting drijft, wel volledig aan bedoelde meetvoorschriften onderscheidenlijk de voorschriften inzake de kwaliteitsborging van de metingen zal voldoen; c. x de wijze waarop de jaarvracht van NOwordt bepaald in de periode waarin nog niet volledig aan bedoelde meetvoorschriften onderscheidenlijk de voorschriften inzake de kwaliteitsborging van de metingen wordt voldaan. 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 01-07-2012
Artikel 37 — Artikel 37 Invulling monitoringsplan inrichting#
Artikel 37 Invulling monitoringsplan inrichting 1 artikel 36 x Onverminderdwordt in het monitoringsplan voor elke NO-installatie die zich in de inrichting bevindt, de te hanteren monitoringsmethodiek aangegeven, ten minste bestaande uit: a. x de soort NO-installatie; b. x bijlage X de klasse van de NO-installatie, bedoeld in de bij deze regeling behorende; c. x de wijze waarop of de mate waarin de NO-installatie met wisselende belasting of wisselende brandstof wordt gestookt, alsmede de aard van de bedrijfsvoering; d. x de invoergegevens die voor de berekeningsformules of de correlatiemodellen ter bepaling van de jaarvracht van NOworden gebruikt; e. x een schatting van de jaarvracht van NOmet inbegrip van de gehanteerde formule en de onderbouwing daarvan; f. x x de methode waarmee per NO-installatie de jaarvracht van NOwordt bepaald met inbegrip van de gehanteerde formule en de onderbouwing daarvan; g. x x x de methode waarmee per NO-installatie in geval van een NO-verbrandingsinstallatie het brandstofverbruik, of in geval van een NO-procesinstallatie de productie wordt bepaald; h. x de wijze waarop de totale NO-jaarvracht wordt bepaald, alsmede de gehanteerde formules; i. de wijze waarop de onder e tot en met g bedoelde gegevens worden verkregen, geregistreerd en bewaard; j. x de methode waarmee het aantal opgebouwde NO-emissierechten wordt berekend alsmede de gehanteerde formule; k. x x de naam, de identificatie, het identificatienummer, het meetbereik en de kalibratiefrequentie van het meetinstrument dat relevant is voor de bepaling van de NO-emissies of van de opgebouwde NO-emissierechten; l. x x een onderbouwing van de onzekerheid en de onzekerheidsbepaling die samenhangen met de meetinstrumenten, die relevant zijn voor de bepaling van de NO-emissies of van de opgebouwde NO-emissierechten; m. artikel 17, vierde lid, van het besluit artikel 42, derde lid de gegevens waaruit blijkt dat de onzekerheidseisen, bedoeld inen, zijn nageleefd; n. artikel 46, zevende en achtste lid de onzekerheidseisen, bedoeld in; o. indien van toepassing: koppelingen met activiteiten die plaatsvinden in het kader van het communautair milieubeheer- en milieuauditsysteem (EMAS), dan wel een ander intern milieuzorgsysteem. 2 x Besluit verbranden afvalstoffen Besluit emissie-eisen stookinstallaties milieubeheer A In het monitoringsplan wordt per NO-installatie aangegeven of deze onder de reikwijdte van hetof hetvalt. 3 In het monitoringsplan wordt aangegeven of de inrichting meer dan 3000 uren per kalenderjaar in bedrijf is. 4 x bijlage X Onverminderd het eerste tot en met derde lid wordt in het monitoringsplan voor elke NO-installatie die behoort tot klasse 1 als bedoeld in de bij deze regeling behorendeten minste opgenomen: a. x een beschrijving van de toegepaste technologie en de aanwezige maatregelen ter bestrijding van de NO-emissies; b. x een beschrijving van de van de normale bedrijfsvoering afwijkende verbrandings- of procesomstandigheden, een indicatie van de frequentie waarmee dit voorkomt en de duur van de afwijkingen, alsmede een indicatie van de omvang van de NO-emissies tijdens de afwijkende verbrandings- en procesomstandigheden; c. x of de norm NEN-EN 14181 is toegepast op het NO-meetsysteem; d. x een beschrijving van de parameters die worden gebruikt voor de bepaling van de jaarvracht van NOen de parameters die worden gebruikt voor de bepaling van het brandstofverbruik of de productie, waarbij in ieder geval worden vermeld: 1°. x de omrekeningsfactoren die benodigd zijn om tot berekening van de jaarvracht van NOen berekening van het brandstofverbruik of de productie te komen; 2°. artikel 43 het te hanteren meetprincipe, de frequentie waarmee monsters worden genomen, de op grond vanvan toepassing zijnde norm, en de middelingstijd; 3°. de plaats waar de parameters worden gemeten, weergegeven in een processchema; 4°. x de relaties tussen de gemeten parameters, de NO-emissies en het brandstofverbruik of de productie; 5°. x x het geldigheidsgebied van de gehanteerde monitoringsmethodiek voor de bepaling van de NO-emissies, indien de bepaling van de NO-emissies buiten het geldigheidsgebied valt, onder aanduiding van de omstandigheden waaronder de alternatieve methode wordt gestart en gestopt; 6°. x x de methode die wordt gehanteerd wanneer een meetinstrument dat wordt gebruikt ten behoeve van de monitoring uitvalt of wanneer bij een normale bedrijfsvoering de bepaling van de NO-emissies buiten het geldigheidsgebied valt, bestaande uit een verwachtingswaarde, de methode waarop deze waarde wordt vastgesteld, of een kental dat is vastgesteld bij procesomstandigheden die tot de hoogste NO-emissies leiden, en een onderbouwing hiervan. 5 x Indien er sprake is van een geautomatiseerd systeem waarbij de relatie tussen de parameters, de NO-emissies en het brandstofverbruik of de productie ingevolge het vierde lid, onderdeel d, onder 4°, niet kan worden vermeld, wordt die relatie ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit op een andere wijze omschreven. 6 x De methode, bedoeld in het vierde lid, onderdeel d, onder 6°, leidt niet tot een onderschatting van de jaarvracht van NOen kan slechts tijdelijk worden gehanteerd, met een maximum van zes maanden. 7 x bijlage X Onverminderd het eerste tot en met derde lid wordt in het monitoringsplan voor elke NO-installatie die behoort tot klasse 2, 3 of 4 als bedoeld in de bij deze regeling behorendeten minste opgenomen: a. een beschrijving van de te hanteren kentallen en de wijze waarop deze worden verkregen; b. x een beschrijving van de toegepaste technologie en de aanwezige maatregelen ter bestrijding van de NO-emissies; c. x een beschrijving van de van de normale bedrijfsvoering afwijkende verbrandings- of procesomstandigheden, een indicatie van de frequentie waarmee dit voorkomt en de duur van de afwijkingen, alsmede een indicatie van de omvang van de NO-emissies tijdens de afwijkende verbrandings- en procesomstandigheden; d. x een beschrijving van de parameters die worden gebruikt voor de bepaling van de jaarvracht van NO, en de parameters die worden gebruikt voor de bepaling van het brandstofverbruik of de productie, waarbij in ieder geval worden vermeld: 1°. x de omrekeningsfactoren die nodig zijn om tot de berekening van de jaarvracht van NOen tot de berekening van het brandstofverbruik of de productie te komen; 2°. het te hanteren meetprincipe en de middelingstijd; 3°. de plaats waar de parameters worden gemeten, weergegeven in een processchema; 4°. x de relaties tussen de gemeten parameters, de NO-emissies en het brandstofverbruik of de productie; 5°. x het geldigheidsgebied van de gehanteerde monitoringsmethodiek voor de bepaling van de NO-emissies, alsmede de te hanteren alternatieve methode, als buiten het geldigheidsgebied wordt gewerkt, waarbij wordt aangegeven bij welke omstandigheden de alternatieve methode wordt gestart en gestopt; 6°. x x de methode die wordt gehanteerd wanneer een meetinstrument dat wordt gebruikt ten behoeve van de monitoring uitvalt, of wanneer bij een normale bedrijfsvoering de bepaling van de NO-emissies buiten het geldigheidsgebied valt, bestaande uit een verwachtingswaarde, de methode waarmee deze waarde wordt vastgesteld bij procesomstandigheden die tot de hoogste NO-emissies leiden, en een onderbouwing hiervan. 8 x De methode, bedoeld in het zevende lid, onderdeel d, onder 6°, leidt niet tot een onderschatting van de jaarvracht van NOen kan slechts tijdelijk worden gehanteerd, met een maximum van zes maanden. 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 01-07-2012
Artikel 37a — Artikel 37a x Uitzonderingen eisen monitoringsplan voor inrichtingen met een lage NO-emissie#
Artikel 37a x Uitzonderingen eisen monitoringsplan voor inrichtingen met een lage NO-emissie 1 x x Voor inrichtingen waarbinnen zich NO-installaties bevinden met een gezamenlijke uitstoot per kalenderjaar van minder dan 20 ton NO, gelden de volgende bepalingen: a. artikelen 3a, eerste lid, onder g 36, eerste lid, onder d de, en, zijn niet van toepassing; b. artikel 36, eerste lid, onder b, onder 1° , is niet van toepassing, op voorwaarde dat degene die de inrichting drijft, de kalibratiefrequentie en de verwijzing naar kalibratierapporten opneemt in het monitoringsplan. 2 x Het eerste lid is van toepassing indien degene die de inrichting drijft, ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit kan aantonen dat de jaarvracht gedurende het voorgaande kalenderjaar minder dan 20 ton NObedroeg. 3 Het eerste lid is tevens van toepassing indien degene die de inrichting drijft, in gevallen waarin de gegevens over het kalenderjaar als bedoeld in het tweede lid: x ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit aan de hand van een conservatief onderbouwde schatting van de emissies aantoont dat de jaarvracht van de inrichting gedurende de eerstvolgende vijf kalenderjaren gemiddeld minder dan 20 ton NOper kalenderjaar zal bedragen. a. x niet representatief zijn voor de NO-jaarvracht of b. niet beschikbaar zijn, 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 01-07-2012
Artikel 38 — Artikel 38 Model monitoringsplan#
Artikel 38 Model monitoringsplan 1 bijlage I Het monitoringsplan wordt opgesteld met gebruikmaking van het model, opgenomen in de bij deze regeling behorende. 2 Van het model, bedoeld in het eerste lid, mag uitsluitend worden afgeweken indien de reden daarvoor ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit is gemotiveerd. 2007 154 13-08-2007 23-07-2007 KvI2007070878 2007 154 13-08-2007 23-07-2007 KvI2007070878 01-01-2008 2007 154 13-08-2007 23-07-2007 KvI2007070878 2007 154 13-08-2007 23-07-2007 KvI2007070878 01-01-2008
Artikel 38a — Artikel 38a Geen gegevensverstrekking bij vergunningaanvraag#
Artikel 38a Geen gegevensverstrekking bij vergunningaanvraag artikelen 36 37 De aanvrager behoeft de gegevens en bescheiden, bedoeld in deen, niet te verstrekken voorzover het bestuur van de emissieautoriteit op zijn verzoek heeft beslist dat de verstrekking van die gegevens voor het nemen van de beslissing op de aanvraag niet nodig is. 2007 154 13-08-2007 23-07-2007 KvI2007070878 2007 154 13-08-2007 23-07-2007 KvI2007070878 01-01-2008
Artikel 38b — Artikel 38b Verzoek tot intrekking vergunning#
Artikel 38b Verzoek tot intrekking vergunning Vervallen 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 01-07-2012
Artikel 39 — Artikel 39 x Bepaling jaarvracht van NO#
Artikel 39 x Bepaling jaarvracht van NO 1 x x bijlage X Degene die een inrichting drijft, bepaalt de jaarvracht van NOvan een zich in de inrichting bevindende NO-installatie op basis van standaardomstandigheden en overeenkomstig de bij deze regeling behorende. 2 x x bijlage X In afwijking van het eerste lid mag de jaarvracht van NO, veroorzaakt door een NO-installatie die behoort tot klasse 1, 2 of 3 als bedoeld in de bij deze regeling behorende, indien die installatie minder dan 500 uur per kalenderjaar in bedrijf is, worden bepaald overeenkomstig de eisen die gelden voor klasse 4. 3 x x x x bijlage X In afwijking van het eerste en tweede lid mag de jaarvracht van NO, veroorzaakt door een NO-verbrandingsinstallatie die behoort tot de klasse 2, 3 of 4 als bedoeld in de bij deze regeling behorendemet een jaarvracht van minder dan 1 ton NO, worden vastgesteld op basis van historische emissiegegevens of een onderbouwde schatting van de NO-emissies. 4 x x x x In afwijking van het eerste en tweede lid mag de jaarvracht van NO, veroorzaakt door een NO-installatie die per kalenderjaar minder dan zes maanden in de inrichting aanwezig is met een jaarvracht van minder dan twee ton NOper kalenderjaar, worden vastgesteld op basis van historische gegevens of een onderbouwde schatting van de NO-emissies. 5 x x Indien toepassing gegeven wordt aan het derde of vierde lid, worden bij het bepalen van de NO-jaarvracht de NO-emissies niet onderschat. 6 x x x In afwijking van het eerste lid mag de jaarvracht van NO, die wordt veroorzaakt door afwijkende procesomstandigheden van een NO-verbrandingsinstallatie, worden vastgesteld op basis van historische emissiegegevens of een onderbouwde schatting van de NO-emissies, mits: a. x de NO-verbrandingsinstallatie behoort tot de klasse 2, 3 of 4, bedoeld in de bij deze regeling behorende bijlage X, en b. de jaarvracht minder dan 1 ton per kalenderjaar bedraagt. 7 x x x x x x bijlage X In afwijking van het eerste lid mag de jaarvracht van NOvoor een cluster van NO-verbrandingsinstallaties of een cluster van NO-procesinstallaties per cluster worden bepaald in het gemeenschappelijke afgaskanaal overeenkomstig de eisen die gelden voor de klasse, bedoeld in de bij deze regeling behorende, die volgt uit de gesommeerde thermische vermogens van de betreffende NO-verbrandingsinstallaties of de gesommeerde jaarvracht van NOvan de betreffende NO-procesinstallaties. 8 x x x bijlage X In afwijking van het eerste lid mag de jaarvracht van NOvoor een cluster van NO-verbrandingsinstallaties en NO-procesinstallaties gezamenlijk uitsluitend worden bepaald in het gemeenschappelijke afgaskanaal, indien ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit wordt aangetoond dat de te hanteren monitoringsmethodiek voldoende aansluit bij de klassenindeling, bedoeld in de bij deze regeling behorende. 9 bijlage X x In afwijking van het eerste lid en in afwijking van de bij deze regeling behorendewordt de jaarvracht van NOvoor de zich in de inrichting bevindende fakkels op nul gesteld. 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 01-07-2012
Artikel 40 — Artikel 40 x x Bepalingsmethoden NO-emissies voor NO-installaties in klasse 1#
Artikel 40 x x Bepalingsmethoden NO-emissies voor NO-installaties in klasse 1 1 x x x bijlage X die bijlage artikel 42 De NO-emissies van een NO-installatie die behoort tot klasse 1 als bedoeld in de bij deze regeling behorende, worden overeenkomstigbepaald door de continue meting van de concentratie van NOin combinatie met de continue meting of berekening van het afgasdebiet, bedoeld in. 2 x 2 De concentratie van NOwordt uitgedrukt in NO. 3 x Continue meting van de concentratie van NOals bedoeld in het eerste lid is: a. rechtstreekse continue meting van de concentratie in het afgas, of b. x continue meting van de parameters van de voor de NO-installatie vastgestelde uitworpkarakteristiek. 4 De vastgestelde uitworpkarakteristiek, bedoeld in het derde lid, onder b, en de keuze van de continu te meten parameters zijn zodanig dat de concentratie in het afgas daarmee ondubbelzinnig kan worden vastgesteld. 2008 97 23-05-2008 06-05-2008 KvI2008043222 2008 97 23-05-2008 06-05-2008 KvI2008043222 25-05-2008
Artikel 41 — Artikel 41 x x Bepalingsmethoden NO-emissies voor NO-installaties in klassen 2, 3 en 4#
Artikel 41 x x Bepalingsmethoden NO-emissies voor NO-installaties in klassen 2, 3 en 4 1 x x bijlage X artikel 44 De NO-emissies van een NO-installatie die behoort tot klasse 2, 3 of 4 als bedoeld in de bij deze regeling behorendeworden bepaald met toepassing van één of meerdere kentallen overeenkomstig. 2 x x artikel 40 In afwijking van het eerste lid kan degene die een inrichting drijft, de NO-emissies bepalen door continue meting van de concentratie van NOin combinatie met de meting of berekening van het afgasdebiet, bedoeld in. 2005 101 30-05-2005 17-05-2005 KVI2005053257 2005 101 30-05-2005 17-05-2005 KVI2005053257 01-06-2005
Artikel 42 — Artikel 42 Bepaling afgasdebiet#
Artikel 42 Bepaling afgasdebiet 1 x bijlage X Het afgasdebiet van een NO-installatie die behoort tot klasse 1 als bedoeld in de bij deze regeling behorende, wordt bepaald door de continue meting of berekening van het afgasdebiet. 2 bijlage XI De berekening, bedoeld in het eerste lid, vindt plaats overeenkomstig de bij deze regeling behorende. 3 De onzekerheid van de individuele waarnemingen bij de continue meting of berekening van het afgasdebiet bedraagt ten hoogste 15% van het jaargemiddelde debiet, uitgedrukt als het 95%-betrouwbaar-heidsinterval, tenzij degene die de inrichting drijft, ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit aantoont dat dit technisch niet haalbaar is. 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 01-07-2012
Artikel 43 — Artikel 43 Normen voor de meting van NOx-emissies#
Artikel 43 Normen voor de meting van NOx-emissies 1 x Metingen van de NO-emissies worden uitgevoerd volgens onderstaande normen: a. x NEN-EN 14792 ‘Emissies van stationaire bronnen – Bepaling van massaconcentratie aan stikstofoxiden (NO) – Referentiemethode – Chemiluminescentie’, uitgave 2005; b. 2 NEN-EN 14789 ‘Emissies van stationaire bronnen - Bepaling van de volumeconcentratie van zuurstof (O) - Referentiemethode - Paramagnetisme’, uitgave 2005; c. NEN-EN 14181 ‘Emissies van stationaire bronnen – Kwaliteitsborging van geautomatiseerde meetsystemen’, uitgave 2004; d. NEN-EN 15259 ‘Luchtkwaliteit – Meetmethode emissies van stationaire bronnen – Eisen voor meetvlakken en meetlokaties en voor doelstelling, meetplan en rapportage van de meting’, uitgave 2007. 2 Met de normen, bedoeld in het eerste lid, worden gelijkgesteld normen die worden vastgesteld of aangewezen in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend verdrag dat Nederland bindt, en die een beschermingsniveau bieden dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de nationale eisen wordt nagestreefd. 2010 2246 17-02-2010 09-02-2010 DGM/K&L2010000487 2010 2246 17-02-2010 09-02-2010 DGM/K&L2010000487 18-02-2010
Artikel 44 — Artikel 44 Bepaling van kentallen#
Artikel 44 Bepaling van kentallen 1 Onder kental wordt verstaan een getal dat het gemiddelde is van de deelmetingen van een periodieke meting. 2 Een periodieke meting bestaat uit ten minste drie deelmetingen van een half uur. 3 x Voor NO-installaties kan één kental worden bepaald, indien: a. x x 3 3 bij de bedrijfsvoering de fluctuaties in de concentratie van NO, uitgedrukt in mg NO/ Nm, minder zijn dan 20% en de fluctuaties in het afgasdebiet, uitgedrukt in Nmrookgas/ uur, minder zijn dan 15%, of b. x het kental is vastgesteld bij de verbrandings- of procesomstandigheden die leiden tot de hoogste NO-emissies. 4 Indien niet aan de voorwaarden, bedoeld in het derde lid, is voldaan, worden meerdere kentallen bepaald, waarbij geldt dat: a. meerdere processituaties worden geïdentificeerd, b. x x 3 3 binnen iedere processituatie de fluctuaties in de concentratie van NO, uitgedrukt in mg NO/ Nm, minder zijn dan 20% en de fluctuaties in het afgasdebiet, uitgedrukt in Nmrookgas/ uur, minder zijn dan 15%, c. voor iedere processituatie een kental wordt vastgesteld, en d. de frequentie waarmee het voor de procesvoering geldende kental wordt geselecteerd en geregistreerd, minimaal eens per uur bedraagt; e. x bij de registratie van de frequentie, bedoeld onder d, wordt vermeld hoe hoog de NO-emissie in dat uur is. 5 Bijlage X x Indien degene die de inrichting drijft, ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit aantoont dat het technisch niet mogelijk is of tot onredelijk hoge kosten leidt om aan het derde of vierde lid te voldoen, dan wel aan de frequentie waarmee kentallen volgensmoeten worden bepaald te voldoen mag hij een afwijkende kentalsystematiek hanteren op voorwaarde dat hij ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit aantoont dat de inschatting van de NO-emissies hiermee voldoende nauwkeurig is. 6 x x x Indien zich binnen de inrichting identieke NO-installaties bevinden, mag degene die de inrichting drijft, in afwijking van het vierde lid één kental vaststellen voor één NO-installatie dat geldt voor alle identieke NO-installaties. 7 Het zesde lid is van toepassing indien degene die de inrichting drijft: a. x ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit heeft aangetoond dat zich binnen de inrichting identieke NO-installaties bevinden; b. x ten minste één keer een periodieke meting heeft uitgevoerd op elke NO-installatie; c. x ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit aantoont dat de NO-emissies met deze methode met eenzelfde betrouwbaarheid kunnen worden bepaald als met de methode, bedoeld in het derde of vierde lid. 8 x De registratietijd, bedoeld in het vierde lid, onder d, kan worden verruimd indien degene die de inrichting drijft, in het monitoringsplan ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit aantoont dat deze verruiming geen systematische afwijkingen van de van NO-emissies tot gevolg heeft. 9 x In afwijking van het derde en vierde lid kan bij batchprocessen per processtap een kental worden vastgesteld of kan een kental worden vastgesteld dat betrekking heeft op alle stappen in het batchproces, indien ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit wordt aangetoond dat de inschatting van de NO-emissies voldoende nauwkeurig is. 10 In afwijking van het tweede lid kan, indien bij batchprocessen een of meer kentallen zijn vastgesteld als bedoeld in het negende lid, het aantal deelmetingen ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit worden beperkt. 11 x Voor de NO-verbrandingsinstallaties gasturbines, gasturbine-installaties en gasmotoren worden de kentallen uitgedrukt in gram/GJ en omgerekend naar ISO-luchtcondities en als zodanig binnen de inrichting gehanteerd. 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 01-07-2012
Artikel 44a — Artikel 44a Periode bepaling kental#
Artikel 44a Periode bepaling kental 1 x bijlage X Indien degene die een inrichting drijft, in de loop van een kalenderjaar een kental bepaalt voor NO-installaties, klasse 3 en 4, als bedoeld in, kan hij het kental toepassen voor dat gehele kalenderjaar. 2 x bijlage X Indien degene die een inrichting drijft, tussen 1 januari en 1 juli van een kalenderjaar een kental bepaalt voor NO-installaties, klasse 2, als bedoeld in, kan hij het kental toepassen van 1 januari tot 1 juli van het betrokken kalenderjaar. 3 x bijlage X Indien degene die een inrichting drijft, tussen 1 juli en 1 december van een kalenderjaar een kental bepaalt voor NO-installaties, klasse 2, als bedoeld in, kan hij het kental toepassen van 1 juli tot en met 31 december van het betrokken kalenderjaar. 2008 97 23-05-2008 06-05-2008 KvI2008043222 2008 97 23-05-2008 06-05-2008 KvI2008043222 25-05-2008
Artikel 45 — Artikel 45 Normen bij bepaling van kentallen#
Artikel 45 Normen bij bepaling van kentallen x artikel 44, eerste lid artikel 48, tweede lid artikel 43 De metingen aan een NO-installatie, bedoeld in, en, worden uitgevoerd volgens de normen, bedoeld in. 2010 2246 17-02-2010 09-02-2010 DGM/K&L2010000487 2010 2246 17-02-2010 09-02-2010 DGM/K&L2010000487 18-02-2010
Artikel 46 — Artikel 46 Bepaling brandstofverbruik#
Artikel 46 Bepaling brandstofverbruik 1 Het brandstofverbruik wordt bepaald op basis van: a. verbruiksmetingen en de stookwaarde, of b. rendements- en productiegegevens, indien ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit is aangetoond dat het technisch niet haalbaar is om de brandstofhoeveelheid te bepalen volgens de methode, bedoeld onder a. 2 De stookwaarde, bedoeld in het eerste lid, onder a, wordt bepaald met een frequentie die is afgestemd op de variaties die kunnen optreden in de brandstofsamenstelling. 3 bijlage XI De bepaling van het brandstofverbruik, bedoeld in het eerste lid, vindt plaats overeenkomstig de bij deze regeling behorende. Indien degene die de inrichting drijft, ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit aantoont dat het onmogelijk is of tot onredelijke hoge kosten leidt om aan het eerste lid te voldoen, mag hiervan worden afgeweken, in welk geval tevens ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit wordt aangetoond dat het brandstofverbruik op andere wijze voldoende nauwkeurig wordt bepaald. 4 bijlage XI Indien het brandstofverbruik niet overeenkomstig de bij deze regeling behorendekan worden bepaald als bedoeld in het derde lid, wordt bij de bepaling van het brandstofverbruik het brandstofverbruik niet overschat. 5 Indien zich in de inrichting fakkels bevinden en het brandstofverbruik van de fakkels is inbegrepen in de meting, bedoeld in het eerste en derde lid, wordt dat brandstofverbruik, vastgesteld op basis van de verbruiksmeting en de stookwaarde of op basis van het thermisch vermogen en het aantal fakkeluren, op het brandstofverbruik van de inrichting in mindering gebracht. 6 De bepaling van de productie vindt plaats overeenkomstig de gangbare meetpraktijk. Ten genoegen van het bestuur van de emissieautorteit wordt aangetoond dat daarmee de productie voldoende nauwkeurig kan worden bepaald. Indien dit niet kan worden aangetoond, wordt een meetpraktijk gehanteerd waarvan ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit is aangetoond dat de productie daarmee wel voldoende nauwkeurig kan worden bepaald. 7 Bij de bepaling van de productie, bedoeld in het zesde lid, wordt de productie niet overschat. 8 x artikel 18 van het besluit De procesgegevens die relevant zijn voor de bepaling van het aantal NO-emissierechten, bedoeld in, worden ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit bepaald overeenkomstig de gangbare meetpraktijk. 9 x Voor de bepaling van het brandstofverbruik van de NO-verbrandingsinstallaties voldoet de hoeveelheid brandstof en de stookwaarde aan onzekerheidseisen die ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit in het monitoringsplan zijn opgenomen. 10 x Voor de bepaling van de productie van de NO-procesinstallatie voldoet de geproduceerde hoeveelheid aan onzekerheidseisen die ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit in het monitoringsplan zijn opgenomen. 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 01-07-2012
Artikel 47 — Artikel 47 Uitvoering van werkzaamheden door een meetinstantie#
Artikel 47 Uitvoering van werkzaamheden door een meetinstantie 1 artikel 44 artikel 40 Periodieke metingen als bedoeld inen parallelmetingen die plaatsvinden in het kader van de kwaliteitsborging van continue metingen als bedoeld inworden uitgevoerd door een meetinstantie die voor deze verrichtingen door een accreditatie-instantie is geaccrediteerd volgens EN ISO 17025:2005. 2 In afwijking van het eerste lid mag voor de werkzaamheden een meetinstantie worden ingeschakeld die voor het uitvoeren van deze verrichtingen niet is geaccrediteerd volgens EN ISO 17025:2005, op voorwaarde dat degene die de inrichting drijft, ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit aantoont: a. dat deze meetinstantie voldoet aan eisen die gelijkwaardig zijn aan de eisen, bedoeld in het eerste lid; b. dat deze meetinstantie technisch competent en in staat is om technisch geldende resultaten te genereren waarbij relevante analytische procedures worden gebruikt. 3 artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht Met toepassing vanisniet van toepassing op de aanvraag om accreditatie als bedoeld in het eerste lid. 2011 22843 19-12-2011 06-12-2011 IENM/BSK-2011 2011 22843 19-12-2011 06-12-2011 IENM/BSK-2011 01-01-2012
Artikel 47a — Artikel 47a Eisen aan meetinstantie#
Artikel 47a Eisen aan meetinstantie 1 artikel 47, eerste lid Een meetinstantie, die in opdracht van de houder van de vergunning werkzaamheden als bedoeld in, verricht, voldoet aan de in dat artikel gestelde voorwaarden en voert de werkzaamheden uit overeenkomstig het monitoringsplan dat deel uitmaakt van de betrokken vergunning. 2 Het is voor een meetinstantie verboden te handelen in strijd met het eerste lid. 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 01-07-2012
Artikel 48 — Artikel 48 x Kwaliteitsborging NO-metingen#
Artikel 48 x Kwaliteitsborging NO-metingen 1 artikel 40 artikel 43, eerste lid, onder c x Kwaliteitsborging van de continue metingen, bedoeld in, geschiedt regelmatig en voorafgaand aan het gebruik van het NO-meetsysteem overeenkomstig de norm, genoemd in, waarbij in afwijking van die norm: a. de geïnstalleerde meetapparatuur om de drie jaar door middel van parallelmetingen wordt gekalibreerd, en b. artikel 17, vierde lid voor het bepalen van de waarde, bedoeld in, van het besluit het bestuur van de emissieautoriteit een andere door hem geschikt geachte methode mag toestaan. 2 x bijlage X artikel 40, tweede lid artikel 41, tweede lid Indien bij NO-installaties die behoren tot klasse 2, 3 of 4 als bedoeld in de bij deze regeling behorendecontinue wordt gemeten als bedoeld in, en de kwaliteit van de continue meting in het geval, bedoeld in, niet overeenkomstig de norm NEN-EN 14181 is geborgd, worden de periodieke metingen als drie parallelmetingen uitgevoerd. Deze parallelmetingen zijn evenredig verdeeld over het geldigheidsgebied van de continue metingen. 3 x Op basis van de laatst uitgevoerde periodieke meting, bedoeld in het tweede lid, wordt een correctiefactor berekend, waarmee de gemeten NO-emissies worden gecorrigeerd. 4 artikel 57, eerste lid Degene die een inrichting drijft, registreert de resultaten van de werkzaamheden, bedoeld in het eerste en tweede lid, in het register operationele registraties, bedoeld in. 5 artikel 57, eerste lid Degene die de inrichting drijft, beoordeelt op grond van de resultaten, bedoeld in het vierde lid, de geldigheid van de resultaten van eerder uitgevoerde metingen en registreert de uitkomst van die beoordeling in het register operationele registraties, bedoeld in. 6 x In geval uit de kalibratie en controles blijkt dat de ter bepaling van de jaarvracht van NOgeïnstalleerde meet-, monstername- en analyseapparatuur of de apparatuur voor de automatische verwerking van meetresultaten, bedoeld in het eerste lid, niet naar behoren functioneert, neemt degene die de inrichting drijft, onmiddellijk maatregelen teneinde te verzekeren dat deze situatie zo spoedig mogelijk wordt beëindigd. 2010 2246 17-02-2010 09-02-2010 DGM/K&L2010000487 2010 2246 17-02-2010 09-02-2010 DGM/K&L2010000487 18-02-2010
Artikel 49 — Artikel 49 Metingen met behulp van apparatuur#
Artikel 49 Metingen met behulp van apparatuur 1 x Degene die een inrichting drijft, draagt er zorg voor dat de ter bepaling van de jaarvracht van NOgeïnstalleerde meet-, monstername- en analyseapparatuur of de apparatuur voor de automatische verwerking van meetresultaten, ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit regelmatig en voorafgaand aan het gebruik wordt gekalibreerd, bijgesteld en gecontroleerd. 2 x x Degene die een inrichting drijft, kalibreert een brandstofmeter die relevant is voor de bepaling van de NO-emissies of de bepaling van het aantal opgebouwde NO-emissierechten ten minste één keer per vijf jaar, tenzij hij ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit aantoont dat dit technisch niet haalbaar is, tot onredelijk hoge kosten leidt of dat de leverancier het goed functioneren van de brandstofmeter garandeert met een lagere kalibratiefrequentie. In het geval er sprake is van technische onhaalbaarheid of onredelijk hoge kosten, neemt degene die de inrichting drijft zodanige maatregelen, dat zoveel mogelijk hetzelfde effect wordt bereikt als wanneer de meter met de voorgeschreven frequentie zou zijn gekalibreerd, een en ander ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit. 3 x x Degene die een inrichting drijft, onderhoudt een brandstofmeter die relevant is voor de bepaling van de NO-emissies of de bepaling van het aantal opgebouwde NO-emissierechten volgens de instructies van de leverancier of, indien deze niet aanwezig zijn, volgens de voor het toegepaste meetinstrument algemeen geldende instructies. 4 x x Degene die een inrichting drijft, kalibreert en onderhoudt urentellers en productmeters die relevant zijn voor de bepaling van de NO-emissies of de bepaling van het aantal opgebouwde NO-emissierechten volgens de gangbare industriële meetpraktijk die voor deze meetinstrumenten geldt. 5 artikel 57, eerste lid Degene die een inrichting drijft, registreert de resultaten van de werkzaamheden, bedoeld in het eerste, tweede, derde en vierde lid, in het register operationele registraties, bedoeld in. 6 artikel 57, eerste lid Op grond van de resultaten, bedoeld in het tweede lid, beoordeelt degene die de inrichting drijft, de geldigheid van de resultaten van eerder uitgevoerde metingen en registreert hij de uitkomst van de beoordeling in het register operationele registraties, bedoeld in. 7 In geval uit de kalibratie en controles blijkt dat de apparatuur, bedoeld in het eerste, tweede, derde en vierde lid, niet naar behoren functioneert, neemt degene die de inrichting drijft, onmiddellijk maatregelen teneinde te verzekeren dat deze situatie zo spoedig mogelijk wordt beëindigd. 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 01-07-2012
Artikel 50 — Artikel 50 Meetvoorzieningen#
Artikel 50 Meetvoorzieningen x Bij een NO-installatie worden de voorzieningen aangebracht die noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van de voorgeschreven metingen. 2005 101 30-05-2005 17-05-2005 KVI2005053257 2005 101 30-05-2005 17-05-2005 KVI2005053257 01-06-2005
Artikel 51 — Artikel 51 Melding periodieke of parallelmeting#
Artikel 51 Melding periodieke of parallelmeting 1 artikel 44 artikel 48 Degene die een inrichting drijft, meldt het bestuur van de emissieautoriteit ten minste twee weken van tevoren de datum en het tijdstip waarop een periodieke meting als bedoeld inof een parallelle meting als bedoeld inzal worden uitgevoerd. 2 Indien een periodieke meting of een parallelle meting geen doorgang vindt, wordt dit aan het bestuur van de emissieautoriteit uiterlijk op de datum waarop die meting zou worden uitgevoerd, gemeld. 2005 101 30-05-2005 17-05-2005 KVI2005053257 2005 101 30-05-2005 17-05-2005 KVI2005053257 01-06-2005
Artikel 52 — Artikel 52 Melding indien geen gebruik van de meetresultaten#
Artikel 52 Melding indien geen gebruik van de meetresultaten 1 Degene die een inrichting drijft, bepaalt binnen tien werkdagen nadat de resultaten van de periodieke of parallelle meting bekend zijn of hij gebruik maakt van die resultaten. 2 Indien degene die de inrichting drijft, geen gebruik maakt van de resultaten van een periodieke of parallelle meting, meldt hij dit binnen twee weken nadat de resultaten van die meting bekend zijn geworden, onder opgave van redenen aan het bestuur van de emissieautoriteit. Bij deze melding worden bedoelde meetresultaten bijgevoegd. 2005 101 30-05-2005 17-05-2005 KVI2005053257 2005 101 30-05-2005 17-05-2005 KVI2005053257 01-06-2005
Artikel 53 — Artikel 53 Bedrijfsinterne validatieprocedure#
Artikel 53 Bedrijfsinterne validatieprocedure 1 De in het monitoringsplan beschreven bedrijfsinterne validatieprocedure bestaat uit de volgende activiteiten: a. het opstellen en beheer van een jaarplan van bedrijfsinterne validatie; b. het opstellen van de bedrijfsinterne validatiewerkzaamheden; c. de registratie van resultaten van de bedrijfsinterne validatiewerkzaamheden; d. de controle op de wijze waarop bedrijfsinterne validatiewerkzaamheden hebben plaatsgevonden en de herstelstappen die naar aanleiding daarvan zullen worden gezet. 2 Voor elk van de activiteiten in de bedrijfsinterne validatieprocedure wordt een werkomschrijving opgesteld, bestaande uit: a. een beschrijving van de te valideren meetapparatuur, de berekeningsmethodieken, de uitvoering van vergelijkende metingen en de frequentie daarvan; b. een gedetailleerde en stapsgewijze beschrijving van de wijze waarop bedrijfsinterne validatie plaatsvindt; c. een beschrijving van de wijze waarop, de personen door wie en de plaats waar de resultaten van de bedrijfsinterne validatie worden geregistreerd. 3 x artikel 17, vierde lid, van het besluit artikel 42, derde lid Indien uit de bedrijfsinterne validatie blijkt dat de gemeten waarde van de NO-emissies niet binnen de toegestane nauwkeurigheidseisen, bedoeld in, blijft, of niet aan de vereiste streefnauwkeurigheid, bedoeld in, voldoet, wordt dit onverwijld aan het bestuur van de emissieautoriteit gemeld. 2007 154 13-08-2007 23-07-2007 KvI2007070878 2007 154 13-08-2007 23-07-2007 KvI2007070878 01-01-2008
Artikel 54 — Artikel 54 Kwaliteitsborging#
Artikel 54 Kwaliteitsborging 1 artikel 36, eerste lid, onder b, onder 2° Degene die een inrichting drijft, stelt de procedures vast, zoals die overeenkomstig, in het monitoringsplan worden beschreven. 2 artikel 57, eerste lid De procedures, bedoeld in het eerste lid, hebben in ieder geval betrekking op de interne audit, het documentenbeheer en de registers operationele registraties en kwaliteitsregistraties, bedoeld in. 2008 97 23-05-2008 06-05-2008 KvI2008043222 2008 97 23-05-2008 06-05-2008 KvI2008043222 25-05-2008
Artikel 55 — Artikel 55 Interne audit#
Artikel 55 Interne audit 1 Degene die een inrichting drijft, stelt voor de uitvoering van de interne audit een procedure vast die voldoet aan de vereisten, genoemd in het communautair milieubeheer- en milieuauditsysteem (EMAS), de norm NEN-EN-ISO 9001, de norm NEN-EN-ISO 14001 of een gelijkwaardig systeem. 2 Per kalenderjaar wordt een auditplan opgesteld waarin de interne audits voor dat kalenderjaar zijn gepland. 3 artikel 16.49, eerste lid, van de wet In het eerste jaar nadat een vergunning als bedoeld inis verleend, wordt een specifieke audit uitgevoerd met betrekking tot de wijze waarop het monitoringsplan in de interne bedrijfsvoering is geïmplementeerd en geïntegreerd. Van de resultaten van deze audit wordt een auditrapport opgesteld, waarin conclusies en uit te voeren acties worden vermeld. 4 artikel 16.49, eerste lid, van de wet Met ingang van het tweede jaar nadat een vergunning als bedoeld inis verleend, wordt met betrekking tot elk onderdeel van het monitoringsplan om de drie jaar een audit uitgevoerd. Indien wordt aangesloten bij een al bestaand en goed functionerend auditsysteem binnen de inrichting, gelden in plaats van de in de eerste volzin bedoelde termijn, de termijnen waarbinnen in dat systeem een audit wordt uitgevoerd. Van de resultaten van deze audit wordt een auditrapport opgesteld, waarin conclusies en uit te voeren acties worden vermeld. 5 artikel 57, eerste lid Van het auditplan alsmede de auditrapporten wordt melding gemaakt in het register kwaliteitsregistraties, bedoeld in. 2007 154 13-08-2007 23-07-2007 KvI2007070878 2007 154 13-08-2007 23-07-2007 KvI2007070878 01-01-2008
Artikel 56 — Artikel 56 Documentenbeheer#
Artikel 56 Documentenbeheer 1 Degene die een inrichting drijft, stelt voor het beheer van documenten een procedure vast waarvoor gebruik wordt gemaakt van het communautair milieubeheer- en milieuauditsysteem (EMAS), de norm NEN-EN-ISO 9001, de norm NEN-EN-ISO 14001 of een gelijkwaardig systeem. 2 x Degene die een inrichting drijft, onderhoudt het beheer van alle documenten die zijn vereist in het kader van het systeem van handel in NO-emissierechten en voert het beheer van deze documenten overeenkomstig de procedure, bedoeld in het eerste lid, uit. 2005 101 30-05-2005 17-05-2005 KVI2005053257 2005 101 30-05-2005 17-05-2005 KVI2005053257 01-06-2005
Artikel 57 — Artikel 57 Bedrijfsinterne registraties#
Artikel 57 Bedrijfsinterne registraties 1 paragraaf 3.5 paragraaf 3.6 Degene die een inrichting drijft, onderhoudt een register operationele registraties waarin de gegevens met betrekking totworden opgeslagen, en een register kwaliteitsregistraties waarin de gegevens met betrekking totworden opgeslagen. 2 De bewaartermijn van de registraties, bedoeld in het eerste lid, ten aanzien van een kalenderjaar bedraagt tien jaren nadat het emissieverslag over dat kalenderjaar bij het bestuur van de emissieautoriteit is ingediend. 2005 101 30-05-2005 17-05-2005 KVI2005053257 2005 101 30-05-2005 17-05-2005 KVI2005053257 01-06-2005
Artikel 58 — Artikel 58 Opslag van informatie#
Artikel 58 Opslag van informatie 1 x Degene die een inrichting drijft, documenteert en bewaart de gegevens inzake de monitoring van de NO-emissies van de inrichting ten aanzien van een kalenderjaar tot ten minste tien jaren nadat het emissieverslag over dat kalenderjaar bij het bestuur van de emissieautoriteit is ingediend. 2 De monitoringsgegevens worden op een zodanige wijze gedocumenteerd en bewaard dat het emissieverslag kan worden geverifieerd. 3 Degene die een inrichting drijft, bewaart de onderstaande gegevens ten aanzien van een kalenderjaar tot ten minste tien jaren nadat het emissieverslag over dat kalenderjaar bij het bestuur van de emissieautoriteit is ingediend: a. artikel 16.6, eerste lid artikel 16.49, tweede lid, van de wet alle gegevens en bescheiden die bij de aanvraag om een vergunning, bedoeld in, in verbinding met, aan het bestuur van de emissieautoriteit worden verstrekt, waaronder het monitoringsplan; b. alle gegevens die de juistheid aantonen van de te hanteren monitoringsmethodiek; c. de bescheiden waarin de redenen van alle veranderingen en tijdelijke afwijkingen van het monitoringsplan worden gegeven; d. alle gegevens inzake de veranderingen en de tijdelijke afwijkingen van het monitoringsplan; e. het emissieverslag; f. alle overige informatie die noodzakelijk is om het emissieverslag te kunnen verifiëren. 2007 154 13-08-2007 23-07-2007 KvI2007070878 2007 154 13-08-2007 23-07-2007 KvI2007070878 01-01-2008
Artikel 59 — Artikel 59 Uitbesteding#
Artikel 59 Uitbesteding 1 Indien degene die een inrichting drijft, werkzaamheden wil uitbesteden en deze uitbesteding effect heeft op de procedures voor kwaliteitsborging, zorgt hij voor een transparant beheer van de werkzaamheden. 2 artikel 54, eerste lid De maatregelen voor een transparant beheer van de uitbestede werkzaamheden worden in de procedure voor kwaliteitsborging, bedoeld in, aangegeven. 2005 101 30-05-2005 17-05-2005 KVI2005053257 2005 101 30-05-2005 17-05-2005 KVI2005053257 01-06-2005
Artikel 60 — Artikel 60 Verdeling van taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden#
Artikel 60 Verdeling van taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden 1 Bij de verdeling van taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden tussen de personen die met de uitvoering van het monitoringsplan en de controle op de uitvoering daarvan zijn belast, wordt een personele scheiding aangebracht tussen functies die de uitvoering en de functies die de controle op de naleving betreffen. 2 Het eerste lid is niet van toepassing indien de in dat lid bedoelde functionele scheiding, gezien de grootte van de inrichting, in redelijkheid niet kan worden geëist. In dat geval wordt ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit aangetoond dat de wijze waarop de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden zijn verdeeld een voldoende waarborg is voor een deugdelijke uitvoering van het monitoringsplan en een deugdelijke controle op de uitvoering daarvan. 2007 154 13-08-2007 23-07-2007 KvI2007070878 2007 154 13-08-2007 23-07-2007 KvI2007070878 01-01-2008
Artikel 61 — Artikel 61 Registratie veranderingen en tijdelijke afwijkingen van het monitoringsplan#
Artikel 61 Registratie veranderingen en tijdelijke afwijkingen van het monitoringsplan artikel 63, eerste lid artikel 63a, eerste lid artikel 57, eerste lid Alle veranderingen van het monitoringsplan als bedoeld in, en alle tijdelijke afwijkingen van het monitoringsplan als bedoeld in, worden opgenomen in het register overeenkomstig. 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 01-07-2012
Artikel 62 — Artikel 62 Veranderingen van het monitoringsplan#
Artikel 62 Veranderingen van het monitoringsplan 1 artikel 63, eerste lid Veranderingen van het monitoringsplan als bedoeld in, worden in een afzonderlijke paragraaf van dat monitoringsplan vermeld. 2 De vermelding, bedoeld in het eerste lid, geschiedt onder verwijzing naar de betreffende paragraaf of paragrafen van het monitoringsplan en naar de consequenties van die veranderingen voor de monitoringsmethodiek. 3 Het monitoringsplan wordt bij wijzigingen voorzien van de datum van de wijziging en een nieuw versienummer. 4 artikel 63, eerste lid Voor veranderingen van het monitoringsplan als bedoeld in, wordt aangegeven wanneer deze zijn goedgekeurd. 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 01-07-2012
Artikel 63 — Artikel 63 Significante veranderingen monitoringsplan#
Artikel 63 Significante veranderingen monitoringsplan 1 artikel 16.13a, tweede lid artikel 16.49, tweede lid, van de wet Onder een significante verandering van het monitoringsplan als bedoeld in, in verbindingwordt verstaan: a. x een of meer veranderingen die een gevolg zijn van veranderingen van de inrichting of de werking daarvan die significante gevolgen hebben voor de emissie van NO; b. een verandering van de monitoringsmethodiek. 2 Onder een verandering van de monitoringsmethodiek als bedoeld in het eerste lid, onder b, wordt in ieder geval verstaan: a. bijlage X een verandering van de klasse, bedoeld in de bij deze regeling behorende; b. artikel 39, tweede lid bijlage X x indien, van toepassing is: een verandering van de tijd dat een NO-installatie uit klasse 1, 2 of 3 als bedoeld in de bij deze regeling behorendein bedrijf is, waardoor deze tijd 500 uur of meer per kalenderjaar komt te bedragen; c. artikel 39, derde lid x x indien, van toepassing is: een verandering van de jaarvracht van NOvan een NO-verbrandingsinstallatie waardoor deze jaarvracht een ton of meer komt te bedragen; d. artikel 39, zesde lid x x indien, van toepassing is: een verandering als gevolg waarvan er niet langer sprake is van afwijkende procesomstandigheden of een verandering van de jaarvracht van NOvan een NO-verbrandingsinstallatie waardoor deze jaarvracht een ton of meer komt te bedragen; e. x een verandering van de gebruikte methode om de jaarvracht van NOte bepalen; f. x een verandering in de continue meting van de concentratie van NOin combinatie met de continue meting of berekening van het afgasdebiet, bedoeld in artikel 40; g. een verandering in de kentalbepaling; h. een verandering in het geldigheidsgebied van het kental; i. x een verandering in de parameters die worden gebruikt voor de bepaling van de jaarvracht van NO, het jaarlijkse brandstofverbruik of de jaarlijkse productie, en j. een verandering in de onderbouwing of beschrijving van de monitoringsmethodiek. 3 artikel 16.13, tweede lid, onder b artikel 16.49, tweede lid, van de wet Onder een verandering van de monitoringsmethodiek als bedoeld in het eerste lid, onder b, wordt niet verstaan een verandering ter uitvoering van, in verbinding met. 4 Een significante verandering als bedoeld in het eerste lid wordt vooraf schriftelijk aan het bestuur van de emissieautoriteit gemeld. Bij de melding wordt een actuele versie van het monitoringsplan overgelegd, waarin de verandering is verwerkt. Bij de melding wordt tevens het tijdstip aangegeven met ingang waarvan beoogd wordt de voorgenomen verandering door te voeren. 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 01-07-2012
Artikel 63a — Artikel 63a Tijdelijke afwijkingen monitoringsplan#
Artikel 63a Tijdelijke afwijkingen monitoringsplan 1 De houder van de vergunning meldt schriftelijk aan het bestuur van de emissieautoriteit elke tijdelijke afwijking van de monitoringsmethodiek waarin het monitoringsplan niet voorziet onder opgaaf van de reden voor deze afwijking. 2 Een tijdelijke afwijking als bedoeld in het eerste lid is uitsluitend toegestaan, indien: en de houder van de vergunning alles in het werk stelt om de duur van de tijdelijke afwijking zoveel mogelijk te beperken. a. de afwijking maximaal zes maanden duurt, b. de afwijking het gevolg is van een technische storing, c. de gehanteerde afwijkende methodiek niet leidt tot een onderschatting van de emissies, en d. de afwijking het gevolg is van overmacht, 3 Onder tijdelijke afwijking als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan een tijdelijke afwijking: a. x van de gebruikte methode om de jaarvracht van NOte bepalen, b. x in continue meting van de concentratie van NOin combinatie met de continue meting of berekening van het afgasdebiet, bedoeld in artikel 40, c. van het kental dat op de betrokken processituatie van toepassing is, of d. x van de parameters die worden gebruikt voor de bepaling van de jaarvracht van NO, het jaarlijks brandstofverbruik of de productie. 4 De melding wordt gedaan binnen vijf werkdagen na het ontstaan van de tijdelijke afwijking. 5 Het vierde lid is niet van toepassing indien de houder van de vergunning iedere maand een overzicht aan het bestuur van de emissieautoriteit verstrekt van de afwijkingen, bedoeld in het eerste lid. Dit overzicht wordt telkens voor de zesde dag van die maand bij het bestuur van de emissieautoriteit ingediend. 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 01-07-2012
Artikel 63b — Artikel 63b Melding buiten reikwijdte#
Artikel 63b Melding buiten reikwijdte titel 16.3 van de wet Indiendoor een omstandigheid niet meer van toepassing is op de inrichting, meldt de houder van de vergunning dit binnen zes weken schriftelijk aan het bestuur van de emissieautoriteit onder vermelding van de datum waarop de bedoelde omstandigheid zich heeft voorgedaan. 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 01-07-2012
Artikel 63c — Artikel 63c Formulier#
Artikel 63c Formulier artikelen 63 tot en met 63b Voor de meldingen, bedoeld in de, wordt gebruikgemaakt van het ter zake door het bestuur van de emissieautoriteit vastgestelde standaardformulier. 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 01-07-2012
Artikel 64 — Artikel 64 x Emissieverslag NO#
Artikel 64 x Emissieverslag NO 1 Het emissieverslag bevat met betrekking tot het kalenderjaar waarop het betrekking heeft: a. x artikel 18 van het besluit het aantal NO-emissierechten dat gedurende het kalenderjaar is opgebouwd overeenkomstig, inclusief de bijbehorende berekening; b. de gegevens ter identificatie van de inrichting. 2 bijlage VIII Het emissieverslag wordt opgesteld met gebruikmaking van het model, opgenomen in de bij deze regeling behorende. 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 01-07-2012
Artikel 64a — Artikel 64a Herstel onjuiste opgaven en non-conformiteiten#
Artikel 64a Herstel onjuiste opgaven en non-conformiteiten 1 artikel 16.49, tweede lid 16.12, eerste lid, van de wet Degene die een inrichting drijft, herstelt alle onjuiste opgaven en non-conformiteiten die een verificateur tijdens de verificatie en in zijn verklaring, bedoeld in, in verbinding met, aan hem heeft medegedeeld. 2 x Onjuiste opgaven en non-conformiteiten die hersteld kunnen worden, en die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de totale NO-emissies in het emissieverslag, worden door degene die de inrichting drijft, in het totale emissiecijfer van het emissieverslag verwerkt. 3 x Non-conformiteiten die niet kunnen worden hersteld voor 1 april van het betrokken kalenderjaar en die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de totale NO-emissies in het emissieverslag, worden hersteld binnen zes weken na indiening van het emissieverslag. 4 x Non-conformiteiten die geen gevolgen hebben of kunnen hebben voor de totale NO-emissies in het emissieverslag, worden hersteld binnen drie maanden na indiening van het emissieverslag. 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 01-07-2012
Artikel 65 — Artikel 65 Begripsbepalingen#
Artikel 65 Begripsbepalingen Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder: 2 2 monitoringsmethodiek: het geheel van methoden, dat door degene die een inrichting drijft, wordt gebruikt om de jaarvracht van NO van een NO-installatie te bepalen; 2 artikel 2, eerste lid, onder b, van het besluit NO-installatie: broeikasgasinstallatie waarin activiteiten worden verricht, die behoren tot een categorie van activiteiten als bedoeld in. 2007 154 13-08-2007 23-07-2007 KvI2007070878 2007 154 13-08-2007 23-07-2007 KvI2007070878 01-01-2008
Artikel 66 — Artikel 66 Inhoud monitoringsplan algemeen#
Artikel 66 Inhoud monitoringsplan algemeen 1 artikel 16.5, eerste lid, onder a, van de wet In gevallen waarin de aanvraag om een vergunning betrekking heeft op het in werking hebben van een inrichting als bedoeld in, vermeldt de aanvrager in het monitoringsplan voor de inrichting waarop de aanvraag betrekking heeft, in elk geval: a. de beoogde houder van de vergunning; b. uittreksel uit het handelsregister; c. de naam, het adres en de ligging van de inrichting; d. de naam van de contactpersoon van het bestuursorgaan dat bevoegd is een omgevingsvergunning voor de inrichting te verlenen; e. 2 de wijze waarop in het emissieverslag verslag wordt gedaan van de NO-jaarvracht en de gegevens betreffende het brandstofverbruik, het grondstofverbruik en de productie en de wijze waarop deze gegevens worden verkregen; f. de beschikbaarheid en de vakbekwaamheid van de personen die met de uitvoering van het monitoringsplan en de controle op de naleving daarvan worden belast en de wijze waarop taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden zijn verdeeld tussen deze personen; g. artikel 71 artikel 71, derde lid de wijze waarop de werkzaamheden, bedoeld in, door een meetinstantie worden verricht, en indien, van toepassing is: een lijst en een beschrijving van de niet-geaccrediteerde meetinstanties, waarbij in de beschrijving wordt aangegeven dat de meetinstanties werken conform de eisen van de geaccrediteerde meetinstanties; h. een beschrijving van de operationele procedures binnen de inrichting, die betrekking hebben op: 1°. paragaaf 4.5 de wijze waarop bedrijfsinterne validatie van de meetinstrumenten plaatsvindt, overeenkomstig; 2°. paragraaf 4.6 de wijze waarop wordt gewaarborgd dat de uitvoering van het monitoringsplan op een zorgvuldige wijze plaatsvindt, overeenkomstig; i. een beschrijving van de procedure waarin aan de hand van een schematische weergave alle operationele activiteiten zijn opgenomen waaronder het meten, bewerken en opslaan van gegevens, het opstellen van het emissieverslag, de verificatie daarvan en het verzenden van het emissieverslag aan het bestuur van de emissieautoriteit; j. de werkomschrijvingen van de activiteiten, bedoeld onder h, die in het kader van de uitvoering van het monitoringsplan plaatsvinden; k. de datum waarop het monitoringsplan is opgesteld en het versienummer daarvan. 2 In het monitoringsplan neemt de aanvrager tevens een beschrijving op alsmede een schematische weergave van: a. 2 de afbakening van de verzameling NO-installaties binnen de inrichting; b. 2 de naam, identificatie en het identificatienummer van elke NO-installatie die zich in de inrichting bevindt; c. de naam, de identificatie en het identificatienummer van de materiaalstromen binnen de inrichting; d. 2 de soort NO-installaties; e. 2 de naam en het identificatienummer van de bronnen die zich binnen de inrichting bevinden en die NO uitstoten; f. 2 de aansluiting van de desbetreffende bronnen op de NO-installaties. 3 In het monitoringsplan vermeldt de aanvrager tevens: a. 2 de capaciteit, uitgedrukt in tonnen vervaardigd product per kalenderjaar, van elke zich in de inrichting bevindende NO-installatie; b. 2 2 2 de verwachte NO-jaarvracht van elke zich in de inrichting bevindende NO-installatie afzonderlijk en alle NO-installaties tezamen; c. 2 2 de methode waarmee de totale jaarvracht van NO van alle NO-installaties tezamen wordt bepaald. 4 artikel 67 Indien in het monitoringsplan ter onderbouwing van de gevraagde gegevens, bedoeld in het eerste en tweede lid en, verwijzingen zijn opgenomen, zijn deze verwijzingen traceerbaar en verifieerbaar. 5 paragraaf 4.3 paragraaf 4.5 Indien degene die een inrichting drijft, op het moment van de indiening van het monitoringsplan nog niet volledig aan de meetvoorschriften, bedoeld in, of de voorschriften inzake de kwaliteitsborging van de metingen, bedoeld in, voldoet omdat het technisch niet haalbaar is of tot onredelijke kosten leidt, worden de technische niet-haalbaarheid van bedoelde voorschriften of de onredelijke kosten ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit aangetoond. Hiertoe wordt in het monitoringsplan aangegeven: a. de reden waarom degene die de inrichting drijft, niet aan bedoelde meetvoorschriften onderscheidenlijk de voorschriften inzake de kwaliteitsborging van de metingen kan voldoen, alsmede de onderbouwing daarvan; b. het tijdstip en de wijze waarop degene die de inrichting drijft, wel volledig aan bedoelde meetvoorschriften onderscheidenlijk de voorschriften inzake de kwaliteitsborging van de metingen zal voldoen; c. 2 de wijze waarop de jaarvracht van NO wordt bepaald in de periode waarin nog niet volledig aan bedoelde meetvoorschriften onderscheidenlijk de voorschriften inzake de kwaliteitsborging van de metingen wordt voldaan. 2010 7184 18-05-2010 12-05-2010 BJZ2010011775 2010 231 22-06-2010 10-06-2010 01-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 2.1 van de
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in werking
treedt.
Artikel 67 — Artikel 67 Invulling monitoringsplan inrichting#
Artikel 67 Invulling monitoringsplan inrichting 1 artikel 66 2 Onverminderdwordt in het monitoringsplan voor elke NO-installatie die zich in de inrichting bevindt, de te hanteren monitoringsmethodiek aangegeven, ten minste bestaande uit een beschrijving van: a. 2 de hoeveelheid materiaal die wordt gebruikt bij een maximale capaciteit van de NO-installatie; b. de methode waarmee de hoeveelheid materiaal die wordt gebruikt in het productieproces wordt bepaald; c. 2 3 de methode waarmee per NO-installatie de hoeveelheid geproduceerd salpeterzuur in vracht per uur wordt bepaald, uitgedrukt als HNO100%; d. 2 2 3 de methode waarmee per NO-installatie de NO-concentratie in het afgas, uitgedrukt in mg per Nmwordt bepaald; e. 2 3 de methode waarmee per NO-installatie het afgas, uitgedrukt in Nmper uur, wordt bepaald; f. 2 de wijze waarop of de mate waarin met wisselende belasting in de NO-installatie wordt geproduceerd, alsmede de aard van de bedrijfsvoering; g. 2 2 de methode waarmee per NO-installatie de jaarvracht van NO wordt bepaald; h. de methode waarop de onder b tot en met g bedoelde gegevens worden verkregen, geregistreerd en bewaard; i. 2 de invoergegevens die voor de berekeningsformules of de correlatiemodellen ter bepaling van de jaarvracht van NO worden gebruikt; j. 2 indien van toepassing: koppelingen met activiteiten in de NO-installatie die plaatsvinden in het kader van het communautair milieubeheer- en milieuauditsysteem (EMAS), dan wel een ander intern milieuzorgsysteem. 2 2 Onverminderd het eerste lid wordt in het monitoringsplan voor elke NO-installatie ten minste een beschrijving opgenomen van: a. 2 de van de normale bedrijfsvoering afwijkende procesomstandigheden, een indicatie van de frequentie waarmee dit voorkomt en de duur van de afwijkingen, alsmede een indicatie van de omvang van de NO-emissies tijdens de afwijkende procesomstandigheden; b. artikel 69, derde lid de gegevens waaruit blijkt dat de onzekerheidseis als bedoeld in, wordt nageleefd; c. 2 de parameters die worden gebruikt voor de bepaling van de jaarvracht van NO en de parameters die worden gebruikt voor de bepaling van de productie van salpeterzuur, waarbij in ieder geval worden vermeld: 1°. 2 de omrekeningsfactoren die benodigd zijn om tot berekening van de jaarvracht van NO en berekening van de productie van salpeterzuur te komen; 2°. artikel 70 het te hanteren meetprincipe, de frequentie waarmee monsters worden genomen, de op grond vanvan toepassing zijnde norm, en de middelingstijd; 3°. de plaats waar de parameters worden gemeten, weergegeven in een processchema; 4°. 2 de relaties tussen de gemeten parameters, de NO-emissies en de productie van salpeterzuur; 5°. 2 2 het geldigheidsgebied van de gehanteerde monitoringsmethodiek voor de bepaling van de NO-emissies, alsmede de te hanteren alternatieve methode indien de bepaling van de NO-emissies buiten het geldigheidsgebied valt, onder aanduiding van de omstandigheden waaronder de alternatieve methode wordt gestart en gestopt; 6°. 2 bijlage XVII, hoofdstuk XVII.3, in geval het meetinstrument uitvalt of onvoldoende functioneert: de waarde, uitgedrukt in kg/ NO per uur, die overeenkomstig de bij deze regeling behorendeis vastgesteld. 2007 154 13-08-2007 23-07-2007 KvI2007070878 2007 154 13-08-2007 23-07-2007 KvI2007070878 01-01-2008
Artikel 68 — Artikel 68 Model monitoringsplan#
Artikel 68 Model monitoringsplan 1 bijlage I Het monitoringsplan wordt opgesteld met gebruikmaking van het model, opgenomen in de bij deze regeling behorende. 2 Van het model, bedoeld in het eerste lid, mag uitsluitend worden afgeweken indien de reden daarvoor ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit wordt gemotiveerd. 2007 154 13-08-2007 23-07-2007 KvI2007070878 2007 154 13-08-2007 23-07-2007 KvI2007070878 01-01-2008
Artikel 69 — Artikel 69 2 Bepaling jaarvracht van NO#
Artikel 69 2 Bepaling jaarvracht van NO 1 2 2 bijlage XVII Degene die een inrichting drijft, bepaalt de jaarvracht van NO van een zich in de inrichting bevindende NO-installatie overeenkomstig de bij deze regeling behorende. 2 2 2 2 De NO-emissies van een NO-installatie worden overeenkomstig de bijlage als bedoeld in het eerste lid bepaald door de continue meting van de concentratie van NO en de concentratie van zuurstof in combinatie met de continue meting of berekening van het afgasdebiet. 3 2 De waarde van de 95%-betrouwbaarheidsintervallen van de individuele waarnemingen op grond waarvan de uurgemiddelde vracht van NO wordt bepaald, is kleiner dan 7,5% van de jaargemiddelde uurvracht. 2007 154 13-08-2007 23-07-2007 KvI2007070878 2007 154 13-08-2007 23-07-2007 KvI2007070878 01-01-2008
Artikel 70 — Artikel 70 2 CEN-normen bij de continue meting van NO–emissies#
Artikel 70 2 CEN-normen bij de continue meting van NO–emissies 1 2 artikel 69 De metingen voor de bepaling van de NO-emissies, bedoeld in, worden uitgevoerd volgens relevante CEN-normen. 2 Indien geen CEN-normen als bedoeld in het eerste lid bestaan, worden ISO-normen gebruikt dan wel andere nationale of internationale normen indien ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit is aangetoond dat deze normen waarborgen dat gegevens van een gelijkwaardige kwaliteit worden verstrekt. 3 Een in het eerste lid bedoelde CEN-norm heeft betrekking op de laatst uitgegeven norm met de daarop uitgegeven aanvullingen en correctiebladen. Een uitgegeven norm, aanvulling, onderscheidenlijk correctieblad, wordt eerst van toepassing één jaar na de datum van de uitgifte. 4 De Minister doet van de uitgifte van CEN-normen, bedoeld in het derde lid, alsmede van de uitgifte van aanvullingen en correctiebladen voor deze normen zo spoedig mogelijk na uitgifte mededeling door kennisgeving in de Staatscourant. 2007 154 13-08-2007 23-07-2007 KvI2007070878 2007 154 13-08-2007 23-07-2007 KvI2007070878 01-01-2008
Artikel 71 — Artikel 71 Uitvoering van werkzaamheden door een meetinstantie#
Artikel 71 Uitvoering van werkzaamheden door een meetinstantie 1 artikel 69 Parallelmetingen die plaatsvinden in het kader van de kwaliteitsborging van continue metingen als bedoeld inworden uitgevoerd door een meetinstantie als bedoeld in het tweede lid. 2 Werkzaamheden als bedoeld in het eerste lid mogen uitsluitend worden verricht door een meetinstantie die voor deze verrichtingen is geaccrediteerd volgens EN ISO 17025:2005. 3 In afwijking van het tweede lid mag voor de werkzaamheden als bedoeld in het eerste lid een meetinstantie worden ingeschakeld die voor het uitvoeren van deze verrichtingen niet is geaccrediteerd volgens EN ISO 17025:2005, op voorwaarde dat degene die de inrichting drijft, ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit aantoont dat: a. deze meetinstantie voldoet aan eisen die gelijkwaardig zijn aan de eisen, bedoeld in het eerste lid; b. deze meetinstantie technisch competent en in staat is om technisch geldende resultaten te genereren waarbij relevante analytische procedures worden gebruikt. 2007 154 13-08-2007 23-07-2007 KvI2007070878 2007 154 13-08-2007 23-07-2007 KvI2007070878 01-01-2008
Artikel 71a — Artikel 71a Eisen aan meetinstantie#
Artikel 71a Eisen aan meetinstantie 1 artikel 71, eerste lid Een meetinstantie die in opdracht van de houder van de vergunning werkzaamheden als bedoeld in, verricht, voldoet aan de in dat artikel gestelde voorwaarden en voert de werkzaamheden uit overeenkomstig het monitoringsplan dat deel uitmaakt van de betrokken vergunning. 2 Het is voor een meetinstantie verboden te handelen in strijd met het eerste lid. 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 01-07-2012
Artikel 72 — Artikel 72 2 Kwaliteitsborging NO-metingen#
Artikel 72 2 Kwaliteitsborging NO-metingen 1 2 Kwaliteitsborging van de continue metingen van de concentratie van NO en zuurstof geschiedt overeenkomstig de norm NEN-EN 14181, waarbij in afwijking van deze norm de geïnstalleerde meetapparatuur om de drie jaar door middel van parallelmetingen wordt gekalibreerd. 2 De meetapparatuur die de hoeveelheid luchtstroom meet, wordt jaarlijks gekalibreerd en onderhouden. 3 Artikel 18, tweede tot en met vierde lid 2 , is van overeenkomstige toepassing op NO- emissies. 2007 154 13-08-2007 23-07-2007 KvI2007070878 2007 154 13-08-2007 23-07-2007 KvI2007070878 01-01-2008
Artikel 73 — Artikel 73 Metingen met behulp van apparatuur#
Artikel 73 Metingen met behulp van apparatuur 1 2 Degene die een inrichting drijft, draagt er zorg voor dat de ter bepaling van de jaarvracht van NO geïnstalleerde meet-, monstername- en analyse-apparatuur of de apparatuur voor de automatische verwerking van meetresultaten ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit regelmatig en voorafgaand aan het gebruik wordt gekalibreerd, bijgesteld en gecontroleerd. 2 Degene die een inrichting drijft, geeft in het monitoringplan aan welke onderdelen van een meetinstrument niet kunnen worden gekalibreerd, en stelt alternatieve controleactiviteiten voor. 3 Artikel 19, tweede tot en met vierde lid 2 , is van overeenkomstige toepassing op NO- emissies. 2007 154 13-08-2007 23-07-2007 KvI2007070878 2007 154 13-08-2007 23-07-2007 KvI2007070878 01-01-2008
Artikel 74 — Artikel 74 Meetvoorzieningen en meldingen#
Artikel 74 Meetvoorzieningen en meldingen artikelen 20 tot en met 22 2 2 Dezijn van overeenkomstige toepassing op NO- emissies en NO-installaties. 2007 154 13-08-2007 23-07-2007 KvI2007070878 2007 154 13-08-2007 23-07-2007 KvI2007070878 01-01-2008
Artikel 75 — Artikel 75 Bedrijfsinterne validatieprocedure#
Artikel 75 Bedrijfsinterne validatieprocedure 1 Artikel 23, eerste en tweede lid 2 , is van overeenkomstige toepassing op NO- emissies. 2 Indien uit de bedrijfsinterne validatie blijkt dat niet wordt voldaan aan NEN-EN 14181 of indien uit de bedrijfsinterne validatie of NEN-EN 14181 blijkt dat een nieuwe kalibratie wordt uitgevoerd, wordt dit onverwijld aan het bestuur van de emissieautoriteit gemeld. 2007 154 13-08-2007 23-07-2007 KvI2007070878 2007 154 13-08-2007 23-07-2007 KvI2007070878 01-01-2008
Artikel 76 — Artikel 76 Kwaliteitsborging#
Artikel 76 Kwaliteitsborging 1 artikel 66, eerste lid, onderdeel h, onder 2° Degene die een inrichting drijft, stelt de procedures vast, zoals die overeenkomstig, in het monitoringsplan worden beschreven. 2 artikelen 24, tweede lid 25 26 27 28, met uitzondering van het derde lid, onder e en g 29 30 2 De,,,,,enzijn van overeenkomstige toepassing op NO-emissies. 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 01-07-2012
Artikel 77 — Artikel 77 Veranderingen en tijdelijke afwijkingen van het monitoringsplan#
Artikel 77 Veranderingen en tijdelijke afwijkingen van het monitoringsplan artikelen 31 32 2 Deenzijn van overeenkomstige toepassing op NO-emissies. 2007 154 13-08-2007 23-07-2007 KvI2007070878 2007 154 13-08-2007 23-07-2007 KvI2007070878 01-01-2008
Artikel 78 — Artikel 78 Significante veranderingen monitoringsplan#
Artikel 78 Significante veranderingen monitoringsplan 1 2 artikel 16.13a, tweede lid, van de wet Onder een significante verandering van het monitoringsplan voor een NO-installatie als bedoeld inwordt verstaan: a. 2 2 een of meer veranderingen die een gevolg zijn van veranderingen van de NO-installatie of de werking daarvan die significante gevolgen hebben voor de emissie van NO; b. een verandering van de monitoringsmethodiek. 2 Onder een verandering van de monitoringsmethodiek als bedoeld in het eerste lid, onder b, wordt in ieder geval verstaan een verandering: a. 2 van de gebruikte methode om de jaarvracht van NO te bepalen, b. 2 artikel 69 in de continue meting van de concentratie van NO en de concentratie van zuurstof in combinatie met de continue meting of berekening van het afgasdebiet, bedoeld in, c. 2 in de parameters die worden gebruikt voor de bepaling van de jaarvracht van NO of de jaarlijkse productie van salpeterzuur, d. in de onzekerheidsbepaling, en e. in de onderbouwing of de beschrijving van de monitoringsmethodiek. 3 artikel 16.13, tweede lid, onder b, van de wet Onder verandering van de monitoringsmethodiek als bedoeld in het eerste lid, onder b, wordt niet verstaan een verandering ter uitvoering van. 4 Een significante verandering als bedoeld in het eerste lid wordt vooraf schriftelijk aan het bestuur van de emissieautoriteit gemeld. Bij de melding wordt een actuele versie van het monitoringsplan overgelegd, waarin de verandering is verwerkt. Bij de melding wordt tevens het tijdstip aangegeven met ingang waarvan beoogd wordt de voorgenomen verandering door te voeren. 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 01-07-2012
Artikel 78a — Artikel 78a Tijdelijke afwijkingen monitoringsplan#
Artikel 78a Tijdelijke afwijkingen monitoringsplan 1 De houder van de vergunning meldt schriftelijk aan het bestuur van de emissieautoriteit elke tijdelijke afwijking van de monitoringsmethodiek waarin het monitoringsplan niet voorziet onder opgaaf van de redenen. 2 Onder tijdelijke afwijking van de monitoringsmethodiek als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan: a. 2 een tijdelijke afwijking van de gebruikte methode om de jaarvracht van NO te bepalen, b. 2 artikel 69 een tijdelijke afwijking in de continue meting van de concentratie van NO en de concentratie van zuurstof in combinatie met de continue meting of berekening van het afgasdebiet, bedoeld in, c. 2 een tijdelijke afwijking in de parameters die worden gebruikt voor de bepaling van de jaarvracht van NO of de jaarlijkse productie van salpeterzuur, of d. een verandering in de onzekerheidsbepaling. 3 De melding wordt gedaan binnen vijf werkdagen na het ontstaan van de tijdelijke afwijking. 4 Het derde lid is niet van toepassing indien de houder van de vergunning iedere maand een overzicht aan het bestuur van de emissieautoriteit verstrekt van de afwijkingen, bedoeld in het eerste lid. Dit overzicht wordt telkens voor de zesde dag van die maand bij het bestuur van de emissieautoriteit ingediend. 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 01-07-2012
Artikel 78b — Artikel 78b Formulier#
Artikel 78b Formulier artikelen 78 78a Voor de meldingen, bedoeld in deen, wordt gebruikgemaakt van het ter zake door het bestuur van de emissieautoriteit vastgestelde standaardformulier. 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 01-07-2012
Artikel 79 — Artikel 79 2 Emissieverslag NO#
Artikel 79 2 Emissieverslag NO 1 Het emissieverslag bevat met betrekking tot het kalenderjaar waarop het betrekking heeft: a. de gegevens ter identificatie van de inrichting, en b. bijlage IX de codes voor de rapportagesystemen, bedoeld in de bij deze regeling behorende, waarmee elke activiteit die in de inrichting plaatsvindt, wordt aangeduid. 2 bijlage VIII Als model voor het opstellen van het emissieverslag geldt het model, opgenomen in de bij deze regeling behorende. 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 2012 11815 18-06-2012 13-06-2012 IenM/BSK-2012/63209 01-07-2012
Artikel 79a — Artikel 79a Herstel onjuiste opgaven en non-conformiteiten#
Artikel 79a Herstel onjuiste opgaven en non-conformiteiten 1 artikel 16.49, tweede lid 16.12, eerste lid, onder c, van de wet Degene die een inrichting drijft, herstelt alle onjuiste opgaven en non-conformiteiten die een verificateur tijdens de verificatie en in zijn verklaring, bedoeld in, in verbinding met, aan hem heeft medegedeeld. 2 2 Onjuiste opgaven en non-conformiteiten die hersteld kunnen worden en die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de totale NO-emissies in het emissieverslag, worden door degene die de inrichting drijft, in het totale emissiecijfer van het emissieverslag verwerkt. 3 2 Non-conformiteiten die niet kunnen worden hersteld voor 1 april van het betrokken kalenderjaar en die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de totale NO-emissies in het emissieverslag, worden hersteld binnen zes weken na indiening van het emissieverslag. 4 2 Non-conformiteiten die geen gevolgen hebben of kunnen hebben voor de totale NO-emissies in het emissieverslag, worden hersteld binnen drie maanden na indiening van het emissieverslag. 2008 97 23-05-2008 06-05-2008 KvI2008043222 2008 97 23-05-2008 06-05-2008 KvI2008043222 25-05-2008
Artikel 80 — Artikel 80 Inwerkingtreding#
Artikel 80 Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2005. 2007 154 13-08-2007 23-07-2007 KvI2007070878 2007 154 13-08-2007 23-07-2007 KvI2007070878 01-01-2008 Voorheen art. 65.
Artikel 81 — Artikel 81 Titel#
Artikel 81 Titel Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling monitoring handel in emissierechten. 2007 154 13-08-2007 23-07-2007 KvI2007070878 2007 154 13-08-2007 23-07-2007 KvI2007070878 01-01-2008 Voorheen art. 66.
Artikel 5#
artikelen 5
Artikel 38#
38
Artikel 6#
artikelen 6, eerste lid
Artikel 8#
8, tweede lid
Artikel 9#
9, derde lid
Artikel 23#
artikel 23, derde lid
Artikel 7#
artikelen 7, tweede lid
Artikel 8#
8, eerste lid
Artikel 9#
9, eerste en tweede lid
Artikel 7#
artikel 7, tweede lid
Artikel 4#
artikelen 4, onder a
Artikel 10#
10, derde lid
Artikel 12b#
artikel 12b
Artikel 8#
artikelen 8, eerste lid
Artikel 9#
9, eerste lid
Artikel 17#
17, onder a, b, c, en d
Artikel 8#
artikel 8, eerste lid
Artikel 2#
artikel 2, eerste lid, derde gedachtenstreepje
Artikel 34#
artikelen 34
Artikel 64#
64
Artikel 79#
79
Artikel 33#
artikel 33, onder b
Artikel 37#
artikelen 37, eerste lid, onder c, en vierde en vijfde lid
Artikel 39#
39
Artikel 40#
40, eerste lid
Artikel 41#
41, eerste lid
Artikel 44a#
44a
Artikel 48#
48, tweede lid
Artikel 63#
63, eerste lid, onder f, onder 1° en 2°
Artikel 40#
artikel 40
Artikel 42#
artikel 42
Artikel 44#
artikel 44
Artikel 44#
artikel 44
Artikel 44#
artikel 44
Artikel 42#
artikelen 42, tweede lid
Artikel 46#
46, derde lid
Artikel 6#
artikelen 6, tweede lid
Artikel 6a#
6a
Artikel 6#
artikelen 6, tweede lid
Artikel 6a#
6a
Artikel 15a#
artikelen 15a negende, tiende en elfde lid
Artikel 15b#
15b tweede lid
Artikel 15a#
artikel 15a, vierde lid
Artikel 34b#
artikel 34b, tweede lid
Artikel 67#
o artikelen artikel 67, tweede lid, onder 6
Artikel 69#
69, eerste en tweede lid
Artikel 34g#
artikelen 34g, eerste lid, onder e en i
Artikel 34k#
34k
Artikel 34l#
34l, eerste lid
Artikel 34m#
34m, eerste en tweede lid
Artikel 34n#
34n, eerste lid
Artikel 34o#
34o, eerste lid
Artikel 34s#
34s, tweede lid
Artikel 34ah#
34ah, derde lid, onder g en h
Artikel 34aj#
34aj, eerste lid
Artikel 34al#
34al, tweede lid
Artikel 34ae#
artikel 34ae
Artikel 34v#
artikel 34v
Artikel 34v#
artikel 34v
Artikel 34ae#
artikel 34ae
Artikel 34g#
artikelen 34g, onder e en i
Artikel 34j#
34j, eerste lid, onder b, onder 4°en 5°
Artikel 34t#
34t
Artikel 34ah#
34ah, derde lid, onder g en h
Artikel 34ae#
artikel 34ae
Artikel 34v#
artikel 34v
Artikel 34v#
artikel 34v
Artikel 34v#
artikel 34v