Regeling van de Minister van Economische Zaken van 29 augustus 2005, nr. WJZ 5054256, houdende regels met betrekking tot de rechtspositie van de vaste leden van het college voor de post- en telecommunicatiemarkt (Regeling rechtspositie vaste leden van OPTA)
- BWB-id
- BWBR0018703
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 2005-09-01 t/m 2009-07-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0018703
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2005/regeling-rechtspositie-vaste-leden-van-opta
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2005/regeling-rechtspositie-vaste-leden-van-opta/2005-09-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0018703&g=2005-09-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0018703&z=2026-06-06&g=2005-09-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0018703/2005-09-01
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2005/regeling-rechtspositie-vaste-leden-van-opta
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. Wet Onafhankelijke post- en telecommunicatieautoriteit de wet: de; b. artikel 2, tweede lid, van de wet het college: het college, genoemd in; c. de voorzitter: de voorzitter van het college; d. een lid: een vast lid van het college, niet zijnde de voorzitter; e. Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 BBRA: het. 2005 168 31-08-2005 29-08-2005 WJZ5054256 2005 168 31-08-2005 29-08-2005 WJZ5054256 01-09-2005
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Bijlage A van het BBRA De bezoldiging van de voorzitter bedraagt het salaris overeenkomstig het salaris van een lid van de topmanagementgroep van een departement van algemeen bestuur als bedoeld in, aangevuld met een vaste toeslag van € 3 275,00 bruto per maand, op basis van een arbeidsduur van gemiddeld 36 uur per week. 2 artikelen 21 22 van het BBRA artikelen 22 23 van het BBRA De voorzitter heeft recht op een vakantie-uitkering overeenkomstig deen. De opbouw van vakantie-uren, opname en overboeken daarvan naar een volgend jaar vindt plaats overeenkomstig deen. 3 De voorzitter heeft recht op een eindejaarsuitkering van 0.8% van het in een kalenderjaar genoten salaris. 4 Besluit tegemoetkoming ziektekosten rijkspersoneel De voorzitter kan op basis van een door hem in te dienen aanvraag in aanmerking komen voor een tegemoetkoming in ziektekosten overeenkomstig het. 5 Reisbesluit binnenland Reisbesluit buitenland De voorzitter heeft recht op een vergoeding van reis- en verblijfskosten overeenkomstig heten het. 6 Besluit vergoedingen representatiekosten rijkspersoneel De voorzitter heeft recht op een representatievergoeding van € 533,22 bruto per maand, overeenkomstig het. 7 e De voorzitter kan voor woon-werkverkeer, voor het vervoer tussen zijn standplaats Den Haag en zijn woonplaats en voor het vervoer tussen zijn woonplaats en dienstreizen, kiezen tussen dienstvervoer per auto of een jaarkaart openbaar vervoer 1klasse. 8 De voorzitter wordt aangemeld als volwaardige deelnemer bij het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds. 2005 168 31-08-2005 29-08-2005 WJZ5054256 2005 168 31-08-2005 29-08-2005 WJZ5054256 01-09-2005
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Wet privatisering ABP In geval van arbeidsongeschiktheid wegens ziekte ontvangt de voorzitter volledige doorbetaling van zijn bezoldiging tot aan het tijdstip van toekenning van een invaliditeitspensioen op grond van derespectievelijk op grond van het Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP, met dien verstande dat de doorbetaling in ieder geval eindigt met ingang van de dag waarop de benoemingstermijn eindigt. 2005 168 31-08-2005 29-08-2005 WJZ5054256 2005 168 31-08-2005 29-08-2005 WJZ5054256 01-09-2005
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Indien de voorzitter, anders dan aan hem te wijten omstandigheden, na afloop van zijn benoemingstermijn niet wordt herbenoemd, wordt aan hem ter finale kwijting een vertrekuitkering toegekend ter grootte van twee maal de bruto jaarbezoldiging, die geldt in het laatste volledige dienstjaar. 2 In geval aan de voorzitter ontslag wordt verleend voor het einde van de benoemingstermijn zal onderhandeling plaatsvinden over de voorwaarden van een eventuele regeling. 2005 168 31-08-2005 29-08-2005 WJZ5054256 2005 168 31-08-2005 29-08-2005 WJZ5054256 01-09-2005
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 De leden ontvangen een vaste vergoeding voor hun werkzaamheden ten bedrage van € 34033,52 bruto per jaar uitgaande van een gemiddelde tijdsbesteding van een dag in de week. 2 De vergoeding wordt in twaalf gelijke maandelijkse termijnen betaald. 3 Verplaatsingskostenbesluit 1989 De leden hebben recht op een vergoeding voor woon-werkverkeer overeenkomstig het. 4 Reisbesluit binnenland Reisbesluit buitenland De leden hebben recht op een vergoeding van reis- en verblijfskosten overeenkomstig heten het. 5 Besluit vergoedingen representatiekosten rijkspersoneel De leden hebben recht op een representatievergoeding van € 128,19 bruto per maand, overeenkomstig het. 2005 168 31-08-2005 29-08-2005 WJZ5054256 2005 168 31-08-2005 29-08-2005 WJZ5054256 01-09-2005
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 5, eerste lid Op verzoek van de voorzitter of een lid met een gemiddelde tijdsbesteding van drie of meer dagen in de week als bedoeld in het derde lid kan de Minister van Economische Zaken de gemiddelde tijdsbesteding genoemd in, uitbreiden met een of meer dagdelen. 2 artikel 5, eerste lid Bij een uitbreiding van de gemiddelde tijdsbesteding van een lid tot maximaal twee en een halve dag in de week ontvangt dat lid de vergoeding genoemd in, vermeerderd naar rato van de uitbreiding van de gemiddelde tijdsbesteding. 3 artikel 2, eerste, tweede, vierde en zesde lid artikel 3 artikel 2 Bij een uitbreiding van de gemiddelde tijdsbesteding van een lid tot drie of meer dagen in de week zijnenvan overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de vaste toeslag, bedoeld in, eerste lid, € 816,80 per maand bedraagt. De bezoldiging, de vakantie-uitkering, de tegemoetkoming in ziektekosten, de vergoedingen woon–werkverkeer en vergoedingen representatiekosten bedragen bij een onvolledige werkweek een evenredig deel van het bedrag bij een volledige werkweek. 4 Bij een uitbreiding van de gemiddelde tijdsbesteding als bedoeld in het derde lid zijn tevens de volgende voorwaarden van toepassing: a. Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers ingeval een lid gedurende zijn benoemingstermijn wordt ontslagen, ontvangt deze een uitkering overeenkomstig de, tenzij hij ontslagen wordt op eigen verzoek, dan wel wegens zwaarwichtige redenen zoals ongeschiktheid voor de functie, of onverenigbaarheid van functies en belangen; b. Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers ingeval een lid niet wordt herbenoemd na afloop van de benoemingstermijn, heeft deze aanspraak op een uitkering overeenkomstig de; c. de uitkering wordt toegekend voor een periode gelijk aan het tijdvak waarin betrokkene zonder onderbreking als lid heeft gefunctioneerd, met dien verstande dat de uitkering in ieder geval eindigt wanneer betrokkene de leeftijd van 65 jaar bereikt of komt te overlijden; d. de uitkering zal een termijn van zes jaar niet overschrijden; e. de uitkering bedraagt gedurende het eerste jaar 80% en vervolgens 70% van de als lid genoten bruto bezoldiging, vermeerderd met de vakantie-uitkering; f. de uitkering bedraagt bij een onvolledige werkweek een evenredig deel van het bedrag bij een volledige werkweek; g. de inkomsten die de betrokkene geniet uit of in verband met arbeid of bedrijf die niet reeds werden genoten voor het ontslag worden met de uitkering verrekend; h. de verrekening, genoemd in onderdeel g, geschiedt aldus dat de uitkering wordt verminderd met het bedrag waarmee de uitkering, vermeerderd met die inkomsten, de bruto bezoldiging en de vakantie-uitkering, waarvan de uitkering is afgeleid, overschrijdt; i. de uitkering wordt in maandelijkse termijnen betaald. 2005 168 31-08-2005 29-08-2005 WJZ5054256 2005 168 31-08-2005 29-08-2005 WJZ5054256 01-09-2005
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Het is de voorzitter en de leden bij de uitoefening van hun functie verboden vergoedingen, beloningen, giften of beloften van derden te vorderen, te verzoeken of aan te nemen. 2005 168 31-08-2005 29-08-2005 WJZ5054256 2005 168 31-08-2005 29-08-2005 WJZ5054256 01-09-2005
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 In geval de voorzitter of een lid financiële gevolgen ondervindt uit persoonlijke aansprakelijkheid voortvloeiende uit de uitoefening van zijn functie, vindt vanwege de Staat der Nederlanden vrijwaring daarvan plaats tenzij de aansprakelijkheid voortvloeit uit ernstig verwijtbaar gedrag, zoals opzet of grove schuld van de betrokkene. 2005 168 31-08-2005 29-08-2005 WJZ5054256 2005 168 31-08-2005 29-08-2005 WJZ5054256 01-09-2005
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 De in deze regeling genoemde bezoldiging, uitkeringen en vergoedingen komen ten laste van het college. 2005 168 31-08-2005 29-08-2005 WJZ5054256 2005 168 31-08-2005 29-08-2005 WJZ5054256 01-09-2005
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Regeling rechtspositie vaste leden van de Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit Dewordt ingetrokken. 2005 168 31-08-2005 29-08-2005 WJZ5054256 2005 168 31-08-2005 29-08-2005 WJZ5054256 01-09-2005
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 september 2005. 2005 168 31-08-2005 29-08-2005 WJZ5054256 2005 168 31-08-2005 29-08-2005 WJZ5054256 01-09-2005
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling rechtspositie vaste leden van OPTA. 2005 168 31-08-2005 29-08-2005 WJZ5054256 2005 168 31-08-2005 29-08-2005 WJZ5054256 01-09-2005