Regeling houdende nadere regels met betrekking tot de veiligheid en certificering van in de Nederlandse Antillen en Aruba geregistreerde zeeschepen (Regeling veiligheid Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse zeeschepen)
- BWB-id
- BWBR0017726
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2022-07-06
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0017726
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2005/regeling-veiligheid-arubaanse-cura-aose-en-sint-maartense-ze
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2005/regeling-veiligheid-arubaanse-cura-aose-en-sint-maartense-ze/2022-07-06
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0017726&g=2022-07-06
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0017726&z=2026-06-06&g=2022-07-06
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0017726/2022-07-06
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2005/regeling-veiligheid-arubaanse-cura-aose-en-sint-maartense-ze
Artikel 1#
artikel 1
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: – besluit: Schepenbesluit 2004 ; – Caribische handelszone: Caribische handelszone (Caribbean Trading Area) als omschreven in de CCSS-Code; – CCSS-Code: in het kader van het op 9 februari 1996 te Barbados tot stand gekomen Memorandum van overeenstemming inzake toezicht op schepen door de havenstaat vastgestelde Code voor de veiligheid van vrachtschepen waarmee reizen worden ondernomen in het Caribisch gebied (Code of Satefy for Caribbean Cargo Ships); – DSC-Code: bij resolutie A.373(X) van de Algemene Vergadering van de IMCO aangenomen Code voor de veiligheid van dynamisch ondersteunde schepen (Dynamically Supported Craft Code); – EmS-Gids: bij circulaire MSC/Circ.1025 van de Maritieme Veiligheidscommissie van de IMO vastgestelde Noodmaatregelen en -procedures voor schepen waarmee gevaarlijke stoffen worden vervoerd (Emergency response procedures for ships carrying dangerous goods; EmS Guide); – Houtvaartcode: bij resolutie A.715(17) van de Algemene Vergadering van de IMO aangenomen Code voor het veilig vervoer van deklast hout (Code of Safe Practice for Ships Carrying Timber Deck Cargoes); – IMDG-Code: bij resolutie MSC.122(75) van de Maritieme Veiligheidscommissie van de IMO aangenomen Internationale Maritieme Code inzake gevaarlijke stoffen (International Maritime Dangerous Goods Code); – IMSBC-Code: bij resolutie MSC.268(85) van de Maritieme Veiligheidscommissie van de IMO aangenomen Internationale Maritieme Code voor het vervoer van vaste lading in bulk (International Maritime Solid Bulk Cargoes Code); – IS-Code: bij resolutie A.749(18) van de Algemene vergadering van de IMO aangenomen Code betreffende stabiliteit in onbeschadigde toestand voor alle scheepstypen waarvoor IMO-voorschriften bestaan (Intact Stability Code); – IS-Code 2008: bij resolutie MSC.267(85) van de Maritieme Veiligheidscommissie van de IMO aangenomen Internationale Code betreffende de stabiliteit in onbeschadigde toestand 2008 (Intact Stability Code, 2008); – LY2-Code: bij circulaire nr. 2950 van 23 maart 2009 bij de IMO genotificeerde Code voor grote commerciële jachten (Large Commercial Yacht Code); – LY3-Code: de bij GISIS Equivalent nr. XQ7989 van 13 april 2016 bij de IMO genotificeerde Grote Commerciële Jachten Code (The Large Commercial Yacht Code); – MODU-Code 1979: bij resolutie A.414(XI) van de Algemene Vergadering van de IMCO aangenomen Code voor de bouw en uitrusting van verplaatsbare offshore booreenheden 1979 (Mobile Offshore Drilling Units Code, 1979); – MODU-Code 1989: bij resolutie A.649(16) van de Algemene Vergadering van de IMO aangenomen Code voor de bouw en uitrusting van verplaatsbare offshore booreenheden 1989 (Mobile Offshore Drilling Units Code, 1989); – MODU-Code 2009: bij resolutie A.1023(26) van de Algemene Vergadering van de IMO aangenomen Code voor de bouw en uitrusting van verplaatsbare offshore booreenheden 2009 (Mobile Offshore Drilling Units Code, 2009); – resolutie MSC.235(82): de bij resolutie MSC.235(82) van de Maritieme Veiligheidscommissie van de IMO aangenomen Richtlijnen voor het ontwerp en de bouw van offshore bevoorradingsschepen (2006) (Guidelines for the design and construction of offshore supply vessels, 2006); – resolutie A.468(XII): de bij resolutie A.468(XII) van de Algemene Vergadering van de IMO voorgeschreven maatregelen ter beperking van geluidhinder aan boord van schepen (Code on noise levels on board ships); – resolutie A.673(16): de bij resolutie A.673(16) van de Algemene Vergadering van de IMO aangenomen Richtlijnen voor het vervoer en de behandeling van beperkte hoeveelheden gevaarlijke en schadelijke vloeistoffen in bulk door offshore ondersteuningsschepen (Guidelines for the transport and handling of limited amounts of hazardous and noxious liquid substances in bulk on offshore support vessels); – SCV-Code: in februari 2001 onder auspiciën van de IMO opgestelde en bij circulaire 396(SLS14) als equivalente regeling voor het Koninkrijk der Nederlanden genotificeerde Code voor de veiligheid van kleine commerciële schepen waarmee reizen worden ondernomen in het Caribisch gebied (Code of Safety for Small Commercial Vessels); – SPS-Code: bij resolutie A.534(13) van de Algemene Vergadering van de IMO aangenomen Code voor de veiligheid van schepen voor bijzondere doeleinden (Special Purpose Ships Code); – SPS-Code 2008: bij resolutie MSC.266(84) van de Maritieme Veiligheidscommissie van de IMO aangenomen Code voor de veiligheid van schepen met bijzondere doeleinden 2008 (Special Purpose Ships Code, 2008). 2022 16909 05-07-2022 04-07-2022 IENW/BSK-2022/154091 2022 16909 05-07-2022 04-07-2022 IENW/BSK-2022/154091 06-07-2022
Artikel 1a — Artikel 1a Grondslag regeling#
Artikel 1a Grondslag regeling artikelen 2, derde lid 6, eerste lid, van het besluit Deze regeling berust mede op de, en. 2022 16909 05-07-2022 04-07-2022 IENW/BSK-2022/154091 2022 16909 05-07-2022 04-07-2022 IENW/BSK-2022/154091 06-07-2022
Artikel 2 — Artikel 2 Bouwdatum van een schip#
Artikel 2 Bouwdatum van een schip 1 Artikel 2, tweede lid, van het besluit Als bouwdatum van een schip wordt aangemerkt de dag waarop de kiel van het schip is gelegd, dan wel de dag waarop met inachtneming van hetgeen dienaangaande in de op grond van deze regeling toepasselijke Codes of resoluties is bepaald, een met de kiellegging vergelijkbaar stadium is bereikt.is van overeenkomstige toepassing. 2 Vanaf de bouwdatum, bedoeld in het eerste lid, wordt een termijn van zes jaren gesteld voor de oplevering van het betreffende schip. 3 Bij overschrijding van de termijn, bedoeld in het tweede lid, wordt als bouwdatum van het betreffende schip aangemerkt de datum zes jaren eerder dan de dag waarop het betreffende schip is opgeleverd. 4 Indien naar het oordeel van de minister sprake is van bijzondere omstandigheden kan afgeweken worden van het derde lid. 5 Als datum waarop een schip is opgeleverd wordt aangemerkt de datum van eerste afgifte van: a. artikelen 3b tot en met 5 de certificaten, bedoeld in de; b. artikelen 5 6 van het besluit het internationaal of het nationaal veiligheidscertificaat, bedoeld in deen; c. artikel 7 van het besluit het veiligheidscertificaat voor hogesnelheidsschepen, bedoeld in. 2022 16909 05-07-2022 04-07-2022 IENW/BSK-2022/154091 2022 16909 05-07-2022 04-07-2022 IENW/BSK-2022/154091 06-07-2022
Artikel 3 — Artikel 3 Toepassingsbereik#
Artikel 3 Toepassingsbereik Deze regeling is van toepassing op schepen die op grond van Arubaanse, Curaçaose of Sint Maartense rechtsregels gerechtigd zijn de vlag van het Koninkrijk te voeren. 2010 14073 01-10-2010 06-09-2010 CEND/HDJZ-2010/1267sectorSCH 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, eerste lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 3a — Artikel 3a Model nationaal veiligheidscertificaat#
Artikel 3a Model nationaal veiligheidscertificaat 1 In het opschrift van het nationaal veiligheidscertificaat wordt tot uitdrukking gebracht tot welke van de navolgende categorieën het te certificeren schip behoort: a. categorie ‘Passenger ship restricted to national voyages outside the Caribbean part of the Kingdom of the Netherlands’: voor passagiersschepen waarmee uitsluitend nationale reizen worden ondernomen in wateren niet behorend tot het Caribische deel van het Koninkrijk; b. categorie ‘Cargo ship of 500 GT and over, restricted to national voyages outside the Caribbean part of the Kingdom of the Netherlands’: voor vrachtschepen van 500 GT of meer waarmee uitsluitend nationale reizen worden ondernomen in wateren niet behorend tot het Caribische deel van het Koninkrijk, niet zijnde schepen als bedoeld in onderdeel e; c. categorie ‘Cargo ship of less than 500 GT, with a length of 24 metres or more’: voor vrachtschepen van minder dan 500 GT, niet zijnde schepen als bedoeld in onderdeel e; d. categorie ‘Cargo ship with a length of less than 24 metres’: voor vrachtschepen met een lengte van minder dan 24 meter, niet zijnde schepen als bedoeld in onderdeel e; e. categorie ‘Ship not propelled by mechanical means’: voor schepen, niet voorzien van middelen tot werktuiglijke voortstuwing. 2 Op het nationaal veiligheidscertificaat is in ieder geval opgenomen: a. datum van afgifte van het certificaat; b. plaats van afgifte van het certificaat; c. vervaldatum van het certificaat; d. naam van het schip; e. hoofdafmetingen en geïnstalleerd motorvermogen van het schip; f. artikel 15 van het besluit verklaring dat onderzoeken aan het schip overeenkomstigzijn uitgevoerd en het schip aan de van toepassing zijnde eisen van het besluit en deze regeling voldoet. 3 Het nationaal veiligheidscertificaat gaat vergezeld van een uitrustingsrapport en indien van toepassing, een uitwateringschema. 2022 16909 05-07-2022 04-07-2022 IENW/BSK-2022/154091 2022 16909 05-07-2022 04-07-2022 IENW/BSK-2022/154091 06-07-2022
Artikel 3b — Artikel 3b Certificaten op grond van CCSS-Code (CMOU)#
Artikel 3b Certificaten op grond van CCSS-Code (CMOU) 1 artikel 6a Voor vrachtschepen ten aanzien waarvan op grond vanvoor toepassing van de CCSS-Code is gekozen, is het bij die Code behorende veiligheidscertificaat benodigd. 2 Het in het eerste lid bedoelde certificaat treedt in de plaats van het nationaal veiligheidscertificaat. 2015 45626 22-12-2015 10-12-2015 IENM/BSK-2015/244369 2015 527 22-12-2015 15-12-2015 01-01-2016 De artikelen III en IV, eerste lid, van Stcrt. 2015/45626
bevatten overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 6 van het
Schepenbesluit 2004 in werking treedt voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten.
Artikel 3c — Artikel 3c Certificaten voor passagiersschepen op grond van SCV-Code (IMO)#
Artikel 3c Certificaten voor passagiersschepen op grond van SCV-Code (IMO) 1 artikel 6b notification of equivalency Voor een passagiersschip waarmee internationale reizen worden ondernomen, is, indien ten aanzien van dat schip op grond vanvoor toepassing van de SCV-Code is gekozen, tezamen met een veiligheidscertificaat voor passagiersschepen een afschrift van de kennisgeving aan de IMO met betrekking tot de gelijkwaardigheid van de SCV-Code () benodigd. 2 Voor een passagiersschip waarmee uitsluitend nationale reizen worden ondernomen in wateren niet behorend tot het Caribische deel van het Koninkrijk, is, indien ten aanzien van dat schip op grond van artikel 6b voor toepassing van de SCV-Code is gekozen, het bij die Code behorende SCV-veiligheidscertificaat benodigd. 3 Voor schepen als bedoeld in het tweede lid treedt het SCV-veiligheidscertificaat in de plaats van het nationaal veiligheidscertificaat. 2015 45626 22-12-2015 10-12-2015 IENM/BSK-2015/244369 2015 527 22-12-2015 15-12-2015 01-01-2016 De artikelen III en IV, eerste lid, van Stcrt. 2015/45626
bevatten overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 6 van het
Schepenbesluit 2004 in werking treedt voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten.
Artikel 3d — Artikel 3d Certificaten voor vrachtschepen op grond van SCV-Code (IMO)#
Artikel 3d Certificaten voor vrachtschepen op grond van SCV-Code (IMO) 1 Voor vrachtschepen met een lengte van minder dan 24 meter waarmee uitsluitend reizen in de Caribische handelszone worden ondernomen, is het bij die Code behorende SCV-veiligheidscertificaat benodigd. 2 Het in het eerste lid bedoelde certificaat treedt in de plaats van het nationaal veiligheidscertificaat. 3 Het eerste lid is zowel van toepassing op vrachtschepen die zijn voorzien van middelen tot werktuiglijke voortstuwing, als op vrachtschepen die niet van zodanige middelen zijn voorzien. 2015 45626 22-12-2015 10-12-2015 IENM/BSK-2015/244369 2015 527 22-12-2015 15-12-2015 01-01-2016 De artikelen III en IV, eerste lid, van Stcrt. 2015/45626
bevatten overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 6 van het
Schepenbesluit 2004 in werking treedt voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten.
Artikel 3e — Artikel 3e Certificaten op grond van LY2-Code en LY3-Code (MCA)#
Artikel 3e Certificaten op grond van LY2-Code en LY3-Code (MCA) 1 artikel 6d notification of equivalency Voor een schip van 500 GT of meer waarmee internationale reizen worden ondernomen, is, indien ten aanzien van dat schip op grond vanvoor toepassing van de LY2-Code is gekozen, tezamen met een veiligheidscertificaat voor vrachtschepen een afschrift van de kennisgeving aan de IMO met betrekking tot de gelijkwaardigheid van de LY2-Code () benodigd. 2 artikel 6d notification of equivalency Voor een schip van 500 GT of meer waarmee internationale reizen worden ondernomen, is, indien ten aanzien van dat schip op grond vanvoor toepassing van de LY3-Code is gekozen, tezamen met een veiligheidscertificaat voor vrachtschepen een afschrift van de kennisgeving aan de IMO met betrekking tot de gelijkwaardigheid van de LY3-Code () benodigd. 3 artikel 6d Voor een schip van minder dan 500 GT of een schip waarmee uitsluitend nationale reizen worden ondernomen in wateren niet behorend tot het Caribische deel van het Koninkrijk, is, indien ten aanzien van dat schip op grond vanvoor toepassing van de LY2-Code is gekozen, het bij die Code behorende certificaat van overeenstemming benodigd. 4 artikel 6d Voor een schip van minder dan 500 GT of een schip waarmee uitsluitend nationale reizen worden ondernomen in wateren niet behorend tot het Caribische deel van het Koninkrijk, is, indien ten aanzien van dat schip op grond vanvoor toepassing van de LY3-Code is gekozen, het bij die Code behorende certificaat van overeenstemming benodigd. 5 Het in het derde en vierde lid bedoelde certificaat treedt in de plaats van het nationaal veiligheidscertificaat. 2022 16909 05-07-2022 04-07-2022 IENW/BSK-2022/154091 2022 16909 05-07-2022 04-07-2022 IENW/BSK-2022/154091 06-07-2022
Artikel 3f — Artikel 3f Certificaten voor offshore bevoorradings- en ondersteuningsschepen (IMO)#
Artikel 3f Certificaten voor offshore bevoorradings- en ondersteuningsschepen (IMO) 1 Voor een offshore bevoorradingsschip als bedoeld in resolutie MSC.235(82) is het bij die resolutie behorende certificaat benodigd. 2 Voor een offshore ondersteuningsschip als bedoeld in resolutie A.673(16), niet zijnde een offshore ondersteuningsschip als bedoeld in voorschrift 1.5.3 van die resolutie, is het bij die resolutie behorende certificaat benodigd. 3 artikel 6 van het besluit Voor schepen als bedoeld intreedt het certificaat, behorende bij resolutie A.673(16), in de plaats van het voor die schepen benodigde nationaal veiligheidscertificaat. 2015 45626 22-12-2015 10-12-2015 IENM/BSK-2015/244369 2015 527 22-12-2015 15-12-2015 01-01-2016 De artikelen III en IV, eerste lid, van Stcrt. 2015/45626
bevatten overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 6 van het
Schepenbesluit 2004 in werking treedt voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten.
Artikel 4 — Artikel 4 Certificaten voor verplaatsbare offshore booreenheden (IMO)#
Artikel 4 Certificaten voor verplaatsbare offshore booreenheden (IMO) 1 Voor verplaatsbare offshore booreenheden als bedoeld in de MODU-Code 1979, de MODU-Code 1989 en de MODU-Code 2009 zijn de volgende certificaten benodigd: a. voor booreenheden, gebouwd voor 1 mei 1991: het veiligheidscertificaat voor verplaatsbare offshore booreenheden, behorend bij de MODU-Code 1979; b. voor booreenheden, gebouwd op of na 1 mei 1991 maar voor 1 januari 2016: het veiligheidscertificaat voor verplaatsbare offshore booreenheden, behorend bij de MODU-Code 1989; c. voor booreenheden, gebouwd op of na 1 januari 2016: het veiligheidscertificaat voor verplaatsbare offshore booreenheden, behorend bij de MODU-Code 2009. 2 artikel 6 van het besluit Voor schepen als bedoeld intreden de in het eerste lid bedoelde certificaten in de plaats van het voor die schepen benodigde nationaal veiligheidscertificaat. 2015 45626 22-12-2015 10-12-2015 IENM/BSK-2015/244369 2015 527 22-12-2015 15-12-2015 01-01-2016 De artikelen III en IV, eerste lid, van Stcrt. 2015/45626
bevatten overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 6 van het
Schepenbesluit 2004 in werking treedt voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten.
Artikel 5 — Artikel 5 Certificaten op grond van DSC-Code, SPS-Code en SPS-Code 2008 (IMO)#
Artikel 5 Certificaten op grond van DSC-Code, SPS-Code en SPS-Code 2008 (IMO) 1 artikel 8 Voor een schip ten aanzien waarvan op grond vanis gekozen voor toepassing van de DSC-Code, de SPS-Code of de SPS-Code 2008, is het bij de desbetreffende Code behorende certificaat benodigd. Indien is gekozen voor toepassing van de DSC-Code, is voor het schip tevens de bij die Code behorende exploitatievergunning benodigd. 2 artikel 6 van het besluit Voor schepen als bedoeld intreden de in het eerste lid bedoelde certificaten in de plaats van het voor die schepen benodigde nationaal veiligheidscertificaat. 2015 45626 22-12-2015 10-12-2015 IENM/BSK-2015/244369 2015 527 22-12-2015 15-12-2015 01-01-2016 De artikelen III en IV, eerste lid, van Stcrt. 2015/45626
bevatten overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 6 van het
Schepenbesluit 2004 in werking treedt voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten.
Artikel 6 — Artikel 6 Bij certificaten behorende uitrustingsrapporten, aanhangsels e.d.#
Artikel 6 Bij certificaten behorende uitrustingsrapporten, aanhangsels e.d. artikelen 3a tot en met 5 De in debedoelde certificaten gaan vergezeld van de bij die certificaten behorende uitrustingsrapporten en aanhangsels, alsmede van de in de desbetreffende Codes voorgeschreven stabiliteitsgegevens of andere gegevens met betrekking tot schip of lading. 2015 45626 22-12-2015 10-12-2015 IENM/BSK-2015/244369 2015 527 22-12-2015 15-12-2015 01-01-2016 De artikelen III en IV, eerste lid, van Stcrt. 2015/45626
bevatten overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 6 van het
Schepenbesluit 2004 in werking treedt voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten.
Artikel 6a — Artikel 6a Onderzoeken op grond van CCSS-Code (CMOU)#
Artikel 6a Onderzoeken op grond van CCSS-Code (CMOU) 1 De eigenaar van een vrachtschip met een lengte van 24 meter of meer, doch van minder dan 500 GT, waarmee uitsluitend reizen worden ondernomen in de Caribische handelszone, kan er voor kiezen om dat schip te laten onderzoeken en certificeren met inachtneming van de voorschriften van de CCSS-Code. 2 artikel 15, eerste lid, van het besluit Indien ten aanzien van een vrachtschip is gekozen voor toepassing van de CCSS-Code, treden de in die Code voorgeschreven onderzoeken in de plaats van de invoorgeschreven onderzoeken. 2015 45626 22-12-2015 10-12-2015 IENM/BSK-2015/244369 2015 527 22-12-2015 15-12-2015 01-01-2016 De artikelen III en IV, eerste lid, van Stcrt. 2015/45626
bevatten overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 6 van het
Schepenbesluit 2004 in werking treedt voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten.
Artikel 6b — Artikel 6b Onderzoeken van passagiersschepen op grond van SCV-Code (IMO)#
Artikel 6b Onderzoeken van passagiersschepen op grond van SCV-Code (IMO) 1 De eigenaar van een passagiersschip met een lengte van minder dan 24 meter, waarmee uitsluitend reizen in de Caribische handelszone worden ondernomen, kan er voor kiezen om dat schip te laten onderzoeken en certificeren met inachtneming van de voorschriften van de SCV-Code. 2 Het eerste lid is niet van toepassing op schepen, gebruikt voor het vervoer van meer dan 150 passagiers, en schepen met nachtaccommodatie voor meer dan 50 passagiers. 3 artikel 14, eerste lid artikel 15, eerste lid, van het besluit Indien ten aanzien van een passagiersschip is gekozen voor toepassing van de SCV-Code, treden de in die Code voorgeschreven onderzoeken in de plaats van de in, ofbedoelde onderzoeken. 2015 45626 22-12-2015 10-12-2015 IENM/BSK-2015/244369 2015 527 22-12-2015 15-12-2015 01-01-2016 De artikelen III en IV, eerste lid, van Stcrt. 2015/45626
bevatten overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 6 van het
Schepenbesluit 2004 in werking treedt voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten.
Artikel 6c — Artikel 6c Onderzoeken van vrachtschepen tot 24 m op grond van SCV-Code (IMO)#
Artikel 6c Onderzoeken van vrachtschepen tot 24 m op grond van SCV-Code (IMO) 1 Een vrachtschip waarvoor het SCV-veiligheidscertificaat, behorend bij de SCV-Code, benodigd is, wordt ter verkrijging van dat certificaat en tijdens de geldigheidsduur daarvan onderworpen aan de in die Code voorgeschreven onderzoeken. 2 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op vrachtschepen met een lengte van minder dan 24 meter, waarvoor een nationaal veiligheidscertificaat is benodigd 2015 45626 22-12-2015 10-12-2015 IENM/BSK-2015/244369 2015 527 22-12-2015 15-12-2015 01-01-2016 De artikelen III en IV, eerste lid, van Stcrt. 2015/45626
bevatten overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 6 van het
Schepenbesluit 2004 in werking treedt voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten.
Artikel 6d — Artikel 6d Onderzoeken op grond van de LY2-Code en LY3-Code (MCA)#
Artikel 6d Onderzoeken op grond van de LY2-Code en LY3-Code (MCA) 1 De eigenaar van een beroepsmatig gebruikt, zeegaand schip met een loodlijnlengte van 24 meter of meer, dat ontworpen en gebouwd is en gebruikt wordt voor uitsluitend het vervoer van niet meer dan 12 passagiers, kan ervoor kiezen het betreffende schip te laten onderzoeken en certificeren met inachtneming van de LY3-Code, met uitzondering van de hoofdstukken 16.8, 21, 22 en 26 van deze Code. 2 De eigenaar van een beroepsmatig gebruikt, zeegaand schip van minder dan 3000 GT met een loodlijnlengte van 24 meter of meer, dat gebouwd is vóór 1 juli 2022 en dat ontworpen en gebouwd is en gebruikt wordt voor uitsluitend het vervoer van niet meer dan 12 passagiers, kan er tevens voor kiezen het betreffende schip te laten onderzoeken en certificeren met inachtneming van de LY2-Code, met uitzondering van de hoofdstukken 16.2.7, 21, 22 en 26 van deze Code. 3 artikelen 13 tot en met 15 van het besluit Bij toepassing van de LY3-Code dan wel de LY2-Code strekken de in debedoelde onderzoeken er mede toe om na te gaan of aan de eisen van die Codes is voldaan. 2022 16909 05-07-2022 04-07-2022 IENW/BSK-2022/154091 2022 16909 05-07-2022 04-07-2022 IENW/BSK-2022/154091 06-07-2022
Artikel 7 — Artikel 7 Onderzoeken van verplaatsbare offshore booreenheden (IMO)#
Artikel 7 Onderzoeken van verplaatsbare offshore booreenheden (IMO) Verplaatsbare offshore booreenheden als bedoeld in de MODU-Code 1979, de MODU-Code 1989 of de MODU-Code 2009 worden ter verkrijging van de voor die schepen benodigde certificaten en gedurende de geldigheidsduur daarvan onderworpen aan de in de desbetreffende Code voorgeschreven onderzoeken. 2015 45626 22-12-2015 10-12-2015 IENM/BSK-2015/244369 2015 527 22-12-2015 15-12-2015 01-01-2016 De artikelen III en IV, eerste lid, van Stcrt. 2015/45626
bevatten overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 6 van het
Schepenbesluit 2004 in werking treedt voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten.
Artikel 7a — Artikel 7a Onderzoeken van offshore bevoorradings- en ondersteuningsschepen (IMO)#
Artikel 7a Onderzoeken van offshore bevoorradings- en ondersteuningsschepen (IMO) Een offshore bevoorradingsschip als bedoeld in resolutie MSC.235(82), onderscheidenlijk een offshore ondersteuningsschip als bedoeld in resolutie A.673(16), wordt ter verkrijging van de voor die schepen benodigde certificaten en gedurende de geldigheidsduur daarvan onderworpen aan onderzoeken ter vaststelling dat is voldaan aan de in de resoluties opgenomen richtlijnen. 2015 45626 22-12-2015 10-12-2015 IENM/BSK-2015/244369 2015 527 22-12-2015 15-12-2015 01-01-2016 De artikelen III en IV, eerste lid, van Stcrt. 2015/45626
bevatten overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 6 van het
Schepenbesluit 2004 in werking treedt voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten.
Artikel 8 — Artikel 8 Onderzoeken op grond van DSC-Code, SPS-Code en SPS-Code 2008 (IMO)#
Artikel 8 Onderzoeken op grond van DSC-Code, SPS-Code en SPS-Code 2008 (IMO) 1 De eigenaar van een schip, behorend tot een van de navolgende categorieën van schepen, kan er voor kiezen om dat schip te laten onderzoeken en certificeren met inachtneming van: a. voor dynamisch ondersteunde schepen als bedoeld in de DSC-Code, gebouwd voor 1 januari 1996: de voorschriften van de DSC-Code; b. voor schepen, bestemd voor bijzondere doeleinden als bedoeld in de SPS-Code en de SPS-Code 2008, gebouwd voor 1 januari 2016: de voorschriften van de SPS-Code of de SPS-Code 2008; c. voor schepen, bestemd voor bijzondere doeleinden als bedoeld in de SPS-Code 2008, gebouwd op of na 1 januari 2016: de voorschriften van de SPS-Code 2008. 2 artikel 14 15 van het besluit Indien ten aanzien van een schip is gekozen voor toepassing van een in het eerste lid genoemde Code, treden de in de desbetreffende Code voorgeschreven onderzoeken in de plaats van de inofbedoelde onderzoeken. 2015 45626 22-12-2015 10-12-2015 IENM/BSK-2015/244369 2015 527 22-12-2015 15-12-2015 01-01-2016 De artikelen III en IV, eerste lid, van Stcrt. 2015/45626
bevatten overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 6 van het
Schepenbesluit 2004 in werking treedt voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten.
Artikel 9 — Artikel 9 Tijdstippen van onderzoek#
Artikel 9 Tijdstippen van onderzoek artikelen 6a tot en met 8 De in debedoelde onderzoeken vinden plaats op de in de desbetreffende Codes en resoluties voorgeschreven tijdstippen, met dien verstande dat het hernieuwde onderzoek waaraan een schip in verband met de vernieuwing van een certificaat wordt onderworpen, steeds plaatsvindt in de laatste drie maanden van de geldigheidsduur van het desbetreffende certificaat. 2015 45626 22-12-2015 10-12-2015 IENM/BSK-2015/244369 2015 527 22-12-2015 15-12-2015 01-01-2016 De artikelen III en IV, eerste lid, van Stcrt. 2015/45626
bevatten overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 6 van het
Schepenbesluit 2004 in werking treedt voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten.
Artikel 10 — Artikel 10 Uitvoering van onderzoeken#
Artikel 10 Uitvoering van onderzoeken 1 artikelen 18 19 19a van het besluit artikel 23 van het besluit De onderzoeken, bedoeld in de,en, worden uitgevoerd door een daartoe krachtensaangewezen organisatie naar de keuze van de eigenaar. 2 artikelen 5, eerste lid, onderdeel a of b 7 van het besluit artikelen 13 14 16 17 van het besluit artikel 23 van het besluit artikelen 6d 7 8 De onderzoeken waaraan een schip waarvoor een internationaal veiligheidscertificaat als bedoeld in de, ofbenodigd is, ingevolge de,,enof de,envan deze regeling wordt onderworpen, worden uitgevoerd door de krachtensaangewezen organisatie waar het schip is geklasseerd. 3 artikelen 13 14 15 17 van het besluit artikelen 6a tot en met 8 De onderzoeken waaraan een schip, niet zijnde een schip als bedoeld in het tweede of vierde lid, ingevolge de,,ofof devan deze regeling wordt onderworpen, worden uitgevoerd door: a. artikelen 13 14, derde lid 15, eerste tot en met derde lid 17 van het besluit artikel 23 van het besluit voor de onderzoeken, bedoeld in de,,, en: de krachtensaangewezen organisatie waar het schip is geklasseerd; b. artikel 3 van de Regeling erkende organisaties Schepenwet artikel 23 van het besluit voor de overige onderzoeken: door ambtenaren van de Scheepvaartinspectie of, indien de op grond vanmet de desbetreffende organisatie gesloten overeenkomst daarin voorziet, door de krachtensaangewezen organisatie waar het schip is geklasseerd. 4 artikel 6c, eerste lid De onderzoeken waaraan een schip waarvoor het SCV-veiligheidscertificaat behorend bij de SCV-Code benodigd is, ingevolge, wordt onderworpen, worden uitgevoerd door ambtenaren van de Scheepvaartinspectie. 5 artikel 23 van het besluit Indien krachtensvoor bepaalde onderzoeken ook andere organisaties dan de in het tweede en derde lid bedoelde organisaties zijn aangewezen, mogen de desbetreffende onderzoeken in afwijking van het tweede en derde lid ook door deze andere organisaties worden uitgevoerd. 2022 16909 05-07-2022 04-07-2022 IENW/BSK-2022/154091 2022 16909 05-07-2022 04-07-2022 IENW/BSK-2022/154091 06-07-2022
Artikel 11 — Artikel 11 Aantekening van onderzoeken#
Artikel 11 Aantekening van onderzoeken artikelen 7 8 Van de onderzoeken waaraan een schip ingevolge deentijdens de geldigheidsduur van een certificaat wordt onderworpen, wordt door degene die het onderzoek heeft verricht, aantekening geplaatst op het certificaat. 2004 246 21-12-2004 16-12-2004 HDJZ/SCH/2004-2756 2004 246 21-12-2004 16-12-2004 HDJZ/SCH/2004-2756 01-01-2005
Artikel 12 — Artikel 12 Certificaten op grond van bijzondere Codes (IMO, CMOU, MCA)#
Artikel 12 Certificaten op grond van bijzondere Codes (IMO, CMOU, MCA) 1 artikelen 3b tot en met 5 De in debedoelde certificaten hebben, indien zij zijn afgegeven voor een passagiersschip, een geldigheidsduur van een jaar. Indien zij zijn afgegeven voor een vrachtschip, hebben zij een geldigheidsduur van vijf jaren. 2 artikelen 29, tweede lid 30 31 van het besluit De,enzijn van overeenkomstige toepassing op certificaten als bedoeld in het eerste lid. 2015 45626 22-12-2015 10-12-2015 IENM/BSK-2015/244369 2015 527 22-12-2015 15-12-2015 01-01-2016 De artikelen III en IV, eerste lid, van Stcrt. 2015/45626
bevatten overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 6 van het
Schepenbesluit 2004 in werking treedt voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten.
Artikel 13 — Artikel 13 Eisen op grond van bijzondere Codes (IMO, CMOU, MCA)#
Artikel 13 Eisen op grond van bijzondere Codes (IMO, CMOU, MCA) 1 artikelen 3d 4 artikelen 6a 6b 6d 8 Een schip waarvoor op grond van deofhet certificaat, behorende bij de SCV-Code, de MODU-Code 1979, de MODU-Code 1989 of de MODU-Code 2009, benodigd is, of ten aanzien waarvan op grond van de,,ofvoor toepassing van de CCSS-Code, de SCV-Code, de LY2-Code, de LY3-Code, de DSC-Code, de SPS-Code of de SPS-Code 2008 is gekozen, voldoet aan de eisen van de desbetreffende Code. 2 De eisen van de SCV-Code zijn van overeenkomstige toepassing op vrachtschepen met een lengte van minder dan 24 meter, waarvoor een nationaal veiligheidscertificaat is benodigd. 3 artikel 71 van het besluit Indien in een Code als bedoeld in het eerste lid wordt verwezen naar het Uitwateringsverdrag of het SOLAS-verdrag, wordt dat verdrag toegepast met inachtneming van alle op grond vantoepasselijke wijzigingen van dat verdrag. 2022 16909 05-07-2022 04-07-2022 IENW/BSK-2022/154091 2022 16909 05-07-2022 04-07-2022 IENW/BSK-2022/154091 06-07-2022
Artikel 14 — Artikel 14 Eisen voor offshore bevoorradings- en ondersteuningsschepen (IMO)#
Artikel 14 Eisen voor offshore bevoorradings- en ondersteuningsschepen (IMO) 1 Een offshore bevoorradingsschip voldoet aan de eisen van resolutie MSC.235(82). 2 Een offshore ondersteuningsschip als bedoeld in resolutie A.673(16), niet zijnde een offshore ondersteuningsschip als bedoeld in voorschrift 1.5.3 van die resolutie, voldoet aan de eisen van voornoemde resolutie. 2015 45626 22-12-2015 10-12-2015 IENM/BSK-2015/244369 2015 527 22-12-2015 15-12-2015 01-01-2016 De artikelen III en IV, eerste lid, van Stcrt. 2015/45626
bevatten overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 6 van het
Schepenbesluit 2004 in werking treedt voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten.
Artikel 15 — Artikel 15 Nadere regels betreffende de stabiliteit van schepen (IMO)#
Artikel 15 Nadere regels betreffende de stabiliteit van schepen (IMO) 1 Een schip, gebouwd voor 1 juli 2010, voldoet aan de op dat schip toepasselijke stabiliteitseisen voor schepen in onbeschadigde toestand van de IS-Code. 2 Een schip met een lengte van minder dan 24 meter of een schip dat niet is voorzien van middelen tot werktuiglijke voortstuwing voldoet, indien het gebouwd is op of na 1 juli 2010, aan de op dat schip toepasselijke stabiliteitseisen voor schepen in onbeschadigde toestand van de IS-Code 2008. 3 Dit artikel is niet van toepassing op schepen die overeenkomstig de CCSS-Code of de SCV-Code zijn gecertificeerd. 2015 45626 22-12-2015 10-12-2015 IENM/BSK-2015/244369 2015 527 22-12-2015 15-12-2015 01-01-2016 De artikelen III en IV, eerste lid, van Stcrt. 2015/45626
bevatten overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 6 van het
Schepenbesluit 2004 in werking treedt voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten.
Artikel 16 — Artikel 16 Nadere regels betreffende werktuiglijke en elektrische installaties#
Artikel 16 Nadere regels betreffende werktuiglijke en elektrische installaties 1 artikel 36 van het besluit De elektrische installaties aan boord van een schip voldoen aan de normen in Publicatie 92 (Elektrische installaties aan boord van schepen) van de Internationale Elektrotechnische Commissie of daaraan gelijkwaardige normen van een krachtensaangewezen klassenbureau. 2 De bouw en inrichting en het onderhoud van elektrische personenliften voldoen aan: a. artikel 36 van het besluit de regels van een krachtensaangewezen klassenbureau, of: b. ISO-norm 8383 in combinatie met EN 81-1 (1998), dan wel de door het Nederlands Normalisatie-Instituut te Delft uitgegeven norm NEN 28 383. 3 In aanvulling op voorschrift II-1/42.2, onderscheidenlijk II-1/43.2, van het SOLAS-verdrag is de aan boord van een schip aanwezige elektrische noodkrachtbron tevens in staat om gedurende ten minste 36 uur, indien het een passagiersschip betreft, en ten minste 18 uur, indien het een vrachtschip betreft, stroom te leveren ten behoeve van de noodverlichting in kombuizen, eetzalen en andere ruimten voor algemeen gebruik. 4 De in resolutie A.468(XII) voorgeschreven maatregelen ter beperking van geluidhinder (Code on noise levels on board ships) worden getroffen aan boord van schepen van meer dan 1600 GT en gebouwd voor 1 juli 2014. 5 Aan boord van schepen aanwezige acetyleen las- en snij-installaties, bestaande uit acetyleen- en zuurstofflessen met inbegrip van de ruimte voor opslag, distributieleidingen, slangen en appandages, zijn periodiek gekeurd, goed onderhouden en zodanig opgesteld en ingericht dat het risico van brand of explosie bij zowel een in gebruik zijnde als buiten gebruik zijnde installatie tot een minimum is teruggebracht. 6 Aan boord van schepen aanwezige elektrische lastoestellen en bijbehorende apparatuur zijn periodiek gekeurd, goed onderhouden en zodanig ingericht dat deze geen gevaar voor personen of voor de omgeving kunnen opleveren, met inachtneming van de bijzondere omstandigheden aan boord. 7 Het eerste en derde lid zijn niet van toepassing op schepen die overeenkomstig de CCSS-Code of de SCV-Code zijn gecertificeerd. 2015 45626 22-12-2015 10-12-2015 IENM/BSK-2015/244369 2015 527 22-12-2015 15-12-2015 01-01-2016 De artikelen III en IV, eerste lid, van Stcrt. 2015/45626
bevatten overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 6 van het
Schepenbesluit 2004 in werking treedt voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten.
Artikel 17 — Artikel 17 Nadere regels betreffende de veiligheid van navigatie#
Artikel 17 Nadere regels betreffende de veiligheid van navigatie 1 Voorschrift V/19.2.5.4 van het SOLAS-verdrag is van overeenkomstige toepassing op schepen van minder dan 500 GT. 2 Het eerste lid is niet van toepassing op schepen die overeenkomstig de CCSS-Code of de SCV-Code zijn gecertificeerd. 2022 16909 05-07-2022 04-07-2022 IENW/BSK-2022/154091 2022 16909 05-07-2022 04-07-2022 IENW/BSK-2022/154091 06-07-2022
Artikel 18 — Artikel 18 Medische uitrusting#
Artikel 18 Medische uitrusting 1 bijlage 2 Aan boord van een schip is de inbij deze regeling voorgeschreven medische uitrusting met de daarbij behorende handleidingen en controlelijsten aanwezig. De eigenaar van een schip draagt voor eigen rekening zorg voor de levering en de vernieuwing van de medische uitrusting. 2 Aan boord van een schip waarmee gevaarlijke stoffen als bedoeld in hoofdstuk VII van het SOLAS-verdrag worden vervoerd, is een Nederlandstalige uitgave van de bij circulaire MSC/Circ.857 van de Maritieme Veiligheidscommissie van de IMO vastgestelde Medische Eerste Hulp Gids bij ongevallen met gevaarlijke stoffen (Medical First Aid Guide for use in accidents involving dangerous goods; MFAG) aanwezig. 3 Aan boord van schepen waarop de in voorschrift V/14.3 van het SOLAS-verdrag bedoelde werktaal niet het Nederlands is, is in plaats van een Nederlandstalige uitgave een Engelstalige uitgave van de in het tweede lid bedoelde Gids aanwezig. 4 Het eerste lid is eveneens van toepassing op vissersvaartuigen. 2015 45626 22-12-2015 10-12-2015 IENM/BSK-2015/244369 2015 527 22-12-2015 15-12-2015 01-01-2016 De artikelen III en IV, eerste lid, van Stcrt. 2015/45626
bevatten overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 6 van het
Schepenbesluit 2004 in werking treedt voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten.
Artikel 19 — Artikel 19 Nadere regels in relatie tot benodigde certificaten#
Artikel 19 Nadere regels in relatie tot benodigde certificaten 1 artikel 4 5 artikelen 14 tot en met 18 Een schip waarvoor een internationaal veiligheidscertificaat, een nationaal veiligheidscertificaat of een certificaat als bedoeld inofbenodigd is, voldoet ter verkrijging van dat certificaat tevens aan de ingevolge detoepasselijke eisen. 2 artikel 4 5 artikel 40, derde lid, van het besluit Een schip waarvoor een certificaat als bedoeld inofbenodigd is, voldoet ter verkrijging van dat certificaat bovendien aan de ingevolgetoepasselijke eisen van hoofdstuk V van het SOLAS-verdrag. 2004 246 21-12-2004 16-12-2004 HDJZ/SCH/2004-2756 2004 246 21-12-2004 16-12-2004 HDJZ/SCH/2004-2756 01-01-2005
Artikel 20 — Artikel 20 Gelijkwaardige voorzieningen#
Artikel 20 Gelijkwaardige voorzieningen artikelen 13 tot en met 17 Het Hoofd van de Scheepvaartinspectie kan, met inachtneming van hetgeen dienaangaande in de op grond van deze regeling toepasselijke Codes, resoluties en circulaires is bepaald, afwijking toestaan van de in debedoelde eisen, indien aan boord van het schip een voorziening wordt getroffen die naar zijn oordeel ten minste gelijkwaardig is aan de in het voorschrift waarvan wordt afgeweken, geëiste voorziening. 2015 45626 22-12-2015 10-12-2015 IENM/BSK-2015/244369 2015 527 22-12-2015 15-12-2015 01-01-2016 De artikelen III en IV, eerste lid, van Stcrt. 2015/45626
bevatten overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 6 van het
Schepenbesluit 2004 in werking treedt voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten.
Artikel 21 — Artikel 21 Veiligheidscommissie (ILO)#
Artikel 21 Veiligheidscommissie (ILO) 1 De veiligheidscommissie aan boord van een schip met een bemanning van meer dan vijftien personen bestaat uit ten minste twee bevaren schepelingen. In de commissie zijn zowel de scheepsofficieren als de scheepsgezellen vertegenwoordigd. 2 Aan boord van een schip met een bemanning van ten hoogste vijftien personen wordt ten minste één veiligheidscommissaris benoemd. 3 artikel 26e, eerste lid, van de Schepenwet De verplichting, bedoeld in, geldt niet voor vissersvaartuigen en schepen met een bemanning van minder dan vijf personen. 2004 246 21-12-2004 16-12-2004 HDJZ/SCH/2004-2756 2004 246 21-12-2004 16-12-2004 HDJZ/SCH/2004-2756 01-01-2005
Artikel 22 — Artikel 22 Nadere regels betreffende de beveiliging van schepen#
Artikel 22 Nadere regels betreffende de beveiliging van schepen 1 De nationale instantie waartoe de in voorschrift XI-2/6.2.1 van het SOLAS-verdrag bedoelde, door het Ship Security Alert System gegenereerde alarmmeldingen kunnen worden gericht, is het Kustwachtcentrum Curaçao. 2 Beveiligingsverklaringen als bedoeld in voorschrift XI-2/1.15 van het SOLAS-verdrag behoeven niet langer te worden bewaard dan nodig is om aan voorschrift XI-2/9.2.3 van dat verdrag te voldoen. De minimumtermijn voor het bewaren van de in voorschrift A/10.1 van de ISPS-Code bedoelde documentatie bedraagt drie jaren. 2004 246 21-12-2004 16-12-2004 HDJZ/SCH/2004-2756 2004 246 21-12-2004 16-12-2004 HDJZ/SCH/2004-2756 01-01-2005
Artikel 23 — Artikel 23 Typegoedkeuringen voor scheepsuitrusting#
Artikel 23 Typegoedkeuringen voor scheepsuitrusting 1 Uitrusting waarvoor bij plaatsing aan boord van een schip, gelet op de op dat schip toepasselijke eisen, een typegoedkeuring is vereist, is van een door het Hoofd van de Scheepvaartinspectie goedgekeurd type. 2 Onder uitrusting waarvoor een typegoedkeuring is vereist, wordt mede verstaan uitrusting als bedoeld in voorschrift V/18.7 van het SOLAS-verdrag. 3 Met uitrusting van een door het Hoofd van de Scheepvaartinspectie goedgekeurd type wordt gelijkgesteld: a. Wet scheepsuitrusting 2016 uitrusting die is voorzien van een stuurwielmarkering als bedoeld in de; b. uitrusting met betrekking waartoe een daaraan gelijkwaardige typegoedkeuring is verleend door de bevoegde autoriteit van de Verenigde Staten of van Canada, met inachtneming van de voor die goedkeuring opgestelde richtlijnen en standaarden van de IMO. 4 Aan een typegoedkeuring als bedoeld in het eerste lid kunnen beperkingen met betrekking tot het gebruik van de desbetreffende uitrusting worden verbonden. 2022 16909 05-07-2022 04-07-2022 IENW/BSK-2022/154091 2022 16909 05-07-2022 04-07-2022 IENW/BSK-2022/154091 06-07-2022
Artikel 23a — Artikel 23a Vrijstelling voor bepaalde schepen ten aanzien van het standaard en reserve magnetisch kompas en kompaspeiltoestel#
Artikel 23a Vrijstelling voor bepaalde schepen ten aanzien van het standaard en reserve magnetisch kompas en kompaspeiltoestel 1 Op schepen van minder dan 150 GT die nationale of internationale reizen maken en schepen van minder dan 500 GT die nationale reizen maken, zijn het standaard magnetisch kompas en het kompaspeiltoestel of hun alternatieve voorziening vrijgesteld van de eis onafhankelijk te zijn van elke elektrische krachtbron opgenomen in voorschrift 19.2.1.1, onderscheidenlijk 19.2.1.2 van hoofdstuk V van het SOLAS-verdrag, mits deze voorzieningen ten minste onafhankelijk zijn van de elektrische hoofdkrachtbron. 2 Schepen van 150 GT of meer, doch minder dan 500 GT, die nationale reizen maken, zijn vrijgesteld van de eis voorzien te zijn van een reserve magnetisch kompas opgenomen in voorschrift 19.2.2.1 van hoofdstuk V van het SOLAS-verdrag, mits een tweede kompas vast is opgesteld. 2015 45626 22-12-2015 10-12-2015 IENM/BSK-2015/244369 2015 527 22-12-2015 15-12-2015 01-01-2016 De artikelen III en IV, eerste lid, van Stcrt. 2015/45626
bevatten overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 6 van het
Schepenbesluit 2004 in werking treedt voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten.
Artikel 23b — Artikel 23b Vrijstellingen voor vrachtschepen van minder dan 500 GT#
Artikel 23b Vrijstellingen voor vrachtschepen van minder dan 500 GT Vrachtschepen van minder dan 500 GT, doch met een lengte van 24 meter of meer, waarvoor een nationaal veiligheidscertificaat benodigd is, zijn vrijgesteld van de navolgende voorschriften of eisen van het SOLAS-verdrag: a. voorschrift II-1/3-2; b. de aanwezigheid van een machinekamertelegraaf als bedoeld in voorschrift II-1/37; c. de eis dat de in de voorschriften II-1/43.2.2, II-1/43.2.3 en II-1/43.2.4 genoemde ruimten en voorziening gedurende ten minste 18 uur van energie kunnen worden voorzien, mits die ruimten en voorzieningen gedurende ten minste 6 uur van energie kunnen worden voorzien; d. de voorschriften II-1/43.2.5, II-1/43.2.6.1, II-1/43.2.6.2, II-1/43.3.1.2 en II-1/43.3.1.3, II-1/43.3.3, II-1/43.3.4 en II-1/43.4; e. de voorschriften II-2/10.2.2.3.3, II-2/13.3.4 en II-2/13.4.3, alsmede: 1°. voorschrift II-2/10.2.3.3.3, mits is voorzien in een straalpijp waarmee de in voorschrift II-2/10.2.1.6 genoemde druk kan worden gehandhaafd en een straal water, waarbij slechts gebruik wordt gemaakt van één slanglengte; 2°. voorschrift II-2/10.10, mits ten minste één brandweerbijl aanwezig is; f. voorschrift III/31.2 met betrekking tot de aanwezigheid van een hulpverleningsboot, mits alternatieve voorzieningen zijn getroffen om een drenkeling binnen 15 minuten horizontaal binnenboord te brengen; g. voorschrift III/32.1.1 met betrekking tot de verplichte hoeveelheid reddingboeien aan boord, mits er niet minder dan 3 reddingboeien aan boord zijn waarvan ten minste 1 met lijn en 1 met licht. 2015 45626 22-12-2015 10-12-2015 IENM/BSK-2015/244369 2015 527 22-12-2015 15-12-2015 01-01-2016 De artikelen III en IV, eerste lid, van Stcrt. 2015/45626
bevatten overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 6 van het
Schepenbesluit 2004 in werking treedt voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten.
Artikel 24 — Artikel 24 Vrijstelling op grond van bijzondere Codes (IMO, CMOU, MCA)#
Artikel 24 Vrijstelling op grond van bijzondere Codes (IMO, CMOU, MCA) 1 artikel 5, eerste lid, onderdeel a of b, van het besluit Schepen waarvoor een internationaal veiligheidscertificaat als bedoeld inbenodigd is, zijn vrijgesteld van: a. indien zij voldoen aan de MODU-Code 1979, de MODU-Code 1989, de MODU-Code 2009 of de DSC-Code: de in de hoofdstukken II-1, II-2, III en IV van het SOLAS-verdrag opgenomen eisen; b. indien zij voldoen aan de SPS-Code of de SPS-Code 2008: de in de desbetreffende Code aangegeven eisen van het SOLAS-verdrag; c. indien zij voldoen aan de LY2-Code of de SCV-Code: de in het SOLAS-verdrag opgenomen eisen. 2 artikel 37 van het besluit Schepen waarvoor het SCV-veiligheidscertificaat, behorend bij de SCV-Code, benodigd is, zijn vrijgesteld van. 2015 45626 22-12-2015 10-12-2015 IENM/BSK-2015/244369 2015 527 22-12-2015 15-12-2015 01-01-2016 De artikelen III en IV, eerste lid, van Stcrt. 2015/45626
bevatten overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 6 van het
Schepenbesluit 2004 in werking treedt voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten.
Artikel 25 — Artikel 25 Zeilschepen en niet-werktuiglijk voortbewogen schepen#
Artikel 25 Zeilschepen en niet-werktuiglijk voortbewogen schepen 1 Zeilschepen van minder dan 500 GT, gebruikt voor het vervoer van ten hoogste 36 passagiers, zijn vrijgesteld van de voorschriften V/20, V/22.1.1 tot en met V/22.1.5 en V/30 van het SOLAS-verdrag. 2 artikel 17 Schepen die niet zijn voorzien van middelen tot werktuiglijke voortstuwing, zijn overeenkomstig voorschrift V/3.1 van het SOLAS-verdrag vrijgesteld van de eisen van hoofdstuk V van dat verdrag, met uitzondering van voorschrift V/19.2.1.7. Tevens zijn zij vrijgesteld van de inbedoelde eisen. 2004 246 21-12-2004 16-12-2004 HDJZ/SCH/2004-2756 2004 246 21-12-2004 16-12-2004 HDJZ/SCH/2004-2756 01-01-2005
Artikel 25a — Artikel 25a Vrijstellingen betreffende de veiligheid van navigatie#
Artikel 25a Vrijstellingen betreffende de veiligheid van navigatie Performance standards for a bridge navigational watch alarm system (BNWAS) Wachtalarminstallaties op de brug, die voor 1 juli 2011 zijn geplaatst, zijn vrijgesteld van de eisen van resolutie MSC.128(75) van de Maritieme Veiligheidscommissie van de IMO, inhoudende uitvoeringsnormen betreffende de wachtalarminstallatie op de brug (), of van daaraan gelijkwaardige uitvoeringsnormen. 2015 45626 22-12-2015 10-12-2015 IENM/BSK-2015/244369 2015 527 22-12-2015 15-12-2015 01-01-2016 De artikelen III en IV, eerste lid, van Stcrt. 2015/45626
bevatten overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 6 van het
Schepenbesluit 2004 in werking treedt voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten.
Artikel 26 — Artikel 26 Vervoer van deklast hout (IMO)#
Artikel 26 Vervoer van deklast hout (IMO) 1 Het vervoer van deklast hout aan boord van schepen met een lengte van 24 meter of meer geschiedt met inachtneming van de in de Houtvaartcode, met uitzondering van de bijlagen bij die Code, opgenomen voorschriften. 2 Het vervoer van pakketten gebundeld hout op de luiken is uitsluitend toegestaan, indien: a. voorzieningen zijn aangebracht om het zijdelings verschuiven van de onderste laag van de deklast te voorkomen; b. de wijze van beladen van de sjorinrichting en de overige onderdelen van de uitrusting voor de deklast door het Hoofd van de Scheepvaartinspectie zijn goedgekeurd. 3 De maximale hoogte van pakketten gebundeld hout die op de luiken worden vervoerd, wordt in afwijking van voorschrift 3.2.1 van de Houtvaartcode gemeten vanaf de bovenzijde van het luikhoofd. 4 De beproeving, markering en certificering van kettingen, gebruikt bij het sjorren van deklast hout, bedoeld in voorschrift 4.5.1 van de Houtvaartcode, geschiedt overeenkomstig EN-norm 818-2 of de door het Nederlands Normalisatie-Instituut te Delft uitgegeven norm NEN-EN 818-2. 2004 246 21-12-2004 16-12-2004 HDJZ/SCH/2004-2756 2004 246 21-12-2004 16-12-2004 HDJZ/SCH/2004-2756 01-01-2005
Artikel 27 — Artikel 27 Bevoegde autoriteiten IMSBC-Code (IMO)#
Artikel 27 Bevoegde autoriteiten IMSBC-Code (IMO) De bevoegde autoriteiten, bedoeld in de op grond van de hoofdstukken VI, deel A, en VII, deel A-1, van het SOLAS-verdrag toepasselijke IMSBC-Code, zijn voor de in Aruba, Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten geregistreerde schepen: de onderscheidenlijke Ministers, verantwoordelijk voor scheepvaartaangelegenheden. 2015 45626 22-12-2015 10-12-2015 IENM/BSK-2015/244369 2015 527 22-12-2015 15-12-2015 01-01-2016 De artikelen III en IV, eerste lid, van Stcrt. 2015/45626
bevatten overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 6 van het
Schepenbesluit 2004 in werking treedt voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten.
Artikel 28 — Artikel 28 Nadere regels betreffende het vastzetten van lading (IMO)#
Artikel 28 Nadere regels betreffende het vastzetten van lading (IMO) 1 De Handleiding vastzetten lading, bedoeld in de voorschriften VI/5.6 en VII/5 van het SOLAS-verdrag, voldoet aan de bij circulaire MSC.1/Circ. 1353/Rev.1 van de Maritieme Veiligheidscommissie van de IMO vastgestelde Herziene richtlijnen voor het opstellen van de Handleiding vastzetten lading (Revised guidelines for the preparation of the Cargo Securing Manual). 2 Op schepen die zijn ingericht voor het vervoer van standaardlading, mag worden volstaan met een verkorte versie van de Handleiding vastzetten lading. 2022 16909 05-07-2022 04-07-2022 IENW/BSK-2022/154091 2022 16909 05-07-2022 04-07-2022 IENW/BSK-2022/154091 06-07-2022
Artikel 28a — Artikel 28a Methode berekening geverifieerde brutomassa van een beladen container ingevolge voorschrift 2, vierde lid, onder 2, deel A, hoofdstuk VI, van het SOLAS-verdrag#
Artikel 28a Methode berekening geverifieerde brutomassa van een beladen container ingevolge voorschrift 2, vierde lid, onder 2, deel A, hoofdstuk VI, van het SOLAS-verdrag 1 De bepaling van de geverifieerde brutomassa van een beladen container door berekening, bedoeld in voorschrift 2, vierde lid, onder 2, deel A, hoofdstuk VI, van het SOLAS-verdrag, geschiedt door de som te nemen van de massa’s bepaald volgens de leden twee tot en met vijf. 2 De massa van de lading van de container wordt bepaald door de som te nemen van de massa van de afzonderlijke daarin geladen producten of door derden daarover geleverde informatie of bescheiden. Voor bulkproducten is het toegestaan de massa van de lading te bepalen aan de hand van meetmomenten gedurende het productieproces van die bulkproducten zoals debietbepaling door gekalibreerde vulinstallaties of door te wegen. 3 De massa van de verpakking van in de container geladen producten wordt bepaald door de som te nemen van de massa’s van de productverpakkingen zoals vastgesteld door de verscheper of verstrekt door de leverancier van die verpakkingen of door derden daarover geleverde informatie of bescheiden. 4 De massa van pallets of van stuwmateriaal in de container wordt bepaald door de som te nemen van de massa van de pallets of van het stuwmateriaal in de container zoals vastgesteld door de verscheper of verstrekt door de leverancier van de pallets of van het stuwmateriaal of door derden daarover geleverde informatie of bescheiden. 5 De massa van de ongeladen container, zoals verstrekt door degene die de container aan de verscheper ter beschikking stelt. 6 Bij de bepaling van de massa van een beladen container door berekening worden de bij circulaire MSC/Circ.1475 van de Maritieme Veiligheidscommissie van de IMO vastgestelde ‘Guidelines regarding the verified gross mass of a container carrying cargo’ in acht genomen. 2022 16909 05-07-2022 04-07-2022 IENW/BSK-2022/154091 2022 16909 05-07-2022 04-07-2022 IENW/BSK-2022/154091 06-07-2022
Artikel 28b — Artikel 28b Toegestane afwijkingsmarge geverifieerde massa van een beladen container#
Artikel 28b Toegestane afwijkingsmarge geverifieerde massa van een beladen container De geverifieerde brutomassa van een beladen container bedoeld in voorschrift 2, vierde lid, deel A, hoofdstuk VI, van het SOLAS-verdrag wijkt niet meer af van de werkelijke massa dan: a. ten hoogste 500 kilogram indien de werkelijke massa van de geverifieerde beladen container minder dan 10 ton bedraagt; b. ten hoogste 5 massaprocent indien de werkelijke massa van de geverifieerde beladen container 10 ton of meer bedraagt. 2022 16909 05-07-2022 04-07-2022 IENW/BSK-2022/154091 2022 16909 05-07-2022 04-07-2022 IENW/BSK-2022/154091 06-07-2022
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 De bevoegde autoriteiten, bedoeld in de op grond van Hoofdstuk VII, deel A, van het SOLAS-verdrag toepasselijke IMDG-Code zijn voor de in Aruba, Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten geregistreerde schepen: de onderscheidenlijke Ministers, verantwoordelijk voor scheepvaartaangelegenheden. 2010 14073 01-10-2010 06-09-2010 CEND/HDJZ-2010/1267sectorSCH 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, eerste lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 30 — Artikel 30 EmS-Gids (IMO)#
Artikel 30 EmS-Gids (IMO) 1 Aan boord van een schip waarmee gevaarlijke stoffen als bedoeld in hoofdstuk VII van het SOLAS-verdrag worden vervoerd, is een Nederlandstalige uitgave van de EmS-Gids aanwezig. 2 Aan boord van schepen waarop de in voorschrift V/14.3 van het SOLAS-verdrag bedoelde werktaal niet het Nederlands is, is in afwijking van het eerste lid een Engelstalige uitgave van de EmS-Gids aanwezig. 2004 246 21-12-2004 16-12-2004 HDJZ/SCH/2004-2756 2004 246 21-12-2004 16-12-2004 HDJZ/SCH/2004-2756 01-01-2005
Artikel 31 — Artikel 31 Voorschriften voor bijzondere scheepstypen (IMO)#
Artikel 31 Voorschriften voor bijzondere scheepstypen (IMO) artikel 3d 4 artikel 6a 6b 6d 8 De kapitein van een schip waarvoor op grond vanofhet certificaat, behorende bij de SCV-Code, de MODU-Code 1979, de MODU-Code 1989 of de MODU-Code 2009, benodigd is, of ten aanzien waarvan op grond van,,ofvoor toepassing van de CCSS-Code, de SCV-Code, de LY2-Code, de LY3-Code, de DSC-Code, de SPS-Code of de SPS-Code 2008 is gekozen, draagt er zorg voor dat aan boord van het schip de in de desbetreffende Code opgenomen voorschriften en verplichtingen worden nageleefd. 2022 16909 05-07-2022 04-07-2022 IENW/BSK-2022/154091 2022 16909 05-07-2022 04-07-2022 IENW/BSK-2022/154091 06-07-2022
Artikel 32 — Artikel 32 Beheer medische uitrusting#
Artikel 32 Beheer medische uitrusting 1 De kapitein draagt er zorg voor dat de aan boord aanwezige medische uitrusting in goede staat verkeert en zo spoedig mogelijk wordt aangevuld of vernieuwd, in ieder geval met voorrang tijdens de normale bevoorradingsprocedures. 2 Indien sprake is van een medisch spoedgeval waarvoor de noodzakelijke geneesmiddelen, verplegingsartikelen of antidota niet aan boord zijn, is de kapitein verplicht zorg te dragen dat deze zo spoedig mogelijk ter beschikking worden gesteld. 3 bijlage 2 De kapitein inspecteert jaarlijks, met inachtneming van hetgeen dienaangaande inbij deze regeling is bepaald, de aan boord van het schip aanwezige medische uitrusting. 4 Dit artikel is eveneens van toepassing op vissersvaartuigen, met dien verstande dat de in het eerste tot en met derde lid bedoelde verplichtingen in dat geval op de schipper van het vaartuig rusten. 2015 45626 22-12-2015 10-12-2015 IENM/BSK-2015/244369 2015 527 22-12-2015 15-12-2015 01-01-2016 De artikelen III en IV, eerste lid, van Stcrt. 2015/45626
bevatten overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 6 van het
Schepenbesluit 2004 in werking treedt voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten.
Artikel 33 — Artikel 33 Incidenten met gevaarlijke stoffen (IMO)#
Artikel 33 Incidenten met gevaarlijke stoffen (IMO) 1 De kapitein van een schip waarmee gevaarlijke stoffen als bedoeld in hoofdstuk VII van het SOLAS-verdrag worden vervoerd, draagt er bij een incident met die stoffen zorg voor dat de in de EmS-Gids opgenomen procedures worden gevolgd. 2 Meldingen van incidenten met gevaarlijke stoffen als bedoeld in voorschrift VII/6 of VII/7-4 van het SOLAS-verdrag voldoen aan de bij resolutie A.851(20) van de Algemene Vergadering van de IMO aangenomen Richtlijnen voor het rapporteren van incidenten met gevaarlijke, schadelijke of milieuverontreinigende stoffen (Guidelines for reporting incidents involving dangerous goods, harmful substances and/or marine pollutants). 2004 246 21-12-2004 16-12-2004 HDJZ/SCH/2004-2756 2004 246 21-12-2004 16-12-2004 HDJZ/SCH/2004-2756 01-01-2005
Artikel 34 — Artikel 34 Bijhouden dagboeken#
Artikel 34 Bijhouden dagboeken De kapitein draagt er zorg voor dat de aan boord aanwezige dagboeken worden bijgehouden met inachtneming van hetgeen dienaangaande in de op grond van deze regeling toepasselijke Codes is bepaald. 2004 246 21-12-2004 16-12-2004 HDJZ/SCH/2004-2756 2004 246 21-12-2004 16-12-2004 HDJZ/SCH/2004-2756 01-01-2005
Artikel 35 — Artikel 35 Beproeven van stuurinrichting op korte reizen (SOLAS)#
Artikel 35 Beproeven van stuurinrichting op korte reizen (SOLAS) Schepen waarmee geregeld korte reizen als bedoeld in voorschrift III/3.22 van het SOLAS-verdrag worden ondernomen, zijn vrijgesteld van de in voorschrift V/26 van dat verdrag opgenomen verplichting om voorafgaand aan elke reis de stuurinrichting te beproeven, met dien verstande dat de stuurinrichting ten minste eenmaal per week wordt beproefd. 2004 246 21-12-2004 16-12-2004 HDJZ/SCH/2004-2756 2004 246 21-12-2004 16-12-2004 HDJZ/SCH/2004-2756 01-01-2005
Artikel 36 — Artikel 36 Niet-werktuiglijk voortbewogen schepen#
Artikel 36 Niet-werktuiglijk voortbewogen schepen 1 Schepen die niet zijn voorzien van middelen tot werktuiglijke voortstuwing, zijn vrijgesteld van de voorschriften V/26 tot en met V/28 van het SOLAS-verdrag. 2 artikelen 64 van het besluit 34 Deenvan deze regeling zijn niet van toepassing op schepen als bedoeld in het eerste lid. 2004 246 21-12-2004 16-12-2004 HDJZ/SCH/2004-2756 2004 246 21-12-2004 16-12-2004 HDJZ/SCH/2004-2756 01-01-2005
Artikel 36a — Artikel 36a#
Artikel 36a 1 De geneesmiddelen waarvan de aanwezigheid in de scheepsuitrusting tot aan 1 juli 2022 was voorgeschreven kunnen worden gebruikt totdat de houdbaarheidsdatum van de desbetreffende geneesmiddelen is verstreken. 2 In afwijking van het eerste lid kan het geneesmiddel Amoxicilline caps 500 mg tot twee jaar na de inwerkingtreding van deze regeling deel blijven uitmaken van de scheepsuitrusting. 2022 16909 05-07-2022 04-07-2022 IENW/BSK-2022/154091 2022 16909 05-07-2022 04-07-2022 IENW/BSK-2022/154091 06-07-2022
Artikel 37 — Artikel 37 Bekendmaking van Codes e.d.#
Artikel 37 Bekendmaking van Codes e.d. Van de wijze van bekendmaking van de op grond van deze regeling toepasselijke Codes, resoluties en circulaires wordt mededeling gedaan in de Landscourant van Aruba, in de Curaçaosche Courant en de Landscourant van Sint Maarten. 2015 45626 22-12-2015 10-12-2015 IENM/BSK-2015/244369 2015 527 22-12-2015 15-12-2015 01-01-2016 De artikelen III en IV, eerste lid, van Stcrt. 2015/45626
bevatten overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 6 van het
Schepenbesluit 2004 in werking treedt voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten.
Artikel 38 — Artikel 38 Wijzigingen van Codes e.d.#
Artikel 38 Wijzigingen van Codes e.d. 1 Artikel 71, eerste tot en met derde lid, van het besluit is van overeenkomstige toepassing op de ingevolge deze regeling toepasselijke Codes, resoluties en circulaires. 2 Ministeriële besluiten op grond van het eerste lid worden bekendgemaakt in de Staatscourant, de Landscourant van Aruba, de Curaçaosche Courant en de Landscourant van Sint Maarten. 2015 45626 22-12-2015 10-12-2015 IENM/BSK-2015/244369 2015 527 22-12-2015 15-12-2015 01-01-2016 De artikelen III en IV, eerste lid, van Stcrt. 2015/45626
bevatten overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 6 van het
Schepenbesluit 2004 in werking treedt voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten.
Artikel 38a — Artikel 38a Vissersvaartuigenbesluit 2002 Uitvoering(medische uitrusting)#
Artikel 38a Vissersvaartuigenbesluit 2002 Uitvoering(medische uitrusting) artikelen 6.5 6.11 6.12 7.17 7.20 7.23 van het Vissersvaartuigenbesluit 2002 Deze regeling berust mede op de,,,,en. 2015 45626 22-12-2015 10-12-2015 IENM/BSK-2015/244369 2015 527 22-12-2015 15-12-2015 01-01-2016 De artikelen III en IV, eerste lid, van Stcrt. 2015/45626
bevatten overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 6 van het
Schepenbesluit 2004 in werking treedt voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten.
Artikel 39 — Artikel 39 Inwerkingtreding#
Artikel 39 Inwerkingtreding artikelen 4, tweede lid 5, tweede lid artikel 6 van het Schepenbesluit 2004 Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2005, met uitzondering van de, en, die in werking treden op het tijdstip waaropin werking treedt. 2004 246 21-12-2004 16-12-2004 HDJZ/SCH/2004-2756 2004 246 21-12-2004 16-12-2004 HDJZ/SCH/2004-2756 01-01-2005
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling veiligheid Arubaanse, Curaçaose en Sint Maartense zeeschepen. 2010 14073 01-10-2010 06-09-2010 CEND/HDJZ-2010/1267sectorSCH 2010 387 01-10-2010 23-09-2010 10-10-2010 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, eerste lid, van de
Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse
Antillen in werking treedt.
Artikel 18#
artikelen 18
Artikel 32#
32
Artikel 18#
artikel 18