Subsidieregeling ’Afstemming in risicoregio’s in po en vo voor 2005 - 2007’
- BWB-id
- BWBR0017906
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- 2005-01-28 t/m 2008-06-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0017906
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2005/subsidieregeling-afstemming-in-risicoregio-s-in-po-en-vo-voo
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2005/subsidieregeling-afstemming-in-risicoregio-s-in-po-en-vo-voo/2005-01-28
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0017906&g=2005-01-28
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0017906&z=2026-06-06&g=2005-01-28
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0017906/2005-01-28
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2005/subsidieregeling-afstemming-in-risicoregio-s-in-po-en-vo-voo
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepaling#
Artikel 1 Begripsbepaling In deze regeling wordt verstaan onder: a. minister: de minister van onderwijs, cultuur en wetenschap; b. school: artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs artikel 1 van de Wet op de expertisecentra artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs een uit ’s Rijks kas bekostigde school als bedoeld in,of, c. bevoegd gezag: schoolbestuur van een hierboven bedoelde school; d. primair onderwijs: Wet op het primair onderwijs Wet op de expertisecentra het onderwijs, bedoeld in deen de; e. voortgezet onderwijs: Wet op het voortgezet onderwijs het onderwijs, bedoeld in de, dat aan scholen wordt gegeven die worden bekostigd door de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; f. risicoregio: regio met de grootste arbeidsmarktknelpunten die als zodanig worden genoemd in hoofdstuk 3 van de nota Werken in het Onderwijs 2005. g. regionaal platform: het regionaal platform dat is samengesteld uit bevoegde gezagsorganen, instellingsbesturen van opleidingen voor onderwijspersoneel en besturen van ander relevante instellingen in een risicoregio die samen een regionaal convenant hebben ondertekend; h. regionaal convenant: het document waarin afspraken zijn vastgelegd tussen de partijen in het regionaal platform; i. subsidieaanvrager: het regionaal platform dat op grond van deze regeling subsidie aanvraagt voor de deelnemende scholen; j. subsidieontvanger: het regionaal platform dat op grond van deze regeling subsidie ontvangt voor de deelnemende scholen. 2005 1 26-01-2005 15-01-2005 AP/AOM-2005/2560 2005 1 26-01-2005 15-01-2005 AP/AOM-2005/2560 28-01-2005
Artikel 2 — Artikel 2 Doelomschrijving#
Artikel 2 Doelomschrijving De éénmalige subsidie heeft als doel het in evenwicht brengen van de regionale onderwijsarbeidsmarkt in de risicoregio’s. 2005 1 26-01-2005 15-01-2005 AP/AOM-2005/2560 2005 1 26-01-2005 15-01-2005 AP/AOM-2005/2560 28-01-2005
Artikel 3 — Artikel 3 Aanvrager van de subsidie#
Artikel 3 Aanvrager van de subsidie Subsidie op grond van deze regeling wordt slechts verleend op aanvraag van subsidieaanvrager. 2005 1 26-01-2005 15-01-2005 AP/AOM-2005/2560 2005 1 26-01-2005 15-01-2005 AP/AOM-2005/2560 28-01-2005
Artikel 4 — Artikel 4 Beschikbaar bedrag en subsidieplafond#
Artikel 4 Beschikbaar bedrag en subsidieplafond 1 Voor subsidieverlening op grond van deze regeling is een totaal budget beschikbaar van € 14.510.000, te weten in 2005 € 6.940.000 en in 2006 € 7.570.000. 2 Voor subsidieverlening in het kader van deze regeling is voor de subsidieontvangers in de risicoregio’s primair onderwijs een totaal budget beschikbaar van maximaal € 8.670.000, te weten in 2005 € 4.150.000 en in 2006 € 4.520.000. 3 Voor subsidieverlening in het kader van deze regeling is voor de subsidieontvangers in de risicoregio’s voortgezet onderwijs een totaal budget van maximaal € 5.840.000 beschikbaar, te weten in 2005 € 2.790.000 en in 2006 € 3.050.000. 4 Indien het totaal aan subsidieverlening in één van deze risicoregio’s aan de subsidieontvanger minder bedraagt dan het maximaal beschikbare bedrag dan komt het resterende bedrag ten goede aan het oplossen van arbeidsmarktknelpunten in de andere risicoregio’s. 2005 1 26-01-2005 15-01-2005 AP/AOM-2005/2560 2005 1 26-01-2005 15-01-2005 AP/AOM-2005/2560 28-01-2005
Artikel 5 — Artikel 5 Hoogte van de subsidie#
Artikel 5 Hoogte van de subsidie 1 artikel 4, tweede lid bijlage De subsidieontvanger, bedoeld in, ontvangt een éénmalige subsidie voor 2005 en 2006 ter hoogte van de bedragen, vermeld in de. 2 artikel 4, derde lid bijlage De subsidieontvanger, bedoeld in, ontvangt een éénmalige subsidie voor 2005 en 2006 ter hoogte van de bedragen, vermeld in de. 2005 1 26-01-2005 15-01-2005 AP/AOM-2005/2560 2005 1 26-01-2005 15-01-2005 AP/AOM-2005/2560 28-01-2005
Artikel 6 — Artikel 6 Aanvraag van subsidie#
Artikel 6 Aanvraag van subsidie 1 De aanvraag voor subsidie op grond van deze regeling wordt schriftelijk ingediend door de subsidieaanvrager van het regionaal platform bij: onder vermelding van ’Subsidieaanvraag regeling ’Afstemming in risicoregio’s in het primair en voortgezet onderwijs 2005-2007’. • SenterNovem/Educatieve Technologie Postbus 93144 2509 AC Den Haag 2 Uitsluitend aanvragen die conform het aanvraagformulier van SenterNovem zijn ingediend worden in behandeling genomen. Het aanvraagformulier is op te vragen en te downloaden bij SenterNovem (www.Senternovem.nl/onderwijs onder ’Afstemming in de regio’) en bevat onder meer de volgende gegevens: a. Naam en adres van het regionaal platform; b. Naam, correspondentieadres en orgaancode van de subsidieaanvrager; c. Naam, vestigingsadres van de deelnemende bevoegd gezagsorganen aan het project; d. Ondertekening van de aanvraag door de subsidieaanvrager. 2005 1 26-01-2005 15-01-2005 AP/AOM-2005/2560 2005 1 26-01-2005 15-01-2005 AP/AOM-2005/2560 28-01-2005
Artikel 7 — Artikel 7 Vereisten subsidieaanvraag#
Artikel 7 Vereisten subsidieaanvraag 1 De subsidieaanvrager voldoet aan de volgende vereisten: a. De regio is een risicoregio; b. Per risicoregio kan één subsidieaanvraag worden ingediend; c. Er is een regionaal convenant afgesloten; d. Minimaal 20% van het onderwijspersoneel in de risicoregio is werkzaam bij bevoegde gezagsorganen die zijn aangesloten bij het regionaal platform of die het projectplan hebben ondertekend. e. Er worden geen scholen in de risicoregio buitengesloten van het regionaal platform zoals blijkt uit de verklaring bedoeld in het tweede lid; f. Het regionale platform heeft een subsidieaanvrager aangewezen. g. artikel 8 De projectplannen voldoen aan de vereisten, waaronder de projectfasering zoals genoemd in. 2 artikel 6 Naast de gegevens, bedoeld in, bevat de subsidieaanvraag één projectplan, een afschrift van hetregionaal convenant en een verklaring opgesteld en ondertekend door het platform waaruit blijkt dat er geen scholen zijn uitgesloten. 3 Wanneer een regio als risicoregio is benoemd voor zowel primair als voortgezet onderwijs dan kan deze regio volstaan met het indienen van één projectplan onder de voorwaarde dat het plan een afzonderlijke begroting bevat voor primair en voortgezet onderwijs. 2005 1 26-01-2005 15-01-2005 AP/AOM-2005/2560 2005 1 26-01-2005 15-01-2005 AP/AOM-2005/2560 28-01-2005
Artikel 8 — Artikel 8 Projectplannen#
Artikel 8 Projectplannen De projectplannen voldoen aan de volgende vereisten: 1. Projectorganisatie: Uit het projectplan blijkt dat de projectorganisatie bestaat uit de volgende onderdelen: a. Een overzicht van bevoegd gezagorganen, opleidingen voor onderwijspersoneel en andere instellingen die deelnemen aan het regionaal platform. b. Een subsidieaanvrager. c. Afspraken binnen het project met betrekking tot de samenwerking binnen het regionaal platform, de overlegstructuur, het projectmanagement en de administratie. 2. Platform analyse: De basis voor de aanpak is een analyse van de regionale situatie op de onderwijsarbeidsmarkt op in ieder geval de onderstaande onderdelen. Deze analyse wordt mede gebaseerd op de kwantitatieve analyse van de onderwijsarbeidsmarkt in de risicoregio’s uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap: a. Verschil in de openstaande vacature-intensiteit tussen de regio en het Nederlandse gemiddelde in de periode 2002-2004. b. Verschil in het aandeel onbevoegden en onderbevoegden tussen de regio en het Nederlandse gemiddelde in de periode van 2002-2004. c. De toekomstige vraag naar onderwijspersoneel. d. Kwalitatieve en kwantitatieve knelpunten met betrekking tot het aanbod van onderwijspersoneel. e. Knelpunten met betrekking tot opleidingsmogelijkheden, uitbreidingsmogelijkheden en wervingsmogelijkheden. f. Knelpunten bij de opzet van een meerjarige personeelsplanning voor de regio (en voor een bevoegd gezag). 3 Projectfasering: Het project kent de volgende fasen: · Fase 1: april 2005 tot en met augustus 2005. · Fase 2: september 2005 tot en met augustus 2006. · Fase 3: september 2006 tot en met juli 2007. 4 Projectdoelen: a. artikel 2 Het regionale doel sluit aan op het doel van deze subsidie, bedoeld in. b. Er zijn projectdoelen geformuleerd en deze worden bereikt op 1 augustus 2007. c. De projectdoelen sluiten aan op de onder 7, 8 en 9 bedoelde knelpunten. d. De doelen zijn concreet en toetsbaar geformuleerd en waar van toepassing voorzien van streefcijfers. 5. Deelprojecten: a. De geformuleerde deelprojecten sluiten aan op bovenstaande projectdoelen. b. De beschrijving van de deelprojecten sluit aan op de projectfasering. c. Per deelproject zijn de volgende onderdelen beschreven: · de betrokken bevoegd gezagsorganen, opleidingen voor onderwijspersoneel en andere instellingen; · de activiteiten; · de verantwoordelijke(n); · de financiële middelen op basis van deze regeling en, indien van toepassing, de middelen uit andere financieringsbronnen; · de tijdsplanning; · de tussenresultaten per projectfase; · het verwachte eindresultaat. 6. De begroting: a. De begroting is gerelateerd aan de activiteiten en de fasering van het project. b. In de begroting kunnen loonkosten, overheadkosten en kosten voor inhuur van derden worden opgevoerd. c. De loonkosten hebben betrekking op de inzet van onderwijspersoneel voor de uitvoering van activiteiten uit het projectplan. Deze kosten moeten worden uitgedrukt in een uurtarief. d. De overheadkosten bedragen niet meer dan 10% van de projectkosten. Onder overheadkosten wordt verstaan: de kosten voor projectmanagement en de administratiekosten. e. De kosten voor inhuur van derden op basis van een offerte bedragen niet meer dan 15% van de projectkosten. 2005 1 26-01-2005 15-01-2005 AP/AOM-2005/2560 2005 1 26-01-2005 15-01-2005 AP/AOM-2005/2560 28-01-2005
Artikel 9 — Artikel 9 Termijn indiening aanvraag#
Artikel 9 Termijn indiening aanvraag Een aanvraag voor subsidie op grond van deze regeling wordt ingediend voor 1 april 2005 bij SenterNovem. Aanvragen die na 1 april 2005 worden ontvangen door SenterNovem worden afgewezen. 2005 1 26-01-2005 15-01-2005 AP/AOM-2005/2560 2005 1 26-01-2005 15-01-2005 AP/AOM-2005/2560 28-01-2005
Artikel 10 — Artikel 10 Criteria bij toekenning#
Artikel 10 Criteria bij toekenning 1 De minister wint ten behoeve van de beslissing over de subsidieverlening advies in bij SenterNovem naar aanleiding van de ingediende subsidieaanvraag. 2 artikel 8 SenterNovem brengt het in het eerste lid bedoelde advies uit op grond van de vereisten subsidieaanvraag, bedoeld in. 2005 1 26-01-2005 15-01-2005 AP/AOM-2005/2560 2005 1 26-01-2005 15-01-2005 AP/AOM-2005/2560 28-01-2005
Artikel 11 — Artikel 11 Toekenning van subsidie#
Artikel 11 Toekenning van subsidie 1 Subsidieaanvragers ontvangen vóór 15 juni 2005 van Cfi bericht over toekenning van de subsidie op grond van deze regeling. 2005 1 26-01-2005 15-01-2005 AP/AOM-2005/2560 2005 1 26-01-2005 15-01-2005 AP/AOM-2005/2560 28-01-2005
Artikel 12 — Artikel 12 Monitoring en evaluatie van de resultaten#
Artikel 12 Monitoring en evaluatie van de resultaten 1 SenterNovem rapporteert over de voortgang van de projecten na afloop van de eerste en tweede projectfase aan de minister binnen twee maanden. 2 artikel 8 artikel 8 De in het eerste lid bedoelde rapportages zijn gebaseerd op een tussenrapportage aangeleverd door het regionale platform bij SenterNovem. Het regionaal platform rapporteert binnen een maand na afloop van de eerste en de tweede fase van het project, bedoeld in, rapporteren aan SenterNovem over de behaalde tussenresultaten. Deze rapportage bevat de behaalde resultaten per doel als bedoeld inen waar van toepassing uitgedrukt in cijfers. 3 Naar aanleiding van de rapportage volgt een gesprek tussen het regionaal platform en SenterNovem waarin eventuele bijstellingen van de projectaanpak worden besproken. De uitkomst van dit gesprek is onderdeel van de rapportage aan de Minister. 4 artikel 8 Na afronding van het project rapporteert de subsidieontvanger binnen 3 maanden over de behaalde eindresultaten aan SenterNovem. Deze rapportage bevat de behaalde resultaten per doel als bedoeld inen waar van toepassing uitgedrukt in cijfers. 2005 1 26-01-2005 15-01-2005 AP/AOM-2005/2560 2005 1 26-01-2005 15-01-2005 AP/AOM-2005/2560 28-01-2005
Artikel 13 — Artikel 13 Niet vervullen begrotingsvoorwaarde#
Artikel 13 Niet vervullen begrotingsvoorwaarde artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht artikel 4 In geval van het niet vervullen van de voorwaarden, bedoeld in, worden op grond vanverleende subsidiebedragen verlaagd tot het bedrag van de subsidie dat na vaststelling of goedkeuring van de begroting ter beschikking staat, een en ander naar rato van het aantal subsidieaanvragers aan wie subsidie is verleend en van de hoogte van de verleende subsidiebedragen. 2005 1 26-01-2005 15-01-2005 AP/AOM-2005/2560 2005 1 26-01-2005 15-01-2005 AP/AOM-2005/2560 28-01-2005
Artikel 14 — Artikel 14 Tijdvak subsidieverlening#
Artikel 14 Tijdvak subsidieverlening Subsidie wordt toegekend voor het tijdvak van 1 april 2005 tot en met juli 2007. 2005 1 26-01-2005 15-01-2005 AP/AOM-2005/2560 2005 1 26-01-2005 15-01-2005 AP/AOM-2005/2560 28-01-2005
Artikel 15 — Artikel 15 Informatieplicht#
Artikel 15 Informatieplicht 1 De subsidieontvanger werkt mee aan door of namens de minister ingestelde onderzoeken die erop zijn gericht de minister inlichtingen te verschaffen ten behoeve van de ontwikkeling van beleid en de besteding van toegekende middelen. 2 De subsidieontvanger is verplicht de minister en de door hem aangewezen ambtenaren desgevraagd alle inlichtingen te geven die deze in verband met deze subsidie verlangen. De subsidieontvanger geeft desgewenst aan deze ambtenaren de boeken en bescheiden ter inzage. 3 De subsidieontvanger is verplicht de minister en het door hem aangewezen onderzoeksbureau desgevraagd alle inlichtingen te geven die wordt gevraagd in verband met het monitoren van de resultaten rond het beleidsplan Onderwijspersoneel ’Een goed werkende onderwijsarbeidsmarkt’. 4 Op verzoek van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en van het Sectorbestuur Onderwijsarbeidsmarkt stelt het regionale platform informatie beschikbaar ten behoeve van kennisoverdracht naar scholen en regionale platforms. 2005 1 26-01-2005 15-01-2005 AP/AOM-2005/2560 2005 1 26-01-2005 15-01-2005 AP/AOM-2005/2560 28-01-2005
Artikel 16 — Artikel 16 Betaling van de subsidie#
Artikel 16 Betaling van de subsidie 1 artikel 5 Het subsidiebedrag wordt in drie termijnen betaald. Uiterlijk 1 juli 2005 ontvangt de subsidieontvanger het toegekende bedrag genoemd invoor 2005. 2 artikel 5 Uiterlijk 1 februari 2006 ontvangt de subsidieontvanger 80% van het toegekende bedrag genoemd invoor 2006. 3 artikel 5 Uiterlijk 1 augustus 2006 ontvangt de subsidieontvanger 20% van het toegekende bedrag genoemd invoor 2006. 2005 1 26-01-2005 15-01-2005 AP/AOM-2005/2560 2005 1 26-01-2005 15-01-2005 AP/AOM-2005/2560 28-01-2005
Artikel 17 — Artikel 17 Verantwoording#
Artikel 17 Verantwoording 1 Binnen 3 maanden na afronding van het project wordt door de subsidieontvanger de rechtmatige besteding van deze subsidie aangetoond door het indienen van de financiële verantwoording inclusief een overzicht van de ontvangsten, uitgaven en bestedingen en voorzien van een accountantsverklaring bij: • Centrale Financiën Instellingen Postbus 606 2700 ML Zoetermeer 2 De subsidie wordt uitsluitend aangewend voor het doel waarvoor zij is verstrekt. 3 artikel 8 Niet meer dan 10% van de projectkosten wordt besteed aan overheadkosten zoals omschreven in. 4 artikel 8 Niet meer dan 15% van de projectkosten wordt besteed aan inhuur van derden zoals omschreven in. 5 artikel 8 De subsidie wordt niet aangewend voor regulier bekostigde doelen of doelen die zijn bekostigd uit andere subsidiestromen, bedoeld in. 6 artikel 8 De hoogte van de loonkosten van onderwijspersoneel is uitgedrukt in een uurtarief zoals beschreven in. 7 Het toegekende subsidiebedrag kan naar evenredigheid worden teruggevorderd indien in strijd wordt gehandeld met de subsidievoorwaarden. 8 Verrekening van eventueel niet-bestede middelen en overschotten vindt plaats na afloop van het project. 9 De eindevaluatie per project wordt evenals de evaluatie van de aanpak risicoregio’s uitgevoerd door een onderzoeksbureau in opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. 2005 1 26-01-2005 15-01-2005 AP/AOM-2005/2560 2005 1 26-01-2005 15-01-2005 AP/AOM-2005/2560 28-01-2005
Artikel 18 — Artikel 18 Inwerkingtreding#
Artikel 18 Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van het Gele katern waarin zij wordt geplaatst. Deze regeling vervalt met ingang van datum 1 juli 2008. 2005 1 26-01-2005 15-01-2005 AP/AOM-2005/2560 2005 1 26-01-2005 15-01-2005 AP/AOM-2005/2560 28-01-2005
Artikel 19 — Artikel 19 Citeerartikel#
Artikel 19 Citeerartikel Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling ’Afstemming in risicoregio’s in po en vo voor 2005 - 2007’. 2005 1 26-01-2005 15-01-2005 AP/AOM-2005/2560 2005 1 26-01-2005 15-01-2005 AP/AOM-2005/2560 28-01-2005