Regeling van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 20 december 2005, nr. IMZ2005218207, tot vaststelling van het Subsidieprogramma Internationale milieusamenwerking 2006
- BWB-id
- BWBR0019344
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- 2005-12-25 t/m 2007-05-05
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0019344
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2005/subsidieregeling-internationale-milieusamenwerking-2006
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2005/subsidieregeling-internationale-milieusamenwerking-2006/2005-12-25
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0019344&g=2005-12-25
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0019344&z=2026-06-06&g=2005-12-25
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0019344/2005-12-25
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2005/subsidieregeling-internationale-milieusamenwerking-2006
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. Minister: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer; b. Internationale milieusamenwerking: samenwerking op milieubeleidsterrein in internationale context, waaronder ook begrepen de Europese Unie; c. samenwerkingsovereenkomst: overeenkomst in de vorm van een Memorandum of Understanding, een Letter of Intent of een Arrangement tussen de Staatssecretaris of diens vertegenwoordiger en zijn buitenlandse ambtgenoot of diens vertegenwoordiger om op milieuterrein gezamenlijk activiteiten ter hand te nemen; d. Europese Instellingen: Europese Commissie, het Europees Parlement, Agentschappen van de Europese Unie, de Europese Raad en de verschillende Raadsformaties. 2005 250 23-12-2005 20-12-2005 IMZ2005218207 2005 250 23-12-2005 20-12-2005 IMZ2005218207 25-12-2005
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 De Minister kan aan een aanvrager subsidie verstrekken in de kosten van een project ter bevordering van internationale milieusamenwerking met in het bijzonder als doel: a. beïnvloeding van de Europese instellingen en het bevorderen van maatschappelijke betrokkenheid bij de verstevigde verankering van de milieupijler in de Lissabon strategie en de Europese Duurzame Ontwikkelingsstrategie, waarbij de nadruk ligt op het bevorderen en benutten van kansen voor eco-efficiënte innovaties; b. het concreet invulling geven aan duurzame ruimtelijke en stedelijke ontwikkeling in relatie tot Europees en internationaal milieubeleid; c. invulling geven aan de rol van de milieupijler voor het concretiseren van duurzame ontwikkeling, in lijn met internationale afspraken in Agenda 21, de WSSD 2002 en de VN Millennium Review Summit 2005; dit in het bijzonder voor de beleidsvelden klimaat en schone energie, luchtkwaliteit, milieugevaarlijke stoffen en genetisch gemodificeerde organismen, bescherming en duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen; d. het bevorderen van vergroening van het internationaal financieel instrumentarium, het ontwikkelen van innovatieve internationale financieringswijzen, anders dan alleen gericht op de inzet van ODA (Official Development Assistance), alsmede de daadwerkelijke implementatie, respectievelijk benutting hiervan door de Europese instellingen, de internationale financiële instellingen en de private sector; e. het geven van concrete invulling aan en uitwerking van de werkprogramma’s welke ressorteren onder de samenwerkingsovereenkomsten die door de Minister van VROM op milieubeleidsterrein zijn afgesloten; f. uitvoering geven aan de afspraken van de 5e Ministeriële Conferentie ‘Environment for Europe’ (Kiev, 21–23 mei 2003), in het bijzonder de Milieustrategie voor de landen van Oost-Europa, de Kaukasus en Centraal-Azië (EECCA Environment Strategy), waarbij de nadruk ligt op capaciteitsopbouw van NGO’s en overheidsinstellingen op het terrein van publieke participatie, vergunningverlening en handhaving, milieu-effectrapportage en strategische milieubeoordeling; g. verduurzamen van productie- en consumptieketens; h. voorkomen van situaties, waar milieu-aantasting oorzaak kan worden van i. grensoverschrijdende conflicten; j. versterken van de internationale milieu-architectuur en het vergroten van maatschappelijk draagvlak voor internationaal en Europees milieubeleid. 2005 250 23-12-2005 20-12-2005 IMZ2005218207 2005 250 23-12-2005 20-12-2005 IMZ2005218207 25-12-2005
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Een project komt niet voor subsidie in aanmerking, indien het naar het oordeel van de Minister valt binnen de reikwijdte van: a. Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken het Matra Projecten Programma in het kader waarvan subsidie kan worden aangevraagd op grond van de; b. Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken van de. c. het Programma Samenwerking Oost Europa (PSO) van het Ministerie van Economische Zaken, alsmede onderdelen van dit programma waaraan wordt bijgedragen door het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer; d. Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken het Programma voor Bilaterale Samenwerking met Indonesië (PBSI) in het kader waarvan subsidie kan worden aangevraagd op grond van de; e. het Programma Subsidie Maatschappelijke Organisaties en Milieu. 2005 250 23-12-2005 20-12-2005 IMZ2005218207 2005 250 23-12-2005 20-12-2005 IMZ2005218207 25-12-2005
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Subsidie kan worden verleend aan een volkenrechtelijke organisatie of een rechtspersoon. 2 Subsidie kan niet worden verleend aan: a. de Nederlandse rijksoverheid, provinciale overheden, gemeentelijke overheden of waterschappen; b. organisaties met een winstoogmerk of organisaties die zijn opgericht door organisaties met een winstoogmerk; c. ondernemingen in de zin van artikel 87 van het EG Verdrag indien zij geen de minimisverklaring als bedoeld in artikel 3, lid 1, van de de minimis verordening van de Europese Commissie (verordening (EG) nr. 69/2001 van 12 januari 2002 (PbEG 2001, L 10/30) kunnen overleggen. 2005 250 23-12-2005 20-12-2005 IMZ2005218207 2005 250 23-12-2005 20-12-2005 IMZ2005218207 25-12-2005
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Bij de aanvraag tot subsidieverlening wordt aangegeven: a. artikel 2 aan welke van de ingenoemde doelstellingen (a t/m h) het project bijdraagt; b. wat de doelstellingen van het project zijn; c. op welke wijze kan worden vastgesteld of de geformuleerde doelstellingen zijn behaald; d. welke activiteiten worden verricht, gespecificeerd naar tijd en kosten; e. welke factoren de uitkomst van het project negatief kunnen beïnvloeden en op welke wijze dit wordt ondervangen. 2005 250 23-12-2005 20-12-2005 IMZ2005218207 2005 250 23-12-2005 20-12-2005 IMZ2005218207 25-12-2005
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Indien de aanvraag voor subsidie wordt ingediend door een rechtspersoon die krachtens privaatrecht is opgericht, dient de aanvraag vergezeld te gaan van: a. een afschrift van de oprichtingsakte van de rechtspersoon of van de geldende statuten, en b. artikel 361 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek de laatst opgemaakte jaarrekening als bedoeld in, dan wel de balans en de staat van baten en lasten en de toelichting daarop of, indien deze bescheiden ontbreken, een verslag over de financiële positie van de aanvrager op het moment van de aanvraag. 2 artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek De in het eerste lid, onder b, bedoelde bescheiden, dan wel het verslag over de financiële positie dienen te zijn voorzien van een accountant als bedoeld inafkomstige schriftelijke verklaring omtrent de getrouwheid onderscheidenlijk een mededeling, inhoudende dat van onjuistheden niet is gebleken. 2005 250 23-12-2005 20-12-2005 IMZ2005218207 2005 250 23-12-2005 20-12-2005 IMZ2005218207 25-12-2005
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 De Minister neemt bij de beoordeling van de aanvraag in acht de mate waarin: a. artikel 2 het project bijdraagt aan één of meer van de inbedoelde doelstellingen; b. de gevraagde subsidie in evenredige verhouding staat tot de aard en omvang van de beoogde resultaten van het project; c. het project een meer dan incidentele uitwerking zal hebben; d. de subsidie wordt gebruikt voor de voorbereiding van een project waarvoor subsidies in breder Nederlands, Europees of internationaal verband kunnen worden aangevraagd; e. er sprake is van draagvlak voor het project bij de betrokken organisaties en overheden, bijvoorbeeld blijkend uit bijdragen die organisaties of overheden hebben toegezegd ten behoeve van het project of uit documenten waarin is vastgelegd dat die organisaties of overheden met het project hebben ingestemd; f. het project meerwaarde heeft ten opzichte van in voorgaande jaren verleende subsidies; g. het project een reële slaagkans heeft. 2005 250 23-12-2005 20-12-2005 IMZ2005218207 2005 250 23-12-2005 20-12-2005 IMZ2005218207 25-12-2005
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 Als subsidiabele kosten worden in aanmerking genomen de noodzakelijke, rechtstreeks aan het project toe te rekenen en door de subsidieaanvrager gemaakte kosten. 2 Beoordeling van de hoogte van de personeelskosten vindt plaats op basis van curricula vitae van de personen die aan het project zullen gaan werken en aan de hand van personeelstarieven die vergelijkbaar zijn met de door de Rijksoverheid gehanteerde personeelstarieven en tarieven van relevante eerder uitgevoerde projecten. In alle gevallen ligt het eindoordeel over tarieven bij de Minister. 3 Verrekenbare omzetbelasting, winst- en reserveringsopslagen zijn geen subsidiabele kosten. 4 Exploitatiekosten/overheadkosten kunnen voor vergoeding in aanmerking komen tot maximaal 7,5% van de totale projectkosten. 5 Vergoeding van voor het project aangeschafte goederen is alleen mogelijk indien deze voor een goede uitvoering van het project noodzakelijk zijn. Alleen de afschrijvingskosten gedurende de projectduur komen voor vergoeding in aanmerking. De afschrijvingskosten dienen gebaseerd te zijn op een reële afschrijvingsmethode. 6 De ingediende projectbegroting wordt zoveel mogelijk gespecificeerd en heeft een herleidbare relatie met de beschrijving van de uit te voeren activiteiten. 7 Kosten die zijn gemaakt voorafgaand aan de indiening van de aanvraag zijn geen subsidiabele kosten. 8 artikel 2 Het maximale subsidiebedrag voor een project als bedoeld inbedraagt € 75.000,–. 2005 250 23-12-2005 20-12-2005 IMZ2005218207 2005 250 23-12-2005 20-12-2005 IMZ2005218207 25-12-2005
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Het subsidieplafond voor het kalenderjaar 2006 bedraagt € 1.000.000,–. 2005 250 23-12-2005 20-12-2005 IMZ2005218207 2005 250 23-12-2005 20-12-2005 IMZ2005218207 25-12-2005
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 artikel 7 artikel 2 De aanvragen worden gelijktijdig beoordeeld aan de hand van de ingenoemde criteria. Bij het toekennen van de subsidieverlening kan een evenwichtige spreiding van het beschikbare subsidiebudget over de doelstellingen vaneen mede bepalende factor zijn. 2005 250 23-12-2005 20-12-2005 IMZ2005218207 2005 250 23-12-2005 20-12-2005 IMZ2005218207 25-12-2005
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 De Minister is niet verantwoordelijk voor de beleidsmatige conclusies van de gesubsidieerde projecten. De Minister kan echter bij de subsidieverlening of bij de oplevering van de resultaten bepalen dat: a. hij vrijelijk en om niet gebruik kan maken van alle voortbrengselen waarop auteurs- of andere intellectuele eigendomsrechten kunnen gelden en die geheel of gedeeltelijk met de subsidie worden vervaardigd, en b. de subsidieontvanger bij publicaties met betrekking tot het gesubsidieerde project en in correspondentie met derden die bij de uitvoering van het project zijn betrokken, meldt dat het project geheel of gedeeltelijk bekostigd is uit een subsidie, verleend door de Minister. 2005 250 23-12-2005 20-12-2005 IMZ2005218207 2005 250 23-12-2005 20-12-2005 IMZ2005218207 25-12-2005
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 Voor het indienen van een aanvraag wordt gebruik gemaakt van een aanvraagformulier dat verkrijgbaar is bij de Directie Internationale Zaken van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, Postbus 30945, 2500 GX Den Haag (tel. +31(0)70-3394578, fax +31(0)70-3391306) en op de website van het Ministerie van VROM (www.vrom.nl). 2 Aanvragen tot subsidieverlening kunnen zowel schriftelijk als per fax tot en met 1 mei 2006 worden ingediend. 2005 250 23-12-2005 20-12-2005 IMZ2005218207 2005 250 23-12-2005 20-12-2005 IMZ2005218207 25-12-2005
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 Subsidieregeling Europese milieusamenwerking 2005 Subsidieregeling internationale samenwerking milieubeheer 2005 Deen deworden ingetrokken. 2 Subsidieregeling Europese milieusamenwerking 2005 Subsidieregeling internationale samenwerking milieubeheer 2005 Voor zover er nog sprake is van enige bestuursrechtelijke afdoening met betrekking tot subsidieaanvragen ingediend in 2005, met inbegrip van bezwaar- en beroepsprocedures, vindt deze overeenkomstig deof deplaats, al naar gelang het toepasselijk regime. 3 Subsidieregeling Europese milieusamenwerking 2005 Subsidieregeling internationale samenwerking milieubeheer 2005 Bestaande aanspraken en verplichtingen bij, op grond of in het kader van deen deblijven in stand. 2005 250 23-12-2005 20-12-2005 IMZ2005218207 2005 250 23-12-2005 20-12-2005 IMZ2005218207 25-12-2005
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 2005 250 23-12-2005 20-12-2005 IMZ2005218207 2005 250 23-12-2005 20-12-2005 IMZ2005218207 25-12-2005
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling internationale milieusamenwerking 2006. 2 Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst. 2005 250 23-12-2005 20-12-2005 IMZ2005218207 2005 250 23-12-2005 20-12-2005 IMZ2005218207 25-12-2005