Regeling van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 2 juni 2005, nr. DGM/EV2005054032, houdende regels met betrekking tot verstrekking van subsidie aan provincies ten behoeve van het externe veiligheidsbeleid voor het tijdvak 2006 tot en met 2010 (Subsidieregeling programmafinanciering EV-beleid voor andere overheden 2006–2010)
- BWB-id
- BWBR0018381
- Type
- ministeriele-regeling
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2007-03-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0018381
- ELI
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2005/subsidieregeling-programmafinanciering-ev-beleid-voor-andere
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/ministeriele-regeling/2005/subsidieregeling-programmafinanciering-ev-beleid-voor-andere/2007-03-30
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0018381&g=2007-03-30
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0018381&z=2026-06-06&g=2007-03-30
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0018381/2007-03-30
Absolute ELI: /eli/nl/ministeriele-regeling/2005/subsidieregeling-programmafinanciering-ev-beleid-voor-andere
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. artikel 3 provinciaal programma: een programma als bedoeld invan een provincie, dat wordt uitgevoerd door een provincie en de betrokken gemeenten; b. externe veiligheidsbeleid: het beleid gericht op de verbetering van de veiligheid buiten inrichtingen waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn en buiten transportroutes en buisleidingen waarover of waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd, voorzover die veiligheid kan worden beïnvloed door een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken, alsmede verbetering van de veiligheid buiten luchthaventerreinen; c. de minister: de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, en d. uitvoeringskosten: kosten voor personeel, onderzoek en communicatie. 2005 111 13-06-2005 02-06-2005 DGM/EV2005054032 2005 111 13-06-2005 02-06-2005 DGM/EV2005054032 15-06-2005
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Deze regeling heeft tot doel het stimuleren van de structurele, adequate uitvoering van het externe veiligheidsbeleid en het daartoe bevorderen van de samenwerking tussen gemeenten, provincies en regionale samenwerkingsverbanden op het gebied van externe veiligheid. 2 Subsidie kan worden verstrekt op aanvraag van een provincie ter zake van de kosten van projecten en activiteiten die zijn opgenomen in een provinciaal programma en naar het oordeel van de minister bijdragen aan de realisatie van de doelstellingen van deze regeling. 3 De projecten en activiteiten, bedoeld in het tweede lid, zijn voor 31 december 2010 afgerond. 2005 111 13-06-2005 02-06-2005 DGM/EV2005054032 2005 111 13-06-2005 02-06-2005 DGM/EV2005054032 15-06-2005
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Een provinciaal programma kan bestaan uit de volgende projecten of activiteiten op het gebied van externe veiligheid: a. risico-inventarisatie van risicovolle situaties; b. externe veiligheid bij vergunningverlening en handhaving; c. transport van gevaarlijke stoffen, zoals routering van het vervoer; d. formulering van een structuurvisie voor het externe veiligheidsbeleid voor provincie of gemeente; e. ruimtelijke ordening: toepassing van en rekening houden met grens-, richt- en oriëntatiewaarden op het gebied van externe veiligheid in bestemmingsplannen; f. artikelen 12 13 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen uitvoering van het groepsrisicobeleid en verantwoording van het groepsrisico ingevolge deen; g. artikelen 17 18 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen artikel 19 van dat besluit sanering: de voorbereiding van saneringen ingevolge deenen de formulering van een saneringsprogramma ingevolge; h. risicocommunicatie ten behoeve van burgers, en i. organisatorische versterking en professionalisering op het gebied van externe veiligheid door: 1°. structureel voorzien in de personeelsformatie ten behoeve van de structurele uitvoering van de EV-taken, 2°. verbetering en verankering van de samenwerking tussen de betrokken organisaties op het gebied van externe veiligheid, 3°. versterking van de kennis op het gebied van externe veiligheid bij gemeenten en provincies. 2 Het provinciaal programma: a. beslaat de periode 2006 tot en met 2010, waarin het jaar 2006 concreet is uitgewerkt en waarin voor de jaren 2007 tot en met 2010 een meer globale doorkijk wordt gegeven, en b. wordt elk jaar uiterlijk 1 oktober geactualiseerd, waarbij het eerstvolgende programmajaar concreet is uitgewerkt en de globale doorkijk naar de daaropvolgende jaren is geactualiseerd. 2005 111 13-06-2005 02-06-2005 DGM/EV2005054032 2005 111 13-06-2005 02-06-2005 DGM/EV2005054032 15-06-2005
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Een provincie komt in aanmerking voor subsidie voor de uitvoeringskosten van projecten en activiteiten gericht op de versterking van de uitvoering van het externe veiligheidsbeleid, onder de volgende voorwaarden: a. artikel 2, eerste lid de aanvraag tot subsidieverlening gaat vergezeld van een door gedeputeerde staten vastgesteld provinciaal programma ter bereiking van het doel, bedoeld in, waarin in elk geval de volgende onderdelen zijn uitgewerkt: 1°. artikel 3, eerste lid, onderdelen a tot en met i de verplichtingen waartoe de gemeenten en de provincie zich verbinden overeenkomstig; 2°. de duur van uitvoering van het provinciaal programma, en 3°. per onderdeel de kosten waarvoor subsidie wordt gevraagd; b. de gelden worden uitsluitend besteed aan de versterking van de capaciteit of kennis voor de uitvoering van het externe veiligheidsbeleid; c. uit het provinciaal programma is aantoonbaar een ontwikkeling af te leiden, waarin toegewerkt wordt naar: 1°. het structureel voorzien in de personeelsformatie ten behoeve van een structurele uitvoering van de EV-taken, en 2°. structurele samenwerking tussen enerzijds provincie en gemeenten en anderzijds gemeenten onderling, op een effectief en efficiënt schaalniveau; d. de te leveren prestaties voorzover die betrekking hebben op het eerste jaar van het provinciaal programma, zijn zodanig geformuleerd dat de kwaliteitsimpuls voor externe veiligheid zoveel mogelijk specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdsgerelateerd is; e. in het provinciaal programma wordt indien dat nodig is voor de realisatie van de projecten en activiteiten, aangegeven op welke wijze interdisciplinaire samenwerking wordt vormgegeven; f. in het provinciaal programma wordt de stand van zaken met betrekking tot de uitvoering van het externe veiligheidsbeleid weergegeven en wat na afloop van dat programma per gekozen project of activiteit wordt beoogd, en g. het ingediende provinciaal programma en de jaarlijkse actualisatie daarvan zijn in afstemming met de gemeenten opgesteld. 2005 111 13-06-2005 02-06-2005 DGM/EV2005054032 2005 111 13-06-2005 02-06-2005 DGM/EV2005054032 15-06-2005
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Een provinciaal programma wordt beoordeeld op de volgende criteria: a. de invulling van het provinciaal programma draagt aantoonbaar bij aan het structureel voorzien in de personeelsformatie ten behoeve van de structurele uitvoering van de EV-taken; b. de invulling van het provinciaal programma draagt aantoonbaar bij aan structurele samenwerking tussen enerzijds provincie en gemeenten en anderzijds gemeenten onderling op een effectief en efficiënt schaalniveau; c. de uitvoering van het provinciaal programma levert een aantoonbare en blijvende kwaliteitsimpuls aan externe veiligheid; d. taakuitvoering die wettelijk verplicht is of wordt, wordt door middel van het provinciaal programma versterkt, en e. het provinciaal programma streeft een evenwichtige keuze van projecten en activiteiten na, alsmede een gemotiveerde verdeling over de betrokken organisaties. 2005 111 13-06-2005 02-06-2005 DGM/EV2005054032 2005 111 13-06-2005 02-06-2005 DGM/EV2005054032 15-06-2005
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Als subsidiabele kosten worden in aanmerking genomen de volgende noodzakelijke, rechtstreeks aan de uitvoering van het provinciaal programma toe te rekenen en door de aanvrager tot subsidieverlening gemaakte en betaalde uitvoeringskosten: a. loonkosten van het bij de uitvoering van het provinciaal programma direct betrokken personeel, berekend op basis van het brutoloon volgens de loonstaat van de betrokken medewerkers, verhoogd met de wettelijke of op grond van een collectieve arbeidsovereenkomst verschuldigde opslagen voor sociale lasten, met dien verstande dat wordt uitgegaan van een uurloon, berekend op basis van het jaarloon bij een volledige betrekking, gedeeld door 1350; b. een opslag voor eigen algemene kosten, groot 25% van de loonkosten, bedoeld in onderdeel a; c. aan derden verschuldigde kosten ter zake van door hen verleende diensten en ter zake van verwerving van kennis en intellectuele eigendomsrechten, alsmede ter zake van bescherming van die rechten, exclusief winstopslagen bij transacties binnen de bij de programmafinanciering betrokken partijen. 2 Indien geen loonkosten als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, worden gemaakt, maar niettemin arbeid ten behoeve van het project uit het provinciaal programma wordt verricht, kan het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer daarvoor een redelijk bedrag vaststellen dat als uitvoeringskosten in aanmerking wordt genomen. 3 In afwijking van het eerste lid, onderdelen a en b, mag de berekening: a. van het uurloon en de vaststelling van het opslagpercentage voor algemene kosten met inbegrip van indirecte loonkosten en kosten van toezichthoudend personeel, geschieden overeenkomstig een voor de gehele organisatie van de aanvrager tot subsidieverlening geldende en controleerbare methodiek, waarbij geen sprake is van een winstopslag, en b. van de uitvoeringskosten worden bepaald op basis van de kostprijs van de in deze regeling op te nemen EV-producten, waarbij de EV-producten die hiervoor in aanmerking komen en de kostprijs van die producten jaarlijks worden vastgesteld en waarbij de kostprijs jaarlijks zal worden aangepast aan het dan geldende prijspeil. 2005 111 13-06-2005 02-06-2005 DGM/EV2005054032 2005 111 13-06-2005 02-06-2005 DGM/EV2005054032 15-06-2005
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 De volgende kosten komen niet in aanmerking voor subsidie: a. de kosten gemaakt voor 1 januari 2006 en voor het indienen van de aanvraag tot subsidieverlening, met uitzondering van de kosten verbonden aan het opstellen van het provinciaal programma, en b. de kosten gemaakt na 31 december 2010, met uitzondering van de kosten gemaakt na 31 december 2010 voorzover die kosten betrekking hebben op het opstellen van het eindverslag. 2007 62 28-03-2007 21-03-2007 DGM/EV/2007026421 2007 62 28-03-2007 21-03-2007 DGM/EV/2007026421 30-03-2007
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 artikel 6 Het subsidieplafond bedraagt voor subsidies als bedoeld invoor de jaren 2006 tot en met 2010 per provincie per jaar, afgerond naar duizenden euro’s: Provincie Totaal Drenthe 313.000 Flevoland 241.000 Friesland 667.000 Gelderland 2.172.000 Groningen 999.000 Limburg 1.473.000 Noord-Brabant 3.476.000 Noord-Holland 1.592.000 Overijssel 1.048.000 Utrecht 782.000 Zeeland 1.091.000 Zuid-Holland 6.145.000 2005 111 13-06-2005 02-06-2005 DGM/EV2005054032 2005 111 13-06-2005 02-06-2005 DGM/EV2005054032 15-06-2005
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikel 8 De minister kan op aanvraag elk kwartaal van de jaren 2006 tot en met 2010 een voorschot verstrekken van telkens 25% van de bedragen, genoemd in. 2 Bij de vaststelling van een voorschot wordt rekening gehouden met reeds verstrekte voorschotten, gedane uitgaven en de liquiditeitsprognose voor het betreffende kwartaal. 2007 62 28-03-2007 21-03-2007 DGM/EV/2007026421 2007 62 28-03-2007 21-03-2007 DGM/EV/2007026421 30-03-2007
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 De subsidie-ontvanger is verplicht: a. het provinciaal programma waarvoor subsidie is verleend, uit te voeren voor 31 december 2010; b. artikel 13, eerste lid, van het Besluit milieusubsidies het geactualiseerde overzicht van projecten en activiteiten in te dienen, waarvoor subsidie is verleend als bedoeld in; c. over de jaren 2006 en 2007 tweemaal per jaar een voortgangsverslag in te dienen, uiterlijk 1 september van het desbetreffende programmajaar het halfjaarverslag en uiterlijk 1 maart van het daaropvolgende jaar het jaarverslag; d. in de jaren 2008, 2009 en 2010 eenmaal per jaar een jaarverslag in te dienen, uiterlijk 1 maart van het daaropvolgende jaar; e. artikel 14, tweede lid, onderdeel a, van het Besluit milieusubsidies het eindverslag in te dienen omtrent het verloop, de uitvoering en de resultaten van het provinciaal programma, bedoeld in, en f. onderdeel f, in afwijking van artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit milieusubsidies het eindverslag, bedoeld inbinnen zes maanden na uitvoering van het provinciaal programma aan de minister te verstrekken. 2007 62 28-03-2007 21-03-2007 DGM/EV/2007026421 2007 62 28-03-2007 21-03-2007 DGM/EV/2007026421 30-03-2007
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 Een aanvraag tot subsidieverlening en subsidievaststelling kan uitsluitend worden ingediend door gedeputeerde staten. 2 Een aanvraag tot subsidieverlening en subsidievaststelling, het provinciaal programma en een gespecificeerde begroting worden ingediend bij het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, met gebruikmaking van een bij dat ministerie verkrijgbaar formulier. 3 Een aanvraag tot subsidieverlening kan eenmalig worden gedaan en geschiedt in de periode tussen 1 december 2005 en 28 februari 2006. 2005 111 13-06-2005 02-06-2005 DGM/EV2005054032 2005 111 13-06-2005 02-06-2005 DGM/EV2005054032 15-06-2005
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. 2005 111 13-06-2005 02-06-2005 DGM/EV2005054032 2005 111 13-06-2005 02-06-2005 DGM/EV2005054032 15-06-2005
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling programmafinanciering EV-beleid voor andere overheden 2006–2010. 2005 111 13-06-2005 02-06-2005 DGM/EV2005054032 2005 111 13-06-2005 02-06-2005 DGM/EV2005054032 15-06-2005